Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen

dinsdag 5 november 2019

De kroniek van een aangekondigde niks

Vijf maanden later
Honderddrieënzestig dagen. Zolang duurt het ondertussen om een Belgische regering te vormen en de resultaten zijn - zoals verwacht - ontluisterend. Iedereen ligt in de knoop met iedereen en een spelletje zwarte piet doorschuiven, drogredenen voorleggen en zelfs gratuite desinteresse is de rode draad bij het aftasten van mogelijke politieke allianties. Het water is dus heel diep, maar eigenlijk is dat niet meer dan normaal na de politieke patstelling van de verkiezingen in mei. In een vorige blogpost over politiek begon ik de inleiding op een gelijkaardige manier en het ziet er naar uit dat de politieke impasse van 2,5 jaar die een decennium geleden begon, verbroken gaat worden. Na de verkiezingen is er namelijk niks gebeurd: nada, de rien, nogabollen. 


Het duurde meer dan een maand vooraleer NVA en PS een eerste verkennend gesprek hadden. Dit is een geplogendheid die normaal gezien binnen één of twee dagen plaatsvindt. Het illustreert hoe de twee partijen over elkaar denken. Het kabinet van koning Filip stuurde inmiddels al verschillende mensen het veld in om de violen gelijk te stemmen. Didier Reynders en Johan Vande Lanotte werden aangesteld als informateurs, maar keerden telkens onverrichterzake terug naar het paleis. Geert Boureois en Rudy Demotte mochten het vervolgens twee weken proberen als preformateur, maar dat liep ook al op een sisser af. We zitten nu dus al vijf maanden met een demissionaire regering die amper een kwart van alle zetels bekleedt in de kamer. In het land van het surrealisme een doodgewoon gegeven waar geen haan naar kraait. 

Andere prioriteiten
Al snel na de verkiezingsuitslag werd het ook duidelijk dat de partijen hun prioriteiten hebben verlegd van nationaal niveau naar de regio's. Zowel NVA als PS vonden het belangrijker om eerst hun energie te stoppen in de vorming van een regering op regionaal niveau en pas later te kijken naar nationaal niveau. We zien dit ook in de posities die de kopstukken van beide partijen bekleden. In de Vlaamse regering is Jan Jambon aangesteld als eerste minister, Liesbeth Homans is voorzitter van het Vlaams parlement en Zuhal Demir krijgt een belangrijke ministerpost in de vorm van justitie en energie. Enkel Theo Francken blijft het witte konijn in de hoed om bij een eventuele nationale regering een cruciale post op te eisen. 


Ook aan de overkant van de taalgrens zien we dezelfde trend. Elio Di Rupo is niet langer voorzitter van de PS en leidt in Wallonië de regering in een - enigszins verrassende - coalitie met MR en Ecolo. Het voorzittersstokje van de PS werd doorgegeven aan Paul Magnette. Bart De Wever kan niet door één deur met Elio Di Rupo, maar ook met Paul Magnette is er weinig beterschap in zicht. De nieuwbakken voorzitter blaast dan eens warm en even later weer koud. Hij zegt open te staan voor een constructief gesprek, maar roept even later hard dat een nationale regering met NVA opzetten een onmogelijke opgave is. De Vlaams-conservatieven denken uiteraard hetzelfde, maar zijn meer geslepen en zijn minder vocaal in hun opinie. 

Wat nu?
Hopeloos is een situatie zelden, maar het huidige politieke landschap maakt de regeringsvorming extra complex door de toepassing van het principe van de mediaankiezer. In een blog heb ik dit ooit uitgelegd. Snel uitgelegd betekent dit principe dat twee partijen naar elkaar toegroeien om een groter kiezerspubliek aan te spreken. Het is dus geen toeval dat het regeringsprogramma van Jambon I regelrecht uit een folder van Vlaams Belang lijkt weggelopen te zijn. De NVA probeert op deze manier om potentiële kiezers van het Vlaams Belang te paaien en in eigen rangen te houden. 


Over de taalgrens zien we deze trend gebeuren aan de andere kant van het politieke spectrum waar de PS de degens kruist met het extreem-linkse PTB. CD&V durft op haar beurt dan weer niet in een regering stappen zonder NVA omdat ze schrik heeft om hier electoraal voor afgestraft te worden en zodoende wordt de ene partij het dominosteentje van de andere partij. 

Loopgravenoorlog
Wat nu volgt is meer dan waarschijnlijk een politieke loopgravenoorlog. De belangrijkste partijen hebben hun stellingen ingenomen bij de regionale regeringen en kunnen op basis hiervan hun partijprogramma verdedigen en uitvoeren bij hun electoraat. Op nationaal niveau is noch PS, noch NVA betrokken partij en hebben ze dus niks te verliezen. Het kenmerk bij uitstek van een loopgravenoorlog is dat het een uitputtingsslag is waarbij de deelnemende partijen elkaar geen duimbreed toegeven. 


Het is dus met andere woorden wachten op de eerste partij die toegeeft, maar zowel PS als NVA hebben tot dusver weinig redenen om concessies te doen. Het zijn dikwijls externe factoren die de regeringsvorming versnellen. In 2011 was dat onder andere de kredietwaardigheid van België dat steeds verder wegzakte en het duurder maakte om te lenen. Niet ideaal in een economie die zich toen aan het herstellen was van een financiële crisis en een land dat één van de grootste nationale schulden heeft van de gehele Europese Unie. Met een regeringstekort van elf miljard euro die Michel II achterlaat, is het bijna een zekerheid om in 2021 een krantenkop te lezen waarin staat dat Fitch de kredietwaardigheid van België verlaagt. Tenminste als we het geluk hebben dat daar geen economische crisis tussenkomt... 

zondag 26 mei 2019

Twee werelden

Twee werelden
Vijfhonderdeenenveertig dagen. Zo lang duurde het toen op zes december 2011 eindelijk een nieuwe regering werd gevormd. Dat was destijds een wereldrecord, maar dat is inmiddels weer verbroken. Het ziet er echter naar uit dat België een nieuwe poging kan ondernemen, want de electorale tegenkantingen in Vlaanderen en Wallonië kunnen bijna niet groter zijn. Vijf jaar geleden werd de rechtse regering van de as NVA-MR aangekondigd als de ultieme kans om te bewijzen dat het socialistische bestuur een achterhaald gegeven is. De resultaten van de uitslag van de federale verkiezingen van dit jaar zijn ontnuchterend, maar niet verrassend. NVA verliest een ferm deel van haar pluimen, maar is nog steeds met een comfortabele marge de grootste partij van Vlaanderen. De luis in de pels is nu Vlaams Belang dat zich opwerpt als de tweede grootste partij van Vlaanderen, terwijl de klassieke centrumpartijen er allemaal gevoelig op achteruit gaan. De regering Michel I was er geen van grote successen en dat werd in het Vlaamse stemhokje erg duidelijk gemaakt. 

Bij de Franstalige landgenoten is er – zoals verwacht – een duidelijke tegenbeweging naar links. De PS is net zoals 2014 de grootste partij van Wallonië, maar MR verliest wel duidelijk terrein. Deze stemmen lijken naar de andere linkse partijen te gaan zoals Ecolo en PTB, maar er is geen sprake van een linkse overrompeling zoals die werd aangekondigd. Toch is de trend duidelijk dat de Vlaming rechts stemt en de Waal links. De aanzet voor een maandenlange, of zelfs jarenlange, politieke status quo op federaal niveau is dus gegeven.   

De kroniek van een aangekondigd resultaat
Een verrassing is deze verkiezingsuitslag niet, maar wat zijn de elementen die deze uitslag zo verspelbaar maken? In de eerste plaats de politieke cultuur in Vlaanderen en Wallonië die al jaar en dag heerst. Tot voor kort was CD&V en daarvoor CVP een onneembaar bastion omdat de conservatieve ideologie van christelijk Vlaanderen rijmt met de waardes en principes van de christendemocraten. Hoe vrijgevochten de babyboomgeneratie ook was, van thuis uit heeft ze klassieke waardes meegekregen en dat betekent in veel gevallen stemmen op CD&V/CVP. CD&V had op dit vlak een monopolie, maar dit werd weggeërodeerd door eerst Vlaams Belang en later NVA dat met Bart De Wever over een enorm mediatiek figuur beschikt. 


Het meer industrieel getinte Wallonië heeft eerder een historiek waar sociale belangen groot zijn omdat de Franstaligen over het algemeen minder welgesteld zijn. In de industriesteden zoals Luik en Charleroi is de PS nog steeds een ongenaakbaar bastion ondanks alle corruptieschandelen die er rond de partij hangen. Deze trend wordt zelfs versterkt met een stevige opkomst van het extreem-linkse PTB, een partij die de PS op veel vlakken als te weinig links beschouwt. 

Maar politieke cultuur identificeren als de contribuerende factor voor deze verkiezingsuitslag is de waarheid geweld aandoen. Het is eerder de cement die het mogelijk maakt om de rechtse en linkse fundamenten te leggen. Internationaal is er namelijk al langer een duidelijke beweging zichtbaar naar extreem-rechts en euroscepsis. De Brexit is er gekomen omdat in het Verenigd Koninkrijk hard werd gehamerd op een aggressieve campagne tegen Europa, niet gestoeld op feiten of informatie. Figuren zoals Boris Johnson en Nigel Farage spelen in op de zogenaamde populistische standpunten door een retoriek van aanvallen, halve waarheden en veel geroep en getier. Het credo “Als je niet voor ons bent, ben je tegen ons” is opzienbarend gemakkelijk omdat gebruikers ervan zich niet moeten voorzien van feiten, maar onmiddellijk de aanval intrekken tegen politieke strevers en ze persoonlijk belagen. Hoe je het brengt, is belangrijker dan wat je brengt. En als je het voldoende herhaalt, pikt de massa het automatisch wel op, ook al klopt de boodschap totaal niet. Meester in het spelletje is Donald Trump die zo de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft gewonnen. Ook bij andere partijen zien we deze beproefde strategie zoals het Franse Front National dat zijn harde standpunten heeft afgezworen en nu een gematigder discours bezigt en ondertussen is herdoopt tot Rassemblement National. De mix van conservativisme, euroscepsis en antimigratie is een succesformule voor nieuwbakken partijen zoals de vijfsterrenbeweging in Italië en Forum voor Democratie in Nederland. 

We leven dus in tijden waar er polariserende standpunten heersen en dat vertaalt zich ook naar extremere standpunten aan de linkerzijde van het politieke spectrum. PTB/PVDA cultiveert dit sentiment en weet vooral in Wallonië te pieken. In maart 2017 wordt de PTB zelfs de grootste partij van Wallonië in een peiling en klokt het af op 20,5% van de stemmen, 0,2% meer dan de PS. Sindsdien is er veel gebeurd en zit de PS terug comfortabel in het gareel als leidende politieke fractie in Wallonië. Het toont echter wel aan dat er een potentieel grote voedingsbodem bestaat voor extreem-links, net zoals die in Vlaanderen bestaat voor extreem-rechts. 


Misschien wel de belangrijkste factor om nieuwe zieltjes voor een politieke partij te winnen, is sociale media. Trump lijkt de Verenigde Staten via Twitter te besturen, maar ook Francken maakte in zijn positie als staatssecretaris van asiel en migratie dankbaar gebruik van dit medium. Twitter geldt voornamelijk als de vox populi en is een middel om aan volksmennerij te doen. Het winnen van nieuwe stemmen gebeurt echter op Facebook en geen enkele andere partij heeft dit zo onder de knie als het Vlaams Belang. Het Vlaams Belang is de grootste partij op Facebook, maar beheerst als geen ander de kunst van het adverteren op sociale media. Quasi iedere Vlaamse Facebookgebruiker heeft een lachende Van Grieken zien passeren op Facebook, hoe links of rechts hij of zij ook is. Partijen zoals SP.A kwamen te laat op het appel en CD&V geeft zelfs helemaal niet thuis op dit vlak. Radio, TV en kranten zijn voorbijgestreefd als klassiek medium en vervagen langzaam, maar zeker als primaire bron voor informatie. Dit is iets wat de rechtse partijen veel sneller hebben begrepen dan al de rest. 

Het heet ook dat Vlaams Belang populair is bij de jongeren, maar de vraag is of er een causaal verband staat tussen deze doelgroep en het gebruik van sociale media of dat er eerder sprake is van een correlatie. Er is namelijk een duidelijke trend zichtbaar tussen de opkomst van sociale media en de verrechtsing van het westen vanaf 2010. Denk maar aan schandalen zoals Cambridge Analytica waar persoonlijke data van Facebookgebruikers werden verkocht en gebruikt om er gerichte politieke advertenties mee te creëren. Dit is erg gevaarlijk omdat het gebruikers uitnodigt tot denken in stigma’s en vooroordelen en dan komt men terug tot de tactiek van vuilspuierij en persoonlijke aanvallen. Dit wordt extra aangevuld met zogenaamde trollen van rechtse partijen die op sociale media bewust populistische thema’s opzoeken om zo een verhitte discussie te genereren. Dit wordt met de regelmaat van de klok gedaan en zo wordt boodschap andermaal ondergeschikt aan persoonlijke aanvallen. 


Dit zijn allemaal sociaal-demografische factoren die losstaan van inhoudelijke partijstandpunten en het is beangstigend hoe afwezig alle partijen waren op belangrijke thema’s zoals onderwijs, energiebeleid en zelfs klimaat ondanks alle recente aandacht. De hoofdmoot van de aandacht ging – zoals bijna elke verkiezing – alweer naar migratie en vluchtelingen hoewel dit thema in principe een fait divers is in de Vlaamse samenleving. Het is vooral een gemiste kans voor de linkerkant van het politieke spectrum dat een totaal gebrek aan kunde etaleerde om opkomende thema’s zoals klimaat te exploiteren. SP.A mikt vooral op zoveel mogelijk gratis maken, iets wat voormalig SP.A-coryfee Frank Vandenbroucke ruim twintig jaar geleden al verkondigde als totaal onrealistisch en voorbijgestreefd. Groen in de vorm van Kristof Calvo vertoont zich dan weer te veel als geitenwollensokkentype door zoveel mogelijk te vergroenen, maar geen deftig antwoord kan bieden op de afschaffing van bedrijfswagens en uitfasering van kerncentrales. Groen gaat er weliswaar op vooruit, maar beschikte door alle klimaatmarsen over een ongeëvenaard momentum om politiek te groeien en heeft dat maar gedeeltelijk kunnen verwezenlijken.  

Quo vadis? 
De belangrijkste man van deze verkiezingen wordt nu meer dan ooit Bart De Wever. Door deze uitslag heeft NVA zich onmisbaar gemaakt voor gelijk welke coalitie als het cordon sanitaire wordt behouden. De hamvraag is uiteraard of het cordon behouden blijft en daarin speelt de mening van De Wever een cruciale rol in. Zijn wil is wet en bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen ging De Wever nog liever met SP.A in zee dan Vlaams Belang. Het moge duidelijk zijn dat De Wever geen oren heeft naar het doorbreken van het cordon sanitaire, ook al wordt hier en daar verkondigd dat de optie bekeken moet worden. De Wever ziet zichzelf als de toekomstige minister-president van het Vlaams parlement en hij zit nog steeds aan het stuur aangezien NVA afgetekend de grootste partij blijft. De huidige coalitie van NVA, VLD en CD&V wordt wellicht aangevuld met een vierde partij en dan is SP.A de grootste kandidaat. Deze vorming moet de Vlaamse as worden bij de opstelling van de nationale regering. 

Op federaal niveau wordt het een stuk moeilijker omdat een verderzetting van de Zweedse coalitie – dus met MR en CDH – onmogelijk wordt. Hier heeft de PS zich onmisbaar gemaakt en net deze twee partijen bevinden zich op ramkoers. De twee partijen staan qua ideologie mijlenver van elkaar, maar er is ook een clash der persoonlijkheden. De Wever kan niet samen door één deur met Di Rupo en vice versa. De rol van Di Rupo leek bij de PS uitgerangeerd, maar de voormalige premier wil maar al te graag opnieuw het voortouw nemen bij de PS. Een samenwerking tussen NVA en een PS geleid door Di Rupo is onwaarschijnlijk, maar een scenario waarin de PS een (andere) premier levert en in concessie een staatshervorming doorvoert, is misschien wel een mogelijkheid. 


Veel zal afhangen met welke partijen de PS in Wallonië in zee gaat. Bijna elke Waalse partij beschouwt NVA als extreem-rechts en weigert om hiermee samen te besturen. Qua ideologie schuift PS nog het dichtst aan bij Ecolo aangezien PTB als te extreem wordt beschouwd door de Waalse socialisten en  regeren met de MR is ondenkbaar aangezien de PS vijf jaar geleden aan de kant werd geschoven door MR. Dan blijft er dus nog Ecolo over als meest logische kandidaat om in een Waalse en federale regering te stappen en net hier knelt het schoentje. Ecolo weigert resoluut om samen te werken met NVA, veel meer nog dan PS. Vanuit Vlaamse zijde moet men dan hopen dat PS aan Waalse zijde samen een regering gaat vormen met CDH in een scenario waar het federaal in de minderheid zit aan Waalse kant en die kans lijkt uiterst klein.  

vrijdag 6 juli 2018

Mei 2068


Linkse verpaupering
Hoe zullen historici terugblikken op de huidige periode in de geschiedschrijving? Een Amerikaanse president die anno 2018 terug wil naar het isolationisme van een kleine eeuw geleden, rechts populisme dat zegeviert in westerse culturen, China dat nu bewust is van zijn status als toekomstige grootste economie ter wereld, de revoluties in het Midden-Oosten en Noord-Afrika dat uiteindelijk culmineerde tot een aparte ISIS-staat in de Levant en Naingolan die niet opgeroepen werd voor het WK 2018 in Rusland. We leven in interessante, maar ook roerige tijden.

Een halve eeuw geleden stond in mei 1968 Frankrijk op zijn kop door de maatschappij die eindelijk tot wasdom komt na ruim twee decennia economische opleving na Wereldoorlog II. Studenten en arbeiders komen voor hun rechten op en schuwen de grove middelen niet. Een treinstaking van vijf weken doet de Franse regering breken en Frankrijk geeft toe aan de gestelde eisen die dit vreemde pact van links verenigde. De toekomstige intelligentsia van Frankrijk dat verbroedert met "simpele" arbeiders… Het was vijftig jaar geleden een uniek beeld dat de wereld rondging. Maar het is misschien ook deze vreemde symbiose die uiteindelijk leidde tot de huidige linkse verpaupering in Europa.



Verloren middenveld
Het is een onmiskenbaar feit dat het Europa van vijf decennia geleden er totaal anders uitziet dan het huidige Europese straatbeeld. Globalisme heeft de welvaart spectaculair doen toenemen, maar gebrek aan solidariteit in het verleden heeft geleid tot minder professionele rechten voor werknemers en een penibel pensioensysteem. Internet, GSM’s en de digitalisering maken het leven een stuk gemakkelijker, maar deze technologie zorgt ook voor een groot ‘big brother’ gehalte uit Animal Farm. We hebben een ongeëvenaarde vrijheid in waar we gaan en staan, maar worden ook geconfronteerd met meer migratie en vluchtelingen. Dit zijn totaal andere problemen dan waar de Franse studenten en arbeiders voor streden in 1968 en het is in deze evolutie dat sociale partijen ergens de voeling met hun middenveld hebben verloren.

Het terugkerend thema waar niemand omheen kan, is migratie. Eerst was er vanaf de jaren zestig economische migratie waar de vraag kwam van het westen zelf omdat men onvoldoende mijnwerkers vond. Vanaf de jaren zeventig en tachtig draaide dit honderdtachtig graden en zag West-Europa voornamelijk een instroom van economische migranten uit Turkije, Marokko en Noord-Afrika die op zoek waren naar een beter leven. Met deze verschuiving werden westerse grootsteden geconfronteerd met een totaal andere cultuur, levensgewoonten en religie. De klassieke arbeiderswoningen in de stadsrand werd steeds meer bevolkt door deze buitenlanders en de eerste tekenen van gettovorming waren snel zichtbaar. Dit zorgde voor nieuwe sociale problemen en een beeldvorming die erg moeilijk is om te nuanceren.



Wanneer het begon
Er kan moeilijk een datum op worden geplakt, maar de verloedering van links in België is wellicht begonnen op 24 november 1991 wat politici later "zwarte zondag" betitelden. Dit was namelijk de eerste grote verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok dat daarvoor altijd in de politieke marginaliteit opereerde. Het VB had en heeft geen fatsoenlijk economisch of sociaal programma, maar zet wel volop in op migratieproblematiek waardoor het partijen zoals de SP/SP.A evenaarde en zelfs voorbij snelde. De tegenreactie van links was misschien bewonderenswaardig, maar ook bijzonder naïef: het zag elke buitenlander per definitie als een aanwinst. De intelligentsia uit de generatie van 1968 waren geschokt dat de gewone arbeider niet inzag dat nieuw bloed voor een nieuwe dynamiek in de maatschappij zorgt. Diezelfde gewone arbeider was echter wel verontrust omdat migranten mee concurreerden voor de laagbetaalde jobs, zag een stijging in de criminaliteit in hun voormalige volksbuurten, werd geconfronteerd met mensen die een andere, onverstaanbare taal spraken en simpelweg ook een aanwezigheid van racisme bij de autochtone bevolking die versterkt werd. Deze broeierige ingrediënten leidden tot een vicieuze cirkel waar partijen zoals het VB op drijven om te groeien. Vanaf de jaren negentig regen de nationalistische partijen de overwinningen aan elkaar en het verzameld Europees links beleid begreep niet waarom mensen zo reageerden. De Belgische kunst van een compromis maken, biedt zelden een gedragen oplossing, maar op dit vlak had de linkse Europese fractie veel kunnen leren.

Andere factoren zoals de opkomst van Al Qaeda aan het begin van het nieuwe millennium en later ISIS vergrootte de tweespalt enkel. Het intellectueel elitarisme dat socialistische besturen in Europa aan de dag legde in verband met deze problematiek was en is een flagrante vergissing en is gestoeld op idealen, maar niet op pragmatisme. Voor een goed functionerende partij heb je beide nodig. Dit is een vereenvoudigde voorstelling van de feiten, maar vat wel de tendens samen die sinds begin jaren negentig waarneembaar is. Dit is waarschijnlijk ook de grootste reden waarom figuren zoals Trump de Amerikaanse verkiezingen kunnen winnen en waarom anti-establishmentpartijen zoals de Italiaanse Vijfsterrenbeweging de macht uitmaken in een fragiele economie.



Toekomstige postkaart
Deze volksmennerij dreigt de vicieuze cirkel van het elitarisme enkel groter te maken omdat het bij veel politici op onbegrip stuit. Trump hekelt de diefstal van intellectuele eigendommen door China en heft enorme invoertaksen in op Chinese producten. Diezelfde Trump wil Amerikaanse arbeiders helpen door steenkoolmijnen opnieuw te activeren in de Mid-West.  Er is niks mis met het verdedigen van deze economische belangen, maar het kadert niet in de economische realiteit van vandaag. Deze maatregelen bieden misschien soelaas op korte termijn, maar fnuiken elke vorm van economische vooruitgang op langere termijn. Iets wat politici beseffen (maar niet altijd durven verkondigen), maar waar Jan met de pet vanzelfsprekend geen boodschap aan heeft. En zo werpt dit olie op het vuur tussen links, elitair denken en de sociale, menselijke achtergrond waar deze partijen ooit voor stonden. Als iemand weet hoe deze vicieuze cirkel gebroken kan worden, mag die dat onmiddellijk zeggen…

Hoe zou een postkaart uit mei 2068 eruitzien als we die naar onszelf zouden versturen op dit moment? Hebben we een meer verdeeld Europa of gaan we terug naar het motto van eendracht? Leven we nog altijd in een christelijk Europa of gaat de samenleving juist meer seculier of gefragmenteerder worden? Is nieuwswaarde nog altijd zo vluchtig als nu of wordt het misschien nog erger? Spreken we dan over een geautomatiseerde wereld of hebben we een halt toegeroepen aan al deze technologische voortgang? Eén zinnetje over 2018 zal er alleszins wel op prijken: “We leefden in interessante, maar ook roerige tijden”.

woensdag 8 februari 2017

De toekomst zijn zorgen voor later

Herpakt
Een aantal weken geleden was ik aan het klagen over het erbarmelijke niveau van The Grand Tour en drie afleveringen later ben ik (gedeeltelijk) bijgedraaid. Clarkson en co hadden het weer over auto's zoals in de goede, oude tijd en het was een waar plezier om deze drie afleveringen te bekijken. Dit doet de hoop stijgen dat het tweede seizoen later dit jaar beter gaat zijn dan het wisselvallige eerste seizoen. De laatste aflevering ging voornamelijk over de toekomst van elektrische wagens. James May rijdt met een BMW i3 terwijl Jeremy Clarkson zweert bij een klassieke Volkswagen Golf GTI. Dit is uiteraard een clash in filosofieën. De i3 is namelijk een elektrische wagen die uitgerust is met een range extender waardoor er (beperkt) op benzine gereden kan worden. De Golf beschikt over een klassieke, conventionele benzinemotor en heeft niet te kampen met de nadelen van een elektrische wagen. 

Elektrische nadelen
Wie over een elektrische wagen beschikt, kan beamen dat het hebben van zo'n voertuig nogal wat nadelen met zich meebrengt. Daar werd in good old Top Gear-stijl natuurlijk de draak mee gestoken.

Ten eerste is er het nadeel van subsidies. De aankoop van elektrische wagens wordt gesubsidieerd om zo de aankoop van deze wagens te stimuleren. Zo krijg je in België een stevige premie van ettelijke duizenden euro's wanneer je een elektrische wagen koopt. De fabrikanten van deze wagens weten dat natuurlijk ook en zij houden de prijs van deze wagens kunstmatig hoog omdat het gesubsidieerd wordt. Eigenlijk is deze markt een oligopolie waar er voor de fabrikanten geen redenen zijn om miljoenen euro's in onderzoek en ontwikkeling te steken om zo efficiënt mogelijk te opereren. Anders gezegd: innovatie bestaat amper of niet bij deze wagens en daarom rijden we nog altijd rond met technologie van tien jaar geleden en zelfs veel ouder. Zelfs het zo bewierookte Tesla innoveert amper of niet in batterijtechnologieën. Gevolg is dat het grote nadeel van een elektrische wagen - het beperkte bereik - nog steeds even actueel is als tien jaar geleden.



Het tweede probleem is uiteraard range anxiety: de angst om niet genoeg bereik te hebben om tot je bestemming te komen. Het bereik van elektrische wagens is weliswaar toegenomen de laatste jaren, maar het zijn eerder babystapjes dan rasse schreden. Het blijft een druppel op een hete plaat en is voor veel mensen een reden om de aanschaf van een elektrische wagen zelfs niet te overwegen. Tesla geeft aan dat je in theorie 500 km kan rijden met een wagen die volledig is opgeladen, maar dat is wel een wagen die geen airco of verwarming gebruikt, geen gebruik maakt van elektriciteit (dus ook geen verwarmde zetels) en constant tegen een relatief slakkengangetje rijdt. In praktijk komt het eerder neer op 300 km. Nog steeds een aardige hoeveelheid, maar als je in het weekend ergens naar toe rijdt is het niet ondenkbeeldig dat je meer kilometers aflegt dan dit aantal.

Ware het niet
Dit zou niet zozeer een probleem zijn mochten er voldoende elektrische laadpalen zijn waar je een wagen kan opladen. in België schitteren deze laadpalen in afwezigheid. Er is nu weliswaar een decreet uitgevaardigd dat er in elke gemeente ten minste één elektrische laadpaal aanwezig moet zijn, maar meer dan het geweten sussen, kan je zo'n maatregel niet noemen. Door het acute gebrek aan een deftige infrastructuur wordt de range anxiety enkel maar bevestigd. Dan mag de regering doodleuk liggen verklaren dat het tegen 2030 alle dieselwagens wil verbannen als het zelf niet het voortouw neemt om de infrastructuur uit te bouwen, zal dit niet meer zijn dan een loze belofte. In Nederland is die infrastructuur er bijvoorbeeld wel en je ziet dan ook veel meer elektrische wagens rondrijden. Een kind ziet de oorzaak en het gevolg.

De aanwezige infrastructuur die er dan al is, is dan weer zo versnipperd dat je twee of meerdere kaarten moet hebben en zelfs als je over deze kaarten beschikt, is het nog niet zeker dat de elektrische laadpalen werken. In het verslag van The Grand Tour werkte dit bijvoorbeeld niet, maar ook in eerdere afleveringen van Top Gear was dit geval. Je kan zeggen dat dit geveinsd is, maar ook bij andere Youtubefilmpjes blijkt dat het erg pover is gesteld met de kwaliteit van Belgische laadpalen. Kortom een gigantisch nadeel wordt hierdoor nog eens eventjes verdubbeld qua problematiek.



En los van al deze problematiek qua laden, duurt het tergend lang om een wagen volledig op te laden. Een Tesla Model S volledig opladen duurt acht lange uren. Als je dus terug komt van je werk en snel een film wil meepikken in een Kinepolis in Antwerpen is het dus niet gegarandeerd dat dit mogelijk is. Als je bereik onvoldoende is, dien je eerst de wagen op te laden vooraleer je kan vertrekken. Nogal logisch, maar het is wel verschrikkelijk onpraktisch. Als deze laadtijden niet verbeteren, dwing je mensen om hun dagen bij voorbaat in te plannen en je weet dat zoiets amper of niet gedaan wordt.

Oei, niet over nagedacht
En de slotgedachte is misschien nog de meest verontrustende. Clarkson sloot namelijk af met de stelling dat in het Verenigd Koninkrijk er amper vijf procent verschil is tussen de opgewekte elektriciteit en de elektriciteit die wordt afgenomen. In België was er ruim twee jaar geleden zoveel te doen over een mogelijke black-out in de winter. Elektriciteit wordt in België namelijk voor een aanzienlijk deel ook afgenomen bij de buren uit Frankrijk en Nederland. Grote elektriciteitsleveranciers hebben sinds 2000 amper of geen investeringen gerealiseerd in Begië en dat maakt het dan wel bijzonder hallucinant om op een korte periode bijna louter te rekenen op elektrische wagens.

zondag 13 mei 2012

Vertrouwenscrisis

Erin of eruit
Een week na de Griekse verkiezingen, leeft het land in de grootste onzekerheid van haar recente geschiedenis. De politieke verdeeldheid is enorm: geen enkele partij haalt meer dan twintig procent van de stemmen en bovendien houden de twee grootste partijen er een hele andere mening op na. De ene wil de besparingen die Europa voorstelt doorvoeren, terwijl de andere meer heil ziet in een terugkeer naar de Drachme om die te laten devalueren. Deze politieke tegenstrijd stort niet alleen Griekenland in onzekerheid, maar ook Europa. Het scenario van een Griekse uitstap uit de Eurozone klonk nooit luider dan nu en meer Griekse stemmen gaan op om de voorgestelde Europese besparingen niet te slikken. Eén ding is zeker: ongeacht welk scenario zal overwinnen, de Griekse bevolking wacht een zware beproeving de komende (tientallen) jaren.

Erin
Wanneer Griekenland in de Eurozone wil blijven, zijn de voorwaarden heel erg simpel: de voorgestelde besparingen, opgelegd door Merkel en de rest van Europa, aanvaarden. Dit betekent een langzame, maar zekere verpaupering van de Griekse bevolking omdat de rentekosten uit de pan swingen. Bijgevolg zullen de Griekse belastingen zo hoog liggen, dat de koopkracht van de gemiddelde Griek drastisch zal slinken. Dit heeft tot gevolg dat de Griekse economie zal inkrimpen wat dan weer leidt tot de verarming van de Griekse bevolking. Maar is het eerlijk om een land zo hard te laten bloeden wanneer Europa niet eens zeker is dat het zal helpen?



De uitdaging van Europa bestaat erin om haar eigen economie terug aan te zwengelen en de koers die Europa vaart onder impuls van Merkel is heel erg duidelijk: door besparingen wil Merkel de deficits van de overheidsschulden terugdringen. Het verleden heeft bewezen dat deze manier kan helpen, maar helaas is economie geen exacte wetenschap. Elke crisis is uniek en er bestaan geen wondermiddelen om een crisis op te lossen. Critici van deze werkwijze duiden op het feit dat door besparingen er geen investeringen meer in de economie worden gedaan waardoor de economie ook geen ademruimte meer krijgt om te groeien.

Het probleem van de Europese staatsschuldencrisis is echter veel meer dan dit. Zo heeft de crisis ongenadig hard toegeslagen in Spanje met werkloosheidscijfers van vijfentwintig procent en meer. Nochtans is de staatsschuld van Spanje lager dan lichtend voorbeeld Duitsland. Het probleem van Spanje is dan weer dat meer dan vijftig procent van de hypothecaire leningen bezit zijn van Spaanse cajas. Het systeem van cajas was tot voor kort ongereguleerd waardoor praktisch iedereen een lening kon krijgen. Het is dus met andere woorden een nieuw voorbeeld van de Amerikaanse sub-prime crisis in 2007. Op termijn kan dit systeem dus het hele financiële bestel van Spanje onderuit halen en alleen de grootste pessimisten durven voorspellen wat de gevolgen hiervan zullen zijn.

Het toont dus aan dat gelijk welke acties Griekenland (en Spanje) ondergaan, er geen beterschap beloofd kan worden, zolang de problemen aan de bron niet worden aangepakt. Voor Griekenland zijn dit de ongebreidelde staatsuitgaven en een paar dagen geleden dook er weer een verhaal op van een heel eiland dat extra geld kreeg van de staat omdat bijna iedereen daar blind was. Europa mag honderden miljarden euro's aan Griekenland beloven, zolang hier niets aan gedaan wordt, is het een maat voor niets.

Eruit
Griekenland kan natuurlijk ook een dikke, vette middelvinger naar Europa uitsteken en terug overstappen naar de Drachme. In dit scenario wordt de Drachme gedevalueerd en daarna gekoppeld aan de Euro. Dit moet Griekenland competitiever maken. Dit scenario begint steeds meer bijval te krijgen en er valt iets voor te zeggen. Het stimuleert export en werkgelegenheid, maar komt met een levensgrote maar. Wanneer de Drachme wordt heringevoerd, zal de Griekse regering opnieuw nood hebben aan extra leningen die heel erg duur zullen zijn. Dit leidt tot een grote prijsinflatie die de koopkracht van de Grieken zal aantasten. Wanneer de Grieken in de Eurozone blijven, gaat hun koopkracht langzaam, maar zeker er op achteruit. Het omgekeerde is het geval wanneer Griekenland besluit om de Drachme terug in te voeren: het zal een spectaculaire daling in de koopkracht kennen met verpaupering van Griekenland tot gevolg. De Zwitserse bank UBS berekende dat de Griekenland maar liefst zestig procent aan welvaart zal verliezen.



Dit klinkt als een waar rampscenario, maar dit hoeft dat niet per definitie zo te zijn. Rond 2000 stond Argentinië ook aan de rand van de economische afgrond tot op een punt waar het zelfs moest overschakelen op ruilhandel. Door de lage prijzen kan Griekenland uitgroeien tot een aantrekkelijk land om te investeren, waardoor de economie terug aanzwengelt. De hamvraag is echter hoe lang het zal duren vooraleer het land weer economische groei zal kennen na zo'n spectaculaire inkrimping. Bovendien is het onzeker of Griekenland het beloofde land voor investeerders zal zijn, als de rest van de Europese economie niet op punt staat.

Geopolitieke gevolgen
Ongeacht welk scenario Griekenland ook kiest, de gevolgen voor de Europese Unie zullen groot zijn. De Euro is het ultieme symbool van een verenigd Europa. Als de EU deze zware economische beproeving kan doorstaan en zich solidair toont ten opzichte van Griekenland is het vertrouwen tussen de Europese landen groot. Zodoende is de weg naar een verenigd Europa realistischer. Aan de andere kant kan de uitstap van Griekenland leiden tot een breuk in de Europese Unie. Want wat belet andere landen om (onder de druk van de EU) uit de Eurozone te stappen? Rechtse partijen in Finland en Nederland gingen al flink tekeer tegen de besparingen die Europa oplegde en ook nieuwbakken Frans president Hollande heeft al aangegeven om de besparingen die zijn goedgekeurd onder zijn voorganger proberen aan te passen. Meer nog dan een economische of financiële crisis, kunnen we deze crisis bestempelen als een vertrouwenscrisis tussen landen en banken.

dinsdag 8 mei 2012

CREG wil energieprijzen transparanter maken

Achteraf is het altijd gemakkelijk praten
In mijn vorige blogs heb ik het aantal keer gehad over de interne marktwerking bij energiebedrijven die operationeel zijn in België. Minister van economie Johan Vande Lanotte wil de stijgende energieprijzen bekampen door bijkomende maatregelen te nemen zoals de bevriezing van de energieprijzen. Opvallend was dat elke energieleverancier deze gelegenheid aangreep om de energieprijzen fors de hoogte in te duwen, maar daarna kwam Luminus terug op deze beslissing. Later volgden de andere energieleveranciers, met uitzondering van Electrabel die de lagere prijs enkel wou aanbieden als hun klanten er expliciet om vroegen.

Nu blijkt dat naar aanleiding van de plotse stijging van de energieprijzen zo'n honderd duizend gezinnen hebben besloten om te veranderen van energieleverancier. Aangezien Luminus het initiatief nam bij het terugdraaien van zijn prijzen, is het veilig om te stellen dat Luminus het meeste last had van dit klantenverlies. Dit cijfer is vrij opmerkelijk omdat Belgen redelijk standvastig zijn. We durven wel snel te wisselen van GSM-provider, maar bij de keuze voor banken, energieleveranciers en televisiedistributeurs is de Belg toch overwegend trouw. Nu blijkt dat enige nuancering toch op zijn plaats is bij dit beeld.

Transparantere prijzen
Zoals eerder gezegd opereren de energieleveranciers in de Belgische markt in een Cournot oligopolie in plaats van een Bertrand oligopolie. Om snel te recapituleren waarom: de leveranciers concurreren niet op prijs, maar op capaciteit, het aantal firma's blijft constant en de firma's houden rekening met elkaars strategische beslissingen. In een Bertrand oligopolie zouden firma's concurreren op prijs en consumenten kopen de energie aan bij de goedkoopste leverancier. Dat is momenteel niet het geval omdat de zoekkosten momenteel hoog liggen. Er bestaan weliswaar websites op het internet die het mogelijk maken om energieprijzen te vergelijken, maar de samenstelling van producten verschilt soms heel erg.



In een vrije markt zijn bedrijven vrij om de samenstelling van hun producten en prijzen te bepalen. Bij de energieleveranciers is het erg moeilijk om prijzen te vergelijken omdat prijs A van Luminus totaal andere dingen inhoudt dan prijs B van Electrabel. Het CREG, de regulator op de Belgische energiemarkt, wil de prijzen nu transparanter maken. De formules die momenteel de prijszetting bepalen houden rekening met factoren zoals personeelskosten, kosten voor afschrijving of exploitatie, kosten voor groenestroomcertificaten en warmtekrachtkoppeling. Het CREG wil deze factoren uit de berekening houden, zodat de prijzen minder complex en transparanter worden. Daarnaast eist het CREG de berekening van de indexering openbaar maakt op hun eigen websites.

Andere voorstellen
Daarnaast stelt het CREG nog andere maatregelen voor zoals de berkening van tariefsimulaties die gebaseerd is op de prijs van de laatste twaalf maanden, een aparte vermelding van aanvullende diensten, een procedure bij de factuur die uitlegt hoe je van energieleverancier verandert en een verwijzing naar een tariefsimulator. Dat laatste had ik ruim drie weken geleden besproken in m'n blog "De Belgische energiemarkt heroriënteren" en zou de zoekkosten voor Belgische consumenten gevoelig doen dalen. Zoekkosten zijn kosten (of moeite) die een consument moet doen om prijzen te vergelijken. Voor sommige zaken gaat dit gemakkelijk (supermarkten), maar voor anderen dan weer heel erg moeilijk (advocaten). Energieprijzen behoren door hun complexiteit tot de laatste categorie. Het CREG hoopt door de energieprijzen transparanter te maken en het vergemakkelijken van de vergelijking van prijzen om consumenten sneller te overreden om van energieleverancier te veranderen.

De maatregelen die het CREG nu voorstelt, zullen zeker effect hebben op de Belgische energiemarkt, maar het is hoogst twijfelachtig of dit op korte termijn de stilzwijgende samenwerking tussen energieleveranciers zal doorbreken. De reden waarom is eigenlijk heel simpel: de bemoeienissen van de politiek. De voorstellen van het CREG werken zeker en vast in een vrije markt, maar veel lokale overheden zijn (gedeeltelijk) eigenaar van de energieleveranciers en deze voorstellen verliezen hun werking wanneer er politiek getrouwtrek mee gemoeid is. Bovendien is het nog heel erg onzeker of deze voorstellen van het CREG ook daadwerkelijk worden goedgekeurd gezien de zetelende politici in de bestuurstop van energiebedrijven.

Politieke inmenging
 De Oostendse brulboei Jean-Marie Dedecker heeft laten uitrekenen dat de energieprijzen sinds 2007 met 34% zijn gestegen, maar dat slechts tien procent daarvan het gevolg is van de prijsstijging van de energieleveranciers zelf. Als je rekening houdt met een inflatie van twee procent per jaar, is die prijsstijging van tien procent alles behalve excessief en kan die perfect verdedigd worden. De daadwerkelijke stijging van de prijzen is te wijten aan het falende energiebeleid van de Belgische regering: windmolenparken voor de Belgische kust die door vriendjespolitiek veel te duur wordt betaald, de overdreven hoeveelheid aan subsidies voor zonnepanelen en de haast onnavolgbare kostenstructuur voor de distributienetwerken.



Het helpt ook niet dat bij veel energieleveranciers een politiek belangrijk figuur in de raad van beheer zetelt of zelfs meerdere. Voor een overwegend rechts figuur als Dedecker is zijn voormalige Oostendse rivaal en plitiek tegengewicht Vande Lanotte een gedroomd aanvalsobject, maar in Dedecker's betoog zit zeker een kern van waarheid. Als je de actualiteiten hebt gevolgd, weet je dat het oversubsidiëren van zonnepanelen een rampzalig effect heeft gehad op de energieprijzen.

Als Vande Lanotte en het CREG daadwerkelijk de stijgende energieprijzen wil aanpakken, zal het voornamelijk in eigen boezem moeten kijken. Lokale overheden moeten niet meer rekenen op een royaal dividend bij winstuitkeringen, geen politieke invloed in de bestuurstop van energiebedrijven en een transpanter beleid in het beheer van de infrastructuur van de distributienetwerken. Helaas zijn de beslissingen over grote kosten zoals de groenestroomcertificaten en subsidies voor zonnepanelen enkele jaren geleden gemaakt en die kunnen helaas niet meer ongedaan gemaakt worden. Daarom zijn de energieprijzen in België structureel hoger dan die van onze buurlanden en het ziet er niet naar uit dat daar snel verandering in zal komen, ondanks alle goede bedoelingen van het CREG.

zondag 6 mei 2012

De gouden dageraad


Opmars naar extrimisme
Als er één constante is in de recente geschiedenis van de mensheid, is dat kiezers de neiging hebben om extremistische zijdes op te zoeken in economisch turbulente tijden. Vooral rechts extrimisme wordt dan een populair uithangbord, ook al biedt het geen concrete oplossingen. Het is niets meer dan volksmennerij met holle slogans en populistische uitspraken. Als zo'n partij aan de macht komt, kan dit soms catastrofale gevolgen hebben.

In de schaduw van de Franse verkiezingen, vinden de Griekse verkiezingen plaats. Hoewel de Franse verkiezingen belangrijk zijn, zijn het vooral de Griekse verkiezingen die de onmiddellijke toekomst van Europa zullen bepalen. In Frankrijk heeft de socialist François Hollande al enkele maatregelen aangekondigd die ingaan tegen de wil van Angela Merkel, de machtigste politica van Europa. Zo wil Hollande de pensioenleeftijd terug verlagen en de strenge besparingsmaatregelen, die zijn goedgekeurd door zijn voorganger Sarkozy, opnieuw heronderhandelen.

Chryssi Avghi 
Dat is klein bier vergeleken met wat Griekenland te wachten staat. Daar zijn de twee regeringspartijen zoals verwacht afgestraft en is het politieke spectrum helemaal versnipperd. De kans is reëel dat Griekenland heel veel moeilijkheden zal hebben om een regering te vormen, zodat nu al wordt gesproken van nieuwe verkiezingen. Op de korte termijn destabiliseert dit de Griekse vooruitzichten op de financiële markten en dit zal zich ongetwijfeld laten voelen in Griekenland, maar ook de rest van Europa. Het meest frappante van de huidige verkiezingsuitslag is de opmars van extreem-rechts in de vorm van Chryssi Avghi (Gouden Dageraad in het Grieks). Dit is een neonazistische partij die De Winter en co tot een bende koorknapen laat verbleken. 

Hun palmares mag er best wezen: hooliganisme, vandalisme, aanvallen van mensen, binnendringen in een synagoge en als pronkstuk een onvervalste bomaanslag. Daarbovenop beschikt deze partij over knokploegen die de straten optrekken om buitenlanders af te ranselen. Chryssi Avghi beloofde haar kiezers ook om immigranten het land uit te zetten en mijnen te plaatsen bij de grenzen tussen Griekenland en aartsrivaal Turkije. Een vergelijking met Hitler's NSDAP is dan gemakkelijk gemaakt. 

Impact op de Griekse regeringsvormingen
Het resultaat dat Chryssi Avghi heeft behaald, is niet meteen indrukwekkend te noemen: zes à acht procent. Deze uitslag is niettemin zorgwekkend omdat de andere partijen nauwelijks hoger scoren. De grootste partij blijft de regeringspartij Nea Demokratia maar moet genoegen nemen met slechts 19%. Om tot een coalitie te komen zijn dus minstens zes en waarschijnlijk meer partijen nodig en dan krijgen we Belgische toestanden. De Griekse partijen zullen de luxe niet hebben om Chryssi Avghi buiten de coalitieonderhandelingen te houden en niemand kan voorspellen welke gevolgen dit heeft. Dat het niet mooi zal zijn, staat nu echter al vast.   





woensdag 2 mei 2012

Waarom politiek en economie niet samengaan

Volksdemagogie
Eén mei is de traditionele hoogmis voor het socialisme en de rode vaandeldragers waren weer en masse aanwezig op de Belgische straten. De politieke kopstukken van alles wat rood kleurt zijn het aan hun stand verplicht om toch iets te verklaren. Freya Vandenbossche viel onbegrijpelijkerwijze Siegfried Bracke aan naar aanleiding van zijn geruzie met voormalige collega Gui Polspoel, Vande Lanotte nam de stijgende energieprijzen op de korrel en ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw ijverde voor een stijging van tien procent van het minimumloon. Dat laatste idee was Vande Lanotte wel genegen. Als vakbondsafgevaardigde verdedigt De Leeuw natuurlijk zijn belangen, maar uit economisch perspectief is het niets meer dan politiek gezwets en leidt het zelfs tot hogere werkloosheid. En dat strookt natuurlijk niet met het politieke gedachtengoed dat op één mei wordt uitgedragen.

Productiefunctie
Het Bruto Binnenlands Product (BBP) is volgens Wikipedia "de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde finale goederen en diensten gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar)". Het BBP (voorgesteld door het symbool Y) wordt gemeten door een productiefunctie die bestaat uit drie factoren: kapitaal (K), het aantal werkers (N) en een nummer dat de algehele productiviteit voorstelt (A). De productiefunctie wordt dan voorgesteld als Y = AF(K,N). Een specifiek type van productiefunctie is de Cobb-Douglas productiefunctie die wordt voorgesteld als Y=AK^aN^1-a waar 0 < a < 1. De parameter a stelt in deze functie het aandeel van de inkomens voor ontvangen door de bezitters van kapitaal, terwijl het aandeel van de inkomens van de werkers overeenkomt met 1-a.


Bovenstaande grafiek toont de relatie aan tussen totale output (Y) en kapitaal (K) wanneer deze laatste constant is gehouden voor de periode tussen 1979 en 2007 in de Verenigde Staten. Voor het aantal werkers (N) krijg je eenzelfde grafiek. Het toont aan dat productiviteit voornamelijk wordt bepaald door deze twee factoren en dat de gevolgen nefast kunnen zijn als één factor disproportioneel hoger of lager wordt.

Conditio sine qua non
Wat De Leeuw voorstelt is een verhoging van het minimumloon zonder enige voorwaarden. Wanneer iemand een salarisverhoging krijgt, wordt verondersteld dat hij evenredig stijgt in productiviteit. Als dus iemand vijf procent salarisverhoging krijgt, wordt verondersteld dat hij ook vijf procent productiever is. Dit kan zijn door ervaring op te doen, extra opleidingen te volgen, beter prioriteren van werk of andere redenen. Wat De Leeuw voorstelt druist in tegen deze regel. Want waarom moet het minimumsalaris dan geen twintig procent stijgen of vijftig of honderd? Een stijging van het minimumloon zonder productiviteitsverhoging heeft tot gevolg dat de algehele productiviteit (a) daalt. Voor de Cobb-Douglas productiefunctie (Y=AK^aN^1-a) betekent dit dat het aantal werknemers (N) groter wordt om dezelfde productiviteit te bereiken.

"Ja duh, dat is logisch" zullen de meesten denken, maar deze analyse toont wel aan dat een land of bedrijf meer werkers moet inzetten om tot dezelfde output te komen als ervoor. Dat is voor veel bedrijven vroeg of laat niet meer houdbaar en dan leidt dit onvermijdelijk tot ontslagen. Zo'n maatregel leidt niet alleen tot meer ontslagen, maar ook tot een (marginale) verslechtering van de werkstandaarden omdat totale productiviteit is gelinkt aan een loon en bijgevolg de levensstandaard in België. Zoals aangegeven daalt de algehele productiviteit a en dus ook de levensstandaard in België. Daarom is het verontrustend dat Vande Lanotte dit idee genegen is enkel en alleen omdat De Leeuw uit dezelfde politieke stal komt. Op economische basis is er totaal geen draagvlak voor zo'n idee, integendeel.

Alternatief
Een alternatief zou kunnen zijn om bedrijven te verplichten om een groepsverzekering af te sluiten, zeker voor de lagere inkomensgroepen die het dikwijls moeten stellen zonder dit bijkomende voordeel. Een groepsverzekering is een vorm van pensioensparen dat fiscaal wordt gestimuleerd door de overheid en waarvan de kosten grotendeels kunnen afgetrokken worden van de belastingen. De inspanningen die van bedrijven gevraagd wordt, is in dit geval minimaal, terwijl de voordelen voor de laagste inkomensgroepen heel erg groot kunnen zijn wanneer ze op pensioen gaan.

Niet onbetuigd
Ook Johan Vande Lanotte hield zich op één mei niet uit en haalde stevig uit naar de stijgende energieprijzen. Hij heeft recentelijk al bepaalde maatregelen genomen om deze stijging proberen in te dijken (uitgebreid besproken in vorige blogs), maar de waarheid is dat dit slechts een doekje is voor het bloeden. De energieprijzen zijn sinds 2007 met 34% gestegen en 90% daarvan heeft helemaal niks te maken met de stijgende prijzen van de energieleveranciers. De stijgende prijzen zijn hoofdzakelijk het resultaat van mislukte fiscale stimuleringen zoals de subsidies voor de zonnepanelen, de ondoorzichtige uitbating van de distributienetwerken en de daaraan gerelateerde kosten en de graaicultuur van politici.

Dat Vande Lanotte ten aanval trekt tegen Eandis en is niet geheel toevallig, want de grote man achter Eandis is Geert Versnick, een poulain van zijn voormalige liberale rivaal Guy Verhofstadt. Partijgenoot Daniël Termont is zelf voorzitter van de raad van bestuur van Fluxys, een andere grote energieleverancier. Als de SP.A daadwerkelijk de stijgende energieprijzen wil bekampen, had het daarvoor alle wapens in het verleden. Vande Lanottes rol in de oprichting van een aantal windmolenparken is ook op z'n minst dubieus te noemen. Vande Lanotte stond mee aan de wieg van enkele (erg dure) windmolenparken en besliste om twintig jaar lang een vaste prijsgarantie toe te kennen aan de uitbating van deze parken. Iets wat indruist tegen alle economische principes.

woensdag 25 april 2012

Verkiezingen voorspellen
2012 is een belangrijk jaar voor verkiezingen. In ons eigen land hebben we de gemeenteraadsverkiezingen in oktober, in Frankrijk zijn de presidentsverkiezingen volop aan de gang en de VS bereiden zich eind 2012 voor op een tweestrijd tussen Mitt Romney en Barack Obama. Eén van de interessante vaststellingen bij deze verkiezingscampagnes is dat kandidaten hun scherpe kanten afvlakken. Zo kan je er gif op nemen dat de oerconservatieve Romney zich minder conservatief zal gedragen tijdens de presidentsverkiezingen, terwijl Obama zich juist wel conservatiever gaat opstellen.

Wet van Hotelling
Het principe van dit fenomeen wordt (gedeeltelijk) verklaard door de wet van Hotelling. Deze economist heeft verklaard dat wanneer één winkel producten aanbiedt op een straat hij op gelijk welke plaats van deze straat kan staan. Er is immers geen concurrentie van andere winkels en klanten komen immers zelf naar de winkel. Wanneer er twee winkels zijn op deze straat, zou het logisch zijn dat de ene zich uiterst links bevindt en de andere uiterst rechts. Zodoende hebben beide winkels vijftig procent van de markt. Uit het standpunt van de klanten is dit echter een gebruiksonvriendelijke oplossing, want de mensen die in het midden van de straat wonen, moeten zich het verst begeven. Als beide winkels een kwart naar links en rechts opschuiven (dus op punten 2,5 en 7,5 op een schaal van tien) bedienen ze elk nog steeds de helft van de markt, maar deze keer is de reistijd evenredig verdeeld.

Er is echter een aanmoediging om verder naar rechts of links te begeven om extra marktaandeel te veroveren. Stel dat winkel A zich bevindt op punt 2,5 en winkel B op punt 7,5 op de straat. Als winkel A naar punt 3 verhuist, verovert hij 2,5% marktaandeel. Voor klanten die tussen punt 5 en punt 5,25 zijn gelege,n is de reisafstand naar winkel A immers korter dan de afstand naar winkel B. Winkel B antwoordt hier op en verplaatst zijn winkel naar punt 7. Dit proces herhaalt zich totdat beide winkels vlak naast elkaar liggen op de straat. In het straatbeeld is dit een dagelijks fenomeen. We zien dit overduidelijk bij benzinestations, maar ook bij uitzendkantoren en horecagelegenheden. De reden van de samenkomst van deze twee winkels is dat ze schrik hebben om weggeconcurreerd te worden.

De mediaankiezer
Diezelfde gedachtengang zit vervat in de stelling van de mediaankiezer. Stel dat het politieke spectrum loopt van één tot en met tien waar één staat voor extreem links en tien voor extreem rechts. Elke positie bevat tien procent van de kiezers die uniform over de schaal is verdeeld. Aan de hand van deze schaal is het mogelijk om te bewijzen dat politici de zogenaamde mediaankiezer willen overtuigen. Om dit te doen moet wel worden geweten dat een gelijkspel tussen twee posities een gelijke verdeling van het resultaat oplevert. Stel dat politicus A zich op positie één bevindt en politicus B op positie drie. Van positie twee zal vijf procent op politicus A stemmen (15 procent in totaal: tien procent van positie één en vijf procent van positie twee) en de andere vijf procent op politicus B (85 procent int totaal: vijf procent van positie twee en 80 procent van posities drie tot en met tien).

Wat zou het resultaat zijn als politicus A zich richt op positie twee in plaats van positie één?


N1:  u(1, 1): 50%                  <         u(2, 1): 90%
N2 : u(1, 2): 10%                  <         u(2, 2): 50%
N3 : u(1, 3): 15%                  <         u(2, 3): 20%
N4:  u(1, 4): 20%                  <         u(2, 4): 25%


Het eerste getal tussen de haakjes is de positie van politicus A en het tweede getal de positie van kandidaat B en na de dubbele punt staat hoeveel procent van de kiezers politicus A heeft veroverd.

Uit deze notering blijkt dat positie twee altijd minstens vijf procent meer kiezers oplevert dan positie één, dus is het rationeel voor politicus A om zich op positie twee te concentreren en positie één te laten wegvallen. Diezelfde redenering geldt voor politicus B die zich van positie tien naar positie negen begeeft en ook positie tien laat wegvallen.

Posities één en tien spelen met andere woorden niet meer mee en het hele proces herhaalt zich opnieuw.

N2: Ui(2, 2):50%               <             Ui(3, 2): 80%
N3: Ui(2, 3): 20%              <             Ui(3, 3): 50%
N4: Ui(2, 4): 25%              <             Ui(3, 4): 30%
N5: Ui(2, 5): 30%              <             Ui(3, 5): 35%   

Ook hieruit blijkt weer dat voor politicus A het loont om positie drie te verkiezen boven positie twee omdat hij dan altijd minstens vijf procent meer kiezers verovert. Voor politicus B geldt andermaal hetzelfde en zo schuift hij van positie negen naar positie acht. Het iteratieve schrappen van de posities blijft duren totdat het optimum is bereikt: positie vijf voor politicus A en positie zes voor politicus B. De belangrijkste aanname van deze stelling is dat de geschrapte posities zijn veroverd door de politici. Wanneer politicus A zich van positie één naar positie twee begeeft, gaat hij er dus van uit dat hij de kiezers van positie één voor zich heeft gewonnen.

Beperkingen van de stelling
De stelling van de mediaanvoter bewijst waarom een gematigd figuur zoals Dewever meer Vlamingen weet te bekoren dan De Winter die veel radicaler was in zijn redevoeringen. De Winter heeft dit probleem gezien en sinds een paar jaar geleden vaart het Vlaams Belang een gematigdere koers. Het zal ongetwijfeld ook het gedrag van beide Amerikaanse presidentskandidaten voor de op stapel staande verkiezingen verklaren. Deze stelling is echter geen waterdicht model, maar eerder een abstract middel om de intuïtie over dit fenomeen te testen.

Dit model houdt namelijk geen rekening met een aantal feiten. Zo is het electoraat niet op te delen in tien gelijke delen, zijn er veel meer politici dan twee, is het niet geloofwaardig dat een politicus steeds van positie opschuift, acties uit het verleden bepalen het idee over een politicus en nog andere zaken. Tevens is het te veel opzoeken van de mediaankiezer geen garantie voor succes. Extremistische kandidaten zullen bijna nooit een verkiezing winnen, maar als te veel partijen op de mediaankiezer mikken, zal minstens één partij hier de dupe van worden. Dit was bijvoorbeeld de kritiek op voormalig SP.A-politica en voorzitster Caroline Gennez dat ze te veel op het centrum mikte waardoor haar partij eigenlijk vlees noch vis was. Als tegenreactie richtte Erik De Bruyn in 2005 de fractie SP.A Rood op.