Dinsdag 25 augustus
Ik schreeuw naar cultuur, maar het dagprogramma voor vandaag belooft een fietstocht door Vancouver. Mooi om de stad te leren kennen, maar ik wil toch ook graag een museum meepikken. Bovendien ben ik nog tot twee uur 's nachts blijven plakken in de plaatselijke horeca. Ik wil een persoonlijke secondewijzer die enkel voor mij tikt. Het ritme van een cultuurminnende, ietwat slaapdronken en allicht ook nog lichtjes dronken toerist die een Canadese miljoenenstad wil ontdekken. Ik besluit dus om Vancouver alleen onveilig te maken. Te voet. Het begin is aangenaam. In aangenaam ontluikend zonlicht fotografeer ik de buurt van Sunset Beach en English Bay. Ik kijk naar de mensen en lees graag over de monumenten die hier staan. Inukshuk. Het zegt me weinig, maar ziet er wel leuk uit.
Vandaag wordt het andermaal warm en ik rust op een bankje om de oostelijke ochtendzon te begroeten. Mijn maag snakt naar koffie, mijn hoofd zegt echter nee. Eerst het alcoholresidu kwijtraken. Dat doe ik al stappend. Naar het grote Stanley Park waar ik een stukje regenwoud in Vancouver aantref. De stadsrand is vlakbij en op twee minuten lijkt het alsof ik op een afgelegen plek ben. Een toestormende fietser maakt duidelijk dat dit niet het geval is.
Lost Lagoon is de plek die je wil zien, leert het internet mij. Een verloren lagune die gekneld zit tussen de stadsrand van een miljoenenstad en een stukje regenwoud. Wat moet ik als Belgische toerist hiervan denken? In mijn huidige toestand niet veel. Wat ik te zien krijg, is enerzijds een vertoning van biologen die werk verrichten op een eenzame plek van deze kunstmatig aangelegde lagune. Anderzijds is er de drukke verkeersader die vlak langs de lagune loopt. Drukte en rust die verbonden zijn door een plas water. Langzaam ga ik die drukte tegemoet. Ik zie de hoogbouw al in mijn ooghoeken opduiken. Moderne constructies opgetrokken in glas en staal. Soms in vreemde bogen, meestal rechthoekig. Het moderne stadscentrum vormt met zijn drukte en menselijke aanwezigheid de totale antipode van mijn reis door Canada. En daarom is het misschien ook een mooie afsluiter voor deze reis. Van architectuur kan ik ook genieten. Het is te zeggen, van de architectuur van sommige gebouwen.
Het bakje koffie verwelkomt me in Gastown. Hier is een stoomklok met vier pijpen de plaatselijke attractie. Elk kwartier komt er stoom uit deze pijpen. De moeite van het wachten niet waard, maar ik ben er toevallig wanneer het weinig spektakelrijke kijkstuk zich voor mijn ogen voltrekt. De koffie die ik heb gedronken, was toch beter. Dit is het toeristische gedeelte van deze grootstad, het Vancouver waar souvenirshops en restaurantjes het straatbeeld domineren. Massatoeristen vinden dat gezellig, inmiddels ontnuchterende solotoeristen kitscherig. Het epicentrum van toeristisch Vancouver wacht echter op mij bij Granville Island. Via de residentiële buurt van Yaletown en False Creek beland ik bij een watertaxi die me naar deze door toeristen overlopen plek brengt. Dit is het gastronomische Vancouver.
Gastronomisch wil hier zeggen een food court waar elke vierkante centimeter bezet is door menselijke aanwezigheid. Eetkraampjes uit alle vier de windrichtingen zijn hier aanwezig: lokale gerechten, Aziatische specialiteiten en talloze keukens uit Europa en Centraal-Amerika. Aan keuze geen gebrek. Aan mensen ook niet. Ik besluit om een wrap mee te nemen voor mijn grote overtocht naar het Museum of Anthropology dat zich aan de overzijde van de stad bevindt. Ik snuister even door deze buurt. De winkeltjes hier verkopen meer ambachtelijke spullen. Het is objectief allicht mooi, maar het spreekt me niet echt aan. Sowieso was ik toch niet van plan om iets te kopen.
Via een kleine queeste beland ik uiteindelijk bij de bus waar ik moet zijn. Een klein paniekmoment later realiseer ik me dat dit niet de juiste bus is. Ik stap in allerijl af en als een geluk bij een ongeluk beland ik bij de universiteitsbuurt van Vancouver. Hier staat het Museum of Anthropology namelijk. Het geeft een kijkje in een andere wereld van Vancouver. Witte, strakke gebouwen die me doen denken aan Stad van de Kunsten en Wetenschap in Valencia, maar minder bombastisch. Eind augustus is het hier nog rustig. Het academische jaar moet nog starten. Mijn academische kennis over de inheemse volkeren hoop ik in ieder geval bij te spijkeren bij mijn museumbezoek.
Het wordt een bezoek met gemengde gevoelens. Het gebouw alleen al is een bezoekje waard. Grote glaspartijen en hoge plafonds laten een zee van licht binnenvallen in de grote galerij waar de belangrijkste werken zijn tentoongesteld. Door de gigantische ramen zie ik de spectaculaire natuur. Het gebouw zelf is eigenlijk een decorstuk in dit museum waar menselijke aanwezigheid naadloos overgaat in natuurlijke présence. Monumentale totempalen, ceremoniële objecten en beeldhouwwerken vertellen meer over de kunst van lokale stammen. Ze vertellen echter weinig over de mensen zelf: hoe ze leefden, wat ze deden, wat hun geschiedenis is. Wel een kajak van vijftien meter lang en een totempaal die tien meter hoog is. Imposant? Zeker en vast. Interessant? Daar kan over gediscussieerd worden...
De andere galerijen bieden ook ruimte voor kunstobjecten uit talloze andere culturen. Tof, maar ik was toch echt wel naar dit museum gekomen om de cultuur van de inheemse stammen te leren kennen. Dat heb ik slechts met mondjesmaat gedaan. Ik vind het zelfs ergens een miskenning van de eigen cultuur dat de kunstobjecten uit de rest van de wereld meer ruimte krijgen dan de eigen volkeren. Dat is het wellicht niet, maar voelt wel zo aan. Zeker omdat ik speciaal hiervoor naar het Museum of Anthropology ben gekomen. Wel is er een intensieve samenwerking met kunstenaars van de lokale stammen die hier hun werk mogen tonen. Op dat vlak voelt het meer aan als een atelier dan als een museum.
Het museum sluit wel in schoonheid af. Het beroemde werk The Raven and the First Men krijgt een eigen zaal: de rotonde. Het reusachtige, driedimensionale kunstwerk is volledig met de hand gesneden uit één gigantisch gelamineerd blok, opgebouwd uit 106 balken van gele ceder. Net zoals Lake Moraine was dit werk zo iconisch dat het jarenlang is afgebeeld op een het Canadese twintig dollarbiljet. De grootsheid van dit werk dien je letterlijk te nemen. Het is echt groot. Artistiek is het goed, maar niet uitzonderlijk uitgevoerd. De ronde ruimte waarin een glazen koepel het zonlicht doorlaat, maakt dit kunstwerk nog bijzonderder. Zo voelt mijn cultuurbad toch niet aan als een koude douche.
Woensdag 26 augustus en donderdag 27 augustus
De laatste keer dat ik vroeg uit de veren moet tijdens mijn reis door Canada. De wekker van mijn telefoon moet me niet wakker roepen. Door de veel te hete kamer in het hostel heb ik amper een oog dichtgedaan. Een verkwikkende douche brengt soelaas. Bepakt en gezakt mogen we deze keer zelf onze koffers dragen naar de metro van Vancouver. De halte ligt een kwartiertje verder. Wanneer we vertrekken, slaapt Vancouver nog. Enkele vroege vogels en nachtraven kruisen ons pad, maar het blijft opvallend rustig. Een eerder kleine metro brengt ons op een half uur naar de luchthaven. Daar is eerst nog het gebruikelijke gevecht met de papiermolen en de procedure om de bagage zelf in te checken. Niet gemakkelijker, maar wel goedkoper. Voor Air Canada toch. Voor mij eerder een broeihaard van frustratie.
We hebben een tussenstop in Montreal en dat ligt helemaal aan de oostkant van Canada. Bijna vijf uur duurt die vlucht. Het is ontzagwekkend hoe groot Canada wel niet is. Dat is buiten de verkeersleiding gerekend die het vliegtuig op het tarmac houdt. Andere vliegtuigen krijgen voorrang. Net zoals in Zaventem drie weken geleden, moeten we hier een engelengeduld hebben. De duivel in mij vloekt rijkelijk. De vlucht zelf verloopt probleemloos, maar de klok tikt vrolijk verder en ik zie de tijd die er ons rest vrolijk verdwijnen. Bij de landing ontlopen we de douaneprocedure en mogen we naar de aansluitende gate lopen. Dat vat ik letterlijk op en in looppas snel ik naar de gate die uiteraard helemaal achteraan de terminal ligt.
Opgelucht zie ik dat de boardingprocedure nog niet is begonnen.
Verbaasd zie ik dat iedereen mijn spurt heeft gevolgd.
Ik weet dat ik een onmiskenbaar talent heb om andere mensen nerveus te maken. Maar hier was het niet echt de bedoeling. Die nervositeit gaat allesbehalve liggen wanneer ik de bezetting van het vliegtuig zie. Links van mij een baby, wat verder rechts van mij ook. Ik verdenk producenten van noise-cancelling hoofdtelefoons ervan die baby's op vliegtuigen te plaatsen. Kwestie van hun verkopen wat aan te zwengelen. Ik leef nu tussen hoop en vrees of het geen huilbaby's zijn. Het exemplaar links valt echter al aan na een paar minuten en geeft minutenlang een oorverdovend concert. Het levert een staande ovatie op van boze blikken. Gelukkig is de baby rechts wat stiller. Totdat die aan zijn serenade begint. Het moet gezegd worden: qua decibels was het ook meer dan indrukwekkend. En in beurtrol lossen ze elkaar af. Eerst links, dan weer rechts. Ik tel de minuten waarin er geen babygehuil is: één-twee-drie-vier... Nee, vijf minuten stilte is me niet gegund. Inmiddels zie ik dat de ouders ook volledig zijn afgemat. Uit sympathie werp ik hen een uiterst vijandige en boze blik toe. Welgemeend. Want deze vlucht heeft me gesloopt.
's Ochtends landen we in Zaventem. Inmiddels is het al donderdag aangezien het tijdsverschil met Vancouver negen uur bedraagt. Deze keer laat de bureaucratie me niet in de steek. Mijn bagage zie ik na amper een paar minuten al op de carrousel verschijnen. Na het afscheid van de groep mag ik nog even langer genieten van de diensten van het Belgische openbaar vervoer. Eerst de trein, daarna de bus. Uiteraard missen die twee elkaar net waardoor ik weer een klein uur mag wachten. Wat is het toch heerlijk om terug in België te zijn!
Eenmaal thuis zijn er verschillende dingen die ik wil doen, maar er is toch één die boven alles uitspringt. Een vraag aan ChatGPT: "Wat is de beste noise-cancelling hoofdtelefoon tegen huilende baby's in een vliegtuig?".










































