maandag 20 april 2026

Reisverslag Sri Lanka deel vier: in een hinderlaag gelokt door een olifant

Maandag 12 januari
Thee is warm water met kruiden. Het is een mening die ik al een hele tijd ben toegedaan en na deze dag is dat idee alleen maar gesterkt. Vandaag stoppen we onderweg bij Rothschild Tea Estate bij Pussellawa in het hoogland van Sri Lanka. Dit eiland staat synoniem voor theeproductie en dan is een bezoek aan een theeplantage een vanzelfsprekendheid. Ik ben dus geen verwoed theedrinker, maar een demonstratie vind ik altijd wel interessant. Het bezoekje begint bij de theefabriek en hier legt een Singalese dame uit hoe de theeblaadjes worden geperst, gedroogd en gefermenteerd. De uitleg voelt een beetje klinisch aan. Het wordt in recordtempo afgehaspeld op een monotone manier. Dit voedt mijn gedachte dat er een aanzienlijke afstand is tussen toerist - die hier één keer komt - en verteller - die alles letterlijk tienduizend keer heeft verteld. 

Om ons in te beelden hoe zwaar het leven van theeplukkers is, mogen we zelf een rondje theeblaadjes plukken. Twintig kilogram moeten de dames per dag plukken. Ik geraak op tien minuten nog niet eens aan honderd gram. Kwantiteit is belangrijker dan kwaliteit. Die kwaliteit zou ook terug te vinden moeten zijn bij de diverse theeën die we achteraf proeven. Groene thee, zwarte thee, ik proef vooral smaakloze thee. Zoals ik zei: thee is warm water met kruiden. De afsluiter is andermaal een psychologisch verkoopspelletje met het aanwezige toeristenbestand. Een aanwezige verkoopster vraagt me of ik iets wil kopen, ik zeg dat ik die intentie niet heb. Why are you here then? Een filosofische vraag die ik op dat moment ook aan mezelf stel.

De dag is namelijk op dezelfde wijze begonnen. Er bestaat vanuit de groep weinig animo om het programma te volgen. Daar staat een uurtje rafting op de planning, maar een wildstromende Kitulgala kent weinig fans. Kanchi voorziet een alternatief waarvan ik koude rillingen krijg over mijn gehele lijf. Een demonstratie bij een zijdewinkel. De demonstratie is deze keer een videoband die wordt afgespeeld. Zelfs tourist traps worden geautomatiseerd dezer dagen. Het mag gezegd worden dat de zijden kledij er bijzonder fraai uitziet, maar ik draag zoiets niet. Ik koop het niet in België, dus waarom zou ik het in Sri Lanka dan wel kopen? Misschien om de tijd te doden, want een half uur wachten heeft nog nooit zo lang geduurd als hier. 

Tussen de verkoopdemonstraties door rijden we van Kandy naar Nuwara Eliya dat zich in het hoogland van Sri Lanka bevindt. Op een hoogte van tweeduizend meter is Nuwara Eliya de hoogste stad van Sri Lanka. De weg ernaartoe maakt opnieuw duidelijk wat voor enorme schade de cycloon Ditwah heeft aangericht. Aardverschuivingen hebben vele huisjes weggespoeld, ontwortelde bomen versperren de wegen. In de bus zien we hoe een half ontwortelde boom wordt neergehaald. De kans op vallen is simpelweg te groot. Het contrast met deze schilderachtige omgeving kan haast niet groter zijn. De ellende die de cycloon heeft aangericht wordt moeiteloos afgewisseld met adembenemende uitkijkpunten. Theeplantages en regenwoud vinden elkaar moeiteloos in dit deel van Sri Lanka. 

Rond vier uur komen we aan in Nuwara Eliya en dat betekent dat ik mijn kunsten als straatfotograaf nog eens kan vertonen. Het stadje is namelijk gekend omwille van haar Victoriaanse architectuur. Tot mijn ontgoocheling leer ik dat het slechts een korte stop is bij een fruitmarkt, postkantoor en overdekte marktplaats. Het hotel bevindt zich een vijftal kilometer buiten de stad en we moeten daar rond vijf uur arriveren. Na twee keer als een domme toerist behandeld te zijn, kan een derde keer er wel bij, zeker. Wat zeggen ze dan, derde maal is scheepsrecht?      

Om de benen te strekken ga ik eten in Hawa Eliya, een dorpje dat vlak naast Nuwara Eliya ligt. In het fraaie avondrood vergaap ik me op het reusachtige Pedro Tea Estate dat gelegen is in een prachtige, glooiende vallei. Ons hotel ligt in niemandsland, maar wel attractief niemandsland. De dalende voettocht naar het dorpje Hawa Eliya duurt ruim veertig minuten, maar het geeft me positieve energie. Energie die ik de gehele dag gemist heb. Het restaurantbezoek in het dorpje levert een heerlijk gevulde maag op die me goede moed geeft voor de klim naar het hotel. Die doe ik in complete duisternis, maar gelukkig brengt het lampje van mijn smartphone redding. Enthousiast rijdende tuktuks ontwijken me net op tijd. De enige keer van de dag dat ik niet als wandelende portefeuille word gezien, maar wel om wie ik echt ben: een domme toerist die in de weg loopt.  

Dinsdag 13 januari
Het einde van de wereld is magisch. Tot die figuurlijke conclusie kom ik wanneer ik de gelijknamige wandeling maak bij Sri Lanka's meest beroemde hoogvlakte, de Horton Plains. Op een uur waarvan de goden het verbieden om op te staan bega ik een zonde door dit wel te doen. Kwart voor vijf. De wekker van mijn telefoon gaat. Kleine oogjes gevolgd door een brede geeuw. Wil je de mooiste natuur van Sri Lanka bewonderen dan moet je als reiziger er wel wat voor over hebben. Wat volgt is een rit van ruim anderhalf uur over de kleinste wegen die ik in Sri Lanka heb gezien. Of eerder niet heb gezien. Buiten is het zo pikkedonker dat ik enkel de gele gloed van de koplampen waarneem. De twee chauffeurs van dienst - we zijn met twee jeeps - kennen deze route van buiten. Ze doen het haast blindelings. Ook figuurlijk welteverstaan.

Er volgt een grondige check bij de inkom van het park. Er mogen namelijk geen voedingsresten mee. En drones. Medereiziger Bas had die per ongeluk wel mee in zijn rugzak en dat is de reden waarom we een kwartier op hem wachten. Om zeven uur mogen we er toch aan beginnen en het begin belooft al veel goeds. Een open vlakte met patana-graslanden ontvangt ons hartelijk met de mooiste subalpiene vegetatie die ik in jaren heb gezien. Het lot is ons deze keer genadig en een milde winterzon eist haar stek aan de hemel op. In een zacht golvend terrein wacht het eerste hoogtepunt ons na een kilometer op. Chimney Pond is een kleine plas waar een kleine waterval in stroomt. De kunstmatige plas ligt er ietwat verloren bij in dit idyllische landschap. 

Volgens mijn reisgids doet dit landschap denken aan de Schotse hooglanden, maar als ik terug mijmer naar mijn andere reizen zie ik toch meer gemeenschappelijke elementen met Nieuw-Zeeland dan Schotland. Met name de subalpiene vegetatie doet me denken aan de bergen op het zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Na drie kilometer transformeert het uitzicht. De graslanden en rhododendrons maken plaats voor een montaan woud met de werkelijk fenomenale Baker's Falls als climax. Een klein platform helpt bij het bezichtigen van deze iconische waterval. In het dichte woud horen we een luid gekrijs. Het is de onzichtbare Ceyloenhaan die zich graag laat horen. We hebben echter oog voor een andere bijzonderheid: de nelu. 

Dit is de lokale naam voor een bloem die slechts om de twaalf jaar groeit en het toeval wil dat de bloeiperiode op zijn einde loopt wanneer we deze wandeling doen. Een vloed van groene struiken getooid met bloemen kleuren het bos met een paarse schakering die de nelu zo typeert. Dit is een  moment van zien, horen, ruiken én voelen. De wandelaar voelt de grootsheid aan van deze plek. Ruikt de frisheid van het bos. Ziet de pracht van de flora. Het is een zintuiglijke overstroming. Mijn cerebrale cortex heeft moeite om al deze sensorische ervaringen te plaatsen. Het overweldigt me. Ik ben blij dat er nog zulke mooie plaatsen op aarde bestaan. Maar ook droevig omdat ik in de wetenschap leef dat de rest van de wandeling minder zal zijn. 

De passage na het bos bevestigt dit. Zo ver het oog rijkt is er een kale vlakte. Rotsen zijn hier in de meerderheid, vegetatie laat zich slechts sporadisch zien. Het zijn kilometers die ik moet afmalen om het einde van de wereld te zien. At World's End, zo heet namelijk het beroemdste uitkijkpunt van deze wandeling. Het is eveneens de naam van deze wandeling. Een klif van bijna duizend meter gaapt naar beneden. Ik verwacht een loodrechte klif, maar het is eerder lichtjes getrapt. Het uitzicht is mooi. Deze keer vechten mijn ogen geen strijd uit met de wolken en staar ik naar het einde van de wereld. Bij het einde van de wereld ligt klaarblijkelijk een kunstmatig stuwmeer. Zo wordt het einde plots een stukje mooier. 

Na een langere pauze begeef ik me alleen op pad. Een klein rotsachtig singletrack pad verbindt de twee uitkijkpunten At Worlds End en Mini World's End. Het kan op deze route best wel druk worden, maar nu heb ik deze plek even alleen voor mezelf. Door het dikke struikgewas en bomen kijk ik uit op de patana-grasvelden die ik anderhalf uur geleden doorkruiste op dit plateau. Af en toe prijkt er een plas tussen de struiken. Ik hoor de geluiden van zangvogels. Vogels waarvan ik de naam niet ken en niet wil kennen. Hun gezang is het enige wat ik nodig heb om dit deel van de route op te luisteren. Ik en de natuur. De natuur en ik. Totdat dertig seconden later er een groepje rumoerige wandelaars aankomt. Het vogelgezang is overstemd. Ik ben afgestemd. Afgestemd om dit lawaai te negeren. 

Het volgende uitkijkpunt is dus mini en zo ervaar ik het ook. Het perspectief is wat minder, de daling naar beneden ook. Nog steeds mooi, maar ik voel me als een postbode die de ene brief na de andere in een bus deponeert. Het voelt wat routineus aan. Ik stop hier dus niet lang en ik begin aan de laatste kilometers van deze wandeling. De route is nauwelijks negen kilometer lang. Het meest technische stuk breekt aan. Het is een beetje opletten voor rotsen en stenen. Het gaat eveneens gestaag omhoog. De wandeling wordt een stukje wilder. Bloemen en bossen maken plaats voor ruwheid. De route krijgt een vleugje avontuur mee. Niet dat ik hier behoefte aan heb na mijn zware klim in de Knuckles Mountain Range twee dagen geleden. 

Bij deze route in de Horton Plains heb ik constant genoten, bij mijn vorige route constant gevochten. Met mezelf, met de omgeving. Daarom vullen deze wandelingen elkaar ook zo mooi aan. Tegen mijn medereizigers vertel ik dat het één van de mooiste wandelingen is die ik ooit heb gedaan. Ik denk niet dat ik dat zou gezegd hebben als ik de wandeling in de Knuckles Mountain Range zou gemist hebben. De Horton Plains voelen aan als een sensorische overweldiging waarvan ik kan genieten in positieve zin omdat ik mijn limieten heb opgezocht twee dagen geleden. Soms moet je afzien om te weten wat genieten is. Met deze filosofische gedachte in het hoofd keer ik terug naar het hotel. De rest van de dag wordt opnieuw pendelen. 

Met het kleine busje dalen we uit de hoogvlakte en zien we regelmatig nog de sporen die de cycloon Ditwah heeft achtergelaten. Soms zit ik met een verstokte adem te kijken naar deze onheilspellende beelden. Ook al heb ik het eerder gezien. In Ella, een lokaal backpackersparadijs, houden we een langere stop. Normaal gezien staat er ook een bezoek aan het pelgrimsoord Kataragama op het programma, maar niemand kan zich hier nog warm voor maken. De Culturele Driehoek heeft ook mij genekt. Ik geef mijn ogen de kost in het bruisende Ella. Er volgt daarna opnieuw een fotostop bij de Ravana Ella Falls. Een waterval van vijfentwintig meter hoog die zich graag laat fotograferen.                    
De lange dag eindigt nabij Tissamaharama, een plek waarvan het toeristisch levensbestaan is ontleend aan haar nabijheid van het Yala NP. In de late namiddag is iedereen slaapdronken. Het vroege opstaan eist slachtoffers. Met krampachtige benen kan ik me uit het busje werken waar opnieuw een prachtig lodge mijn overnachtingsstek is. Ik heb echter meer oog voor het zwembad. Wat baantjes trekken in het openluchtzwembad bij een temperatuur van twintig graden na zoveel uren in de bus. Heerlijk! Dat denken de muggen ook als ze in mij hun zwemmend avondmaal zien.  

Woensdag 14 januari
Doembeelden spoken op in mijn hoofd wanneer we 's ochtends bij de ingang van het Yala NP staan. Een rij met een ontelbare hoeveelheid jeeps vult de horizon waar in de verte de inkom prijkt. Dit nationale park heeft de hoogste kans op het spotten van luipaarden en is daarom verreweg het populairste park van Sri Lanka. Gisteren werd ik al moedeloos bij de gedachte om samen met de grote massa door het park te rijden en nu blijkt die realiteit zelfs erger te zijn. Ben ik hier dus om kwart over vijf voor opgestaan? Maar kijk, teleurstelling en blijdschap zijn soms twee kanten van dezelfde munt, want het wordt snel duidelijk waarom dit park zo populair is. Het heeft namelijk veel meer te bieden dan enkel luipaarden. 

Het is de omgeving die me in bekoring leidt. Het park bestaat uit een unieke mix van halfdroge savanne met groene struikbossen en wetlands. Zo rijdt onze jeep in vijf minuten van koperrode aarde die doet denken aan Australië, naar dicht groen struikgewas van doornstruikbossen waarin baby-olifantjes verscholen zitten tot het iconische Elephant Rock waar een kudde waterbuffels hun naam alle eer aan doet door af te koelen in een groot meer. Yala NP bevindt zich vlakbij de Indische Oceaan waardoor het dit uniek ecosysteem krijgt. Het landschap is een plaatje, maar het wildlife is dat ook. Op uitzondering van die ene stierolifant na... 

De gigantische kolos is namelijk op zoek naar eten en werkt vanuit een hinderlaag mooi alle jeeps af. Letterlijk. De olifant wacht totdat er zich een lange rij aan jeeps heeft ontwikkeld en daarna gaat hij als een volleerde professionele shopper alle jeeps af die niet wegkunnen. Walking dinner, maar dan letterlijk. Wij zijn ook aan de beurt en ik kan je verzekeren dat wanneer je reisbegeleider zegt dat je je rugzak moet verbergen omdat er een olifant van vier ton op je afkomt je toch wel even verbijsterd bent. Ik toch alleszins. En aan de blikken van mijn reisgenoten te zien, ben ik niet de enige. Onze chauffeur blijft koelbloedig en parkeert de jeep achteruit om vervolgens plankgas te geven om de dikhuid voorbij te snellen. Tijdens de rest van de rit heb ik gevloekt op het talmend rijgedrag van de chauffeur, maar dit heeft hij perfect gedaan.

De rest van de rit is echter wel ontspannend met het spotten van heel veel wild. Olifanten dus, maar ook een jakhals, krokodillen, waterbuffels en een heleboel vogels: bijeneters, diverse ijsvogels, endemische zangvogels en maraboes. En dat in immer wijzigende locaties. Ondanks dat dit een druk park is, heb ik me niet echt geënerveerd aan de grote drukte hier. Behalve dus bij het binnengaan van het park in de ellenlange file. En daarom is Yala NP misschien wel de mooiste safari van deze reis. Soms hangt het er van af hoe de munt valt: teleurstelling of blijdschap.    

Slechts vijf personen zijn deze ochtend meegegaan en dat betekent dat we het overige vijftal jaloers moeten maken met onze goednieuwsshow van hoe prachtig deze safari is. Het geeft hen geen kans om op te scheppen over het feit dat ze rustig hebben kunnen uitslapen op deze toch wel vermoeiende reis. We bevinden ons nu in het zuiden van Sri Lanka en dat is op de thermometer te zien. Voor tien uur wordt de dertig graden al overschreden. In het gekoelde minibusje is het 2,5 uur rijden tot Galle, de laatste culturele stop van deze reis. Galle is een fortstad dat oorspronkelijk werd opgericht door de Portugezen, maar daarna is overgenomen door de Hollanders die de Portugezen hebben verdrongen. 

Het is toch wel bizar om zo'n fort in Europese stijl te zien in een Aziatisch land. Nog meer bizar zijn de grote, versterkte muren die bestaan uit een combinatie van koraal en graniet. Zelfs de onaandachtige kijker ziet al snel de sporen van het koraal in de muren. Verder is de architectuur van het fort vrij traditioneel naar Europese maatstaven: bastions, een voorraadkamer, uitkijkposten en rijen met kanonnen. In het fort zelf huist er een kleine stad met een klokkentoren, vuurtoren en zelfs een gereformeerde Nederlandse kerk. In deze kerk bevinden er zich grafstenen in de vloer waarop spreuken staan in het oud-Nederlands. 

Ik wil het stadje graag zelf op eigen tempo verkennen, maar de tijd is beperkt. Mijn frisse zin ook. De hitte sloopt me toch een beetje en ik ben blij dat ik opnieuw in het gekoelde minibusje kan plaatsnemen. Dagenlang heb ik gesmacht naar een stralende zon, maar dit exemplaar doet dat toch met net iets te veel overgave. Na dit cultuurbad snak ik nu naar een zwembad. We brengen de laatste uren in het busje door om uiteindelijk naar onze laatste bestemming te rijden, Hikkaduwa. In deze badplaats brengen we onze twee laatste nachten door. Het voelt beetje als een ontlading aan. Dit is een absolute topdag, maar een dagje rust kan iedereen wel appreciëren nu.  

maandag 16 maart 2026

Een terugblik op de 98ste Oscars

Persoonlijke klaagmis
Ik kijk amper TV, maar ik houd wel van films. Het klinkt een beetje tegenstrijdig, maar ik heb een voorliefde voor het beeldverhaal. In korte vorm weliswaar. Met de verandering van het televisielandschap waar gigantische ondernemingen zoals Netflix, Disney en Amazon de toon bepalen is er een duidelijke koerswijziging zichtbaar. Streamingdiensten zetten in op langlopende series, terwijl films naar de achtergrond worden verdrongen. De echt grote blockbusters zijn uiteraard nog te zien in cinema, net zoals specifieke genres zoals horror, maar films met een middelgroot budget zijn gedecimeerd in de filmzalen. Ze worden af en toe nog gemaakt als arthouse films, maar nu worden ze dikwijls geconcipieerd als prestigieuze series. Mijn tijd is echter beperkt. Mijn aandachtsboog ook. Daarom dat ik liever een film zie van twee uur dan een serie van dertien uur. 

Deze uitleg klinkt misschien wat overbodig, maar het bepaalt wel hoe ik de laatste vijf, zes jaar naar het medium kijk. Ik moet namelijk tot mijn spijt bekennen dat ik jaar na jaar minder geniet van films. Het is te zeggen: er bestaan bijna geen films meer die me omverblazen. De laatste was Dune van Denis Villeneuve. Een film die dateert uit 2021. Ervoor waren er altijd wel twee of drie films waar ik met een verstilde blik uit de zaal wandelde. Nu contempleer ik meer over hoe lang de film nog duurt. De regisseurs zijn nochtans dezelfde, de acteurs ook en de schrijvers ook. Het zal allicht een combinatie zijn van persoonlijke evolutie en een filmwereld die in beweging is. Daarom niet in de juiste richting. 

Vingerdik
Er zijn een heleboel films genomineerd voor de Oscars, maar het is wellicht symptomatisch hoeveel ik er gezien heb: zes. In het verleden was ik steeds trots op mezelf omdat ik moeite deed om de grootste kanshebbers toch eens te zien. Nu zie ik wel wat er in de zalen verschijnt. Ik kan dus enkel een goed oordeel vellen over de volgende films: Jurassic World Rebirth, Zootropolis 2, Bugonia, Marty Supreme, One Battle After Another en Hamnet. En om mijn betoog van daarnet nog wat meer kracht bij te zetten: bijna geen enkele film heeft me honderd procent weten te overtuigen. Ik denk dat het kostuumdrama Hamnet wegens zijn prachtige ontroerende slot me nog het meest is bijgebleven. De gedoodverfde favoriet One Battle After Another vind ik in vergelijking met het andere werk van Paul Thomas Anderson toch duidelijk minder. Phantom Thread vind ik een meesterlijke film, One Battle After Another heeft meesterlijke momenten. Een groot verschil.  

De nieuwste film van Anderson is met dertien Oscar-nominaties nochtans sterk in de smaak gevallen. Toch is het niet de grootste slokop van de genomineerden. Die eer gaat naar Sinners dat maar liefst zestien nominaties in de wacht heeft gesleept. Het hoogste aantal ooit in bijna honderd jaar Oscar-geschiedenis. De film kwam midden 2025 uit en heb ik niet gezien. Filmcritici die de film wel hebben gezien, vinden het een te grote eer. De film is goed, maar niet indrukwekkend. Dat is althans de algemene tendens wanneer critici hun mening spuien over Sinners. Hollywood wordt in deze woelige tijden sterk gepolitiseerd en daarom is het gemakkelijk om de conclusie te trekken dat een film met voornamelijk zwarte acteurs een voorkeursbehandeling krijgt met #oscarssowhite vers in het geheugen. En omdat het zo gemakkelijk is doe ik dat ook: het ligt er namelijk te vingerdik op.  

De winnaars
Bij de bookmakers stond vooral One Battle After Another hoog aangeschreven en de film heeft zijn favorietenrol ook waargemaakt. Zes Oscars werden er verzilverd waaronder de dubbelklapper beste film en beste regisseur. Sinners speelt dus tweede viool, maar heeft met vier beeldjes ook veel reden om feest te vieren. Michael B. Jordan werd namelijk uitgeroepen tot beste mannelijke acteur en Sinners won ook de beste cinematografie. De eerste keer in de geschiedenis dat dit beeldje naar een vrouw gaat, Autumn Durald Arkapaw. 

Nog twee andere films wonnen meerdere Oscars: Frankenstein van Guillermo Del Toro won drie Oscars in de zogenaamde technische categorieën en het opmerkelijke KPop Demon Hunters won twee beeldjes voor beste origineel liedje en beste animatiefilm. Allemaal degelijke keuzes, maar ik betwijfel of we tien jaar later nog veel van deze films zullen herinneren. Ik denk dat Spotlight - winnaar van de Oscars in 2016 - nu ook niet veel minnaars meer heeft in het filmpubliek. 

Een overzicht

Beste film 

 

Winnaar: One Battle After Another 

Opinie: Volgens mij een verdiende winnaar, al is het omdat ik de andere films (die ik gezien heb) niet beter vind. Of dat het nu werkelijk de beste film is van het afgelopen jaar, tja, daar kan over gediscussieerd worden.  

Beste regie 

 

Winnaar: Paul Thomas Anderson 

Opinie: Anderson wint dit volgens mij eerder op basis van zijn gehele oeuvre, zoals Del Toro dat eerder deed in 2018 met The Shape of Water wat ook niet zijn beste werk is. Persoonlijk zag ik het liever naar Hamnet gaan waar Chloé Zhao bewijst dat ze een grote cineaste is. 

Beste acteur in een hoofdrol 

 

Winnaar: Michael B. Jordan 

Opinie: Ik was er zeker van dat deze prijs naar Timothée Chalamet ging gaan die een onnavolgbare vertolking neerzet van een allesbehalve sympathiek figuur. Voor Jordan is het niet zijn eerste prijs in het award seizoen, dus het zal allicht wel verdiend zijn.  

Beste actrice in een hoofdrol 

 

Winnaar: Jessie Buckley 

Opinie: Het stond als een paal boven water dat Buckley ging winnen, want haar vertolking in Hamnet is het beste wat ik qua acteerwerk heb gezien de laatste jaren.  

Beste mannelijke bijrol 

 

Winnaar: Sean Penn 

Opinie: Met zijn derde beeldje schaart Penn zich onder de groten. Ik ben niet altijd fan van zijn manier van acteren, maar hier is het simpelweg verdiend.  

Beste vrouwelijke bijrol 

 

Winnaar: Amy Madigan 

Opinie: Madigan heb ik niet gezien in Weapons en dit is dus eigenlijk een categorie waar ik weinig over kan zeggen. Misschien een film die ik wil zien als die toevallig ergens opduikt 

Beste originele scenario 

 

Winnaar: Sinners (Ryan Coogler) 

Opinie: Eén van de vier Oscars die Sinners heeft gewonnen en wellicht terecht. Marty Supreme vind ik echter een grote concurrent, maar mist het gewicht van Sinners om deze nominatie te verzilveren.  

Beste bewerkt scenario 

 

Winnaar: One Battle After Another (Paul Thomas Anderson) 

Opinie: Ook hier geldt het dat het volgens mij een terechte overwinning is, hoewel ik persoonlijk graag Hamnet zag winnen. One Battle After Another komt nogal chaotisch over bij mij.  

Beste animatiefilm 

 

Winnaar: KPop Demon Hunters 

Opinie: Uit het rijtje animatiefilms heb ik enkel Zootropolis 2 gezien waar de bestaansreden van de film vooral financieel is. KPop Demon Hunters verkent de cultuur van KPop en verdient alleen daarom al de prijs wat mij betreft. 

Beste originele filmmuziek 

 

Winnaar: Sinners (Ludwig Göransson) 

Opinie: Ik herinner me vooral dat de muziek van One Battle After Another erg luid was en daarom niet mijn favoriet. De muziek bij Hamnet vond ik meer geslaagd, maar wellicht wat te klassiek. Het lijkt erop dat de soundtrack van Sinners het perfecte evenwicht heeft gevonden.  

Beste origineel liedje 

 

Winnaar: Golden – KPop Demon Hunters 

Opinie: Ik ken het liedje niet, maar K-pop is altijd goed voor melodieuze liedjes, dus ik kan wel inzien waarom dit wint.   

Beste geluid 

 

Winnaar: F1 

Opinie: De winnaar kan ik niet beoordelen omdat ik die niet heb gezien, maar andere critici zijn lovend over F1, dus wie ben ik om hier niet mee akkoord te gaan? 

Beste casting 

 

Winnaar: One Battle After Another (Cassandra Kulukundis) 

Opinie: Als je kijkt naar hoeveel acteurs zijn genomineerd uit deze film lijkt deze overwinning me terecht. Casting is overigens een nieuwe categorie bij de Oscars 

Beste productieontwerp 

 

Winnaar: Frankenstein 

Opinie: Het minutieuze werk wat in Del Toro’s werk gaat is algemeen bekend en dat geldt ook voor de mensen waarmee hij samenwerkt. 

Beste cinematografie 

 

Winnaar: Sinners (Autumn Durald Arkapaw) 

Opinie: Eén van de “grote” categorieën wat mij betreft en ondanks mijn kritiek op One Battle After Another scoort de film hier erg hoog in. Sinners moet dan wel uitzonderlijk goed zijn om dit beeldje op te eisen.  

Beste make-up 

 

Winnaar: Frankenstein 

Opinie: Opnieuw een technische Oscar die gaat naar deze productie. Het mag gezegd worden dat dergelijke films zich ook uitstekend toe lenen voor deze categorieën.  

Beste kostuumontwerp 

 

Winnaar: Frankenstein (Kate Hawley) 

Opinie: De derde en laatste Oscar voor Frankenstein is misschien wat verrassend. Ik had hier eerder een kostuumdrama zoals Hamnet verwacht, maar zoals ik al eerder schreef: Del Toro laat zich graag omringen met de beste mensen uit Hollywood.  

Beste montage 

 

Winnaar: One Battle After Another 

Opinie: Dit is opnieuw een “grote” categorie voor mij aangezien het monteerwerk het ritme van een film bepaalt. Dat doet One Battle After Another vrij klassiek, maar erg effectief. Al had ik het nerveuzere Marty Supreme liever zien winnen, al was het maar om innovatie te belonen.  

Beste visuele effecten 

 

Winnaar: Avatar: Fire and Ash 

Opinie: De laatste telg in de Avatar-reeks is visueel erg indrukwekkend. De CGI ziet er prachtig uit en zit zoveel in de film dat je volgens mij eerder kan spreken over een animatiefilm dan een gewone rolprent.  

 


Besluit
One Battle After heeft zijn favorietenrol waargemaakt en gaat met de meeste en belangrijkste prijzen terug naar huis. Ondanks dat Sinners zestien keer werd genomineerd, overheerst het deze Oscars niet. Het is echter wel een mooie tweede en wint twee belangrijke Oscars. Dan is het leven van de acteurs en technici van Marty Supreme nu even wat zuurder. Negen nominaties, maar nul overwinningen. Ook het Noorse Sentimental Value werd negen keer genomineerd, maar won uiteindelijk wel één beeldje: dat van beste internationale film. 

Over de gehele lijn is het een degelijk resultaat geworden. Hier en daar een kleine verrassing, geen controverses en één unieke overwinning met Arkapaw die als eerste vrouw de categorie wint van beste cinematografie. Maar het is allemaal wat braafjes. Ergens vraag ik me af waarom het nerveuze montagewerk in Marty Supreme niet wordt beloond of het aangepaste scenario van Hamnet. Durf te durven! Dat is iets wat Chloé Zhao als geen ander kan en ik kijk erg naar haar volgende films uit. Een Oscar-overwinning kan dan niet uitblijven.