zondag 2 augustus 2026

De noordelijke Kungsleden (sectie Abisko - Nikkaluokta)

Drie jaar is het geleden dat ik nog een trekking heb gedaan. Maar dan was het wel meteen ééntje van het formaat 'expeditie zonder weerga'. Een trektocht door het Karakoramgebergte naar K2 basecamp en de Gondogoro La in Pakistan. Sindsdien doe ik het wat kalmer aan. Hier en daar dagtochten op trails in de Benelux en ook veel wandelingen wanneer ik in het buitenland ben. Maar deze zomerperiode kon ik niet aan de kriebels weerstaan en boekte ik een weekje trekking in de Zweedse wildernis van de Kungsleden. Totaal onvoorbereid. Wat misschien niet eens zo'n slechte instelling was. De Kungsleden laat zich namelijk van haar mooiste kant zien wanneer ze jou kan verrassen. En dat deed ze bij mij heel erg. 

Maandag 13 juli

Van

Abisko

Naar

Abiskojaure

Afstand

15,3 km

Hoogtemeters

247 m

Tijd

3u18


Over zes dagen gaat de zon onder. Mijn Garmin attendeert me erop dat ik in het arctische gedeelte van Zweden ben. Bij Abisko begint mijn trekking door de Kungsleden, het koningspad. Het laatste stukje Europese wildernis wordt gezegd. Wanneer ik aan deze trekking begin, ben ik eigenlijk niet voorbereid. Ik wist dus niet dat de hutten geen stromend water kennen, dat er geen elektriciteit is en dat telefoonbereik onbestaande is. Want enkel wilden in de wildernis willen geen stromend water, elektriciteit en telefoonbereik. Bij het beginpunt van Abisko Turiststation doe ik mijn laatste inkopen, een gasflesje. Toch bekruipt me een gevoel, onderhuids en ongemakkelijk, dat ik iets vergeten ben. Het spookt door mijn hoofd, maar ik kan het niet plaatsen. Ik laat het los.

Ik begin dus totaal onvoorbereid aan de Kungsleden. Bij het begin blijkt dit een zegen te zijn. Het pad van de Kungsleden nodigt me uit om naar links te gaan. Ik hoor echter een enorme oerkracht, een debiet dat een ontelbare watermassa naar beneden laat storten. Het is de Abisko Canyon. In de diep uitgesleten kloof raast de Abiskojåkka-rivier als een bezetene. Ik volg het pad. Een uitkijkplatform staat me toe om de schilderachtige rivier vast te leggen. Ik volg het pad: steile wanden rijzen uit het water, cascades demonstreren de kracht van de rivier, het turquoise water betovert me. Ik ben één kilometer van de waterval zelf. Het mooiste van de Kungsleden op deze dag is niet de Kungsleden. Deze kleine vorm van spontaniteit maakt me blij. Met mijn eigen ogen onverwachte dingen ontdekken.

Ik moet echter stroomopwaarts. De eerste etappe van de Kungsleden naar Abiskojaure belooft een gemakkelijke te worden. Ik doe er ook maar 3u15 over. Dertien kilometer voor de officiële route en de twee kilometer die ik er zelf aan heb toegevoegd. Toch parelt het zweet van mijn hoofd na dertig minuten wandelen. Ook in het hoge noorden kan het relatief warm worden met negentien graden. Ik doe mijn grote backpack even uit. De jas verdwijnt in mijn rugzak. Even later volgt hetzelfde recept. Deze keer voor mijn trui. Stiekem zijn het ook rustmomenten. Rust om even te bekomen van de inspanning. Maar vooral ook rust om te genieten van de omgeving. Ik bevind me in een waterrijk gebied. "Het lijkt op de Hoge Venen", vertel ik tegen mezelf. "Ja, maar dan veel mooier en ongerepter", krijg ik als repliek. Ook van mezelf.

Stroompjes kabbelen hier op alle plaatsen. Mooie hangbruggen maken het mogelijk om ze droogvoets te trotseren. De eerste hangbrug fotografeer ik in volle overgave, na de derde is de magie van zo'n constructie toch wat minder groots. Het landschap heet hier wat minder spectaculair te zijn. Het valt me absoluut niet tegen. Het begin kent een intimere sfeer. Rechts van mij de kolkende Abiskojåkka-rivier. Links kleine berkenboompjes. Hooguit een paar meter hoog, dun en door de wind in de meest diverse vormen aangemeten. Kleurrijke fjällbloemen sieren het decor tussen de bomen. Een tapijt van gele lis en paarse dovenetel. Het geraas van de rivier dooft. Stroomopwaarts wordt ze breder en kalmer. Maar nooit ongetemd.

Het pad wordt langzaam moeilijker. De vlonders bij het begin worden na een aantal kilometers verruild voor een rotspad met keien. Langzaam transformeert het op haar beurt naar een grindpad. Even later gebeurt weer het omgekeerde. De bergtoendra van de fjälls, het arctische landschap van de hoogvlakte boven de boomgrens, is er nog niet. Dat hoeft ook niet. Ik waan me inmiddels in een Middeleeuws sprookjesbos. Een verlaten pad schampt een rots die bedekt is met groen korstmos. Het pad meandert naar een top, de horizon is vlakbij. Het landschap opent zich voor mijn ogen. En daar, op dat moment, bedenk ik iets. "Wat ben ik nu hemelsnaam in Abisko Turiststation vergeten te kopen". Ik blijf het antwoord schuldig.

Het geaccidenteerd parcours brengt me naar hoger gelegen sferen. Bijna vijfhonderd meter boven de zeespiegel om exact te zijn. Ik kijk uit over het uitgestrekte Abiskojaure. Vertaald: het meer van Abisko. Qua vindingrijkheid kan dit zich meten met historici. Zij noemden de dynastieke strijd tussen de Fransen en Engelsen van 1137 tot 1453 de Honderdjarige Oorlog. Ze duurde 116 jaar. Maar het meer van Abisko heeft geen vindingrijkheid nodig. Het komt toe met haar meest elementaire eigenschap: sereniteit. Hier wacht ook mijn eerste overnachting in een hut. Ik word op gelach onthaald wanneer ik vraag of ik mijn powerbank kan opladen. De enige stroom die je hier vindt, is die van de Abiskojåkka-rivier. Geïmproviseerde latrines buiten zijn uitgerust met een rol WC-papier. De enige vorm van luxe hier.

STEKSKES!! Het antwoord op mijn vraag die me al de hele dag tormenteert. Ik wil mijn droge voeding klaarmaken met mijn gasbrander. Maar dan moet je natuurlijk eerst wel vuur hebben. Dat miste ik dus al de gehele dag. Maar het vuur voor de Kungsleden brandt inmiddels wel.

Dinsdag 14 juli

Van

Abiskojaure

Naar

Alesjaure

Afstand

21,7 km

Hoogtemeters

605 m

Tijd

5u41


Ik sta hier in de barre fjälls van arctisch Zweden. Het voelt alsof ik een spelletje aan het spelen ben op mijn telefoon. Een rotspad overspoeld met de wildste stenen en rotsen daagt me uit. Tien bonuspunten als ik het haal. Een vlonderpad glinstert onder een dun laagje water. Mijn volgende level. Hier ga ik met zekere tred door. Alweer een hindernis genomen. Mijn hersenen belonen me met een dopamine-golfje na elke micro-overwinning. Geen wonder dat hiken zo verslavend is.

Turquoise dat krachtig stroomt. Melkachtig dat over de oppervlakte raast. Smaragdgroen dat aan de horizon flonkert. Teal dat de bodem kleurt. Grauwgrijs dat dreigt van de gletsjers. Een kleurenconsulent kan zich volop uitleven bij het identificeren van de kleuren van de rivieren Alesätno en de meertjes rondom Alesjaure. Ik sta aan een top en kijk uit over de imposante vallei. Dit netwerk van rivieren en meertjes slingert zich als een adder door de vallei. Ik vergaap me aan de kleurschakeringen van blauw en groen. Met opengesperde mond sta ik daar. Enigszins omdat ik toch wat moe ben van een tamelijk steile klim. Maar vooral omdat ik verstild sta bij zoveel natuurschoon. De Scandinavische natuur is hier puur. Pure schoonheid. Pure wildernis. Pure woestheid.

Alles is hier ongefilterd. Dat merk ik aan de vele waterlopen. Ik draag amper water bij me. Ik schep het gewoon op van de vele beekjes die ik hier tegenkom. Mijn water is ongefilterd. Net als deze natuur: onvervalst en onweerstaanbaar. Hier drink ik rechtstreeks van het landschap. Dronken van stenen en stilte. Waar de eerste dag een kennismaking is met de Kungsleden, bevind ik me nu volop in het hart. Bergtoendra zover mijn ogen kunnen reiken. Af en toe onderbroken door granieten bergwanden, watervallen en gletsjers. De lucht kleurt grauw en grijs. Het past wonderwel in deze rauwe wereld.

Toch begint mijn reis naar de bergwereld eerder rustig. Het pad naar boven is weliswaar steil, maar de rest van het landschap mist de grimmige noordse ongereptheid die ik associeer met de Kungsleden. Open vlaktes die uitnodigen om te kamperen. Het pad is nog verrassend goed bewandelbaar. Een kleed van gele en paarse bloemen vormt een natuurlijk schilderij op de contrasterende toendra. Ik zie een hangbrug die een schuimende rivier overspant. Hier slaat de stemming om. Hier eindigt de gematigdheid en beginnen de fjälls. Ruw en rauw.

Rotsblokken worden groter en frequenter. Ze liggen niet langer op het pad. Ze zijn het pad nu. Modder wordt een vaste metgezel. Eéntje die ik kilometerslang meesleur met mijn wandelschoenen. Waterlopen zoals beken en riviertjes betekenen voor mij nu lopen door water. Meestal gemakkelijk, soms door een razernij van waterstofdioxiden. Niet vallen is nu belangrijker dan mijn voeten droog houden. Maar de voeten blijven wonderwel droog. Ook de dreigende hemel wil zijn neerslachtigheid met me delen. Ik haal de volgende hut net op tijd vooraleer het begint te regenen.

Ik ben niet gehaast. Er is een boot die deze etappe met vijf kilometer verkort. Voor zeventig euro wel. Gemakzucht heeft zijn prijs. Ik ervaar ondertussen dat mijn dopamines samen dansen met endorfines, serotonines en noradrenalines in een complex chemisch proces. Ik word verliefd. Op de fjälls, maar ook op Alesjaure. Het meer dat zich nu links van mij bevindt. In een huwelijk tussen water en toendra zweef ik over de vlonders, waad ik door de beken en paradeer ik over de paden die inmiddels steenvrij zijn. Het wandelen verloopt naar het einde toe wat eenvoudiger. Het helpt bij het koesteren van deze wandeling. Mijn liefdesrelatie met het landschap wordt intenser. Ik wil meer. Meer water, meer fjäll. En zoals bij verliefdheden gaat, is meer daarom niet beter. Dat merk ik morgen.

Woensdag 15 juli

Van

Alesjaure

Naar

Sälka

Afstand

+/- 28 km

Hoogtemeters

+/- 800 m

Tijd

7u45


Was het nu 26 of 28? Het kan de naam van een spelprogramma zijn. In mijn geval is het eerder giswerk over hoe lang deze etappe eigenlijk nu is. Het magnum opus van deze sectie van de Kungsleden brengt me van Alesjaure naar Sälka via de Tjäktja-pas, het hoogste punt van mijn trektocht. Het gure weer lijkt mijn Garmin meer zorgen te baren dan mezelf. Na bijna vijf uur stappen ben ik namelijk al mijn gegevens kwijt. Via het touchscreen heb ik - of de regen - onbedoeld mijn gegevens gewist. Het overkomt me al voor de tweede keer op een paar maanden tijd. Ik denk dat ik toch eens moet leren om het touchscreen te desactiveren op regendagen.

Voor de goede orde: ik vermoed dat deze etappe ongeveer 28 km lang is, ongeveer 800 hoogtemeters telt en ik heb er ongeveer 7u45 over gedaan. Reken er echter op dat dit traject zelfs tien uur en langer kan duren. Ik bevind me in het hart van de Kungsleden. De arctische wildernis toont zich hier in haar vol ornaat: een snijdende wind, onophoudelijke regen, koude en een terrein dat steeds moeilijker wordt. Bergwandelaars halen hier energie uit. Dit is ook de thuis van de rendieren. Tussen Alesjaure en Tjäktja zie ik een roedel. Majestueus kijken ze me aan. Nederig kijk ik naar hen. Hun gewei dragen ze als een trotse kroon, een beloning om in deze ruigte rond te dolen. Over de typische vlonders moet ik wel vooruit. De rendieren vluchten naar links. Ik wil hun habitat niet verstoren. Maar ik moet wel vooruit. Ik draag geen kroon die bewijst dat ik kan leven door weer en wind.

Vandaag is ook de eerste echte ontmoeting met de talloze waterlopen. Die variëren van kalm tot kolkend en van klein tot imposant. Eén ding hebben ze echter gemeenschappelijk: ik moet erdoor. Eerst probeer ik mijn schoenen droog te houden. Geen goed idee. Ik glij meteen uit over de grote keien. Bij de tweede poging ben ik wat doortastender. Ik plaats mijn schoenen pardoes in het water. Geen compromis. Verrassend genoeg blijven mijn voeten tamelijk droog. Ik tel deze beken. Het zijn er één, twee, drie, vier, ... Ik stop met tellen, het zijn er simpelweg te veel. Eigenlijk is het een puzzel. Een herkenningsopdracht. Een oefening in logisch denken. Gebruik de breedste strook, daar waar het water het minst krachtig stroomt. Herken de stenen die ondersteuning bieden. Speur naar voetsporen van andere wandelaars. Wanneer ik een riviertje ben gepasseerd, zie ik in de verte een nog groter exemplaar dat op me wacht. "Waarom heb ik geen gaiters meegenomen", denk ik dan. Omdat ik totaal onvoorbereid naar hier kwam uiteraard.

De eerste zestien kilometers of zo gaan eigenlijk verbazingwekkend vlot vooruit, ondanks de aangekondigde hoogtemeters. De rivieroversteken vergen wat concentratie, de klimmetjes wat zweetdruppels, maar het terrein is hier nog vriendelijk voor de wandelaar. Ik krijg volop de tijd om te genieten. Van het mystieke karakter van de nabij gelegen bergreuzen die bedekt zijn met een sprei van mist. Dit is geen verlaten gebied meer. Dit is nu het land van de trollen en de dwergen. Wildstromende rivieren meanderen naar beneden. Soms starten ze van de gletsjers, watervallen en sneeuwvelden die ik hoog aan de bergtoppen zie. Het voelt hier niet koud, het is hier koud. In België is het nu 35 graden of zo. Ik prijs me gelukkig dat ik hier ben.

Na een kleine vier uur beland ik bij de Tjäktja-hut. Ik hoop een cola te kopen, maar er is helaas geen winkeltje hier. Ik sla een praatje met de huttenwaard die dit kleine complex onder zijn hoede heeft. Hij hakt hout in korte broek. Het is vijf graden. Hij zegt dat er een drinkbus staat met versgemaakte frambozenlimonade. Geplukt van bessen die hier groeien. Ik laat het me smaken. Ik werp ook nog een blik op de kleine, maar spectaculaire waterval die hier naar beneden stort. "Nog drie of vier uur", roep ik tegen de huttenwaard wanneer hij vraagt of ik naar Sälka ga. Ik weet nog niet dat het moeilijkste stuk zich nu aankondigt.

Het bergterrein wordt steeds prominenter. Rotsblokken en stenen plaveien mijn pad. Elke stap wordt ongemakkelijker. Ook ongelijk. Ik plaats dan mijn voet links tussen de rotsblokken, de volgende stap maak ik een grote boog om op een steen te staan, vervolgens zet ik mijn linkervoet weer een stuk lager. Fysiek is het niet vermoeiend. Mentaal des te meer. Geconcentreerd ben ik bezig met het ontrafelen van de ideale lijn. Ik ben niet zoals water. Water zoekt de weg van de minste weerstand. Ik beschik helaas niet over dat talent. Soms stop ik. Gewoon. Omdat het kan. Ik haal mijn telefoon boven. Ik film dit steenveld. Want één beeld meer zegt dan duizend woorden. En dan ga ik verder. Op het einde van de dag heb ik een klein beetje pijn aan mijn rechterschouder. De vele ongelijke stappen doen ook mijn backpack in alle richtingen meebewegen.

Dan is het tijd voor de bergpas van Tjäktja. De markeringen op de Kungsleden zijn altijd goed te noemen. Hier is het een beetje zoeken. In de verte zie ik de schuilhut, daar moet ik naartoe. Maar hoe? Over de bergstroom die naar beneden valt? Over het sneeuwveld dat er onaangeroerd bijligt. Ik ben opnieuw op zoek naar de ontbrekende puzzelstukjes. Die zijn er. Maar het vergt wat moeite om ze te zien. Achteraf blijkt de passage van deze bergpas nog relatief eenvoudig te zijn. Achteraf bekeken, zegt men weleens. Het moeilijkste stuk blijkt daarna te liggen. De daling is net zoals de Kungsleden: scherp en onvergeeflijk. Recht naar beneden is goed voor één gratis valpartij. Ik bedank voor het aanbod. Ik zoek zigzaggend van links naar rechts een weg. Als die niet bestaat, creëer ik die wel. Via rotsen, graszodes en geërodeerde paadjes beland ik beneden. Missie geslaagd.

In de verte zie ik een enkel blauw en oranje stipje eenzaam in de fjälls bewegen. Het zijn de wandelaars die mij voorgaan. Vechtend met de regen die dit berglandschap heeft herschapen tot één grote modderpoel. Balancerend op de typische vlonders die nu gevaarlijk glad zijn. Springend van steen tot steen in deze puinhoop van rotsblokken. Ik denk terug aan mijn drie of vier uur die ik al voorspellend zei tegen de huttenwaard van de Tjäktja-hut. Het worden uiteindelijk vier uren. Ondertussen moet ik nog een uurtje door de fjälls dwalen. Vechtend, balancerend en springend. Als een blauw stipje voor de wandelaars achter mij die net van de Tjäktja-pas komen. Ik ben blij als ik bij de Sälka-hut arriveer. Want ik ben afgemat. Niet fysiek, wel mentaal. De voortdurende puzzel van waar ik mijn voeten moet zetten. Bij de steenvelden, bij de rivieroversteken, bij de dalingen. Nu zet ik mijn voeten bij de houtstoof. Dat vergt geen puzzel die opgelost moet worden.

Donderdag 16 juli

Van

Sälka

Naar

Kebnekaise

Afstand

26,1 km

Hoogtemeters

735 m

Tijd

7u45


Serendipiteit: de kunst om per toeval iets waardevols te ontdekken terwijl je eigenlijk naar iets anders op zoek bent. Het overkomt me op deze vierde dag van de Kungsleden. Na de stevige wandeling van gisteren heb ik mijn portie rotsachtig terrein wel achter de kiezen voor deze week. De hut bij Singi is naar verluidt een verlaten eiland in een zee van rotsen en steenpuin. Daarom opteer ik voor de bergpas over de Guobirvággi. De beste beslissing van de week.

Het ritme van de berghutten gaat ook tijdens mijn derde nacht onverminderd door. Om zes uur ontwaak ik. Inpakken, even een sanitaire stop doen en snel wat water halen. Het refrein dat ik al drie ochtenden lang zing. Het couplet klinkt deze keer anders. Ik ontbijt niet. Mijn noedels zijn op en mijn blik tonijn houd ik voor later. Op een lege maag vertrek ik om kwart over zes door de gapende leegte van dit berglandschap. Ik kom even later ook collega's tegen met een lege maag. Het zijn de muggen die zwerven bij het stilstaande water van enkele fraaie meertjes. Het weer vandaag is wat milder, geen harde windvlagen meer, maar wel zachte briesjes. De onheilspellende wolken zijn verdwenen. De zon staat als een gigantische schijnwerper aan het firmament. Dat maakt dat het weer muggenweer is. En ik ben het ontbijt. Na een heldhaftige veldslag met het plaatselijke insectenbestand roep ik hulp in. Mijn flesje Deet van het Kruidvat. De muggen trekken zich terug. Ik heb nu meer tijd om dit fraaie schouwspel te bewonderen. Een bundel zonnestralen forceert een doorgang door het wolkendek. Een prachtige zonnevlek fleurt deze vallei op. De meertjes reflecteren de pieken van de fjälls. Het idyllische landschap waar natuurfotografen van dromen en waar ik nu midden in sta. Soms voelt het hiken van de Kungsleden aan als een privilege.

Op een geaccidenteerd terrein dein ik als een golf over de paden. Op en neer. Op en neer. Eerst gaat mijn jas uit. Het enige vocht dat ik op deze dag tegenkom, parelt uit mijn zweetklieren. Later gaat ook mijn trui uit. Inmiddels ben ik er al aan gewend dat mijn kleren naar zweet ruiken. Ikzelf ook trouwens. Een delta van bergstroompjes snijdt als een mes door boter in dit terrein. Wildstromende rivieren zijn echter voorzien van hangbruggen die ik al talloze keren ben tegengekomen op de Kungsleden. Ik moet hooguit een kalm beekje oversteken. Het waden is vandaag kinderspel. Hoewel ik in T-shirt loop, is het niet erg warm. Toch word ik warm. Van de inspanningen. Van het bergdecor en de groene bergtoendra die mij prikkelen. Schaduwen van wolken projecteren zich op bergwanden. Een open blauwe hemel ontvouwt zich voor mij. Het landschap is hetzelfde als gisteren, het uitzicht totaal anders. De mooiste momenten zijn wanneer ik bovenaan een plateau sta. Dan word ik getrakteerd op de mooiste panorama's.

Mijn tredzekerheid ligt nu iets hoger dan gisternamiddag. Het bergachtige terrein heeft uiteraard natuurpaden voor mij in petto. Die bestaan zoals verwacht uit steenpuin. Maar ook grindwegen waar ik dat niet verwacht. Het vergt een tikkeltje minder concentratie. Meer rust voor mijn brein. Op een schuilhut hoor ik mensen. Het zijn trekkers die de hut gebruiken als gratis slaapplaats. Ik gebruik het als gratis toilet. Zelfs zonder ontbijt krijg ik in een plotse opwelling last van de darmen. Het buitentoilet brengt echter sanitaire redding. Na één kilometer kom ik bij de splitsing. Links naar de hoogteroute door Guobirvággi. Rechts naar Singi. Ik verkies dus de eerste optie. Om de steenpuinvelden te vermijden. Omdat het korter is. Officieel drie kilometer, de huttenwaard van Sälka vertelde me gisteren dat het echter één kilometer is. In het midden van zo'n trail doet het er eigenlijk weinig toe.

Waarom het een hoogteroute is, wordt snel duidelijk. Een weinig aantrekkelijk tweesporenpad leidt me in een halve ovaal naar boven. Ik verwacht elk moment een tractor, de sporen lijken gevormd te zijn door plaatselijke boeren. Maar die zijn er uiteraard niet. Ik heis mezelf een weg naar boven. Letterlijk. De stijging van tweehonderd meter kost me meer moeite dan ik wil toegeven. Ik bevind me hier wel op onbekend terrein, ik heb namelijk de officiële Kungsleden verlaten. Geen rode markeringen, wel steenmannetjes die me de weg vertellen. Samen met mijn gezond verstand en de voetsporen van andere wandelaars zijn zij mijn gids op deze bergpaden. Soms is er geen pad en moet je zoeken in het terrein naar de meest logische doorgang. Die is er altijd.

Na de saaie opening van deze hoogteroute regisseert de Guobirvággi als een volleerd regisseur een prachtig bergtheater voor mij. Het klassieke landschap van de Kungsleden wordt verlaten voor een wereld van spiegelmeertjes, granieten bergflanken en alpiene weides. Ik krijg spontaan een déjà-vu naar de Alta Via 1 waar ik ook uitrustte in groene weides. De spectaculaire bergwanden die ik anders in de verte zie, bevinden zich hier op enkele tientallen meters van mij. Met grote nederigheid begeef ik me naast deze reuzen. De spiegelmeertjes zijn hier azuurblauw. Niet grauwgrijs zoals in de vallei. Zou dat komen omdat ze gevoed worden door de kletterende watervallen die naar beneden storten uit de bergen? Het zijn momenten waar één beeld meer zegt dan duizend woorden.

Ongerept is het woord dat bij me opkomt in deze off-grid versie van de Kungsleden. Geen vlonderpaden of markeringen, wel kleine kloofjes met een diepte van twee meter waar in een meanderende waterloop het water naar beneden stroomt. Deze waterlopen oversteken is hachelijk werk soms. Steil omlaag om in het kloofje te belanden en opnieuw steil omhoog om het kloofje te verlaten. Dat verscheidene keren opnieuw. Steenpuinvelden zijn hier ook. Beperkt in formaat, maar wel ongetemd. Het landschap is hier ruwer. Met de zon hoog aan de hemel kan ik eigenlijk niet verloren lopen. In guur weer lijkt me dit veel waarschijnlijker. Wanneer ik daal, is dit mijn laatste kans om deze adembenemende weidse vergezichten te koesteren.

Na vijftien kilometer sluit ik aan bij het originele traject van de Kungsleden. Vijf uur heb ik helemaal alleen in dit decor getrokken. Ik stop even bij de splitsing waar de Kungsleden samenkomt met de route komend van Guobirvággi. De illusie dat ik alleen op dit traject ben, wordt meteen doorprikt. Twee dames kom ik tegen wanneer ik uitrust op een rots. Ik beantwoord hun blik met een instemmende lach. De lach die vertelt dat ik een andere, mooiere wereld heb gezien dan hen aangezien ze van de Singi-hut komen. Dit is geen arrogantie. Dit is serendipiteit.

De paden hier zijn naar goede gewoonte old school Kungsleden: vlonderpaden over drassige stukken, steenpuinvelden met modderachtige fragmenten en natuurpaden bedekt met rotsen. Aan mijn rechterzijde vind ik opnieuw een snelstromende rivier. Ik bevind me nu in de wereld van de Kebnekaise, de hoogste berg van Zweden. Deze tweeduizend meter hoge berg vereist een stevige klim over bijzonder rotsachtig terrein, maar hier is dat niet aan de orde. Integendeel, hoe dichter ik bij mijn eindbestemming kom, hoe opener het terrein wordt. Grote grindpaden ontvangen tientallen wandelaars en klimmers. Het zijn mensen die hier in de buurt wandelen of komen van de westelijke route van de Kebnekaise. Zo'n legertje klimmers snijdt me de pas af. Antiserendipiteit: de kunst om per toeval iets nadeligs te ontdekken. Ik schakel een versnelling hoger en haal hen in. De eindmeet is in zicht. Denk ik.

Dat blijkt de laatste kilometers behoorlijk tegen te vallen. Na zeven uur wandelen snak ik naar de eindbestemming. Ik krijg er echter een grillig bergterrein voor terug. Over rotsachtig terrein moet ik zelfs nog goed opletten waar ik mijn schoenen zet. Eén keer moet ik zelfs met mijn achterwerk van een rots springen. Nee, de eenvoudige wandelweg waarvan ik droomde, is dit niet. Wel een prachtig landschap trouwens. De rotsvelden, de kloofjes, het wilde water. Daar waar ik anders over droom, vervloek ik nu. De wispelturige geest van iemand die 26 kilometer over de Kungsleden wandelt. Om twee uur 's middags ben ik bij mijn eindbestemming: Kebnekaise Mountain Station. Klaar voor een rustdag. En misschien kwaad op mezelf omdat ik de laatste kilometer heb vervloekt en er te snel ben doorgegaan. De lijn van serendipiteit en antiserendipiteit is soms dun.

Vrijdag 17 juli

Van

Kebnekaise Mountain Station

Naar

Tarfala en terug naar Kebnekaise Mountain Station

Afstand

18,6 km

Hoogtemeters

770 m

Tijd

5u35


In Kebnekaise Mountain Station heb ik weer even contact met de buitenwereld. Ik heb elektriciteit om mijn GSM op te laden. Ik verwen mezelf met een appetijtelijk driegangenmenu in het restaurant. En het meest van al geniet ik nog van de douche die ik vier dagen lang heb moeten missen. Vandaag wordt het een rustdag. Het plan om de Kebnekaise zelf te beklimmen heb ik laten varen. Te veel wind, mist en stenen. Het alternatief wordt de Tarfala-vallei. Een turquoise gletsjermeer in een iconisch landschap dat wordt gevoed door drie gletsjers. Maar wat heet rusten. Ook deze wandeling strandt uiteindelijk op 18 kilometer, 770 hoogtemeters en een duur van 5,5 uur. Met mijn dagrugzak wordt het wel een stuk lichter wandelen.

Ik vertrek vandaag om negen uur. Het voelt bijna misdadig aan na de vroege vertrekken van de afgelopen dagen. Kebnekaise Mountain Station is bijna een klein dorp in de Zweedse wildernis. Helikopters brengen mensen naar de top van de hoogste berg van Zweden. Bergbeklimmers beproeven hun geluk met eigen spierkracht. Maar je kan hier ook uitgebreid wandelen of aan bouldering doen. Dus genoeg te zien en te doen in de buurt en dat maakt dat er hier een heel netwerk aan paadjes ligt. Op goed geluk volg ik het kaartje op Komoot. Ik zie een hoop mensen voor mij. Uiteraard ben ik niet te beroerd om hen voorbij te steken. Ze moeten maar niet in mijn weg lopen. Een blik van verontwaardiging is mijn deel. Het laat me koud. Het blijkt echter een rij wachtenden te zijn voor de helikoptervlucht. Met het schaamrood op de wangen, maak ik rechtsomkeert. Op zoek naar het juiste pad. Dat vind ik nu wel. Het blijken de eerste twee kilometer van mijn volgende etappe te zijn naar Nikkaluokta.

Deze etappe is wat makkelijker omdat het de bergwereld van de Kungsleden verlaat. Dat merk ik. Een verzameling vlonderpaden brengt me gestaag naar beneden. De eerste twee kilometer gaat verbazingwekkend vlot. Ik ontwaar hier de flora die ik vier dagen eerder zag bij Abisko. Bosjes van berken, bloemen en struikgewas. Vervolgens is er maar één juiste weg: naar boven. Links van mij is er de Tarfalajokk. De zoveelste kolkende rivier die mijn pad kruist. Ik volg de rivier stroomopwaarts. Dit is het gemakkelijke stuk. Natuurpaden die baden in het wit van berkenboompjes en het groen van toendrastruiken. Af en toe is er een plas met modder die ik moet overwinnen. Soms een rots waar ik over moet stappen. Sporadisch moet ik het pad zoeken omdat ik te dicht bij de oever van de rivier ben en het pad zwenkt onverwachts naar rechts. Het klinkt wild, maar het voelt eerder gematigd aan. De beschaving is niet ver af. Dat merk ik aan de elektriciteitspalen. Die duiken in het rechterdeel van mijn blikveld op.

Via hangbruggen ga ik eerst naar links en dan opnieuw naar rechts. Het is een dubbele poort die de alpiene wereld aankondigt. Gestaag slingert het pad zich als een reusachtige anaconda langs morenen, rotsblokken, stroompjes, kloven en grind naar boven. Het groen transformeert tot tinten van grijs, bruin en zwart. Het landschap schreeuwt somberheid uit. Het weer ook. De vallei van Tarfala is berucht omwille van haar gierende wind en die bijt in mijn huid. Ik trek mijn regenjas extra strak aan. De regen spat tegen mijn bril. Ik zet hem af, ga verder en maak het glaswerk proper. Wanneer ik mijn bril terug opzet, duurt het welgeteld een handvol seconden voordat die weer troebel is door het regenwater. Het is duidelijk dat de weergoden op deze plek nooit rusten.

Bijna geruisloos ga ik over in een ander universum. Dat van de gletsjers die ik bijna kan voelen door hun koude. Dat van de gletsjermeren waarvan ik soms flarden van kan opvangen. En dat van de ijselijke wind die hier door de vallei jaagt op zijn prooi: wandelaars. Ik zie een enorm grote, zwarte waterslang liggen. Voor verloren gelopen wandelaars de ultieme markering. Het brengt me naar het Stockholm Research Station. Sinds 1949 doet deze universiteit onderzoek naar de Storglaciären, Isfallsglaciären en Kebnepakteglaciären. De drie gletsjers vormen een spectaculair uitzicht bij de Tarfalahut die één kilometer verder ligt. Omhuld in dichte mist zie ik dat de bergpieken een dambord vormen van gletsjerijs en stenen. Even later weet ik waarom.

In de ruigte van deze kleine bergwoestijn ben ik amper een levende ziel tegengekomen. In het onderzoeksstation bespeur ik niemand. Onderweg heb ik amper één persoon gezien. Het terrein en het weer zijn dan ook weinig uitnodigend. Net als op dag drie ben ik bezig met een mentale puzzel waar ik mijn voeten moet zetten. De puzzelstukjes zijn nu wel gemakkelijker. Regelmatig zie ik zoden gras die eilandjes van stabiliteit vormen in deze morenen. Mijn test van geduld wordt eindelijk beloond wanneer ik het gletsjermeer van Tarfala zie. Het bestaat uit verscheidene kleurschakeringen. Bij goed weer tenminste. Nu zie ik enkel de turquoise kleur die in een wereld van grauw en grijs toch wat atmosfeer uitademt.

Ik word weggeblazen hier. Figuurlijk door de weemoedige uitstraling van deze plek. Maar ook letterlijk door de wind die hier stormachtig raast. Het weerhoudt me er niet van om een praatje te slaan met de plaatselijke huttenwaard. Die is blij om een wandelaar te zien. Hij weet me te vertellen dat ik toch wel een beetje een durfal ben. Slechts twee mensen verblijven hier. En twee anderen heeft hij nog gezien. Ik bevind me in een exclusief gezelschap. Het vervolgverhaal beklijft me toch meer. De kranige zestiger vertelt over hoe de drie grote gletsjers de gehele bergpieken bestrijkten. Over het terugtrekken van de gletsjertong die ieder jaar een fractie korter wordt. Over paden waar ijsspleten steeds gevaarlijker worden door opwarming. Met pijn in het hart vertelt hij over een prachtige gletsjer die nu helemaal is verdwenen. Zijn blik staat op oneindig, maar zijn woorden zijn gevormd met tranen. De wereld is in verandering, maar helaas niet op de goede manier. Ik kan zijn verhaal enkel beantwoorden met een stilzwijgen dat veelzeggend is.

De terugweg belooft gemakkelijker te worden, maar in beperkte mate. Het blijkt dat ik op deze etappe hetzelfde tempo loop als tijdens de overige dagen. De bodem leent zich hier niet voor snelwandelarij. Hoewel ik nu geen grote trekkingrugzak meedraag, maakt het eigenlijk weinig uit. Op mijn terugweg verbaas ik mezelf hoe lang deze route toch wel is. Bij het stijgen lijken de morenen, rotsvelden en natuurpaden helemaal niet zo lang te zijn. Bij het dalen moet ik echter terugkomen op mijn mening. Het geeft me wel de gelegenheid om deze omgeving te appreciëren. De ietwat kleurloze - sommige kwatongen zouden misschien zelfs zeggen troosteloze - wereld wordt bevolkt met enkele curiosa. Zoals enkele metershoge ronde rotsblokken die het terrein afbakenen. "Tot hier en niet verder", lijken ze te zeggen. Ik respecteer hun autoriteit.

De grootste uitdaging is echter het weer. Dat laat zich zien in zijn meest grillige vormen. De harde wind en motregen ben ik inmiddels gewoon. Maar met een magische vingerknip is dat plots verdwenen en staat de zon aan het zenit. Zelfs in het koude klimaat van het boreale Zweden kan het kwik plots spectaculair stijgen. Ik begin het warm te krijgen en wil even stoppen om mijn jas uit te trekken. Dat is echter niet nodig. Met diezelfde vingerknip heeft de magie van de zon plaatsgemaakt voor de wind en regen van enkele minuten geleden. Het is symptomatisch voor hoe onvoorspelbaar het weer hier is. De Tarfalajokk dendert naar beneden. De alpiene poort van de twee hangbruggen belooft beter weer. Het is ijdele hoop. Ook bij de berkenbomen en toendrastruiken houdt de koude wind me in een ongemakkelijke klem. Eigenlijk is dat zo gek niet. Ik ben geklommen tot 1140 meter en zelfs honderden meters lager onderga ik de rauwe natuurwetten van het plaatselijke bergterrein.

Bij de laatste twee kilometers wordt het landschap opnieuw wat vriendelijker voor de kuiten. Gestaag volg ik de vlonderpaden terug om naar Kebnekaise Mountain Station te wandelen. Ik ben terug in de bewoonde wereld. Het krioelt van de mensen die van en naar Kebnekaise gaan. Om half drie 's middags ben ik opnieuw binnen. Later ontmoet ik in mijn slaapzaal enkele Zweden die naar de top van de Kebnekaise wilden gaan. Het is hen niet gelukt. Te veel wind, mist en stenen. Ik vertelde over mijn avontuur naar Tarfala. Veel wind, mist en stenen. Maar nooit te.

Zaterdag 18 juli

Van

Kebnekaise Mountain Station

Naar

Nikkaluokta

Afstand

19,5 km

Hoogtemeters

240 m

Tijd

4u36


Dezelfde etappe, een andere werkelijkheid. Dat merk ik gedurende mijn verblijf van twee dagen bij Kebnekaise Mountain Station. Bij het diner op de eerste dag ontmoet ik iemand die naar de top van de Kebnekaise gaat de dag erna. Vier uur. Meer had hij niet nodig om van Nikkaluokta naar hier te wandelen. De dag erna ontmoet ik een groepje uitgeputte mensen. Ze komen net terug van de klim naar de Kebnekaise. Hun poging strandt in de mist, wind en stenen. Geen wonder. Ook zij waren de dag voordien uit Nikkaluokta vertrokken. Maar liefst tweeëndertigduizend stappen hadden ze gedaan om naar Kebnekaise Mountain Station te wandelen. Op de Kungsleden is geen enkele etappe hetzelfde. Voor niemand. Dus ook niet voor mij.

Ik breek er een beetje mijn hoofd over, want ik zit met een puzzel in mijn hoofd. Deze keer niet waar ik mijn voeten tussen de rotsen moet zetten. Wel over hoe ik de tijd best invul. Rond vijf uur wacht er namelijk de bus naar Kiruna. Ik wil zeker niet te laat arriveren, maar ook niet te vroeg. Ik gok op een vertrek om tien uur 's ochtends. Dan kan ik rustig ontbijten, inpakken en ontspannen vooraleer ik aan de laatste wandeldag begin. Bij aanvang ontmoet ik een oude bekende: de vlonders die ik gisteren al heb gedaan. Ik ken hun zachtmoedig karakter. Lichtjes stijgend, maar voornamelijk dalend. Af en toe glimlach ik tegen een rotsblok waar ik over moet. Ik kijk in de lucht. Ik zie een rode helikopter door de lucht klieven. Diezelfde helikopter waarvoor ik gisteren een heel rijtje wachtenden heb voorgedrongen. Het lijkt alsof de hemel de laatste dag van de Kungsleden samen met mij viert. Ze is op haar blauwst. Alles straalt rust uit. Tijdelijk toch.

Mijn odyssee uit deze wereld van bergtoendra doet denken aan de openingsetappe. Dat is niet gek, want zowel Abisko als Nikkaluokta gelden als toegangspoorten tot deze wildernis en de overgang begint kalmpjes. Het echte werk begint pas één dag later. Niettemin zitten er best wel pittige stukken op deze etappe. De zon maakt het behoorlijk warm voor me. De vele rotsblokken die hier het pad bedekken nog meer. Het behoort inmiddels echter tot het vaste beeld van de Kungsleden. Kleine klimmetjes maken deze stukken toch vermoeiender. Van de uitlooproute die ik voor ogen heb, blijft momenteel weinig over. Ik houd even halte om wat te rusten en te drinken. Ondertussen zie ik iemand met snelle tred mij passeren. Het is de man die twee dagen eerder op vier uur naar Kebnekaise Mountain Station wandelde. Met dit tempo gaat hij het zelfs sneller doen.

Met 19,5 kilometer is deze route beslist niet kort te noemen. Voor mensen die dit echt niet zien zitten, bestaat er een cheatcode. Net zoals bij dag twee is er namelijk een boot die zes kilometer over het plaatselijke meer vaart. En net als bij dag twee tegen een veel te hoge prijs. Elke kilometer zie ik een bord verschijnen hoeveel kilometer het nog tot deze boot is. Zes kilometer, vijf kilometer. Regelrechte psychologische oorlogsvoering tegen vermoeide wandelaars. Bij mij gebeurt het omgekeerde: ik krijg energie. Het zonnetje en de blauwe hemel stemmen me gelukkig. Ik fotografeer een veldje van katoenbloemen die fotogeniek voor een tafelberg liggen. Ik bewonder in de open valleien de vele wandelaars uit omgekeerde richting die hun frisheid omzetten in een mooie glimlach. Het is nectar voor mijn energiespiegel.

Deze etappe sleurt nochtans een slechte reputatie met haar mee. Ze is naar verluidt monotoon. Ik ben het er volmondig oneens mee. Open valleien, beekjes, kleurrijke bloemen, bergwanden en een groot meer. Gooi deze woorden in eender welk wandelverslag en je beleeft een topwandeling. Niet bij de Kungsleden. Hikers zijn hier inmiddels verworden tot verwende nesten. Alleen tevreden met het allerbeste. Dat is deze route niet, maar wel zonder meer mooi. De waardering wordt bij mij ook groter naarmate de vele vlonders me helpen bij het overwinnen van het terrein. Het is duidelijk dat dit pad niet alleen bestemd is voor wandelaars op de Kungsleden. Veel dagjestoeristen komen hier ook. Zij krijgen meer comfort dan de wandeltoerist die de Kungsleden doet, zoals ik. Ik laat het me welgevallen.

Langzaam wordt het pad groter: van een singletrack natuurpad groeit het naar een breed grindpad dat als een grootvader zijn gehele wandelfamilie omarmt. De slechte reputatie van deze route komt voornamelijk hier vandaan. Voor mij zorgt het voor mentale rust. Gewoon even op automatische piloot wandelen zonder me zorgen te maken of ik mijn voet verstuik of verloren loop. Dat voelt lekker na vijf dagen mentale inspanning. Verreweg mijn grootste vermoeidheid deze week. Bij het pontje waar de veerboot mensen afzet, stuit ik op een grote verrassing. Ik zie een knap staaltje van post-moderne architectuur in Scandinavische stijl. Het restaurant Enoks verwacht je niet op deze plek, zes kilometer voor Nikkaluokta. Hamburgers met rendier zijn hun specialiteit, maar ik houd het bij een simpele koffie. Ik kijk even naar de klok. Het is kwart over één. Die bus om vijf uur ga ik zonder problemen halen.

Het laatste kwart van deze wandeling is meer contemplatief. Ik kijk terug op de herinneringen die ik heb gemaakt onderweg. Over het totale gebrek aan voorbereiding. Over de serendipiteit op dag één en dag vier bij het ontdekken van de Abisko Canyon en de hoogteroute langs Guobirvággi. Over de imposante kudde rendieren die ik zag op dag drie. Ik nader Nikkaluokta. De grindweg wordt nog breder en drukker. Toch vergeet ik ook hier niet om te genieten van de natuur die nog steeds volop aanwezig is. De zoveelste kolkende rivier, de zoveelste vlonder, de zoveelste granieten bergwand. Zoveelste is hier een ordinaal getal dat wandelgeluk uitdrukt.

Ik ben aan het einde. In de verte prijkt het bordje Nikkaluokta op een ietwat bizarre palenconstructie. Wandelaars nemen er hun verplichte afscheidsfoto. Of is het een foto van het begin? Ik let er niet op. Ik heb enkel oog voor de bushalte die hier ergens is. Ze is moeilijk te missen volgens de uitleg die ik heb gekregen. Toch ben ik wat zenuwachtig, want na een etappe van bijna twintig kilometer heb ik niet veel zin om nog te zoeken naar een bushalte. Dat is niet nodig. Nikkaluokta is slechts een verzameling van een restaurant en een aantal chalets. De bushalte is zoals Rome. Alle wegen leiden er naartoe. Eenmaal aangekomen, stop ik ook de tijd. 4,5 uur heb ik over deze wandeling gedaan, of wel goed voor tweeëndertigduizend stappen. Wat was het ook alweer? Dezelfde etappe, maar een andere werkelijkheid.

Conclusie
Zonder verwachtingen ben ik aan de Kungsleden begonnen en wat ben ik onderweg toch verliefd geworden op deze arctische streek. De wind was snijdend, de koude bijtend en het weer guur. En dat maakt deze tocht zo mooi. Dit is een bergwereld die glimlacht als de zon schijnt, maar bulderlacht als het weer somber is. Dit is het beste decor voor de bergtoendra en vele stroompjes die je hier vindt. Voor mij vroeg het soms wel mentaal uithoudingsvermogen op dag drie en vier. Lange dagen waar vooral het voetenwerk tussen de morenen een onophoudelijke concentratie vraagt. Maar eenmaal aangekomen geniet ik des te meer van de wandeling. Mijn uitstap naar Tarfala is hierop de ideale aanvulling. Deze gletsjerwereld brengt iets wat ik nog niet op de Kungsleden tegenkwam: nog meer ruigte en nog meer slecht weer. En ik had het niet anders gewild. 

woensdag 29 juli 2026

De halve finales en finales van het WK voetbal 2026

Met Frankrijk, Spanje, Engeland en Argentinië beslechten misschien wel de vier sterkste ploegen van dit wereldkampioenschap de eindstrijd. Jammer is dat Frankrijk en Spanje tegenover elkaar staan in een halve finale, want zij brachten tot dusver het mooiste voetbal op de mat. Het zou in ieder geval een mooie finale zijn geweest. Argentinië wordt op dit toernooi een beetje met argusogen bekeken omdat ze een relatief makkelijk parcours hebben. Met Engeland wacht er echter een tegenstander van formaat. Als de Argentijnen die winnen, kunnen kwatongen niet langer beweren dat de rode loper tot de finale is uitgerold.  

Frankrijk - Spanje 0-2 (halve finale)
Deze wedstrijd zou een mooie finale zijn geweest, maar is uiteraard ook een mooie halve finale. Frankrijk begon als torenhoog favoriet aan dit duel, maar het was Spanje dat de Fransen met een droge 0-2 huiswaarts stuurde. Van Frankrijk wordt beweerd dat het team in functie speelt van Mbappé en dat werd nergens zo duidelijk als hier. Alle ballen gingen naar Mbappé. Vlijmscherpe counters, vrije trappen en eigen acties. Maar Mbappé stond hier tegenover een verdediging die slechts één tegendoelpunt toestond dusver en werd steeds geschaduwd door één of twee Spanjaarden. De Spaanse overmacht kwam deze keer minder tot uiting, maar het combinatiespel des te meer. Met mooie passes en veel inzicht werd er dikwijls een vrijstaande speler gevonden. Toch werd de 0-1 gescoord op strafschop. Yamal wordt tegen het been getrapt in het strafschopgebied. Topschutter Oyarzabal plaatst de bal haarfijn in de rechterhoek en brengt Spanje terecht op voorsprong. De Spanjaarden bleven de gevaarlijkste ploeg en verzilverden dit in de 58ste minuut met een magistrale één-twee die Pedro Porro alleen voor het Franse doel bracht. Die kans moet je hem niet geven en zo stond het dus 0-2. Een ver uitgelopen doelman Unai Simón kopt de bal tot bij Doué, maar die wacht te lang om op het Spaanse doel te schieten. Pas na tachtig minuten kan Frankrijk een eerste keer op doel schieten. België blijkt dus een moeilijkere tegenstander te zijn voor Spanje dan dit Frankrijk.  

Engeland - Argentinië 1-2 (halve finale)
De eerste echte test voor dit Argentinië stond pas geprogrammeerd in deze halve finale waar de Argentijnen meer aan voetballen toekwamen dan de Engelsen. In een weinig opwindende eerste helft gebeurde er amper iets. Engeland sprokkelde enkele halve kansen, maar dat is alles wat hierover gezegd kan worden. In de tweede helft kwamen de Three Lions vroeg op voorsprong. Op een tegenaanval gaf Rice een loepzuivere pass naar Gordon die in de rug op dook van Molina en zo de bal tegen de touwen jaagde. Daarna groef Engeland zich in en was er slechts één team op het veld: Argentinië. Enzo Fernandez pakte uit met een knap schot dat werd weggetikt door Pickford, Mac Allister raakt twee keer het doelhout en Spence moest uitpakken met een ultieme tackle na een Argentijnse aanval in het strafschopgebied. Het angstige voetbal van de Engelsen werd na 85 minuten toch bestraft. Fernandez schoot de bal onhoudbaar binnen en daarna bleven de Argentijnen komen. Een geniale voorzet van Messi wordt door Lautaro Martinez in doel gekopt en bezorgde daarmee de Argentijnen de overwinning. De wedstrijd kreeg overigens nog een politiek staartje nadat de Argentijnen onnodig provoceerden door ostentatief met een spandoek te zwaaien waarop staat "Las Malvinas son Argentinas" (de Falkland-eilanden zijn Argentijns). 

Frankrijk - Engeland 4-6 (troostfinale)
De animo om deze troostfinale voor de derde plaats te spelen was bij beide partijen uiterst gering, maar dat weerhield niemand ervan om een doelpuntenfestival te verzorgen. In de eerste helft was nagenoeg elke kans raak bij Engeland en de Engelsen liepen tot maar liefst 0-4 uit. Het verdedigen bij de Fransen zag er bij momenten maar erg pover uit. Toch moet ook gezegd worden dat er pareltjes bij de Engelse doelpunten zaten zoals de knappe plaatsbal van Rice bij de 0-1. Konsa en Saka (2x) zorgden voor de ruime voorsprong. Les blues kregen nochtans enkele kansen, maar waren niet zo bij de pinken als Engeland. In de tweede helft het totaal omgekeerde beeld: Engeland verdedigde uiterst zwak en in geen tijd kwam Frankrijk terug tot 3-4 dankzij Barcola en Mbappé (2x). De spits van Real Madrid werd zo topschutter op dit WK met tien doelpunten. Engeland kreeg namens Bellingham een schitterende kans, maar de buitenspeler soleerde net iets te veel in een bos van Fransen. De 3-5 kwam er dan toch dankzij alweer Saka met een perfect binnengetrapte strafschop. Op alweer een scherpe counter maakte Dembele er een onwaarschijnlijke 4-5 van. Maar het laatste woord was aan Bellingham die opnieuw alleen aan de haal ging door de Franse defensie en de 4-6 op het bord schilderde. Een masterclass in verdedigen is deze wedstrijd niet geworden, maar daar maalt niemand om.  

Spanje - Argentinië 1-0 (finale, na verlengingen)
Een twintigjarige Messi die baby Yamal een badje geeft. Een verloren gewaande foto uit 2007 kon niet symbolischer zijn voor deze finale. Oudgediende en veteraan van vele oorlogen, Messi, tegen het aanstormende talent Yamal. In de praktijk kwam er weinig van in huis. De Argentijnen verdedigden krampachtig en hadden na negentig minuten een expected goal van welgeteld 0,0. Het woord dramatisch dekt de lading niet van het Argentijnse spel. De Spanjaarden domineerden de Argentijnen, maar moesten het net zoals tegen België het hebben van schoten uit de tweede lijn of standaardsituaties. Daar wist de Argentijnse defensie wel raad mee. Het venijn zat 'm in de staart bij deze finale. Enzo Fernandez kreeg een rode kaart in de 92ste minuut na een smerige overtreding die een tweede gele kaart opleverde. Nico Williams scoorde vier minuten later, maar de goal werd ogenblikkelijk geannuleerd wegens een fout. Uit de herhaling bleek dit niet het geval te zijn. In de verlengingen ging Spanje verder op zijn elan en scoorde het uiteindelijk verdiend via Ferran Torres. In de allerlaatste minuten kwam het tienkoppige Argentinië nog opzetten, maar ontbrak het hen aan scherpte. Het was integendeel Spanje dat nog een tweede keer scoorde, maar dit doelpunt werd opnieuw afgekeurd. Nu wegens (terecht) buitenspel. Spanje is voor de tweede keer wereldkampioen en dat schoot in het verkeerde keelgat bij sommige Argentijnen. Paredes ging nog een robbertje vechten met de Spaanse bank en wacht (hopelijk) een (levens)lange schorsing op het internationaal voetbal. 

Conclusie
Spanje toonde zich niet de meest sexy ploeg van dit wereldkampioenschap, maar wel de meest consistente. Hun wereldtitel is daarom verdiend. Zeker als je hun parcours bekijkt. Met Portugal, België, Frankrijk en Argentinië hebben ze een enorm moeilijk parcours succesvol afgerond. Dat de defensie de sleutel tot succes is geworden, blijkt uit hun aantal tegendoelpunten. Enkel Charles De Ketelaere kon de Spaanse defensie op dit toernooi verslaan. Wat begon met een ietwat smadelijk gelijkspel tegen Kaapverdië is uitgegroeid tot een verdiende wereldtitel. Dit Spanje is wellicht sterker dan veel critici denken, want met toeval word je geen wereldkampioen en Europees kampioen op twee jaar tijd. 

Het WK zelf kende zoals verwacht enkele extra-sportieve bekommernissen die helaas politiek getint waren. Van de Somalische scheidsrechter die geweerd werd van Amerikaanse bodem tot Trump die even zijn goede vriend Infantino belt om een geheel terechte schorsing kwijt te schelden. Het politiek kluwen van de Trump Cup werd helaas bewaarheid. Gelukkig heeft het geen sportieve gevolgen gehad, maar dit had ook anders kunnen aflopen. Laten we dit toernooi vooral herinneren omwille van de interessante partijen en niet omwille van de politiek errond. Dat maakt het voetbalspelletje net kapot, terwijl de wereldbeker een viering is van voetbal. Nu nog aan Infantino duidelijk maken dat hij de slijmbal niet moet uithangen bij Trump.  

dinsdag 21 juli 2026

De kwartfinales van het WK voetbal 2026

De kwartfinales brengen enkele interessante affiches. Elk duel kent echter wel een duidelijke favoriet en die zijn uiteindelijk allemaal doorgegaan. De logica wordt gerespecteerd dus, maar de zogenaamde kleinere landen hebben zich dapper verweerd, buiten misschien Marokko dat al te hard voor de defensie koos. Noorwegen en Zwitserland dwongen verlengingen af en ook voor België zat er misschien zelfs meer in, ondanks de grote machtsdemonstratie van Spanje. Maar in dit deel van het wereldkampioenschap haalt expertise het altijd van opportunisme. 

Frankrijk - Marokko 2-0
De Marokkaanse Belg is in de leer gegaan bij Ronald Koeman en maakte van het tot dusver frank en vrij voetballende Marokko een bende schapen die massaal naar achteren trok wanneer de Fransen aan de bal waren. Het hoeft dan ook geen betoog dat de volledige eerste helft werd gedomineerd door de Fransen. Met een dubbele afweerlijn was het voor de Fransen moeilijk om openingen te vinden. Vrijstaande spelers vinden ging moeilijk, dus creëerde Mbappé de ruimte zelf. Bij één van zijn versnellingen werd hij onderuit gekegeld door Mazraoui en strafschop voor Frankrijk. Mbappé nam hem zelf, maar zag zijn flauwe inzet gepareerd worden door een sterk keepende Bounou. Of Frankrijk moest het doen met schoten vanuit de tweede lijn. Zoals die van linksback Digne die met een banaanschot op de lat trapte. Het enige wat Marokko hier kon tegenoverstellen was een flauwe vrije trap van Hakimi die ruim voorlangs was. In de tweede helft was het dan toch uiteindelijk raak voor Frankrijk en Mbappé. De spits van Real Madrid haalde uit met een prachtig gekromde trap en het leer verdween in de rechterkant van het doel. In de rol van aangever gaf Mbappé de bal enkele minuten later aan Dembele die de bal in de hoek schoof. De Franse storm ging even liggen, maar Marokko kon de Franse defensie nooit verontrusten. Dan deden de Fransen het maar zelf. Upamecano maaide half over de bal heen en de bal ging over doelman Maignan, maar ook over doel. De Fransen kwamen nog dicht bij de 3-0, maar Mateta zag zijn knappe dribbel op doelman Bounou verdwijnen na een slecht schot. Zo word je dus wereldkampioen. 

Spanje - België 2-1
België mag met opgeheven hoofd dit toernooi verlaten. Uiteraard was Spanje de betere ploeg, maar de Belgen hebben zich als een Rode Duivel in een wijwatervat verweerd en gevochten voor wat ze waard zijn: het eerste doelpunt tegen Spanje. Spanje wilde zoals gebruikelijk de bal monopoliseren, maar de verdediging van België was goed bij de pinken. Bovendien kreeg superster Lamine Yamal zijn hoogstpersoonlijke bodyguard mee in de vorm van Doku die Yamal als zijn schaduw volgde. Er waren de te verwachten schoten uit de tweede lijn zoals die van Nico Williams, maar Courtois pakte steeds uit met een goede parade. Na een half uur was het toch raak na een schot van Dani Olmo dat werd binnengewerkt door Fabian Ruiz. De mooiste aanval kwam echter van de Belgen. Na een mooi driehoekje legde Castagne de bal bij De Ketelaere die zijn derde doelpunt op dit wereldkampioenschap maakte. De onklopbare Unai Simon wordt na 650 minuten zonder doelpunt toch geklopt. In de tweede helft kreeg Spanje opnieuw de beste kansen. Morata kopte over en een schot van Oyarzabal werd geblokt. België was af en toe ook gevaarlijk met een inzet van De Bruyne die werd gered door Simon. In de 71ste minuut viel Courtois uit met een dijbeenblessure en reservekeeper Lammens mocht zijn eerste minuten van het toernooi maken. Meteen ook zijn laatste nadat hij ver in de tweede helft een schot loste dat snel werd binnengetikt door supersub Merino die vorige ronde ook al scoorde. Op de overwinning van Spanje valt weinig af te dingen, maar hier zat misschien meer in. Ook omdat België zonder Onana speelde (geblesseerd in de vorige wedstrijd), Tielemans die bij de opwarming geblesseerd afhaakte en Courtois die na zeventig minuten ook uitvalt. 

Noorwegen - Engeland 1-2 (na verlengingen)
In een gelijkopgaande strijd heeft Noorwegen het Engeland echt moeilijk gemaakt, maar het was de star power van Jude Bellingham die de Engelsen over de streep trok. De aanvaller van Real Madrid soleerde door de Noorse defensie aan het einde van de eerste helft en tikte het leer over de lijn om Engeland op 1-1 te zetten. De beste kansen waren echter voor de Noren in de eerste helft met een stevige kopbal van Haaland en een 1-op-2 situatie in het voordeel van Noorwegen waar Sørloth te lang talmde. Schjelderup opende de score voor Noorwegen met een mooie krulbal tegen de paal. In de tweede helft toonde Engeland zich sterker met meer balbezit, maar het was Noorwegen dat het dichtst bij een doelpunt kwam. Ajer kopte op de dwarsligger en een doelpunt van Heggem werd afgekeurd wegens een duwfout van Haaland. De Engelsen hadden evenveel doelpogingen als Noorwegen, maar dat leverde minder gevaar op. Engeland had echter wel het betere van het spel en dat werd in de verlengingen uiteindelijk toch beloond met een doelpunt van opnieuw Bellingham die een geloste bal van keeper Nyland onmiddellijk afstrafte. 

Argentinië - Zwitserland 3-1
Hoe doe je jezelf de duvel aan? Zwitserland gaf een masterclass hierin wanneer de wedstrijd op 1-1 stond en het betere van het spel had. In een bizar moment liet de Zwitserse aanvaller Embolo zich vallen met een schwalbe na een vermeende fout van Paredes. Geen slimme tactiek wanneer je al een gele kaart hebt. De scheidsrechter was onverbiddelijk en stuurde Embolo van het veld. Argentinië kwam op voorsprong na een kopbaldoelpunt van Mac Allister op hoekschop, maar daarna was er niks meer te beleven in de eerste helft. In de tweede helft trok Zwitserland het laken naar zich toe met enkele goede kansen, maar het was Ndoye die de 1-1 in de verste hoek schilderde na een knappe één-twee. Na de rode kaart verloren de Zwitsers hun elan en Argentinië kon niet beter. Verlengingen dus en daarin buitte de Argentijnen hun numerieke voordeel uit. Een heerlijk doelpunt van Alvarez richting winkelhaak lanceerde Argentinië richting halve finale. In de allerlaatste minuut rondde Martinez een counter af en stonden de overdreven 3-1 cijfers op het bord. Zwitserland verloor meer van zichzelf dan van Argentinië. 

zaterdag 11 juli 2026

Er zat meer in (maar ook veel minder)

Op het wereldkampioenschap heeft België niet voor een verrassing kunnen zorgen. België ging met nipte 2-1 cijfers onderuit tegen Europees kampioen Spanje. Hoewel de Spanjaarden - zoals verwacht - domineerden, speelden de Rode Duivels verrassend goed mee en ze hadden zelfs enkele goede kansen in huis om een tweede doelpunt te scoren. De Spaanse druk werd op het einde echter te groot en de late treffer van Merino was na zeventien doelpogingen eigenlijk een verdiend doelpunt. Daarmee behoort België tot de acht beste voetballanden van deze planeet en dat is een uitstekend resultaat voor - laat ons eerlijk zijn - een eerder gematigd getalenteerde kern. 

Het is wel een stormachtig WK geworden voor Garcia en de zijnen. De twee eerste wedstrijden tegen Egypte en Iran waren weinig hoopgevend. Integendeel. Tegen Egypte ondergingen de Belgen de wet van de sterkste, terwijl de ijzersterke verdediging van Iran niet ontwricht kon worden. Tegen Nieuw-Zeeland gingen de ballen wel vlot binnen en met een ruime 4-1 overwinning werd België toch nog groepswinnaar na twee gelijkspelen. Het is wellicht één van de minst tot de verbeelding sprekende prestaties als groepswinnaar op dit WK in een bovendien - op papier - gemakkelijke groep. Het zat de Rode Duivels ook niet mee wanneer ze Senegal lootten als één van de beste derdes. Senegal verloor weliswaar tegen Frankrijk en Noorwegen - op moment van schrijven beiden kwartfinalist - maar maakten hen het leven aardig zuur. 

De officieuze kampioen van Afrika deed dat ook een uur lang tegen België, maar in de 85ste minuut ontbond Lukaku zijn rode duivel en in een waanzinnig slot keerden de Belgen terug tot 2-2. Diep in de verleningen maakte Tielemans op strafschop de 3-2 in wat dé referentiematch van onze landgenoten mag genoemd worden. Het beruste allicht niet op toeval dat deze prestatie werd genoteerd zonder Doku en De Bruyne die een matig tot slecht toernooi achter de rug hebben. Van hen werd het meest verwacht, maar ze hebben het minst gebracht. Het zijn integendeel de zogenaamde mindere spelers die hebben uitgeblonken. Raskin die als een bezetene achter alles en iedereen rende en Vanaken die vista bracht wanneer dit er niet was. 

Dit duo mocht ook starten tegen de Verenigde Staten. De Amerikaanse gelegenheidsfans droomden van een wereldtitel, maar werden na een 4-1 pandoering terug met beide voetjes op de grond gezet. Eerder won België een vriendschappelijk duel met de VS met 5-2 op Amerikaanse bodem, maar op een toernooi gelden dikwijls andere conventies. Het staat in schril contrast met de twee eerste duels op dit wereldkampioenschap. Er werd dan ook met goede moed aan de wedstrijd tegen Spanje begonnen, maar het geluk zat niet mee voor de Belgen. Tielemans viel net voor het begin geblesseerd uit, Onana blesseerde zich al in de wedstrijd tegen de VS en Courtois werd vervangen na zeventig minuten met een een blessure aan het dijbeen. 

Er zat dus meer in. Maar minder ook. Was België uitgeschakeld door Senegal dan had geen enkele neutrale voetballiefhebber daar een traan voor gelaten. Senegal was dan ook 75% van de wedstrijd de betere ploeg. Maar niet op het einde, daar waar de prijzen worden uitgedeeld. Kwartfinale dus na het debacle van 2022. Opvallend, want vier jaar geleden was er nog sprake van een uitdovende golden generation, dit is een tussengeneratie. Uitlopers van de gouden generatie, spelers die in deze generatie nooit tot spelen zijn gekomen bij de nationale ploeg en vers nieuw bloed. Een potpourri die het dus ver heeft geschopt. Voor België is het de derde kwartfinale op vier WK's. Voor 2014 bereikte België welgeteld één keer de kwartfinale in haar geschiedenis. Het lijkt er dus niet op, maar we leven in een nog steeds gouden tijdperk voor het Belgische nationale elftal. 

Bondscoach Rudi Garcia weet nog niet wat hij gaat doen. Op het hoogtepunt stoppen of toch nog verder doen. Wat mij betreft, mag hij de eer aan zichzelf houden en zijn contract gewoon uitdoen. Het is zijn verdienste dat de Rode Duivels zo ver zijn geraakt, maar hij durfde niet aan heilige huisjes komen. Pas in de vierde wedstrijd was hij zo wanhopig dat hij wanpresteerders De Bruyne en Doku eruit haalden. Er moest namelijk een 0-2 achterstand goedgemaakt worden. En kijk, het werkte onverwacht. Deze prestatie is dus bovenal een teamprestatie. Maar de kapitein..., die maakte onderweg veel fouten en vergissingen. Vers bloed is daarom misschien niet slecht. 

Eveneens markant is hoeveel mensen speelminuten hebben gekregen. Maar liefst 22 spelers hebben minuten gemaakt van de kern van 26 spelers. Dat is een reusachtige hoeveelheid. Het illustreert de rusteloosheid van Garcia's selectiepolitiek. Steeds zoekende, zelfs wanneer het goed draait. Rond de zestigste minuut bracht hij Witsel in. Een speler die sinds jaar en dag een ceremoniële functie heeft bij de Rode Duivels wordt ingebracht wanneer het 1-1 staat tegen Spanje. Met alle respect voor Witsel, maar dit is niet de speler waarvan Spanje schrik heeft. Anderzijds siert het Garcia wel dat hij een vast systeem heeft met 4-2-1-2-1 en dat hij hier niet van afweek. Misschien hield hij er zelfs iets te religieus aan vast, want soms zou een ander spelsysteem meer baat hebben gehad dan andere spelers. Garcia heeft veel genoteerd op zijn notitieboekje, maar dit niet. 

Nu wacht het Europees Kampioenschap 2028 op ons. We weten dat er toekomst is na De Bruyne. Na Lukaku moet nog blijken. Hij was wél belangrijk voor deze ploeg. Gaat de niet opgeroepen Openda zijn rol kunnen overnemen. Of moeten we kijken naar een andere spits die niet was opgeroepen: Cuypers? De Ketelaere heeft met drie doelpunten bewezen dat hij kan scoren, maar hij zal nooit een targetspits zijn. Hopelijk zal een eventuele nieuwe bondscoach dit beseffen. 

De cijfers
Nu België uit het toernooi ligt, kan ik ook eens mijn licht schijnen op de individuele prestaties van de Belgische spelers. 

  • Courtois: 7 - Had enkele cruciale reddingen in huis, maar speelde niet op zijn hoogste niveau
  • Lammens: NVT - Keepte een klein half uur tegen Spanje, maar had boter op het hoofd bij de 2-1, sowieso geen gemakkelijke situatie
  • Penders: NVT - Niet in actie gekomen
  • Castagne: 6 - Pakte uit met enkele knappe assists later in het toernooi, maar bij het begin van het toernooi speelde hij vrij pover
  • De Cuyper: 7 - Speelde niet altijd consistent, maar is één van de lichtpunten in de Belgische defensie door zijn aanvallende impulsen
  • Mechele: 8 - Misschien wel de revelatie van het toernooi, speelde oerdegelijk en werd door mij - volledig onterecht - als niet goed genoeg beschouwd
  • Ngoy: 6 - De vaste partner van Mechele herstelde zich goed na zijn rode kaart tegen Iran, maakte ook tegen Egypte een cruciale fout
  • Theate: 5 - Had het niet gemakkelijk in zijn rol als centrale verdediger tegen Senegal, verhuisde daarna opnieuw naar de bank
  • Seys: NVT - Kende een sterk half uur tegen Spanje, hier zit toekomstmuziek in
  • Debast: NVT - Niet in actie gekomen
  • Meunier: 4 - Speelde bij het begin van het toernooi, maar kon niet overtuigen en verhuisde logischerwijze terug naar de bank
  • De Winter: NVT - Niet in actie gekomen
  • De Bruyne: 4 - Viel door de mand als regelaar van dit elftal, te traag en te weinig creativiteit
  • Onana: 5 - Kende een zwakke start tegen Egypte, maar kwam daarna sterk terug tegen Senegal en de VS, maar viel snel uit in die laatste wedstrijd
  • Vanaken: 6 - Werd door de Vlaamse pers in het elftal geschreeuwd en was degelijk wanneer hij zijn werk deed, maar ook niet meer dan dat
  • Tielemans: 6 - Dé speler die de Rode Duivels voorbij Senegal bracht en daarna tegen de VS een dijk van een wedstrijd speelde, de overige wedstrijden waren helaas bijzonder matig
  • Raskin: 7 - Niet de speler waarvoor je naar het stadion komt, maar wel iemand die voor evenwicht in het team zorgt en het vuile werk opknapt op een bijzonder efficiënte manier
  • Witsel: NVT - In zijn laatste minuten tegen Spanje was hij eerder anoniem
  • Doku: 3 - De flop op dit WK, kon op geen enkele manier zijn status als absolute ster waarmaken
  • De Ketelaere: 7 - Stelde teleur in de eerste wedstrijden als target spits (want dat is hij namelijk niet), maar bijzonder sterk tegen de VS en Spanje
  • Lukaku: 7 - Misschien wel zijn beste WK ooit in een rol als supersub, brak de verdediging van de opponent meermaals open voor de Belgen op moeilijke momenten
  • Trossard: 8 - Samen met Mechele de beste Belg op dit WK, was de ster die Doku en De Bruyne hadden moeten zijn
  • Saelemakers: 5 - Was nuttig op bepaalde momenten zoals tegen Nieuw-Zeeland, maar bracht onvoldoende op de flank
  • Moreira: NVT - Een nuttige invalbeurt tegen Senegal en deed de Afrikanen pijn, is iemand om in het oog te houden
  • Pardo: NVT - Kende enkele korte invalbeurten, liet staaltjes van zijn talent zien, maar over het algemeen onvoldoende om hier een definitief oordeel over te vellen
  • Lukébakio: 6 - Was telkens gevaarlijk wanneer hij inviel, is met zijn explosiviteit en traptechniek gevaarlijk als supersub