maandag 17 juni 2019

Fujifilm XF 18-135 mm F/3.5-5.6 R LM OIS WR review

Vorige zomer was ik op reis en legde ik de legendarische Trans-Siberië Express af waarbij ik Rusland, Mongolië en China doorkruiste. Een geweldige reis waar me één ding onmiddellijk opviel. Ik was nagenoeg de enige die geen volwaardig fototoestel bij had. De andere toeristen waren gewapend met indrukwekkende toestellen terwijl ik het hield bij de camerafunctie van mijn Samsung Galaxy S9. Voor reisfotografie is een smartphone in de meeste gevallen goed genoeg, maar kampt het wel met een aantal problemen door de kleine sensor. 

Wanneer er weinig licht is bijvoorbeeld, maar vooral bij het inzoomen. Toen ik wilde Przewalskipaarden op gevoelige plaat legde met maximale zoom, kreeg ik een bord van pixelbrij voorgeschoteld op mijn scherm. Dit was voor mij het signaal om een deftig fototoestel aan te schaffen. 

Fuji
Amper twee weken na mijn reis stond ik in de winkel van Foto Konijnenberg in Turnhout op zoek naar een nieuwe digitaal fototoestel. Mijn kennis was op dit vlak een desolate Marsvlakte en ik had twee eisen op mijn wenslijstje geprijkt: het toestel moet compact zijn en ook weerbestendig zijn. Zo loodste de verkoper mij al snel naar de Fuji X-T2. De Fuji werd door de verkoper aangeprezen als een goed all-round toestel, licht en weerbestendig. Bovendien was er een kassakorting van driehonderd euro van toepassing en dat maakte deze deal extra aantrekkelijk. De verkoop was snel beklonken, maar daarna moest ik nog meer dan twee maanden wachten totdat het toestel eindelijk werd geleverd. En de kitlens? Dat werd de Fujinon XF 18-135 mm LM OIS WR.  

De kitlens is de lens die standaard wordt aanbevolen bij een fototoestel en bij Fuji is dat eigenlijk de XF 18-55 mm. Deze lens is erg geschikt voor beginnende fotografen, maar de mogelijkheden qua zoom zijn eerder beperkt aangezien een zoom van 55 mm ongeveer overeenkomt met het gezichtsveld van een persoon. De verkoper raadde mij daarom de 18-135 mm aan omdat die over betere zoomcapaciteiten beschikt. Het nadeel is dan weer dat de 18-55 mm over een (iets) groter diafragma beschikt bij dezelfde lensopening waardoor de beelden (in theorie) iets scherper zijn. De 18-135 mm maakt dat goed door zijn veelzijdigheid en is geschikt voor bijna alle stijlen van fotografie. 


OIS LM WR
Ik betaalde vorige zomer zevenhonderd euro voor deze lens wat best een smak geld is. Voor dat geld krijg ik echter wel een hoop technische functionaliteiten terug. Dat vind je ook terug in de benaming van de lens waar de afkortingen OIS, LM en WR thuishoren. De belangrijkste functionaliteit is de stabiliteitsfunctie van de lens (OIS, optical image stabalizer). Volgens de reclamebabbel van Fuji stabiliseert dit het beeld tot vijf stops. Als je dus een licht bewegend beeld hebt bij een sluitertijd van 1/15de seconde wordt dit door de lens gecompenseerd. 

Het is verreweg de meest nuttige functie van de lens en ook de meest gebruikte. Bij langere sluitertijden zoals tussen 1/4de seconde en 1/30ste seconde levert dit zienbaar betere resultaten op. Er waren sessies waar ik deze functie per ongeluk af had gezet (zonder ik het wist) en een heel groot deel van mijn foto’s waren mislukt, zeker bij langere sluitertijden. De OIS is echter geen wondermiddel en bij een sluitertijd van één seconde houdt ook de magie van de stabilisator op. Hier heb je dus een statief nodig. Of de beloofde vijf stops in werkelijkheid ook worden gehaald, kan ik niet zeggen, maar het maakt het wel mogelijk om met deze lens in de praktijk te fotograferen met een sluitertijd vanaf 1/15de seconde. 

Autofocus
LM staat voor Linear Motor en bedient de focus van de lens. De autofocus is echter niet geheel afhankelijk van de motor in de lens want het gebruikte toestel is minstens even belangrijk. Hier is dat dus de Fuji X-T2. De autofocus is ten opzichte van de Fuji X-T1 aanzienlijk verbeterd, maar de X-T2 is op zijn beurt dan weer voorbijgesneld door de autofocus van Fuji X-T3. Mijn bevindingen slaan dus terug op deze configuratie. De autofocus is niet zo snel als die bij een vaste lens, maar zijn meer dan behoorlijk tot ongeveer 70 mm. Wanneer ik de autofocus gebruik om onmiddellijk andere onderwerpen in beeld te brengen gebeurt dit in een fractie van een seconde. 

Wanneer de zoom meer wordt gebruikt (vanaf 100 mm) gebeurt het wel eens dat de autofocus moeilijkheden heeft om een onderwerp in beeld te brengen. De lens zoekt dan naar het onderwerp wat hij in beeld moet brengen en dit duurt (heel) soms wat langer. Meestal is dit echter te wijten aan het gebruik van de focus (punt, zone, groothoek) of een menselijke fout waar ik het onderwerp niet correct of onvolledig in beeld breng bij het groene vierkantje van de focus. Dit kan echter wel problemen opleveren voor fotografen die graag vogels, wildlife of actie willen fotograferen waar het onderwerp onmiddellijk messcherp in beeld moet worden gebracht. 


Weerbestendig
Een andere kwaliteit van de Fuji XF 18-135 mm is dat het weerbestendig is (WR, weather resistant). Dit wil zeggen dat deze lens geschikt is voor alle weersomstandigheden, hoewel je er uiteraard niet mee moet gaan diepzeeduiken. Ik heb de lens in diverse buien gebruikt, gaande van een miezerige motregen tot een stevige plensbui en regen is eigenlijk nooit een spelbreker voor deze lens. Het grootste probleem van fotograferen in de regen is hier eerder ervoor zorgen dat er geen regendruppels op de lens komen. Helemaal positief ben ik echter niet over de weerbestendigheid van de 18-135 mm, want er was namelijk één gelegenheid waar er een pluisje doordrong tot de sensor van mijn fototoestel. 

In Patagonië liep ik op Punta Tombo (Argentinië) door een kolonie Magelhaenpinguïns op het strand en plots ontdekte ik tot mijn grote paniek een stipje op een aantal foto’s. Het bleek dus dat dit een piepklein pluisje was dat de weg naar de sensor had gevonden. Dezelfde avond nog heb ik het pluisje verwijderd, maar sindsdien heb ik toch meer schrik om deze lens mee te nemen naar zanderige locaties zoals een strand of duin. Anderzijds is dit een eenmalig feit en heb ik deze lens gebruikt en misbruikt op trips naar Patagonië, het regenwoud in Brazilië en de Schotse Highlands. Allemaal zonder problemen op dat ene pluisje na. 


Bouwkwaliteit
Ik ben niet onmiddellijk de handigste thuis en dat zorgt ervoor dat fototoestel en lens maar beter tegen een stootje kunnen, want ik laat ze geheid vallen. Dat is dusver een aantal keren gebeurd waar mijn toestel en de XF 18-135 mm bijvoorbeeld van een bankje een paar tientallen centimers naar beneden donderen. Fuji maakt echter kwalitatief materiaal en zowel het toestel als de lens kunnen tegen een valpartij. Het gaat echter nog altijd om precisiemateriaal en vooral de interne optica van de lens dan. Hogere valpartijen zijn dus absoluut afgeraden, maar je leeft in de wetenschap dat lens zelfs de meest onhandige fotograaf overleeft als die niet overdrijft in zijn vliegwerk. De lens weegt net iets minder dan een halve kilogram (490 gram) en is dus zeker geen kleintje. Anderzijds weegt de combinatie van toestel en lens net iets minder dan één kilogram voor een configuratie waarmee je bijna alles kan fotograferen. 

De lens is vervaardigd uit kwalitatief materiaal. Het omhulsel bestaat uit hoogwaardig, stevig plastic, terwijl de buis van de lens is gemaakt uit metaal. Het voelt allemaal erg degelijk aan en uit praktijk weet ik dus dat de XF 18-135 mm tegen en stootje – en zelfs meerdere – kan. Deze lens is eveneens gezegend met een focusring en een diafragmaring die zich gemakkelijk laten bedienen. Ten opzichte van een vaste lens zijn deze ringen redelijk los te bedienen, maar het is toch een fluitje van een cent om dit op de juiste instelling te zetten. Een klein nadeel vind ik wel dat de zoom is aangeduid op de lens, maar niet wordt weergegeven op het schermpje of de electronic viewfinder. Daarom moet je zelf kijken op de lens op welke grootte (mm) je foto’s neemt. 


Beeldkwaliteit
Wellicht het meest gevoelige aspect van de XF 18-135 mm is de beeldkwaliteit van deze lens. Op het internet zijn er een heleboel positieve reviews te vinden over deze lens, maar anderzijds ook een aardig deel negatieve(re) recensies die de beeldkwaliteit van deze lens bekritiseren. Een veelgehoorde klacht is dat bij de uiteindes van de zoom – 18mm en 135 mm – je zachte hoeken en randen krijgt wanneer je foto’s neemt met grote diafragma’s. Veel gebruikers raden aan om een diafragma van F/8 of lager te nemen om je beelden voldoende scherp te krijgen. Ik heb bijna acht maanden exclusief met deze lens gewerkt en in de praktijk heb ik hier zelden of nooit problemen mee gehad. Zo heb ik in Patagonië weidse landschappen getrokken met een groothoek (23 mm) en het grootste diafragma mogelijk (F/3.6) en dit leverde mooie foto’s op. Eén van deze foto’s heb ik op A4-formaat laten afdrukken en de kwaliteit van deze foto is zonder meer goed te noemen. Anderzijds heb ik niet met andere lenzen gewerkt om een deftige vergelijking te maken. Voor hobbyisten vind ik de beeldkwaliteit van deze lens zeker goed genoeg. 

Veel reviews die negatief over de beeldkwaliteit van deze lens spreken, hebben te maken met verwachtingen en niet zelden wordt de vergelijking gemaakt met een zoomlens of vaste lens dat over een groter diafragma beschikt. De XF 18-135 mm heeft een maximale opening van F/3.5 bij 18 mm en F/5.6 bij 135 mm. Dit zijn niet de diafragma’s waar je de meest scherpe foto’s mee neemt omdat deze diafragma’s dat nu eenmaal niet toelaten. Dit maakt het ook moeilijk(er) om foto’s te nemen met bokeh op de achtergrond. In de juiste omstandigheden is het mogelijk om dit (beperkt) te doen, maar ook hier geldt dat de scherptediepte te beperkt is. Hoewel deze lens geschikt is voor portretfotografie, is dat minder evident door het gebrek aan bokeh wat bij portretten een graag geziene achtergrond is. 


Prijs
De zevenhonderd euro die ik destijds voor deze lens betaalde, is inmiddels verleden tijd. De meest recente zoektocht op het internet leert me dat de prijs is gezakt tot 635 euro en dit kan nog verder dalen als je op het juiste moment wacht. Fuji doet regelmatig promotieacties waar het vijftig of honderd euro cashback biedt voor lenzen. Als je strategisch bent bij een aankoop kan je deze lens dus voor ongeveer 550 euro aanschaffen wat volgens mij een betere reflectie is van de prijs. Er zijn namelijk third party suppliers zoals Tamron die gelijkaardige lenzen voor minder dan honderdvijftig euro verkopen bij Canon of Nikon. Het gaat dan wel om lenzen die niet zijn uitgerust met weerbestendigheid of beeldstabilisator. Bovendien vind je in het ecosysteem van Fuji zelf erg scherpe vaste lenzen die een betere beeldkwaliteit opleveren. Maar deze lenzen ontberen dan weer de zoommogelijkheden van de XF 18-135 mm. 

Conclusie
De Fuji XF 18-135 mm is de all-round lens bij uitstek en daarom is de lens ook het product geworden van een aantal compromissen. De diafragma’s had ik liever wat groter gezien (bv. F/2.8) en de prijs vind ik ook behoorlijk hoog. Anderzijds is bijna elke stijl van fotografie geschikt door de veelzijdigheid van deze lens. De functionaliteiten van beeldstabilisatie en weerbestendigheid breiden de mogelijkheden verder uit en daarom werpt de XF 18-135 mm zich op als de ultieme kitlens voor een Fuji-toestel.

+
Stabilisatiefunctie werkt voortreffelijk
Veelzijdige lens die geschikt is voor bijna alle fotografiestijlen
Erg duurzaam en kan tegen een stootje
Ideale all-round kitlens voor hobbyisten

-
Stevige prijs
Minder geschikt voor wildlife en actie door tragere autofocus bij maximale zoom
Door kleine(r) maximaal diafragma compromiteert deze lens een klein beetje op beeldkwaliteit

zondag 9 juni 2019

Wandelen in Wallonië: De Gele Rechthoek (Nismes)

Op een steenworp afstand van de Franse grens en in de buurt van Dinant vind je het pittoreske Nismes. Dit kleine dorpje is een nobele onbekende in toeristisch Vlaanderen, maar herbergt wel het mooie natuurreservaat Viroin-Hermeton. En dit natuurreservaat is dan weer de thuishaven voor - met een beetje zin voor overdrijving - de grootste canyon van België. Deze en andere trekpleisters van moedertje natuur vind je op de wandeling van De Gele Rechthoek. Deze wandeling start aan de kerk van Nismes en is een lus van 7,7 km die je meeneemt langs het plateau Les Abannets, een mooi uitkijkpunt bij La Roche aux Faucons, de kalksteenravijn Fondry des Chiens en een arboretum aan het riviertje Eau Noire. 


Naar boven
Nismes vormt dus het decor voor deze wandeling en het rustieke centrum brengt je helemaal in de sfeer om te starten aan deze wandeling. Dit lieftallige dorpje is uitgerust is met een klein kasteel met vlak daarnaast de kerk en een beetje verder vind je een oude watermolen die nog steeds dienst doet. Achter het kasteeltje is er nog de mooie tuin van Jardins d'O de Nismes dat een mooi afsluitstuk vormt voor deze wandeling. Maar eerst moet de wandeling dus beginnen en de lokale kerk is daar het meest geschikte punt voor. De route van De Gele Rechthoek - zo toepasselijk genoemd omdat de wandeling is aangeduid met gele rechthoek - laat er geen gras over groeien en na een paar honderd meter mag je meteen aan de slag met een steile klim naar boven. 


De korte, maar steile klim brengt je naar het plateau Les Abannets. Hier is het onmiddellijk opletten geblazen want het kan hier verwarrend zijn om de juiste weg te vinden. Toen ik hier wandelde, was er een grote boomstronk neergevallen dat het wandelpad belemmerde. Je moet er echter toch door om de rest van de route te volgen. Al gauw kom je ook een "fondry" tegen aan je rechterkant. Dit is een put die bestaat uit kalksteen en doet denken aan een openluchtgrot. Door erosie van het water zijn rotsen op een grillige, puntige manier vormgegeven en krijgen ze zo hun typische vorm. 

Plateau Les Abannets
Nu volgt er een wandelstuk van twee à drie kilometer over het plateau Les Abannets dat hoofdzakelijk vals plat is, hoewel er hier en daar nog enkele steile, maar erg korte klimmetjes aanwezig zijn. Het plateau bestaat voornamelijk uit grasvelden en je ziet dat er veel bomen gerooid zijn. Dit komt omdat vroeger de lokale hoogovens voorzien werden met dit hout wat ten koste ging van de vele bomen. Grazende schapen en geiten aten bovendien de jonge scheuten van bomen en struiken op waardoor de vlakte gestaag een groene bloedarmoede opliep. De overlevering wil dat de Prins-Bisschop van Luik de lokale inwoners verbood om hier nog te grazen waardoor het plateau Les Abannets werd gedoopt (van het Franse bannir, verbieden). 


Het plateau wordt bevolkt door diverse kalkgraslanden en dit is een natuurlijke biotoop voor veel diverse planten zoals de kleine pimpernel, zonneroosje, wondklaver, muurpeper, ruig viooltje en zo kan ik nog ever verder gaan. Kalkgraslanden behoren tot de meest diverse ecosystemen ter wereld en die van Nismes in het bijzonder door de combinatie van kalkrijke ondergrond en diep grondwater dat behoorlijk warm kan worden. Dit brengt ook een heel resem aan fauna met zich mee zoals dagvlinders, sprinkhanen, kevers, slangen (adder, ringslang, gladde slang), maar ook onverwachte exoten zoals de bidsprinkhaan en bergcicades. 

La Roche aux Faucons
De volgende bezienswaardigheid op De Gele Rechthoek is La Roche aux Faucons (Valkenrots) dat een mooi overzicht biedt op een steengroeve en het dorpje Olloy-sur-Viroin. De rots ligt echter niet op de route zelf, maar je zal eerst een scherpe daling maken op een gemarkeerd pad en een paar tiental meter verder vind je de rots. De rots is niet erg groot en biedt maar plaats aan een aantal mensen. Voorzichtigheid is dus geboden wanneer je met grote groep de rots wil bezichtigen! Ondanks de naam is dit eigenlijk geen rots, maar een oppidum. Dit zijn versterkingen die door de Kelten zijn gebouwd op hoger gelegen plaatsen zoals heuvels en rotsen om zich te verdedigen tegen vijanden. De meeste Keltische oppida werden in in het eerste millennium voor onze tijdrekening gebouwd en het oppidum van Olloy-sur-Viroin is één van de vijf overgebleven oppida in België. 


Bovenaan heb je een mooi uitzicht, hoewel het zicht nog gedeeltelijk wordt gehinderd door bomen en takken. De steengroeve valt meteen op waar de gegroefde rots blikvanger is en als je oplet, zie je ook de machine staan. Rechts van de steengroeve zie je dus het dorpje Olloy-sur-Viroin maar veel meer dan een verzameling huisjes is dit eigenlijk niet. Het is vooral het gehele panorama dat weet te imponeren door het totaalbeeld van de steengroeve, glooiingen in het landschap en enkele huisjes op de achtergrond. Deze plek is dus wel een fotostop waard!


Fondry des Chiens
Na vijf kilometer beland je bij de echte ster van deze wandeling: de Fondry des Chiens. Dit is een kalksteenravijn waarvan er maar een handvol in België zijn en de Fondry des Chiens is hiervan de grootste. Deze "canyon" is ongeveer honderd meter lang en twintig meter diep. Geen overweldigende afmetingen, maar dat neemt niet weg dat deze kloof een pareltje is van moeder natuur. De puntige rotsen kan je van bovenaf bewonderen, maar uiteraard kan je ook in de kloof zelf dalen. 


Dit is wel het meest toeristische gedeelte van de wandeling, dus reken erop dat hier wel een aantal mensen staan. Er bestaat ook namelijk de mogelijkheid om rechtstreeks met de auto naar hier te rijden waar men over erg smalle banen rijdt. Hier is plaats voor een parking van ruim tien auto's en er staan ook een paar picknicktafels. Voorzichtigheid is op deze plek geboden en zeker met kinderen. De kloof gaat steil naar beneden en er staan geen hekken. 


Naar het centrum en de kerk
Wanneer je de Fondry des Chiens hebt bezocht, volg je verder De Gele Rechthoek en daal je richting centrum. Na een paar honderd meter vind je in een scherpe bocht een mooi overzicht op de streek van Viroin. Het uitkijkpunt is niet erg hoog, maar geeft niettemin een leuke impressie over het heuvelende landschap. Daarna loop je verder door het centrum en kom je een bruggetje tegen dat over de Eau Noire loopt. Hier kan je een zijsprongetje maken om een arboretum te bezoeken. De bomen werden hier vorige eeuw geplant om te bepalen welke boom het meest geschikt was om in kalklandschap te groeien. Het arboretum vlak naast de Eau Noire is behoorlijk klein, maar in combinatie met de kabbelende Eau Noire leuk om even te bekijken. 


Het slotstuk van deze wandeling is wellicht het minst interessante deel. Er volgt andermaal een steile beklimming, maar deze keer via een verharde weg. De verharde weg brengt je naar een stuk bos waar eigenlijk niet zo gek veel te zien is en na amper een halve kilometer zet je de daling weer in om terug richting kerk te gaan waar de wandeling van De Gele Rechthoek wordt afgesloten.

Praktisch parkeren
In principe is er voldoende parkeergelegenheid voorzien in het centrum van Nismes. Vlakbij de kerk is er een tamelijk ruime (betalende) parking en er is ook parkeergelegenheid voorzien aan de aanpalende straatjes. Wanneer het echt druk is, bestaat de mogelijkheid dat je een beetje verder uit het centrum moet rijden om te kunnen parkeren met de auto. Je kan uiteraard ook de trein nemen. Dan neem je best een ticket naar het station van Mariembourg en met een bus van TEC kan je tot de kerk van Nismes pendelen. 

Praktisch wandelen
De bewegwijzering van De Gele Rechthoek laat helaas te wensen over. Soms zie je markeringen wanneer ze overbodig zijn en zijn ze in geen heinde of verre te bespeuren wanneer je ze wel nodig hebt. Daarom is het zeker zinvol om de route op zak te hebben via een topografische kaart of op je GSM. Je kan de app RouteYou downloaden waar ook deze route voor gedownload kan worden. Je vindt de route op deze link. Met behulp van deze app weet je dus waar je bent en waar je moet stoppen om de trekpleisters te bezichtigen.  

  

zondag 26 mei 2019

Twee werelden

Twee werelden
Vijfhonderdeenenveertig dagen. Zo lang duurde het toen op zes december 2011 eindelijk een nieuwe regering werd gevormd. Dat was destijds een wereldrecord, maar dat is inmiddels weer verbroken. Het ziet er echter naar uit dat België een nieuwe poging kan ondernemen, want de electorale tegenkantingen in Vlaanderen en Wallonië kunnen bijna niet groter zijn. Vijf jaar geleden werd de rechtse regering van de as NVA-MR aangekondigd als de ultieme kans om te bewijzen dat het socialistische bestuur een achterhaald gegeven is. De resultaten van de uitslag van de federale verkiezingen van dit jaar zijn ontnuchterend, maar niet verrassend. NVA verliest een ferm deel van haar pluimen, maar is nog steeds met een comfortabele marge de grootste partij van Vlaanderen. De luis in de pels is nu Vlaams Belang dat zich opwerpt als de tweede grootste partij van Vlaanderen, terwijl de klassieke centrumpartijen er allemaal gevoelig op achteruit gaan. De regering Michel I was er geen van grote successen en dat werd in het Vlaamse stemhokje erg duidelijk gemaakt. 

Bij de Franstalige landgenoten is er – zoals verwacht – een duidelijke tegenbeweging naar links. De PS is net zoals 2014 de grootste partij van Wallonië, maar MR verliest wel duidelijk terrein. Deze stemmen lijken naar de andere linkse partijen te gaan zoals Ecolo en PTB, maar er is geen sprake van een linkse overrompeling zoals die werd aangekondigd. Toch is de trend duidelijk dat de Vlaming rechts stemt en de Waal links. De aanzet voor een maandenlange, of zelfs jarenlange, politieke status quo op federaal niveau is dus gegeven.   

De kroniek van een aangekondigd resultaat
Een verrassing is deze verkiezingsuitslag niet, maar wat zijn de elementen die deze uitslag zo verspelbaar maken? In de eerste plaats de politieke cultuur in Vlaanderen en Wallonië die al jaar en dag heerst. Tot voor kort was CD&V en daarvoor CVP een onneembaar bastion omdat de conservatieve ideologie van christelijk Vlaanderen rijmt met de waardes en principes van de christendemocraten. Hoe vrijgevochten de babyboomgeneratie ook was, van thuis uit heeft ze klassieke waardes meegekregen en dat betekent in veel gevallen stemmen op CD&V/CVP. CD&V had op dit vlak een monopolie, maar dit werd weggeërodeerd door eerst Vlaams Belang en later NVA dat met Bart De Wever over een enorm mediatiek figuur beschikt. 


Het meer industrieel getinte Wallonië heeft eerder een historiek waar sociale belangen groot zijn omdat de Franstaligen over het algemeen minder welgesteld zijn. In de industriesteden zoals Luik en Charleroi is de PS nog steeds een ongenaakbaar bastion ondanks alle corruptieschandelen die er rond de partij hangen. Deze trend wordt zelfs versterkt met een stevige opkomst van het extreem-linkse PTB, een partij die de PS op veel vlakken als te weinig links beschouwt. 

Maar politieke cultuur identificeren als de contribuerende factor voor deze verkiezingsuitslag is de waarheid geweld aandoen. Het is eerder de cement die het mogelijk maakt om de rechtse en linkse fundamenten te leggen. Internationaal is er namelijk al langer een duidelijke beweging zichtbaar naar extreem-rechts en euroscepsis. De Brexit is er gekomen omdat in het Verenigd Koninkrijk hard werd gehamerd op een aggressieve campagne tegen Europa, niet gestoeld op feiten of informatie. Figuren zoals Boris Johnson en Nigel Farage spelen in op de zogenaamde populistische standpunten door een retoriek van aanvallen, halve waarheden en veel geroep en getier. Het credo “Als je niet voor ons bent, ben je tegen ons” is opzienbarend gemakkelijk omdat gebruikers ervan zich niet moeten voorzien van feiten, maar onmiddellijk de aanval intrekken tegen politieke strevers en ze persoonlijk belagen. Hoe je het brengt, is belangrijker dan wat je brengt. En als je het voldoende herhaalt, pikt de massa het automatisch wel op, ook al klopt de boodschap totaal niet. Meester in het spelletje is Donald Trump die zo de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft gewonnen. Ook bij andere partijen zien we deze beproefde strategie zoals het Franse Front National dat zijn harde standpunten heeft afgezworen en nu een gematigder discours bezigt en ondertussen is herdoopt tot Rassemblement National. De mix van conservativisme, euroscepsis en antimigratie is een succesformule voor nieuwbakken partijen zoals de vijfsterrenbeweging in Italië en Forum voor Democratie in Nederland. 

We leven dus in tijden waar er polariserende standpunten heersen en dat vertaalt zich ook naar extremere standpunten aan de linkerzijde van het politieke spectrum. PTB/PVDA cultiveert dit sentiment en weet vooral in Wallonië te pieken. In maart 2017 wordt de PTB zelfs de grootste partij van Wallonië in een peiling en klokt het af op 20,5% van de stemmen, 0,2% meer dan de PS. Sindsdien is er veel gebeurd en zit de PS terug comfortabel in het gareel als leidende politieke fractie in Wallonië. Het toont echter wel aan dat er een potentieel grote voedingsbodem bestaat voor extreem-links, net zoals die in Vlaanderen bestaat voor extreem-rechts. 


Misschien wel de belangrijkste factor om nieuwe zieltjes voor een politieke partij te winnen, is sociale media. Trump lijkt de Verenigde Staten via Twitter te besturen, maar ook Francken maakte in zijn positie als staatssecretaris van asiel en migratie dankbaar gebruik van dit medium. Twitter geldt voornamelijk als de vox populi en is een middel om aan volksmennerij te doen. Het winnen van nieuwe stemmen gebeurt echter op Facebook en geen enkele andere partij heeft dit zo onder de knie als het Vlaams Belang. Het Vlaams Belang is de grootste partij op Facebook, maar beheerst als geen ander de kunst van het adverteren op sociale media. Quasi iedere Vlaamse Facebookgebruiker heeft een lachende Van Grieken zien passeren op Facebook, hoe links of rechts hij of zij ook is. Partijen zoals SP.A kwamen te laat op het appel en CD&V geeft zelfs helemaal niet thuis op dit vlak. Radio, TV en kranten zijn voorbijgestreefd als klassiek medium en vervagen langzaam, maar zeker als primaire bron voor informatie. Dit is iets wat de rechtse partijen veel sneller hebben begrepen dan al de rest. 

Het heet ook dat Vlaams Belang populair is bij de jongeren, maar de vraag is of er een causaal verband staat tussen deze doelgroep en het gebruik van sociale media of dat er eerder sprake is van een correlatie. Er is namelijk een duidelijke trend zichtbaar tussen de opkomst van sociale media en de verrechtsing van het westen vanaf 2010. Denk maar aan schandalen zoals Cambridge Analytica waar persoonlijke data van Facebookgebruikers werden verkocht en gebruikt om er gerichte politieke advertenties mee te creëren. Dit is erg gevaarlijk omdat het gebruikers uitnodigt tot denken in stigma’s en vooroordelen en dan komt men terug tot de tactiek van vuilspuierij en persoonlijke aanvallen. Dit wordt extra aangevuld met zogenaamde trollen van rechtse partijen die op sociale media bewust populistische thema’s opzoeken om zo een verhitte discussie te genereren. Dit wordt met de regelmaat van de klok gedaan en zo wordt boodschap andermaal ondergeschikt aan persoonlijke aanvallen. 


Dit zijn allemaal sociaal-demografische factoren die losstaan van inhoudelijke partijstandpunten en het is beangstigend hoe afwezig alle partijen waren op belangrijke thema’s zoals onderwijs, energiebeleid en zelfs klimaat ondanks alle recente aandacht. De hoofdmoot van de aandacht ging – zoals bijna elke verkiezing – alweer naar migratie en vluchtelingen hoewel dit thema in principe een fait divers is in de Vlaamse samenleving. Het is vooral een gemiste kans voor de linkerkant van het politieke spectrum dat een totaal gebrek aan kunde etaleerde om opkomende thema’s zoals klimaat te exploiteren. SP.A mikt vooral op zoveel mogelijk gratis maken, iets wat voormalig SP.A-coryfee Frank Vandenbroucke ruim twintig jaar geleden al verkondigde als totaal onrealistisch en voorbijgestreefd. Groen in de vorm van Kristof Calvo vertoont zich dan weer te veel als geitenwollensokkentype door zoveel mogelijk te vergroenen, maar geen deftig antwoord kan bieden op de afschaffing van bedrijfswagens en uitfasering van kerncentrales. Groen gaat er weliswaar op vooruit, maar beschikte door alle klimaatmarsen over een ongeëvenaard momentum om politiek te groeien en heeft dat maar gedeeltelijk kunnen verwezenlijken.  

Quo vadis? 
De belangrijkste man van deze verkiezingen wordt nu meer dan ooit Bart De Wever. Door deze uitslag heeft NVA zich onmisbaar gemaakt voor gelijk welke coalitie als het cordon sanitaire wordt behouden. De hamvraag is uiteraard of het cordon behouden blijft en daarin speelt de mening van De Wever een cruciale rol in. Zijn wil is wet en bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen ging De Wever nog liever met SP.A in zee dan Vlaams Belang. Het moge duidelijk zijn dat De Wever geen oren heeft naar het doorbreken van het cordon sanitaire, ook al wordt hier en daar verkondigd dat de optie bekeken moet worden. De Wever ziet zichzelf als de toekomstige minister-president van het Vlaams parlement en hij zit nog steeds aan het stuur aangezien NVA afgetekend de grootste partij blijft. De huidige coalitie van NVA, VLD en CD&V wordt wellicht aangevuld met een vierde partij en dan is SP.A de grootste kandidaat. Deze vorming moet de Vlaamse as worden bij de opstelling van de nationale regering. 

Op federaal niveau wordt het een stuk moeilijker omdat een verderzetting van de Zweedse coalitie – dus met MR en CDH – onmogelijk wordt. Hier heeft de PS zich onmisbaar gemaakt en net deze twee partijen bevinden zich op ramkoers. De twee partijen staan qua ideologie mijlenver van elkaar, maar er is ook een clash der persoonlijkheden. De Wever kan niet samen door één deur met Di Rupo en vice versa. De rol van Di Rupo leek bij de PS uitgerangeerd, maar de voormalige premier wil maar al te graag opnieuw het voortouw nemen bij de PS. Een samenwerking tussen NVA en een PS geleid door Di Rupo is onwaarschijnlijk, maar een scenario waarin de PS een (andere) premier levert en in concessie een staatshervorming doorvoert, is misschien wel een mogelijkheid. 


Veel zal afhangen met welke partijen de PS in Wallonië in zee gaat. Bijna elke Waalse partij beschouwt NVA als extreem-rechts en weigert om hiermee samen te besturen. Qua ideologie schuift PS nog het dichtst aan bij Ecolo aangezien PTB als te extreem wordt beschouwd door de Waalse socialisten en  regeren met de MR is ondenkbaar aangezien de PS vijf jaar geleden aan de kant werd geschoven door MR. Dan blijft er dus nog Ecolo over als meest logische kandidaat om in een Waalse en federale regering te stappen en net hier knelt het schoentje. Ecolo weigert resoluut om samen te werken met NVA, veel meer nog dan PS. Vanuit Vlaamse zijde moet men dan hopen dat PS aan Waalse zijde samen een regering gaat vormen met CDH in een scenario waar het federaal in de minderheid zit aan Waalse kant en die kans lijkt uiterst klein.  

vrijdag 24 mei 2019

Reisverslag Patagonië - deel 8: Blits Brazilië

Dag 24 – Aan de Braziliaanse zijde 
Brazilië is het derde land dat we op deze reis bezoeken, maar het is dan wel een blitsbezoek aangezien we slechts een halve dag blijven. De formaliteiten verlopen deze keer gelukkig een stuk vlotter aan de grens dan in Chili waardoor de verplichte administratieve rompslomp redelijk snel voorbijgaat. Deze dag begint voor mij meteen met een knaller in formaat aangezien ik deelneem aan een helikoptervlucht over de watervallen van Iguazu. De vlucht zelf duurt slechts tien minuten, maar biedt een ongeëvenaard uitzicht op de magnifieke omgeving van de watervallen en het regenwoud. Het is wat wachten totdat ik aan de beurt ben, maar ik heb wel het geluk om in een kleine helikopter te vliegen waarin slechts vijf personen zitten inclusief piloot. Dat maakt het nemen van foto’s en filmen een stukje gemakkelijker. 


Bij het opstijgen gaat het op één moment er iets spannender aan toe om hoogte te maken, maar over het algemeen is deze vlucht puur relaxen. Bij de vlucht zie ik enkel regenwoud zo ver het oog kan zien en dan is het jammer om te weten dat dit slechts nog een fractie is van wat er pakweg honderd jaar geleden was. Na een paar minuten zitten we bij de echte attractie en dat is uiteraard de Gargante do Diablo. De Duivelskeel ziet er uit de lucht zo mogelijk nog indrukwekkender uit dan wanneer je er vlakbij staat omdat je eveneens ziet hoe groot de Iguazu-rivier eigenlijk wel niet is en hoe ze de watervallen voedt. We cirkelen enkele minuten rond, maar mooie liedjes duren niet lang en helaas voor mij wordt de terugweg naar de landingsplaats veel te snel ingezet. Dit is toch wel één van de gavere dingen die ik op deze reis heb gedaan! 


Vervolgens vertrekken we met de bus richting Braziliaanse zijde waar we een spectaculair uitzicht hebben over de verscheidene watervallen. De meeste watervallen bevinden zich namelijk aan Argentijnse zijde en de dag ervoor ben ik hier doorgewandeld. Maar aangezien je vlakbij deze watervallen staat, heb je geen goed idee over de schaal van deze natuurpracht. Bij Braziliaanse zijde sta je aan de andere kant en dit geeft wel een duidelijk beeld van de enormiteit van deze verzameling watervallen. De meest pittoreske foto’s neem je dus ongetwijfeld aan de Braziliaanse zijde. Dat denken veel mensen want wat was het hier ontzettend druk. Ook zie ik hier een aantal dieren die ik aan Argentijnse zijde niet heb ontmoet zoals enkele kleine aapjes, een heleboel vogels en een moeder Capibara met haar drie jongen. 


De route aan Braziliaanse zijde is relatief kort en kan op een half uurtje gestapt worden. Aangezien er echter zoveel fotogenieke momenten zijn, zal dit in werkelijkheid twee of zelfs drie keer zo lang duren. Op het eindpunt staat er een platform met pier en hier wordt de drukte pas echt zichtbaar. Er is geen vierkante centimeter zichtbaar die niet benut wordt door een toerist. De pier biedt een prachtig uitzicht over de watervallen, maar de drukte is zo onwezenlijk dat ik zelfs geen poging onderneem om er door te wandelen. Bovendien zitten we met een krap tijdsschema aangezien in de namiddag de vlucht terug naar Buenos Aires is gepland. 


In de namiddag rijden we terug naar de Argentijnse luchthaven van Iguazu wat eigenlijk niet meer is dan een omgeturnde hangar. De luchthaven is veel te klein en de tropische temperaturen maken het wachten ook niet aangenamer. Wanneer we eindelijk het vliegtuig kunnen nemen, is dat geen moment te vroeg. De reis zit er nu eigenlijk zo goed als op en ’s avonds gaat het volledige reisgezelschap nog één keer samen uit eten om het einde te beklinken van een toch wel fantastische reis.  


Dag 25 en 26 – Italiaanse perikelen
De laatste twee dagen van deze reis moet je er eigenlijk niet bijtellen aangezien deze in het teken staan van de vlucht naar huis. In de voormiddag is het wat uitslapen, ontbijten en alles terug inpakken zodat we in de vroege middag naar de luchthaven kunnen vertrekken. Nu is het mijmeren wat eigenlijk het mooiste deel van deze reis was: de ongerepte ijsgletsjer van El Calafate, de prachtige wandelingen in El Chalten, de fantastische natuurpracht van Torres del Paine of de imponerende watervallen van Iguazu. Het is moeilijk om hier uit te kiezen. Er zit natuurlijk veel pendeltijd tussen met redelijk wat busritten en vluchten, maar deze reis is een aaneenschakeling van hoogtepunten op het vlak van natuur. 


Realiteit klopt echter op de voordeur en in de luchthaven kijkt niemand uit naar de vlucht met de toestellen van Alitalia. Het is namelijk hetzelfde vliegtuig als vorige keer waar de stoelen zo waren ontworpen dat je er geradbraakt en met krampen uitkruipt na een lange vlucht van zo’n dertien à veertien uur. De terugvlucht is gelukkig een stukje korter dan de heenvlucht, maar het is nog altijd een halve marteling om meer dan een half etmaal in deze zetels te zitten. Twee reisgenoten zagen helemaal op tegen deze beproeving en hadden zelfs een upgrade geboekt naar een hogere klasse wat hen enkele honderden euro’s per persoon extra kostte. Het is misschien een potentieel business model voor Alitalia… De tussenstop in Rome gaat relatief vlot en de laatste vlucht richting Amsterdam is gelukkig in een normaal toestel. Zondagmiddag land ik op Schiphol en zet ik voor het eerst in 2019 voet op Europese bodem. Eén ding weet ik dan al: hier kom ik ooit terug!  


woensdag 22 mei 2019

Reisverslag Patagonië - deel 7: Waterland

Dag 21 – Een stukje Japan in Argentinië
Het laatste deel van deze reis brengt ons naar de imposante watervallen van Iguazu, maar voor het zover is, maken we nog een noodzakelijke tussenstop in Buenos Aires. Er is namelijk geen rechtstreekse verbinding tussen Ushuaia en de watervallen en om het helse reisritme wat te temperen, is een verpozing in Buenos Aires leuk meegenomen. Of dat is althans de algemene gedachtengang, maar dat sentiment wordt niet door mij gedeeld. De eerste drie dagen in Buenos Aires had ik namelijk alles al gezien wat ik wilde zien en daardoor blijven de minder bekende trekpleisters nu voor mij over. Aangezien ik de stadsarchitectuur en monumenten grotendeels had gezien, kies ik nu voor een streepje groen: de Japanse tuin. 


Op de reis was het tot dusver eigenlijk nog goed meegevallen qua regen – of beter het gebrek eraan – maar op deze ochtend zijn de weergoden wakker geschoten en valt de regen met bakken naar beneden uit de hemel. Het weerhoudt me er niet van om te voet naar de Japanse tuin te gaan, maar de wandeling van vijf kilometer wordt halverwege onderbroken bij een Starbucks om een regenpauze in te lassen. Na een half uurtje te drogen, stap ik terug de regenval in die gelukkig wat geminderd is. Door het regenachtige weer zijn er wel erg weinig bezoekers bij de Japane tuin. 


Ik heb al eerder de Japanse tuin in Hasselt een aantal keer bezocht en de Argentijnse variant gaf me een behoorlijk groot déjà-vu gehalte want alle Japanse tuinen volgen min of meer dezelfde regels. Water heeft namelijk een centrale rol in deze tuinen en je vindt geheid ergens wel een klein watervalletje met een aantal bruggen. Een Japanse tuin is meestal ook zo vormgegeven dat je niet de hele tuin in één oogopslag kan waarnemen. Ook bij de Japanse tuin in Buenos Aires is dit allemaal wel het geval. Het ziet er allemaal mooi uit, maar het mist wat mij betreft wel een stukje ziel. Het is een beetje te klinisch en onpersoonlijk. Bovendien is deze Japanse tuin wel erg klein en ik heb er een uurtje in gedwaald en dat met een ontzettend traag tempo. 


In de terugweg naar het hotel beland ik bij de Avenida San Martin wat één van de hoofdstraten is van Buenos Aires. Hier vind je verschillende pleintjes die genoemd zijn naar landen waaronder Plaza Belgica en zie je sommige van de meer indrukwekkende gebouwen van de stad der gunstige winden. Het beroemdste gebouw is zonder twijfel Teatro Colon wat één van de indrukwekkendste operagebouwen ter wereld is. Een rondleiding was niet meteen een optie en daarom kon ik het gebouw enkel van buiten bewonderen. De klassieke architectuur van het gebouw leidt onder de ouderdom van het gebouw dat de tand des tijds begint te voelen. De echte pracht en praal van Teatro Colon zit dus binnen, maar dat was dus deze keer niet voor mijn ogen bedoeld. In de namiddag kuier ik langzaam naar het hotel. 


Dag 22 – Uitstel is geen afstel
De watervallen van Iguazu zijn een hoogtepunt voor veel deelnemers van deze Djoser-reis en ik moet wel stiekem bekennen dat hun enthousiasme aanstekelijk werkt. De watervallen van Iguazu zijn namelijk uniek in hun soort. Deze watervallen bevinden zich in een drielandenpunt tussen Argentinië, Brazilië en Paraguay en zijn 2,7 km breed en kunnen tot tachtig meter naar beneden gaan. Daarmee zijn deze watervallen niet de grootste ter wereld, maar wel de breedste en bovendien bevinden deze watervallen zich in een tropisch regenwoud waardoor er een groot contrast te zien is met de natuur van Patagonië. Wie zou hier dus niet enthousiast van worden? 


Argentijnse luchtvaartmaatschappijen misschien, want tijdens de ochtend krijgen we plots te horen dat onze vlucht is geannuleerd en het merendeel van de reizigersgroep moet een vlucht nemen om 14u00. Dat betekent dus de bagage gaan ophalen, opnieuw inchecken en terug door de security check. Op de luchthaven zelf dood ik de tijd door een kopje koffie te nemen. Na een paar uur extra wachten, komen we uiteindelijk in de luchthaven van Iguazu aan en meteen valt de drukkende warmte op. Een broeierige wind verraadt onmiddellijk dat het hier een stuk warmer is dan Patagonië. Als er dan een bui valt, geldt dit eerder als een verkwikkende douche dan een onwelgekomen regenpartij. 


Door de late vlucht komen we pas rond 17u aan bij het hotel, maar wat is dit een imposant complex. Het hotel bestaat eigenlijk uit verschillende gebouwen die nog het meest gelijken op hacienda’s en één hotelkamer is zo groot als een klein appartement. Bovendien is het hotel uitgerust met een klein zwembad dat gretig in gebruik wordt genomen na deze turbulente dag. Kers op de taart is dat het hotel eveneens is voorzien met een klein dierenpark waaronder een aquarium, een vlindertuin en verscheidene dieren waaronder een metersgrote alligator die helaas opgesloten zit in een veel te kleine ruimte. Dit biedt voor mij ’s avonds een mooie gelegenheid om mijn vaardigheden als beginnende fotograaf verder in te oefenen. De vlinders zijn namelijk een mooie opportuniteit om macrofoto’s te nemen. 


Bij het avondeten maken we andermaal kennis met de grilligheid van de Argentijnse piloten, want plots horen we dat alle Argentijnse piloten op binnenlandse vluchten twee dagen gaan staken omdat ze willen vermijden dat hun beroep wordt opengesteld voor buitenlandse piloten. Dit impliceert dat dag 24 grotendeels in rook zou opgaan in een busreis terug naar Buenos Aires en dat maakt een groot deel van de groep vrij zenuwachtig. Maar gelukkig wordt de soep nooit zo warm gegeten als ze wordt opgediend. 


Dag 23 – De Argentijnse zijde van de watervallen
Bij het krieken van de dag blijkt namelijk dat de stakingsaanzegging van de Argentijnse piloten is weg onderhandeld waardoor iedereen terug over een gerust gemoed beschikt voor de rest van de reis. De bustocht naar het nationale park aan Argentijnse zijde verloopt vrij vlot, maar er staan wel enorm veel mensen aan te schuiven. De watervallen vormen een natuurlijke grens en vandaag zien we de Argentijnse zijde. Hier bevindt zich het leeuwendeel van het overgebleven regenwoud en vind je ook Gargante do Diablo terug (Duivelskeel in het Nederlands). Dit is het punt waar negen grote watervallen samenkomen op één punt en als de attractiepleister van de watervallen wordt beschouwd. De Braziliaanse zijde biedt dan weer een mooier overzicht en panorama van de verscheidene watervallen, maar dit is gereserveerd voor de dag erna. 


Bij het nationale park is er een klein bezoekerscentrum waar info wordt gegeven over deze plek en de historiek. Je leert over de eerste westerlingen die trachtten om indianen te bekeren tot het christendom en ook over de droogte die hier soms kan heersen. De Iguazu-rivier wordt namelijk gevoed door regenwater en bij een lange droogte kan de rivier verdwijnen waardoor er logischerwijze ook geen watervallen te zien zijn. Daarna wachten we op een treintje dat een ecologisch antwoord biedt op het vervoer tussen verschillende plekken in dit park. Onderweg zien we enkele vogels waaronder enkele exemplaren die zo goed verstopt zijn dat ik ze zelfs niet kan zien als ik er bijna letterlijk naast sta. 


Eén zekerheid heb je op deze plek wel: je wordt gegarandeerd nat. En dat is zeker het geval bij een boottocht met een speedboot die met een denderend ritme langs en zelfs door de watervallen vaart. Bij deze tocht varen we langs enkele watervallen die niet heel erg breed of hoog zijn, maar zelfs dan merk je hoe krachtig het bovenliggende water naar beneden valt. Er is een imposant gordijn van nevel, maar ook het oorverdovende gekletter van het neervallende water. Dat weerhoudt men er niet van om de boten zelfs rakelings door de watervallen te varen en doet je zo in Bobbejaanland wanen! 


De rest van de namiddag is weggelegd voor een bezoek aan de verscheidene watervallen langs een houten wandelpad en als pièce de résistance de Gargante do Diablo. De watervallen zijn stuk voor stuk zo indrukwekkend dat ik die dag honderden foto’s heb genomen. Elke keer is er wel weer een gelegenheid om een mooie foto te nemen. Soms zie ik een regenboog, daarna zelfs een dubbele regenboog of beland ik bij een platform waar je een prachtig 360 graden beeld hebt over de rivier en een aantal watervallen. Het weer begint op dit punt wat wisselvallig te worden met wat regen, maar dat mag de pret niet drukken. Het laatste bezoek van de dag is dus aan Gargante do Diablo, maar dat was voor mij een (heel) kleine anti-climax. De plek zelf is meer dan indrukwekkend met een ongelofelijk zicht op de negen hoge watervallen, maar het is er ook zo druk dat het ten koste gaat van de ervaring. Iedereen duwt iedereen weg voor die ene spectaculaire foto of wil de perfecte selfie nemen wat in deze omstandigheden een quasi onmogelijke opgave is. Toch kan ik desondanks de situatie genieten van dit indrukwekkende zicht en is deze dag uitgegroeid tot één van de mooiste dagen van de gehele reis. 


donderdag 16 mei 2019

Reisverslag Patagonië - deel 6: Vuurland

Dag 17 - Terug naar Argentinië
Het verblijf in Torres del Paine was veel te kort, maar het reisschema heeft nog een boel andere trekpleisters op de agenda staan en dan zit lanterfanten er niet bij in. Dit betekent dat we 's ochtends vertrekken en pas 's avonds om zes uur terug in El Calafate aankomen. Van hier vertrekt namelijk de volgende dag de vlucht naar Ushuaia, de zuidelijkste stad ter wereld. Dit is alweer een volledige dag in de bus zitten, maar met het geweldige landschap van Torres del Paine als metgezel is dit absoluut geen straf.


Je merkt ook dat het park toeristischer begint te worden want Chileense arbeiders zijn druk in de weer om een goed berijdbare weg aan te leggen naar de ingang van het park. Enerzijds is het logisch dat Chili de natuurpracht van Torres del Paine wil uitspelen om het lokale toerisme te ondersteunen, maar anderzijds vrees ik dat de authenticiteit van het park wat verloren gaat als het massatoerisme echt op gang komt. 

Dag 18 - Ushuaia
's Ochtends nemen we het vliegtuig voor een vlucht van anderhalf uur naar Ushuaia. Deze stad ligt niet helemaal onderaan de Argentijnse tip, maar geldt wel als de zuidelijkste stad ter wereld. Dat we dichter bij Antarctica en de zee komen, wordt al snel duidelijk als we uit de luchthaven stappen want het waait hier behoorlijk hard. Ik ben wel al wat gewoon geworden op de Patagonische bergen, maar Ushuaia ligt aan zee waardoor er hier continu een stevige, snijdende bries waait. De Costa del Sol is dit niet, zoveel is duidelijk.

Op een reis naar Argentinië mag Ushuaia natuurlijk niet op het appel ontbreken, want deze stad straalt avontuurlijkheid uit en het is altijd leuk om te vertellen tegen vrienden dat je naar het zuidelijkste plekje van de bewoonde wereld bent gegaan. Helaas is de waarheid dat Ushuaia een vrij saaie stad is waar niet zo gek veel te zien is. De straten gaan behoorlijk steil naar omhoog, in het centrum is er amper iets te zien en er heerst dikwijls guur weer. Mijn eerste stopplek was vanzelfsprekend de haven waar verschillende schepen aanmeren waaronder de cruiseschepen die naar Antarctica varen. Voor mij alleszins een leuk vooruitzicht naar januari 2020 wanneer ik in ditzelfde Ushuaia naar Antarctica vertrek. Er is uiteraard het gekende bord waarop 'Fin del Mundo' prijkt, maar voor de rest is dit een vrij saaie bedoening.  


Op deze regenachtige dag is het enige alternatief de beroemde ex-gevangenis dat eigenlijk onderdak biedt aan vijf verschillende museumgedeeltes. Het museum herbergt namelijk een stevige component van maritieme zaken, uiteraard de gevangenis zelf, maar biedt ook uitleg over de oorspronkelijke, inheemse bevolking, de lokale wilde dieren en de eerste ijsvaarders naar Antarctica waarin een belangrijke rol is weggelegd voor de Belgica. Het is leuk om de twee verschillende vleugels te bezoeken waar elk een cellencomplex is gehuisvest. Het geeft een goed beeld van hoe het gevangeniswezen hier zoveel jaren geleden aan toeging. Er is ook een heleboel informatie, zoveel zelfs dat het simpelweg veel te veel is om allemaal te lezen. Mocht je interesse verliezen in de gevangenis zelf, zijn er gelukkig nog genoeg andere onderdelen om je bezig te houden zoals de maquettes van schepen of info over zeedieren zoals pinguïns en dolfijnen. Het museum is in ieder geval goed genoeg gevuld om je een half dagje zoet te houden.


Fotografie is door mijn reis met de Trans-siberische Express uitgegroeid tot een hobby en in de namiddag besluit ik om Ushuaia op gevoelige plaat vast te leggen gewapend met mijn fototoestel. Helaas zijn er niet veel geschikte onderwerpen, want Ushuaia is als stad eigenlijk gegroeid uit een voormalig strafkamp en deze troosteloze sfeer straalt de stad nog steeds uit in haar stijl en architectuur die weinig tot de verbeelding spreken. De haven biedt enkele mooie plaatjes met imposante cruiseschepen, maar het centrum van Ushuaia weet enkel uit te blinken in saaiheid. Dan maar terug naar het hotel voor een lange leesavond!


Dag 19 - Door het Beaglekanaal
Toen Charles Darwin zoveel jaren geleden werkte aan zijn beroemde evolutietheorie voer hij mee met de HMS Beagle dat in de zeestraat nabij Ushuaia onderzoek kwam uitvoeren. Ter ere hiervan is deze engte genoemd naar het gelijknamige schip. Het Beaglekanaal vormt de natuurlijke grens tussen Chili en Argentinië en is nooit erg breed. Als je dus een boottochtje maakt op dit kanaal zie je altijd wel land. Vuurland is wellicht nog het meest ongerepte stukje natuur van Argentinië omdat hier weinig mensen komen, hoewel Ushuaia toch ruim 65000 inwoners telt. Je ziet de bergen gestaag vorm krijgen vanaf het water en met de dramatische bewolking die hier dikwijls hangt, zorgt dat wel voor een indrukwekkend beeld.


De hoofdattractie van deze dag is dus een boottocht door het Beaglekanaal dat zo'n 4,5 uur duurt. Het leuke nieuws is dat we een VIP-behandeling krijgen en het bovenste dek is gereserveerd voor Djoser. Plek komen we dus zeker niet te kort, maar als de boot van wal is, komen de andere toeristen automatisch naar boven omdat dit nu eenmaal het beste zicht geeft over de spectaculaire omgeving. Het boottochtje zelf biedt weinig animo en verloopt op een gezapig tempo. Het zijn echter de verschillende tussenstops die deze boottocht de moeite waard maken.


Er zijn namelijk verschillende rotsen waar zeeleeuwen en aalscholvers verblijven en dat is een goede gelegenheid om de lokale fauna te fotograferen. We houden ook halte bij de vuurtoren van Les Eclaireurs waar ik - naar mijn bescheiden mening - de mooiste foto neem van de hele reis. Het hoogtepunt van de boottocht is het bezoek aan een pinguïnkolonie waar verscheidene pinguïns verblijven: de Maegelhaenpinguïns die ik al eerder heb gezien in Punta Tombo, de Ezelspinguïns en de grotere Koningspinguïns die iets meer landinwaarts verblijven. Hier wordt uitgebreid de tijd genomen om onze gevederde vrienden te fotograferen en de boten komen angstwekkend dicht bij de kustlijn. Daarna gaat het terug richting Ushuaia, maar rond de boot is er voldoende te zien zoals een heleboel zeevogels en hier en daar een verdwaalde dolfijn. Walvissen zijn er in de periode van januari echter niet te spotten.


In de namiddag is er nog voldoende tijd om iets anders te doen, maar ik word helaas opnieuw geconfronteerd met de saaiheid van Ushuaia. Ik ga dan maar op zoek naar een restaurant om iets te eten, maar dat was op een zondag klaarblijkelijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. In de winkelstraat van Ushuaia is er gelukkig nog wel leven te bespeuren en kom ik zelfs onverwachts een Hard Rock Cafe tegen. Groot is het niet, want het souvenirwinkeltje is in ieder geval kleiner dan mijn woonkamer. Voor de tweede avond op rij begin ik dan maar aan een lange leesavond.


Dag 20 - Vuurpark
In tegenstelling tot de vorige twee dagen is deze dag wel heel erg goed gevuld, want we maken namelijk een wandeling door Tierra del Fuego en moeten in de namiddag bovendien nog de vlucht nemen van Ushuaia naar Buenos Aires. Om de verwarring compleet te maken, heet deze regio Tierra del Fuego (Vuurland), maar is er vlakbij Ushuaia ook een nationaal park dat... Tierra del Fuego heet. Hier is ook 's werelds zuidelijkst gelegen postkantoor en ook al is het een toeristenval, voor een klein bedrag krijg je een stempel in je paspoort een mooi bewijs dat je naar het uiterste zuiden van deze aardbol bent geweest. Tierra del Fuego is een mooi park met de gekende ingrediënten zoals een heerlijk blauw meer, enkele mooie beklimmingen en natuurlijk heel veel bos. De afgelopen weken zijn we echter veranderd tot verwende nesten op dit vlak en dit alles hebben we eigenlijk al eerder gezien.


Er is echter ook een tweede wandeling en die weet zich gelukkig wel van de rest te onderscheiden. Hier komen we namelijk in de natuur die eigen is aan deze streek met bomen en planten die enkel hier groeien. Af en toe worden we ook geconfronteerd met de ijverige inzet van een kolonie bevers. Tientallen jaren geleden zijn hier namelijk bevers uitgezet en sindsdien heeft deze populatie zich goed vermenigvuldigd en dat resulteert in een aantal spectaculaire beverdammen die wel ten koste gaan van enkele bomen. Het mooiste stukje vind ik echter een bos waar de bomen begroeid zijn met mos en dat zorgt wel voor een uniek beeld op deze reis. Deze wandeling van ongeveer drie kilometer wordt iets na de middag afgesloten, want daarna moeten we nog vlug iets eten en we hebben niet veel tijd om onze vlucht naar Buenos Aires te halen. 


Ik heb amper tijd om iets te eten aangezien het in de lokale cafetaria rond de middag erg druk is en de bus staat al paraat om ons naar de luchthaven te brengen. Dat is best wel jammer, want het park heeft volgens mij nog andere verborgen parels die we niet hebben kunnen zien omwille van tijdgebrek. Wat mij betreft, had het bezoek aan dit park een dag eerder mogen plaatsvinden zodat je de gehele dag de tijd had om hier te wandelen. Nu is een blitzbezoek geworden met enkele mooie momenten. In de namiddag vertrekt dan de vlucht naar Buenos Aires die ruim 3,5 uur duurt. Mocht je het nog niet weten: Argentinië is het achtste grootste land ter wereld.


zondag 5 mei 2019

Reisverslag Patagonië - deel 5: Gejaagd door de gids

Dag 14 - Gletsjertrekking
Francisco Moreno heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van Argentinië en veel betwiste grensgebieden (met Chili) heeft Moreno als pionier "ontdekt" waardoor deze gebieden in Argentijnse handen kwamen. Dit leverde Moreno de geuzennaam Perito op wat expert of specialist betekent. Als dankbetuiging kreeg Moreno een hele lap grond die hij terstond terug afstond aan de Argentijnse staat met als expliciete voorwaarde dat men er nationale parken van maakt. Zo is Perito Moreno een belangrijk figuur in de ontwikkeling van Patagonië en is het geen wonder dat veel dingen naar hem vernoemd zijn. De beroemdste is allicht de Perito Moreno gletsjer in El Calafate wat één van de beroemdste gletsjers ter wereld is. 


De landtong van deze gletsjer is vijf kilometer breed en daarom goed zichtbaar voor iedereen. Deze gletsjer ziet er adembenemend uit en weet vooral te imponeren door het continue gekraak van het zettende ijs. Het ijs is namelijk permanent in beweging waardoor je in de verte gekraak hoort alsof er bouwwerken bezig zijn in je buurt. Af en toe valt er een (kleine) ijsschots naar beneden en dat onderscheidt deze gletsjer van vele andere. Bovendien is de Perito Moreno gletsjer één van de weinige gletsjers die nog groeit in deze tijden van klimaatopwarming. Hoewel het bezichtigen van deze gletsjer een absolute must is, is het echte kroonjuweel van deze dag een mini ijstrekking over deze gletsjer. 


Er is elk half uur een trekking over deze gletsjer die ongeveer anderhalf uur duurt. Het wordt correct een "mini" trekking genoemd omdat de ervaring uiteraard niet kan tippen aan een volwaardige gletsjertrekking. Je dient wel klimijzers aan te doen, maar de gletsjer is relatief vlot bewandelbaar, hoewel er sommige steile hellingen zijn. Samen met een gids ziet een groep van ongeveer twintig personen de mooiste plekjes van deze gletsjer en dat is toch van een geheel andere orde dan wanneer je de gletsjer vanop afstand ziet. Denk maar aan kleine bevroren plassen op de gletsjer zelf die de betekenis "ijsblauw" een nieuwe definitie geven of de verraderlijke spelonken die af en toe onverwachts opduiken. De tocht wordt afgesloten met whiskey, uiteraard on the rocks. De tocht is veel te kort, maar wel een onvergetelijke belevenis! De zin om een volwaardige gletsjertocht te doen is in ieder geval spectaculair toegenomen bij mij. 


Dag 15 - Gejaagd door de gids
Op dag vijftien verlaten we Argentinië en steken we de grens over met Chili. In Chili wacht er op ons één van de mooiste parken ter wereld, Torres del Paine. Dit is een relatief jong laaggebergte dat is gezegend met een ongeëvenaarde pracht van landschappen zoals de de drie granieten pieken van Torres del Paine zelf of het schitterende blauwe uitzicht van meren zoals het Pehoé-meer. Deze unieke kleur van blauw komt door de hoge pH-waarde van de meren in dit nationale park waardoor ze over een diepblauwe kleur beschikken die iedereen indrukwekkend vindt. Op deze reis is het een constante om van het ene imposante moment naar het andere te wandelen, maar iedere keer weet de natuur in Patagonië iedereen met verstomming te slaan. 


Torres del Paine laat zich ongeveer vertalen als "Torens van Paine" en paine betekent in de lokale taal Tehuelche blauw (hoewel dit niet helemaal hetzelfde is). Deze drie torens zijn granieten pieken die over het landschap waken en voor het eerst bekendheid genoten wanneer schrijfster Florence Dixie ze omschreef als "Cleopatra's naalden", vermoedelijk omdat deze drie pieken een onbeschrijfelijke schoonheid uitstraalden voor Dixie (en mij). 


Onze Chileense gids Simon vertelt uitbundig over de schoonheid van Torres del Paine en hoe de granieten pieken en meren hun schoonheid hebben verkregen in een proces dat miljoenen jaren duurt. Helaas bleek de grensovergang een stuk langer te duren dan geanticipeerd en Simon moet om zes uur 's avonds een bus halen en dat laat hij ook duidelijk blijken. De tijdsdruk die hij ondervindt wordt overgeheveld op de groep en dat doet toch wat afbreuk aan de ervaring. Bovendien voelt deze dag redelijk toeristisch aan omdat je met de bus naar de verschillende trekpleisters van Torres del Paine wordt gebracht, je een beetje tijd krijgt om het te bezichtigen en daarna terug de bus wordt ingejaagd voor de volgende toeristische trekpleister. Reizen is voor mij een gevoel van relaxen, genieten en onderdompelen van wat de natuur te bieden heeft. Dat is hier helaas niet mogelijk. Het staat in ieder geval vast dat ik ooit naar Torres del Paine terugkom voor een trekking met rugzak om dit magnifieke gebied op een rustigere en uitgebreidere manier te verkennen. 


Trekpleisters zijn er genoeg in Torres del Paine en het is haast onmogelijk om een slechte foto te nemen. Er zijn de azuurblauwe meren, maar ook een spectaculaire waterval en een wandeling met een fantastische blik op de drie beroemde pieken. De gestresseerde Simon trekt er echter een sprintje uit omdat hij zijn bus moet halen en een deel van de groep moet afhaken op de mooiste wandeling van de dag. Op de terugweg zien we een heleboel guanaco's die totaal niet schuw zijn en zich op amper een paar meters afstand van mensen bevinden. Een beter uitzicht op deze kameelachtigen zal ik nooit meer krijgen. 


Dag 16 - Het meer en gletsjer van Grey
De Patagonische ijsvlakte is na Antarctica de grootste ijsvlakte ter wereld en het is dus geen wonder dat we na de Perito Moreno gletsjer nabij El Calafate een gelijkaardige gletsjer aantreffen in Torres del Paine. Bij het meer van Grey is er namelijk de gelijkaardige gletsjer die weliswaar een stuk minder beroemd is dan zijn Argentijnse confrater. De gletsjer van Grey beschikt niet over een landtong, maar je kan er wel naartoe varen en ziet er vanop afstand even indrukwekkend uit als de andere gletsjers op de Patagonische ijsvlakte. Ik zie deze gletsjer bij mijn tweede wandeling van de dag in de namiddag, want eerst staat er een andere wandeling op het programma. 


Wandeling is wellicht een bagatelliserende benaming voor een stevige klim van ruim achthonderd meter naar één van de lokale toppen. De helderblauwe hemel van de dag ervoor heeft plaats gemaakt voor een druk bevolkt wolkendek dat elk moment dreigt om te slaan in hevige regen. In Patagonië is een heldere hemel een zeldzaamheid die je moet koesteren en dat ervaren we op deze dag. De foto's van deze dag mogen dan misschien wat minder frivool ogen, maar anderzijds hebben we geen druppel regen gevoeld. 


Ik doe er ruim twee uur over om boven te geraken met vele tussenstops, maar ik word onderweg al beloond met een mooi uitzicht op de aanpalende vallei, meren en toppen. De route is goed bewandelbaar, hoewel er stukken bijzitten die soms toch redelijk nauw zijn. Dat is echter helemaal vergeten wanneer ik bovenaan ben en getrakteerd word op het mooiste uitzicht van de laatste dagen. De Patagonische winden tekenen echter ook present en ik verstop me achter een rots waar twee van mijn reisgenoten al eerder hebben plaatsgenomen. Je bent een opportunist of niet... 


De daling naar beneden verloopt vrij vlot en op een uurtje bevind ik me aan de voet van deze top. De tweede wandeling is naar een schiereiland in de buurt van het meer van Grey waar je in de verte dus de gletsjer ziet. De bewegwijzering laat echter te wensen over en ik maak een flinke omweg terwijl ik eigenlijk over een keienstrand had moeten wandelen. Daarna gaat het weer terug omhoog met af en toe enkele panoramische punten waar men een breed overzicht heeft van de hele omgeving. Na al die pracht en praal van de afgelopen dagen en het iets mindere weer, valt deze wandeling toch een klein beetje tegen en om drie uur maak ik rechtsomkeert om terug te gaan naar het lokale hotel. Dit is een prachtig hotel met fantastisch overzicht van het meer, gletsjer en de naburige toppen. Dat reflecteert zich ook in de prijs van één overnachting: 250 euro!