Vrijdag 9 januari
Ochtendstond heeft goud in de mond. En ook minder zweetdruppels wanneer je een monoliet van bijna tweehonderd meter hoog moet beklimmen in de tropische jungle. Dat is namelijk wat me te wachten staat deze ochtend. We bezoeken Sigiriya, de leeuwenrots. Deze rotsformatie rijst tweehonderd meter boven de jungle uit en de top wordt sinds mensenheugenis gebruikt als een vestigingsplaats. Eerst was het de residentie van monniken, maar in de vijfde eeuw werd er in ware Game of Thrones-stijl een strijd om de toenmalige dynastie beslecht. Kashyapa I vermoordde zijn vader en bouwde daarna een paleis op deze top uit angst dat zijn halfbroer wraak zou nemen.
De rots verschijnt al van ver aan de horizon wanneer we met de bus aankomen. Het ontneemt me de adem door zijn imposante omvang. Maar ook aan de voet van de monoliet is het aangenaam toeven. Halfopen grotten, waterbassins en tuinen maken duidelijk dat deze plek ooit de hoofdplaats was van een welvarend rijk. Het hoogtepunt is deze keer letterlijk hoog en met behulp van stenen trappen uitgehouwen uit de rots en metalen treden zet ik de klim naar boven in. Bijna tweehonderd meter hoog. De ochtendzon verliest de strijd van een dik wolkenpak en de gevreesde temperaturen blijven dus uit. Frisser dan verwacht bereik ik op de top waar na enkele seconden één gedachte door mijn hoofd flitst: Machu Picchu.
De citadel in de Peruviaanse bergen heeft namelijk veel gemeen met deze plaats. Ik zie verscheidene terrassen, er zijn waterreservoirs, restanten van paleizen en groene tuinen. Het verbaast me dat deze plaats eigenlijk best klein is. Van ver lijkt het zo imposant, maar op tien minuten heb je de top van deze rots wel gezien. Ik doe er een stuk langer over omdat er toch wel wat te zien is. Van dichtbij tenminste, want vergezichten zijn met de dikke wolken niet mogelijk. Ik kijk wel uit op de spectaculaire water- en spiegeltuinen die zich vlak aan de voet van deze monoliet bevinden.
Een paar kilometers verder is er een tweede vulkanische monoliet: Pidurangala Rock. Een stuk minder toeristisch, maar wel moeilijker om te beklimmen. Door de heiige hemel is de monoliet moeilijk in de verte waar te nemen, net zoals een groot staand Boeddhabeeld dat helemaal wit gekleurd is. In het voornamelijk groene landschap valt de witte kleur des te meer op. Ook opvallend zijn de fresco's van hemelse maagden die voorzien zijn met weelderige boezems. Ik krijg deze fresco's bij de daling te zien en door de overhangende richel is de kwaliteit onberispelijk. Foto's zijn niet toegelaten. Stilstaan ook niet met een zenuwachtige massa achter mij. Zij willen de vijfde-eeuwse voorloper van de Playboykalender ook wel zien.
Drie uur ben ik op deze plek geweest, maar dat is voldoende om te weten dat dit de mooiste plaats van Sri Lanka is. De Singalezen noemen dit het achtste nieuwe wereldwonder en als ik zie met hoeveel verwondering ik naar Sigiriya kijk, is dat misschien wel terecht. Ik heb genoeg tijd om na te genieten, want het namiddagprogramma is vandaag niet aan mij besteed. Ik grijp in de namiddag terug naar het literaire genot van de Regels van het Ciderhuis. Ook dit is voor mij reizen - een literaire reis.
Zaterdag 10 januari
De ene Boeddha is de andere niet. Dat wordt snel duidelijk wanneer Kanchi ons van een stoomcursus Boeddhisme voorziet waarin hij uitweidt over de vijf houdingen die bijna elk Boeddha-beeld typeert. Met behulp van positie en handgebaar zijn er dus vijf varianten te onderscheiden die gaan van meditatie tot het verlenen van zegeningen. Bij de grottempels van Dambulla is deze minicursus eigenlijk verplichte kost want tientallen - zoniet honderden - beelden bevinden zich in vijf grotten. Dit is opnieuw een heilige plaats en dat was ik bij het aankleden even vergeten. Mijn short bedekt mijn knieën niet. Na veel gezucht, besluit ik dan maar om een sarong te dragen. Plaatselijke agenten van de fashion police zouden me onmiddellijk bekeuren...
Het normaal zo zonnige Sri Lanka beseft niet dat het een zonovergoten eiland is en dat culmineert vandaag in een kleine wolkbreuk. Ik ben blij dat ik in de vijf grotten droog zit. Ik ben minder blij met de mini-martelgang die me andermaal wacht om deze vijf grotten te bezichtigen. Blote voeten, weet je wel. De eerste grot dateert van vlak voor onze tijdrekening, de vier andere grotten dateren van de elfde tot de achttiende eeuw. De ene grot is zo mogelijk nog mooier dan de andere. Heter ook, want het kan aardig benauwd worden in deze grottempels. Bij elke nieuwe grot wordt het moeilijker om enthousiast te worden van de detailrijke Boeddhabeelden, prachtige plafondfresco's of andere artefacten. Het is de overdosis aan tempels na verscheidene dagen in de Culturele Driehoek.
Stiekem geniet ik meer van de locatie van deze grottempels. Het grote open plateau dat een idyllisch uitzicht biedt over de jungle, De groteske, dramatische bomen die voorzien zijn met witte bloesems. De bijna eindeloos lijkende trap naar boven waar niemand me over verteld heeft. Tachtig hoogtemeters die aanvoelen als het dubbele. Lichaamsdrift. Want geestdrift heb ik niet meer. Ergens verspeeld bij Boeddhabeeld nummer 157.
De bus rijdt inmiddels richting Kandy wat een klein beetje hoger ligt dan de plekken die we tot dusver hebben bezocht. Specerijen gedijen hier goed. Tourist traps ook. Een bezoek aan een specerijtuin weet me te enthousiasmeren. Ik zie welke planten er worden gebruikt om kruidnagel, kardemon, ceylonkaneel en nootmuskaat te produceren. Dat vind ik interessant. De verkoopsdemonstratie met medicinale kruiden en massage een stuk minder. Eén kwartier om de tuin te bezoeken, drie kwartier om diezelfde kruiden te verkopen aan toeristen. De toeristenval in volle werking.
Toch eindigt deze dag op een positieve noot. Een show van de spectaculaire Kandy-dansers mag niet ontbreken. Ruim een uur lang geven verscheidene dansers het beste van zichzelf waar ze zijn getooid met trommels, maskers en traditionele kledij. Verscheidene dansen passeren de revue die de geschiedenis van Kandy en Sri Lanka uitbeelden. Gracieuze dansen zoals de pauwendans worden afgewisseld met spectaculaire salto's en vuurspuwers. Het magnum opus is de vuurdans waar twee dansers met hun blote voeten over hete kolen lopen. Niet spreekwoordelijk, maar letterlijk. Ik ben er onderste boven van. Spreekwoordelijk, niet letterlijk.
De hotels in Sri Lanka waren tot dusver al fantastisch, maar qua monumentaliteit slaat dit alles. Het Hotel Suisse was tijdens Wereldoorlog Twee het hoofdkwartier van Lord Louis Mountbatten, de opperbevelhebber van de geallieerden in Zuid-Oost Azië. Metershoge plafonds, Victoriaanse architectuur en een nostalgische, statige look doen me eerder denken dat ik in een paleis logeer dan in een hotel. Rovende apen die openstaande ramen terroriseren neem ik er met alle liefde bij.
Zondag 11 januari
Thang-ap-pu-wa, vier lettergrepen. De startplaats van mijn eerste hike van deze reis is net geen tongbreker. We hebben een dagje vrij in Kandy en eindelijk wordt de lokroep van de natuur door mij beantwoord. Decor van de wandeling is vandaag de Knuckles Mountain Range, lokaal spreekt men wel ook eens van de Dumbara Hills. De Britten zagen in de vijf lokale toppen de knokkels van een hand en dit gebied werd dan ook herdoopt tot Knuckles Mountain Range. Deze bergketen is maar net terug open na de passage van de cycloon Ditwah eind november. De rit er naartoe laat weinig aan de verbeelding over waarom. Wegen zijn versperd met reusachtige rotsblokken en heuvelflanken zijn volledig weggevaagd. De toorn van Moeder Natuur kan vurig zijn.
Ik houd wel van een beetje uitdaging, maar dan moet mijn conditie ook wel navenant zijn. Dat is het niet. De cijfers van deze wandeling zijn nochtans niet zo imponerend: bijna negenhonderd meter stijgen en dalen op een route van twaalf kilometer. Dat is te doen. Waar ik geen rekening mee heb gehouden: de steile hellingsgraad naar het midden en de top, de geërodeerde paadjes die bestaan uit kleigrond en daarom erg glibberig zijn, de onbeschrijfelijke dichtheid aan losliggende stenen en rotsen die ervoor zorgen dat ik altijd en overal moet opletten waar ik mijn voeten zet, rotsblokken die soms vijftig centimeter hoog zijn en waar ik op moet stappen, kale rotsvlaktes die gladder zijn dan een spiegel door de recente buien, met handen en voeten over rotsen klauteren en bloedzuigers die in mijn benen een gratis middagmaal zien. Dat is minder te doen. En ik ben dan wellicht een hoop dingen vergeten.
Ik ben wel wat gewoon, maar hier had ik me niet echt op voorbereid. Het Franse koppel dat met mij meegaat duidelijk wel, want met een voor mij onnavolgbaar dartele gezwindheid hijsen ze zichzelf naar boven. De hele dag staat dus in het teken van zweten en puffen voor mij. De zon is niet echt van de partij waardoor de temperaturen best wel meevallen. Het is te zeggen, het is hier geen dertig graden. Maar hey, als er SM-liefhebbers zijn, dan kan ik misschien toch ook wel genieten van dit wandelmasochisme. Elke trap op mijn adem vertaalt zich automatisch naar een micropauze en die gebruik ik om van de lokale panorama's te genieten. Eerst van de theevelden die me omringen, daarna van het vele bamboe in het nevelwoud.
Ik ben inmiddels 350 meter hoger wanneer we pauzeren bij een prachtig plateau waar ik de zogenaamde knokkels zie van deze bergketen. Een streepje blauwe lucht zorgt voor een mooie achtergrond en mijn nieuwste profielfoto voor Facebook is een feit. Ik glimlach. Want ik weet niet dat het zwaarste werk nog moet komen. De weg door een kleine vallei kondigt echter het tegendeel aan. Het golft zachtjes op en neer. Een pittoreske waterval en een enig mooi beekje doen me in het paradijs wanen. Totdat de gids naar boven wijst. Daar, daar wacht de top op ons. Het enige wat ik zie is een onmetelijk steile helling die verzwolgen wordt door het nevelwoud. Ik wilde natuur, wel hier is mijn natuur. Het is vooral natuur waar ik naar tuur. Turend naar een helling die ik zelden zo steil heb gezien.
Als zelfuitgeroepen wandeldokter schrijf ik voor mezelf de twintig meter-kuur uit. Ik stijg twintig meter, pauzeer een ogenblikje en ga verder. Een gekend recept. Ook een falend recept. Twintig meter wordt na poging drie de tien meter-kuur. Dat gaat een paar keer goed totdat ook dit te zwaar wordt. Nu worden het vijf meter. We bereiken de voorlaatste top. Voor mij is het welletjes geweest en ik pauzeer hier. Een vijftigtal meter hoger ligt de echte top, maar het wordt me te hachelijk. Het stijgen lukt nog wel, maar ik heb schrik voor de daling. Losliggende stenen, een steile hellingsgraad en glibberige paden zijn zelden een goede combinatie voor vermoeide benen.
Op een rotsformatie kijk ik over de omgeving bij de middaglunch. Ik pak het lunchpakket uit. Veel te pikante rice and curry. Ik heb het in India amper gegeten, ik heb het in Sri Lanka amper gegeten en ik ga er ook niet mee beginnen bij een anonieme bergtop in deze weinig bezochte regio. Een kleine straathond is al deze tijd met ons meegewandeld en die heeft wel honger. Het pakketje verdwijnt moeiteloos achter de kiezen. Een dreigend wolkenpak spoort me na een tijdje aan om terug af te dalen. De afdaling kost zoals verwacht meer moeite dan de beklimming. Het is minder vermoeiend, maar wel precairder. Glibberige kleigrond, kale rotsvlaktes of gewoon een losliggende steen. Veel is er niet nodig om een valpartij te maken. Dat doe ik ook niet. Omdat ik erg traag daal.
De tijd die ik neem, staat me wel toe om me meer onder te dompelen in dit prachtige nevelwoud. Bizarre rotsformaties, uitgestrekte theevelden, fauna zoals de vele vogels en de kleine hagedissen en uiteraard de vergezichten zijn de reden waarom ik vandaag naar deze godvergeten plek ben gekomen. Net zoals de afgelopen dagen verspert een dik wolkendek de panorama's. Een beetje jammer, maar het zorgt wel voor een dramatisch uitzicht op de foto's. Dit is niet het mooiste decor van deze rondreis door Sri Lanka. Of het meest unieke. Wel het meest lonende. Dat bewijzen de talloze zweetparels op mijn voorhoofd. Na een aantal kleinere pauzes bereiken we terug de startplaats. Het signaal voor de regendruppels om zich te pletter op de aarde te storten.
De terugweg naar Kandy duurt opnieuw 2,5 uur. Ik mijmer over de anonieme bijzonderheid van deze wandeling. Ze beroert me niet door haar schoonheid, ze laat geen unieke indrukken na door haar omgeving. Daarvoor heb ik te veel andere wandelingen gedaan die mooier waren, unieker. Het is een wandeling die bestaat. En dat bestaan heb ik ondergaan. Anoniem. En dat maakt deze wandeling zo bijzonder. Veel bijzonderder dan andere wandelingen die mooier waren, unieker. Wanneer ik terug ben in Kandy maak ik nog een rondje bij het plaatselijke Kandy Lake. Een plaats die niet vergeten is door God. Of Boeddha. Want hier staat zijn tand nog ergens. Uiteraard met tempel.




