zaterdag 28 februari 2026

Reisverslag Sri Lanka deel één: typisch toeristisch; vijf lettergrepen

Mijn traditionele ontsnappingsroute rond de periode van nieuwjaar brengt me deze keer naar Sri Lanka. Het zonovergoten tropische eiland nodigde me bij haar uit nadat ik terug in België was van mijn vorige reis in oktober. Het blijkt dat een grauwgrijze bewolkte hemel en een oeverloze regen in oktober uitstekende argumenten zijn om bij de aanvang van de winter zonnigere oorden op te zoeken. Sri Lanka is als oord niet alleen zonnig, maar heeft voor ieder wat wils: eeuwenoude tempels, grote stupa's, mystieke bergen, talloze dieren en theeplantages. 

Zaterdag 3 januari
Eerste sneeuw. Het is één van de mooiste kleinkunstnummers in de Nederlandstalige muziekgeschiedenis die op een onnavolgbaar rauwe manier wordt gebracht door Kris De Wilde. Tranen druppelen iedere keer uit mijn oogleden wanneer ik het hoor. Het doet me namelijk denken aan mijn veel te vroeg overleden moeder. Het heeft voor mij dus een heel emotionele connotatie. Weemoed en verdriet. Maar vandaag ook opluchting. 

De eerste sneeuw dwarrelt op deze zaterdagochtend op het Zaventemse tarmac wanneer het vliegtuig aanstalten maakt om te vertrekken. Richting de woestijn van Doha. Daar is de overstapplek die me van neerslachtigheid naar gemoedelijkheid brengt. Maar eerst een dagje vliegen dus. Dat mag ik letterlijk opvatten, want ik vertrek zaterdagochtend en  zondagochtend land ik in Colombo. De royale overstaptijd van zes uur maakt de dag wat langer. Maar ook ontspannender. Ik ontdek dat het geheugenkaartje van mijn fototoestel thuis is gebleven. Op de luchthaven van Doha koop ik dan maar een nieuwe: vijftig dollar. Westerse prijzen zijn niet goedkoop, maar oosterse prijzen zijn zo mogelijk nog duurder. 

De Dreamliner waarmee ik van Brussel naar Doha vlieg heeft van me een verwend nest gemaakt. Dat merk ik wanneer ik de Boeing van SriLankan Airlines instap. Het toestel is volgens mij vergeten dat we al een kwarteeuw in de eenentwintigste eeuw leven. Met weinig comfortabele stoelen en een schreeuwende baby achter mij worden het zes lange uren. Geradbraakt verlaat ik uiteindelijk het vliegtuig waarna ik 's ochtends naar Colombo word gebracht. De enige citytrip op deze reis.      

Zondag 4 januari
Half slaapdronken na de weinig comfortabele vlucht besluit ik om meteen Colombo te verkennen en ik vertrek aan mijn hotel dat aan de kust is gelegen. Een half uurtje met de benenwagen volstaat om bij de voordeur van het Nationaal Museum te staan. Een gesloten voordeur. Het museum gaat pas om negen uur open. Ik dood de tijd met een een cafeïne-injectie om mijn drang naar koffie te verstillen. Bij een lokaal koffietentje doorblader ik mijn reisgids van Capitool totdat het museum bijna opengaat. 

Het museum is een chique landhuis in Victoriaanse stijl uit de laat negentiende eeuw en is volgens mij groter dan sommige nationale paleizen. Qua grandeur doet dit statige gebouw heel erg Europees aan. Het interieur doet me soms denken aan een vergane glorie. Houten parketvloeren die twee eeuwen geleden hip waren en stoffige kabinetten doen me terugreizen in de tijd. De weinige belichting versterkt dit gedateerde gevoel. Toch ben ik onder de indruk van de diverse collecties die ik hier aantref: Boeddhabeelden, archeologische artefacten uit de vroege geschiedenis van wat nu Sri Lanka is, maskers uit Kandy, een grote kano, levensgrote diorama's van hoe de Veddah - de eerste bevolkingsgroep in Sri Lanka - leefden, Europese wapens en geweren, traditionele kledij, tapijten en informatie over irrigatie en landbouw. Het is te veel om op te noemen. En om te lezen ook. 

Talloze informatieborden lopen verloren in de wat chaotisch opgestelde kamers en het oubollige museumontwerp ontmoedigt me om meer tijd te investeren in de eerste collecties. Ik vind het allemaal interessant, maar in de warme ochtendtemperatuur van bijna dertig graden en amper gekoelde kamers kan zelfs een interessante kunstcollectie me niet overtuigen om hier langer te blijven. De eerste verdieping is beter ingericht. Ook koeler. Hier blijf ik wel langer. Hier laat ik me liever onderdompelen door de heel diverse expo's die over de hele geschiedenis van Sri Lanka uitweiden. Mijn enige museum in Sri Lanka is dus wel een topper. Wel geen moderne topper.           

In Sri Lanka is het verplicht dat elke eigennaam uit minstens vier lettergrepen bestaat. Bonuspunten als het vijf of meer lettergrepen zijn. Dat leer ik wanneer ik door het Vi - ha - ra - ma - ha - de - vi Park ga. Zeven lettergrepen. Het gaat voor andere tempels en plaatsen moeilijk worden om dit te verbeteren. Dit park bevindt zich tussen het nationaal museum en Gangaramaya Tempel, mijn volgende bestemming. Veel Singalezen en één westerling komen hier bij de kronkelende wandelpaden schaduw zoeken bij tropische temperaturen. 

De Gangaramaya Tempel lijkt op een soort van rariteitenkabinet van een verwoede kunstverzamelaar. Een indrukwekkende collectie van oosterse curiosa zou volgens mij een groot kapitaal opbrengen bij de lokale rommelmarkt. De tempel heeft daarom eerder een kitscherig dan een spiritueel karakter. Toch zijn er hier mooie dingen te zien. Niet de Bodhiboom waar iedereen rondhangt, maar wel de kleine vihara met prachtige muur- en plafondschilderingen uit de zeventiende eeuw weet me te betoveren. Het is een plek waar ik graag wat langer blijf stilstaan. 

Wat verder bevindt er zich een nieuw opgetrokken tempel aan een kunstmatig meer. Een houten paviljoen zweeft boven het water en biedt een mooi overzicht over het moderne Colombo. De 350 meter hoge Lotustoren wordt in het heldere water gereflecteerd. Colombo is eigenlijk verrassend modern en dit stadsdeel ontwikkelt zich explosief. Het klinkt misschien als blasfemie, maar eigenlijk vind ik de moderne architectuur mooier dan de traditionele tempel die ik heb gezien. Dat is er dus slechts één en dat is misschien niet de beste referentie.

In de namiddag doe ik het rustiger aan. Slave Island was vroeger een plek waar de Nederlanders slaven gevangen hielden. Nu is het een volksbuurt waar ik ronddwaal om me terug naar het hotel te begeven. Ook houd ik halte bij Galle Face Green, een groen kustpark dat zich op een boogscheut afstand van het hotel bevindt. Na kennismaking met de groep is het tijd voor een rondje toeristisch rondrijden. Uitstappen, een paar foto's nemen en terug instappen. Bij de mooie rode moskee van Jami Ul‑Alfar Mosque. Bij de Lotustoren. Bij het herdenkingsmonument van Independence Memorial Hall. Er is veel om van onder te indruk te zijn. De enige indruk die ik nu echter heb, is dat ik moe ben.   

Maandag 5 januari
A - nu - rad - ha - pu - ra. Zes lettergrepen. Geen record dus, maar wel een tongbreker. De voormalige hoofdstad van het Singalese eiland is de eindbestemming van vandaag in een wat langere rit. Om negen uur vertrekken we op een maandagochtend uit de huidige hoofdstad en dat loopt onverwacht vlot. De onvermijdelijke files duren amper een kwartiertje en daarna openen de wegen zich richting Wilpattu NP. Dit is het eerste van drie safariparken dat we bezoeken en met ruim 1300 km² meteen ook het grootste van het gehele lot. 

De minibus wordt vergezeld door een chauffeur en assistent. Samen met reisbegeleider Kanchi is dit drietal onze gastheer in dit veel te kleine onderkomen. Beenruimte is er amper en elke vierkante centimeter wordt door mijn voeten benut om niet in een benarde positie te eindigen. Het is een strijd die ik iedere keer verlies. Dan is vijf uur rijden tamelijk lang. Rond de middag wordt er gepauzeerd om onze magen te vullen en onze benen trombosevrij te houden. Het eerste lukt al wat beter dan het tweede. 

Om twee uur 's namiddags beginnen we aan onze game drive door Wilpattu NP. Met gemengde gevoelens. Ik doe dit veel liever 's ochtends, want dan is de kans een stuk groter dat je meer wild ziet. Het begin verloopt rustig, maar gaandeweg ontvouwt er zich een groot bestand aan vogels voor mijn ogen: diverse arenden, zangvogels en hoenderen worden door mij gefotografeerd. Vooral de kleurrijke ceyloenhaan valt op door zijn verenpracht. Qua zoogdieren blijf ik wel een beetje op mijn honger zitten. We vinden sporen van een luipaard. Het heeft een buffelkalfje gevangen. De luipaard zelf is echter spoorloos. Wel aanwezig is een lippenbeer. 

Met mijn voorspellende gaven heb ik tegen de reisgenoten gezegd dat het spotten van een lippenbeer uiterst gering is. Ik denk eerder dat mijn voorspellende gaven gering zijn. Toch gebeurt het niet zo vaak dat een lippenbeer in het wild wordt gespot en daar profiteer ik maximaal van. Uitgerust met mijn veel te grote telelens speur ik naar de beer tussen het vele bladergroen. Wanneer die zich van struik naar struik beweegt, kan ik bruine schimmen ontwaren die verraden dat dit een beer is. Bij elk model moet je soms wat geduld hebben. Ook bij deze. Richting het water kan ik hem volledig op gevoelige plaat vastleggen. Safari geslaagd dus. 

In het park zijn we soms alleen op de zandwegen die in vrij behoorlijke kwaliteit verkeren. Het is absoluut niet vergelijkbaar met de safari's die ik enkele maanden eerder heb gedaan in Chitwan en Ranthambore. Daar zat ik in een canter met twintig personen. Hier in een wendbare jeep met vijf personen. Het helpt toch enorm bij het opwaarderen van deze safari. De omgeving weet me wel niet helemaal te overtuigen. Het is mooi, maar wel wat monotoon. Bij de terugtocht zie ik nog enkele waterbuffels en 's avonds kijk ik terug op een heel resem aan gespotte dieren. 's Ochtends in de file en 's avonds nagenieten van een safari. Het is de compactheid van Sri Lanka in woord en beeld.       

dinsdag 30 december 2025

Reisverslag Marokko deel vier: het landschap als protagonist

Vrijdag 26 december
De rondrit door zuidelijk Marokko gebeurt in lusvorm en dat betekent dus dat we na een weekje rondtoeren opnieuw in Marrakech verwacht worden. De route van vandaag is dus een grote herhalingsoefening van de derde dag, maar dan in tegengestelde richting. We gaan wel eerst terug naar Ouarzazate waar we een koffiestop houden. Onze Marokkaanse chauffeur slaakt hier een kreet van verzuchting wanneer hij te horen krijgt dat de Tizi n’Tichka sneeuwvrij is verklaard. Geen rit van elf uur dus, maar een veel schappelijkere rit van vijf à zes uur. Deze dag is een echte reisdag en onze kleine reisgroep lijkt dat te beseffen. Hier en daar een obligate fotostop, maar verder is het doorrijden naar eindbestemming Marrakech. 

Vreemd genoeg vind ik deze lege dag eigenlijk verrassend aangenaam aanvoelen. Het landschap speelt hierin een grote rol. Hoewel ik dit landschap al eerder zag deze week blijft het me imponeren. Vooral een enorme berg die getooid is in okerrood weet mijn aandacht vast te houden. Vanuit het raampje van de minibus kijk ik gebiologeerd naar de grootste rode berg die ik ook heb gezien. En waarschijnlijk ooit zal zien. De overgang van Jbel Saghro naar de hoge Atlas en daarna de Haouz-vlakte gebeurt haast geruisloos. 

Bij één van de zeldzame stops sta ik op de Col du Tizi n’Tichka en hier zie ik met eigen ogen hoe spectaculair de sneeuwval zich heeft ontwikkeld de laatste dagen. Een metershoge sneeuwhoop voor de deuren van winkeltjes illustreert dit maar al te goed. Deze ochtend heb ik gehoord dat er een aantal bergdorpjes zijn geëvacueerd omdat ze helemaal ingesneeuwd dreigden te worden. Na het zien van de besneeuwde bergtoppen kan ik me er iets bij voorstellen. 

Om vier uur 's namiddags ontvangt Marrakech me voor de tweede keer. De animo om nog naar de souks te gaan staat bij mij op een laag pitje. Ik heb het al een keer gedaan en bij het Jemaa el-Fna-plein wordt een overrompeling voorspeld. Vandaag speelt namelijk ook Marokko tegen Mali in de Africa Cup. In mijn laatste uurtjes in Marokko verken ik dan maar Gueliz. Ik ben wel benieuwd naar Jardin Majorelle, de tuin die wereldberoemd is geworden dankzij Yves Saint-Laurent. Een ellenlange toeristenrij verdringt zich om de kleurenpracht van deze tuin te delen met tienduizend andere toeristen die zich ook daar bevinden. Nee, dan blijf ik wel buiten. 

Mijn wandeling brengt me langs enkele parkjes en lanen, maar is bij mijn terugkomst aan het hotel al snel weer vergeten. Bij het afscheidsdiner wordt reisgenote Cécile nog eventjes in de bloemen gezet voor haar vijfenzeventigste verjaardag. Ook reisbegeleidster Nancy krijgt (opnieuw) een dankwoordje voor haar uitstekende werk gedurende deze week. Het incident met de verloren bagage zindert nog altijd een beetje na. En zo komt er een rustig einde aan een toch eerder drukke reis.      

Zaterdag 27 december
Hoewel deze reis door Koning Aap omschreven wordt als een achtdaagse reis kan de laatste dag wat mij betreft van het rijtje geschrapt worden. Dat is namelijk een vroege vlucht terug naar huis. Voor de anderen is dit weer met een extra stop in Casablanca. Ik heb echter een rechtstreekse vlucht van Marrakech naar Eindhoven. Om half zeven 's ochtends bestel ik op Uber een taxi, maar dat duurt. En duurt. En duurt. Ik heb meer dan genoeg tijd voorzien voor alle rompslomp, maar zelfs dan begin ik zenuwachtig te worden. Een toevallig voorbijrijdende taxi brengt redding. 

Bij de luchthaven word ik opnieuw verblijd met een sterk staaltje van digitalisering. Ik vlieg namelijk met Ryanair en sinds kort zijn bij deze luchtvaartmaatschappij enkel digitale instapkaarten toegelaten. Behalve in Marrakech uiteraard waar ik bij het loket mijn digitale instapkaart moet omruilen voor een fysiek exemplaar. Erg logisch in de digitale wereld, niet in de mijne. Met veel frisse tegenzin kan ik me weer door de gewoonlijke procedures spartelen. Security. Check. Douane. Check. En dan kan het wachtspelletje beginnen. 

Dat wachten verloopt sneller dan ik dacht. Besluitloze ik doet er namelijk een kleine eeuwigheid over om te beslissen wat en waar ik mijn ontbijt ga eten in de luchthaven. Het instappen begint ook verrassend vroeg. Eén uur voor vertrek. Het doorbreekt de sleur en ik zal blij zijn als ik in het vliegtuig ben. Drie en half uur later ben ik terug in het koude Europa. Een temperatuur net boven het vriespunt verwelkomt me in Eindhoven. De vrieskou die ik wilde ontvluchten heeft me opnieuw gevonden. Maar met een koffer vol warme herinneringen ga ik die tegemoet.  

Reisverslag Marokko deel drie: woestenij in de woestijn

Woensdag 24 december
Op deze dag word ik opnieuw verlekkerd met een diverse maaltijd aan landschappen. Onderweg zie ik prachtige tafelbergen en curieuze rotsformaties in de woestijn. Normaal gezien is dat gereserveerd voor morgen op weg naar N'Kob maar volgens mij ben ik stiekem al in Jbel Saghro. Deze regio is gevormd uit oud vulkanisch gesteente en ziet er daarom een tikkeltje ruwer uit dan het woestijnlandschap dat ik dusver heb gezien. Een medereiziger noemt het een maanlandschap wat volgens mij wel klopt. Zwarte rotsen en een gapende leegte zijn namelijk onze belangrijkste metgezel op deze dag. 

Deze gapende leegte in de woestijn maakt het moeilijk om water bij te houden en daarom hebben lokale inwoners zoveel jaren geleden het systeem van de khettara bedacht. Dit is een ondergronds irrigatiesysteem waar een licht aflopende ondergrondse tunnel een gebied van water voorziet. Boven zijn er dan op regelmatige afstand schachten gebouwd waar men water uit de tunnel kan halen. Een korte rondleiding legt ons dit systeem uit. Het is niet meteen spectaculair te noemen, maar een streepje cultuur is zeker welkom op deze reis. 

Dat streepje wordt meteen een grote streep, want even later krijgen we een tweede demonstratie op onze route. Miljoenen jaren geleden was dit gebied namelijk een gigantische oceaan waarin octopussen, zeeslakken en andere zeedieren leefden. Deze dieren zijn inmiddels allemaal gefossiliseerd en in deze regio worden deze fossielen opgegraven. Met deze fossielen en mineralen wordt dan decoratie gemaakt, fossielmarmer. De demonstratie is tamelijk kort, maar met name de afgeleverde producten stelen de show. Prachtige tafelbladen en mooi afgewerkte beelden sieren de fabriekshal waar uiteraard ook een grote verkoopafdeling is gevestigd. Tienduizend euro voor een mooi tafelblad. Inclusief verzending naar België! Dat is toch wat te duur voor mij... 

We stoppen rond de middag bij een dorp waar we van de gelegenheid gebruik maken om het plaatselijke marktje te ontdekken. Het is niet erg groot en ik ben dan ook snel uitgekeken op de markt. Dit soort dingen zijn niet echt aan mij besteed. We rijden dan verder naar de grote zandzee van Chebbi of Erg Chebbi in het Arabisch. Deze plek bevindt zich vlakbij de Algerijnse grens en wordt gekenmerkt door grote, oranje zandduinen die tot honderdvijftig meter hoog worden. Dat nodigt uit tot een wandeling over deze duinen en dat doe ik prompt. De ene bizarre zandduin wordt opgevolgd door de andere. Dit is een heerlijke plaats om foto's te maken. 

Mijn zicht wordt geblokkeerd door een zandduin. Ik trek naar de top van deze zandduin om vervolgens vergast te worden op een ander spectaculair duinenzicht. Telkens is er de verlokking om verder te dwalen, op zoek naar de mooiste zandduinen. Maar hier is oriënteren erg moeilijk en de weg is snel verloren. Daarom ga ik niet te ver. Om kwart over vijf begeef ik me wel verder in deze woestijnduinen. Met de quad. In Namibië heb ik al eens door woestijnduinen gereden en dat smaakt naar meer. Dit is wel een stuk korter, slechts één uurtje. Bovendien spendeer ik een groot deel van de tijd bij een magische zonsondergang. 

Het rijden zelf is lichtjes teleurstellend. Mijn begeleider legt amper iets uit en de duinen in Namibië zijn net dat tikkeltje weidser en grootser. Toch probeer ik tussen mijn pogingen om niet te vallen onderweg te genieten van het ritje. Dat lukt me. Op volle snelheid een steile duinrug oprijden blijft toch een spannende ervaring. En dan het uitzicht over deze oranje zee van duinen. Dit is toch wel de reden waarom je op vakantie bent. De zon verdwijnt langzaam achter de horizon en dat is het signaal om terug naar het hotel te rijden. Hier wacht het (te vroege) kerstdiner in buffetvorm op mijn smaakpupillen. Na de tajines, brochettes en couscous nog eens gevarieerd eten. Dat smaakt.   

Donderdag 25 december 
De boog kan niet altijd gespannen staan. De voorbije dagen waren goed gevuld, maar het einde van deze overland tour doet het wat rustiger aan. Dat vertaalt zich ook in een latere vertrektijd. Om tien uur wordt het startschot gegeven en dat geeft me de tijd om wat langer te slapen nadat ik vorige nacht minder goed had geslapen. Mijn medereizigers zijn vroege vogels en hebben 's ochtends enkele mooie foto's genomen van de zonsopkomst over de zandzee van Erg Chebbi. Ongetwijfeld mooi, maar uitslapen wanneer je moe bent, is volgens mij nog veel mooier.

Eindhalte van deze dag is N'Kob, maar we maken een belangrijke tussenstop bij het stadje Rissani. Net voor de stad is er een kort intermezzo om dromedarismelk te drinken. Minder vet en gezonder dan koeienmelk, maar het smaakt naar euh... melk. In Rissani verblijven we enkele uren om een aantal dingen te bezoeken en ook om te lunchen. Het belangrijkste bezoekje is wellicht het mausoleum van Moulay Ali Cherif. Hij is de grondlegger van de huidige koninklijke dynastie in Marokko en is naar verluidt een afstammeling van de profeet Mohamed. Daarom is dit mausoleum een bedevaartsoord voor veel moslims. Als niet-moslim mag je enkel de kleine tuin bewonderen en dan voelt zo'n bezoek toch wat leeg aan. 

Op donderdag is het marktdag in Rissani en er heerst dan ook een enorme bedrijvigheid in de plaatselijke souks. Die zijn trouwens verrassend groot en je kan hier dan ook een heleboel producten vinden. De schoonmoeders die ze in Marrakech wel verkochten heb ik hier niet gevonden, maar voor het overige vind je hier bijna alles. Bij sommige etenswaren kan er wel gediscussieerd worden over de versheid. Zo denk ik dat de vis een lange weg heeft afgelegd naar deze woestijnstad waardoor je beter even vegetariër wordt hier. Net zoals gisteren haal ik niet veel plezier uit zo'n marktbezoek. Het is interessant om de marktkramers bezig te zien, maar op tien minuten ben ik wel uitgekeken. 

Op weg naar N'Kop is het landschap de grootste bezienswaardigheid van deze dag. Ik doop het zelf een spaghettiwesternlandschap: droge woestenij met nauwelijks vegetatie waar rotsen verscholen liggen in een stoffig decor. De rit door deze omgeving werkt hypnotiserend: traag, monotoon maar ook rustgevend. Die rust kan de chauffeur ook goed gebruiken, want hij is zenuwachtig voor morgen. De bergpas van Tizi n’Tichka is naar verluidt gesloten. Een omweg via Agadir is goed voor elf uur rijplezier. Gelukkig voor onze chauffeur heeft zijn schietgebedje gewerkt en moeten we morgen niet omrijden. 

Het laatste wapenfeit van de dag is een korte wandeling door de dadenpalmentuinen van N'Kob. Het is vergelijkbaar met de wandeling nabij de Todra-kloof, maar dan zonder de dramatiek van de kloof en bergrivier. Zonder plaatselijke gids is het even zoeken naar een begaanbare weg in deze mozaïek van tuinen, maar als die er niet is, verzinnen we die wel even. Na vier lange pendeldagen is het ontspannend om even de benen te strekken. Het plaatsje N'Kob heeft zelf weinig te bieden en de tocht door het stadscentrum gebeurt dan ook met een snelle mars. Dezelfde snelle mars die ook wordt gehanteerd voor deze korte reis door Marokko.  

maandag 29 december 2025

Reisverslag Marokko deel twee: rood, wit en groen

Maandag 22 december
De plaats van de zonen van Haddou. Dat is de eindbestemming van deze dag. Niet zomaar een plek, want het dient als filmdecor voor prestigieuze films en series zoals Gladiator en Game of Thrones. Ik weet dus al voor dat ik vertrek dat zo'n fotogenieke plaats een aanslag gaat plegen op het geheugenkaartje in mijn fotocamera. Bij het begin van de dag heb ik echter andere zorgen, want we moeten eerst de hoogste bergpas van noord-Afrika overwinnen. De Tizi n’Tichka is met een top van 2260 meter behoorlijk hoog. Marrakech bevindt zich een boogscheut van het Atlasgebergte en deze dag voelt dan ook als een prentenboek waar elke kilometer een andere pagina wordt omgeslagen. 

De maandagochtendhectiek van Marrakech is na dertig minuten alweer lang vergeten, wanneer we de schilderachtige Haouz-vlakte betreden. Valleien en hellingen worden geknuffeld door een okerrode laag. De kleuren van deze klei- en leemgrond variëren van okerrood tot diep roodbruin en doen me met toenemende verbazing uit het raam kijken. Zeker wanneer ik een gigantische bergtop aanschouw die helemaal gehuld is in deze dieprode kleur. Het prentenboek brengt me naar een totaal andere wereld. 

Niet veel later wordt er opnieuw een ander hoofdstuk aangesneden, want dan word ik getrakteerd op een dramatisch sneeuwlandschap waarvan de witte bergtoppen verraden dat de sneeuwval vrij recent is. Dat klopt ook. De Tizi n’Tichka is namelijk twee weken geleden sneeuwvrij gemaakt. Weliswaar nog niet steenpuinvrij. Overal liggen er rotsen en stenen op de nochtans goed onderhouden weg. Enkele dagen later leer ik dat dit steenpuin op dezelfde dag is neergekomen. Natuur laat zich niet reguleren. Dat is duidelijk met de wind, want zoveel wind zou verboden moeten worden. Bij diverse fotostops word ik telkens ontvangen op een concert van windkracht tien. De bevroren sneeuw bij de Tizi n’Tichka maakt het zelfs ronduit gevaarlijk. 

De zigzaggende bergpas brengt ons naar beneden en we verlaten dit decor van sneeuw en wind met veel ontzag. Op mijn reizen door Tibet heb ik prachtige bergen gezien, maar op ruim vijfduizend meter hoogte heb ik ironisch genoeg geen sneeuw gezien. Hier zie ik het witte goedje zover het oog strekt. Licht verhongerd stoppen we bij een lokaal restaurantje dat gastvrijheid mee in het woordenboek zet. Een immer glimlachende berber in een bergdorpje trakteert ons op thee. Zelf worden ze liever Imazighen genoemd, vrije mensen. Berber is namelijk ontleed van barbaar en dat is een connotatie die ze liever niet zien. 

Het eten laat op zich wachten. Een uurtje wachten is geen uitzondering op deze reis. Maar bij dergelijke mooie locaties is dat een bonus. Tijd is een luxe die je op deze reis moet koesteren. De fabelachtige landschappen hier koester ik na deze reis nog steeds. Na het eten is het nog drie kwartier verder rijden tot de zonen van Haddou. Wanneer we ons vijfhonderd meter van het hotel bevinden, zien we het eindelijk: Ait Ben Haddou. Dit is een ksar, zeg maar een lemen vestingdorp dat bestaat uit zeven kasbah's die zijn gebouwd tegen een helling. Het ziet er zo mooi uit dat het dus een geliefd film- en televisiedecor is. Ook UNESCO werelderfgoed. En de reden waarom toeristen de Hoge Atlas oversteken. 

We hebben nog enkele uurtjes om deze plaats te verkennen, maar eerst moet er nog een hindernis worden overgestapt. Letterlijk. In een klein riviertje staan enkele zandzakken die dienen als stapstenen om over dit riviertje te springen. De ongelijke zandzakjes vergen toch wat voetencoördinatie. Klaarblijkelijk beschik ik daar net genoeg over om niet nat te worden. De ksar wordt onder de voet gelopen door dagjestoeristen, maar op dit latere uur hebben die zich al uit de voeten gemaakt. Wat rest zijn de toeristen die overnachten. In een doolhof van steegjes trek ik er op uit. 

Er is geen plattegrond beschikbaar, maar dit kleine plaatsje heeft dat ook niet nodig. Alle wegen leiden deze keer niet naar Rome, maar wel naar de iconische graanschuur aan de top. De kasbah's zien er mooi uit door hun eenvoud. Bovendien zien ze allemaal er hetzelfde uit. Kracht door aantallen. Dit is geen wonderlijke architectuur, dit is dwalen in een sprookje van Scheherazade. Een commercieel sprookje wel, want sommige verkopers vragen geen geld. Nee, ze eisen geld omdat we zogezegd op hun privéterrein komen. Dat privéterrein is gewoonweg de weg naar buiten. Ik droom van sprookjes, de bewoners dromen over geld. Ieder zijn eigen belang. 

Bij zoveel moois is een fotosessie uiteraard verplichte kost en samen met medereizigster Thao wacht ik op de zonsondergang om in het avondrood Ait Ben Haddou te fotograferen. Het westen blijkt echter aan de volledig andere kant te liggen en ik krijg dus geen avondzon te zien die verdwijnt achter de contouren van de ksar. Wel een mooi rood avonddecor waar dit vestingdorp wordt omhelsd door het zachte gloed. Ook mooi.  

Dinsdag 23 december
Duizend kasbah's. Die zouden we vandaag moeten tegenkomen op onze weg. Of zo wordt althans de route genoemd die ons leidt uit Ait Ben Haddou en ons brengt naar de Todra-kloof. Maar voor ik de eerste kasbah op mijn weg tegenkom, kom ik iets veel specialer tegen: een filmstudio. De omgeving van Ouarzazate is namelijk bekend omwille van haar lokale filmindustrie en hier bevinden zich dan ook twee filmstudio's. Wij brengen een bezoekje aan de oudste van het duo: de Atlas Studios

Ik ben al op veel plaatsen geweest en ik heb het geluk om al veel gezien te hebben, maar een filmset? Nee, dat heb ik nog niet afgevinkt. Tot vandaag. Een enthousiaste gids leidt ons langs de filmsets en meteen word ik ondergedompeld in de wereld van het oude Egypte, Arabië en de Romeinen. Het begint meteen met een klapper van formaat wanneer we door een grote hal wandelen die fungeert als een Egyptische tempel. 

Vorig jaar was ik rond deze periode nog in Luxor en ik waan me terug in Egypte. Met één groot verschil: alles ziet er nog beter uit! Geen geërodeerde tekeningen of beelden die delen missen. Het oude Egypte zoals ik dat altijd voor ogen had. Enkele tikken met de vingerknoken doorbreken de illusie. Het blijkt allemaal bepleistering te zijn. Ik word hier dus voor de gek gehouden, maar dat laat ik graag gebeuren. Daarom houd ik ook van film.   

De rondleiding gaat verder: een helicopter van Black Hawk Down, een Arabisch dorpje uit Prince of Persia, het paleis van Cleopatra uit Asterix en Obelix. Allemaal passeren ze de revue en alles ziet er pico bello uit. De gids heeft ook regieambities en samen met een Frans groepje zijn we figuranten in het decor van Cleopatra's paleis. De metershoge poort gaat open, een rij van toeristen verwelkomt de camera die vervolgens focust op Cleopatra: "Welkom in mijn paleis". In het Frans uiteraard aangezien de Cleopatra van dienst een Franse toeriste is. Toegegeven, het eindresultaat mag er best zijn. 

Even later krijg ik een déjà vu: deze keer naar Tibet. De filmset van Kundun is griezelig realistisch opgebouwd en de architectuur hoort zo thuis in de Himalaya. Niet in de woestijn waar we nu toch echt wel zijn. Deze film van Martin Scorsese gaat over de Dalai Lama, maar kende ik niet. Als zelfuitgeroepen liefhebber van Scorsese-films moet ik dit verfilmde epos dus toch wel eens bekijken. Wie had gedacht dat een niet-geplande stop mijn mooiste ervaring zou worden in een week Marokko? Je kan het niet bedenken. Of in dit geval regisseren.  

De omgeving van Ouarzazate is naast de filmindustrie ook bekend omwille van de Vallei van de Rozen die hier welig groeien in april en mei. Dankzij de droge woestijnlucht, het kille water van de Atlas en de hoge ligging krijg je de ideale ingrediënten om geurende rozen te kweken. Hier worden rozenwater en rozenolie van gemaakt waar we alras een - voor mij ongevraagde - demonstratie van krijgen. In het aanpalende winkeltje kan je uiteraard alles wat naar rozen ruikt kopen. Ik ruik rozen, zij geld. 

Rond drie uur belanden we bij de Todra-kloof en bij het binnenkomen van de nauwe gang eisen de hoge rotswanden mijn aandacht. Een klein bergstroompje en de azuurblauwe lucht contrasteren met de rood- en oranjekleurige rotswanden die nauwelijks breder zijn dan tien meter. Dit spektakel doet me denken aan de Sumidero Canyon in Mexico, maar dan zonder boottochtje. En zonder krokodillen. Wel met gids. Een jonge en erg enthousiaste gelegenheidsgids - eigenlijk is hij student - woont hier zelf en gidst ons door de prachtige palmentuinen van deze kloof. 

Hij vertelt (te) uitgebreid over het leven hier. Over de lengte van de kloof, de vijfendertig dorpen die leven op het ritme van de kloof, hoe water wordt geïrrigeerd, wat er hier allemaal groeit en hoe eigendommen worden gescheiden. Terstond tekent hij een plattegrond op de grond. Iets wat hij daarna wel meer doet en zijn ongebreideld enthousiasme illustreert. Zelf geniet ik meer van het groen van de vele dadelpalmen die hier zijn. Het is geen klassieke wandeling, maar de anderhalf uur door het groen kan op waardering rekenen van mijn longen. Het is een welgekomen rustmoment in deze overland tour door de Marokkaanse woestijn. 

Lokale bewoners werken hier nog op velden en tuinen en dit is dus privébezit. Eigenlijk is het dus een privilege om in deze paradijselijke oase te vertoeven. Zo voel ik me op het einde van de dag ook. Geprivilegieerd. Omdat ik de dag begon met een unieke rondleiding door filmsets. En omdat ik de dag beëindig met een unieke rondleiding door een een oasetuin in de woestijn.    

zondag 28 december 2025

Reisverslag Marokko deel één: dit heb ik eerder gezien

Wanneer een koudefront de Benelux dreigt te verzwelgen in  een front van koude vlucht ik rond de kerstperiode traditiegetrouw naar een warm land. Dit keer Marokko. Een warm land waar het nu echter verrassend koud is. 

Zaterdag 20 december
Het is in België een erg aangename twaalf graden met opvallend weinig regenval en een niet-storende bewolking wanneer ik naar Marokko vertrek. Het dreigende koudefront dat wordt aangekondigd is nu slechts een voorspelling op een computerscherm. Weinig verraadt dat de winter binnenkort zijn opwachting maakt. Ik begin bijna spijt te krijgen van mijn beslissing om op reis te gaan wanneer het weer zo zacht is als nu. De reis naar Marokko voelt niet aan als een behoefte om het winterweer te ontvluchten. Zeker omdat ik al twee maanden geleden net terugkwam van een schitterende reis tussen Beijing en Delhi. Maar kijk, omstandigheden beslissen er anders over en ik maak me dus op voor een weekje reizen door zuidelijk Marokko. 

Ik doe deze reis met Koning Aap en de vlucht naar de relatief korte bestemming van Marrakech wordt uitgevoerd in twee delen: eerst is er de vlucht van Brussel naar Casablanca om vervolgens opnieuw op te stijgen vanuit Casablanca om eindbestemming Marrakech te bereiken. Ik kies voor de gemakkelijkere optie en neem het vliegtuig vanuit Eindhoven naar Marrakech. Een rechtstreekse vlucht: geen gedoe met overstappen, vertraagde aansluitingen of kans op verloren bagage. Murphy en zijn wet vliegen namelijk met de reisgenoten mee en die heeft een verrassing in petto: een vertraagde aansluiting en verloren bagage. Ze arriveren uiteindelijk om vier uur 's nachts in het hotel zonder bagage. Ik ben om zeven uur 's avonds in het hotel met bagage. Soms wordt tegen de stroom inzwemmen beloond. 

Er is dus tijd om Marrakech te verkennen, maar dan wel in de buurt waar het hotel zich bevindt. Dat is de moderne wijk Gueliz dat in de twintigste eeuw werd gebouwd. Art decogebouwen gaan hier hand in hand met lange, rechte lanen en dit is de buurt waar je wil zijn als je op zoek bent naar winkels, cafés en restaurants. Ik ben niet op zoek naar winkels, cafés en restaurants, maar vind ze toch. De broeierige sfeer van de medina en de souks maakt hier plaats voor een westers getinte vorm van rust en gezelligheid. Het gezicht van Marokko dat ik eigenlijk niet wil zien. 

Zondag 21 december
Acht september 2023. Het is een datum die in het Marokkaanse collectieve geheugen staat gegrift. Op die datum vond er namelijk een enorme aardbeving plaats in de buurt van Marrakech. Dit was de zwaarste aardbeving in Marokko van de laatste honderd jaar en eiste een heleboel slachtoffers. Levende en dode. De Saadische graven staan namelijk op de planning van de stadswandeling van vandaag, maar er worden hier volop restauraties uitgevoerd na de aardbeving. Onze gids Khalid raadt af om hier een bezoekje te brengen en in plaats daarvan bezoeken we later op de dag Jardin Sécret, het wat stillere alternatief voor Jardin Majorelle dat onder de voet wordt gelopen door toeristen. 

Onze stadswandeling begint rond kwart over tien waar gids Khalil ons opwacht bij de Koutoubiamoskee. In vlekkeloos Engels vertelt hij ronduit over de moskee, wanneer Marrakech is opgericht en de opvolging van verschillende dynastieën. Enkel moslims mogen de moskee betreden en wij moeten het dus doen met een kijkje op de zevenenzeventig meter hoge minaret. Ook niet mis. Khalil neemt ons mee naar de medina wat eigenlijk een stad is in de stad. De kasbah vormt het kloppend hart van historisch Marrakech en is dus ook de plaats waar de hoogwaardigheidsbekleders zich bevonden. Mellah is de voormalige jodenbuurt die gekenmerkt wordt door rechte straten en balkonnetjes die in de islamitische architectuur ongewenst zijn. De bekendste trekpleisters zijn echter de souks waar in kleine stalletjes en kraampjes van alles en nog wat verkocht. Van specerijen tot schoonmoeders, alles wordt hier verkocht. 

De eerste grote stop van de dag vindt plaats bij het Bahia-paleis. Ah, dat herken ik! Na mijn doortocht door het islamitische Rajasthan twee maanden geleden komt me dit namelijk bekend voor. Ook toen trok ik gelijkenissen met het Alhambra en Khalil bevestigt mijn vermoedens. Dit paleis is namelijk in dezelfde stijl opgetrokken als zijn illustere Spaanse broer. Wel een stuk jonger aangezien dit paleis pas werd voltooid in 1890. De blikvangers van dienst zijn de prachtige binnenhoven die zijn ontworpen volgens de kunst van de islamitische architectuur: mooie arcaden (bogen) worden moeiteloos geïntegreerd met prachtige mozaïek en blauwe muurtegels. De symmetrische pleintjes worden bevolkt met bomen die in deze streek groeien: citrusbomen, dadelpalmen, vijgenbomen en jasmijnbloemen. Het zorgt voor een oase van koelte en stilte in een stad waar het erg warm en rumoerig kan worden. 


De Marokkaanse dwaaltocht in het land van de islamitische architectuur wordt verder gezet in alweer zo'n prachtige locatie: Ben Youssef Madrasa. Een Koranschool waar het gebouw andermaal wordt getypeerd door prachtige mozaïeken en fijn gesneden stucwerk. Het voelt wel erg vertrouwd aan na een aantal uren door te brengen in de medina. Te vertrouwd om nog bewondering uit te spreken over de cederhouten balkons en de ingetogen kamertjes vol sereniteit op de eerste verdieping. Net zoals alcohol moet je ook van islamitische architectuur genieten met mate. Het is wel een fotogenieke plaats en dat wordt dus volop gedaan tijdens deze stadswandeling. Te veel zelfs, want de voorziene drie uur dreigen uit te lopen naar vijf uur. 

We nemen afscheid van onze gids en onder leiding van reisbegeleider Nancy gaat het naar Jardin Sécret. De niet zo geheime tuin in Marrakech. Dit is een stadstuin die eigenlijk bestaat uit twee kleinere tuinen: een wereldtuin en een Arabische tuin. Het is best klein, kent een ingenieus waterbevoorradingssysteem maar ik vind het eigenlijk niet zo imponerend. Een drietal weken geleden was ik in de botanische tuin in Valencia dat ik stiekem mooier acht. Toch is deze plek ideaal om even uit te rusten na de nochtans niet zo hectische passage door de souks. Een beetje rust is altijd welkom en dat doe ik hier met een koffie onder het genot van een stralende zon die zeventien graden op de thermometer tovert. Vijftien graden warmer dan de koude die België inmiddels heeft ingepalmd.    

In de avondzon mijmer ik nog na over deze dag. Marrakech is een mooie stad, maar het voelt toch wel erg bekend aan. Is het een overdaad aan islamitische steden of hunker ik naar meer natuur? Ik kan het gevoel niet onmiddellijk plaatsen, maar ik weet wel één ding: ik heb Marrakech nu wel gezien. 

donderdag 18 december 2025

De twintig mooiste wandelroutes van 2025 (deel twee)

Mijn tien mooiste wandelingen van 2025 zijn net wat groter, langer en epischer dan de - ook mooie - wandelingen die ik heb beschreven van nummers twintig tot en met elf. Dikwijls hebben deze routes meer hoogtepunten en is de wandelbeleving over het algemeen ook lonender. De top twee is een internationaal feestje op de quasi enige vrije dagen op mijn dertigdaagse reis tussen Beijing en Delhi. Opvallend is ook de aanwezigheid van De Grote Oversteek. Dit is een initiatief van Landschap VZW waar ik inmiddels ook lid van ben geworden. 

Deze organisatie weet als geen ander hoe je een goede wandeling in elkaar moet steken en dan betaal ik daar met veel plezier tien euro voor. Van hun website heb ik ook de route geplukt voor Postel, opnieuw een mastodont van 35 kilometer. Het kost een klein beetje geld, maar wel een plek in mijn top tien waard. De routes in deze top tien zijn net zoals vorig jaar opnieuw erg Belgisch en hoewel ik al veel wandelingen heb ontdekt in ons Belgenlandje, blijft de pot met mosterd nog altijd gevuld. En dat zie ik als gastronomische wandelliefhebber erg graag!  

10. NP Hoge Kempen Trail etappe 3: Duinengordel (Opoeteren) - Terhills (Maasmechelen)
Ik doe deze wandeling met een stralend zonnetje in maart en dat heeft ook wel (hard) geholpen aan de appreciatie van deze wandeling. Het begin weet me meteen te overtuigen met een mooie passage door een beekvallei en de natuur is bij deze etappe van de National Park Trail nooit veraf. Toch hoor ik af en toe nog het lawaai van Circus Auto, maar dat is snel vergeten wanneer ik de verscheidene terrils op deze route beklim. Ze bieden een mooi uitzicht over Maasmechelen. Het voormalige Connecterra promootte deze regio enkele jaren geleden als een stukje Canada in Vlaanderen, maar dat is wellicht eerder overdreven. Maar een stukje Vogezen in Vlaanderen is ook leuk, toch? Naar het einde toe is het bij de Grote Plas wat toeristisch, maar wel leuk om over een ellenlange brug te wandelen bij dit meertje. Alweer een geslaagde etappe dus van - naar mijn bescheiden mening - Vlaanderens mooiste langeafstandswandeling. 

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/np-hoge-kempen-trail-etappe-3-duinengordel-opoeteren-terhills-maasmechelen-204215010

9. De Grote Oversteek 2025 - Hoge Venen - 33 km
Het is inmiddels de derde keer op twee jaar dat ik de combinatie van de vallei van de Tros Marets en de Hoëgne bezoek en dan ben ik geneigd om mijn graad van verwondering wat terug te schroeven. Dit zijn ontegensprekelijk enkele van de mooiste wandelgebieden van België, maar het wordt nu wel een beetje routineus voor mij. Toch is deze dagstapper door de Hoge Venen - georganiseerd door Landschap VZW - een voltreffer, want het landschap weet me telkens weer te inspireren. Bij de bekende stukken stap ik wat sneller, maar bij de nieuwe wandelwegen is het opnieuw genieten van deze fraaie omgeving. Of het nu vlonderpaden, voetgangersbruggetjes, kleine watervalletjes of wilde rotspaden zijn naast de Hoëgne: wandelplezier staat voorop bij dit traject. Nu is het beetje te veel van het goede en daarom scoort deze route niet hoger dan deze verdienstelijke negende plaats.  

Link: Niet beschikbaar

8. Trois-Ponts 38 km
Ik ben een groot fan van Extra Trail. Deze website is bedoeld voor trail runners, maar ik ben niet zo sportief aangelegd. Ik gebruik het echter wel graag als inspiratiebron om nieuwe wandelingen te ontdekken zoals deze 38 kilometer lange zwarte route rondom Trois Ponts. Deze omgeving ken ik een beetje, maar toch verbaast het me telkens dat de routeontwerpers de meest afgelegen en verlaten paadjes in hun ontwerp weten op te nemen. De meest spraakmakende routes van Extra Trail heb ik inmiddels al gedaan, waardoor deze wandeling wat minder spectaculair is dan de andere megastappers op deze website. Maar met verrassende doorsteekpaadjes, groen overwoekerde veldpaadjes en eenzame bospaadjes is er genoeg te zien en te doen op dit traject. Voor de meerwaardezoeker zijn er op het einde nog enkele avontuurlijke afdalingen en stijgingen op bergpaadjes en de slotsom is dat er voor elk wat wils is op mijn langste wandeling van het jaar.

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2280017377

7. Postel 35 km
De abdij van Postel staat gekend als een mooie plaats om te wandelen, maar bij Landschap VZW hebben ze er meteen een turbo-editie van gemaakt. Op hun website kan je namelijk deze wandeling (tegen betaling) downloaden, maar dat is wat mij betreft zijn geld zeker waard. De meest verrassende plekjes van Mol worden hier bezocht en dat levert mij onverwacht veel wandelplezier op. Het is namelijk een bijna meditatief gevoel om langs een bijna door groen opgeslokt paadje te lopen langs de Molse Nete waar geen wandelende kat komt. Bekende plaatsen zoals het natuurgebied De Maat en de Rauwse Plas worden vereerd op een bezoekje waardoor deze wandeling eigenlijk in het teken staat van het water. Want naast de menselijk uitgegraven putten zijn er ook een boel natuurlijke vennen te vinden op deze wandeling. Helaas testen sommige lange stukken rechtdoor iets te hard het geduld, maar niettemin is dit misschien wel de mooiste wandeling van de Noorderkempen.   

Link: Niet beschikbaar

6. Sint-Martens-Voeren - Maastricht (etappe 2 van wandeltweedaagse Aachen – Maastricht)
Midden november waag ik me aan een tweedaagse wandeling tussen het Duitse Aken en het Nederlandse Maastricht en beide etappes scoren heel erg hoog op mijn lijstje. De tweede etappe weet me ontzettend te verrassen door het erg mooie stuk in het Nederlandse Savelsbos waar ik gedurende negen kilometer mijn ogen de kost geef. Archeologische sites gaan hier hand in hand met kleine kloven, steengroeves en soms verraderlijke hellingen. Het moge wel duidelijk zijn dat dit Nederland op zijn steilst is. Het begin van de route pakt uit met mooie kalkgraslanden en terrashellingen waardoor deze wandeling kan omschreven worden als natuurlijke schoonheid. Er zijn net wat te veel verharde wegen bij het begin en het einde van het route wat voorkomt dat deze wandeling hoger scoort in mijn lijstje. Maar een zesde plaats zegt genoeg over hoeveel ik genoten heb van deze etappe.  

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2678841606

5. De Grote Oversteek 2025 – Vlaamse Ardennen – 36 km
Derde maal is scheepsrecht en met deze editie van De Grote Oversteek wandelt deze georganiseerde route van Landschap VZW de top vijf in. Wat me bij deze wandeling vooral is bijgebleven, zijn de prachtige bossen in de Vlaamse Ardennen. Het ene loofbos is zo mogelijk nog prachtiger dan het andere, zeker in de lenteperiode wanneer rond begin mei de natuur volop in bloei staat. Met 36 kilometer en een alleraardigst aantal hoogtemeters vindt ook de sportief getinte wandelaar zijn gading bij deze editie. De mooiste passage bevindt zich misschien wel bij het begin van de wandeling waar ik in de vroege ochtend bijna alleen langs het mooie riviertje de Mark stap. Deze route is een aaneenschakeling van het mooiste wat deze streek te bieden heeft waar iedere wandelliefhebber kirt van plezier. Betere reclame dan dit om me in te schrijven voor een volgende editie bestaat er eigenlijk niet.  

Link: Niet beschikbaar

4. Le Grand Chemin du Luxembourg (Originele Wandelingen)
Enkele jaren geleden was de website Originele Wandelingen hofleverancier van dienst voor wandelingen in mijn jaarlijkse top tien. De website lijkt uit mijn vizier te zijn verdwenen, maar niet helemaal. Nieuwe wandelingen worden door mij erg enthousiast opgepikt zoals deze Ardennenstapper die uitblinkt in natuurpaden. De route is misschien niet zo spectaculair als de echte klassiekers van Originele Wandelingen, maar weet me wel te bekoren door de vele gras- en bospaadjes die bijna terug zijn opgeëist door Moeder Natuur. Vooral een educatief pad dat haast letterlijk het bos induikt met een nagenoeg verdwenen pad tovert een glimlach op mijn gezicht. Hier en daar is er ook een beekvallei te vinden, net zoals een mooie rotsformatie. Deze dingen vormen niet de hoofdmoot van deze route, maar zijn wel een mooie afleiding naast de vele natuurpaden. Meer moet dat dus niet zijn.

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2633739139

3. Aachen - Sint-Martens-Voeren (etappe 1 van wandeltweedaagse Aachen – Maastricht)
Een stukje Ardennen in Nederland, zo voelt deze tweeledige treinstapper aan die me brengt van Aken naar Maastricht. Dit internationaal uitje begint in het Duitse Aken waar de aanlooproute me langs enkele historische gebouwen piloteert, maar toch vooral langs parken om uiteindelijk in bos te belanden. Hier bezoek ik het drielandenpunt waar ik de grens overstap naar Nederland. Met name de schitterende valleien van de Geul en de Gulp weten me te beroeren door hun pracht. Kleine singletracks langs deze meanderende rivieren voeren me langs een fabelachtig valleilandschap. De kleine bospaadjes die langs een overwoekerd bos gaan, werken meteen ook als anti-depressiva in de ietwat sombere periode van midden november. Het eindstuk in de omgeving van Voeren geldt als een logisch einde met opnieuw avontuurlijk getinte paadjes en een passage langs een weiland. Deze route scoort hoog over de gehele lijn en verovert daarom de derde plaats van 2025. 

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2677803341

2. Kora tussen Pabonga-klooster en Sera-klooster in de Himalaya
In september en oktober heb ik een dertigdaagse reis gedaan van Beijing naar Delhi waar ik Tibet heb bezocht en deze wandeling staat met stip op nummer één genoteerd als hoogtepunt waar ik naar uitkijk. Boeddhistische kloosters, nonnen, bidplaatsen, stupa's, hemelbegrafenissen, gebedsvlaggetjes en rotsschilderingen: met name het culturele gehalte scoort heel erg hoog op deze wandeling. Het Tibetaans plateau is verrassend droog, waardoor natuurschoon op de tweede plaats wordt verdrongen op deze kora (zeg maar een boeddhistische bedevaart) tussen twee kloosters. De tamelijk kale rotsen en het verre uitzicht over Lhasa bezorgen me toch wel kippenvel. Met een Tiktok-verslaafde Tibetaanse gids (verplicht in Tibet!) die later geconstipeerd blijkt te zijn, wordt het ook een totaal andere ervaring dan anders. 

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2594575140

1. Shivapuri Peak (Nepal)
Mijn meest bijzondere wandeling van dit jaar en ik denk zelfs van mijn volledige wandelcarrière is deze route in Nepal. Is de beklimming naar de top van Shivapuri dan zo bijzonder? Nou, ja en nee... Het is vooral door samenloop van omstandigheden waarom ik deze plek zo fantastisch vind. Het begint met mijn taxichauffeur die later gids wordt. Het blijkt dat ik een gids nodig heb, anders kom ik het nationale park niet in. De brave ziel werpt zich op als vrijwillige gids. Hij vertelt over zijn dorpje, zijn voormalige loopbaan als kok in Saudi-Arabië en over morele volksverhalen uit het boeddhisme. Dat zijn ervaringen die je niet met geld kan betalen. Hoogstens met appreciatie. Onderweg kom ik nog een sadhu tegen, een soort van kluizenaar. Die verblijft daar omdat daar de bron van de Bagmati (de Baghdwar) zich bevindt, voor de hindoes één van de heiligste plekken in Nepal. Onderweg kom ik nog een nonnenklooster tegen en verscheidene schrijnen. Het regenwoud is gehuld in een dikke pak mist waardoor het me doet denken aan de Blue Mountains, één van mijn mooiste wandelingen van vorig jaar. De vele trappen steken me wat tegen en de afdaling naar beneden is wat repetitief omdat ik hier ook al was bij de beklimming. Maar geen enkele andere wandeling dit jaar heeft mijn zintuigen zo geprikkeld als deze 1200 meter hoge klim naar Shivapuri. Dit is zowel letterlijk als figuurlijk een topwandeling.   

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2606358569

Besluit
Hoe mooi de Ardennen en de Hoge Venen ook mogen zijn, tegen Tibet en Nepal is er weinig wandelkruit gewassen als het aankomt op topervaringen. Verrassend genoeg is het niet de natuur die me overspoelt met emoties, maar eerder het culturele aspect. Van de kora in Tibet wist ik dat het een bijzondere ervaring ging worden. Die had ik namelijk tot in de puntjes uitgewerkt. Daarom is mijn Nepalese ervaring bij Shivapuri Peak misschien wel mooier en lonender, omdat het totaal spontaan is gebeurd. Dit zijn geen ervaringen die je kan plannen, het zijn enkel dingen die je kan overkomen. En dat is misschien wel het mooiste compliment wat ik kan geven aan een wandeling. 

Qua natuurpracht scoren de Belgische wandelingen verrassend hoog en zou ik enkele van deze routes misschien wel hoger plaatsen dan de nummers één en twee op mijn lijstje. Zelfs het traject tussen Eupen en Signal de Botrange is wat mij betreft mooier dan mijn Tibetaanse kora. Het zegt veel over de natuurpracht die we in België (en buurlanden) hebben, maar niet meteen weten dat we hierover beschikken. Daarom is de voor mij onbekende streek tussen Aken en Maastricht een erg grote meevaller geworden. Net zoals de drie wandelingen die ik met Landschap VZW heb gedaan: twee keer georganiseerd via de Grote Oversteek en één keer met een aangekochte GPX. 

Objectief gezien is dit wellicht mijn minst mooie wandeljaar sinds ik ben begonnen met wandelen, maar subjectief gezien wel de meest bijzondere. Wint ratio het van emotie of omgekeerd? Ik weet zelf niet wat voor profiel wandelaar ik ben en dat is misschien maar goed ook.  

woensdag 17 december 2025

De twintig mooiste wandelroutes van 2025 (deel één)

Nog nooit heb ik zoveel gewandeld als in 2025, nog nooit ben ik zo weinig in het buitenland geweest als in 2025. Deze keer geen dramatische bergpieken uit het verschrikkelijk hoge Karakoram-gebergte of subtropische wandelingen in Nieuw-Zeeland. Wel een voornamelijk Belgisch wandelrepertoire en dat stelt zeker niet teleur. De Ardennen zijn naar goede gewoonte goed vertegenwoordigd, maar ook in 2025 heb ik gezien dat de kust een mooie plek is om wandelingen te maken. 

Net zoals in 2024 heb ik geen trekkings gedaan, maar ik heb wel enkele dagetappes van Belgische langeafstandswandelingen gedaan. Dit jaar heb ik eveneens een aantal treinstappers gedaan en het mag geen verrassing heten dat er paar dit lijstje hebben gehaald. Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat het niveau van dit jaar een beetje minder is dan de overige jaren, maar daartegenover staat dat het niveau van deze top twintig wel bijzonder consistent is. Ik durf deze wandelingen blind aan iedereen aanbevelen, maar de echt grote klassiekers zijn enkel weggelegd voor de top twee. 

20. Rondje Averbode
Pelgrims maken een bedevaart naar Scherpenheuvel, maar wandelaars maken steevast een bedevaart naar Averbode. Het is één van de bekendste wandeloorden in Vlaanderen en geheel terecht. Op slechts een paar kilometer van elkaar vind je een heel scala aan diverse landschappen: landduinen, broekbos, wetlands, vennen, heide, beekvalleien, getuigenheuvels en beemden. Vlaanderen in het klein. In dit bosrijke gebied ben je wel zelden alleen, zeker in het weekend. Voor rust ben je dus beter op een ander adres. Maar er zijn weinig plaatsen in Vlaanderen waar je zoveel kan zien op zo weinig tijd en afstand. Dan is een klein beetje drukte een kleine prijs om te betalen. 

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2127476819

19. Treinstapper Blankenberge - Sluis
Op een zwoele zomerdag zocht ik koelte nabij de kust waar ik de slotetappe van de Kustroute GR5A afhaspelde en daar improviseerde ik een slot bij dat me naar het Nederlandse stadje Sluis bracht. Deze route heeft helaas enkele minpunten: de haven van Zeebruge ontsiert de wandeling een beetje en er is ook een - volgens mij - te lange doortocht langs een residentiële zone in Knokke. Dat deze wandeling toch in dit lijstje staat, zegt dan veel over de kwaliteiten van de andere stukken. Ik werd verliefd op de duinstruwelen, genoot van de fauna bij Het Zwin, liep verloren in de wirwar van paadjes bij het Blinckaertduinbos, vond rust bij de oorverdovende stilte van het polderlandschap en toonde mijn fotografiekunsten met de bunkers uit WO II die je hier en daar nog vindt. Met dertig kilometer is dit geen korte wandeling, maar er valt volop te genieten én na te denken op deze route. 

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/stationsstapper-blankenberge-sluis-221786462

18. Verviers - Eupen (GRP573)
Eigenlijk wilde ik in Pepinster vertrekken om deze etappe van de streek-GR 573 te wandelen, maar de NMBS had de vervangbus goed verstopt en daarom werd Verviers mijn startplaats. De aanlooproute kent - net zoals de uitlooproute - weinig wandelplezier en het duurt een paar kilometer om de eerste plukjes natuur te mogen ontvangen. Dat wordt wel in één keer goed gemaakt met wat spectaculairdere stukken rondom het toeristische dorpje Limbourg dat zich in het midden van deze route bevindt. De paadjes zijn hier wat wilder en ongerepter dan bij de rest van het parcours. Ook enkele leuke passages door weides zorgen voor wat variatie. Als totaalpakket zijn de vorige twee wandelingen wellicht meer consistent, maar deze route biedt meer hoogtepunten en belandt daarom op plek achttien.  

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2499914254

17. Bosanemonen bezoeken in Bertembos
Eén van de mooiste lentewandelingen die je in Vlaanderen kan doen, is deze relatief korte treinstapper die zowel begint als eindigt bij het station van Bertem. Ik heb deze wandeling eind maart gedaan en dan zien je duizenden en duizenden bosanemonen die het Bertembos als een tapijt bedekken. De witte bloempjes zijn de grootste attractie van deze wandeling en dat is ook de reden waarom deze route zo hoog scoort. Nochtans is het ook in andere periodes een mooi parcours met kleine en verrassende bospaadjes of grote, holle wegen. Dit is niet de meest gevarieerde wandeling die ik dit jaar heb gedaan, maar wel één van de grootste meevallers.   

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2134333829

16. NP Hoge Kempen Trail – Etappe 1: Kattevennen (Genk) - Pietersheim (Lanaken)
Ik weet niet waar het land van de bevers ligt, maar ik ken wel een regio waar veel van deze knaagdiertjes zitten: op deze etappe. Het is theoretisch gezien (het einde van de) winter wanneer ik deze wandeling doe en de weinige regenval wordt hier extra bijgehouden door de vele beverdammen. Het is een mooie omgeving, maar het vergt wel wat springwerk om de vele plassen te ontwijken. De rest van de wandeling is minder avontuurlijk met veel statige wandeldreven die me door een mooi, maar soms eentonig landschap loodsen. Het begin is echter wel verrassend gevarieerd en het einde verrast met toffe doorsteekpaadjes. Deze etappe bevestigt waarom ik het National Park Trail als de mooiste langeafstandswandeling van Vlaanderen beschouw. 

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/np-hoge-kempen-trail-etappe-1-kattevennen-genk-pietersheim-lanaken-204363417

15. Wandelroute Brabantse Biesbosch – Nationaal Park De Biesbosch
Een wandelroute waar ik erg naar uitkeek, is deze route die zich bevindt op de provinciegrenzen van Zuid-Holland en Noord-Brabant. Biesbosch is naar verluidt de grootste binnenlandse delta van Europa en is dus een mooie regio. Niet alleen om te wandelen, maar ook om te fietsen. De wandeling van ruim negentien kilometer staat in het teken van water: waterlopen, kanaaltjes, vijvers en vennen die uiteraard worden aangevuld met eilandjes, weilanden en bosjes. Dit mozaïeklandschap krijgt wat menselijke hulp om te schitteren, maar dat is geenszins een nadeel. Integendeel, het past bij deze wandeling waar mens en natuur proberen in harmonie samen te leven. En hier lukt dat best goed.   

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2169646391

14. NaturWanderPark delux Nat'Our Route 1
Het Groot Hertogdom Luxemburg is altijd wel goed voor een paar wandelingen in dit soort lijstjes van mij. Deze keer is deze wandeling van dertien kilometer de enige zoon die het hertogdom uitzendt. Het is een eerder korte luswandeling die de Our, een rivier, volgt. Ondanks best wat kilometers op verharde wegen ben ik vooral onder de indruk van enkele spectaculaire bergpaadjes en de mooie uitzichten. Vooral de eerste helft weet me te overtuigen door haar wilde karakter. Deze route kent niet zoveel hoogtemeters, maar een beklimming van zeventig meter op het einde bezorgde me toch wel wat zweetparels. Met wat meer spectaculaire hoogtepunten had deze wandeling in de top tien kunnen eindigen, maar is ook in deze vorm niet te missen. 

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2172330206

13. Treinstapper Chaudfontaine – Trooz
Ook Wallonië kent een mooie lentewandeling. Namelijk deze treinstapper tussen Chaudfontaine en Trooz in de regio van de Vesder. Het is in deze streek waar de overstromingen in 2021 lelijk hebben huisgehouden. Nu wordt deze streek overstroomd met daslook, want ik zie letterlijk miljoenen van deze bloemen onderweg. Deze wandeling fleurt dus vooral op in de lente met de aanwezigheid van daslook, maar kent daarnaast ook andere kwaliteiten zoals kleine bospaadjes en tamelijk veel hoogtemeters. Ik begin steeds meer deze streek te waarderen als wandelregio en dat komt door wandelingen zoals deze, ook al blinkt ze niet uit in variatie. 

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2206542777

12. Mini-marathon des Sables rondom De Panne
Als je op zoek bent naar een beetje avontuur, vind je dat volop in het duinenlandschap van De Panne. Ik was hier om opnieuw te ontsnappen aan de binnenlandse hitte van deze zomer, maar dit was misschien nog wel erger. In zowel de positieve als negatieve zin. Het duinenlandschap richting Frankrijk is een schitterende omgeving om in te verdwalen, maar ook best wel lastig om er door te komen. Elke meter gaat wel omhoog of omlaag en ik torste bijna letterlijk kilo's zand mee in mijn wandelschoenen. Maar het duinenlandschap is hier zo mooi dat ik het er graag voor over heb. Zelfs bij dertig graden. Bij de Franse duinen is het soms wel zoeken naar de juiste weg, maar hier is alles nog een tikkeltje groter en spectaculairder dan in De Panne. De duinenrand van de tweede helft spreekt minder tot de verbeelding, maar biedt wat rustmomenten na de inspannende eerste helft. 

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2418100340

11. Eupen - Botrange (Venntrilogie)
Op de beschrijving van deze route beweer ik dat ik als wandelaar nog niet dichter ben gekomen bij een nirvana-ervaring dan bij deze wandeling. Qua compliment kan dit tellen. Het veengebied rondom de Helle behoort tot de allermooiste stukjes van België en misschien zelfs in Europa wat ik al wandelend heb gezien. Turfafzettingen, veenmossen, struikvegetatie, grote varens en zompige grond doen me soms alleen op de wereld wanen bij deze wandeling. Maar de route kent ook wel een lange uitlooproute die toch aan de saaie kant is. Bij de lange grindwegen rechtdoor tel ik af totdat het eindpunt is bereikt. Ook het veenlandschap lijkt soms monotoon door de lange vlonderpaden, maar is wel België op zijn mooist. De eindroute is eerder België op zijn Belgiëst: half verhard met weinig inspiratie. Dit is dus een route waar ik keihard van heb genoten, maar ook keihard zuchtte om het eindpunt te bereiken.   

Link: https://www.komoot.com/nl-nl/tour/2495895073