zaterdag 14 december 2019

Sportimonium en museum De Reede

Een maandje geleden heb ik op de Antwerpse boekenbeurs een Museumpas gekocht en met het steeds slechter wordende herfstweer heb ik onlangs van de pas gebruik gemaakt om twee musea te bezoeken. Een week geleden was dat Sportimonium in Zemst en onlangs het Antwerpse museum De Reede. Hier blijkt dat het ene museumbezoekje het andere niet is...

Sportimonium
Sportimonium is een klein museum dat onderdeel is van het recreatiedomein De Plage dat eveneens een strand en een grote zwemplas bevat. Sportimonium is door de IOC erkend als sportmuseum en is in België daarmee enig in zijn soort. De locatie doet alleszins anders vermoeden want de permanente collectie is tentoongesteld in de voormalige kleedkamers van het recreatiedomein. Daarnaast is er ook nog een interactief gedeelte waar bezoekers zelf aan de slag kunnen met bijvoorbeeld volksspelen en andere activiteiten. 


De permanente tentoonstelling is eerder klein en kan je op een klein half uurtje bekijken. De aandachtige bezoeker doet er een uur over, maar houdt het daarna ook wel voor bekeken. Deze collectie vertelt het verhaal van het ontstaan van spel en sport en elke grote sport wordt kort besproken met meestal enkele historische attributen. Een tijdsas is het beginpunt van het museum en illustreert op gedetailleerde wijze de ontstaansgeschiedenis van spel en sport en start enkele duizenden jaren voor de start van onze tijdsrekening en eindigt met de sport van vandaag. De tijdsas loopt over vele meters aan de weerszijden van twee muren en is wel erg lang om uit te lezen.


Daarna kom je in de kleedkamers en hier wordt veel aandacht gespendeerd aan de grote Europese sporten zoals voetbal, wielrennen, zwemmen, tennis, atletiek en vele anderen. Bij elke sport wordt uitgelegd hoe die is ontstaan en zie je ook enkele historische attributen. Er wordt ook stilgestaan bij de volkse aard van sommige sporten en zo leer je dat bowling ontstaan is uit de volkssport beugelen. De structuur van de tentoonstelling is willekeurig opgebouwd en een thematische opbouw moet je dus niet zoeken.


De collectie is eerder statisch, maar af en toe vind je ook interactieve elementen in de tentoonstellingen. Zo zijn er sporadisch beeldfragmenten te zien van een aantal sporten en vind je ook geluidsfragmenten zoals een interview met Raymond Ceulemans die op zijn 31ste zowat alles gewonnen heeft wat er te winnen valt in het biljartwereldje. Het fleurt Sportimonium een beetje op, maar helaas niet veel. De algemene teneur is dat Sportimonium toch wel wat klein is en (een tikkeltje) saai.


Voor gezinnen met kinderen of wat actievere uitstappen is er dus naast de permanente collectie een vleugel waar je zelf sporten kan beoefenen. Aangezien ik alleen was, heb ik me hier niet aan gewaagd. Het viel me trouwens ook op dat ik op een regenachtige zondag de enige bezoeker was in Sportimonium. Een populair museum is dit dus allerminst en ik kan de afwezigen helaas geen ongelijk geven...

Museum De Reede
Het tweede museumbezoek brengt me naar Antwerpen waar vlakbij het MAS één van Antwerpens jongste musea is gevestigd: museum De Reede. De Nederlandse kunstverzamelaar Harry Rutten kocht jaren aan een stuk lukraak grafische beeldende kunst met schetsen, etsen, prenten, lithografieën en gravures. Dit leverde een imponerende collectie op die uiteindelijk leidde tot de geboorte van dit museum in 2017.


Net als Sportimonium is museum De Reede een kleinschalig museum, maar weet het wel indruk te maken met een mooie, moderne afwerking in het historisch centrum van Antwerpen aan de kaaien. De tijdelijke collectie bevindt zich op het gelijkvloers en wordt om de vier maanden vernieuwd. Tot vorige maand stonden hier schetsen van Picasso, maar toen ik het museum bezocht, werd dit helaas vervangen door het werk van drie Italiaanse cartoonisten. De begeleidende brochure doet dienst als gids en vertelt op een bondige manier de biografie van deze drie cartoonisten en vertelt ook meer over hun werk dat wordt tentoongesteld. Leuk om even te bekijken, maar het echte werk staat toch één verdieping hoger.


Hier vind je namelijk de permanente collectie die in het teken staat van beeldende grafische kunst van drie artiesten: Edvard Munch, Francisco Goya en de Belg Félicien Rops. Het werk van Goya vormt de hoofdmoot van het museum met tientallen gravures die in een viertal thema's zijn gebundeld. Eéntje handelt over stierenvechten, terwijl de andere een aanklacht is tegen de kerk en de samenleving. Bij het begin van het bezoek moet je kiezen uit twee brochures die als gids dienen en hier kan je best voor de algemene gids gaan. De gids is weliswaar gedateerd (sommige stukken zijn namelijk vervangen) maar biedt een vrij compleet overzicht van de gehele collectie.


Het loont de moeite om elk werk grondig te bekijken en de gids vertelt op een bondige manier de essentie van elk werk. Kleine poses van de uiteen staande voeten van een dame vertellen een ander verhaal dan de rest van haar afkeurende houding ten opzichte van een geïnteresseerde man die haar behaagt. Het museum is helaas vrij duister waardoor het soms moeilijk is om details op een gravure te ontdekken.


De meest in het oog springende naam is uiteraard die van Edvard Munch die met 'De schreeuw' één van de meest iconische werken uit de (recente) geschiedenis heeft geschilderd. In sommige gravures vind je de dramatische stijl van deze iconische artiest terug. De vrouw is een centraal thema in veel werken van Munch en dat wordt niet altijd flatterend afgebeeld. Nochtans zijn er ook indrukwekkende portretten bij die een stuk alledaagser eruitzien.


De derde artiest die in de kijker staat is de ietwat onbekende Belgische artiest Félicien Rops die net als Goya uit een anti-establishment thema werkt. In zijn etsen vinden we eveneens een aanklacht tegen de clerus en hypocriete samenleving. Zijn werk is het meest controversieel met vrij veel etsen die satan als thema hebben waar vrouwen wellustig deze engel des doods aanbidden. Persoonlijk vond ik deze werken wat minder interessant, maar nog steeds de moeite waard. 

zondag 8 december 2019

Wandelen in Vlaanderen: een rondje in de omgeving van Knokke en het Zwin

Het natuurreservaat het Zwin is beroemd omwille van de vele vogels die er hun verblijfplaats van hebben gemaakt, maar deze plek leent er zich ook uitstekend toe om te wandelen. De omgeving rond Knokke en het Zwin is namelijk verrassend divers en weet in aangename zin te verrassen. De wandeling combineert moeiteloos polders en veldwegen met duinen en strand en gooit er af en toe ook een kleine verrassing bij. Een mooi parcours dus voor elke natuurliefhebber. 


Bezoekerscentrum
Deze wandeling heb ik gevonden op de site van Wikiloc en brengt je naar het bezoekerscentrum van het Zwin. Parkeren is er niet goedkoop en je betaalt maar liefst elf euro voor een dagje parking. Er is een goedkoper alternatief voorzien in de vorm van een busverbinding, maar die is in het weekend niet frequent actief en bovendien moet je de wagen ergens anders parkeren in Knokke en daar is het ook niet goedkoop. 

De wandeling verloopt voor alle duidelijkheid dus niet door het Zwin zelf, maar in de omgeving van het Zwin en Knokke (waar je dwars door Knokke-Zoute loopt). Het parcours begint bij de kleine weg die de auto's gebruiken om toe te komen, maar je nu in omgekeerde richting bewandelt. Bij een eenzame villa gaat het linksaf en word je onmiddellijk op een typisch West-Vlaams landschap begroet: modderige paadjes met enerzijds veel akkers en weilanden en anderzijds dijken. Door de hevige regenval van de afgelopen dagen zijn deze paden slecht bewandelbaar en kost het soms wat moeite om een goede tred te handhaven. 


Monotoon verloop
Qua afstand is deze wandeling ruim achttien kilometer waarbij vooral de laatste kilometers zwaarder zijn dan initieel gedacht omdat je hier voornamelijk door duinen en strand loopt. Voor het zover is, accentueert de eerste helft van de wandeling zich op het landelijke karakter van Knokke. Het parcours bestaat voornamelijk uit veldwegen, trage wegen en kasseiwegen. Dit zijn zaken die je in elke West-Vlaamse gemeente kan verwachten en zijn niet meteen redenen om deze wandeling te ondernemen. 

Knokke weet zich echter een klein beetje te onderscheiden van andere West-Vlaamse gemeentes omdat het één van de duurste gemeentes is in België. Je ziet dus met de regelmaat van de klok een Porsche opduiken en hoeves hier zijn net even iets groter en duurder dan de typische boerderijen die je in de rest van België vindt. De eerste helft van deze wandeling kent dus een eerder monotoon verloop, maar de tweede helft biedt diversiteit in overschot. 


Divers landschap
Ongeveer halfweg beland je in Knokke-Zoute en daarna wordt de wandeling er alleen maar mooier op. Totaal onverwacht is er namelijk een stuk bos dat vele minitoppen herbergt die slechts op enkele meters van elkaar liggen. Het is een abrupt verschil met de veldwegen en akkers die je daarvoor hebt doorkruist. Het bos is niet erg groot, maar gaat wel erg snel op en af waardoor het een leuke afwisseling is met de eerder gedane kilometers. 

De diversiteit in het landschap gooit plots hoge ogen, want er is ook een soort van stuk ven waar verschillende houten paden zijn gemaakt en die je dwars door de prachtige natuur van Knokke brengen. Koolmezen zijn druk in het weer om voedsel te zoeken en je staat er naar te kijken op amper een paar meter afstand. Even later gaat het dan terug richting het Zwin en loop je door weilanden waar schuwe koeien onrustig worden als ze wandelaars zien. 


Hoogtepunt
Wanneer je een wandeling maakt in de buurt van Knokke en het Zwin kom je uiteraard voor de duinen en het strand en het mooiste is voor het laatste bewaard. Het zand van de duinen wordt al muller en dat maakt stappen al wat zwaarder. De glooiingen van het duinenlandschap zijn echter een prachtige locatie om te stappen en het struikgewas biedt nog verrassend veel groen in december. Na de duinen volgt er een heel stuk op het strand van Knokke. 

Op een zachte zaterdag in december is het nog relatief druk en zijn er voldoende wandelaars, joggers en baasjes van honden die genieten van de rust van het strand. Het zand is net een tikkeltje minder mul dan het duinzand, maar wandelen kost toch net iets meer energie dan normaal. De gezonde zeelucht maakt het dat echter helemaal waard. Na de passage op het strand wordt de Noordzee terug ingeruild voor de duinen om zo terug richting het bezoekerscentrum van het Zwin te gaan. 


Conclusie
De eerste helft van deze wandeling laat zich het best omschrijven als een typisch West-Vlaamse polderwandeling en is niet de grootste publiekstrekker van het Zwin. Als je achttien kilometer wat te veel vindt, is het aangeraden om in dit stuk te snoeien in het kilometeraantal. De echte hoogtepunten bevinden zich in de tweede helft van deze wandeling met een kort stukje bos, houten paden door veengebied en uiteraard de duinen en het strand van de Noordzee. 

Deze wandeling heeft misschien niet het spectaculaire karakter van een uitdagende Ardennenwandeling, maar biedt wel evenveel wandel plezier en diversiteit.  



zondag 1 december 2019

Wandelen in Wallonië: het mergelland in Bassenge

In de herfst staat de avontuurlijkheid van mijn wandelingen op een lager pitje, maar dat betekent niet dat er geen mooie wandelingen mogelijk zijn. Integendeel, een gemakkelijkere wandeling zoals het mergelland van Bassenge levert andere plaatjes op en beschikt zelfs over een idyllische schoonheid bij ochtendmist. Daarnaast beschikt het ook over modder, héél erg veel modder. 

Ex-Vlaanderen
Net zoals veel andere wandelingen heb ik de inspiratie voor deze voetentocht gevonden op de website van Originelewandelingen. Bassenge is het startpunt van deze wandeling en behoorde tot 1962 tot Limburg. Bij de toepassing van de taalwetgeving in 1963 is Bassenge verhuisd naar de provincie Luik en kreeg Limburg Voeren in de plaats. Het is dus niet verwonderlijk dat je af en toe stuit op een erg plat Limburgs accent in de dorpskern. 



Bassenge is gelegen in de mergelstreek en deze naam wordt ontleend aan het gelijknamige gesteente dat een mengsel is van kalk en klei. Op deze wandeling kom je na vijf kilometer een actieve groeve tegen waar mergel wordt ontgind en dat is zeker geen alledaags zicht. Daarnaast zijn er ook de beroemde mergelgrotten die in de tweede wereldoorlog veel werden gebruikt om te smokkelen en om kostbare voorwerpen zoals kunst te verstoppen. Het hoofdbestanddeel van deze wandeling zijn echter de uitgestrekte akkers en velden waar boeren ongestoord verder blijven werken. 

Heel erg veel modder
Ik deed deze wandeling op een zonnige zaterdag eind november, maar enkele dagen ervoor had het hevig geregend en dat was te merken. Na de start in de dorpskern van het gehucht Bitsingen gaat het gestaag naar boven en daar floreerden de restanten van de regenval glorieus. De akkers waren getransformeerd tot indrukwekkende modderpoelen waar het soms moeilijk was om een droge zode grond te vinden. 



Op het plateau gaat het gestaag naar boven en beneden en de modderige paden en akkers domineren het uitzicht. Vooral in de ochtend was dit een prachtig zicht met de mist die de weidse akkers op het plateau omringde. Hoewel de akkers na een tijdje wat monotoon kunnen worden, is het wel een mooie afwisseling met andere wandelingen die ik eerder deze zomer heb gedaan. Na vijf kilometer is er dus de indrukwekkende mergelgroeve die zeker en vast een korte stop verdient om bewonderd te worden. 

Kuitenbijter en gevaarlijke afdaling
Ongeveer halfweg de wandeling neemt de wandeling een iets ander karakter aan en net na een spoorwegbrug gaat het plots snel naar boven met een kleine, maar stevige beklimming. Eenmaal boven is er uiteraard opnieuw akkerland, maar zit je ook in het natuurreservaat Coteau du Tunnel, zo toepasselijk genoemd omdat het juist naast een twee kilometer lange spoorwegtunnel is gelegen. Even later kent de wandeling een beetje meer variëteit en loop je een stukje naast de Jeker, maar daarna gaat het weer gestaag naar omhoog om het laatste plateau van de wandeling aan te doen. 



Hier is het iets moeilijker om het juiste pad te vinden aangezien sommige paden niet veel gebruikt worden. In het laatste kwart van de wandeling doorkruiste ik verschillende veldwegen terwijl de boeren druk bezig waren om de vele akkers om te ploegen. Op het einde van de wandeling is er nog een spectaculaire daling die toch voorzichtigheid gebiedt. Op een bepaald moment loop je langs een lange bakstenen muur en wanneer die ophoudt, kom je in een klein stukje bos terecht. Hier gaat het stijl naar beneden, maar vind je amper of geen begaanbare weg en moet je je vastklampen aan takken, bomen en struiken en op het allerlaatste zelfs met handen en voeten. Het is niet de meest gracieuze manier, maar dat is op dat ogenblik wel nodig. 

Conclusie
Het is moeilijk om te ontkennen dat deze wandeling in het mergelland een eerder monotoon karakter kent door de vele akkers en veldwegen, maar dat maakt deze wandeling anderzijds ook uniek in zijn soort en is daarom een dankbaar alternatief als je op zoek bent naar iets anders. De mergelgroeve is een stop waard en deze wandeling kent onverwachts toch een avontuurlijk tintje door de spectaculaire daling op het einde.

De route kan je onder andere terugvinden op Wikiloc. 


woensdag 6 november 2019

Boekenrecensie 'Wild' door Cheryl Strayed

In april trok ik een week door de Schotse hooglanden om de West Highland Way te hiken met rugzak en tent. Een prachtige belevenis omdat ik hier volledig tot rust kon komen en eveneens genoot van de prachtige uitzichten dat het ongerepte Schotland te bieden heeft. Op de laatste dag wachtten we op het vliegtuig en een medereizigster kocht een Engelstalig boek met een gelijkaardig thema: Wild. En dat boek heb ik onlangs gelezen.  

Groot verlies
Wild is een autobiografie van Cheryl Strayed en gaat over haar moeilijke strijd na de dood van haar moeder wanneer die onverwacht komt te overlijden aan kanker op de prille leeftijd van vijfenveertig jaar. Wild is opgedeeld in vijf delen en het eerste deel handelt voornamelijk over de ongemakkelijke jeugd van Cheryl en haar broer en zus. De lezer leert hier dat Cheryl's moeder op jonge leeftijd trouwt na een accident de parcours. Het huwelijk blijkt geen gelukkig huwelijk te zijn, want Cheryl's moeder, Bobbi, wordt regelmatig afgetuigd door haar man. 


Wanneer Cheryl zes jaar is, raapt haar moeder alle moed bijeen en verlaat ze haar man en staat ze alleen in voor de opvoeding van drie kleine kinderen. Al gauw krijgt Cheryl een nieuwe stiefvader met Eddie en het gezin woont in een desolate plek in de bossen van Minnesota zonder elektriciteit of water. Het is geen gemakkelijk leven, maar meteen ook niet ongelukkig. "We aren't poor, because we're rich in love," zegt haar moeder met alle moederlijke liefde van de wereld. Het zwaard van Damocles valt echter abrupt op het gezin wanneer er kanker wordt vastgesteld bij haar moeder. 

Op reis
De moeder van Cheryl is de lijm die het gezin vasthoudt en de steun en toeverlaat van Cheryl, ondanks dat ze op negentienjarige leeftijd is getrouwd met haar jeugdliefde Paul. De diagnose komt staalhard aan bij Cheryl die zich aan haar moeder vastklampt tot ze haar laatste adem uitblaast. Voor Cheryl volgt er een erg moeilijke periode van drie jaar waarin ze ziet hoe het gezin uit elkaar spat en vlucht ze in seksuele escapades en drugsmisbruik. Ze begaat het ene slippertje na het andere, hoewel ze haar man lief heeft. 


Op een dag ziet ze in een klein winkeltje een wandelgids over de Pacific Crest Trail (PCT). Dit is een enorme wandelroute die start aan de Mexicaanse grens en eindigt aan de Canadese grens en de westkust van de VS volgt via California, Oregon en Washington. Ze negeert het boek, maar wanneer ze de reisgids een tweede keer ziet, neemt ze in een bevlieging de meest ambitieuze beslissing van haar leven: 1100 mijl wandelen over de PCT. 

Spirituele reis
Delen twee tot en met vijf vertellen over de avonturen van Cheryl op haar pad en bevat eigenlijk twee thema's. Enerzijds de spirituele en fysieke reis die ze onderneemt bij het wandelen van de PCT, anderzijds werkt het boek met Cheryl's herinneringen om te illustreren wat haar geïnspireerd heeft om dit te doen. Bij een autobiografie is dit een beproefde structuur en het werkt bij Wild op een goede manier. Soms hanteert Strayed metaforen om de transitie te maken van haar leed op de PCT naar haar eigen herinneringen en emoties. Zo is er bijvoorbeeld een nieuwsgierige vos die Cheryl gadeslaat voor haar tent, maar daarna wegrent en ze maakt zo het bruggetje naar de slepende ziekte van haar moeder en hoe ze die beleeft. 


Cheryl heeft ongeveer honderd dagen nodig om de PCT te voltooien, maar de eerste helft van Wild is vooral gewijd aan de eerste weken van deze hachelijke reis. Ze beschrijft hoeveel materiaal ze meeneemt met Monster, haar veel te zwaar geladen backpack. Het is een bekend gevoel voor elke nieuwbakken hiker en is me eerder dit jaar zelf overkomen. Ze is in haar reis op zoek naar eenzaamheid in de overtuiging dat ze spiritueel openbloeit bij deze wandeltocht. De eerste acht dagen ziet Cheryl niemand, maar zijn het vooral de fysieke ongemakken die haar wandelleven beheersen. De opbouw van de circa eerste honderdvijftig pagina's concentreert zich voornamelijk op de reis en voelt daardoor soms wat monotoon aan. 

Persoonlijk kennen
De tweede helft van de boek gaat dieper in op de dingen die ze in haar jeugd beleeft en pas hier krijg je als lezer het gevoel dat je Cheryl echt begint te kennen. Zo wordt er een emotionele scène beschreven waarin Bobbi een paard koopt, hoewel het gezin het financieel niet breed heeft. Het paard is na Bobbi's dood oud en onverzorgd en quasi niemand bekommert zich om deze viervoeter. De schrale staat waarin het paard zich bevindt noopt Cheryl en haar broer Leif tot het doodschieten van het paard. Een beklemmende scène die veel emoties oproept, zeker nu Cheryl als auteur zichzelf meer en meer openstelt in het het boek.


Een ander tragikomische scène die vermeldenswaardig is, is wanneer Cheryl plots één schoen verliest op een top en ze ziet het leer tergend langzaam naar beneden vallen. Uit pure woede werpt ze de tweede schoen achterna en vervolgt ze de wandeling gewapend met duct tape en teenslippers. In de laatste circa honderdvijftig pagina's ervaart de lezer de zaken persoonlijker en daarom wordt Wild een leuker boek om te lezen. 

Conclusie
Wild is een bestseller geworden en het is gemakkelijk te zien waarom: het vertelt een persoonlijk verhaal op een menselijke manier, inclusief de ontberingen en escapades die hiermee gepaard gaan. Het respect voor Cheryl om als zesentwintigjarige vrouw alleen op pad te gaan om 1100 te wandelen wordt er alleen maar groter op. De dood van haar moeder, het rouwproces dat daarop volgt en de wandeling als spirituele reis hebben haar gevormd. Of misschien ook niet. Het is een open conclusie dat illustratief is voor de stijl van het boek. 

Verfilming
Het duurde niet lang vooraleer Hollywood Wild ook heeft ontdekt en in 2014 werd het boek verfilmd met een gelijknamige titel. Hier speelt Reese Witherspoon de hoofdrol van Cheryl. De structuur van de film gebruikt ongeveer dezelfde vorm als het boek, maar laat uiteraard wel personages en ontmoetingen weg. Je kan maar zoveel vertellen in ongeveer twee uur. De cruciale scènes van het boek zitten wel in de film zoals Cheryl's verlies van haar wandelschoen - dit is zelfs de opening van de film - en het doodschieten van het paard. 


Laura Dern speelt in de film de moeder van Cheryl en heeft net zoals Witherspoon een Oscarnominatie in de wacht gesleept voor haar rol. Dern's interacties zijn vooral met Strayed als jong meisje en die rol wordt vertolkt daar Bobbi, haar eigen dochter. De input van Strayed is dus groot en dat komt de kwaliteit van de film alleen maar ten goede. De enige grote kritiek die ik kan uiten, is dat de film door de gehanteerde structuur wel heel erg fragmentarisch aanvoelt door het gebruik van (te) korte flashbacks die het detail van het boek helaas missen.  

dinsdag 5 november 2019

De kroniek van een aangekondigde niks

Vijf maanden later
Honderddrieënzestig dagen. Zolang duurt het ondertussen om een Belgische regering te vormen en de resultaten zijn - zoals verwacht - ontluisterend. Iedereen ligt in de knoop met iedereen en een spelletje zwarte piet doorschuiven, drogredenen voorleggen en zelfs gratuite desinteresse is de rode draad bij het aftasten van mogelijke politieke allianties. Het water is dus heel diep, maar eigenlijk is dat niet meer dan normaal na de politieke patstelling van de verkiezingen in mei. In een vorige blogpost over politiek begon ik de inleiding op een gelijkaardige manier en het ziet er naar uit dat de politieke impasse van 2,5 jaar die een decennium geleden begon, verbroken gaat worden. Na de verkiezingen is er namelijk niks gebeurd: nada, de rien, nogabollen. 


Het duurde meer dan een maand vooraleer NVA en PS een eerste verkennend gesprek hadden. Dit is een geplogendheid die normaal gezien binnen één of twee dagen plaatsvindt. Het illustreert hoe de twee partijen over elkaar denken. Het kabinet van koning Filip stuurde inmiddels al verschillende mensen het veld in om de violen gelijk te stemmen. Didier Reynders en Johan Vande Lanotte werden aangesteld als informateurs, maar keerden telkens onverrichterzake terug naar het paleis. Geert Boureois en Rudy Demotte mochten het vervolgens twee weken proberen als preformateur, maar dat liep ook al op een sisser af. We zitten nu dus al vijf maanden met een demissionaire regering die amper een kwart van alle zetels bekleedt in de kamer. In het land van het surrealisme een doodgewoon gegeven waar geen haan naar kraait. 

Andere prioriteiten
Al snel na de verkiezingsuitslag werd het ook duidelijk dat de partijen hun prioriteiten hebben verlegd van nationaal niveau naar de regio's. Zowel NVA als PS vonden het belangrijker om eerst hun energie te stoppen in de vorming van een regering op regionaal niveau en pas later te kijken naar nationaal niveau. We zien dit ook in de posities die de kopstukken van beide partijen bekleden. In de Vlaamse regering is Jan Jambon aangesteld als eerste minister, Liesbeth Homans is voorzitter van het Vlaams parlement en Zuhal Demir krijgt een belangrijke ministerpost in de vorm van justitie en energie. Enkel Theo Francken blijft het witte konijn in de hoed om bij een eventuele nationale regering een cruciale post op te eisen. 


Ook aan de overkant van de taalgrens zien we dezelfde trend. Elio Di Rupo is niet langer voorzitter van de PS en leidt in Wallonië de regering in een - enigszins verrassende - coalitie met MR en Ecolo. Het voorzittersstokje van de PS werd doorgegeven aan Paul Magnette. Bart De Wever kan niet door één deur met Elio Di Rupo, maar ook met Paul Magnette is er weinig beterschap in zicht. De nieuwbakken voorzitter blaast dan eens warm en even later weer koud. Hij zegt open te staan voor een constructief gesprek, maar roept even later hard dat een nationale regering met NVA opzetten een onmogelijke opgave is. De Vlaams-conservatieven denken uiteraard hetzelfde, maar zijn meer geslepen en zijn minder vocaal in hun opinie. 

Wat nu?
Hopeloos is een situatie zelden, maar het huidige politieke landschap maakt de regeringsvorming extra complex door de toepassing van het principe van de mediaankiezer. In een blog heb ik dit ooit uitgelegd. Snel uitgelegd betekent dit principe dat twee partijen naar elkaar toegroeien om een groter kiezerspubliek aan te spreken. Het is dus geen toeval dat het regeringsprogramma van Jambon I regelrecht uit een folder van Vlaams Belang lijkt weggelopen te zijn. De NVA probeert op deze manier om potentiële kiezers van het Vlaams Belang te paaien en in eigen rangen te houden. 


Over de taalgrens zien we deze trend gebeuren aan de andere kant van het politieke spectrum waar de PS de degens kruist met het extreem-linkse PTB. CD&V durft op haar beurt dan weer niet in een regering stappen zonder NVA omdat ze schrik heeft om hier electoraal voor afgestraft te worden en zodoende wordt de ene partij het dominosteentje van de andere partij. 

Loopgravenoorlog
Wat nu volgt is meer dan waarschijnlijk een politieke loopgravenoorlog. De belangrijkste partijen hebben hun stellingen ingenomen bij de regionale regeringen en kunnen op basis hiervan hun partijprogramma verdedigen en uitvoeren bij hun electoraat. Op nationaal niveau is noch PS, noch NVA betrokken partij en hebben ze dus niks te verliezen. Het kenmerk bij uitstek van een loopgravenoorlog is dat het een uitputtingsslag is waarbij de deelnemende partijen elkaar geen duimbreed toegeven. 


Het is dus met andere woorden wachten op de eerste partij die toegeeft, maar zowel PS als NVA hebben tot dusver weinig redenen om concessies te doen. Het zijn dikwijls externe factoren die de regeringsvorming versnellen. In 2011 was dat onder andere de kredietwaardigheid van België dat steeds verder wegzakte en het duurder maakte om te lenen. Niet ideaal in een economie die zich toen aan het herstellen was van een financiële crisis en een land dat één van de grootste nationale schulden heeft van de gehele Europese Unie. Met een regeringstekort van elf miljard euro die Michel II achterlaat, is het bijna een zekerheid om in 2021 een krantenkop te lezen waarin staat dat Fitch de kredietwaardigheid van België verlaagt. Tenminste als we het geluk hebben dat daar geen economische crisis tussenkomt... 

zondag 27 oktober 2019

Fotomuseum Antwerpen

Expo Stephan Vanfleteren
Het Antwerpse fotomuseum kent geen vaste collectie, maar werkt steeds met tijdelijke expo's. De nieuwste expositie is een collectie van het beste werk van de Belgische fotograaf Stephan Vanfleeteren (°1969). Vanfleteren leerde het vak in de Brusselse kunstschool Sint-Lukas en ging als jonge snaak meteen aan de slaag als freelance persfotograaf bij De Morgen. Zo zag hij talrijke belangrijke gebeurtenissen voor zijn lens plaatsvinden zoals onder andere de aangrijpende genocide in Rwanda. 

Als fotograaf heeft Vanfleteren ook een aantal persoonlijke projecten gedaan die een lichtvoetige toets hebben. Zo heeft hij bijvoorbeeld samen met de Duitse fotograaf Robert Hubert een aantal weken door de VS getoerd, verkleed als Elvis Presley, om de roots van de zanger op gevoelige plaat vast te leggen. Vanfleteren heeft een duidelijke voorkeur voor zwart-wit fotografie en werkt graag met hoge contrasten. Deze stijl hanteert hij voor documentairefoto's en straatfotografie, maar vind je ook terug in talrijke portretten waar hij bekende en onbekende koppen voor zijn toestel haalt. Pas rond 2010 heeft hij de overstap gemaakt van analoge naar digitale fotografie en in deze periode heeft hij ook een huis gekocht in de buurt van Veurne waar hij zelf een kleine studio heeft. Het is dan ook geen verrassing dat veel werk afkomstig is uit deze studio. 


Archief
Een fotograaf die over 33 jaar beeldmateriaal beschikt, heeft uiteraard een immens archief en Vanfleteren is een half jaar lang bezig geweest om het kaf van het koren te scheiden om het beste van zijn werk in deze tentoonstelling te presenteren aan het grote publiek. Al deze foto's vind je op de tweede verdieping en deze collectie bevat honderden foto's waar de gemiddelde bezoeker een uurtje zoet mee is om alles te bekijken. 

Op de vierde verdieping is er één grote zaal die in het teken staat van het materiaal waarmee Vanfleteren gewerkt heeft en werk van andere fotografen die hem hebben geïnspireerd. Voor de meeste museumbezoekers zal dit een stuk minder interessant zijn, maar zelf vond ik het wel leuk om uitvergrote foto's van de expo terug te vinden op de kaften van tijdschriften waarvoor ze oorspronkelijk zijn genomen. 


Diverse stijlen en projecten
Ik ben zelf bezig met fotografie en ik besef hoe moeilijk het is om meerdere fotografiestijlen tot in de puntjes te beheersen. Vanfleteren is duidelijk een talent, want hij heeft er geen moeite mee om zich te bekwamen in meerdere stijlen. In het begin van zijn carrière overheerst zijn werk als persfotograaf en zie je in de expo veel foto's in documentairestijl die hij heeft gemaakt voor De Morgen en later ook andere (buitenlandse) tijdschriften en kranten zoals Der Spiegel en De Volkskrant. 

Hij gebruikt ongeveer dezelfde stijl voor persoonlijke projecten in straatfotografie waar hij het New York van de begin jaren negentig vastlegt. Vanfleteren heeft een voorkeur voor snelle, meer gejaagde fotografie waar hij onderwerpen in beeld brengt die in de marge van de maatschappij leven zoals daklozen, werklozen, zieken en andere sociale paria's. Dit wisselt hij af met andere persoonlijke projecten zoals zijn Elvis-reis door de VS, leeft hij als een halve hobo op goederentreinen, heeft hij veel bunkers gefotografeerd van de Atlantikwall en heeft hij een passie voor bijzondere gevels. Later beschikt Vanfleteren over een eigen studio en het is dan ook geen verrassing dat er veel portretfoto's in zijn oeuvre zitten afkomstig uit deze studio. 


Eigen mening
Hoewel deze tentoonstelling voornamelijk wordt gedomineerd door documentairestijl/straatfotografie en portretfoto's is er genoeg diversiteit te rapen. De meeste foto's zijn zonder meer goed te noemen. De compositie van de foto's is meestal vrij strak, maar soms zijn er wel foto's waar de samenhang zoek is. Qua belichting is Vanfleteren een grootmeester en vooral met wat donkere, onderbelichte foto's weet hij een prachtige sfeer te creëren bij portretfoto's. De foto met Bobbejaan Schoepen in zijn Cadillac is een pareltje van low-key fotografie. Vanfleteren heeft met zijn foto's prijzen gewonnen bij World  Press Photo en deze collectie toont dat dit geen toeval is. 

Ik ben zelf geen fan van portretfoto's, maar ik kan het werk van Vanfleteren in dit genre zeker waarderen. De foto's in zijn eigen studio zijn aangrijpend en zijn fotografiestijl met contrastrijke foto's valt hier zeker in op. Een kleine kanttekening misschien is dat dezelfde gehanteerde stijl misschien wat monotoon wordt. Zijn allerbeste werk vind ik de portretfoto's in Afrika waar hij onbekende Afrikanen voor zijn lens sleept voor erg roerende foto's. Zo is er één foto waar een jonge Afrikaan geen oog heeft en wordt net dit ontbrekende oog als blikvanger gebruikt voor een portretfoto. Het voelt een beetje ongemakkelijk aan en dat was net de bedoeling!

Een minder leuk gedeelte van de tentoonstelling vind ik de foto's die Vanfleteren in zijn studio genomen heeft van dode dieren. Het gaat van een vos tot een bruinvis en het kan me persoonlijk weinig bekoren. Ik zie er weinig artistieke waarde in, maar gelukkig is dit slechts een fractie van de tentoongestelde collectie. 


Besluit
Deze expo bevat het levenswerk van Vanfleteren en is de moeite waard voor wie houdt van aangrijpende foto's in documentairestijl. Het zwaartepunt zit voornamelijk hier en in portretfoto's. Je moet toch wel deze genres waarderen wil je genieten van deze collectie. Sinds zijn overstap naar digitale fotografie en de aankoop van een eigen huis met kleine studio onderneemt Vanfleeeren meer persoonlijke projecten die grossieren in andere genres, maar portretten en documentairestijl blijven de rode draad in deze expo. 


vrijdag 11 oktober 2019

Boekenrecensie 'Wil' door Jeroen Olyslaegers

Het gure weer van de afgelopen dagen en weken maakt dat ik iets vrij uniek doe: ik sla een boek open om te lezen. Op een al even gure dag ruim twee jaar geleden, was ik op de Antwerpse boekenbeurs waar ik een aantal boeken heb gekocht, waaronder één roman. Op wat wellicht de grootste stand was van de boekenbeurs waren er tientallen boeken gestapeld om een nieuwe eigenaar te vinden. Het was duidelijk dat Wil het zelfuitgeroepen kroonjuweel was van deze boekenparade in 2017.

Blokletters
Ruim een jaar geleden bezocht ik kazerne Dossin in Mechelen. Tegenwoordig is dit een museum, maar 75 jaar geleden was dit de startplek voor een letterlijke dodentocht richting Auschwitz voor veel joden. Deze plek is dus ingericht om de herinnering van deze zwarte smet van de mensenziel levendig te houden. Kazerne Dossin is met veel gevoel voor sereniteit ingericht om het onderwerp van jodenvervolgingen uit te beelden. Een belangrijk deel van het museum is gewijd aan hoe het zover ooit is kunnen komen en daar valt vooral de Duitse propaganda op met zijn kenmerkende blokletters. Dezelfde blokletters vind je terug op de kaft van Wil . 

Auteur Jeroen Olyslaegers is geboren en getogen in het Antwerpse en heeft via famliliebanden zelf ervaring met het onderwerp van collaboratie in het bezette Antwerpen van de jaren veertig van vorige eeuw. Olyslaegers put uit deze ervaring om een boek te schrijven dat poogt om meer te zijn dan de zoveelste roman in oorlogstijd. Het zet voornamelijk de dualiteit van een stad onder repressief bewind in de verf en de uitwassen die onder de noemer van normvervaging hun dogma's kunnen uitdragen én botvieren. 



Angelo en Wilfried
Wil  vertelt het verhaal van Wilfried Wils, een antipathiek figuur die een brief schrijft naar zijn achterkleinzoon in 1993. Deze brief is opgesteld als een biografie die vooral put uit Wilfried's ervaring als hulpagent in de jaren veertig. Wilfried wil eigenlijk Wilfried niet zijn en roept daarom een alter ego in het leven: Angelo. Angelo is een vrijbuiter en bohémien die enkel gedichten wil schrijven zodat de wereld zijn miskende pennenvruchten kan lezen. Wilfried daarentegen is een realist, opportunist en smeerlap. Hij wil vooral overleven in deze moeilijke tijden. Het is dit dualisme dat in verschillende lagen terugkomt in Wil en ook de rode draad vormt van het boek. 

Dit boek vergt veel achting en aandacht. Achting omdat het met een idioom taalgebruik is geschreven dat Hugo Claus waardig is. Aandacht omdat Wil is opgebouwd uit een gelaagdheid waar de structuur een beroep doet op bruuske overgangen tussen verschillende tijdperken, situaties en dialogen, soms op een enkele pagina. Deze bombastische beeldspraak is ongewild ook een vorm van het dualistische karakter van dit boek: enerzijds is het een bloemlezing van creatieve schrijfsels die indruk maken op de lezer, anderzijds een braindump van sleutelwoorden waar onnavolgbare zinnen van zijn gemaakt. 

Ook de structuur is ogenschijnlijk chaotisch met transities die bruusk overgaan in andere dialogen of situaties. Toch slaagt Olyslaegers erin om een coherent verhaal te vertellen met een gelaagdheid  die oplettendheid vraagt, maar helaas wel wordt bemoeilijk door de dichterlijke vrijheid van Angelo die hij op zijn eigen boek heeft toegepast. Ik weet niet wat 'heirkracht' betekent, en nee, ik heb het ook niet opgezocht. 

Hoe, niet waarom
Het boek doet uitschijnen dat Wilfried een speelbal is van twee kampen. Door de aanwezigheid van de diamantsector in 't Stad zijn er veel joden en antisemitisme viert hoogtij in tijden waar Vlaamse ontvoogding en nationalisme een duwtje in de rug krijgen door de aanwezigheid van Duitsers met nationaal-socialistisch signatuur. Zijn voormalige privé-leraar Frans Nijdig Baardje is in deze kringen actief en Wilfried gaat gedwee mee in zijn kringen en activiteiten die draaien rond het opsporen van joden en de verzetslieden die hen verbergen. Anderzijds ontmoet Wilfried in het politiekorps iemand die helpt bij het verbergen van joden en ook hier wordt Wilfried meegezogen in deze kringen en activiteiten. Angelo dicht hem al snel het predikaat van tweezak toe.

De echte kracht van het boek schuilt erin hoe Olyslaegers op een feilloze manier de zeitgeist, ambigue moraliteit en ongemakkelijke sequenties weet neer te zetten. Je leest en voelt het niet alleen, je beleeft het ook. Opportunist, realist en smeerlap Wilfried is een mens van vlees en bloed die in moeilijke tijden moeilijke keuzes moet maken. Als lezer moeten we zelf besluiten of Wilfried willens nillens meewerkt aan jodenvervolgingen en de bescherming ervan. Wil illustreert op een beklemmende en natuurgetrouwe manier hoe Wilfried in deze situatie is beland, nooit waarom. Olylaegers vermijdt bewust een belerende toon gestoeld op een naoorlogs waardeoordeel. Het moraal van het boek is de afwezigheid van een moraal. "Het kan u of ik zijn," omschrijft Olyslaegers op treffende wijze het levenspad van Wilfried tijdens de oorlog.


Kenmerk van elk goed boek
Wil is geen gemakkelijk boek en doet voornamelijk in het begin een beroep op het geduld van de lezer. De soms geforceerde beeldspraak nodigt niet uit tot vlot lezen en het is geen uitzondering dat één zin, soms inclusief meerdere bijzinnen, over negen royale regels wordt verspreid. Nee, die van Nederlands zou een hartverzakking krijgen, mocht ik vroeger dergelijke epistels hebben geschreven. Gelukkig is dit slechts een façade. Schijn omdat het boek zoveel meer is dan deze zweverige zinsconstructies, maar ook omdat het de muur is waar de rest van de bouw van het boek op steunt.

Dit epos is op zijn sterkst wanneer de auteur zijn karakteristieke zinnebeeld laat varen en zich overgeeft aan zakelijkere proza die op voortreffelijke wijze de lezer dialogen en monologen laat beleven. Het eerste stuk van het boek sluit af met misschien wel het meest beklijvende stuk van het boek waar Wilfried wordt ingeschakeld om joden mee op te pakken. Alles klopt hier. Boenk erop om Olyslagers zelf te citeren. Hoewel de beeldspraak terugkomt van nooit weggeweest, is de vaart van Wil gezet en dwingt het de lezer om verder te lezen. Een kenmerk van elk goed boek.

Meerdere thema's
Hoewel het oorlogsthema overduidelijk de teneur van het boek zet, breit Olyslagers ook naadloos andere thema's in Wil. Zo krijgen de ontmoetingen met zijn toekomstige eega Yvette op regelmatige basis een podium en worden erotische scènes zeker niet geschuwd. Het verandert nooit in Fifty Shades of Grey, maar het wordt soms behoorlijk expliciet en de erotiek wordt bovendien verder opgeleukt door de soms wat platvoerse volkstaal die Olyslagers hiervoor hanteert. Het boek kent ook een melancholische toets wanneer het tijdsperspectief overschakelt naar 1993 wanneer een oude Wilfried nog enkel zijn verpleegster Nicole heeft als steun en toeverlaat.

Een ander ongemakkelijk thema is de zelfmoord van zijn kleindochter Hilde dat eerst terloops wordt vermeld, maar op het einde van het boek een bijzonder donkere tint krijgt. Ook hier wordt geen moraal geveld, geen waardeoordeel verwacht en geeft de lezer zelf invulling aan wat er precies gebeurd is. Maar de oplettende lezer leert wel dat Wilfried realist, opportunist maar hier vooral ook smeerlap is.


Besluit
Wil weet op een overtuigende en beklemmende wijze een verhaal te brengen in een overbevolkt genre. De stijl is soms hoogdravend en vergt aandacht om de pseudo-chaotische structuur te volgen. Dat kost moeite, misschien soms te, maar dat vertaalt zich wel naar een lonende leeservaring waar de weg van het dualisme wordt bewandeld dat het hoe van het raison d'être viert in moreel ambigue tijden.