Posts tonen met het label Auto. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Auto. Alle posts tonen

zondag 11 februari 2018

De grote terugkeer

De andere wang
Eén van de grondbeginselen van het christelijk geloof is het concept van de andere wang toekeren wat eigenlijk zoveel wil zeggen dat je personen een tweede kans moet gunnen. Voor televisieprogramma's kan dit ook gezegd worden en met een grote vorm van gereserveerdheid in combinatie met dit bijbelse principe begon ik met het bekijken van het tweede seizoen van The Grand Tour. Toen dit programma boven de doopvont werd gehouden, startte het met een spectaculaire intro wat qua grootsheid niet moest onderdoen voor de gemiddelde Hollywood-productie. Daarna boette de kwaliteit helaas zienderogen in met weinigzeggende reportages en vooral een grote dosis onzin. Het eerste seizoen valt misschien nog het best te omschrijven als een eigentijdse versie van The Three Stooges gemaakt voor Amerikaans publiek. 



De geleverde kritiek was bikkelhard, maar gelukkig was er bij de laatste drie afleveringen wel een significante progressie waarneembaar met meer kwalitatieve reportages en vooral veel minder focus op de idiotie van het presentatiegilde. Top Gear en nu The Grand Tour zijn in essentie entertainmentprogramma's met auto's als onderwerp, maar de balans in het eerste seizoen was volledig zoek waardoor het een potpourri van auto's en entertainment is geworden. 

Het tweede seizoen
Ik was dan ook benieuwd naar het tweede seizoen en meteen maakte Clarkson duidelijk dat het team naar de kritiek heeft geluisterd. The American - een slechte Amerikaanse versie van The Stig - werd bedankt voor bewezen diensten en werd vervangen door een vrouwelijke racepiloot die zich enkel bezighoudt met racen (en dus ook geen stomme oneliners bezigt). Een ander item dat op de schop ging, was Celebrity Braincrash. Dit was een persiflage op een item van het oude Top Gear waar een beroemdheid werd uitgenodigd om te racen op het Top Gear-circuit. Juridisch mocht The Grand Tour natuurlijk geen leentjebuur spelen bij zijn geestelijke voorganger en daar besloten Clarkson en co dus de draak mee te steken. Helaas erg onsuccesvol en dit onderdeel werd vervangen door Celebrity Face-Off waar twee beroemdheden het tegen elkaar op nemen in een race. 



Deze vaste items in het tweede zijn dus leuker dan hun gesneuvelde voorgangers in het eerste seizoen en ook de rest van een aflevering zit evenwichtiger in elkaar. Er is vanzelfsprekend nog een (grote) dosis idiotie en flauwe grappen, maar het ligt nu meer in lijn met de geest van het programma en wat het eigenlijk wil zijn. De reportages zijn nu allemaal geënt op auto's en worden dus niet meer gebruikt als een excuus om flauwe grappen en grollen uit te voeren. Wat me bij dit seizoen wel opvalt, is dat James May vrij afwezig lijkt te zijn. Clarkson was altijd de grote ster van de show, dus is het logisch dat hij met de meeste aandacht (en tijd) gaat lopen. Spring-in-'t-veld Richard Hammond wringt zich daar op meesterlijke wijze tussen, maar James May lijkt (bewust) een positie op de achterbank te nemen. Misschien een teken aan de wand dat het voor hem na drie seizoenen (die contractueel zijn vastgelegd) niet meer moet...?  

woensdag 30 augustus 2017

Review BMW i8

Ik ben werkzaam als zelfstandige en het Belgische fiscale klimaat is zo vormgegeven dat het interessanter is om een dure hybride te hebben dan een iets hogere winst. Aangezien de titel van sponsor van de Belgische staat mij niet zo ligt, ging ik in mijn queeste op zoek naar een fiscaal aantrekkelijke wagen. Mijn eerste blik ging naar de Tesla Model S: groot, comfortabel rijgedrag en volgestuwd met elektronische gizmo’s. Enkel is het tot bij de besluitmakers nog niet doorgedrongen dat een elektrische wagen enkel leefbaar is met een goed uitgebouwde infrastructuur en in België schittert die in afwezigheid, hoewel er langzaamaan verbetering zichtbaar is. Het alternatief was het totaal tegenovergestelde van de Tesla: verschrikkelijk onpraktisch, hybride en sportallures. Welkom BMW i8. 

GT
De grootste misvatting bij dit model is dat het een sportwagen is. Toen ik langsging voor een testritje bij de dealer promootte de verkoper de i8 als een supersportwagen. Dat is het niet. Dit is geen Porsche met banden van 30 cm die je door de bochten jaagt op een circuit. De BMW is daarentegen wel een fantastische GT en voelt zich kiplekker met nauwe haarspeldbochtjes in de Pyreneeën. De wagen is uitgerust met drie motoren: een elektrische motor van 131 pk, een benzinemotor geleend van Mini met 232 pk en daarenboven nog een kleine motor die verantwoordelijk is voor de overbrenging van de transmissie. Daar schuilt meteen het eerste grote nadeel van deze hybride. Dit is geen transmissie met dubbele koppeling en soms zijn de schakelingen langer dan gewenst. Bovendien beschikt deze BMW over een grillig karakter. Op onvoorspelbare momenten wordt bij het schakelen naar een hogere versnelling een soort van kickdown ingezet dat de i8 een abrupte boost geeft. Het gebeurt niet vaak, maar als het gebeurt, word je er niet echt vrolijk van. 

Dat wil niet zeggen dat het rijgedrag van de i8 niet goed is. Integendeel, de i8 is een heerlijke rijdersauto die zich op veel terreinen thuisvoelt. De motor ligt in het midden waardoor de gewichtsverdeling bijna 50-50 is. Het zwaartepunt ligt vrij laag dankzij de de lithium-ion batterijen die helemaal onderaan liggen. Deze combinatie van ergonomie en ontwerp maakt de i8 een heerlijke auto om in te rijden. De wagen stuurt erg licht in het stadsverkeer en rijdt een stuk zwaarder wanneer de snelheid wordt opgeschroefd. De vierwielaangedreven BMW is erg baanvast en wanneer je in de sportstand rijdt, is rijplezier snel gevonden aangezien de kracht dan voornamelijk van de benzinemotor komt die de achterwielen aandrijft. De BMW wordt wel instabiel wanneer de voorwielen zich op één weg bevinden en de achterwielen op een andere weg (bv. op een kruispunt waar de twee wegen een iets ander wegdek hebben) en dan schiet het ESP-systeem in paniek. Het duurt ongeveer een halve seconde voor het ESP-systeem om de stabiliteit terug te vinden, maar het is één van de vele, kleine elektronische lacunes van deze auto. Om optimaal van het rijgedrag van deze hybride te genieten, is het aangeraden om het ESP uit te schakelen. Het stabiliteitsprogramma wordt nooit helemaal gedesactiveerd, maar je merkt wel dat je als bestuurder meer controle hebt over de wagen en je net wat avontuurlijker met de i8 kan rijden. Echt gevaarlijk wordt het echter nooit als je rationeel rijdt. 

Gremlins
Zoals elke moderne auto betaamt, is deze BMW uitgerust met een veelvoud aan elektrische gadgets die een leuke hulp zijn: een achteruitrijcamera, 360 graden parking, heads-up display en waarschijnlijk tientallen sensoren waarvan ik het bestaan niet afweet. Dat heeft tot gevolg dat – voornamelijk in de winter – ik ontvangen word met de meest bevreemdende boodschappen wanneer ik de auto opstart. Ik kreeg plots een melding te zien dat de profieldikte van de banden te laag was. Ik stap uit de auto, kijk dit na en zie dat er totaal geen probleem is. Op een andere keer kreeg ik het onheilspellende bericht dat ik de motor niet mocht afzetten en zo spoedig mogelijk naar de BMW-garage moest rijden. Rebels als ik ben, heb ik deze boodschap straal genegeerd en wanneer ik de motor opnieuw opstart, is deze melding met de noorderzon verdwenen. Elektronica is leuk, maar dit speelgoed is de personificatie van Dr. Jekyll en Mr. Hide. 

De prestaties van de BMW i8 zijn zonder meer goed te noemen. Deze BMW is niet de snelste wagen van allemaal, maar legt wel prestaties neer waar veel Porschebezitters met jaloezie naar kijken. Het sprintje van 0 tot 100 doet ie in minder dan vijf tellen dankzij onder andere het volledige koppel van de elektromotor. De acceleraties zijn echter vooral nuttig om weggebruikers in te halen die minder tuk zijn op het naleven van de maximumsnelheid. De verschillende standen bestaan uit sport, comfort en eco pro. Toen ik de wagen eerst kocht, was de sportstand met zijn rood digitaal display mijn voorkeursstand. De auto reageert dan namelijk snel en maakt een heerlijk (artificeel) geluid dat wordt geperst uit het anderhalf liter blokje van de Mini, aangevuld met twee turbo’s. Het rijgedrag is eveneens vrij nerveus en na een paar maanden zegeviert het gezond verstand en ben ik overgeschakeld naar de comfortstand. Eco pro is ideaal voor boomknuffelaars, maar het weggedrag van de BMW wordt naar mijn mening te poreus en reactietijden zijn beneden alle peil. De topsnelheid is begrensd op 259 km/u, maar de i8 leent er zich niet toe om met een rotvaart op de snelweg te denderen. Het is eerder een loebas die goedgeluimd door alle wegen cruiset. Ter info: het opgegeven gebruik van twee liter per honderd kilometer is even realistisch als het sprookje van Assepoester. 

Dat is liefde
Ik weet niet welke auto de meest onpraktische ooit is, maar de BMW i8 is zeker en vast een topkandidaat. Je kan veel over deze wagen zeggen, maar niet dat die praktisch is. Ten eerste zijn er de vleugeldeuren. Die zijn geweldig om de blits te maken op een drukke plek, maar minder geschikt wanneer je wil parkeren tussen nauw geparkeerde wagens. Dan is er ten tweede de koffer die nauwelijks deze naam waard is en bovendien een optildrempel kent van ruim een meter. Deze ruimte is geschikt om een kratje bier mee te vervoeren, maar niet meer dan dat. Ten derde is parkeren dikwijls een combinatie van trial and error, geluk en doorzettingsvermogen. De C-stijlen zijn zo geplaatst dat je achteraan niet ziet wie of wat er aankomt. Erg leuk als je achteruit moet rijden op een drukke weg en niet weet wat er op je afkomt. Tenslotte doet het reclamebabbeltje geloven dat deze coupé een 2+2 is. De +2 moet je met een serieuze korrel zout nemen, want achteraan kunnen enkel artiestes van Cirque du Soleil plaatsnemen als die zich van hun meest flexibele kant laten zien. Kleine kinderen tot een jaar of zes, zeven kunnen er probleemloos zitten, daarna begint het wat moeilijker te worden. Voor volwassenen is het simpelweg een martelgang. 

Al deze onvolmaaktheden neem ik echter zonder problemen voor lief, want het ontwerp maakt namelijk alles goed. De lijnen van de BMW i8 verschillen nauwelijks van de concept car en dit is een wagen waar je – letterlijk – veel bekijks meehebt. De auto is grandioos vormgegeven en ik blijf nog steeds met een verliefde blik naar deze wagen kijken als ie ergens geparkeerd staat. Het nadeel is echter dat ik mezelf voel als een rondrijdende freakshow, want ik word continu aangesproken op deze wagen. Leuk in het begin, maar na een jaartje is de charme er ook wel van af. 

Conclusie
De BMW i8 is een fantastische gran turismo die gezegend is met een goede wegligging en erg behoorlijke acceleratietijden. De hybride laat een aantal steken vallen op het vlak van hernemingen en onvoorspelbaar gedrag, maar daar heb ik zelf weinig last van. Het ontwerp maakt alles goed en rijden met deze auto voelt aan als de toekomst die nu beschikbaar is gemaakt door BMW. 

Problemen
Ik heb één groot probleem gehad met de BMW i8 en dat was de sensor van de tankklep die dienst weigerde. De tankklep wordt namelijk elektronisch ontgrendeld aangezien de motor eerst verlucht moet worden vooraleer de tankklep open kan. De sensor werkte niet goed waardoor het op een bepaald ogenblik anderhalf uur duurde om de tankklep te openen. Dit werd onder waarborg vervangen door de BMW-garage en ik weet dat BMW i8-eigenaars een brief hebben gekregen waar ze de sensor gratis kunnen laten checken (en vervangen indien niet goed functionerend). Er zijn ook de verscheidene berichten van sensoren en elektronica die dienst weigeren, maar in de praktijk heb ik daar weinig of geen last van. De wagen heeft nu bijna 70 000 km op de teller staan en heeft niet meer of minder problemen gekend dan andere (klassieke) wagens.

woensdag 8 februari 2017

De toekomst zijn zorgen voor later

Herpakt
Een aantal weken geleden was ik aan het klagen over het erbarmelijke niveau van The Grand Tour en drie afleveringen later ben ik (gedeeltelijk) bijgedraaid. Clarkson en co hadden het weer over auto's zoals in de goede, oude tijd en het was een waar plezier om deze drie afleveringen te bekijken. Dit doet de hoop stijgen dat het tweede seizoen later dit jaar beter gaat zijn dan het wisselvallige eerste seizoen. De laatste aflevering ging voornamelijk over de toekomst van elektrische wagens. James May rijdt met een BMW i3 terwijl Jeremy Clarkson zweert bij een klassieke Volkswagen Golf GTI. Dit is uiteraard een clash in filosofieën. De i3 is namelijk een elektrische wagen die uitgerust is met een range extender waardoor er (beperkt) op benzine gereden kan worden. De Golf beschikt over een klassieke, conventionele benzinemotor en heeft niet te kampen met de nadelen van een elektrische wagen. 

Elektrische nadelen
Wie over een elektrische wagen beschikt, kan beamen dat het hebben van zo'n voertuig nogal wat nadelen met zich meebrengt. Daar werd in good old Top Gear-stijl natuurlijk de draak mee gestoken.

Ten eerste is er het nadeel van subsidies. De aankoop van elektrische wagens wordt gesubsidieerd om zo de aankoop van deze wagens te stimuleren. Zo krijg je in België een stevige premie van ettelijke duizenden euro's wanneer je een elektrische wagen koopt. De fabrikanten van deze wagens weten dat natuurlijk ook en zij houden de prijs van deze wagens kunstmatig hoog omdat het gesubsidieerd wordt. Eigenlijk is deze markt een oligopolie waar er voor de fabrikanten geen redenen zijn om miljoenen euro's in onderzoek en ontwikkeling te steken om zo efficiënt mogelijk te opereren. Anders gezegd: innovatie bestaat amper of niet bij deze wagens en daarom rijden we nog altijd rond met technologie van tien jaar geleden en zelfs veel ouder. Zelfs het zo bewierookte Tesla innoveert amper of niet in batterijtechnologieën. Gevolg is dat het grote nadeel van een elektrische wagen - het beperkte bereik - nog steeds even actueel is als tien jaar geleden.



Het tweede probleem is uiteraard range anxiety: de angst om niet genoeg bereik te hebben om tot je bestemming te komen. Het bereik van elektrische wagens is weliswaar toegenomen de laatste jaren, maar het zijn eerder babystapjes dan rasse schreden. Het blijft een druppel op een hete plaat en is voor veel mensen een reden om de aanschaf van een elektrische wagen zelfs niet te overwegen. Tesla geeft aan dat je in theorie 500 km kan rijden met een wagen die volledig is opgeladen, maar dat is wel een wagen die geen airco of verwarming gebruikt, geen gebruik maakt van elektriciteit (dus ook geen verwarmde zetels) en constant tegen een relatief slakkengangetje rijdt. In praktijk komt het eerder neer op 300 km. Nog steeds een aardige hoeveelheid, maar als je in het weekend ergens naar toe rijdt is het niet ondenkbeeldig dat je meer kilometers aflegt dan dit aantal.

Ware het niet
Dit zou niet zozeer een probleem zijn mochten er voldoende elektrische laadpalen zijn waar je een wagen kan opladen. in België schitteren deze laadpalen in afwezigheid. Er is nu weliswaar een decreet uitgevaardigd dat er in elke gemeente ten minste één elektrische laadpaal aanwezig moet zijn, maar meer dan het geweten sussen, kan je zo'n maatregel niet noemen. Door het acute gebrek aan een deftige infrastructuur wordt de range anxiety enkel maar bevestigd. Dan mag de regering doodleuk liggen verklaren dat het tegen 2030 alle dieselwagens wil verbannen als het zelf niet het voortouw neemt om de infrastructuur uit te bouwen, zal dit niet meer zijn dan een loze belofte. In Nederland is die infrastructuur er bijvoorbeeld wel en je ziet dan ook veel meer elektrische wagens rondrijden. Een kind ziet de oorzaak en het gevolg.

De aanwezige infrastructuur die er dan al is, is dan weer zo versnipperd dat je twee of meerdere kaarten moet hebben en zelfs als je over deze kaarten beschikt, is het nog niet zeker dat de elektrische laadpalen werken. In het verslag van The Grand Tour werkte dit bijvoorbeeld niet, maar ook in eerdere afleveringen van Top Gear was dit geval. Je kan zeggen dat dit geveinsd is, maar ook bij andere Youtubefilmpjes blijkt dat het erg pover is gesteld met de kwaliteit van Belgische laadpalen. Kortom een gigantisch nadeel wordt hierdoor nog eens eventjes verdubbeld qua problematiek.



En los van al deze problematiek qua laden, duurt het tergend lang om een wagen volledig op te laden. Een Tesla Model S volledig opladen duurt acht lange uren. Als je dus terug komt van je werk en snel een film wil meepikken in een Kinepolis in Antwerpen is het dus niet gegarandeerd dat dit mogelijk is. Als je bereik onvoldoende is, dien je eerst de wagen op te laden vooraleer je kan vertrekken. Nogal logisch, maar het is wel verschrikkelijk onpraktisch. Als deze laadtijden niet verbeteren, dwing je mensen om hun dagen bij voorbaat in te plannen en je weet dat zoiets amper of niet gedaan wordt.

Oei, niet over nagedacht
En de slotgedachte is misschien nog de meest verontrustende. Clarkson sloot namelijk af met de stelling dat in het Verenigd Koninkrijk er amper vijf procent verschil is tussen de opgewekte elektriciteit en de elektriciteit die wordt afgenomen. In België was er ruim twee jaar geleden zoveel te doen over een mogelijke black-out in de winter. Elektriciteit wordt in België namelijk voor een aanzienlijk deel ook afgenomen bij de buren uit Frankrijk en Nederland. Grote elektriciteitsleveranciers hebben sinds 2000 amper of geen investeringen gerealiseerd in Begië en dat maakt het dan wel bijzonder hallucinant om op een korte periode bijna louter te rekenen op elektrische wagens.