dinsdag 19 april 2022

Een verlengd weekend in de Elzas

Weet je wat de hoofdstad van de Europese Unie is? Brussel zal ongetwijfeld je antwoord zijn en dat is ook volledig waar. De Europese Commissie zetelt namelijk in de Belgische hoofdstad, maar doet dat ook in Straatsburg. Dat was een symbolische keuze omdat deze stad de brug vormt tussen Frankrijk en Duitsland en een mengelmoes is van beide culturen. Bij verlenging kan je dat eveneens zeggen over de regio van de Elzas waarvan Straatsburg de hoofdstad is. Hoewel deze regio momenteel resideert op Frans grondgebied, maakte het meer dan duizend jaar deel uit van het Heilige Roomse Rijk, zeg maar Duitsland avant la lettre. Een goede keuze dus om hier een verlengd weekend door te brengen in Pasen. 
 

Even voorstellen
De streek van de Elzas bevindt zich dus vlakbij de grens met Duitsland en is vooral gekend omwille van zijn talrijke wijngaarden. Wijnen zoals Pinot, Riesling en Chardonnay vinden hun oorsprong in dit gebied. Ook het toerisme is een belangrijke bron van inkomsten dankzij de tientallen charmante dorpjes en steden die je hier terugvindt en je doet terugdenken aan de Middeleeuwen. De bontgekleurde vakwerkhuisjes vind je in vele dorpen en de buurt van Colmar in het bijzonder. De sportief getinte toerist vindt in de Elzas ook zijn gading met dank aan de Vogezen, een middelgebergte dat zich uitstekend leent om te wandelen en te fietsen.

Mijn uitvalsbasis voor een vierdaags weekend is Colmar dat wereldberoemd is omwille van de kleurrijke huizen in eclectische stijl die rechtstreeks uit de Middeleeuwen lijken weggelopen te zijn. Bij mijn eerste passage door Colmar word ik van mijn sokken geblazen door de ongeëvenaarde sprookjesachtige sfeer van het historisch centrum. Bovendien is Colmar maar een steenworp verwijderd van andere dorpen op de Route des Vins en andere trekpleisters. Straatsburg en Mulhouse, de andere grote steden van Elzas, zijn wat verder verwijderd, maar maken geen deel uit van mijn plannen. 

Dag 1
In de (heel) erg vroege ochtend begeef ik me richting Colmar en na ongeveer 5,5 uur quasi non-stop rijden, beland ik in Kaysersberg. De namen in deze streek verloochenen hun Duitse origine niet en dat is bij Kaysersberg niet anders. Dit dorpje is één van de vele charmante dorpen in de buurt, maar beschikt over extra troeven die de naburige dorpen niet hebben. Zo loopt er een klein riviertje door het historisch centrum en is er een bathaus gevestigd dat tegenwoordig dienst doet als souvenirshop. Ik zie de kleurrijke vakwerkhuisjes hier voor een eerste keer, maar het mist wel de grandeur van Colmar dat ik later op de avond zie. Wel beschikt Kaysersberg over een half vervallen kasteel, Schlossberg, waar je even halt kan houden. Dit vervallen kasteel kijkt uit over de wijngaarden en is daarom een mooi startpunt voor een wandeling rondom deze wijngaarden. 

Helaas is in het midden van april enkel de wijnranken te zien en staan de druiven nog niet in bloei. Dat neemt niet weg dat een wandeling langs deze wijngaarden een aanrader is in een licht heuvelachtig landschap. Het is niet mogelijk om door de wijngaarden zelf te stappen, maar een passage ernaast geeft ook een goed beeld over de uitgestrektheid van dit gebied. Zelf opteerde ik voor een iets stevigere wandeling die me halfweg naar een naburige top leidt. Een stevige beklimming van zo'n honderd meter in de vlakke zon laat het zweet parelen op mijn voorhoofd. De rest van de wandeling is vrij gewoontjes, maar toch kan ik genieten van deze wandeling, mede dankzij het schitterende weer in dit weekend. 

's Avonds trek ik voor een eerste keer richting Colmar waar ik dus geïmponeerd ben door het Middeleeuws aandoend centrum. Met name de buurt van Petite Venise is 's avonds een lust voor het oog. Vele andere toeristen zijn eenzelfde mening toegedaan, want op deze vrijdagavond is het over de koppen lopen en geduld uitoefenen met mensen die dikwijls stoppen om de foto van hun leven te nemen. Ik kan het ze niet kwalijk nemen, want ik doe exact hetzelfde. Het etentje in de buurt van Petite Venise is nog verrassend democratisch qua prijs en een goede afsluiter voor een eerste dag in de Elzas. 

Dag 2
Eigenlijk was het de bedoeling om dag twee Colmar te verkennen, maar dat heb ik al gedeeltelijk gedaan de dag er voor. De stadswandeling die ik 's ochtend doe, komt dus soms verrassend bekend voor. Bij deze wandeling gaat de meeste aandacht naar het gedeelte buiten Petite Venise wat ik nog niet verkende. De eclectische bouwstijl van sommige panden zoals het Maison des Têtes en Maison Pfister bezorgen me een brede glimlach op het gezicht. Regelmatig vind ik ook informatieborden op mijn weg die wat meer vertellen over bepaalde gebouwen en straten. Ook de overdekte markt is een bezoekje waard, net zoals de straten eromheen. Toch is het historisch centrum van Colmar niet zo groot en heb ik op een tweetal uur alles al gezien. Ik dacht een hele dag te verblijven in Colmar, maar dat is toch wat te ruim geschat. 
Toch verlaat ik Colmar niet onmiddellijk aangezien ik ook een bezoekje breng aan het Unterlinden Museum. Dit museum heeft niet meteen bepaalde thema's, hoewel de meeste werken afkomstig zijn van schilders en artiesten uit de omgeving van de Elzas. De werken van Martin Schongauer - zelf afkomstig van Colmar - nemen een centrale plaats in. Het gaat hier niet enkel om schilderijen, maar ook gravures en houtsnijwerk. De gehanteerde stijl is schatplichtig aan dat van de Vlaamse meesters, maar dat is misschien toch wat eufemistisch voor werken die het detail van Rubens & co amper bereiken. Ook enkele imposante altaarstukken zijn in het museum - een omgebouwde kerk - te bezichtigen. Op de kelderverdieping zijn er ook nog andere collecties te bezichtigen, maar tegen dan was mijn interessepeil al tanende. 

In de namiddag wordt het cultureel gehalte opgeschroefd dankzij een geïmproviseerd tour van de Route des Vins. Ik bezoek de dorpjes Hunawihr, Riquewihr en Eguisheim die allemaal deel uitmaken van de Route des Vins. Over het bezoek aan Hunawihr kan ik vrij kort zijn: enkel de kerk met de originele muur uit de dertiende eeuw is de moeite waard. Voor het overige is het dorpje simpelweg te klein om de interesse lang vast te houden. Het naburige Riquewirh is wat groter en kent een veel groter verloop qua toeristen. In dit ommuurde dorpje zijn er meer huizen te ontdekken en is het wat gezelliger. Mijn persoonlijke favoriet is echter Eguisheim waar de straten lopen in cirkelvorm en je in vijf tot tien minuten wandelen terug op hetzelfde punt bent. Het doolhofachtige ontwerp van het dorp is uniek en kan ik daarom wel waarderen. Hoe mooi deze dorpjes ook zijn, na drie bezoeken wordt het toch wat monotoon.   

Dag 3
Na twee dagen slow travel is het tijd voor een actievere dag met een wandeling naar de Taennchel, een top in de Vogezen die ligt bij het dorpje Ribeauvilé. Het startpunt zorgt meteen voor kopzorgen, want bij aankomst blijkt dat een doorgangsweg niet bestaat. Ik kies dan voor de meest praktische oplossing en begin vroeger aan deze wandeling. Dat betekent meteen een erg stevige beklimming van zo'n tweehonderd meter hoogte op amper een halve kilometer. Het zijn in ieder geval de steilste hoogtemeters die ik dit jaar al heb gedaan. Na twee kilometer wandelen bereik ik eindelijk het oorspronkelijke standpunt en start de wandeling pas echt. De eerste twee kilometer zijn echter geen straf, want de beklimming door het bos zorgt voor mooie plaatjes. De volgende kilometers gaan ook omhoog, maar een stuk minder steil en daarom een stuk minder zwaar. 

Als beloning wacht een erg mooi stuk langs de top van de Taennchel dat grossiert in stenen en rotsen. Er zijn enkele mooie uitkijkpunten die prachtige panorama's opleveren, maar de echte pracht zit toch op de Taennchel zelf waar ik oprecht kan genieten van de verschillende landschappen die deze berg herbergt. Op onverwachte momenten duikt er een klein heidelandschap op of spring ik van steen tot steen bij de verschillende rotsgebieden. De afdaling is van een minder allooi met op het einde lange grindwegen die weinig inspirerend zijn. Het moeilijkste heb ik - onbewust - bewaard voor het laatste want op de terugweg gebruik ik een pad dat bezaaid is met stenen, takken en gevelde bomen. Het heeft meer weg van een hindernissenparcours dan een pad, wat het eigenlijk ook niet meer is. 

Uitblazen doe ik bij het nabijgelegen Ribeauvilé, opnieuw één van de dorpjes dat deel uitmaakt van de Route des Vins. Net zoals de andere dorpen vind je hier een gezellige drukte waarin een enthousiaste menigte zich beweegt door het historisch centrum. De gehanteerde succesformule is ook hier hetzelfde met enkele wijnhuizen, veel restaurantjes en de talrijke vakwerkhuisjes. De vraag is echter wat Ribeauvilé onderscheidt van al die andere dorpjes en daar moet ik het antwoord schuldig op blijven. Of het moet het prachtige kasteel Haut-Koenigsbourg zijn dat zich hier vlakbij bevindt. 

Dag 4
Het kasteel Haut-Koenigsbourg had ik gepland om in de ochtend te bezoeken, maar een snelle zoektocht op het internet leert me dat het kasteel pas om half elf opent op maandag en dat is toch wel laat wanneer er een lange terugtocht naar België op me wacht. Ik had heel graag dit kasteel bezocht, maar de autorit terug had ik toch echt wel graag in twee stukken gekapt om de vermoeidheid wat tegen te gaan en dan past dit late kasteelbezoek helaas niet in het programma. In plaats daarvan vertrek ik om negen uur en zet ik koers naar Esch-sur-Alzette in Luxemburg. Dit plaatsje is in 2022 één van de culturele hoofdsteden en beschikt over een voormalige staalmijnsite. Tegenwoordig doet deze plek dienst als terrein voor mountainbikeliefhebbers, maar ook wandelaars komen aan hun trekken op deze terres rouges.

Het terrein in Esch-sur-Alzette kleurt namelijk rood door het ijzererts dat hier te vinden is en werd in een reportage in het Nederlandstalige National Geographic Magazine omschreven als een stukje Australië in Luxemburg. Dat is misschien wat overdreven, maar de wandeling hier verrast me aangenaam. Dat doet het overigens niet bij de eerste twee kilometer, want die durf ik zelfs als saai bestempelen. Het is pas wanneer ik besluit om een mountainbikeroute te volgen dat de echte schoonheid van deze wandeling komt opduiken. Op een slingerachtig pad door een bos in bloei wandel ik naar een open vlakte waar het rode zand een hoofdrol vertolkt. Toch wel een beetje outback dus in dit deel van de Luxemburg.

De rest van de wandeling borduurt hier op voort met mooie passages door bos en kleine heuvelruggen in een verrassend gevarieerd landschap. Een stukje dat in het oog springt is een kunstmatig aangelegde steenheuvel waar ik over een smal pad wandel. Wellicht bedoeld voor mountainbikers, maar als wandelaar is dit zeker even spectaculair. Het einde kent wat te veel verharde wegen naar mijn zin, maar is niettemin een waardige afsluiting voor een mooie wandeling die eerder saai begon. 

Conclusie
De streek van de Elzas heeft me erg aangenaam verrast en met name Colmar met zijn sprookjesachtige sfeer is het bezoeken waard. Dat voordeel is meteen ook het grootste nadeel van de Elzas: de pittoreske dorpjes worden op den duur toch wel wat eentonig. Daarom is toch wel aan te raden om cultuur regelmatig af te wisselen met natuur. Een museumbezoekje kan dus zonder problemen gecombineerd worden met een wandeltocht in de Elzas of een fietstocht op de Route des Vins. Hoe prachtig deze streek ook is, het mist toch een beetje de variëteit van Normandië en is daarom ideaal om te doen op een verlengd weekend, maar - wat mij betreft - toch moeilijk aan te raden voor een volledige week.     

zondag 6 februari 2022

Het binnenpretpark van Chocolate Nation

Heb je ooit willen weten hoe chocolade wordt gemaakt? Indien het antwoord positief is, kan je terecht in het Antwerpse Chocolate Nation. Dit is een belevingsmuseum dat zich vlakbij het centraal station van Antwerpen bevindt en met behulp van een prachtige presentatie uitlegt hoe de wondere wereld van chocolade in elkaar zit. En met een inkomprijs van 18,9 euro verwacht je dat misschien ook wel... 

Inkomprijs
Je kan er niet naast kijken, de inkomprijs van 18,9 euro is wel heel erg veel geld voor een museum. Dat is te wijten aan een aantal oorzaken. Het museum is volledig privaat beheerd en krijgt geen steun of subsidies van een overheid. Bovendien bevindt de locatie zich in een duur pand vlakbij het Astridplein en de pretparkachtige presentatie kost ook handenvol geld. Dat zijn allemaal factoren die bijdragen aan een nogal stevige inkomprijs. De vraag van één miljoen is dan of dit de ervaring ook beter maakt. Zelf ben ik er nog niet helemaal uit. 

Chocolate Nation is gehuisvest in een prachtig pand en bezoekers worden door een aantal medewerkers vakkundig opgevangen. Kinderen zijn een veel geziene gast in dit museum en achteraf realiseer ik me waarom. De opzet van Chocolate Museum kent namelijk een gelijkaardig principe zoals bij een pretpark. Het museum bestaat uit een aantal kamers en bij elke kamer wordt er een korte demonstratie gegeven over een bepaald aspect. Bij het begin gaat dit over de cacaoboom en wat later over het productieproces van chocolade. Een audiogids helpt bij het vertellen van deze verhalen en wanneer dit is afgerond ga je met je groepje naar de volgende kamer waarop dit patroon zich opnieuw herhaalt. Kinderen zullen smullen van deze aanpak want het werkt simpel en efficiënt. Zelf erger ik me echter aan het feit dat ik zelf mijn eigen tempo niet kan bepalen en het informatieve karakter is vaak aan de oppervlakkige kant. Erg mooi allemaal, maar de inhoud laat soms te wensen over, vind ik. 

Vergelijking
Het Jenevermuseum in Hasselt heeft een gelijkaardige inhoud in die zin dat het een consumptiegoed centraal plaatst en als ik beide musea vergelijk, verkies ik toch echt wel de oubollige aanpak van het Jenevermuseum. Hier is de inkomprijs een schijntje van de bijna twintig euro, kan ik rustig op mijn eigen gemakt alles bekijken en hoewel de presentatie soms armoedig is, vind ik er een zondvloed aan informatie. Bij Chocolate Nation wordt er op één paard gewed: dat van de multimedia. Zelf ben ik fan van audiogidsen als aanvullende bron van info, maar hier is het de enige bron van informatie. 

Ik ben dus geen fan van het style over substance principe, maar zelfs ik moet zeggen dat de presentatie echt wel enorm goed is gedaan. Kamers zijn prachtig vormgegeven, videos worden getoond uit vogelperspectief en demonstraties van machines en processen worden piekfijn uitgevoerd. Het pretparkgevoel wordt na een half uur wel afgezwakt, want dan kan je wel op eigen ritme de ruimtes verkennen. Met de audiogids kan je namelijk verscheidene plaatjes aanraken die dan meer vertellen over een bepaald onderwerp. Aangezien het thema van Chocolate Nation Belgische chocolade is, vind je veel info terug over enkele bekende namen zoals Neuhaus, Leonidas, Callewaert en anderen. Nadeel is wel dat het museum relatief klein is, maar ook erg populair. Een contradictie die resulteert in een grote drukte. 

Proeven
Het laatste gedeelte van het museum bestaat uit een proeverij waar je als bezoeker de mogelijkheid krijgt om verschillende soorten chocolade te proeven. Uiteraard zijn er de bekende varianten zoals pure chocolade en melkchocolade, maar sinds 2017 bestaat er met de Ruby ook een nieuwe variant. Ik was er in ieder geval niet vanop de hoogte, maar na het proeven, stel ik wel vast dat ik niet veel mis. Erg smaakvol vond ik het goedje namelijk niet. En zoals het een zichzelf respecterend pretpark betaamt, vind je hier ook een grote commerciële ruimte waarin chocolade en aanverwanten worden verkocht. Zelf kon ik me niet snel genoeg uit de voeten maken uit deze museumshop... 

Conclusie
Bij de deuropening van Chocolate Nation prijkt het museum trots met het certificaat van Marketing Award 2019. Het illustreert waar de prioriteiten van Chocolate Nation liggen. Hoewel het zeker en vast voldoende informatie biedt, is het wel duidelijk dat de Disneyfication op de eerste plaats komt. Een prachtige presentatie dus, met voldoende info en natuurlijk een grote winkel om zoveel mogelijk te verkopen. Voor kinderen wellicht interessanter dan de gemiddelde museumganger. 

zaterdag 29 januari 2022

Luisteren in het Muziekinstrumentenmuseum (MIM)

Mijn museumbezoekjes in januari waren eerder van een korte duur bij het Rubenshuis in Antwerpen en Z33 in Hasselt. Na een uurtje stond ik terug buiten, maar bij het MIM (Muziekinstrumentenmuseum) liep de urenteller op tot vier volle eenheden. Hoewel dit geen klein museum is, heeft de vier uur durende visite niets te maken met de omvang van het gebouw en de collectie, maar wel met de interactiviteit. Je krijgt namelijk een audiogids mee met ongeveer tweehonderd luisterfragmenten. En als je die allemaal wil beluisteren, ben je dus een paar uurtjes zoet. 

Old England
De kunst bij dit museum staat misschien al aan de buitenkant, want de architectuur van het gebouw verdient toch ook wel aandacht. Het MIM is namelijk gehuisvest in een voormalig warenhuis van Old England dat in 1899 opgetrokken is in art-nouveaustijl. Dingen die opvallen zijn de grote raampartijen, de sierlijsten rondom de ramen en de vele ornamenten aan de gevels. Ook binnen valt de opulente stijl van art niveau op met een bijzonder vormgegeven lift die wel gemoderniseerd is met de technologie van vandaag. De plafonds zien er sierlijk uit en ook de ramen binnenin zijn rijkelijk versierd. De hoge hallen geven het gebouw een uitstraling dat doet denken aan een traditioneel herenhuis, maar dan maal tien. Hoe mooi de architectuur ook is, je betaalt het toegangsticket voor het bekijken van de vele muziekinstrumenten die hier worden tentoongesteld. 

En dat toegangsticketje is niet goedkoop: vijftien euro. Dat is dus wel een vrij stevige prijs voor een museumbezoek, maar als je het rustig aan doet, kan je hier letterlijk uren ronddwalen. Veel heeft te maken met de audiogids die ongeveer even groot is als een smartphone. Ongeveer 1200 muziekinstrumenten zijn in de collectie opgenomen waarvan tweehonderd voorzien zijn met een muziekfragment. Je typt een nummer in dat overeenkomt met het desbetreffende instrument en je krijgt meteen een fragment te horen hoe het instrument in kwestie klinkt. Af en toe staat er ook wat extra uitleg bij in tekstvorm en heel sporadisch is er een beeldfragment. Toch moet ik zeggen dat het informatieve aspect toch wel het zwaktebod is van het MIM. Er staan wel regelmatig panelen die meer info geven, maar graag had ik toch wat meer info gehad bij de audiogids zelf. 

Vier verdiepingen
Het museum telt vier verdiepingen dat begint bij de kelderverdieping en verder gaat tot de tweede verdieping. In de kelder worden de mechanische instrumenten getoond en dit is wellicht de minst interessante etage van de vier. Dat is te wijten aan de geringe hoeveelheid instrumenten in vergelijking met de andere etages. Toch staan hier wel enkele interessante instrumenten die opvallen door hun grootte zoals onder andere enkele bellen en draaiorgels. Er wordt ook even kort stilgestaan bij de geschiedenis van beiaarden. De eerste elektronische instrumenten worden hier eveneens belicht, al heb ik hier persoonlijk weinig interesse voor. De eerste grammofoonspelers vind ik dan wel weer de moeite.  

Op het gelijkvloers worden de traditionele muziekinstrumenten getoond en op deze verdieping ben ik het langst gebleven. Het museum concentreert zich niet enkel op Europese of westerse muziek, maar de collectie bevat ook instrumenten uit Afrika, India, Korea, China, Tibet en andere landen. De westersgetinte instrumenten bezichtigen is uiteraard leuk, maar de echt leuke exemplaren komen toch uit de meer exotische landen omdat je daar als Europeaan toch vaak minder van kent. Vooral de snaarinstrumenten uit India kunnen me heel erg hard bekoren. Tijdens mijn bezoek wordt ook duidelijk hoe eurocentrisch de maatschappelijke visie over hedendaagse muziek is. Veel van de muziekinstrumenten die vroeger of nu populair zijn, vinden hun oorsprong in het oosten, zowel het nabije als verre oosten. Als Europeaan besef je dat echter nauwelijks.  

Bij de informatiepanelen wordt me ook duidelijk gemaakt hoe hard wij in vakjes denken. Er is namelijk ook een ruimte verzameling van doedelzakken en muziekinstrumenten die in dezelfde familie zitten. Bij een doedelzak denk ik onmiddellijk aan Schotland, maar het blijkt dat de instrument in quasi heel Europa werd en wordt gebruikt en ook in België erg populair is geweest. Het is dus geen traditioneel Schots instrument dat alleen daar wordt gebruikt. Met trommels, fluiten, blaaspijpen en een heleboel snaar- en blaasinstrumenten is het gelijkvloers misschien wel het koninginnennummer van het MIM. 

Adoph Sax
België heeft ook een bekende muziekuitvinder in zijn rangen: Adolphe Sax. Die krijgt een centraal plaatsje op de eerste verdieping en een heleboel van zijn instrumenten worden hier getoond. Mijn beeld dat Adolphe Sax een anoniem iemand was die op een zolderkamertje werkte aan innovatie mag meteen overboord gegooid worden. Sax was namelijk de zoon van een rijk industrieel en paste een wetenschappelijke methode toe om het beste van verschillende blaasinstrumenten te combineren en dit resulteerde uiteindelijk in de saxofoon. Adolphe Sax heeft echter tal van andere, nieuwe instrumenten vervaardigd, maar die hebben de tand des tijds niet overleefd. 

Op de eerste verdieping wordt ook even stilgestaan bij het maken van deze instrumenten. Zo vind je er korte filmpjes over het maken van bijvoorbeeld een viool. Een deel van de ruimte wordt ook gewijd aan de geschiedenis van muziek. Het blijkt dat hier een heleboel speculatie bijzit, want jammer genoeg zijn heel veel muziekinstrumenten verloren gegaan in de tijd. Dankzij schilderijen en tekeningen in boeken weten we hoe ze eruitzien, maar helaas zijn er geen werkende exemplaren overgebleven. Anders gezegd: we hebben eigenlijk geen idee hoe ze klinken. Klaarblijkelijk werd pas vanaf de Renaissance partituren bewaard waardoor ook een heleboel liederen en andere teksten voor eeuwig zijn verloren gegaan. 

Statige verdieping
Statig
, zo mag je de stijl van de tweede verdieping op z'n minst noemen. De ruimte heeft hier een meer open karakter en dat is te danken aan de vele piano's die hier staan. Deze verdieping staat namelijk in het teken van het klavier en daarin nemen de piano en - zijn voorganger - de klavecimbel een centrale plaats in. Er wordt hier ook aandacht geschonken aan snaarinstrumenten zoals de viool, maar het zijn toch de chique piano's die het meest in het oog springen. Vooral de vleugelpiano's en enkele varianten hierop weten me te imponeren. Het statige karakter van deze verdieping is niet alleen terug te vinden in de muziekinstrumenten, maar ook in de architectuur. 

Een ruimte vlakbij de ramen heeft namelijk de allure van een kleine balzaal met een prachtig versierd, wit plafond, lichtbruine parketvloer en fantastisch vormgegeven muren en ramen. De piano's die in een afgescheiden, glazen kooi zitten, zijn op dit moment slechts bijzaak. Nog meer dan de instrumenten is de architectuur hier de echte kunst. Dat instrumenten destijds ook als kunst werden beschouwd zie je aan de mooi beschilderde vleugels van vleugelpiano's of sierlijk afgewerkte blaasinstrumenten die voorzien zijn met ornamenten. Muziek was enkele eeuwen geleden vooral bestemd voor de kapitaalkrachtigen en dat zie je. 

Conclusie
Bijna vier uur lang heb ik door dit museum gedwaald en dat is echt wel lang. Er zijn echter weinig momenten waarop ik me heb verveeld. Het informatieve aspect laat te wensen over en de toegangsprijs ligt aan de vrij hoge kant. Dat zijn de enige twee negatieve aspecten die ik kan bedenken voor een museum dat hoog staat aangeschreven in wat het doet. Je hoeft echt geen muziekkenner te zijn om te genieten van dit museum, al is het soms wel mooi meegenomen. De ruime en vooral diverse collectie zal menig bezoeker kunnen boeien en met name de exotische instrumenten verdienen wat extra aandacht.   

maandag 17 januari 2022

In het oog van de storm met Z33

Eigentijdse kunst. Hoewel ik van mezelf kan zeggen dat ik een ruime blik heb op kunst en cultuur heb ik toch weinig affiniteit met eigentijdse kunst. Vooral performance art is een kunsttak waar ik geen touw aan kan vastknopen. Vandaag ondernam ik een nieuwe poging met deze keer een bezoek aan Z33 in Hasselt dat zichzelf omschrijft als een huis voor eigentijdse kunst, ontwerp en architectuur. Ik bezocht de expo In the Eye of the Storm dat gaat over orkanen in het Caraïbisch gebied in Centraal-Amerika

Modern gebouw
Ik ben al vaak in Hasselt geweest waar het gebouw van Z33 pal in het centrum staat. Als voorbijganger ben ik hier al tientallen keren gepasseerd, maar het oubollig uitziende exterieur levert vooral negerende blikken op. Groot was dus mijn verbazing wanneer ik binnenstapte en een strak interieur aantrof met hoog plafond en een overwegend witte kleur. Dit ontwerp is te danken aan de Italiaanse architecte Francesca Torzo die verantwoordelijk was voor het nieuwe interieur na een renovatie en de bouw van een nieuwe vleugel. Hoewel het gebouw niet supergroot is, is door dit gebouw struinen één van de grootste kwaliteiten van dit museum. Een klein minpuntje bij het ontwerp vind ik de minimalistische invulling. Er zijn namelijk toch wel een aantal zalen, maar die worden amper ingevuld met kunstwerken zodat het toch wat leeg aanvoelt. 

Net zoals bij veel andere musea werkt Z33 op reservering en op de website kan je een tijdsslot reserveren. Dit zorgt ervoor dat het aantal bezoekers gering is en dat je rustig kan ronddwalen in het museum. De toegangsprijs van tien euro vond ik toch vrij stevig, zeker gezien een bezoekje maximum één uur duurt. Net zoals bij het Rubenshuis zaterdag vind ik dit toch te veel. Waar bij het Rubenshuis er best nog wel een redelijk aantal artefacten te zien waren, is het aantal kunstwerken in Z33 - op deze expo tenminste - wel bijzonder karig. De gemiddelde bezoeker zal er wellicht zo'n half uurtje over doen om alles te bezichtigen en zelfs dat is misschien nog te ruim geschat. 

Kunst met onleesbare K
De tentoongestelde werken zijn afkomstig van kunstenaars uit Caraïbisch gebied en zijn dus geïnspireerd op het vele orkaanleed dat dit gebied treft. Het grootste gedeelte van de collectie bestaat uit schilderijen en die zijn weer heerlijk abstract. Het bijgeleverde foldertje geeft wat meer info en legt uit waar je op moet letten. Bij de meeste schilderijen kan ik geen thema of motief vinden en is het moeilijk om te begrijpen wat juist de symboliek is. Niet dat ik deze werken iets tekort wil doen, maar het oogt allemaal nogal rommelig. Bij sommige andere stukken is er meer over nagedacht zoals bijvoorbeeld een weefgetouw dat door verscheidene kamers loopt. Het touw symboliseert het komen en gaan van zo'n storm en daar zit toch wel meer betekenis achter. Of het mooi is, laat ik in het midden... 

Op de bovenverdieping bevindt er zich een collectie van verschillende grote doeken dat weer uitnodigt tot een spelletje Ontdek het motief, maar in alle gevallen vruchteloos wordt afgerond door mij. In sommige van die doeken kan ik wel wat reliëf ontdekken en dan is het de kunst - pun not intended - om de technieken te ontdekken die de kunstenaar heeft gebruikt om zijn werk te vervaardigen. Het leukste gedeelte vond ik drie foto's die het leven tonen in het Caraïbisch gebied voor of na een orkaan. Wat mij betreft, zou zo'n expo een stuk interessanter zijn met straatfoto's in documentairestijl. Maar dan is het allicht geen eigentijdse kunst meer... 

Een beetje video
Om de collectie toch een interactieve toets te geven, zijn er ook verschillende video's te vinden die meer vertellen over orkaanweer en de destructieve gevolgen ervan. De eerste video is een minidocumentaire die gefilmd is op een chaotische manier (gekanteld, soms onderste boven) om zo hetzelfde gevoel te creëren als wanneer je in een orkaan bent. Wellicht met goede bedoelingen gedaan, maar het maakt het volgen van deze video onnodig complex. De tweede video bevindt zich op de bovenverdieping en is weer een meesterwerk in abstractie. Vijf personen beelden de impact van zo'n orkaan uit op een strand en één persoon symboliseert de orkaan terwijl de anderen noodgedwongen buigen. 

Op het einde van de bovenverdieping is er nog een aparte ruimte geweid aan een vaste expo die gaat over de schreeuw. Dit thema handelt over onderdrukte groepen die het moeilijk hebben in de maatschappij en dit wordt uitgebeeld in een aantal taferelen. Hier ben ik nog het langst gebleven want de constructie van drie schermen naast elkaar in een ruimte afgesloten met een rode doek was best wel apart. Het straalde een intiemere sfeer uit dan de eerder kille, witte lijnen van de rest van het gebouw. Maar ook hier geldt weer dat het verhaal erg abstract is en ik kon het eigenlijk niet volgen. 

Conclusie
Ik denk dat ik ondertussen toch moet vaststellen dat moderne, eigentijdse kunst niet voor mij is weggelegd. Met de beste zin van de wereld probeerde ik de motieven van deze expo te doorgronden, maar quasi altijd vond ik de werken te abstract. Natuurlijk is dit slechts één (tijdelijke) expo, maar bij andere expo's gaat dit meer dan waarschijnlijk hetzelfde zijn. Het gebouw zelf is leuk ontworpen, maar om daar nu tien euro voor te betalen...    

zaterdag 15 januari 2022

Het Rubenshuis in Antwerpen

Mijn portie cultuur in België staat sinds de pandemie op een laag pitje en voor het eerst in twee jaar ben ik nog eens naar een museum geweest op Belgische bodem. Ik stapte namelijk de auto in om een bezoekje te brengen bij Rubens. Of althans het huis waarin hij honderden jaren geleden in leefde.  

Antwerpen is van iedereen, maar nu toch vooral van de Hollanders
Als ik naar Antwerpen ga, doe ik dat steevast in het weekend omdat het dan overwegend rustig is in Vlaanderens' grootste stad. Vandaag was dat echter niet het geval en dat is wellicht toe te schrijven aan twee redenen. Nederland verkeert nog grotendeels in lockdown en onze bovenburen zakken dan met heel veel plezier af naar het zuiden om daar te gaan winkelen. Bovendien is de soldenperiode nog steeds bezig en heel veel kooplustigen palmden het Antwerpse centrum in op zoek naar een parkeerplaats om aan hun rooftocht op de Meir te starten. 

Daar had ik uiteraard gen rekening mee gehouden en het zoeken naar een parkeerplaats veranderde in een hele queeste. De  parkeergarages waren volzet en ik vond er dus maar niets beters op om de Kaaien af te re rijden totdat ik lukraak een parkeerplaats in mijn schoot geworpen kreeg. Een idiote tactiek die wonderwel werkte, maar wel een tijdrovende bezigheid. De verplaatsing naar het Rubenshuis duurde ook iets langer dan voorzien, maar de stappenteller kan wel wat kilometers gebruiken nu ik dezer dagen amper buitenkom.

In tijden van Covid dient bijna alles op voorhand ingepland te worden, dus ook een museumbezoek. In de ochtend had ik een ticket aangeschaft voor twaalf euro en moest ik ook een tijdsslot aanduiden. Ik had half drie geselecteerd en elk tijdsslot (van een half uur) heeft een maximum van vijftig bezoekers. Ik weet niet of daar echt naar gekeken wordt, want ik had niet de indruk dat dit gecontroleerd werd. Er werd ook met geen woord gerept over de verplichte scan van de QR-code van het Covid Safe Ticket. En als zij er niet achter vragen... Ik vond het wel bijzonder slecht georganiseerd dat het scannen van het ticket bij de balie gebeurt en niet bij de personen bij de ingang van het museum. Heel de wereld doet het zo, maar in België zijn we inmiddels wel gewend dat men in Antwerpen tegendraads is. 

Over Rubens, niet van
Toen ik bij het Rubenshuis arriveerde, wist ik niet goed wat ik moest verwachten en ik ging ervan uit dat ik in een schildergalerij zou binnenstappen met overwegend werken van Rubens. De realiteit is toch wel lichtjes anders. Zoals de naam van het museum verraadt, was dit het vroegere woonhuis van Rubens dat nu opgesmukt is met kunst. Overwegend schilderijen, maar af en toe ook beelden, sieraden, meubilair en andere zaken. De meeste van deze kunstwerken zijn trouwens niet van Rubens zelf, maar hebben wel met Rubens te maken. Dit kan gaan van schilderijen van Rubens' leerlingen zoals Jacob Jordaens en Anthony Van Dijck tot sieraden van Helena Fourment. Hoewel er dus ook een aantal werken van Rubens zelf te zien is, behoort de meerderheid van de collectie daar dus niet toe. 

Waarom er maar vijftig bezoekers per half uur worden toegelaten, is meteen duidelijk wanneer ik het huis binnenstap. Sommige van de kamers zijn namelijk vrij klein en als daar drie schilderijen staan met bijhorende uitleg, wordt de desbetreffende kamer wel erg snel opgevuld. Bij mijn bezoek was er geen papieren gids meer beschikbaar, maar kon ik wel een digitale versie downloaden. In deze digitale tijden vind ik dat geen probleem, maar sommigen zullen dit misschien jammer vinden. In deze (digitale) gids wordt op een bondige wijze een aantal werken uitgelegd. Niet elk kunstwerk werd in deze gids opgenomen, want anders zou het een tweehonderd pagina's tellend document zijn.

Rondleiding
Mijn tochtje door het huis duurde ongeveer een uur en dan heb ik alles op mijn duizendste gemak bekeken. Ik kan me dus voorstellen dat minder aandachtige toeschouwers - en dat zal wellicht de meerderheid zijn - hier sneller zal doorlopen. De eerste werken geven een goed idee van wat het Rubenshuis biedt. Dat begint met twee gravures van hoe het huis eruit zag op het einde van de zeventiende eeuw. Daarna is er nog een klein bronzen reliëf gevolgd door een heleboel schilderijen en schetsen gemaakt op olieverf. Eén daarvan gaat over Helena Fourment, de tweede vrouw van Rubens, en zo leert de bezoeker bij een aantal kunstwerken meer over het leven van deze grootmeester. 

Het elan van de benedenverdieping gaat zo verder en er is zelf een kleine kapel aanwezig in het gebouw. Ik moet zeggen dat de architectuur van het Rubenshuis indrukwekkend is, maar de kapel staat wat mij betreft toch nog een beetje hoger dan al de rest. Ik heb er in ieder geval met veel plezier even stilgestaan. Daarna gaat het naar de bovenverdieping en hier tref ik toch meer alternatieve artefacten aan. Zo stop ik bij de linnenkamer en het hemelbed waarin Rubens naar verluidt heeft geslapen. Maar ook werken uit Rubens' eigen collectie zijn hier te vinden. Verreweg de meeste hiervan zijn schilderijen. 

Een schilderij dat ik in het zonnetje wil plaatsen, is Interieur van de Antwerpse jezuïetenkerk door Wilhelm Schubert van Ehrenberg dat er wel erg indrukwekkend uitziet. Zoals de naam van het doek doet vermoeden, vind je hier het marmeren interieur van de Antwerpse jezuïetenkerk. Dat is met een ongelofelijk gevoel voor precisie getekend zodat ik er enkel met een eindeloze dosis bewondering naar kan kijken. Enkel de menselijke bezoekers lijken me qua verhouding net iets te groot in vergelijking met de rest van de kerk. Het mooiste moment van de dag is misschien wel wanneer ik hier in m'n eentje rustig naar kan kijken zonder dat ik gestoord word door andere bezoekers.  

Aparte kamer
Bij de bovenverdieping gaat het op een bepaald moment terug naar buiten waar ik een mooie blik krijg over de fraai aangelegde tuin die er toch maar eerder treurig bijligt op deze winterdag. Vervolgens gaat het naar beneden waar bij de benedenverdieping enkele portretten te vinden zijn. Van Rubens zelf, maar ook van enkele van zijn beroemde leerlingen zoals Jordaens en Van Dijck. Het beste is echter voor het laatste bewaard waar in een grote kamer enkele gigantische schilderijen van Rubens te vinden zijn. Dit zijn historieschilderijen die bijbelse taferelen uitbeelden of gebaseerd zijn op mythologie. Hoewel dit indrukwekkende schilderijen zijn, is het toch vooral het formaat dat tot de verbeelding spreekt. Dit zijn immers schilderijen van drie à vier meter breed en twee à drie meter hoog. Zoals ik dus zei: gigantisch!

Het meest interessante werk in deze kamer is misschien wel het onvoltooide Hendrik IV in de slag bij Ivry. Dit schilderij is omwille van politieke redenen nooit afgewerkt, maar het toont wel hoe Rubens begint aan zo'n groot schilderij. Met losse penseeltrekken tekent hij een ruwe versie en houdt hij verschillende opties open bij het vastleggen van de definitieve compositie. Een mooi voorbeeld hiervan is een soldaat die drie armen heeft zodat Rubens in een later stadium kon beslissen wat de beste compositie was. Zo ver is het dus nooit gekomen. 

Op het einde wacht er nog een stadstuin, maar in de winterperiode is hier bitter weinig te beleven. In de zomer kan je hier misschien nog wel vijf minuten doorlopen, maar nu ben ik er amper gebleven. Ik blijf wel even stilstaan bij de verschillende beelden die er buitenstaan. Op het einde staat er ook nog een fraai paviljoen met enkele beelden, maar ook hier ben ik relatief snel vertrokken. In de zomer is het allicht leuker toeven dan nu. 

Conclusie
Twaalf euro kost een kaartje en dat vind ik toch best wel veel voor een museumbezoek waar de meeste mensen allicht een half uur voor nodig hebben. Het bezoek zelf vind ik wel de moeite waard. Het Rubenshuis zelf vind ik hoogstaand qua architectuur en de tentoongestelde werken hebben me zeker geboeid. Alleen wordt er niet erg veel over Rubens zelf verteld en had ik het gevoel dat ik keek naar een potpourri van diverse kunstwerken. Wat mij betreft is het Rubenshuis zeker een bezoekje waard, maar is het best te combineren met een ander Antwerps museum.    

woensdag 12 januari 2022

De veertig mooiste wandelroutes in 2021 (10 - 1)

De crème de la crème van mijn wandelingen in 2021 is vervat in deze tien wandelingen. De natuurpracht van IJsland heeft me overweldigd en de top drie van dit lijstje wordt dan ook opgeëist door dit IJslandse geweld. De Laugavegur is een fantastische trekking en ik kan ze dan ook aan iedereen hartelijk aanbevelen, tenminste als het weer even meezit... Zelfs als je niet deze trekking doet, ben je het aan jezelf verplicht om toch op z'n minst één dag naar Landmannalaugar te komen. Dit plekje ligt redelijk afgelegen van de bewoonde wereld, maar dat maakt het landschap er alleen maar indrukwekkender op. 

Maar ook in België en de buurlanden zijn er heel erg toffe wandelingen te vinden. Het verrassende Mechelse Bos en Heide vertegenwoordigt de Vlaamse eer in deze top tien en is me als wandeling enorm bevallen. De andere wandelingen gaan door wat bekendere oorden zoals het stuwmeer van Nisramont en het natuurpark Furfooz. De hoogst genoteerde Belgische wandeling is die van de Calestienne die de gelijknamige kalkstreek verkent. Het is eveneens de enige wandeling afkomstig van Originele wandelingen terwijl deze website vorig jaar hofleverancier was van m'n beste wandelingen. 

10. De verrassende geneugten van Mechelse Bos en Heide
Telkens ik naar het Hoge Park Nationale Kempen ga, weet ik dat ik een mooie wandeling ga maken. Dat was bij deze wandeling nog meer het geval dan anders, want wat mij betreft is Mechelse Bos en Heide één van de mooiste plekjes van Belgiës enige nationale park. Vooral het heidegebied wist me aangenaam te verrassen met enkele pittoreske plassen en wat later het plateau dat over deze plassen uitkijkt. Er is ook een zandgroeve op deze site wat voor enkele mooie plaatjes zorgt. Het laatste uur van deze wandeling staat in het teken van het bos waar het heerlijk dwalen is op verschillende graspaden die niet zijn bewegwijzerd. Verloren lopen in een Vlaams bos klinkt utopisch, maar hier kan het toch echt wel!
  
Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/de-verrassende-geneugten-van-mechelse-bos-en-heide-76306774

9. Groene heuvelwandeling rondom Schin op Geul
Nederlands Zuid-Limburg is zonder enige twijfel de mooiste wandelregio van onze bovenburen en het is dan ook niet vreemd dat er in deze uithoek van Nederland telkens veel wandelaars te vinden zijn op een zondag. Dat was ook het geval bij deze wandeling die enkele van Nederlands mooiste plekjes aandoet. Gerendal is misschien wel de beroemdste plaats op deze wandeling. Deze vallei is beroemd omwille van de vele prachtige flora en fauna hier en dat kan ik op deze wandeling enkel beamen. Ook het volgen van de Geul, een kleine rivier, op een licht dalend traject is een genot om te doen. Op het laatste stuk gaat het wat actiever want in het bos boven de mergelgrotten gaat het soms steil naar beneden waardoor de vergelijking met de Ardennen niet ver weg is.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/groene-heuvelwandeling-rondom-schin-op-geul-71482025

8. De uitgebreide versie van Barrage de Nisramont
Al wie op zoek is naar wat meer avontuurlijke routes komt met deze wandeling zeker aan zijn trekken. Barrage de Nisramont is een wandeling van ongeveer dertien kilometer die in de buurt van het gelijknamige stuwmeer gaat over een rotsachtig en geaccidenteerd parcours. Mijn versie doet daar nog een stevig schepje bovenop en volgt na het beginstuk verder de Ourthe in plaats van een lus te maken. Dit is misschien nog zwaarder dan de Barrage zelf, want de oever van de Ourthe is op sommige plekken bijna volledig weggeërodeerd en gevallen bomen vormen een waardig hindernissenparcours. Enkele dorpjes vormen een baken van rust, maar daarna wachten opnieuw beekvalleien en enkele stevige beklimmingen. Avontuurlijk dus!

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/de-uitgebreide-versie-van-barrage-de-nisramont-74349742

7. Door het natuurpark Furfooz en de Vallei van de Lesse
Slechts weinig wandelingen in België zijn zo'n perfecte symbiose van cultuur en wandelen zoals dit bezoekje aan het natuurpark van Furfooz. Eerst is het tijd voor het wat stevige en avontuurlijkere wandelwerk met een relatief technisch parcours naast de Lesse waar het al hobbelend over de rotsen gaat. Het bezoekje aan het natuurpark van Furfooz is simpelweg fantastisch met enkele mooie resterende gebouwen zoals de thermen en enkele natuurfenomenen zoals grotten en een spectaculaire afdaling. Daarna is het tijd voor het fraaie rotsmassief Les Aiguilles de Chaleux waar ook een keienstrand te vinden is. Naar het einde toe heb je de mogelijkheid om het kasteel van Vêves te bezoeken, maar dat heb ik niet gedaan. Als totaalpakket is deze wandeling dus moeilijk te kloppen.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/door-het-natuurpark-furfooz-en-de-vallei-van-de-lesse-72012590

6. Lus rond Markarfljót-kloof
Hoewel de derde dag van de Laugavegur toch een lichte teleurstelling was voor mij eindigde de dag toch op een echte knaller. Veel meer dan route zelf weet de kloof van Markarfljót deze dag te kleuren met haar ongeëvenaarde natuurpracht. Nochtans kan deze kloof niet uitpakken met imposante dimensies. De kloof is ruim honderd meter hoog en slechts vier kilometer lang. Maar wanneer je staart naar deze kloof kan je enkel onder de indruk zijn door de wellustige vormen en heldere kleuren in dit grillige landschap. Elke hoek biedt een ander perspectief en het aantal foto's dat ik heb genomen, is niet meer te tellen. Deze wandeling heeft niet veel meer te bieden dan deze kloof, maar dat is meer dan voldoende. Bovendien bevindt de Markarfljót-kloof zich diep in het IJslandse hoogland waardoor slechts weinigen de kans krijgen om deze pracht en praal van moedertje natuur te bewonderen.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/loop-around-markarfljot-canyon-start-and-ending-in-emstrur-basecamp-82394925

5. Müllerthal Trail Route 2
Klein-Zwitserland is een schilderachtige regio in het Groot-Hertogdom Luxemburg dat vooral bekend is omwille van de schitterende zandsteenformaties en die vind je volop bij de tweede lus van de Müllerthal Trail. Met ruim zesendertig kilometer is dit een mastodont van een wandeling met bovendien nog eens ruim duizend hoogtemeters. Ik heb hem in één keer gedaan, maar de meerderheid doet deze lus in twee aparte wandelingen. Dat geeft je eveneens meer tijd om te genieten van de prachtige rotsen uit zandsteen en de nauwe spelonken die je onderweg aantreft. Ongeveer op het midden vind je de beroemde waterval van Schiessentümpel die voor een klein beetje variëteit zorgt. Variëteit is misschien niet de sterkste kant van deze wandeling, want hoe adembenemend het rotsachtige landschap ook is, na de vele kilometers geraak je er wel op uitgekeken.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/mullerthal-trail-route-2-73860966

4. De Calestienne
De titel van meest avontuurlijke wandeling van het afgelopen jaar gaat zonder enige twijfel naar het bezoekje aan de kalksteenregio van Calestienne. Deze streek bestaat uit een combinatie van kalkgraslanden, zinkputten en rotsen en is daarmee auteur van diverse natuuratrracties zoals het kalksteenravijn Fondry des Chiens en het grasland op het plateau van Les Abannets. Deze wandeling is afkomstig van Originele Wandelingen en kent daarom enkele leuke extra's. De rivier Viroin wordt twee keer doorwaad – 't is te zeggen overgestoken want het waterpeil stond meer dan één meter hoog – enkele steengroeves worden bezocht en bij de ruïnes van kasteel Haute Roche gaat het wel heel erg steil naar beneden. Een prachtige wandeling in een prachtige regio en dat levert plaats nummer vier op in dit lijstje.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/de-calestienne-originele-wandelingen-69600835

3. Lus rond Landmannalaugar
Landmannalaugar is de wandelstreek bij uitstek in IJsland. Deze verlaten plek bevindt zich in het grote niets van de IJslandse bergen en verbaast iedere bezoeker door de veelkleurige rhyolietbergen die je hier bij de vleet aantreft. Afhankelijk van de stand van de zon lichten deze bergen op in de meest diverse kleuren, hoewel dat bij mijn passage letterlijk onderbelicht bleef door het massaal aanwezige wolkendek. Hoewel de panorama's de grootste trekpleisters zijn van deze wandeling is ook het landschap een goeie reden om deze wandeling te doen. Dan spreek ik niet enkel over de passages over de bergen, maar ook de onverwacht leuke tochtjes door een aantal velden die bezaaid zijn met beekjes en plassen. 

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/exploring-the-rhyolite-mountains-in-landmannalaugar-82394927

2. Hrafntinnusker – Álftavatn (Dag 2 Laugavegur)
El Chalten of Hrafntinnusker, ik weet niet welke plek met de eer gaat lopen van meest indrukwekkende vergezichten die ik ooit in mijn leven heb gezien, maar het moge duidelijk zijn dat de panorama's hier van een bijna buitenaardse schoonheid zijn. Dit is reden genoeg om deze wandeling in mijn top tien te zetten, maar deze route biedt meer dan enkel uitzichten, veel meer. Onverwachts kom ik een fraaie ijsgrot tegen waarin een gletsjer verdwijnt en wat later maak ik een kronkelende afdaling over een rotsachtig parcours dat wordt opgevolgd door een rivieroversteek. Als dat nog niet genoeg is, wacht er daarna een passage langs een imposant decor van groene bergen naar het meer van Álftavatn waar ik mijn nietigheid als wandelaar ervaar in zoveel grootsheid.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/day-2-laugavegur-hrafntinnusker-alftavatn-82395020

1. Landmannalaugar – Hrafntinnusker (Dag 1 Laugavegur)
De eer van mooiste wandeling van 2021 is weggelegd voor de eerste dag van de Laugavegur die van Landmannalaugar naar Hrafntinnusker gaat. Dat heeft het in grote mate te danken aan de ongeëvenaarde variëteit die het IJslandse landschap hier te bieden heeft. Landmannalaugar betekent zoveel als warme bronnen en bij het begin van de route tref je een aantal van deze stomende bronnen aan. De pauze op deze wandeling hield halt bij zo'n bron en dat geeft zo'n plek een wel heel mystiek tintje. Op de bergtoppen klampte ik m'n jas vast door de gierende wind terwijl de rhyolietbergen nog steeds ontzag opwekten bij mij. Op het einde wacht er nog een passage van ettelijke honderden meters over een ijsbrug waar nog sneeuw ligt en het einde wordt gevierd op het figuurlijke dak van deze trekking. Het enige minpunt van deze wandeling? Dat ze misschien te kort is bij het beleven van zoveel oogverblindend natuurschoon.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/day-1-laugavegur-landmannalaugar-hrafntinnusker-82395027

maandag 10 januari 2022

De veertig mooiste wandelroutes in 2021 (20 - 11)

Waar er bij nummers veertig tot en met eenentwintig nog wel eens wandelingen durven bijzitten die één of meerdere minpunten kennen, kan ik alle routes vanaf nummer twintig hartelijk aanbevelen. Dat wil niet zeggen dat deze wandelingen geen enkel nadeel hebben, maar wel dat deze routes consistent een hoog niveau halen en de wandelliefhebber zeker zullen plezieren. 

Bij deze tien wandelingen zijn de buurlanden telkens één maal vertegenwoordig met uitstapjes vlak over de grens. Vooral de wandeling aan de Opaalkust is er eentje die je niet snel in België zal aantreffen. Ook IJsland doet een duit in het zakje met de laatste dag van de Laugavegur als vertegenwoordiger. De rest wordt opgevuld met wandelingen in eigen land waar de variëteit van ons klein kikkerlandje wordt getoond met wandelingen in Vlaanderen, de Brusselse rand en uiteraard Wallonië. 

20. Tussen natte Leije en Hoge Heide
Bij Nederlandse wandelingen denk ik meteen aan het Zuid-Limburgse heuvellandschap, maar deze wandeling bewijst dat onze noorderburen ook in andere regio's over mooie wandelgebieden beschikken. Net over de grens met Nederland gaat deze twintig kilometer lange wandeling door bos, veengebied, beemden, heide en landbouwgebied. Een goed gevulde boterham dus voor een gezond wandeldieet. Ik voerde deze wandeling uit op een zonnige januaridag en dat leverde me een aantal fraaie plaatjes op. Vooral de laagstaande ochtendzon was een genot op deze dag. Het enige minpunt is de residentiële zone in Looienhoek waar het ongeveer anderhalve kilometer op verhard wegdek gaat. Voor de rest gaat dit wandelparcours quasi altijd over onverharde paden en dat is toch een grote meevaller!

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/tussen-natte-leije-en-hoge-heide-63730173

19. Opaalkust dag 2 Wimereux – Cap Blanc-Nez
Deze wandeling maakt onderdeel uit van een tweedaags wandelweekend dat ik heb afgelegd aan de Opaalkust. Deze regio rond Calais kenmerkt zich door de typisch witte krijtrotsen die je ook aan de overkant ziet bij het Engelse Dover. De eerste dag was letterlijk in het water gevallen met gietende regen en zelfs storm, maar dat maakte deze tweede dag helemaal goed. In een prachtig landschap van kust en duinen gaat het soms verbazingwekkend avontuurlijk op en neer en beklom ik zelfs een aantal rotsen om me een weg te banen naar de kust. Door het vele water zijn natte voeten bijna onvermijdelijk en ook het strandzand durft wel eens in je schoenen te kruipen. Een kleine prijs die je betaalt voor een wandeling die je in België niet kan maken.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/opaalkust-dag-2-van-wimereux-naar-cap-blanc-nez-87919375

18. Het woud van Anlier

Het woud van Anlier is een uitgestrekt woud in de provincie Luxemburg en kan je misschien wel een onontdekte parel noemen in de Ardennen met een beetje zin voor overdrijving. In de Ardennen worden er veel wandelingen aanbevolen in de omgeving van Durbuy, Dinant, La Roche of Malmédy. Waarom deze regio ontbreekt, is mij een groot raadsel want alles wat de Ardennen zo leuk maakt, vind je terug op deze wandeling. De eerste vijf kilometer zijn wat gewoontjes, maar daarna loopt de route van de ene beek naar de andere en wordt er ook een klein stukje geklommen bij een – erg bescheiden – kloof. Het mooiste gedeelte is misschien wel het stuk dat parallel loopt met de GR151 dat verschillende beekvalleien opzoekt in het fraaie loofbos van dit woud.


Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/het-woud-van-anlier-originele-wandelingen-68270061

17. Le Castelain in Sainte-Cécile
Bij een wandelweekendje in de omgeving van het lieftallige dorpje Sainte-Cécile moest ik even wachten op het avondeten en een frisse pint drinken op café zat er niet in door de semi-lockdown die in april 2021 nog altijd van toepassing was. Om de tijd te doden zocht ik op Wikiloc een korte wandeling op en dat werd dit prachtexemplaar dat het gezegde kort, maar krachtig een nieuwe definitie geeft. Het rotsachtige parcours van de Semois wordt enkele kilometers gevolgd en de rotskammen die ik hier tegenkom zijn een lust voor het oog, net zoals het uitkijkpunt halfweg deze wandeling. De tweede helft van de wandeling volgt voor een stukje de meanderende Semois en gaat daarna terug omhoog op een redelijk venijnige helling. Ondanks de korte lengte een vrij gevarieerd parcours!

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/wandeling-le-castelain-in-sainte-cecile-70798716

16. De Klosterroute rond Monschau
Vorig jaar ben ik één keer in Duitsland geweest, maar dat werd wel een voltreffer. Het middeleeuwse Monschau lijkt eeuwen te hebben stilgestaan in de tijd en is ook de vertrek- en aankomstplek van de Klosterroute. De sterkte van deze wandeling zit in het begin en het einde waar er door bos wordt gegaan via twee rotsmassieven. De helling bij het begin bezorgde me in ieder geval een stevig Ardennen-gevoel. Daartussen doet deze wandeling het wat rustiger aan met passages langs velden en weilanden die verscholen zitten in een heuvelachtig landschap en trekt de wandeling ook langs het stuwmeer van Perlenbach. Als afsluiter kan je bijna geen beter stadje bedenken dan Monschau door de zelden geziene combinatie van gezellige drukte en middeleeuws decor.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/de-klosterroute-rond-monschau-74488651

15. Trage wandeling door Kiewit en Bokrijk
Eén van mijn meer recente exploten op wandelgebied is deze wandeling door de Kiewit en Bokrijk. De titel van deze wandeling heb ik bewust gedoopt tot trage wandeling want deze route nodigt echt uit om volledig tot rust te komen. Daar zijn diverse redenen voor, maar de grootste is wellicht de rust bij de wijers. Wijers zijn kunstmatig gegraven (turf)putten die nu zijn opgevuld met water en nu dus fungeren als vijvers. Als je je buiten de platgetreden paden stapt, heb je de kans om helemaal alleen te zijn bij één van deze wijers. Ook het arboretum is simpelweg een fantastische plek om rustig te verkennen. Ook in de bloeiarme periode van de herfst trok ik hier met een grote glimlach door al die bomenpracht. Deze wandeling gaat wel door twee domeinen waardoor er wat meer verharde wegen zijn op dit traject dan bij andere wandelingen.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/trage-wandeling-door-kiewit-en-bokrijk-89269893

14. Van Lembeek tot Achter de Bergen
Expectations management is een belangrijke tak bij project management om ervoor te zorgen dat verwachtingen goed worden geleid en dat er geen onrealistische verwachtingen worden gesteld door bijvoorbeeld gebruikers. Bij wandelen word ik hier soms ook mee geconfronteerd en dat was het geval bij deze wandeling. Ik had namelijk gelezen dat deze wandeling toch wat tegenviel en ik begrijp echt niet waarom. Deze wandeling weet op te vallen door de aanwezigheid van vele voetpaden, zeg maar doorsteekpaadjes die gaan langs akkers en velden, maar soms ook langs residentiële buurten. Op totaal onverwachte plaatsen komen is de helft van het plezier bij deze wandeling. Daar worden nog een aantal mooie plekjes aan toegevoegd zoals het Hallerbos, de kunstmatig aangelegde hellingen van Derrière les Monts en het kasteel van Braine-le-Chateau.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/van-lembeek-tot-achter-de-bergen-originele-wandelingen-71879964

13. Emstrur – Þórsmörk (Dag 4 Laugavegur)
De laatste dag van de relatief korte Laugavegur-trekking was misschien wel mijn meest bijzondere ervaring van de gehele week. De helft van deze route wordt bevolkt door een eerder kaal maanlandschap van lavavelden, maar een onheilspellende mist maakte deze ervaring wel heel bijzonder. In een Lord of the Rings-achtig decor begaf ik me van paaltje naar paaltje om zo op de juiste weg te blijven. Verdwalen in deze dichte mist is namelijk zeker mogelijk. Toch is deze wandeling nog vrij divers met een niet te onderschatten bergafdaling door mul zand, een rivieroversteek door sterk stromend water en het groene slot van de Laugevegur. Bos, mos en andere planten bezorgen het einde van de Laugavegur een groen tintje dat je niet verwacht op deze ruige trekking

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/day-4-laugavegur-emstrur-thorsmork-82394926

12. De middenloop van de Hermeton
Vraag de gemiddelde Vlaming of hij de regio le Pays des Vallées kent en hij zal meer dan waarschijnlijk het antwoord schuldig moeten blijven. Het is in deze regio vlakbij de Franse grens waar de Hermeton stroomt en ook in 2020 maakte ik hier een erg leuke wandeling. Mijn wandeling in 2021 is ook een schoonheid geworden dankzij de talrijke veld- en graswegen die naast de Hermeton lopen. Het groene valleilandschap is geen typisch Ardens zicht en dat maakt deze wandeling anders dan andere wandelingen. Dat wil overigens niet zeggen dat het bos afwezig is, want in het midden staat er een stevige beklimming geprogrammeerd die door het bos gaat. Ook de mooiste passage van de dag loopt door een verwilderde vallei waar een plaatselijke beverfamilie de Hermeton buiten haar oevers doet treden.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/de-middenloop-van-de-hermeton-originele-wandelingen-69493659

11. De Semois en zijbeken
De regio van de Semois vind ik samen met de Hoge Venen de mooiste streek van België en het is dan ook geen verrassing dat wandelingen in deze streek goed scoren bij mij. Deze wandeling is afkomstig van Originele Wandelingen (net zoals nummers twaalf, veertien en achttien) en bezoekt voornamelijk de wilde beekvalleien die vlakbij de Semois liggen. De vallei van de Sautou is overgroeid en het vergt soms wat kunst- en vliegwerk om deze vallei te kruisen. Dat kan ook gezegd worden van een wel erg stevige klim op een heuvelflank die me brengt naar een prachtig uitzichtpunt dat over de Semois kijkt. Daartussen wacht er nog een rotsachtig pad dat naast de Semois loopt. Het meest verrassende landschap tref je aan bij het begin waar voornamelijk velden en glooiende hellingen het zicht domineren. Een avontuurlijk getinte wandeling die dus kalm begint, maar daarna uitpakt met wat wildere stukken.

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/de-semois-en-zijbeken-originele-wandelingen-70895435