dinsdag 1 september 2026

Reisverslag Canada deel vier: beren naast de weg

Zondag 16 augustus
Het hooggebergte is dus definitief uitgewuifd en maakt nu plaats voor een vulkanisch landschap waar spectaculaire watervallen onze hoofdmaaltijd vormen. Oude lavastromen en door de eeuwen uitgesleten rivierkloven bepalen hier het landschap. De talrijke watervallen zijn daarvan de meest spectaculaire erfenis. Deze attracties van Moeder Natuur zijn wat minder toegankelijk. Je moet er eerst een (kleine) wandeling voor doen om deze oerkracht in werking te zien. De start van de dag is meteen klein, maar wel bijzonder fijn: de Moul Falls. Eéntje waar je achter het water kan lopen.

De wandeling ernaartoe is zo’n 2,5 km lang en eerder gemakkelijk. Tenminste, totdat je in de buurt van deze watermassa komt. Dan gaat het plots over benenbrekende trappen en rotsen steil naar beneden. Dat zorgt er wel voor dat niet al te veel toeristen beneden staan, zeker niet om negen uur ’s ochtends. Dat geeft me de kans om als enige achter het neervallende water te staan en dat is een eigenaardig gevoel. Door de waas van het water kijk ik door de waterval in de prachtige kloof. Op een dag waarin superlatieven worden gebruikt om aan te duiden hoe krachtig en groots watervallen zijn, is dit minimalistische gevoel misschien wel het meest tot de verbeelding sprekende. Grote en krachtige watervallen heb ik al op veel plekken gezien. Maar een exemplaar waar je doorkijkt? Enkel nog in IJsland. De boswandeling naar deze plaats en terug maakt de ervaring nét dat tikkeltje mooier. Alsof je een verborgen parel ontdekt die niet voor iedereen is weggelegd. Bij het teruggaan wordt dit beeld rechtgezet. Tientallen toeristen zakken af naar deze plaats. Toch is Wells Grey heel wat rustiger dan de Rocky Mountains en is het op dat gebied een verademing qua drukte.

Niet elke waterval is ontzagwekkend door zijn waterkracht. De smalle Spahats Falls denderen tachtig meter naar beneden, maar hier is het vooral de prachtige kloof die de aandacht steelt. In een omgeving die groen kleurt door de talrijke dennenbomen loopt de met water gevulde kloof als een blauwe levensader door het terrein. Mijn aandacht verschuift van het watergordijn naar het totaalplaatje: de diepte van de kloof, de lange bijna rechte lijn die de Spahats Creek heeft uitgesleten in het landschap en het panorama zelf.

Na een middagpauze bij Dutch Lake Beach gaat onze tocht onverminderd voort. Helmcken Falls is het derde exemplaar van de dag en die belichaamt als geen ander de superlatieven met cijfertjes. Met zijn 141 meter hoogteverschil is het één van de grootste waterspektakels van Canada. Ook verrassend breed trouwens: vijftien tot drieëntwintig meter. Van het uitkijkpunt waar wij staan, is dat nauwelijks waarneembaar. Reisgenoten kijken verbaasd op wanneer ik dit vertel (uiteraard wel eerst zelf opgezocht 😊). De komvormige kloof fascineert me minder dan de canyon bij Spahats Falls. Al dat natuurgeweld eist slachtoffers.

De vreemdste beslissing van de dag is om ’s avonds naar Clearwater Lake te rijden, een aantrekkelijk wildernismeer. Het ligt echter behoorlijk afgelegen en de enige weg er naartoe is over een hobbelige zandweg die bezaaid is met putten. De bestuurders van de twee auto’s beschikken over stalen zenuwen om over dit excuus van een weg te rijden terwijl 4x4’s ons in volle vaart voorbij snellen. De omgeving is uiteraard een lust voor het oog en bovendien erg verlaten. Maar moeten we hier nu echt twee uur voor rijden? Het is een vraag die ik liever niet beantwoord. Ook omdat we tamelijk laat over deze twijfelachtige weg moeten terugrijden.

Aan het einde van de avond is er nog net voldoende tijd om de Dawson Falls te bezichtigen, een minivariant van de Niagara Falls. Slechts twintig meter hoog, maar wel negentig meter breed. De vierde waterval van de dag voelt eerder aan als het afvinken van een item op een boodschappenlijstje. Zo, die hebben we ook weer gehad! De kleinste cijfers leveren vandaag uiteindelijk de meest intieme en charmante waterval op. 

Maandag 17 augustus
Elke reis kent wel een dag die wat minder is. Voor mijn Canada-reis is dat deze. Bewust zo gepland. Het is namelijk een pendeldag van Wells Grey naar Whistler. Ruim vierhonderd kilometer in de auto. Op een uurtje of vier doe je dat in België. Niet hier. Wegen draaien en keren zodanig dat het een lieve lust is. Bovendien rijden we terug richting de bergen: de Coast Mountains. Dus wat trager naar boven rijden en afremmen bij het dalen. Bij de haarspeldbochten moeten de bestuurders bovendien extra waakzaam zijn.

De landschappen onderweg hebben de reputatie om wonderschoon te zijn. Slechts een paar keren brengen de bossen, bergen en meren me nog in vervoering. In de Rockies heb ik dit allemaal al gezien. Half slaapdronken zak ik weg in dromenland om dan plots te ontwaken voor een hemels mooi meer. Het zijn de vele verbrande bomen die me nog het meest raken. Kilometers lang zie ik niks anders dan verwoeste bomen waarvan de stam een pikzwarte herinnering draagt. Het is ook een actueel probleem. Niet ver van onze route woedt er trouwens een bosbrand, maar gelukkig is die onder controle.

Voor onze middagpauze houden we traditiegetrouw halt bij een meer, Seton Lake deze keer. Ik heb nood aan beweging en wil mijn eigen wandeling uitdokteren. Komoot, mijn outdoor app, is echter offline en kan geen eigen route ontwerpen. Dan maar een stukje rond het water wandelen. Nobel idee, ware het niet dat er privégrond in de weg ligt. Het alternatief is een kleine klimpartij in het aanpalende bos. Nu ja, bos, het is een strookje met bomen dat gevangen zit tussen het meer en de hoger gelegen autoweg. Nog altijd wel vrij steil trouwens. Dat merk ik aan de touwen die hier tussen de bomen hangen. Die moeten helpen bij het klimmen. Gestaag begeef ik me naar boven. Enkele bospaadjes lonken verleidelijk naar rechts, maar die leiden me te ver weg. Naar boven en terug beneden, dat is het plan. Mijn portie lichaamsbeweging voor vandaag.

In Whistler verkennen we nog even de stad. Het plaatsje is één van de bekendste skibestemmingen van Canada, maar geniet ook naamsbekendheid van de Olympische Winterspelen in 2010. Hier werden toen verscheidene wedstrijden in verschillende disciplines gehouden. In de zomer is Whistler echter de Canadese hoofdstad van het mountainbiken. Met duizelingwekkende snelheid zie ik ervaren mountainbikers honderden meters dalen op Whistler Blackcomb. Ik word lijkbleek als ik dit zie gebeuren. Ga ik hier overmorgen mountainbiken?

Dinsdag 18 augustus
De Rockies mag ik dan wel missen, maar met de Coast Mountains krijg ik opnieuw een bergmaaltijd voorgeschoteld. Met de zogenaamde ‘Peak to Peak gondola’ word ik via een gondel naar boven gebracht. Deze keer geen epische strijd met hoogtemeters en hellingsgraden. Wel één van de langste gondelverbindingen ter wereld die me in elf minuten naar ongeveer 1860 meter hoogte brengt. Hier zal ik de Blackcomb-piek begroeten. Het bergterrein hier is net wat anders dan de Rocky Mountains. Natter en groener, maar wel even grillig en ruig.

Dat moet wachten voor dé gebeurtenis van de reis. We hebben geen beren op de weg aangetroffen, maar wel ééntje naast de weg. Een kleine zwarte beer loopt door het koele gletsjerwater van de plaatselijke rivier. Het is bessenseizoen en beren zijn nu op zoek naar dit voedsel om zich rond te eten voor hun winterslaap. Op de derde dag had ik al een beer gezien, maar de rest van de groep was dagenlang op speurtocht naar deze beestjes. Tot nu. Een kwartier lang worden de beste fotografie- en filmtalenten geëtaleerd om familie en vrienden te bewijzen dat we toch een beer hebben gezien. In Whistler zijn deze dieren klaarblijkelijk met de honderden aanwezig, want even later zien we opnieuw een zwarte beer op een veldje waar vroeger het Olympisch dorp lag. Kinderen die gaan mountainbiken kijken nauwelijks op. Beren vallen hier nauwelijks op. Tenzij ze broodjes smeren.

Na dit berengoeie intermezzo gaan over naar de orde van de dag. Na de gondeltocht krijgen we enkele wandelkaartjes mee waarop een uitgebreid netwerk van wandelpaden staat beschreven. Je kan hier wandelingen van tientallen kilometers maken, maar onze ambities reiken niet zo ver. Het wordt een combinatie van de Alpine Loop, Overlord Trail en de Lakeside Loop. Met zijn zes kilometer geen lange wandeling, maar daarom niet minder mooi. Na de wat ruigere wandelingen van de voorbije week is dit bijna het niveau van een doordeweekse gezondheidswandeling. Een ijverige zon spoort aan tot langzaam wandelen. We drinken rustig koffie, kijken naar de marmotten die zonnebaden en genieten van de weidse vergezichten die we van deze top zien. Niks moet, alles mag.

Tot het voor reisbegeleider Anouk welletjes is geweest en ze aanmaant om voort te maken.

In een vertraagd tempo verkennen we de boomgrens. Kleine naaldbomen en lage struiken flirten op deze plaats met het bestaan. De omstandigheden zijn net gunstig genoeg voor hen om hier te overleven. Het terrein is verrassend open met kleine bergmeertjes en grasachtige alpiene weides. Een kleine klim maakt de wandeling plots rotsachtiger. Via een pad naast een gletsjerbeekje belanden we in een open rotslandschap. Lakeside Loop bevindt zich aan de voet van een bergwand en oogt een stukje ruiger. Het blijft allemaal behoorlijk idyllisch. Met dank aan de zon ook, want het kwik stijgt inmiddels tot vijfentwintig graden en meer.

Daarna steken we over naar de andere berg, toepasselijk Whistler Mountain gedoopt. Hier is Lost Lake onze bestemming. Het subalpiene landschap van een uurtje geleden wordt omgeruild voor bos en varens. De naaldbomen zijn wat groter en de hellingsgraden ook. De paden worden als het moeilijkste van het gehele langlaufnetwerk genoemd. Maar ook zonder sneeuw vergen ze wat zweetdruppels om afgelegd te worden. Lost Lake ziet er overigens totaal anders uit dan Lakeside. Het oogt diepblauw door het organische materiaal dat afkomstig is van het bos.

Het mooiste is voor het laatste behouden. Met een stoeltjeslift gaat het naar de top van de wereld. Of zo wordt de top hier in het Engels toch genoemd: Top of the World Summit. De derde omgeving van de dag en opnieuw een compleet ander terrein. Puinhellingen, kale rotsen en sneeuwvelden vullen de imposante panorama’s op. Het is eveneens een uitgelezen uitkijkpunt voor de vele bergen die aan de horizon prijken. De ene met een nog eigenaardigere vorm dan de andere. Bij één berg zie ik een kleine uitstulping op de top. Die wordt de Black Tusk genoemd omdat hij doet denken aan de slagtand van een walrus. Daar is volgens mij veel fantasie voor nodig.

Het meest zenuwslopende moment vandaag is de oversteek op de Cloudraker Skybridge. Dit is een 130 meter lange hangbrug die boven de Whistler Bowl hangt. Het uitzicht op de berghelling is ongeveer hetzelfde als op andere plaatsen, met één niet onbelangrijk verschil: nu zweef je via een hangbrug boven de helling. Mensen met hoogtevrees kunnen dit amusementsstuk beter overslaan, want je kan ook onder de brug kijken. De stoeltjeslift terug naar beneden vergt ook stalen zenuwen voor mensen met hoogtevrees, maar levert misschien wel de meest spectaculaire beelden van de dag op. Een rustige dag dus en dat is maar goed ook. Morgen wordt het weer zwoegen en zweten voor mij.