zondag 13 april 2025
Boekenrecensie De Heilige Rita door Tommy Wieringa
woensdag 1 januari 2025
De Helaasheid der Dingen - het verschil tussen boek en film
zondag 22 december 2024
Boekenrecensie Kaddisj voor een kut door Dimitri Verhulst
zaterdag 21 december 2024
Boekenrecensie De Laatste Liefde van mijn Moeder door Dimitri Verhulst
Het is geen publiek geheim dat auteur Dimitri Verhulst op gespannen voet leeft met zijn familie na de publicatie van het grotendeels autobiografische De Helaasheid der Dingen. Hij heeft geen gelukkige jeugd gekend en dat laat hij dus duidelijk blijken in zijn bestseller, maar ook in De Laatste Liefde van mijn Moeder. Dat voelt bij mij soms toch wat verkeerd aan, hoewel dit een fictief boek is dat (wellicht) is gebaseerd op autobiografische stukken. Martine wordt in het boek soms negatief afgeschilderd als een kamerplantje zonder wil, die in een uitzichtloze job is beland en zelfs soms over zelfmoord contempleert.
Dit is een wel heel pejoratieve benadering van wat objectief gezien een bekommerde moeder is dat het welzijn van haar zoon op de eerste plaats stelt. De zwartgallige vertelstijl van Verhulst draagt bij aan de humor, maar gaat misschien wel te veel ten koste van de neerzetting van de personages, en moeder Martine in het bijzonder. De afrekening waarvan sprake is bij de marketingbabbel op de achterflap van het boek voelt daarom toch wel heel erg harteloos aan.Over het algemeen haalt Verhulst ook niet de vlotte pen die hij bij zijn vorige werken wel hanteert. Literair staat dit nog altijd op een erg degelijk niveau en het boek leest door de nog steeds vlotte vertelstijl als een trein. Toch heb ik me als lezer minder geamuseerd met de woordspelingen en dolkomische situatiebeschrijvingen die Verhulst heeft getoond bij sommige van zijn andere werken. De omlijsting van een familiereis door het Zwarte Woud leent zich daar wellicht ook minder toe.
Mijn ongezouten mening is dat een meeslepend boek meer tijd en meer plaatsbeschrijving vergt dan een reis van zeven dagen door het Zwarte Woud. Toch heeft Verhulst me kunnen beroeren met enkele grappige en aandoenlijke situaties. Een deltioloog zal voor mij nooit meer dezelfde betekenis hebben als voorheen! Als Jimmy een extrapolatie is van zijn eigen jeugd is Verhulst ook niet te beroerd om enige introspectie te doen. Door het verhaal heen wekt het jochie sympathie op, maar na tweederde van het boek blijkt Jimmy een onvervalste kleptomaan te zijn en beschikt misschien wel over negatievere karaktertrekken dan tegenspelers Martine en Wannes die weinig sympathiek worden omschreven in het boek. Wat zei men ooit, zelfkennis is het begin alle wijsheid?Het boek roept door het reëel gebrek aan gebeurtenissen bij mij een gevoel op van onvolledigheid en nergens komt dit beter tot uiting dan bij de epiloog. Deze epiloog is het tweede gedeelte van het boek, maar is bijzonder kort. Jimmy is inmiddels 91 jaar oud en blikt terug op de verstandhouding tussen hem, zijn moeder en Wannes. Er komt verrassend bezoek aan zijn deur kloppen, iets waar hij al jaren heeft op gewacht. Hoe dit verder afloopt? We weten het niet. Hoe evolueerde de verstandhouding in deze driehoeksrelatie tussen Jimmy, Martine en Wannes. Weten we eveneens niet. Het is toch illustratief voor het gebrek aan emotionele lading in dit boek.
Dimitri Verhulst duikt opnieuw naar zijn jeugd voor een tweede afrekening en weet opnieuw te scoren met dezelfde elementen die De Helaasheid der Dingen zo'n succes maakten: woordgrappen, zwartgallige humor en een pen die vlot schrijft. Hoewel De Laatste Liefde van mijn Moeder is geschreven na zijn grootste meesterwerk voelt deze roman aan als een soort van eerste probeersel. Het is allemaal net wat minder dan bij zijn eerste afrekening. Dat weerhield me er echter niet van om dit boek uit te lezen op twee dagen. Een grote blijk van waardering voor dit boek dus, hoewel ik toch met een vies gevoel terugblik op de neerzetting van Martine.vrijdag 20 december 2024
Boekenrecensie Joe Speedboot door Tommy Wieringa
Sambal gemengd met chiliflakes, cayennepeper, Spaanse pepers en mosterdpoeder is heel erg hot, bijna zo hot als het boek Joe Speedboot momenteel. Een roman die het relaas vertelt over een jongen, Joe Speedboot – een zelf toegedichte naam – door de ogen verteld van Fransje, een jongen die na een ongeval gekluisterd is aan een rolstoel en amper kan spreken. Dit opgroeiverhaal van de destijds onbekende Tommy Wieringa kaapte enkele belangrijke boekenprijzen weg en sindsdien is Wieringa richting auteursfirmament in gekatapulteerd. Anno 2024 wordt het boek gratis weggegeven aan vijftien- tot achttienjarige scholieren om hen te stimuleren meer te lezen, is er onlangs een film ingeblikt over het boek én werd het verkozen tot beste Nederlandstalig literair werk van de 21se eeuw in Knack. Bijna twintig jaar na uitgave is dit licht absurde boek van Wieringa populairder dan ooit en dus weldegelijk heel erg hot.
Eigenlijk was ik op zoek naar een boek van Dimitri Verhulst, maar in de Standaard Boekhandel zag ik geen enkel boek van deze nochtans populaire Vlaamse auteur. Wel aanwezig was dit boek en na de verkiezing van ‘Beste Nederlandstalige boek van deze eeuw’ had ik hoge literaire verwachtingen. Ik schafte het boek aan en in een recordtempo heb ik dit boek uitgelezen: dus ja, het is zeker en vast een goed boek, hoewel er wel wat aantekeningen te noteren zijn in de marge.
De grootste kwaliteit van dit boek is toch wel de taalvirtuositeit die Wieringa aan de dag legt om zijn roman te schrijven. Schrijven is misschien verkeerd uitgedrukt, want wat hij hier doet is het verhaal uitbeelden met woorden zodat je als lezer literair in vervoering wordt gebracht. Je leest niet over de belevenissen van Fransje en Joe, je beleeft ze! Een aantal recensenten plaatsen Wieringa onder de grootsten der Nederlandstalige auteurs – van de 21ste eeuw tenminste - en wat mij betreft, is dat volledig terecht. Hij slaagt erin om de lezer uit te dagen met knap geschreven zinsconstructies waar een tikkeltje elitarisme in schuilt door hoe gekunsteld het soms lijkt, maar wel erg vlot leest.Zinnen zijn geen kluwen van negen regels tellende woorden zoals Jeroen Olyslaeghers dat wel eens durft te doen. Het zijn wel knappe beschrijvingen met een verhalend perspectief waar één of meerdere moeilijke woorden worden geplaatst. Dat behoort inherent tot de stijl die Wieringa hier hanteert, want de roman borduurt op stukken die niet tot de belevenissenwereld behoren van de gemiddelde lezer. Of je zou net die ene ingeweken Nubiër moeten zijn die weet hoe hij een felucca moet bouwen. Of dat het grammaticaal allemaal honderd procent correct, is interessante lesstof voor een eerstejaars Germanist. Dat ben ik echter niet, dus lees ik met veel plezier over de potentiële literaire minkukels heen.
Welbeschouwd kan Joe Speedboot in twee delen worden gekapt. Dat weet ik omdat het boek in twee delen is gekapt. En dat nagenoeg in de helft! Een aanhanger van logische deductie zou zomaar kunnen denken dat dit doelbewust is… De eerste helft van het boek gaat vooral over de kwajongensstreken van Joe, Fransje en andere scholieren uit het dorp waar Fransje is opgegroeid. Deze helft bestaat uit verscheidene subplots die aan elkaar worden gehecht door de vertelsels van Fransje. Als auteur klaagt Wieringa de kleinburgerlijkheid van Lomark aan, het dorpje waar alle personages leven.Tenminste dat lijkt tenminste zo, want het bekrompen denken en eeuwenoude tradities worden in de verf gezet bij de volkse figuren van dit aan Duitsland grenzende dorpje. Deze status quo wordt doorbroken wanneer Joe Speedboot zijn intrede maakt en zo het immer rustige dorpje op stelten zet totdat hij ook hij een gewone inwoner is van het dorp, net zoals iedereen. Anderzijds vertelt Wieringa met veel liefde over de betrokkenheid van de dorpsfiguren in Lomark’s sociale gebeuren en voelt het dorpje aan als een echte gemeenschap. Wieringa slaat en zalft dus wanneer het gaat over populistisch gedachtengoed.
Door de chronologische opbouw van het boek waar de auteur van het ene subplot naar de andere springt, voelt het ritme soms nogal episodisch aan en sommige passages konden met moeite mijn interesse vasthouden. Dan denk ik in de eerste plaats vooral aan de bouw van een vliegtuigje wat later in het boek een belangrijke rol vertolkt.De tweede helft van het boek gaat meer over de liefde, hoewel het in de laatste 150 pagina’s voornamelijk gaat over het leven van Fransje die nu als armworstelaar aan de bak komt, terwijl Joe zijn manager is. De intense manier waarop Wieringa beschrijft hoe Fransje tegen zijn opponenten vecht in een armworsteltoernooi in Luik is zo reëel dat het bijna een verslaggeving kan zijn van een sportjournalist op radio. Hier gooit Wieringa alle registers open en wordt alles een tikkeltje grootser: de absurditeit, de subplots, de beleving. Het is hier waar ik me echt in de wereld van Fransje en Joe waan.
Dat is wellicht ook toe te schrijven aan het leergeld dat ik heb betaald bij de eerste helft van dit boek om alle personages beter te leren kennen. De beloning daarvan uit zich in de tweede helft van Joe Speedboot, hoewel sommige personages in de achtergrond verdwijnen. Het is dan ook hier waar het boek zijn voornaamste kritieken krijgt. Hoewel er een oeverloos aanbod bestaat van lofzangen over deze roman, wordt het ook niet gespaard door critici die het boek verouderd vinden. Er is namelijk een personage dat liefkozend Papa Afrika wordt genoemd en laat dit net een Nubiër zijn die weet hoe hij een felucca moet bouwen.
Ook wordt Wieringa misogynie verweten omdat hij vrouwen afschildert als lustobject. Een vrouw omschrijven als eeuwige hoer is inderdaad vrouwonvriendelijk, maar de gelaagdheid van deze roman maakt dat dergelijke simpele stellingen vooral overkomen als een kritiek op zichzelf als criticus. Het manifesteert zich als een kritiek dat men de verscheidene lagen van dit boek niet kan onderscheiden of tenminste weigert om deze gelaagdheid te erkennen. Dus vind ik de kritiek begrijpelijk? Absoluut. Vind ik ze te rechtvaardigen? Nou, niet echt.Joe Speedboot neemt de lezer mee naar het allerminst mondaine Lomark waar de lotgevallen van Joe en Fransje op meesterlijke wijze in woord worden gebracht door Tommy Wieringa waarmee hij zich onder de grootsten der Nederlandstalige auteurs schaart. De episodische aanpak kan in met name de eerste helft werken als een rem, maar de vlotte vertelstijl is zo levendig waardoor ik uiteindelijk uitkeek naar de ontwikkeling van elk nieuw subplot. Lichtjes absurd, soms pijnlijk realistisch, maar altijd met veel liefde voor de personages en de lezer geschreven. Dit is een opgroeiverhaal, maar vooral ook een liefdesbrief aan de letteren.
woensdag 6 november 2019
Boekenrecensie 'Wild' door Cheryl Strayed
vrijdag 11 oktober 2019
Boekenrecensie 'Wil' door Jeroen Olyslaegers
De echte kracht van het boek schuilt erin hoe Olyslaegers op een feilloze manier de zeitgeist, ambigue moraliteit en ongemakkelijke sequenties weet neer te zetten. Je leest en voelt het niet alleen, je beleeft het ook. Opportunist, realist en smeerlap Wilfried is een mens van vlees en bloed die in moeilijke tijden moeilijke keuzes moet maken. Als lezer moeten we zelf besluiten of Wilfried willens nillens meewerkt aan jodenvervolgingen en de bescherming ervan. Wil illustreert op een beklemmende en natuurgetrouwe manier hoe Wilfried in deze situatie is beland, nooit waarom. Olylaegers vermijdt bewust een belerende toon gestoeld op een naoorlogs waardeoordeel. Het moraal van het boek is de afwezigheid van een moraal. "Het kan u of ik zijn," omschrijft Olyslaegers op treffende wijze het levenspad van Wilfried tijdens de oorlog.
Kenmerk van elk goed boek
Wil is geen gemakkelijk boek en doet voornamelijk in het begin een beroep op het geduld van de lezer. De soms geforceerde beeldspraak nodigt niet uit tot vlot lezen en het is geen uitzondering dat één zin, soms inclusief meerdere bijzinnen, over negen royale regels wordt verspreid. Nee, die van Nederlands zou een hartverzakking krijgen, mocht ik vroeger dergelijke epistels hebben geschreven. Gelukkig is dit slechts een façade. Schijn omdat het boek zoveel meer is dan deze zweverige zinsconstructies, maar ook omdat het de muur is waar de rest van de bouw van het boek op steunt.
Dit epos is op zijn sterkst wanneer de auteur zijn karakteristieke zinnebeeld laat varen en zich overgeeft aan zakelijkere proza die op voortreffelijke wijze de lezer dialogen en monologen laat beleven. Het eerste stuk van het boek sluit af met misschien wel het meest beklijvende stuk van het boek waar Wilfried wordt ingeschakeld om joden mee op te pakken. Alles klopt hier. Boenk erop om Olyslagers zelf te citeren. Hoewel de beeldspraak terugkomt van nooit weggeweest, is de vaart van Wil gezet en dwingt het de lezer om verder te lezen. Een kenmerk van elk goed boek.
Meerdere thema's
Hoewel het oorlogsthema overduidelijk de teneur van het boek zet, breit Olyslagers ook naadloos andere thema's in Wil. Zo krijgen de ontmoetingen met zijn toekomstige eega Yvette op regelmatige basis een podium en worden erotische scènes zeker niet geschuwd. Het verandert nooit in Fifty Shades of Grey, maar het wordt soms behoorlijk expliciet en de erotiek wordt bovendien verder opgeleukt door de soms wat platvoerse volkstaal die Olyslagers hiervoor hanteert. Het boek kent ook een melancholische toets wanneer het tijdsperspectief overschakelt naar 1993 wanneer een oude Wilfried nog enkel zijn verpleegster Nicole heeft als steun en toeverlaat.
Een ander ongemakkelijk thema is de zelfmoord van zijn kleindochter Hilde dat eerst terloops wordt vermeld, maar op het einde van het boek een bijzonder donkere tint krijgt. Ook hier wordt geen moraal geveld, geen waardeoordeel verwacht en geeft de lezer zelf invulling aan wat er precies gebeurd is. Maar de oplettende lezer leert wel dat Wilfried realist, opportunist maar hier vooral ook smeerlap is.
Besluit
Wil weet op een overtuigende en beklemmende wijze een verhaal te brengen in een overbevolkt genre. De stijl is soms hoogdravend en vergt aandacht om de pseudo-chaotische structuur te volgen. Dat kost moeite, misschien soms te, maar dat vertaalt zich wel naar een lonende leeservaring waar de weg van het dualisme wordt bewandeld dat het hoe van het raison d'être viert in moreel ambigue tijden.

