Posts tonen met het label Literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Literatuur. Alle posts tonen

zondag 13 april 2025

Boekenrecensie De Heilige Rita door Tommy Wieringa

Enkele maanden geleden heb ik genoten van het literair genot dat ontsproot uit de pen van auteur Tommy Wieringa in de vorm van de opgroeiroman Joe Speedboot. Dat smaakte dus naar meer en meer is er ook met De Heilige Rita. Dit boek wordt samen met de eerstgenoemde titel tot Wieringa's sterkste werk gerekend. En zoiets schept uiteraard verwachtingen.

Er zitten twaalf jaren tussen het schrijven van Joe Speedboot en De Heilige Rita, maar het lijkt erop dat Wieringa in dezelfde pot met mosterd heeft getast om inspiratie op te doen. De locatie van een oost-Nederlands dorp nabij de grens met Duitsland is hetzelfde, opnieuw is de protagonist iemand die zich in het kleinburgerlijke milieu van de lokale dorpsgemeenschap bevindt, neemt seksualiteit een belangrijke plaats in de plot en zijn er nog een aantal andere thema's die door deze twee boeken gedeeld worden. De Heilige Rita omschrijven als een déjà-vugevoel is zwaar overdreven, maar bij het lezen van dit boek kan ik enkele aha-erlebnissen niet onderdrukken. Hoewel enkele thema's worden gedeeld, is dit toch wel een totaal ander verhaal in vergelijking met Joe Speedboot. 

Het boek start bij de negenjarige Paul die opgroeit in een plattelandsdorp en een Russische vluchteling die het juk van het repressieve Sovietbeleid wil afwerpen, belandt met veel moeite totaal onbedoeld in het onooglijk Nederlands dorpje Mariënveen. Deze Rus wordt opgevangen bij het gezin van Paul en later leert de lezer dat de moeder meer dan buitengewone aandacht vertoont voor deze Russische ontsnappingsartiest en ze gaan er samen vandoor. Zo groeit Paul alleen op samen met zijn vader en als 49-jarige man leeft hij nog steeds bij zijn vader in het ouderlijk huis. Als beroep verkoopt hij militaire curiosa - om niet te zeggen rommel - uit de Tweede Wereldoorlog, terwijl de ietwat teruggetrokken Hedwiges zijn beste vriend is. Samen gaan ze jaarlijks op vakantie en bezoekt Paul een club om zijn seksuele lusten te botvieren of drinkt hij een biertje in de lokale kroeg. Paul's leven bulkt niet meteen van de spanning en dat is iets wat ook doorgetrokken kan worden naar het boek zelf. 

Eigenlijk is Paul's leven een goede metafoor voor De Heilige Rita, want eigenlijk gebeurt er niet zo veel in een boek dat bijna driehonderd pagina's telt. Wieringa is een meester in de beeldspraak en kan als geen ander een ontzettend goede sfeer scheppen. Als auteur vertelt hij ronduit over de krakkemikkige molenaarswoning die zijn beste tijd heeft gehad waarin Paul en zijn vader woont, weet hij te imponeren met details over een inboedelverkoop en creëert hij een spanning in alledaagse dingen die in principe best triviaal zijn. Met een geestdriftige pen slaagt Wieringa erin om zelfs de meest mondaine passages van een juiste spanningsboog te voorzien die de lezer uitnodigt om opnieuw een pagina om te draaien. 

Des te jammer is het dan om te constateren dat er eigenlijk niet zoveel gebeurt in het gehele boek waardoor die goed opgebouwde interesse langzaam wegvloeit omdat je als lezer maar zoveel proza kan verwerken zonder dat er iets wezenlijks gebeurt. Om een voorbeeld te geven: het begin van het boek pakt uit met tientallen pagina's over hoe het gezin de Russische vluchteling opvangt wat uiteindelijk leidt tot het vertrek van zijn moeder. Over de opbouw kan ik enkel vol lof zijn, maar het voelt toch wat langdradig aan. Misschien had het ook met de helft van het aantal pagina's verteld kunnen worden zonder dat er getornd wordt aan de essentie van het verhaal. De grootste manifestatie van dit fenomeen bevindt zich bij het einde van het boek waar Paul wacht op iets dat komen gaat, maar wat er eigenlijk nooit komt. En zo voel ik me ook bij het lezen van dit boek, zeker bij de laatste zeven à acht hoofdstukken. Wat mij betreft mag het toch allemaal wat korter en krachtiger. 

Het boekt voelt voor mij dus onvolledig aan, maar toch heb ik bij momenten genoten van De Heilige Rita en met name bij het midden van het boek. Dit is zonder enige twijfel het sterkste gedeelte van het boek. De eerste hoofdstukken gelden namelijk als een verlengde introductie en pas wanneer Paul wordt voorgesteld als 49 jarige man komt de plot helemaal los: we leren de personages kennen, hoe de relaties tussen deze personages zijn, wat Paul allemaal doet beroepshalve, waarom hij naar Duitsland reist, wie hij allemaal ontmoet en waarom er Chinezen naar zijn godvergeten dorpje afreizen. Het is in dit gedeelte van Wieringa's roman dat het verhaal een hogere versnelling inschakelt en worden er ook subplots geïntroduceerd.

De laatste honderd pagina's of zo handelen om twee grote thema's: een overval en later een moord. Al de rest van het verhaal wordt een halt toegeroepen omdat Wieringa als auteur zich concentreert op deze twee zaken en dat gaat dus helaas ten koste van de kwaliteit van het boek. Het wordt allemaal een beetje eentonig en langdradig. Ook subplots die geïntroduceerd zijn in het midden van het boek kennen geen einde. Wachten op iets wat niet gaat komen, dus. De twee thema's van de overval en moord zijn ongetwijfeld goed verteld, maar het overschaduwt al de rest qua prioriteit in het verhaal en er wordt toch heel erg - naar mijn mening te - uitgebreid over verteld waardoor het me niet altijd kan blijven boeien.       

Bij het lezen van De Heilige Rita hink ik dus op twee gedachten: het literair niveau van deze roman staat op een hoog niveau en dat maakt dat dit een boek is dat ik met plezier lees. Anderzijds stoor ik me toch wel aan de eentonigheid van het boek dat bij het einde van deze roman opduikt. Dan moest ik me dwingen om een pagina om te slaan, maar uiteindelijk is dat geen probleem door de taalvirtuositeit die Wieringa aan de dag legt. Maar als een boek het meer moet hebben van deze kwaliteit dan wat er gebeurt in het verhaal, mis ik toch wat in mijn leeservaring. Ik wacht dus met andere woorden op iets wat niet komt.   

woensdag 1 januari 2025

De Helaasheid der Dingen - het verschil tussen boek en film

In de kerstperiode vertoefde ik in Egypte om enerzijds te genieten van de zon die in België opvalt in haar afwezigheid en anderzijds om me onder te laten dompelen in het cultuurbad van het oude Egypte. Tijdens mijn verblijf van één week in Luxor heb ik uitgebreid de tijd gehad om te lezen en dat deed ik dus met veel bravoure. Ik had een omnibus van Dimitri Verhulst bij waarin drie romans zijn gebundeld die vertellen over zijn jeugdige leven waarin hij opgroeide in een onthecht gezin: De Laatste Liefde van mijn Moeder, Kaddisj voor een Kut en uiteraard zijn grootste werk, De Helaasheid der Dingen. 

Die had ik al een keer gelezen, maar heb ik met veel plezier opnieuw gelezen. Zelfs in die mate dat ik benieuwd werd naar de verfilming van Felix Van Groeningen die drie jaar na het boek het levenslicht zag. Zowel boek als film hebben een plaatsje verworven aan de tafel der groten, elk op hun eigen manier. Maar wat is nu exact het verschil tussen deze twee? Dit is een (oppervlakkige) poging om het contrast tussen boek en film te illustreren met De Helaasheid der Dingen als studiemateriaal.   

1. Verhaal
De kern van elk boek is uiteraard het verhaal en De Helaasheid der Dingen is een autobiografische opgroeiroman dat doordrenkt is in sarcasme en cynisme waardoor het tragische lot van schrijver Dimitri Verhulst misschien wat ondergesneeuwd geraakt: als twaalfjarige jongen heeft zijn moeder hem verlaten en groeit hij op tussen zijn vader en drie nonkels die quasi-altijd dronken zijn in een huis dat net niet rijp is voor de sloophamer. Gelukkig is er nog zijn grootmoeder die fungeert als tandwiel van het huishouden zodat Verhulst in de verte nog iets waarneemt wat enigszins gelijkt op moederliefde. Zijn vader en nonkels zijn veel betrokken bij vechtpartijen en het is dus eerder regel dan uitzondering dat politie 's nachts aanbelt aan huis omdat er weer iets is gebeurd. Na het verschijnen van deze autobiografische roman heeft Verhulst lange tijd op voet van oorlog geleefd met zijn familie die verontwaardigd was dat ze werden neergezet als een soort van familie Flodder, terwijl in het boek vooral de liefde en samenhorigheid van dit zootje ongeregeld wordt onderstreept. 

In het boek wordt het verhaal uit de doeken gedaan in dertien hoofdstukken die een logische opbouw vormen van hoe hij opgroeit bij zijn grootmoeder tot zijn leven als auteur en vader van een kind. Het eerste hoofdstuk vertelt over hoe tante Rosie en haar dochter Sylvie tijdelijk logeren bij het gezin en dit is de perfecte voorzet om de rest van het dorp Reetveerdegem en haar inwoners te introduceren. Het tweede hoofdstuk gaat dan weer over hoe de Tour de France wordt nagespeeld als een uit de kluiten gewassen drinkspel dat wekenlang duurt, net zoals de echte Ronde van Frankrijk. Hoewel de roman eerder kort is, is er veel meer diepgang en detail in het boek waardoor het inlevingsvermogen bij het boek een stuk groter is dan in de film. 

De film behandelt niet alle hoofdstukken van het boek en dat is een goed besluit. Je kan namelijk geen volledig boek in een kleine twee uur vertellen. Door het montagewerk worden de hoofdstukken van het boek niet chronologisch gevolgd en het hoofdstuk met Rosie en Sylvie komt ongeveer halfweg de film aan bod. De montage vind ik persoonlijk nogal ongelukkig gekozen, want naar mijn bescheiden mening doet het afbreuk aan de keurig opgebouwde wereld waarin Verhulst leeft. De film schetst wel een realistischer beeld waarin gevechten tussen vader en zoon of broers meer aan bod komen, terwijl ik de indruk heb dat dit bij het boek toch wat meer wordt geromantiseerd. 

Zowel het boek als film hanteren het ik-perspectief van Verhulst wanneer hij volwassen is en met déjà-vus gaat hij terug naar zijn jeugd om zijn belevenissen te vertellen. De film concentreert meer op het feit dat Verhulst - in de film omgedoopt tot Gunther Strobbe - moeilijk aan de bak komt als auteur en tussendoor rotjobs moet vervullen om toch maar brood op de plank te brengen. Bij het boek zwijgt hij hierover en neigt de balans meer naar de memoires van zijn jeugdtijd dan zijn leven als volwassene. Bij de film heb je toch een iets beter beeld over Verhulst als volwassene waardoor de film als biografie wellicht een tikkeltje beter werkt. 

De algemene conclusie dat ik kan trekken is - zoals bij zoveel verfilmingen - dat sleutelscènes in de film vaak onderbelicht zijn. Er is namelijk veel minder diepgang en opbouw waardoor scènes minder tot hun recht komen. Zo is er een pakkend moment waar de vader van Verhulst samen met zijn zoon loopt wanneer hij voor het eerst in drie maanden terug buiten mag komen nadat hij is opgenomen in een ontwenningskliniek. In de film is dit ongetwijfeld een mooi moment, maar omdat ik eerder het boek al las, vind ik de scène nogal oppervlakkig. In het boek is dit echt een bindingsmoment tussen vader en zoon terwijl dat bij de film minder tot uiting komt. Dit is geen kritiek aan de film, het is een symptoom dat eigen is aan films gebaseerd op boeken.  

2. Thema en uitbeelding
Het grootste verschil tussen boek en film schuilt misschien wel in dit aspect, want het gevoel dat het boek bij mij oproept staat toch in scherp contrast met de film. In de film wordt er een filter gebruikt om de jeugdmomenten van de schrijver te tonen en de film is bijna letterlijk overspoeld met melancholie en grauwheid. De film wordt neergezet als een tragedie met soms komische elementen, dikwijls ontleend aan grappige citaten die in het boek voorkomen. Het is hier waar de familie van Verhulst is op afgeknapt. Als lezer van het boek lijkt het bijna alsof ik in een andere wereld stap wanneer ik de verfilming bekijk. Het is duidelijk dat de toon van bijtende spot die het boek zo kenmerkt hier op de achtergrond is verdreven. 

Elke auteur heeft een eigen stijl en die van Verhulst is zonder meer van spot in een vertelstijl waar het moeilijk uit te maken is waar sarcasme en cynisme eindigen en waar ironie begint. Marketeers promoten dit als een afrekening met zijn jeugd, maar het is een stijl waarin Verhulst zich het best thuis voelt en geen andere Nederlandstalige auteur kan dit zo goed doen als hij. Dit is ook waarom De Helaasheid der Dingen zo goed heeft gescoord als roman: er zit altijd wel een komische ondertoon ondanks de vaak penibele omstandigheden waarin Verhulst opgroeit in het boek. Ook de warmte van familie en caféleven komt naar boven in het boek waar dat in de film slechts sporadisch bij enkele momenten en/of personages beperkt blijft. Het grote verschil in toon tussen boek en film zorgt ervoor dat ik de film toch een stuk minder geslaagd vind dan het boek. Maar ik geloof best dat iemand die het boek niet gelezen heeft de film goed of zelfs geweldig kan vinden. 

3. Personages
In het boek maakt Dimitri Verhulst het erg duidelijk dat hij vertelt over zijn eigen jeugd en dat het boek om een autobiografische roman gaat. In de film heeft de schrijver - Verhulst dus - een andere naam gekregen en ook sommige personages zijn lichtjes gewijzigd. Onze zware wordt plots onze breeje en namen zijn aangepast. Ook gebeurt het dat gebeurtenissen die bij een bepaald personage gebeuren in het boek nu worden toegekend aan een ander personage in de film. Ik vermoed om een zekere balans te bewaren in de gebeurtenissen van de personages en zo elke acteur een evenwichtig stuk werk te geven. Dat zorgt er wel voor dat bepaalde personages niet helemaal overeenstemmen met hoe ze worden neergezet in het boek, maar ondanks het gebrek aan waarheidsgetrouwheid vind ik dat niet erg. Voor de film is dit misschien zelfs een verbetering, want een personage zoals onze zware komt in het boek relatief weinig voor.   

Waar ik het wel moeilijk mee heb - en dat is misschien wel mijn grootste persoonlijke kritiek - is de portrettering van de vader in de film. Als lezer werk je enkel met de kracht der woorden en bouw je zelf een beeld op van de personages. In het boek wordt de vader van Verhulst omschreven als een zware alcoholicus, gewelddadig, maar wel iemand die plichtsbewust zijn werk als postbode doet en op een bepaald punt zijn leven wil verbeteren. Deze elementen komen uiteraard ook voor in de film, maar de vertolking van Koen De Graeve als de vader klopt helemaal niet met wat ik voor ogen heb. Er is niks mis met de acteerprestatie van De Graeve - hij heeft er zelfs diverse prijzen mee gewonnen - maar bij komt het niet geloofwaardig over. Ik heb iemand voor ogen die getekend is door een zwaar leven, iets wat ik niet (helemaal) terugvind bij het personage in de film.

Anderzijds zijn er ook andere personages waarbij de vertolking wel werkt op het scherm. Dan denk ik in de eerste plaats aan het personage van Poutrel/Petrol dat als een grote broer opkomt voor onze kleine, Verhulst dus. De energie waarmee Wouter Hendrickx het personage neerzet komt overeen met hoe het personage in het boek wordt beschreven. Meer nog, in een scène met Rosie waarin ze zegt dat ze zich  distantieert van de familie bespuwt het personage van Wouter Hendrickx haar bijna letterlijk omdat ze neerkijkt op de familie. Dit komt zelfs in het boek zo niet aan het bod en dit is een duidelijk voorbeeld waar een goeie vertolking in de film beter een scène beter maakt. Helaas is dit de spreekwoordelijke uitzondering. 

4. Wereldbouw
Een aspect waarin boek en film nauwelijks met elkaar verschillen is de wereldbouw (om het Engelse woord seting maar niet te gebruiken). Het landelijke dorpje Reetveerdegem met al zijn volkse figuren komt in beide mediums goed aan bod en dat is vooral een compliment voor de filmcrew want het is niet altijd gemakkelijk om goede locaties te bedenken voor sommige scènes. Scènes worden op overtuigend aandoende locaties gefilmd: of het nu een volkscafé is waar de twee dochters van de caféuitbaatster te maken hebben met dwerggroei of een zorgcentrum voor bejaarden waarin de grootmoeder belandt, de locaties zijn met het grootste respect voor het boek uitgekozen. 

Meer nog, de stacaravan waar het drankspel van de Tour de France wordt gespeeld geeft me een duidelijker beeld dan wat ik inbeeldde bij het boek. Als ik dan toch een minimaal puntje van kritiek mag uiten, is er de locatie van een vijver waarin jongeren samenkomen en zwemmen dat totaal niet overeenstemt met het boek. Aangezien dit slechts een voetnoot is in de film, is dit het melden nauwelijks waard. Enkel het gevoel van zomer en seksuele ontwaking dat deze locatie oproept, ontbreekt in de film waardoor er toch wat charme van het opgroeien verloren gaat.     

5. Conclusie
Ik denk dat het wel duidelijk is dat ik het boek beter vind dan de film en is dat niet altijd zo? Een boek geeft nu eenmaal meer diepgang dan een film en vertelt een duidelijker verhaal dan een film. Dit is inherent aan de merite van beide mediums. Er zijn gevallen waarbij de film beter is dan het boek zoals sommige scènes met Poutrel/Petrel als personage, maar dat zijn slechts uitzonderingen. De sarcastische aard van het boek verschilt te hard met de tragedie die de film wil zijn om eigenlijk zelfs een directe vergelijking te maken. Daarom staat De Helaasheid der Dingen als film volledig op zijn eigen benen. 

Het bronwerk wordt met veel respect behandeld, maar een te grote saus van melancholie geeft het verhaal toch een te groot gevoel van ontreddering. Achteraf blijkt dit wel te stroken met de realiteit, maar dit stemt wel niet overeen met de geest van het boek. Daarvoor is de bijtende spot te weinig aanwezig. Waar de film misschien nog het meest breekt met het boek is de opbouw van de plot dat zorgvuldig het dorpsbeeld van Reetveerdegem opbouwt. Door uitvoerig montagewerk is dit helemaal omgedraaid en dat brengt met zich mee dat het ritme van de film als foutief wordt gepercipieerd door de lezer van het boek.   

zondag 22 december 2024

Boekenrecensie Kaddisj voor een kut door Dimitri Verhulst

Dimitri Verhulst put uit zijn rijke woordenschat om in een derde boek over zijn miserabele jeugd te schrijven, deze keer de horror die jeugdinstelling heet. Hier refereert hij naar de Kaddisj, een joods gebed dat veelal gebruikt wordt om de doden te herdenken. Nee, vrolijk is dit boek allesbehalve, zeker als je het helemaal hebt gelezen en weet dat (grote) stukken waargebeurd zijn. 

In de boeken van Dimitri Verhulst zit vaak een hoge dosis cynisme verschuild dat een humoristische toets geeft aan vaak schrijnende toestanden. De jeugd van Verhulst is een aaneenschakeling van teleurstellingen, trauma's en verdriet. Tijdens zijn introspecties etaleert Verhulst als auteur een onnavolgbare stijl die cynisme combineert met een rijke woordenschat wat resulteert in tragikomische situaties die typisch zijn voor z'n boeken en uniek is in de lage landen. Het gevaar bestaat echter dat deze stijl overheersend wordt, zeker als een thema ettelijke keren herhaald wordt zoals de boeken over zijn jeugd. 

In Kaddisj voor een Kut plaatst hij jeugdinstellingen in de schijnwerpers en wat voor een tranendal deze plekken zijn. In het eerste deel van dit boek staat de uitvaart van Gianna centraal, een meisje dat opgroeide in dezelfde jeugdinstelling als de protagonist, maar zelfmoord pleegt nog voor ze achttien is. Tijdens de mis haalt het hoofdpersonage memoires op over de jeugdinstelling waar hij verbleef. 

Dit boek is een kleine stijlbreuk met de vertelstijl van de vorige boeken en het eerste deel plaatst de lezer in de schoenen van een jongen die niet zo lang geleden de jeugdinstelling heeft verlaten. Wie tussen de lijnen leest, weet dat dit Dimitri Verhulst zelf is, maar dit wordt nooit expliciet in deze roman benoemd. Deze mise-en-place is vooral toe te schrijven aan het jij-perspectief dat wordt gebruikt bij Kaddisj voor een Kut, tenminste in het eerste deel. Er komen geen dialogen voor, maar enkel beschrijvingen van wat en hoe jij denkt en doet. "Jullie waren verweesden en weggesmetenen, jullie hadden zichzelf te wiegen. Ook jij stond al op de drempel naar het volwassendom en had er nog je lol in om doelloos, gedachteloos, vanallesloos, door de lucht te slingeren, onverdroten, kwartieren aan een stuk." 

Zo gaat het tientallen pagina's door en dat leest toch net wat moeilijker en trager dan wat we van Verhulst gewoon zijn. De licht gecompliceerde vertelstijl maakt het boek wel gewichtiger, met name narratief is dit literair werk toch wel een klasse beter dan De Laatste Liefde van mijn Moeder. Dat levert minder grappen en grollen op, maar eerlijk, dat vind ik eigenlijk een goede zaak. Dit boek vergt dus meer aandacht om gelezen te worden, maar zorgt er ook wel voor dat de deprimerende gedachten en ervaringen van alles wat rond een jeugdinstelling hangt meer blijven hangen. 

De passage van hoe de kleine Willem als een overbodig huisdier in de jeugdinstelling wordt gedropt of hoe Gianna stiekem toch hoopt om tegen beter weten in bij een opvanggezin te kunnen wonen. De manier waarop dit is geschreven, is zonder meer sterk. De bombastische woordenbrij van Verhulst is nooit helemaal weg, maar het blijft over het algemeen sereen. Dat is maar goed ook, want cynisme en leedvermaak creëren zelden synergiën bij dergelijke droefnis. 

"Veel te lang, inderdaad. De opluchting spatte van de gezichten toen jullie gesommeerd werden weer te gaan zitten. Oef. Lof zij U, Christus! Naar de preek die volgens liturgische logica op het evangelie volgde, luisterde je niet. Auditief behangpapier, panfluitgezemel in een shoppingmall." Verhulsts fileermes wordt niet alleen bovengehaald om door het onderwerp jeugdinstelling te snijden, ook het instituut Kerk wordt in dit boek stevig gefileerd door de auteur. Met dergelijke zinnen maakt hij er geen geheim van dat hij een afkeer heeft van dit instituut en het theater wat hij ervaart bij de uitvaartmis. 

Hier komt de typisch bijtende spot van Verhulst toch wat meer naar boven drijven, maar al bij al blijft het boek vrij ingetogen qua cynisme, zeker in vergelijking met Verhulsts vorige werken. De kritiek op jeugdinstellingen en kerkceremonie hakt er stevig in en de overgang naar het tweede deel gebeurt vrij abrupt. 

Eigenlijk leest Kaddisj voor een Kut als een anthologie waarbij twee verhalen samenkomen in één boek met als gemeenschappelijk thema de jeugdinstelling waar alle personages zijn opgegroeid. In het tweede deel van het boek schakelt het perspectief over naar de personages Stefaan en Sarah, twee nevenpersonages die amper aan bod komen in het eerste deel. Samen vormen zij een koppel en ze denken er over om hun twee kinderen om te brengen. Reden: de kans is reëel dat hun baby van drie maanden oud en zoontje van zeven jaar ook in een jeugdinstelling geraken en dat willen ze koste wat het kost voorkomen. 

Nog liever dood dan in een jeugdinstelling? Dat is toch een vrij donker gegeven. De toon van het boek is al niet vrolijk, maar dit is wel erg luguber. Verrassend genoeg hanteert Verhulst hier een lichtere schrijfstijl met ludieke dialogen tussen Sarah en Stefaan terwijl de verteller - wellicht een advocaat in de rechtbank - de achtergrond schets van deze twee personages. Dit vloekt toch wel heel hard met het eerste deel van het boek dat toch veel meer stoelt op emotionaliteit en oprechtheid. 

Het tweede deel van Kaddisj voor een Kut bestaat uit zeven (korte) hoofdstukken die gepaard gaan met dialogen, witregels en korte uiteenzettingen van de verteller. Op een uurtje of twee heb ik dit gedeelte gelezen wat toch vrij snel is voor bijna de helft van het aantal pagina's. Daardoor mist dit deel toch wat impact, zeker na het sterke narratief van het eerste deel dat veel zwaarmoediger is terwijl het thema van moord in de dialogen tussen Stefaan en Sarah toch echt wel een stuk donkerder is. 

Soms heb ik het gevoel dat Verhulst de twee personages er erg lichtvoetig over laat handelen. Wanneer ik me realiseer dat Verhulst een beroep doet op zijn eigen ervaringen, is de kans bestaande dat dit meer werkelijkheid is dan fictie en dat maakt het lezen van het tweede deel extra zuur. Misschien had dit dus een andere stijlfiguur verdiend door de ernst van de feiten. Het zou het boek in ieder geval meer impact hebben gegeven.    

Bij het lezen van Kaddisj voor een Kut hink ik op twee gedachten. Het eerste deel van het boek is narratief het sterkste van wat ik ooit heb gelezen van Verhulst. Het neerslachtige thema en schrijfstijl met jij-perspectief dwingt de lezer om aandachtig te zijn waardoor de zwaarmoedigheid van alles dat rond een jeugdinstelling hangt een grotere lading emotionaliteit krijgt. Het bijtend cynisme van Verhulst maakt plaats voor bittere vaststellingen zonder de maatschappijkritische pen te vergeten en dat komt als lezer binnen. 

Het gemak waarmee Verhulst zich dan bedient om de moord op twee onschuldige kinderen te bespreken in het tweede deel, ervaar ik dan weer als een koude douche. De ludiciteit van de dialogen contrasteert te schril met de rest om dit als een verderzetting van hetzelfde boek te beschouwen. Het is een verlengde epiloog die qua stijl niet past bij het eerste deel, hoewel hetzelfde thema wordt behandeld. Toch is het narratief van het eerste deel zo sterk dat Kaddisj voor een Kut een aanbeveling verdient voor de leeslijst, de twee extra uurtjes erna is dan lectuur voor bij de toiletpot.         

zaterdag 21 december 2024

Boekenrecensie De Laatste Liefde van mijn Moeder door Dimitri Verhulst

Iedere lezer heeft zijn favoriete boeken en auteurs. Zelf heb ik een zwak voor auteurs die zich  niet al te serieus nemen en een flinke portie humor in hun woordenklei boetseren. Tom Lannoye is hier een grootmeester in, maar na het lezen van De  Helaasheid der Dingen werd Lannoye opgevolgd door kroonprins Dimitri Verhulst die op een ontzettend grappige manier de tragiek van een gezin vol dronkaards beschrijft. Verhulst rekent in De Laatste Liefde van mijn Moeder opnieuw af met zijn jeugd waarin hij graag put om autobiografische elementen in deze opgroeiroman te verweven. Het meeste vitriool was echter al gevloeid in zijn vorige meesterwerk waardoor deze afrekening milder is, maar ook flauwer aanvoelt. 

Ik kan niet genoeg benadrukken hoe geniaal ik Verhulst's doorbraakroman De Helaasheid der Dingen vind. Ik stond namelijk op het punt om incontinentieluiers te kopen omdat ik steeds dreigde in mijn broek te pissen van het lachen. De onnavolgbare stijl waarmee Verhulst zijn zwartgallige humor combineert met idioom taalgebruik kent zijn gelijke niet in het Nederlandstalige taalgebied. Tenminste in dit meesterwerk. Hetzelfde recept zien we terug in De Laatste Liefde van mijn Moeder, maar het is toch allemaal wat braver en minder origineel.  

De twee protagonisten van het boek zijn Jimmy, een elfjarige jongen die samen met zijn moeder Martine opgroeit in een weinig benijdenswaardige situatie. Martine komt uit een gewelddadige relatie en is niet zo lang geleden gescheiden van haar ex-man. Jimmy woont alleen bij zijn moeder, maar sinds kort heeft hij een nieuw vaderfiguur. Martine heeft namelijk opnieuw de liefde gevonden bij een iets jongere man, Wannes. Hij is de totale antipode van haar ex-man: niet gewelddadig, attent, maar toch ook wel een tikkeltje braaf (lees: saai). Die nieuwe situatie bevalt Jimmy allerminst en ook stiefvader-in-spe Wannes komt niet goed overeen met Martine's oogappel. Om de banden te smeden trekt het drietal een week lang op pad door het Zwarte Woud met een groepsreis. Voor het gezin een grote financiële opoffering: Martine en Wannes werken beiden, maar in weinig tot de verbeelding sprekende jobs met een al even weinig tot de verbeelding sprekende verloning. 

De Liefde van mijn Moeder is een tamelijk kort boek dat zich eind jaren zeventig afspeelt. Het telt ruim tweehonderd pagina's, maar veel passages beginnen op een nieuwe pagina waar een witparagraaf wordt opengelaten. De hoofdmoot van het verhaal is de reis door het Zwarte Woud en het is dus niet gek dat het boek niet zoveel inhoud heeft, zowel letterlijk als figuurlijk. Het grootste wijt dat deze roman toegedicht kan worden, is dat Verhulst er een nogal gezapig tempo op nahoudt om eigenlijk niet zoveel te vertellen. Het spanningsveld van dit boek bevindt zich in de conflictueuze relatie tussen Jimmy en Wannes, maar erg veel komt dit niet aan bod. Wel genoeg om de lezer te laten blijken dat de twee elkaar niet mogen. 

Verhulst maakt van de aangeboden ruimte graag gebruik om zijn humoristische stijl te etaleren: het culinair hoogstandje dat McDonald's heet - wat toen hip en trendy was - wordt door de mangel gehaald, de zeemzoete fictieve soap Home is where my Children Cry wordt te pas en te onpas geciteerd om de beerput van ellende wat het eigen bestaan van de protagonisten is, te ontlopen en geen enkel bezoek aan het Zwarte Woud is compleet zonder het koekoeksklokmuseum. Je moet al over een norse geest beschikken om op zijn minst niet te glimlachen bij deze stukken. Helaas gaat soms wel ten koste van het eigenlijke verhaal waar de immersie veelal ontbreekt.     

Het is geen publiek geheim dat auteur Dimitri Verhulst op gespannen voet leeft met zijn familie na de publicatie van het grotendeels autobiografische De Helaasheid der Dingen. Hij heeft geen gelukkige jeugd gekend en dat laat hij dus duidelijk blijken in zijn bestseller, maar ook in De Laatste Liefde van mijn Moeder. Dat voelt bij mij soms toch wat verkeerd aan, hoewel dit een fictief boek is dat (wellicht) is gebaseerd op autobiografische stukken. Martine wordt in het boek soms negatief afgeschilderd als een kamerplantje zonder wil, die in een uitzichtloze job is beland en zelfs soms over zelfmoord contempleert. 

Dit is een wel heel pejoratieve benadering van wat objectief gezien een bekommerde moeder is dat het welzijn van haar zoon op de eerste plaats stelt. De zwartgallige vertelstijl van Verhulst draagt bij aan de humor, maar gaat misschien wel te veel ten koste van de neerzetting van de personages, en moeder Martine in het bijzonder. De afrekening waarvan sprake is bij de marketingbabbel op de achterflap van het boek voelt daarom toch wel heel erg harteloos aan.   

Over het algemeen haalt Verhulst ook niet de vlotte pen die hij bij zijn vorige werken wel hanteert. Literair staat dit nog altijd op een erg degelijk niveau en het boek leest door de nog steeds vlotte vertelstijl als een trein. Toch heb ik me als lezer minder geamuseerd met de woordspelingen en dolkomische situatiebeschrijvingen die Verhulst heeft getoond bij sommige van zijn andere werken. De omlijsting van een familiereis door het Zwarte Woud leent zich daar wellicht ook minder toe. 

Mijn ongezouten mening is dat een meeslepend boek meer tijd en meer plaatsbeschrijving vergt dan een reis van zeven dagen door het Zwarte Woud.  Toch heeft Verhulst me kunnen beroeren met enkele grappige en aandoenlijke situaties. Een deltioloog zal voor mij nooit meer dezelfde betekenis hebben als voorheen! Als Jimmy een extrapolatie is van zijn eigen jeugd is Verhulst ook niet te beroerd om enige introspectie te doen. Door het verhaal heen wekt het jochie sympathie op, maar na tweederde van het boek blijkt Jimmy een onvervalste kleptomaan te zijn en beschikt misschien wel over negatievere karaktertrekken dan tegenspelers Martine en Wannes die weinig sympathiek worden omschreven in het boek. Wat zei men ooit, zelfkennis is het begin alle wijsheid?

Het boek roept door het reëel gebrek aan gebeurtenissen bij mij een gevoel op van onvolledigheid en nergens komt dit beter tot uiting dan bij de epiloog. Deze epiloog is het tweede gedeelte van het boek, maar is bijzonder kort. Jimmy is inmiddels 91 jaar oud en blikt terug op de verstandhouding tussen hem, zijn moeder en Wannes. Er komt verrassend bezoek aan zijn deur kloppen, iets waar hij al jaren heeft op gewacht. Hoe dit verder afloopt? We weten het niet. Hoe evolueerde de verstandhouding in deze driehoeksrelatie tussen Jimmy, Martine en Wannes. Weten we eveneens niet. Het is toch illustratief voor het gebrek aan emotionele lading in dit boek.    

Dimitri Verhulst duikt opnieuw naar zijn jeugd voor een tweede afrekening en weet opnieuw te scoren met dezelfde elementen die De Helaasheid der Dingen zo'n succes maakten: woordgrappen, zwartgallige humor en een pen die vlot schrijft. Hoewel De Laatste Liefde van mijn Moeder is geschreven na zijn grootste meesterwerk voelt deze roman aan als een soort van eerste probeersel. Het is allemaal net wat minder dan bij zijn eerste afrekening. Dat weerhield me er echter niet van om dit boek uit te lezen op twee dagen. Een grote blijk van waardering voor dit boek dus, hoewel ik toch met een vies gevoel terugblik op de neerzetting van Martine.   

vrijdag 20 december 2024

Boekenrecensie Joe Speedboot door Tommy Wieringa

Sambal gemengd met chiliflakes, cayennepeper, Spaanse pepers en mosterdpoeder is heel erg hot, bijna zo hot als het boek Joe Speedboot momenteel.  Een roman die het relaas vertelt over een jongen, Joe Speedboot – een zelf toegedichte naam – door de ogen verteld van Fransje, een jongen die na een ongeval gekluisterd is aan een rolstoel en amper kan spreken. Dit opgroeiverhaal van de destijds onbekende Tommy Wieringa kaapte enkele belangrijke boekenprijzen weg en sindsdien is Wieringa richting auteursfirmament in gekatapulteerd. Anno 2024 wordt het boek gratis weggegeven aan vijftien- tot achttienjarige scholieren om  hen te stimuleren meer te lezen, is er onlangs een film ingeblikt over het boek én werd het verkozen tot beste Nederlandstalig literair werk van de 21se eeuw in Knack. Bijna twintig jaar na uitgave is dit licht absurde boek van Wieringa populairder dan ooit en dus weldegelijk heel erg hot.

Eigenlijk was ik op zoek naar een boek van Dimitri Verhulst, maar in de Standaard Boekhandel zag ik geen enkel boek van deze nochtans populaire Vlaamse auteur. Wel aanwezig was dit boek en na de verkiezing van ‘Beste Nederlandstalige boek van deze eeuw’ had ik hoge literaire verwachtingen. Ik schafte het boek aan en in een recordtempo heb ik dit boek uitgelezen: dus ja, het is zeker en vast een goed boek, hoewel er wel wat aantekeningen te noteren zijn in de marge.

De grootste kwaliteit van dit boek is toch wel de taalvirtuositeit die Wieringa aan de dag legt om zijn roman te schrijven. Schrijven is misschien verkeerd uitgedrukt, want wat hij hier doet is het verhaal uitbeelden met woorden zodat je als lezer literair in vervoering wordt gebracht. Je leest niet over de belevenissen van Fransje en Joe, je beleeft ze! Een aantal recensenten plaatsen Wieringa onder de grootsten der Nederlandstalige auteurs – van de 21ste eeuw tenminste - en wat mij betreft, is dat volledig terecht. Hij slaagt erin om de lezer uit te dagen met knap geschreven zinsconstructies waar een tikkeltje elitarisme in schuilt door hoe gekunsteld het soms lijkt, maar wel erg vlot leest.

Zinnen zijn geen kluwen van negen regels tellende woorden zoals Jeroen Olyslaeghers dat wel eens durft te doen. Het zijn wel knappe beschrijvingen met een verhalend perspectief waar één of meerdere moeilijke woorden worden geplaatst. Dat behoort inherent tot de stijl die Wieringa hier hanteert, want de roman borduurt op stukken die niet tot de belevenissenwereld behoren van de gemiddelde lezer. Of je zou net die ene ingeweken Nubiër moeten zijn die weet hoe hij een felucca moet bouwen. Of dat het grammaticaal allemaal honderd procent correct, is interessante lesstof voor een eerstejaars Germanist. Dat ben ik echter niet, dus lees ik met veel plezier over de potentiële literaire minkukels heen.

Welbeschouwd kan Joe Speedboot in twee delen worden gekapt. Dat weet ik omdat het boek in twee delen is gekapt. En dat nagenoeg in de helft! Een aanhanger van logische deductie zou zomaar kunnen denken dat dit doelbewust is… De eerste helft van het boek gaat vooral over de kwajongensstreken van Joe, Fransje en andere scholieren uit het dorp waar Fransje is opgegroeid. Deze helft bestaat uit verscheidene subplots die aan elkaar worden gehecht door de vertelsels van Fransje. Als auteur klaagt Wieringa  de kleinburgerlijkheid van Lomark aan, het dorpje waar alle personages leven.

Tenminste dat lijkt tenminste zo, want het bekrompen denken en eeuwenoude tradities worden in de verf gezet bij de volkse figuren van dit aan Duitsland grenzende dorpje. Deze status quo wordt doorbroken wanneer Joe Speedboot zijn intrede maakt en zo het immer rustige dorpje op stelten zet totdat hij ook hij een gewone inwoner is van het dorp, net zoals iedereen. Anderzijds vertelt Wieringa met veel liefde over de betrokkenheid van de dorpsfiguren in Lomark’s sociale gebeuren en voelt het dorpje aan als een echte gemeenschap. Wieringa slaat en zalft dus wanneer het gaat over populistisch gedachtengoed.

Door de chronologische opbouw van het boek waar de auteur van het ene subplot naar de andere springt, voelt het ritme soms nogal episodisch aan en sommige passages konden met moeite mijn interesse vasthouden. Dan denk ik in de eerste plaats vooral aan de bouw van een vliegtuigje wat later in het boek een belangrijke rol vertolkt.

De tweede helft van het boek gaat meer over de liefde, hoewel het in de laatste 150 pagina’s voornamelijk gaat over het leven van Fransje die nu als armworstelaar aan de bak komt, terwijl Joe zijn manager is. De intense manier waarop Wieringa beschrijft hoe Fransje tegen zijn opponenten vecht in een armworsteltoernooi in Luik is zo reëel dat het bijna een verslaggeving kan zijn van een sportjournalist op radio. Hier gooit Wieringa alle registers open en wordt alles een tikkeltje grootser: de absurditeit, de subplots, de beleving. Het is hier waar ik me echt in de wereld van Fransje en Joe waan.

Dat is wellicht ook toe te schrijven aan het leergeld dat ik heb betaald bij de eerste helft van dit boek om alle personages beter te leren kennen. De beloning daarvan uit zich in de tweede helft van Joe Speedboot, hoewel sommige personages in de achtergrond verdwijnen. Het is dan ook hier waar het boek zijn voornaamste kritieken krijgt. Hoewel er een oeverloos aanbod bestaat van lofzangen over deze roman, wordt het ook niet gespaard door critici die het boek verouderd vinden. Er is namelijk een personage dat liefkozend Papa Afrika wordt genoemd en laat dit net een Nubiër zijn die weet hoe hij een felucca moet bouwen.

Ook wordt Wieringa misogynie verweten omdat hij vrouwen afschildert als lustobject. Een vrouw omschrijven als eeuwige hoer is inderdaad vrouwonvriendelijk, maar de gelaagdheid van deze roman maakt dat dergelijke simpele stellingen vooral overkomen als een kritiek op zichzelf als criticus. Het manifesteert zich als een kritiek dat men de verscheidene lagen van dit boek niet kan onderscheiden of tenminste weigert om deze gelaagdheid te erkennen. Dus vind ik de kritiek begrijpelijk? Absoluut. Vind ik ze te rechtvaardigen? Nou, niet echt.

Joe Speedboot neemt de lezer mee naar het allerminst mondaine Lomark waar de lotgevallen van Joe en Fransje op meesterlijke wijze in woord worden gebracht door Tommy  Wieringa waarmee hij zich onder de grootsten der Nederlandstalige auteurs schaart. De episodische aanpak kan in met name de eerste helft werken als een rem, maar de vlotte vertelstijl is zo levendig waardoor ik uiteindelijk uitkeek naar de ontwikkeling van elk nieuw subplot. Lichtjes absurd, soms pijnlijk realistisch, maar altijd met veel liefde voor de personages en de lezer geschreven. Dit is een opgroeiverhaal, maar vooral ook een liefdesbrief aan de letteren.

woensdag 6 november 2019

Boekenrecensie 'Wild' door Cheryl Strayed

In april trok ik een week door de Schotse hooglanden om de West Highland Way te hiken met rugzak en tent. Een prachtige belevenis omdat ik hier volledig tot rust kon komen en eveneens genoot van de prachtige uitzichten dat het ongerepte Schotland te bieden heeft. Op de laatste dag wachtten we op het vliegtuig en een medereizigster kocht een Engelstalig boek met een gelijkaardig thema: Wild. En dat boek heb ik onlangs gelezen.  

Groot verlies
Wild is een autobiografie van Cheryl Strayed en gaat over haar moeilijke strijd na de dood van haar moeder wanneer die onverwacht komt te overlijden aan kanker op de prille leeftijd van vijfenveertig jaar. Wild is opgedeeld in vijf delen en het eerste deel handelt voornamelijk over de ongemakkelijke jeugd van Cheryl en haar broer en zus. De lezer leert hier dat Cheryl's moeder op jonge leeftijd trouwt na een accident de parcours. Het huwelijk blijkt geen gelukkig huwelijk te zijn, want Cheryl's moeder, Bobbi, wordt regelmatig afgetuigd door haar man. 


Wanneer Cheryl zes jaar is, raapt haar moeder alle moed bijeen en verlaat ze haar man en staat ze alleen in voor de opvoeding van drie kleine kinderen. Al gauw krijgt Cheryl een nieuwe stiefvader met Eddie en het gezin woont in een desolate plek in de bossen van Minnesota zonder elektriciteit of water. Het is geen gemakkelijk leven, maar meteen ook niet ongelukkig. "We aren't poor, because we're rich in love," zegt haar moeder met alle moederlijke liefde van de wereld. Het zwaard van Damocles valt echter abrupt op het gezin wanneer er kanker wordt vastgesteld bij haar moeder. 

Op reis
De moeder van Cheryl is de lijm die het gezin vasthoudt en de steun en toeverlaat van Cheryl, ondanks dat ze op negentienjarige leeftijd is getrouwd met haar jeugdliefde Paul. De diagnose komt staalhard aan bij Cheryl die zich aan haar moeder vastklampt tot ze haar laatste adem uitblaast. Voor Cheryl volgt er een erg moeilijke periode van drie jaar waarin ze ziet hoe het gezin uit elkaar spat en vlucht ze in seksuele escapades en drugsmisbruik. Ze begaat het ene slippertje na het andere, hoewel ze haar man lief heeft. 


Op een dag ziet ze in een klein winkeltje een wandelgids over de Pacific Crest Trail (PCT). Dit is een enorme wandelroute die start aan de Mexicaanse grens en eindigt aan de Canadese grens en de westkust van de VS volgt via California, Oregon en Washington. Ze negeert het boek, maar wanneer ze de reisgids een tweede keer ziet, neemt ze in een bevlieging de meest ambitieuze beslissing van haar leven: 1100 mijl wandelen over de PCT. 

Spirituele reis
Delen twee tot en met vijf vertellen over de avonturen van Cheryl op haar pad en bevat eigenlijk twee thema's. Enerzijds de spirituele en fysieke reis die ze onderneemt bij het wandelen van de PCT, anderzijds werkt het boek met Cheryl's herinneringen om te illustreren wat haar geïnspireerd heeft om dit te doen. Bij een autobiografie is dit een beproefde structuur en het werkt bij Wild op een goede manier. Soms hanteert Strayed metaforen om de transitie te maken van haar leed op de PCT naar haar eigen herinneringen en emoties. Zo is er bijvoorbeeld een nieuwsgierige vos die Cheryl gadeslaat voor haar tent, maar daarna wegrent en ze maakt zo het bruggetje naar de slepende ziekte van haar moeder en hoe ze die beleeft. 


Cheryl heeft ongeveer honderd dagen nodig om de PCT te voltooien, maar de eerste helft van Wild is vooral gewijd aan de eerste weken van deze hachelijke reis. Ze beschrijft hoeveel materiaal ze meeneemt met Monster, haar veel te zwaar geladen backpack. Het is een bekend gevoel voor elke nieuwbakken hiker en is me eerder dit jaar zelf overkomen. Ze is in haar reis op zoek naar eenzaamheid in de overtuiging dat ze spiritueel openbloeit bij deze wandeltocht. De eerste acht dagen ziet Cheryl niemand, maar zijn het vooral de fysieke ongemakken die haar wandelleven beheersen. De opbouw van de circa eerste honderdvijftig pagina's concentreert zich voornamelijk op de reis en voelt daardoor soms wat monotoon aan. 

Persoonlijk kennen
De tweede helft van de boek gaat dieper in op de dingen die ze in haar jeugd beleeft en pas hier krijg je als lezer het gevoel dat je Cheryl echt begint te kennen. Zo wordt er een emotionele scène beschreven waarin Bobbi een paard koopt, hoewel het gezin het financieel niet breed heeft. Het paard is na Bobbi's dood oud en onverzorgd en quasi niemand bekommert zich om deze viervoeter. De schrale staat waarin het paard zich bevindt noopt Cheryl en haar broer Leif tot het doodschieten van het paard. Een beklemmende scène die veel emoties oproept, zeker nu Cheryl als auteur zichzelf meer en meer openstelt in het het boek.


Een ander tragikomische scène die vermeldenswaardig is, is wanneer Cheryl plots één schoen verliest op een top en ze ziet het leer tergend langzaam naar beneden vallen. Uit pure woede werpt ze de tweede schoen achterna en vervolgt ze de wandeling gewapend met duct tape en teenslippers. In de laatste circa honderdvijftig pagina's ervaart de lezer de zaken persoonlijker en daarom wordt Wild een leuker boek om te lezen. 

Conclusie
Wild is een bestseller geworden en het is gemakkelijk te zien waarom: het vertelt een persoonlijk verhaal op een menselijke manier, inclusief de ontberingen en escapades die hiermee gepaard gaan. Het respect voor Cheryl om als zesentwintigjarige vrouw alleen op pad te gaan om 1100 te wandelen wordt er alleen maar groter op. De dood van haar moeder, het rouwproces dat daarop volgt en de wandeling als spirituele reis hebben haar gevormd. Of misschien ook niet. Het is een open conclusie dat illustratief is voor de stijl van het boek. 

Verfilming
Het duurde niet lang vooraleer Hollywood Wild ook heeft ontdekt en in 2014 werd het boek verfilmd met een gelijknamige titel. Hier speelt Reese Witherspoon de hoofdrol van Cheryl. De structuur van de film gebruikt ongeveer dezelfde vorm als het boek, maar laat uiteraard wel personages en ontmoetingen weg. Je kan maar zoveel vertellen in ongeveer twee uur. De cruciale scènes van het boek zitten wel in de film zoals Cheryl's verlies van haar wandelschoen - dit is zelfs de opening van de film - en het doodschieten van het paard. 


Laura Dern speelt in de film de moeder van Cheryl en heeft net zoals Witherspoon een Oscarnominatie in de wacht gesleept voor haar rol. Dern's interacties zijn vooral met Strayed als jong meisje en die rol wordt vertolkt daar Bobbi, haar eigen dochter. De input van Strayed is dus groot en dat komt de kwaliteit van de film alleen maar ten goede. De enige grote kritiek die ik kan uiten, is dat de film door de gehanteerde structuur wel heel erg fragmentarisch aanvoelt door het gebruik van (te) korte flashbacks die het detail van het boek helaas missen.  

vrijdag 11 oktober 2019

Boekenrecensie 'Wil' door Jeroen Olyslaegers

Het gure weer van de afgelopen dagen en weken maakt dat ik iets vrij uniek doe: ik sla een boek open om te lezen. Op een al even gure dag ruim twee jaar geleden, was ik op de Antwerpse boekenbeurs waar ik een aantal boeken heb gekocht, waaronder één roman. Op wat wellicht de grootste stand was van de boekenbeurs waren er tientallen boeken gestapeld om een nieuwe eigenaar te vinden. Het was duidelijk dat Wil het zelfuitgeroepen kroonjuweel was van deze boekenparade in 2017.

Blokletters
Ruim een jaar geleden bezocht ik kazerne Dossin in Mechelen. Tegenwoordig is dit een museum, maar 75 jaar geleden was dit de startplek voor een letterlijke dodentocht richting Auschwitz voor veel joden. Deze plek is dus ingericht om de herinnering van deze zwarte smet van de mensenziel levendig te houden. Kazerne Dossin is met veel gevoel voor sereniteit ingericht om het onderwerp van jodenvervolgingen uit te beelden. Een belangrijk deel van het museum is gewijd aan hoe het zover ooit is kunnen komen en daar valt vooral de Duitse propaganda op met zijn kenmerkende blokletters. Dezelfde blokletters vind je terug op de kaft van Wil . 

Auteur Jeroen Olyslaegers is geboren en getogen in het Antwerpse en heeft via famliliebanden zelf ervaring met het onderwerp van collaboratie in het bezette Antwerpen van de jaren veertig van vorige eeuw. Olyslaegers put uit deze ervaring om een boek te schrijven dat poogt om meer te zijn dan de zoveelste roman in oorlogstijd. Het zet voornamelijk de dualiteit van een stad onder repressief bewind in de verf en de uitwassen die onder de noemer van normvervaging hun dogma's kunnen uitdragen én botvieren. 



Angelo en Wilfried
Wil  vertelt het verhaal van Wilfried Wils, een antipathiek figuur die een brief schrijft naar zijn achterkleinzoon in 1993. Deze brief is opgesteld als een biografie die vooral put uit Wilfried's ervaring als hulpagent in de jaren veertig. Wilfried wil eigenlijk Wilfried niet zijn en roept daarom een alter ego in het leven: Angelo. Angelo is een vrijbuiter en bohémien die enkel gedichten wil schrijven zodat de wereld zijn miskende pennenvruchten kan lezen. Wilfried daarentegen is een realist, opportunist en smeerlap. Hij wil vooral overleven in deze moeilijke tijden. Het is dit dualisme dat in verschillende lagen terugkomt in Wil en ook de rode draad vormt van het boek. 

Dit boek vergt veel achting en aandacht. Achting omdat het met een idioom taalgebruik is geschreven dat Hugo Claus waardig is. Aandacht omdat Wil is opgebouwd uit een gelaagdheid waar de structuur een beroep doet op bruuske overgangen tussen verschillende tijdperken, situaties en dialogen, soms op een enkele pagina. Deze bombastische beeldspraak is ongewild ook een vorm van het dualistische karakter van dit boek: enerzijds is het een bloemlezing van creatieve schrijfsels die indruk maken op de lezer, anderzijds een braindump van sleutelwoorden waar onnavolgbare zinnen van zijn gemaakt. 

Ook de structuur is ogenschijnlijk chaotisch met transities die bruusk overgaan in andere dialogen of situaties. Toch slaagt Olyslaegers erin om een coherent verhaal te vertellen met een gelaagdheid  die oplettendheid vraagt, maar helaas wel wordt bemoeilijk door de dichterlijke vrijheid van Angelo die hij op zijn eigen boek heeft toegepast. Ik weet niet wat 'heirkracht' betekent, en nee, ik heb het ook niet opgezocht. 

Hoe, niet waarom
Het boek doet uitschijnen dat Wilfried een speelbal is van twee kampen. Door de aanwezigheid van de diamantsector in 't Stad zijn er veel joden en antisemitisme viert hoogtij in tijden waar Vlaamse ontvoogding en nationalisme een duwtje in de rug krijgen door de aanwezigheid van Duitsers met nationaal-socialistisch signatuur. Zijn voormalige privé-leraar Frans Nijdig Baardje is in deze kringen actief en Wilfried gaat gedwee mee in zijn kringen en activiteiten die draaien rond het opsporen van joden en de verzetslieden die hen verbergen. Anderzijds ontmoet Wilfried in het politiekorps iemand die helpt bij het verbergen van joden en ook hier wordt Wilfried meegezogen in deze kringen en activiteiten. Angelo dicht hem al snel het predikaat van tweezak toe.

De echte kracht van het boek schuilt erin hoe Olyslaegers op een feilloze manier de zeitgeist, ambigue moraliteit en ongemakkelijke sequenties weet neer te zetten. Je leest en voelt het niet alleen, je beleeft het ook. Opportunist, realist en smeerlap Wilfried is een mens van vlees en bloed die in moeilijke tijden moeilijke keuzes moet maken. Als lezer moeten we zelf besluiten of Wilfried willens nillens meewerkt aan jodenvervolgingen en de bescherming ervan. Wil illustreert op een beklemmende en natuurgetrouwe manier hoe Wilfried in deze situatie is beland, nooit waarom. Olylaegers vermijdt bewust een belerende toon gestoeld op een naoorlogs waardeoordeel. Het moraal van het boek is de afwezigheid van een moraal. "Het kan u of ik zijn," omschrijft Olyslaegers op treffende wijze het levenspad van Wilfried tijdens de oorlog.


Kenmerk van elk goed boek
Wil is geen gemakkelijk boek en doet voornamelijk in het begin een beroep op het geduld van de lezer. De soms geforceerde beeldspraak nodigt niet uit tot vlot lezen en het is geen uitzondering dat één zin, soms inclusief meerdere bijzinnen, over negen royale regels wordt verspreid. Nee, die van Nederlands zou een hartverzakking krijgen, mocht ik vroeger dergelijke epistels hebben geschreven. Gelukkig is dit slechts een façade. Schijn omdat het boek zoveel meer is dan deze zweverige zinsconstructies, maar ook omdat het de muur is waar de rest van de bouw van het boek op steunt.

Dit epos is op zijn sterkst wanneer de auteur zijn karakteristieke zinnebeeld laat varen en zich overgeeft aan zakelijkere proza die op voortreffelijke wijze de lezer dialogen en monologen laat beleven. Het eerste stuk van het boek sluit af met misschien wel het meest beklijvende stuk van het boek waar Wilfried wordt ingeschakeld om joden mee op te pakken. Alles klopt hier. Boenk erop om Olyslagers zelf te citeren. Hoewel de beeldspraak terugkomt van nooit weggeweest, is de vaart van Wil gezet en dwingt het de lezer om verder te lezen. Een kenmerk van elk goed boek.

Meerdere thema's
Hoewel het oorlogsthema overduidelijk de teneur van het boek zet, breit Olyslagers ook naadloos andere thema's in Wil. Zo krijgen de ontmoetingen met zijn toekomstige eega Yvette op regelmatige basis een podium en worden erotische scènes zeker niet geschuwd. Het verandert nooit in Fifty Shades of Grey, maar het wordt soms behoorlijk expliciet en de erotiek wordt bovendien verder opgeleukt door de soms wat platvoerse volkstaal die Olyslagers hiervoor hanteert. Het boek kent ook een melancholische toets wanneer het tijdsperspectief overschakelt naar 1993 wanneer een oude Wilfried nog enkel zijn verpleegster Nicole heeft als steun en toeverlaat.

Een ander ongemakkelijk thema is de zelfmoord van zijn kleindochter Hilde dat eerst terloops wordt vermeld, maar op het einde van het boek een bijzonder donkere tint krijgt. Ook hier wordt geen moraal geveld, geen waardeoordeel verwacht en geeft de lezer zelf invulling aan wat er precies gebeurd is. Maar de oplettende lezer leert wel dat Wilfried realist, opportunist maar hier vooral ook smeerlap is.


Besluit
Wil weet op een overtuigende en beklemmende wijze een verhaal te brengen in een overbevolkt genre. De stijl is soms hoogdravend en vergt aandacht om de pseudo-chaotische structuur te volgen. Dat kost moeite, misschien soms te, maar dat vertaalt zich wel naar een lonende leeservaring waar de weg van het dualisme wordt bewandeld dat het hoe van het raison d'être viert in moreel ambigue tijden.