zondag 27 oktober 2019

Fotomuseum Antwerpen

Expo Stephan Vanfleteren
Het Antwerpse fotomuseum kent geen vaste collectie, maar werkt steeds met tijdelijke expo's. De nieuwste expositie is een collectie van het beste werk van de Belgische fotograaf Stephan Vanfleeteren (°1969). Vanfleteren leerde het vak in de Brusselse kunstschool Sint-Lukas en ging als jonge snaak meteen aan de slaag als freelance persfotograaf bij De Morgen. Zo zag hij talrijke belangrijke gebeurtenissen voor zijn lens plaatsvinden zoals onder andere de aangrijpende genocide in Rwanda. 

Als fotograaf heeft Vanfleteren ook een aantal persoonlijke projecten gedaan die een lichtvoetige toets hebben. Zo heeft hij bijvoorbeeld samen met de Duitse fotograaf Robert Hubert een aantal weken door de VS getoerd, verkleed als Elvis Presley, om de roots van de zanger op gevoelige plaat vast te leggen. Vanfleteren heeft een duidelijke voorkeur voor zwart-wit fotografie en werkt graag met hoge contrasten. Deze stijl hanteert hij voor documentairefoto's en straatfotografie, maar vind je ook terug in talrijke portretten waar hij bekende en onbekende koppen voor zijn toestel haalt. Pas rond 2010 heeft hij de overstap gemaakt van analoge naar digitale fotografie en in deze periode heeft hij ook een huis gekocht in de buurt van Veurne waar hij zelf een kleine studio heeft. Het is dan ook geen verrassing dat veel werk afkomstig is uit deze studio. 


Archief
Een fotograaf die over 33 jaar beeldmateriaal beschikt, heeft uiteraard een immens archief en Vanfleteren is een half jaar lang bezig geweest om het kaf van het koren te scheiden om het beste van zijn werk in deze tentoonstelling te presenteren aan het grote publiek. Al deze foto's vind je op de tweede verdieping en deze collectie bevat honderden foto's waar de gemiddelde bezoeker een uurtje zoet mee is om alles te bekijken. 

Op de vierde verdieping is er één grote zaal die in het teken staat van het materiaal waarmee Vanfleteren gewerkt heeft en werk van andere fotografen die hem hebben geïnspireerd. Voor de meeste museumbezoekers zal dit een stuk minder interessant zijn, maar zelf vond ik het wel leuk om uitvergrote foto's van de expo terug te vinden op de kaften van tijdschriften waarvoor ze oorspronkelijk zijn genomen. 


Diverse stijlen en projecten
Ik ben zelf bezig met fotografie en ik besef hoe moeilijk het is om meerdere fotografiestijlen tot in de puntjes te beheersen. Vanfleteren is duidelijk een talent, want hij heeft er geen moeite mee om zich te bekwamen in meerdere stijlen. In het begin van zijn carrière overheerst zijn werk als persfotograaf en zie je in de expo veel foto's in documentairestijl die hij heeft gemaakt voor De Morgen en later ook andere (buitenlandse) tijdschriften en kranten zoals Der Spiegel en De Volkskrant. 

Hij gebruikt ongeveer dezelfde stijl voor persoonlijke projecten in straatfotografie waar hij het New York van de begin jaren negentig vastlegt. Vanfleteren heeft een voorkeur voor snelle, meer gejaagde fotografie waar hij onderwerpen in beeld brengt die in de marge van de maatschappij leven zoals daklozen, werklozen, zieken en andere sociale paria's. Dit wisselt hij af met andere persoonlijke projecten zoals zijn Elvis-reis door de VS, leeft hij als een halve hobo op goederentreinen, heeft hij veel bunkers gefotografeerd van de Atlantikwall en heeft hij een passie voor bijzondere gevels. Later beschikt Vanfleteren over een eigen studio en het is dan ook geen verrassing dat er veel portretfoto's in zijn oeuvre zitten afkomstig uit deze studio. 


Eigen mening
Hoewel deze tentoonstelling voornamelijk wordt gedomineerd door documentairestijl/straatfotografie en portretfoto's is er genoeg diversiteit te rapen. De meeste foto's zijn zonder meer goed te noemen. De compositie van de foto's is meestal vrij strak, maar soms zijn er wel foto's waar de samenhang zoek is. Qua belichting is Vanfleteren een grootmeester en vooral met wat donkere, onderbelichte foto's weet hij een prachtige sfeer te creëren bij portretfoto's. De foto met Bobbejaan Schoepen in zijn Cadillac is een pareltje van low-key fotografie. Vanfleteren heeft met zijn foto's prijzen gewonnen bij World  Press Photo en deze collectie toont dat dit geen toeval is. 

Ik ben zelf geen fan van portretfoto's, maar ik kan het werk van Vanfleteren in dit genre zeker waarderen. De foto's in zijn eigen studio zijn aangrijpend en zijn fotografiestijl met contrastrijke foto's valt hier zeker in op. Een kleine kanttekening misschien is dat dezelfde gehanteerde stijl misschien wat monotoon wordt. Zijn allerbeste werk vind ik de portretfoto's in Afrika waar hij onbekende Afrikanen voor zijn lens sleept voor erg roerende foto's. Zo is er één foto waar een jonge Afrikaan geen oog heeft en wordt net dit ontbrekende oog als blikvanger gebruikt voor een portretfoto. Het voelt een beetje ongemakkelijk aan en dat was net de bedoeling!

Een minder leuk gedeelte van de tentoonstelling vind ik de foto's die Vanfleteren in zijn studio genomen heeft van dode dieren. Het gaat van een vos tot een bruinvis en het kan me persoonlijk weinig bekoren. Ik zie er weinig artistieke waarde in, maar gelukkig is dit slechts een fractie van de tentoongestelde collectie. 


Besluit
Deze expo bevat het levenswerk van Vanfleteren en is de moeite waard voor wie houdt van aangrijpende foto's in documentairestijl. Het zwaartepunt zit voornamelijk hier en in portretfoto's. Je moet toch wel deze genres waarderen wil je genieten van deze collectie. Sinds zijn overstap naar digitale fotografie en de aankoop van een eigen huis met kleine studio onderneemt Vanfleeeren meer persoonlijke projecten die grossieren in andere genres, maar portretten en documentairestijl blijven de rode draad in deze expo. 


vrijdag 11 oktober 2019

Boekenrecensie 'Wil' door Jeroen Olyslaegers

Het gure weer van de afgelopen dagen en weken maakt dat ik iets vrij uniek doe: ik sla een boek open om te lezen. Op een al even gure dag ruim twee jaar geleden, was ik op de Antwerpse boekenbeurs waar ik een aantal boeken heb gekocht, waaronder één roman. Op wat wellicht de grootste stand was van de boekenbeurs waren er tientallen boeken gestapeld om een nieuwe eigenaar te vinden. Het was duidelijk dat Wil het zelfuitgeroepen kroonjuweel was van deze boekenparade in 2017.

Blokletters
Ruim een jaar geleden bezocht ik kazerne Dossin in Mechelen. Tegenwoordig is dit een museum, maar 75 jaar geleden was dit de startplek voor een letterlijke dodentocht richting Auschwitz voor veel joden. Deze plek is dus ingericht om de herinnering van deze zwarte smet van de mensenziel levendig te houden. Kazerne Dossin is met veel gevoel voor sereniteit ingericht om het onderwerp van jodenvervolgingen uit te beelden. Een belangrijk deel van het museum is gewijd aan hoe het zover ooit is kunnen komen en daar valt vooral de Duitse propaganda op met zijn kenmerkende blokletters. Dezelfde blokletters vind je terug op de kaft van Wil . 

Auteur Jeroen Olyslaegers is geboren en getogen in het Antwerpse en heeft via famliliebanden zelf ervaring met het onderwerp van collaboratie in het bezette Antwerpen van de jaren veertig van vorige eeuw. Olyslaegers put uit deze ervaring om een boek te schrijven dat poogt om meer te zijn dan de zoveelste roman in oorlogstijd. Het zet voornamelijk de dualiteit van een stad onder repressief bewind in de verf en de uitwassen die onder de noemer van normvervaging hun dogma's kunnen uitdragen én botvieren. 



Angelo en Wilfried
Wil  vertelt het verhaal van Wilfried Wils, een antipathiek figuur die een brief schrijft naar zijn achterkleinzoon in 1993. Deze brief is opgesteld als een biografie die vooral put uit Wilfried's ervaring als hulpagent in de jaren veertig. Wilfried wil eigenlijk Wilfried niet zijn en roept daarom een alter ego in het leven: Angelo. Angelo is een vrijbuiter en bohémien die enkel gedichten wil schrijven zodat de wereld zijn miskende pennenvruchten kan lezen. Wilfried daarentegen is een realist, opportunist en smeerlap. Hij wil vooral overleven in deze moeilijke tijden. Het is dit dualisme dat in verschillende lagen terugkomt in Wil en ook de rode draad vormt van het boek. 

Dit boek vergt veel achting en aandacht. Achting omdat het met een idioom taalgebruik is geschreven dat Hugo Claus waardig is. Aandacht omdat Wil is opgebouwd uit een gelaagdheid waar de structuur een beroep doet op bruuske overgangen tussen verschillende tijdperken, situaties en dialogen, soms op een enkele pagina. Deze bombastische beeldspraak is ongewild ook een vorm van het dualistische karakter van dit boek: enerzijds is het een bloemlezing van creatieve schrijfsels die indruk maken op de lezer, anderzijds een braindump van sleutelwoorden waar onnavolgbare zinnen van zijn gemaakt. 

Ook de structuur is ogenschijnlijk chaotisch met transities die bruusk overgaan in andere dialogen of situaties. Toch slaagt Olyslaegers erin om een coherent verhaal te vertellen met een gelaagdheid  die oplettendheid vraagt, maar helaas wel wordt bemoeilijk door de dichterlijke vrijheid van Angelo die hij op zijn eigen boek heeft toegepast. Ik weet niet wat 'heirkracht' betekent, en nee, ik heb het ook niet opgezocht. 

Hoe, niet waarom
Het boek doet uitschijnen dat Wilfried een speelbal is van twee kampen. Door de aanwezigheid van de diamantsector in 't Stad zijn er veel joden en antisemitisme viert hoogtij in tijden waar Vlaamse ontvoogding en nationalisme een duwtje in de rug krijgen door de aanwezigheid van Duitsers met nationaal-socialistisch signatuur. Zijn voormalige privé-leraar Frans Nijdig Baardje is in deze kringen actief en Wilfried gaat gedwee mee in zijn kringen en activiteiten die draaien rond het opsporen van joden en de verzetslieden die hen verbergen. Anderzijds ontmoet Wilfried in het politiekorps iemand die helpt bij het verbergen van joden en ook hier wordt Wilfried meegezogen in deze kringen en activiteiten. Angelo dicht hem al snel het predikaat van tweezak toe.

De echte kracht van het boek schuilt erin hoe Olyslaegers op een feilloze manier de zeitgeist, ambigue moraliteit en ongemakkelijke sequenties weet neer te zetten. Je leest en voelt het niet alleen, je beleeft het ook. Opportunist, realist en smeerlap Wilfried is een mens van vlees en bloed die in moeilijke tijden moeilijke keuzes moet maken. Als lezer moeten we zelf besluiten of Wilfried willens nillens meewerkt aan jodenvervolgingen en de bescherming ervan. Wil illustreert op een beklemmende en natuurgetrouwe manier hoe Wilfried in deze situatie is beland, nooit waarom. Olylaegers vermijdt bewust een belerende toon gestoeld op een naoorlogs waardeoordeel. Het moraal van het boek is de afwezigheid van een moraal. "Het kan u of ik zijn," omschrijft Olyslaegers op treffende wijze het levenspad van Wilfried tijdens de oorlog.


Kenmerk van elk goed boek
Wil is geen gemakkelijk boek en doet voornamelijk in het begin een beroep op het geduld van de lezer. De soms geforceerde beeldspraak nodigt niet uit tot vlot lezen en het is geen uitzondering dat één zin, soms inclusief meerdere bijzinnen, over negen royale regels wordt verspreid. Nee, die van Nederlands zou een hartverzakking krijgen, mocht ik vroeger dergelijke epistels hebben geschreven. Gelukkig is dit slechts een façade. Schijn omdat het boek zoveel meer is dan deze zweverige zinsconstructies, maar ook omdat het de muur is waar de rest van de bouw van het boek op steunt.

Dit epos is op zijn sterkst wanneer de auteur zijn karakteristieke zinnebeeld laat varen en zich overgeeft aan zakelijkere proza die op voortreffelijke wijze de lezer dialogen en monologen laat beleven. Het eerste stuk van het boek sluit af met misschien wel het meest beklijvende stuk van het boek waar Wilfried wordt ingeschakeld om joden mee op te pakken. Alles klopt hier. Boenk erop om Olyslagers zelf te citeren. Hoewel de beeldspraak terugkomt van nooit weggeweest, is de vaart van Wil gezet en dwingt het de lezer om verder te lezen. Een kenmerk van elk goed boek.

Meerdere thema's
Hoewel het oorlogsthema overduidelijk de teneur van het boek zet, breit Olyslagers ook naadloos andere thema's in Wil. Zo krijgen de ontmoetingen met zijn toekomstige eega Yvette op regelmatige basis een podium en worden erotische scènes zeker niet geschuwd. Het verandert nooit in Fifty Shades of Grey, maar het wordt soms behoorlijk expliciet en de erotiek wordt bovendien verder opgeleukt door de soms wat platvoerse volkstaal die Olyslagers hiervoor hanteert. Het boek kent ook een melancholische toets wanneer het tijdsperspectief overschakelt naar 1993 wanneer een oude Wilfried nog enkel zijn verpleegster Nicole heeft als steun en toeverlaat.

Een ander ongemakkelijk thema is de zelfmoord van zijn kleindochter Hilde dat eerst terloops wordt vermeld, maar op het einde van het boek een bijzonder donkere tint krijgt. Ook hier wordt geen moraal geveld, geen waardeoordeel verwacht en geeft de lezer zelf invulling aan wat er precies gebeurd is. Maar de oplettende lezer leert wel dat Wilfried realist, opportunist maar hier vooral ook smeerlap is.


Besluit
Wil weet op een overtuigende en beklemmende wijze een verhaal te brengen in een overbevolkt genre. De stijl is soms hoogdravend en vergt aandacht om de pseudo-chaotische structuur te volgen. Dat kost moeite, misschien soms te, maar dat vertaalt zich wel naar een lonende leeservaring waar de weg van het dualisme wordt bewandeld dat het hoe van het raison d'être viert in moreel ambigue tijden. 

zondag 6 oktober 2019

Betaalbare third-party lenzen voor Fuji

Fujifilm beschikt over een breed en gevarieerd aanbod van lenzen voor hun camera's met X-mount, maar de meeste lenzen kan je beslist niet goedkoop noemen. Er is de XC-budgetlijn, maar hier zijn slechts een paar lenzen aanwezig. Fuji schermt zijn eigen ecosysteem zo goed als af waardoor er bijna geen ondersteuning is van andere lensproducenten zoals Tamron of Sigma. Dien je dus per definitie een lens van Fuji aan te schaffen of zijn er andere, betaalbare alternatieven? 

Hulp uit China
De introductie hierboven klopt niet helemaal, want er is wel degelijk ondersteuning van andere lensproducten, maar die is wel flinterdun. Fuji heeft namelijk een samenwerkingsakkoord met Carl Zeiss en de Duitsers hebben drie lenzen op de markt gebracht onder de Zeiss Touit-lijn. Deze lenzen zijn kwalitatief goed, beschikken over autozoom, maar kosten bijna evenveel als de lenzen van Fuji zelf en vormen dus geen budgetvriendelijk alternatief. Het zijn de Chinezen en Zuid-Koreanan die de redding brengen, want merken zoals 7Artisans, Meike, Samyang, Kamlan en andere bieden kwalitatieve lenzen aan voor verschillende camerasystemen voor een betaalbare prijs. Het nadeel is dan weer dat deze lenzen enkel met manuele focus werken omdat ze voor verschillende mounts worden geproduceerd. 

Omdat Fuji geen ondersteuning krijgt van Tamron en Sigma, lijkt het erop dat het aantal third-party lenzen voor het X-mount tegenvalt, maar een speurtocht op het internet leert al snel dat er best wel veel lenzen zijn van oosterse third-party producenten. 7Artisans en Meike bieden lenzen aan voor minder dan honderd euro en zijn dus erg aantrekkelijk voor budgetbewuste kopers. Samyang is wat duurder, maar kwalitatief ook een stukje beter als het aankomt op beeldkwaliteit. 

Gaten vullen
Fuji's lensaanbod is evenwichtig, maar kent helaas wel een aantal lacunes. Zo heeft Fuji bijvoorbeeld geen eigen fisheye lens en is er slechts één macrolens van 80mm die 1:1 vergroting aanbiedt. Deze lens kost zomaar eventjes 1300 euro en dat is wel bijzonder veel geld voor een type fotografie wat niet iedereen doet. De Chinese lensproducenten maken dankbaar gebruik van deze gaten om hun eigen producten aan de man te brengen. Wat meteen opvalt is dat er best veel fisheyes zijn voor het X-mount, net zoals het aantal macrolenzen. Een andere bijzonderheid is dat deze lensproducenten vooral mikken op groothoek en minder gericht zijn op telelenzen. Tussen 61mm en 84mm en 86mm en 99mm is het aanbod namelijk onbestaande. 

Lenzen die in het zonnetje mogen staan zijn de Viltrox 85mm f/1.8, Kipon Ibelux 40mm f/0.85 en Mitakon Zhongyi 35mm f/0.95. De Viltrox is er namelijk als eerste third-party producent in geslaagd om een lens aan te bieden die werkt met autozoom zonder ondersteuning van Fuji zelf. Viltrox gaat in de nabije toekomst ook lenzen aanbieden van 23, 33 en 56mm. De Kipon en Mitakon vallen dan weer op omdat ze een f-stop aanbieden van minder dan f/1. Fuji werkt momenteel zelf naarstig aan een 50mm lens met f-stop f/1, maar als je een kijkje neemt bij de Chinese buren, is die dus al (een tijdje) beschikbaar. 

Een overzicht
Alle third-party lenzen van Fuji bespreken is onbegonnen werk, maar een overzicht per lenstype biedt ook al een duidelijk inzicht van wat er allemaal beschikbaar is. 

Macro
De Zeiss Touit 50mm is een macrolens die 1:1 vergroting aanbiedt, maar kost ook een kleine duizend euro en is daarom niet meteen een budgetalternatief voor Fuji's 80mm. Dan zijn de Meike 85mm en 7Artisans 60mm een betaalbaarder alternatief. Vooral de 7Artisans is vriendelijk voor de portemonnee met een richtprijs van ongeveer 180 euro. De Meike biedt zelfs een vergroting aan van 1.5:1 maar is met een prijs van ongeveer 300 euro wel een stukje duurder. Als je wat verder van het onderwerp wil staan, is de Samyang 100mm wellicht de beste optie. Daarnaast is er nog de Lensbaby van 56mm. 

Persoonlijke voorkeur: Meike 85mm f/2.8. Van alle macrolenzen is de Meike wellicht de meest evenwichtige lens met een praktische telelens en een maximale vergroting van 1.5:1 waarmee het uniek is in het lenzenlandschap van Fuji. 


Fisheye
In dit assortiment biedt Meike twee lenzen: een 6.5mm, maar ook een zoomlens met een bereik van 6-11mm wat toch vrij bijzonder is. De 6.5mm fisheye kost iets meer dan honderd euro en voor ongeveer hetzelfde bedrag vind je ook de 7artisans van 7.5mm. Lensbaby klopt op het vlak van milimeters echter iedereen en biedt met de 5.8mm de breedste kijkhoek uit Fuji's gamma aan. De Zuid-Koreanen van Samyang bieden een variant van 8mm aan.

Persoonlijke voorkeur: Samyang 8mm f/3.5. De maximale f-stop van 3.5 klinkt niet bijzonder appetijtelijk, maar het is wel de scherpste fisheye van allemaal. Daar tegenover staat wel een iets duurder prijskaartje van ruim driehonderd euro. 


Groothoek
Het assortiment van de groothoeklens lijkt overbevolkt te zijn en er is keuze uit een heleboel brandpuntsafstanden: 9, 10, 12, 14, 16, 20, 21, 25 en 28mm van diverse producenten. Meike biedt keuze uit drie varianten van  12mm, 25mm en 28mm. Als het wat meer mag kosten, zijn er ook de Zeiss Touit van 12mm en de Laowa van 9mm. Andere goedkope(re) alternatieven zijn er te vinden bij Samyang en 7artisans. 

Persoonlijke voorkeur: Laowa 9mm f/2.8 Zero-D. De lens is niet meteen goedkoop te noemen met een richtprijs van ongeveer vijfhonderd euro, maar biedt wel een beeldkwaliteit die kan concurreren met Fujilenzen en bovendien biedt Fuji zelf geen prime lens aan in dit formaat. 


Standaardlens
Ook hier vinden we de usual suspects van Meike, 7Artisans en Samyang die lenzen aanbieden in groottes van 35mm, 50mm en 55mm. Zeiss Touit beschikt ook over een standaardlens van 32mm. Daarnaast zijn er andere producenten die lenzen aanbieden met een kleine f-stop. De meest beroemde is allicht de Mitakon Zhongyi 35mm f/0.95. De minder gekende Kipon Ibelux 40 mm f/0.85 doet zelfs beter met de kleinste f-stop uit Fuji's lenzengamma. Deze twee lenzen kosten rond de vijfhonderd euro en zijn dus niet meteen spotgoedkoop te noemen. Een betaalbaarder alternatief is de Kamlan 50mm f/1.1 die een iets hogere f-stop heeft, maar wel aanzienlijk goedkoper is met een richtprijs van 180 euro. 

Persoonlijke voorkeur: Mitakon Zhongyi 35mm f/0.95. De Mitakon biedt een ideaal compromis van prijs, beeldkwaliteit en formaat voor een snelle lens. Nu Fuji de 33mm f/1.0 definitief heeft geschrapt ten voordele van een 50mm, is dit wellicht de beste optie voor fotografen die op zoek zijn naar een snelle lens in standaardformaat. 


Telelens
De keuze voor een telelens is erg eenvoudig, want er slechts keuze uit één brandpuntsafstand: 85mm. Zowel Samyang, Viltrox, Meike als Lensbaby verkopen een lens in dit formaat. Vreemd genoeg vind je hier geen 7artisans, maar misschien kan die in de toekomst nog komen. 

Persoonlijke voorkeur: Viltrox 85mm f/1.8. Qua prijs-kwaliteit is dit misschien wel de beste lens uit het volledige assortiment van lenzen dat je bij Fuji kan vinden. Het is - tot zover - de enige third-party lens die autozoom biedt en beeldkwaliteit is slechts een fractie minder dan Fuji's veel duurdere 80mm en 90mm lenzen en dat bovendien voor een richtprijs van ongeveer vierhonderd euro.   


Supertele
In dit segment vinden we afstanden van 100mm, 135mm en 300mm van Meike en Samyang. Het is een nichesegment in fotografie en daarom is het aanbod van lenzen ook vrij pover. De 300mm lenzen bieden dus een langere afstand dan Fuji's 200mm f/2 lens, maar zijn daarentegen wel een stuk trager met een f-stop van f/6.3. Er is ook een 135mm variant van Samyang die een stuk sneller is met een f-stop van f/2. 

Persoonlijke voorkeur: Samyang 135mm f/2. De Fujinon 200mm f/2 is Fuji's kroonjuweel en kost maar liefst vijfduizend euro. De Samyang 135mm f/2 biedt misschien niet dezelfde afstand, maar is wel een stuk goedkoper met een richtprijs van minder dan vijfhonderd euro en is voor een supertelelens erg snel met een f-stop van f/2.


Conclusie
Hoewel grote lensproducenten zoals Tamron en Sigma ontbreken in het lenzenlandschap van Fuji is er vrij verrassend toch een divers en groot aanbod van third-party lenzen te ontdekken voor Fuji's X-mount. Deze third-party lenzen zijn meestal een stuk goedkoper dan Fuji's eigen lenzen en bieden bovendien een goede beeldkwaliteit aan. Het nadeel is dan weer dat bijna alle lenzen werken met manuele focus met uitzondering van de Viltrox 85mm. Deze lenzen zijn aantrekkelijk geprijsd en daarom interessant als je niet te veel geld wil spenderen aan een macrolens of fisheye. 

Daarnaast zijn deze lenzen ook interessant omdat ze zaken aanbieden die je niet bij Fuji kan vinden zoals bepaalde brandpuntsafstanden in het gamma van groothoek- en supertelelenzen. De Mitakon en Kipon Ibelux bieden daarbovenop een lens die sneller is dan Fuji's prestigeproject van 50mm f/1 voor een leuke prijs. Door deze third-party lenzen te negeren omdat ze niet van Fuji komen, doe je jezelf dus zeker geen plezier!

zaterdag 28 september 2019

Weg met Netflix: de kost van recurrente kosten

In een kleine opwelling is het gebeurd. Ik heb mijn abonnement bij Netflix opgezegd. Ik heb Netflix ruim vijf jaar, maar daar komt volgende maand een einde aan. De reden hiervoor is eigenlijk vrij simpel: ik gebruik amper Netflix. Slechts een handvol titels heb ik dit jaar op Netflix bekeken: Stranger Things, Dark, Star Trek Discovery en Archer als series en The Conjuring en Justice League als film. 

Mijn abonnement kost me elf euro per maand en voor negen maanden kijkplezier in 2019 heb ik dus 99 euro betaald. Toch wel een substantieel bedrag voor één seizoen van vier series en twee films. De reden waarom ik Netflix heb opgezegd is dus eigenlijk vrij simpel: het biedt voor mij te weinig waarde voor z'n geld. De vraag die ik me nu zelf moet stellen is: waarom heb ik mijn Netflix-abonnement niet eerder opgezegd? 

Business model
Het business model dat Netflix hanteert is eigenlijk vrij simpel en is dat van recurrente, kleine kosten en was op dat vlak één van de pioniers in het mondiale medialandschap. Het komt erop neer dat bij dit business model een gebruiker iedere maand (of een andere vast periode) een klein bedrag betaalt om gebruik te maken van een bepaalde dienst. Bij Netflix was dit in mijn geval dus elf euro per maand. Een schappelijk bedrag, maar als je de som extrapoleert naar vijf jaar gebruik, spreken we over het lieftallige bedrag van 660 euro en dat is toch niet min. 


Het verschil met het klassieke aankoopgedrag van vroeger is dat je nu dus niet eenmalig een groot bedrag uitgeeft, maar een veel kleiner bedrag in vaste termijnen. Het gevaar voor de gebruiker is echter dat recurrente bedragen een stuk hoger kunnen oplopen, terwijl de dienst amper of niet gebruikt wordt. Een syndroom waar ik aan leed. 

Populairder bij bedrijven
Voor bedrijven biedt een business model van recurrente, kleine inkomsten bijna alleen maar voordelen: het is een continue stroom van inkomsten, ze schakelen de middelman uit en inkomsten zijn op lange termijn een stuk hoger in vergelijking met klassieke fysieke verkopen. Onder het mom van technologische vooruitgang om alles 'in de cloud' te gooien, stappen (software)bedrijven massaal over naar dit model. 

Een mooi voorbeeld hiervan is Photoshop en Lightroom. Ik ben ruim een jaar bezig met fotografie en deze twee applicaties zijn de de facto standaarden voor het bewerken en optimaliseren van foto's. Een fysieke aankoop van één applicatie is niet goedkoop en kost al snel meer dan honderd euro. Producent Adobe heeft echter al een tijdje een alternatief in de vorm van Adobe Creative Cloud. Dit is de online-versie van deze twee applicaties en kost tien euro per maand. Niet duur, maar als je de optelsom maakt, komt het gebruik van (ruim) één jaar overeen met de aankoopprijs van één applicatie die je (onbeperkt) kan gebruiken. 


Zo heb ik zelf abonnementen bij Netflix, Adobe Creative Cloud en Spotify en kost me dat ongeveer 30 euro per maand voor zaken die ik sommige maanden amper of niet gebruik. Dat zet aan tot nadenken en dat heb ik dus even gedaan. 

Laagdrempelig
Ook Spotify gebruik ik niet altijd evenveel, maar het streamen van muziek is iets wat ik frequenter doe. Ik gebruik Spotify in de auto of luister er naar op het werk. Netflix daarentegen gebruik ik niet veel omdat ik toch voornamelijk een filmliefhebber ben en op dit vlak heeft Netflix - nu meer dan ooit - altijd wel teleurgesteld. Het ingenieuze van het business model van de recurrente kosten is echter dat veel van deze diensten zo laagdrempelig zijn dat je het gebruik (of niet-gebruik) ervan amper opmerkt.  


Wie kan er zeggen hoe vaak hij naar Spotify luistert of naar Netflix kijkt? Netflix heeft er echter een handige link voor en dan is het resultaat soms behoorlijk confronterend, zoals dat bij mij het geval is. Daarnaast redeneert iedereen bijna in maandprijzen, terwijl het eigenlijk beter is om de diensten van deze bedrijven uit te tellen in jaarbedragen. De bedragen zijn plots een stuk hoger en meer waarheidsgetrouw. 

Bovendien wordt ook het principe van customer lock-in gehanteerd waar een gebruiker een bepaalde lijst heeft opgebouwd (van bijvoorbeeld films of liedjes) die hij dreigt te verliezen wanneer het abonnement wordt opgezegd. 

Wake-up call
Nochtans kan Netflix weinig verweten worden bij het opzeggen van mijn abonnement. Dit was eigenlijk vrij snel geregeld met een duidelijk zichtbare knop, enkele muisklikken en een bevestiging van de opzegging. Er was eerder een wake-up call van mijn zijde nodig om dit aankoopgedrag aan de kaak te stellen. Laagdrempelige kosten en onzichtbaar gebruik zijn namelijk het perfecte recept om onder de financiële radar te vliegen. Eind dit jaar loopt mijn abonnement van Spotify af en daar is het ook allesbehalve zeker dat ik mijn abonnement ga verlengen. 


Wil dit zeggen ik Netflix in de toekomst niet meer ga gebruiken? Zeker niet, want er zijn een aantal goede Netflix-series die ik wil bekijken zoals Stranger Things, maar ik ga wel bewuster omspringen met het gebruik van dergelijke diensten. Dat betekent dus dat het perfect mogelijk is dat ik een abonnement neem voor één of drie maanden en het daarna weer opzeg. Dit kost wat tijd en energie, maar de potentiële kosten die ik ermee uitspaar kunnen significant zijn. Misschien moet iedereen eens dergelijke bezinningsmomenten organiseren in een wereld die alles naar de cloud duwt. 

zondag 22 september 2019

Wandelen in Wallonië: Rotsen, grotten en steengroeven

Als schoolkinderen op daguitstap gaan om een grot te bezoeken, zijn de grotten van Han-sur-Lesse de gedoodverfde kandidaat. In België is er echter nog een populaire plek om grotten te bezoeken: Hotton. Dit plaatsje nabij Durbuy is gezegend met een  rotsmassief waar klimmers hun hartje kunnen ophalen, maar zijn er ook de grotten van duizend-en-één nacht. En het is uiteraard een mooie plek om te wandelen. 

Door toerisme ontdekt
Hotton is één van de grotere dorpen in Wallonië en telt ruim vijfduizend inwoners. Het dorpje kent dus verschillende mogelijkheden zoals rotsklimmen, wandelen en het bezoeken van de grotten en is daarom door het toerisme ontdekt. Dit geeft de dorpskern een bruisende blik en staat in schril contrast met de meeste kleine dorpjes waar ik mijn wandelingen begin. Deze wandeling door rotsen, grotten en steengroeven begint zoals gewoonlijk aan de kerk, maar brengt me al snel naar een groot grasveld dat Hotton in tweeën snijdt. De Ourthe loopt als een rode draad door het dorp en kent voor het begin van de dorpskern een tweespalt en vloeit vlak erna weer samen zodat dit grasland een eiland vormt in de Ourthe. 

Na ruim een kilometer is het tijd voor een eerste stop, want in het bos staat er een statige toren die een mooie overzicht geeft over de vallei van Hotton. De wenteltrap is op kabouterformaat gemaakt en het vergt net geen acrobatentoeren om boven te geraken. De toren is ongeveer vijftien meter hoog en biedt dus geen spectaculair vergezicht, maar het is altijd wel leuk om een vallei vanuit een hoger perspectief te bekijken. 

Tussenstuk
De wandelwegen zijn hier duidelijk bewegwijzerd en de paden zijn meestal vrij breed en goed toegankelijk. Dat maakt deze wandeling vrij gemakkelijk om te volgen, hoewel er sporadisch momenten zijn waar ik moeite heb om het juiste pad te zoeken. De echte sterattractie van deze wandeling is het rotsmassief met de grotten, maar voor het zover is, volgt er een tussenstuk wat ik persoonlijk minder interessant vind. 

Noem me maar gerust een verwend nest met al die wandelingen die ik de afgelopen maanden heb gedaan, maar de hoofdmoot van de wandeling rondom Hotton vind ik een beetje tegenvallen. Nochtans biedt het middenstuk van deze wandeling enkele mooie plekken en uitzichten. In het dorpje Hampteau is er een pittoreske brug over de Ourthe, er zijn diverse kleine paadjes langs grazende koeien en loop ik bovendien langs de uitgedroogde rivierbedding van de Isbelle waar ook een grot is gelegen. Het is zeker en vast divers, maar niet zo avontuurlijk als ik had gehoopt. Er is wel één pad dat zo'n zeventig meter spectaculair naar beneden loopt, maar al bij al goed bewandelbaar is. 

Portie avontuur
Het portie avontuur waarop ik had gehoopt, kondigt zich echter later aan. In het laatste kwart van de wandeling, is het eindelijk de beurt aan het rotsmassief om de revue te passeren, maar niet zonder dat ik de weg alweer totaal kwijt ben. De route gaat immers plots naar links, maar ik kan in geen velden of wegen een bospaadje bespeuren dat naar links gaat. Ik ga nog een beetje verder rechtdoor, maar dat brengt me nog verder van de route. De enige mogelijkheid om terug op het juiste pad te komen, is dan maar om de rug van de heuvelkam te beklimmen door takken en bomen om uiteindelijk bovenaan terug een pad te vinden. Dit vergt wat klauterwerk van handen en voeten, maar brengt me wel terug op het juiste pad. 

Wanneer ik de route heb teruggevonden, wandel ik een klein beetje terug naar de Porte Aive. Dit is een grot met een nauwe opening waar een galerij van circa dertig meter is gelegen. Bij de grot zie ik ook het paadje dat naar de grot toe leidt en ik eigenlijk had moeten nemen. Een kilometer verder bevindt zich het rotsmassief van Hotton waar een heleboel klimmers op een stralende zaterdag hun hobby uitoefenen. Het is opvallend hoeveel klimmers hier zich bevinden ten opzichte van het nochtans bekendere klimmassief van Marche-les-Dames waar ik vorige week was. Via het graseiland in de Ourthe keer ik tenslotte terug naar het beginpunt van de wandeling. 

Conclusie
Deze wandeling vind ik lichtjes teleurstellend, maar dat is voornamelijk toe te schrijven aan het feit dat ik al een aantal andere wandelingen in de Ardennen heb gedaan en misschien ook door valse verwachtingen. Op de site van Originele Wandelingen is deze wandeling namelijk gequoteerd met vier blokjes en dan verwacht ik een eerder zware en technische wandeling. De waarheid is echter dat deze wandeling vrij kort is - ongeveer dertien kilometer - met een paar korte stukken die net iets pittiger zijn dan gewoonlijk. De steengroeve waarvan sprake is bij de wandeling heb ik helaas ook niet kunnen ontdekken. 

Anderzijds brengt deze wandeling wel vrij veel diversiteit met zich mee en is de vallei van Hotton een mooie omgeving in te wandelen. Het heeft enkel te maken met de ingesteldheid waarmee je deze wandeling begint. Is het om een avontuurlijke wandeling te ondernemen, zijn er zeker en vast betere wandelingen die je kan doen. Als je echter een mooie, niet al te moeilijke wandeling wil doen, maar toch wat moeilijkere stukken voor je kiezen wil, is dit een ideale kandidaat. 

De route van deze wandeling rondom Hotton vind je terug op Routeyou.   

dinsdag 17 september 2019

Wandelen in Wallonië: Naar de rotsen van Marche-les-Dames

Deze wandeling in Boninne naar de rotsen van Marche-les-Dames stond al eerder op de planning, maar verplaatste ik naar een andere keer wanneer er regen werd voorspeld. De rotsachtige ondergrond en steile hellingen lenen er zich namelijk niet toe om bij dergelijk weer te wandelen. Het afgelopen weekend kon iedereen echter genieten van een prachtige nazomer en was dit dus het ideale moment om deze wat avontuurlijkere wandeling te ondernemen. 

De kortste wandeling
Van alle wandelingen die ik deze zomer in Wallonië heb gedaan, is deze de kortste. De ongeveer elf kilometer heb ik ongeveer op 3,5 uur afgehaspeld en is daarmee zowel qua tijd als afstand de kortste wandeling van allemaal. Dat neemt niet weg dat er soms stevig geklommen wordt om boven te geraken bij het rotsmassief van Marche-les-Dames. Het is de eerste keer bij mijn zomerse wandelingen dat er touwen beschikbaar zijn en die heb ik zeker nodig gehad om boven te geraken, maar ook om af te dalen. Niet alleen kuiten en dijen worden aan het werk gezet bij deze wandeling, maar ook de armspieren. 


Deze wandeling komt - net zoals een aantal andere wandelingen die ik eerder dit jaar heb gedaan - van de site Originele Wandelingen en is daar gezegend met vier blokjes wat de op één na moeilijkste categorie is qua wandelingen. De moeilijkheid bestaat uit de stevige beklimmingen en dalingen, maar nog meer uit het vinden van de juiste paadjes. De start aan de kerk van Boninne is eenvoudig, maar al gauw trek ik een klein stukje bos in en kost het me wat moeite om de juiste paden te vinden. Het is vooral een euvel waarmee ik bij het begin en het einde van de wandeling mee kamp. Boven op het rotsmassief zelf zijn er minder paden en vind ik het gemakkelijker om te navigeren met behulp van de app van Routeyou. 


Geaccidenteerd landschap
Vorige wandeling bij het uitkijkpunt van Les Sept Meuses bevindt zich op een (grote) steenworp afstand van Boninne, maar de omgeving ziet er toch een stuk anders uit. Beide wandelingen hebben een geaccidenteerd landschap als gemeenschappelijke factor, maar bij de wandeling naar Marche-les-Dames zie ik voornamelijk bossen en uiteraard rotsen. De vorige wandeling kenmerkte zich door het groene karakter van weilanden, akkers en trage wegen. Dat wil niet zeggen dat er geen weilanden zijn, want na twee kilometer wandel ik vrolijk langs akkers en weilanden. Dat duurt echter niet lang, want daarna gaat het richting rotsmassief. 


Ik ben niet de enige wandelaar die deze wandeling doet, want een ander koppel is gewapend met kaart, uitgeschreven tekst en GPS ook onderweg. Ik ga vaak de verkeerde richting uit, maar navigatie is niet eenvoudig en ook dit wandelkoppel verliest meer dan eens de weg. Ach, het maakt deel uit van de charme van zo'n wandeling. Er zijn ook een heleboel mountainbikers die op deze zonnige dag door de bospaden van Marche-les-Dames rijden en het gebeurt meer dan één keer dat ik plots moet wegduiken voor een aansnellende mountainbiker. Het moge wel duidelijk zijn dat dit gebied populair is bij wandelaars en fietsers. 


Touwen
Wanneer ik in het bos ben, loop ik in lusvorm naar boven om via kleine paadjes naar boven te gaan. Van de voeten wordt wat meer technisch werk gevraagd, maar dat maakt het leuker om naar boven te wandelen. De zwaarste inspanning komt er echter na zo'n vier kilometer wanneer ik met een touw naar boven ga. De helling hier is vrij zwaar en er is een reden waarom hier verschillende touwen staan als hulpmiddel om naar boven te geraken. Deze touwen zijn erg stevig en dik en zijn dus een uiterst geschikt hulpmiddel om jezelf naar boven te hijsen. Het ontziet de beenspieren aanzienlijk, maar vergroot eveneens de kans op stramme armspieren. 


De afdaling is aanzienlijk langer, maar ironisch genoeg daarom niet gemakkelijker. Het gaat logischerwijze vrij steil naar beneden en het kost aardig wat kracht en moeite om op een normaal tempo naar beneden te dalen. De touwen dienen goed vastgegrepen te worden en als je te snel naar beneden gaat, bestaat er de kans dat je je handen verbrandt aan de dikke touwen. Ik daal daarom op een vrij laag tempo, maar zo geraak ik zonder kleerscheuren naar beneden. 


De rotsen
Het wordt snel duidelijk dat ik vlakbij Marche-les-Dames zit, want aan de voet van de afdaling zijn er drie Nederlandstalige klimmers bezig om naar boven te klimmen. Dit is het Walhalla van de Belgische klimsport en ook de plaats waar koning Albert II omkwam bij een klimpartij. Deze plek is inderdaad niet ongevaarlijk want de rotsen gaan in een hoek van negentig graden loodrecht naar beneden. Rotsen die iets verder uitsteken, zijn een schitterende plek om mooie foto's te nemen, maar ook erg gevaarlijk aangezien je ook honderd meter naar beneden kan kukelen. Ik neem graag mooie foto's, maar zeker hier is voorzichtigheid geboden!


Voor rotsklimmers is het landschap hier ideaal om te klimmen. Zo heeft men tussen twee kliffen een stalen kabel getrokken zodat je er kan over klimmen. De rotswanden zijn nergens zo hoog en steil in België als hier en zijn daarom een fantastische attractiepool voor iedereen die eens iets wat avontuurlijker wil doen dan enkel muurklimmen in zaal. Hier niet ver vandaan is er een stenen pad naar beneden wat wel bijzonder snel naar beneden gaat. De route gaat gelukkig via een andere weg en de afdaling richting Marche-les-Dames gebeurt via een uitgebreide zigzag. 


Kapotte brug
Het laatste kwart van deze wandeling doet een korte lus over een hoofdweg waar ik geconfronteerd word met een kapotte brug. Een deel van de brug is namelijk weg en een tuimeling naar beneden is toch ongeveer vijf meter. Via de omheining overbrug ik deze twee brugloze meter brug en daarna gaat het weer richting bos als de hoofdweg opnieuw wordt gekruist. Dan volgt er een toch vrij stevige stijging van ongeveer vijftig meter en hier zijn de paden bezaaid met omvergevallen boomstammen, net zoals op de rest van het parcours. 


De laatste anderhalve kilometer loopt over vrij vlak terrein en ik beland opnieuw in het dorpje van Boninne. Het dorpje is vrij klein en heeft enkel een restaurant waar je iets kan eten. Een café om wat gerstenat te nuttigen is er bij mijn weten helaas niet. 


Conclusie
Kort, maar krachtig is een geschikte omschrijving voor deze wandeling. Ze is vrij kort, maar daarom niet minder leuk om te doen. Integendeel, het is de eerste keer dat ik touwen gebruik om te stijgen en te dalen en dat bezorgt deze wandeling wel een avontuurlijk tintje. Paden zijn soms moeilijk om te vinden, maar met wat trial and error lukt het ook. Bovenop de rotsen van Marche-les-Dames geniet je van een prachtig uitzicht en de kleine(re) paadjes vragen wat extra techniek van je voetenwerk. Dit smaakt naar meer en mijn enige kritiek is dan ook dat het misschien net wat langer mocht zijn. 

De route vind je via deze link op Routeyou.     

maandag 9 september 2019

Wandelen in Wallonië: Les Sept Meuses

Het afgelopen weekend werd aangekondigd als regenachtig en daarom paste ik mijn wandelplannen aan. Ik had eerst een technisch, rotsachtig wandelparcours op het oog, maar dat maakte plaats voor een wandeling in het groen van de omgeving van Les Sept Meuses. Dit is een fraai uitkijkpunt over het dorpje Annevoi-Rouillon waar je zeven meanders van de Maas kan waarnemen. De rest van het landschap wordt voornamelijk gekenmerkt door akkers, weilanden en in mindere mate bossen. 

Enige Belgische watertuin
Deze wandeling heb ik gevonden op de site van Originelewandelingen.be en wordt daar gekarakteriseerd als een vrij gemakkelijke wandeling van slechts twee blokjes. Desondanks is deze wandeling gezegend met een stevige kuitenbijter in de vorm van een stijging naar het uitkijkpunt van Les Sept Meuses en mag je er op rekenen dat je bijna zes uur onderweg bent om de bijna achttien kilometer af te leggen. 


Het startpunt is zoals zo vaak een klein kerkje in het gehucht Hun wat bij het dorpje Annevoie-Rouillon hoort. Dit dorpje herbergt de enige watertuin in België en is geklasseerd als belangrijk Waals erfgoed. Het 17de eeuws kasteel van Annevoie bewaakt statig de ingang van deze tuinen waar vier bronnen de voedingsbodem zijn voor alle fonteinen. De architectuur is een gestileerde mengeling van Engelse, Franse en Italiaanse invloeden en daarom alleen al een bezoekje waard. Deze wandeling is dus een een uitstekende gelegenheid om ervoor of erna deze prachtige tuinen te bezoeken, maar dan moet je uiteraard wel voldoende tijd voorzien! 


Deze route heb ik - net zoals mijn andere routes - gevonden op de site van Routeyou, maar de volgorde van deze wandeling bepaalt voor een groot gedeelte het ritme. Ik heb deze wandeling met de wijzers van de klok mee uitgevoerd waardoor de stijging gestaag gebeurt. De wandeling is echter zo opgesteld dat je al na een paar kilometers naar het uitkijkpunt van Les Sept Meuses gaat. Maar dan wacht er eerst wel een venijnige en steile klim naar boven over een kronkelend paadje en verraderlijke ondergrond. 


I did it my way
De manier waarop ik de wandeling heb gelopen is echter een stuk evenwichtiger en de klim naar boven verloopt een stuk kalmer. Op deze zaterdagochtend is de zon verscholen achter een wolkendek en word ik begroet met druilerige motregen. De eerste kilometers brengen me voornamelijk langs akkers en boerderijen en dit herfstachtige weer geeft de omgeving een zekere natuurlijke tristesse. Met mijn fototoestel in de aanslag zoek ik naar nieuwe dingen om te fotograferen en de druppels op in bloei staande slablaadjes zijn een mooie blikvanger. 


Het landelijke karakter van deze wandeling verdwijnt nooit en de boerderijen worden er alleen maar groter en ontzagwekkender op. De boerderijen zijn hier opgetrokken in natuursteen en zijn soms danig op leeftijd. Eén boerderij dateert zelfs van de 18de eeuw. De vele koeien onderweg laten het niet aan hun hart komen en grazen rustig in dit heuvelachtige landschap. Er volgt een kort stukje door het bos ga waarna ik in het dorpje Warnant beland.


Verkeerde route
De passage door Warnant is maar van korte duur, want al gauw word ik terug de weilanden ingestuurd waar de route voor mij onduidelijk wordt. Op een landbouwweg gaat het plots naar rechts, maar ik zie enkel twee grote weilanden die naast een bos lopen. Met natte voeten en gras op de schoenen gaat het naar omhoog, maar plots zegt de Routeyou app dat het naar rechts gaat. Er is echter geen wandelpad te bespeuren en dan volgen de meest avontuurlijke vijf minuten van deze wandeling. Ik baan me een weg door de takken en bomen van dit bos om eindelijk terug een wandelpad te vinden. Dat betekent wel eerst een greppel afdalen van een dikke halve meter, maar een uitstekende tak biedt soelaas bij deze afdaalpoging. 


De volgende kilometers zijn een verderzetting van het landelijke karakter met eerst bos, maar al gauw weer akkers en weilanden. In een weiland zie ik zonnebloemen staan en dat is voor mij een fotostop waard. In vergelijking met mijn vorige wandelingen in de Ardennen is dit parcours opvallend groen. Een beetje verder zie ik echter weer teken van leven, want dan komen we in de dorpskern van Annevoie-Rouillon terecht. Dit is een kleine lus in het parcours want helemaal bovenaan staat namelijk het uitkijkpunt van Les Sept Meuses. 


De Twee Mazen
Het uitkijkpunt staat op zo'n driehonderd meter boven de zeespiegel en dat betekent een stevige beklimming van ongeveer honderd meter. Omdat ik de route omgekeerd wandel is deze beklimming gemakkelijker om te doen dan bij de oorspronkelijke versie. Deze klim begint wat moeilijker omdat het wandelpad geïnitieerd wordt met een opgedroogde beekbedding van rotsen en keien. Dit is echter snel voorbij en daarna gaat de helling op een gestage manier naar boven over brede paden. 


Bovenaan is er een klein plateau en een tiental minuten wandelen later arriveer ik bij het uitkijkpunt van Les Sept Meuses. Uiteraard hebben ze hier een chique zaak neergepoot en voor de mooiste kiekjes moet ik op het terras zitten. Dat is helemaal geen straf, want het uitzicht is fantastisch! Er zullen ongetwijfeld zeven meanders in de Maas te bezichtigen zijn, maar ik zie er toch maar enkel twee. De andere meanders moet je dan in de heel verre verte gaan opzoeken. Ik heb hier een half uurtje pauze genomen en genoten van wat gerstenat in de vorm van een Duvel. De prijs is ook behoorlijk duivels: 4,90 euro. 


Naar beneden   
De afdaling gebeurt dus over een kronkelig, nauw paadje en ik klem regelmatig enkele takken en bomen vast om niet te snel te dalen. Wanneer het geregend heeft, is deze afdaling behoorlijk gevaarlijk en ik had net deze wandeling gekozen om dit te vermijden... Een gewaarschuwd man is er echter twee waard en de afdaling gebeurt wat trager dan anders, maar ook veiliger. Beneden wacht het dorpje van Annevoie-Rouillon opnieuw en zet ik de laatste kilometers van deze wandeling in. 


De lus op de app van Routeyou is soms onduidelijk, maar eigenlijk moest ik helemaal terugkeren naar de kerk van Annevoie om zo het laatste stuk richting de kerk van Hun te wandelen. Op dat moment begrijp ik dat echter niet en ben ik op zoek naar de juiste weg waardoor ik wat extra meters maak. Wanneer ik de kaart uitzoom, valt uiteindelijk mijn frank en zit ik opnieuw in de juiste richting. De weg naar Hun eindigt zoals die begon: over weilanden, akkers en bossen. 


Conclusie
Van alle wandelingen die ik deze zomer in de Ardennen heb gedaan, is deze ongetwijfeld diegene met het meest landelijke karakter. Er zijn opvallend veel weilanden, akkers en landbouwwegen op deze wandeling en wat minder bos. Het doorbreekt het vaste patroon van bosrijke gebieden, maar kan daarom ook misschien gepercipieerd worden als saai. Het uitkijkpunt van Les Sept Meuses is een mooie beloning na een steile klim. De wandeling kent ruim vierhonderd hoogtemeters en duurt bijna zes uur, maar is desondanks eigenlijk niet zo pittig als deze cijfers doen vermoeden.