De Franse messias
Wanneer een bedrijf in de problemen komt, wordt bijna altijd aangenomen dat een bedrijf niet winstgevend is. Dit is een foutieve aanname, want niet elke financiële perikel staat gelijk aan verlieslatend. Een frappant voorbeeld hiervan is de voormalige Belgische grootbank Fortis. Hoewel de bank zelfs op het hoogtepunt van de financiële crisis winst maakte, geraakte Fortis toch zwaar in de problemen. Dit komt omdat de bank zich zwaar vergaloppeerd heeft bij de overnamepoging van de Nederlandse retailactiviteiten van ABN Amro. De bank verkeerde niet meer in de mogelijkheid om de korte termijnschulden terug te betalen door een gebrek aan cash en een te grote hoeveelheid van schulden (berekend op het totale vermogen van het balanstotaal).
In het beruchte weekend van vier en vijf oktober 2008 slaagt de Belgische regering erin om de bank in een ultieme reddingsactie te verkopen aan BNP Paribas. Fortis was weliswaar voor een habbekrats verkocht aan BNP Paribas, maar voor de spaarders is heel veel leed verkomen. De aandeelhouders moeten echter leidzaam toezien hoe hun aandeel is verwaterd tot een fractie van hun oorspronkelijke investering. Ook de Belgische regering heeft zich van een groot debacle gespaard. Elke commerciële bank is verplicht om deel van zijn vermogen af te staan aan de centrale bank. Dit is de zogenaamde reserve requirement dat dient als back-up wanneer een bank failliet gaat. In België betekent dit dat elke spaarder recht heeft op zijn spaargeld met een maximum van 100 000 euro. Het probleem is echter dat de bijdrage van Fortis aan de centrale bank bijlange na niet genoeg is om elke Belgische spaarder terug te betalen en dit leidt automatisch tot een groot inkomensverlies voor veel Belgen.
Conservatief
Inmiddels is Fortis omgedoopt tot BNP Paribas Fortis en is het uitgegroeid tot de cash cow van de Franse bankengroep. De investering heeft zich in drie jaar terugbetaald en is nu de meest lucratieve dochter van de groep. Aandeelhouders van Fortis zullen dit beleid wansmakelijk vinden, maar het is gewoon slim beleid van BNP Paribas. De Fransen voerden altijd een risicoaversieve koers en dat zorgde ervoor dat ze relatief weinig last ondervonden van de globale economische crisis in 2008. De waarheid is dat BNP Paribas één van de weinige kandidaten was om Fortis over te nemen, aangezien andere banken zelf kampten met financiële problemen. De Fransen zaten dus in een ijzersterke onderhandelingspositie en hebben zo het koopje van de eeuw gedaan. Dat blijkt een crisis later zeker het geval.
Sinds 2010 heerst er de Europese staatsschuldencrisis die vooral landen zoals Ierland, Griekenland, Spanje, Portugal treft en in mindere mate Italië, Frankrijk en België. Aangezien deze financiële (dus geen economische) crisis vooral in Europa plaatsvindt, is BNP Paribas hierdoor veel meer getroffen dan de globale economische crisis in 2008. Vooral de afschrijvingen op Grieks staatspapier vooer vier miljard euro heeft hen pijn gedaan. Spanje is echter het volgende dominosteentje dat dreigt om te vallen en ook hier heeft BNP Paribas ernstige problemen. En nu is het België dat de groep komt redden.
Transfers
De Italiaanse en Spaanse dochters van BNP Paribas kampen met een ernstig financieringstekort van twintig miljard euro. Dit zijn met andere woorden dezelfde problemen waar Fortis vier jaar geleden was aan blootgesteld. Datzelfde BNP Paribas Fortis doet het nu ironisch genoeg voortreffelijk en heeft een overschot aan deposito's. Eén plus één is twee en volgens Bloomberg gaat BNP Paribas het Belgische overschot aan deposito's gebruiken om het Spaanse en Italiaanse financieringstekort aan te zuiveren. Hoewel dit niet indruist tegen de Basel II-richtlijnen (een verzameling van standaarden over kapitaalseisen opgelegd aan banken) is dit een mooi voorbeeld van het verbloemen van de waarheid.
Voor de groep zelf is dit een broekzak vestzak operatie. Als de resultaten worden geconsolideerd, heeft de groep namelijk geen financieringstekort. Als de resultaten echter worden opgesplitst, is dit niet meer het geval. Een transfer van België naar Italië en Spanje betekent dat cash flow statements, balansen en resultatenrekeningen van beide dochterondernemingen worden aangezuiverd om de onderliggende problemen te verbloemen. Zo probeert BNP Paribas om financiële analysten ervan te overtuigen dat de bankengroep minder problemen heeft dan dat er in werkelijkheid zijn. En belangrijker: het probeert haar ratings stabiel te houden om de financiële rust van het BNP Paribas aandeel te bewaren.
Geen plezier
In dit specifieke geval kan BNP Paribas bekritiseerd worden omwille van haar aanpak, maar de waarheid is dat elke grote multinational zo zou handelen. Er zijn namelijk legio voorbeelden van dergelijke praktijken. Denk bijvoorbeeld aan de sale-en-lease back operaties van overheidsgebouwen door de Belgische regering. De regering Verhofstadt had beslist om overheidsgebouwen te verkopen en boekhoudkundig betekende dit dat België dat jaar geen overheidstekort had. In realiteit hadden de investeerders de gebouwen al na drie jaren terugverdiend en was al de rest daarna pure winst. Gezond boerenverstand zegt dus dat dit een belachelijke actie was. De acties van de Belgische regering en BNP Paribas hebben één ding met elkaar gemeen: ze hebben zichzelf geen plezier gedaan met dergelijke boekhoudkundige praktijken.
Je kan proberen om de buitenwacht om de tuin te leiden, maar de kans bestaat ook dat er intern oogkleppen worden opgezet voor deze problematiek. Er wordt namelijks iets gedaan aan de symptomen, maar niet aan de oorzaak. Vooral het Spaanse bankwezen zit in een precaire situatie omdat de hele industrie dreigt overkop te gaan door een ingewikkeld en pervers piramidesysteem van herverpakte hypothecaire leningen die niks waard zijn. De kans bestaat dus dat BNP Paribas door de zure appel moet bijten en er baat bij heeft om haar Spaanse activiteiten af te stoten. En zo leert BNP Paribas de twee kanten van de medaille kennen.
maandag 2 juli 2012
maandag 25 juni 2012
Operations management
Operations management
Eén van de belangrijkste vakken in een MBA-opleiding is ongetwijfeld operations management. De MBA-opleiding is immers ontstaan om een antwoord te bieden op vraagstukken afkomstig van de operaties van een bedrijf. Bij het begin van dit vak wordt meteen duidelijk gemaakt dat er een immens verschil is tussen operational en operations management. Operational management houdt zich immers bezig met hoe zaken op de bedrijfsvloer worden uitgevoerd. Dit is het laagste niveau van management (strategisch en tactisch management zijn de twee hogere niveaus) en hoewel operations management hier zich ook uitvoerig mee bezighoudt, is operations management meer dan dat. Dit vak behandelt onderwerpen die te maken hebben met de operaties in een bedrijf op alle managementniveaus.
Van alle vakken in de MBA-opleiding van de Manchester Business School is dit wellicht het vak dat meest zichtbaar is. Een opdracht tijdens de workshop is namelijk even simpel als leerzaam: stap een winkel binnen en bekijk hoe deze winkel is ontworpen. Daarna dien je het ontwerp te beoordelen en dit geeft soms verrassende resultaten. Zo blijkt dat het niet zo simpel is om de plaats van een triviaal iets zoals servetten te bepalen in een grote broodjeszaak. Leg je de servetten op de toog, zal dit de aanschuivende klanten storen. Als je de servetten op een aparte tafel plaatst, kan het dan weer gebeuren dat klanten de servetten niet weten staan. Zo leer je het belang van een goed ontwerp van processen. Operations management is op die manier onlosmakelijk verbonden met processen en vormt dan ook een belangrijk onderdeel van dit vak.
Professoren
Eén van de belangrijkste vakken in een MBA-opleiding is ongetwijfeld operations management. De MBA-opleiding is immers ontstaan om een antwoord te bieden op vraagstukken afkomstig van de operaties van een bedrijf. Bij het begin van dit vak wordt meteen duidelijk gemaakt dat er een immens verschil is tussen operational en operations management. Operational management houdt zich immers bezig met hoe zaken op de bedrijfsvloer worden uitgevoerd. Dit is het laagste niveau van management (strategisch en tactisch management zijn de twee hogere niveaus) en hoewel operations management hier zich ook uitvoerig mee bezighoudt, is operations management meer dan dat. Dit vak behandelt onderwerpen die te maken hebben met de operaties in een bedrijf op alle managementniveaus.
Van alle vakken in de MBA-opleiding van de Manchester Business School is dit wellicht het vak dat meest zichtbaar is. Een opdracht tijdens de workshop is namelijk even simpel als leerzaam: stap een winkel binnen en bekijk hoe deze winkel is ontworpen. Daarna dien je het ontwerp te beoordelen en dit geeft soms verrassende resultaten. Zo blijkt dat het niet zo simpel is om de plaats van een triviaal iets zoals servetten te bepalen in een grote broodjeszaak. Leg je de servetten op de toog, zal dit de aanschuivende klanten storen. Als je de servetten op een aparte tafel plaatst, kan het dan weer gebeuren dat klanten de servetten niet weten staan. Zo leer je het belang van een goed ontwerp van processen. Operations management is op die manier onlosmakelijk verbonden met processen en vormt dan ook een belangrijk onderdeel van dit vak.
Professoren
- Paul Taaffe, Manchester Business School gastprofessor
- David Bamford, Manchester Business School professor
Boeken
Operations management maakt gebruik van drie boeken:
- Operations and process management, geschreven door Slack, Chambers, Johnston en Betts
- Werkboek dat alle belangrijke concepten samenvat, geschreven door de academici van de Manchester Business School
- Een aanvullend boek over service operations management en service processen, geschreven door Alison Smart
Het belangrijkste boek van de drie is operations and process management van Slack. Slack geldt als een autoriteit op het vlak van operations management en als je het boek leest, weet je direct waarom. Alles is op een erg duidelijke manier geschreven met veel ruimte voor afbeeldingen en voorbeelden die de theorie uitleggen en dit toetsen aan de praktijk. Het boek is uitgerust met een cd-rom dat de vijftien hoofdstukken samenvat en aanvult met handige case studies en tools. Zo wordt in het boek vluchtig het concept van quality function deployment aangeraakt, maar kan je op de cd-rom een uitgebreid voorbeeld vinden hoe je QFD in de praktijk uitvoert. Een kleine smet op het blazoen is dat niet alle informatie correct lijkt te zijn. Zo telt het boek een hoofdstuk over project management. Op zich al een heel uitgebreide discipline dat ook als een apart vak wordt gegeven op de Manchester Business School. Slack heeft het over quality, costs en time als hij het heeft over de triple constraints, terwijl project managementboeken zullen vertellen dat dit fout is (quality wordt vervangen door scope).
De twee andere boeken zijn bedoeld als aanvulling. Het werkboek vat alle belangrijke concepten samen, maar legt de nadruk op de praktische invulling ervan. Het werkboek moedigt aan om je directe omgeving te bekijken om te zien hoe daar operations management wordt uitgevoerd zoals een bezoek aan de supermarkt op een drukke vrijdagavond. Smart's boek gaat dieper in over services en hier wordt duidelijk dat marketing en operations management veel meer met elkaar gemeen hebben dan je aanvankelijk zou denken.
Onderwerpen
Operations management bestaat niet uit één overkoepelende discipline, maar is eerder een amalgaam van verschillende onderwerpen. Die onderwerpen die in operations management worden behandeld zijn onder andere:
- Processen en hun belang bij operaties.
- De strategie van operaties.
- Het ontwerp van processen.
- Capacity, inventory en supply chain management.
- Resource control en planning, project en risk management.
- Lean synchronization, quality management en verbeteringsprocessen.
Persoonlijke mening
Omdat operations management zo dicht aanleunt bij de praktijk, is dit vak wellicht het meest nuttige vak voor beginnende managers in een MBA-opleiding. Je ziet het verschil tussen een efficiënte operatie en een niet-efficiënte operatie van een onderneming. Het gaat hier niet om high-level, strategische beslissingen, maar beslissingen die gaan over het hart van een operatie. Dat kan gaan van het ontwerp van een operatie om waste te elimineren (just in time principes), maar ook de lay-out van een operatie om een proces vlotter te laten verlopen.
Een belangrijk onderdeel van dit vak is supply chain management dat een antwoord biedt op vraagstukken in verband met vraag en aanbod. De beer distribution game toont bijvoorbeeld het bullwhip effect aan en laat zien hoe lastig het is om de juiste hoeveelheid van een product te bezitten in een distributieketen. Het aspect van lean (of just in time) borduurt hier op verder om de verschillende types van waste te identificeren en te elimineren. Hier wordt duidelijk dat quality management van cruciaal belang is, wil een onderneming een goed functionerende operatie hebben.
Doe-het-zelf
Aangezien operations management zoveel verschillende onderwerpen behandelt, is er een heleboel informatie op het internet te vinden. Hier kan je een boek over operations management vinden dat alle onderwerpen over operations management (kort) behandelt. Er zijn ook een heleboel videos te vinden: project en product management, supply chain management en six sigma (quality management). Als het een beetje geld mag kosten, biedt het boek van Slack (Operations and process management, tweede druk) zeker waar voor je geld.
maandag 28 mei 2012
De rol van kwaliteit bij de slaagkans van een project
Een vak apart
Eén van de meest uitdagende, maar ook minst gewaardeerde beroepen in het gebied van mangement is de discipline van project management. Het verschil tussen een project manager en een functionele manager is dat een project manager geen vast omlijnd team heeft. Een functionele manager, bijvoorbeeld het hoofd van een marketingafdeling, heeft altijd dezelfde mensen onder zich en het mag aangenomen dat hij een heleboel technische kennis heeft over marketing. Een project manager daarentegen werkt met mensen uit verscheidenene afdelingen: business, IT, compliance, marketing, finance, etc. Meestal heeft een project manager geen directe autoriteit over de mensen die aan een project werken en dat maakt van project management een moeilijke discipline als het aankomt op het managen van mensen. Een bijkomende moeilijkheid is dat project managers liefst over een brede kennis beschikken. Niet alleen business of IT, maar ook over de wetgeving waarin een project fungeert, de financiën van een project en andere factoren. De projecten zelf kunnen ook verschillen in complexiteit. Een project dat min of meer hetzelfde is als tien voorgaande projecten is een stuk simpeler dan een project dat op meerdere locaties wordt uitgevoerd over de organisatie heen.
In een organisatie worden project managers meestal in het middenkader geplaatst, net onder het niveau van de functionele managers. De reden hiervoor is omdat functionele managers een directe beslissingsbevoegdheid hebben over middelen, maar project managers niet. Een functionele manager kan bijvoorbeeld schuiven met mensen bij verscheidene projecten, terwijl de project manager leidzaam moet toezien. Zo beschikt een project manager ook niet over een direct budget. Zijn taak is om toe te zien dat de geraamde kosten niet worden overschreden. Het is dus als project manager niet zomaar mogelijk om extra middelen aan te wenden. Functionele managers groeien gemakkelijker door in de hiërarchie, terwijl project managers het glazen plafond van het topkader nauwelijks of niet kunnen doorbreken, tenzij ze eerst van functie verwisselen, bijvoorbeeld functioneel manager.
Kans op falen
Dat project management geen gemakkelijk vak is, bewijzen de cijfers uit onderzoek. Maar liefst zeventig procent van de projecten worden later als gefaald omschreven. Gefaald wil overigens niet zeggen dat een project totaal mislukt is. Een gefaald project kan talloze redenen hebben: de kosten zijn zo hoog opgelopen dat de voordelen dit niet meer kunnen dekken, het project heeft te lang geduurd waardoor de concurrentie eerder op de markt is, de beloofde voordelen van het project worden in de realiteit niet verwezenlijk, klanten zijn niet tevreden over het afgeleverde product, etc. Ontevreden klanten zijn misschien wel de ergste reden waarom een project mislukt. Dit komt omdat kwaliteit het allerbelangrijkste aspect van een project is, terwijl er in de praktijk relatief weinig aandacht aan wordt gespendeerd.
Een project wordt meestal gemanaged via de triple constraint. Deze drie beperkingen (tijd, kosten en scope) bepalen de omvang en grenzen van een project. Als een SAP-project vijf miljoen euro kost en één jaar duurt, worden de lopende resultaten altijd vergeleken met deze eindpunten. Het reeds gespendeerde budget wordt dus vergeleken met de geschatte kosten van vijf miljoen euro. Dit geldt evenzeer voor de tijdsduur. Aan de scope wordt minder aandacht geschonken. De scope komt enkel in beeld wanneer er geld- en/of tijdsnood is en besloten wordt om een deel van de scope links te laten liggen. De triple constraint wordt meestal in een driehoeksvorm weergegeven om aan te geven dat een beslissing op één aspect (bijvoorbeeld kosten) een invloed zal hebben op één of twee andere aspecten (in dit geval tijd en scope). Als een project manager beslist dat de kosten te hoog oplopen, kan hij besluiten om een deel van de scope niet uit te voeren, zodat er een deel van de tijd vrijkomt. Kwaliteit is verbonden aan deze drie aspecten en elke beslissing op tijd, kosten of scope heeft een impact op de kwaliteit. Helaas spenderen project managers weinig aandacht om kwaliteit omdat dit volgens de meesten onmeetbaar is.
Quality baseline
Het is inderdaad moeilijk om kwaliteit te meten omdat het nu eenmaal geen exacte wetenschap is. Voor persoon a kan kwaliteit synoniem zijn voor goed genoeg, terwijl persoon b totale perfectie eist. Aan deze subjectieve beoordeling van kwaliteit kan een organisatie niet onderuit en moet het rekening houden met wat klanten zeggen. Daarom zeggen zaken zoals enquetes over klantentevredenheid en aantal klachten veel over de kwaliteit van een bedrijf en bijgevolg ook de projecten. Bovendien kan kwaliteit gemeten worden aan de hand van het aantal defects. In een software project is dit bijvoorbeeld het aantal bugs dat wordt gevonden tijdens de testfase.
Al deze dingen kunnen beschreven worden in de quality baseline. Dit is een document waarin de gewenste kwaliteit staat beschreven en dit wordt vergeleken met de behaalde resultaten tijdens het project. Dit klinkt als een complex proces, maar er bestaan klant-en-klare oplossingen hiervoor. Denk maar aan het kwaliteitsproces dat Prince2 gebruikt. Dit beschrijft hoe je kwaliteit definieert, vaststelt, meet en vergelijkt. Het bevat het plannen en controleren van kwaliteit, maar je kan het ook gebruiken om kwaliteit te verbeteren in een organisatie.
Geen heilige graal
Prince2 staat gekend als een rigide procesmodel, maar niets weerhoudt een project manager ervan om de beste en meest relevante onderdelen hiervan uit te lichten en het toe te passen in een project. Het probleem hierbij is dat wanneer dit niet eerder werd gedaan, de kans bestaat dat het project gaat verdrinken in de goede bedoelingen als er te veel in één keer wordt geïmplementeerd. Bij een eerste implementatie kan een project manager zich beperken tot de absolute noodzakelijkheden zoals een quality strategy (of plan) en technieken om dit te meten. Dit hoeft zeker niet ingewikkeld zijn. In een software project kan worden beschreven hoeveel bugs er per deadline mogen aanwezig zijn en welke impact dit heeft op het project. Het is een erg eenvoudige aanpak met een verrassend sterk resultaat. Van hieruit kan men dan verder bouwen om het kwaliteitsaspect van een project te verbeteren. Het voorgaande voorbeeld is zo simpel dat verreweg de meeste organisaties dit al doen, maar hebben dan moeilijkheden om dit verder te verbeteren.
Het is aanlokkelijk om met een heleboel methodologieën af te komen zoals CMMi, maar dit garandeert niet altijd succes. Het is door een combinatie van ervaring opdoen, de juiste expertise in huis hebben, gezond verstand hebben en over het juiste proces beschikken dat de kwaliteit in een project verbeterd kan worden.
Eén van de meest uitdagende, maar ook minst gewaardeerde beroepen in het gebied van mangement is de discipline van project management. Het verschil tussen een project manager en een functionele manager is dat een project manager geen vast omlijnd team heeft. Een functionele manager, bijvoorbeeld het hoofd van een marketingafdeling, heeft altijd dezelfde mensen onder zich en het mag aangenomen dat hij een heleboel technische kennis heeft over marketing. Een project manager daarentegen werkt met mensen uit verscheidenene afdelingen: business, IT, compliance, marketing, finance, etc. Meestal heeft een project manager geen directe autoriteit over de mensen die aan een project werken en dat maakt van project management een moeilijke discipline als het aankomt op het managen van mensen. Een bijkomende moeilijkheid is dat project managers liefst over een brede kennis beschikken. Niet alleen business of IT, maar ook over de wetgeving waarin een project fungeert, de financiën van een project en andere factoren. De projecten zelf kunnen ook verschillen in complexiteit. Een project dat min of meer hetzelfde is als tien voorgaande projecten is een stuk simpeler dan een project dat op meerdere locaties wordt uitgevoerd over de organisatie heen.
In een organisatie worden project managers meestal in het middenkader geplaatst, net onder het niveau van de functionele managers. De reden hiervoor is omdat functionele managers een directe beslissingsbevoegdheid hebben over middelen, maar project managers niet. Een functionele manager kan bijvoorbeeld schuiven met mensen bij verscheidene projecten, terwijl de project manager leidzaam moet toezien. Zo beschikt een project manager ook niet over een direct budget. Zijn taak is om toe te zien dat de geraamde kosten niet worden overschreden. Het is dus als project manager niet zomaar mogelijk om extra middelen aan te wenden. Functionele managers groeien gemakkelijker door in de hiërarchie, terwijl project managers het glazen plafond van het topkader nauwelijks of niet kunnen doorbreken, tenzij ze eerst van functie verwisselen, bijvoorbeeld functioneel manager.
Kans op falen
Dat project management geen gemakkelijk vak is, bewijzen de cijfers uit onderzoek. Maar liefst zeventig procent van de projecten worden later als gefaald omschreven. Gefaald wil overigens niet zeggen dat een project totaal mislukt is. Een gefaald project kan talloze redenen hebben: de kosten zijn zo hoog opgelopen dat de voordelen dit niet meer kunnen dekken, het project heeft te lang geduurd waardoor de concurrentie eerder op de markt is, de beloofde voordelen van het project worden in de realiteit niet verwezenlijk, klanten zijn niet tevreden over het afgeleverde product, etc. Ontevreden klanten zijn misschien wel de ergste reden waarom een project mislukt. Dit komt omdat kwaliteit het allerbelangrijkste aspect van een project is, terwijl er in de praktijk relatief weinig aandacht aan wordt gespendeerd.
Een project wordt meestal gemanaged via de triple constraint. Deze drie beperkingen (tijd, kosten en scope) bepalen de omvang en grenzen van een project. Als een SAP-project vijf miljoen euro kost en één jaar duurt, worden de lopende resultaten altijd vergeleken met deze eindpunten. Het reeds gespendeerde budget wordt dus vergeleken met de geschatte kosten van vijf miljoen euro. Dit geldt evenzeer voor de tijdsduur. Aan de scope wordt minder aandacht geschonken. De scope komt enkel in beeld wanneer er geld- en/of tijdsnood is en besloten wordt om een deel van de scope links te laten liggen. De triple constraint wordt meestal in een driehoeksvorm weergegeven om aan te geven dat een beslissing op één aspect (bijvoorbeeld kosten) een invloed zal hebben op één of twee andere aspecten (in dit geval tijd en scope). Als een project manager beslist dat de kosten te hoog oplopen, kan hij besluiten om een deel van de scope niet uit te voeren, zodat er een deel van de tijd vrijkomt. Kwaliteit is verbonden aan deze drie aspecten en elke beslissing op tijd, kosten of scope heeft een impact op de kwaliteit. Helaas spenderen project managers weinig aandacht om kwaliteit omdat dit volgens de meesten onmeetbaar is.
Quality baseline
Het is inderdaad moeilijk om kwaliteit te meten omdat het nu eenmaal geen exacte wetenschap is. Voor persoon a kan kwaliteit synoniem zijn voor goed genoeg, terwijl persoon b totale perfectie eist. Aan deze subjectieve beoordeling van kwaliteit kan een organisatie niet onderuit en moet het rekening houden met wat klanten zeggen. Daarom zeggen zaken zoals enquetes over klantentevredenheid en aantal klachten veel over de kwaliteit van een bedrijf en bijgevolg ook de projecten. Bovendien kan kwaliteit gemeten worden aan de hand van het aantal defects. In een software project is dit bijvoorbeeld het aantal bugs dat wordt gevonden tijdens de testfase.
Al deze dingen kunnen beschreven worden in de quality baseline. Dit is een document waarin de gewenste kwaliteit staat beschreven en dit wordt vergeleken met de behaalde resultaten tijdens het project. Dit klinkt als een complex proces, maar er bestaan klant-en-klare oplossingen hiervoor. Denk maar aan het kwaliteitsproces dat Prince2 gebruikt. Dit beschrijft hoe je kwaliteit definieert, vaststelt, meet en vergelijkt. Het bevat het plannen en controleren van kwaliteit, maar je kan het ook gebruiken om kwaliteit te verbeteren in een organisatie.
Geen heilige graal
Prince2 staat gekend als een rigide procesmodel, maar niets weerhoudt een project manager ervan om de beste en meest relevante onderdelen hiervan uit te lichten en het toe te passen in een project. Het probleem hierbij is dat wanneer dit niet eerder werd gedaan, de kans bestaat dat het project gaat verdrinken in de goede bedoelingen als er te veel in één keer wordt geïmplementeerd. Bij een eerste implementatie kan een project manager zich beperken tot de absolute noodzakelijkheden zoals een quality strategy (of plan) en technieken om dit te meten. Dit hoeft zeker niet ingewikkeld zijn. In een software project kan worden beschreven hoeveel bugs er per deadline mogen aanwezig zijn en welke impact dit heeft op het project. Het is een erg eenvoudige aanpak met een verrassend sterk resultaat. Van hieruit kan men dan verder bouwen om het kwaliteitsaspect van een project te verbeteren. Het voorgaande voorbeeld is zo simpel dat verreweg de meeste organisaties dit al doen, maar hebben dan moeilijkheden om dit verder te verbeteren.
Het is aanlokkelijk om met een heleboel methodologieën af te komen zoals CMMi, maar dit garandeert niet altijd succes. Het is door een combinatie van ervaring opdoen, de juiste expertise in huis hebben, gezond verstand hebben en over het juiste proces beschikken dat de kwaliteit in een project verbeterd kan worden.
zaterdag 26 mei 2012
De grote dwaas theorie
De creatie van de zeepbel
Op vrijdag 18 mei ging Facebook naar de beurs en de animo voor deze beursgang was opvallend groot. Het was immers al een tijdje geleden dat een bedrijf met zo'n omvang een IPO (initial public offering, de beursgang dus) uitschreef met een berekende waarde van 104 miljard dollar. Het aandeel opende op 38 dollar, haalde die ochtend zijn maximum van 38,14 dollar, maar dook daarna in sneltreinvaart naar beneden. Na een week klokt het aandeel af op 31,91 euro en dat betekent dat investeerders die hebben ingetekend op de IPO nu 16% van de intiële waarde kwijt zijn. Maar Facebook was toch de kip met de gouden eieren? Eén van de grootste succesverhalen van de laatste jaren zou toch juist moeten stijgen in waarde? Helaas is de werkelijkheid iets complexer dan dat.
Wanneer een groot en bekend bedrijf zoals Facebook naar de beurs gaat, is het logisch dat daar veel aandacht aan wordt gespendeerd. Het gebeurt niet vaak dat zo'n groot bedrijf aandelen gaat ophalen en gezien het succesverhaal van Facebook is het enthousiasme dan ook erg groot. Dit trekt veel gelegenheidsinvesteerders aan die niet veel van de beurs kennen en zo wordt de zeebel meegecreëerd. De prijs van het aandeel wordt gedreven door onrealistische verwachtingen die niet zijn gebaseerd op de verwachte toekomstige prestaties van Facebook.
Kapitalisme ten top
Een IPO is een complex web van financiële en wettelijke regelgeving dat niet door elk bedrijf geleid kan worden. Enkel banken, meestal investment banks, hebben de ervaring en know-how in huis om een IPO te begeleiden. Meer nog dan eender welk ander type van bedrijf, worden investment banks geregeerd door winstbejag en hebben ze er dus baat bij om zoveel mogelijk investeerders aan te trekken die een hoge prijs voor een aandeel betalen. Dat betekent namelijk meer winst voor de investment banks zelf.
In het verleden zijn grote investment banks zoals JP Morgan en Goldman Sachs met de regelmaat van de klok voor de rechtbank gedaagd voor hun twijfelachtige rol in IPO's. Het is immers een publiek geheim dat investment banks weinig frisse praktijken gebruiken om investeerders te overtuigen om in te tekenen op een IPO. Investeerders worden aangemoedigd door valse winstverwachtingen of worden verplicht om te ladderen, een investeringstechniek waar diverse financiële producten worden gekocht met een verschillende vervaldatum. Het is slechts het topje van de ijsberg van creatieve methoden die investment banks gebruiken om investeerders te overhalen om op een IPO in te tekenen.
De pikorde
Investment banks moeten het hebben van het grote geld en zijn daarom enkel geïnteresseerd in het grote geld: pensioenfondsen, hefboomfondsen, banken, etc. De kleine investeerder past niet in de visie van de investment banks en daarom komt die altijd pas als laatste aan bod met dikwijls assymetrische informatie. Grote investeerders kunnen vroeg intekenen op een IPO tegen een voordelige prijs, zodat ze nooit het volle pond betalen. Deze instellingen hebben dus geen 38 dollar per Facebookaandeel betaald, maar eerder 32 tot 34 dollar. Voor hen heeft de koersdaling dus minder rampzalige gevolgen. Bovendien beschikken ze over meer informatie dan de kleine investeerders omdat het belangrijke klanten zijn van investment banks. Zo heeft Morgan Stanley, de investment bank die de beursgang van Facebook leidde, schoorvoetend toegegeven dat de winstverwachtingen drastisch naar beneden moesten worden gesteld. Dat is informatie waarover Jan Modaal dus niet beschikt en die ziet dus tot zijn grote verrassing dat het aandeel van Facebook spectaculair naar beneden gaat zonder aantoonbare reden. Het doet denken aan de massale intekening op aandelen van Lernhout & Hauspie wat achteraf ook een zeepbel bleek te zijn.
Deze gelegenheidsbeleggers moeten echter ook de fout bij zichzelf zoeken. Het zijn dikwijls momentumbeleggers die op korte termijn snel een graantje willen meepikken van het succes van Facebook. De beurs is niet het terrein om snel winst te maken. Nochtans is het mogelijk om snel winst te boeken met de beurs, maar is het veel reëler dat je verlies zal maken. Speculeren uit blind opportunisme wordt meestal afgestraft en dat is hier dus ook het geval. Dit wil overigens niet zeggen dat het aandeel van Facebook nooit zal stijgen. Wanneer de eerste resultaten worden bekendgemaakt, is het best mogelijk dat Facebook de grens van de 38 dollar terug overschrijdt, maar het is niet de beleggingstermijn waarop de meeste investeerders hebben gerekend.
De theorie
Het hierboven fenomeen is in de beleggingswereld geen zeldzaamheid en wordt de greater fool theory genoemd. Het principe is eigenlijk heel eenvoudig. Beleggers denken een buitenkansje te slaan door het kopen van een aandeel wat volgens hen goedkoop is. Dit kan dus bij de intekening van een IPO, maar ook even goed bij een bestaand aandeel. De aankoop is dus gebaseerd op het sentiment dat het aandeel later verkocht kan worden aan een nog hogere prijs en is niet gebaseerd op de reële prestaties van een bedrijf. Het probleem dat zich nu stelt is dat dergelijke investeerders dikwijls de laatste mensen zijn om zo'n aandeel te kopen, waardoor er geen investeerders meer zijn die het aandeel willen kopen tegen een nog hogere prijs. Het gevolg is dus dat de koers gaat dalen en dat deze mensen aanzienlijke sommen geld verliezen.
De grote lacune bij dergelijke investeerders is dat ze een markttrend pas zien wanneer het te laat is. Als een aandeel een stijle opgang maakt, wil je er bij het begin bij zijn en niet op het moment wanneer de top bereikt zal worden. Professionele investeerders hebben al heel veel moeite om de juiste tijdstippen om te investeren te ontdekken, voor gelegenheidsinvesteerders is dit dus helemaal onbegonnen werk. Bovendien houden ze er een korte termijnvisie op na waardoor dit effect wordt versterkt. Investeren doe je dus beter met je volle verstand en niet op speculatief gevoel.
Op vrijdag 18 mei ging Facebook naar de beurs en de animo voor deze beursgang was opvallend groot. Het was immers al een tijdje geleden dat een bedrijf met zo'n omvang een IPO (initial public offering, de beursgang dus) uitschreef met een berekende waarde van 104 miljard dollar. Het aandeel opende op 38 dollar, haalde die ochtend zijn maximum van 38,14 dollar, maar dook daarna in sneltreinvaart naar beneden. Na een week klokt het aandeel af op 31,91 euro en dat betekent dat investeerders die hebben ingetekend op de IPO nu 16% van de intiële waarde kwijt zijn. Maar Facebook was toch de kip met de gouden eieren? Eén van de grootste succesverhalen van de laatste jaren zou toch juist moeten stijgen in waarde? Helaas is de werkelijkheid iets complexer dan dat.
Wanneer een groot en bekend bedrijf zoals Facebook naar de beurs gaat, is het logisch dat daar veel aandacht aan wordt gespendeerd. Het gebeurt niet vaak dat zo'n groot bedrijf aandelen gaat ophalen en gezien het succesverhaal van Facebook is het enthousiasme dan ook erg groot. Dit trekt veel gelegenheidsinvesteerders aan die niet veel van de beurs kennen en zo wordt de zeebel meegecreëerd. De prijs van het aandeel wordt gedreven door onrealistische verwachtingen die niet zijn gebaseerd op de verwachte toekomstige prestaties van Facebook.
Kapitalisme ten top
Een IPO is een complex web van financiële en wettelijke regelgeving dat niet door elk bedrijf geleid kan worden. Enkel banken, meestal investment banks, hebben de ervaring en know-how in huis om een IPO te begeleiden. Meer nog dan eender welk ander type van bedrijf, worden investment banks geregeerd door winstbejag en hebben ze er dus baat bij om zoveel mogelijk investeerders aan te trekken die een hoge prijs voor een aandeel betalen. Dat betekent namelijk meer winst voor de investment banks zelf.
In het verleden zijn grote investment banks zoals JP Morgan en Goldman Sachs met de regelmaat van de klok voor de rechtbank gedaagd voor hun twijfelachtige rol in IPO's. Het is immers een publiek geheim dat investment banks weinig frisse praktijken gebruiken om investeerders te overtuigen om in te tekenen op een IPO. Investeerders worden aangemoedigd door valse winstverwachtingen of worden verplicht om te ladderen, een investeringstechniek waar diverse financiële producten worden gekocht met een verschillende vervaldatum. Het is slechts het topje van de ijsberg van creatieve methoden die investment banks gebruiken om investeerders te overhalen om op een IPO in te tekenen.
De pikorde
Investment banks moeten het hebben van het grote geld en zijn daarom enkel geïnteresseerd in het grote geld: pensioenfondsen, hefboomfondsen, banken, etc. De kleine investeerder past niet in de visie van de investment banks en daarom komt die altijd pas als laatste aan bod met dikwijls assymetrische informatie. Grote investeerders kunnen vroeg intekenen op een IPO tegen een voordelige prijs, zodat ze nooit het volle pond betalen. Deze instellingen hebben dus geen 38 dollar per Facebookaandeel betaald, maar eerder 32 tot 34 dollar. Voor hen heeft de koersdaling dus minder rampzalige gevolgen. Bovendien beschikken ze over meer informatie dan de kleine investeerders omdat het belangrijke klanten zijn van investment banks. Zo heeft Morgan Stanley, de investment bank die de beursgang van Facebook leidde, schoorvoetend toegegeven dat de winstverwachtingen drastisch naar beneden moesten worden gesteld. Dat is informatie waarover Jan Modaal dus niet beschikt en die ziet dus tot zijn grote verrassing dat het aandeel van Facebook spectaculair naar beneden gaat zonder aantoonbare reden. Het doet denken aan de massale intekening op aandelen van Lernhout & Hauspie wat achteraf ook een zeepbel bleek te zijn.
Deze gelegenheidsbeleggers moeten echter ook de fout bij zichzelf zoeken. Het zijn dikwijls momentumbeleggers die op korte termijn snel een graantje willen meepikken van het succes van Facebook. De beurs is niet het terrein om snel winst te maken. Nochtans is het mogelijk om snel winst te boeken met de beurs, maar is het veel reëler dat je verlies zal maken. Speculeren uit blind opportunisme wordt meestal afgestraft en dat is hier dus ook het geval. Dit wil overigens niet zeggen dat het aandeel van Facebook nooit zal stijgen. Wanneer de eerste resultaten worden bekendgemaakt, is het best mogelijk dat Facebook de grens van de 38 dollar terug overschrijdt, maar het is niet de beleggingstermijn waarop de meeste investeerders hebben gerekend.
De theorie
Het hierboven fenomeen is in de beleggingswereld geen zeldzaamheid en wordt de greater fool theory genoemd. Het principe is eigenlijk heel eenvoudig. Beleggers denken een buitenkansje te slaan door het kopen van een aandeel wat volgens hen goedkoop is. Dit kan dus bij de intekening van een IPO, maar ook even goed bij een bestaand aandeel. De aankoop is dus gebaseerd op het sentiment dat het aandeel later verkocht kan worden aan een nog hogere prijs en is niet gebaseerd op de reële prestaties van een bedrijf. Het probleem dat zich nu stelt is dat dergelijke investeerders dikwijls de laatste mensen zijn om zo'n aandeel te kopen, waardoor er geen investeerders meer zijn die het aandeel willen kopen tegen een nog hogere prijs. Het gevolg is dus dat de koers gaat dalen en dat deze mensen aanzienlijke sommen geld verliezen.
De grote lacune bij dergelijke investeerders is dat ze een markttrend pas zien wanneer het te laat is. Als een aandeel een stijle opgang maakt, wil je er bij het begin bij zijn en niet op het moment wanneer de top bereikt zal worden. Professionele investeerders hebben al heel veel moeite om de juiste tijdstippen om te investeren te ontdekken, voor gelegenheidsinvesteerders is dit dus helemaal onbegonnen werk. Bovendien houden ze er een korte termijnvisie op na waardoor dit effect wordt versterkt. Investeren doe je dus beter met je volle verstand en niet op speculatief gevoel.
zaterdag 19 mei 2012
Ethiek is voor verliezers
Principieel probleem
Een tweetal weken ontstond er op de aandeelhoudersvergadering van Belfius groot tumult. De naamwijziging werd er goedgekeurd, maar het belangrijkste punt op de agenda was echter de kwijting van de bestuurders met als voornaamste vis ex-premier Jean-Luc Dehaene. Uiteindelijk kregen alle bestuurders een kwijting waardoor ze individueel niet gerechterlijk vervolgd kunnen worden voor de financiële malaise van het voormalige Dexia. De kleine aandeelhouder blijft verweesd achter want die ziet dat het Dexia-aandeel ongestraft is verwaterd zonder dat hier iemand is voor gestraft.
De vraag is echter of dat Dehaene en co de schuldigen zijn aan de ondergang van Dexia. Dehaene bekleedt immers een functie in de raad van bestuur. In deze raad zitten verscheidene mensen met veel ervaring in de bankwereld en zij geven de strategische richting van Dexia aan. Er kan worden gediscussieerd over de meerwaarde dat deze figuren (niet) hebben gebracht, maar het echte probleem situeert zich echter in het dagelijkse management van Dexia dat onverantwoorde risico's heeft genomen.
Dit geeft voeding aan het principal-agent probleem. Dit probleem beschrijft dat de eigenaar (principal), de aandeelhouders dus, andere belangen heeft dan de bestuurder die is aangesteld om het bedrijf te runnen (agent). Aandeelhouders willen op korte en lange termijn dat het aandeel van het bedrijf stijgt, terwijl een CEO er een korte termijnvisie op nahoudt omdat hij hierop wordt beoordeeld. Dit resulteert in een beleid waarin de CEO er alles aan zal doen om een bedrijf op korte termijn te laten floreren, terwijl dit ten koste kan gaan van de resultaten op lange termijn. Dit kan gaan van het verkopen van activa zodat de financiële resultaten worden verbloemd tot het schrappen van uitgaven in onderzoek en ontwikkeling zodat de groei van een bedrijf wordt ondermijnd.
De oplossing
De meest gehanteerde oplossing voor dit probleem blinkt uit in z'n eenvoud: aandelenopties. Op deze manier hebben aandeelhouders en managers dezelfde belangen. Stel dat Belfius een nieuwe CEO aanstelt. Zijn verloningspakket zal bestaan uit een vast en een variabel gedeelte. Dit variabel gedeelte zal bestaan uit een aantal aandelenopties. De CEO tekent in op deze opties aan bijvoorbeeld vijf euro per aandeel en kan die opties pas uitoefenen in 2017. Als de waarde van de aandelen op dat moment op tien euro staat, heeft de CEO vijf euro per aandeel verdiend. Op deze manier dient de CEO dezelfde belangen als die van de aandeelhouders. De kunst bestaat erin om het variabele en vaste gedeelte van het salaris in de juiste mate te balanceren zodat er geen onoverwogen risico's wordt genomen door de CEO, maar hij toch voldoende wordt gestimuleerd om het bedrijf te laten groeien.
Het grote probleem is echter de termijn van deze aandelenopties. Verreweg de meeste CEO's blijven aan voor een periode van drie tot vijf jaar. Dit stimuleert hen om resultaten te behalen op korte termijn en om de lange termijnvisie te negeren. Een bedrijf kan dit zelf echter aanpassen. Zo heeft Tim Cook, de nieuwe CEO van Apple, ook een uitgebreid optiepakket, maar kan hij die slechts uitoefenen tussen 2016 en 2021 en op voorwaarde dat hij tenminste nog tien jaar bij Apple blijft. Zodoende wordt Cook gestimuleerd om niet enkel naar de korte termijn te kijken, maar ook naar de lange termijn. Anders blijft het oorspronkelijke probleem behouden.
Ethiek
Een bijkomend probleem is dat veel verloningssystemen van lager geplaatste managers ook gericht zijn op de korte termijn. Zij hebben er dus baat bij dat de cijfertjes voor hun afdeling rooskleurig zijn, ook al gaat dit ten koste van de groei. Managers worden namelijk liever nu beloond dan in de toekomst. Zodoende moet de CEO het met performance indicators doen die al gekleurd zijn door lager geplaatste managers en dit maakt het probleem alleen nog maar erger.
De CEO heeft de finale beslissingsbevoegdheid en niet zelden gebruikt die de klassieke truken van de foor om financiële cijfers te verbloemen. Er zijn legio mogelijkheden om dat te doen: boekhoudkundige praktijken toepassen die de financiële resultaten beter doen uitschijnen dan ze werkelijk zijn, verkopen van activa, uitgaven uit een balans houden, foefelen met de voorraad, enzovoort. Alle onethische praktijken zijn dus goed om de aandelenkoers de hoogte in te jagen en daarom eindigen ethische CEO's altijd laatst.
Een tweetal weken ontstond er op de aandeelhoudersvergadering van Belfius groot tumult. De naamwijziging werd er goedgekeurd, maar het belangrijkste punt op de agenda was echter de kwijting van de bestuurders met als voornaamste vis ex-premier Jean-Luc Dehaene. Uiteindelijk kregen alle bestuurders een kwijting waardoor ze individueel niet gerechterlijk vervolgd kunnen worden voor de financiële malaise van het voormalige Dexia. De kleine aandeelhouder blijft verweesd achter want die ziet dat het Dexia-aandeel ongestraft is verwaterd zonder dat hier iemand is voor gestraft.
De vraag is echter of dat Dehaene en co de schuldigen zijn aan de ondergang van Dexia. Dehaene bekleedt immers een functie in de raad van bestuur. In deze raad zitten verscheidene mensen met veel ervaring in de bankwereld en zij geven de strategische richting van Dexia aan. Er kan worden gediscussieerd over de meerwaarde dat deze figuren (niet) hebben gebracht, maar het echte probleem situeert zich echter in het dagelijkse management van Dexia dat onverantwoorde risico's heeft genomen.
Dit geeft voeding aan het principal-agent probleem. Dit probleem beschrijft dat de eigenaar (principal), de aandeelhouders dus, andere belangen heeft dan de bestuurder die is aangesteld om het bedrijf te runnen (agent). Aandeelhouders willen op korte en lange termijn dat het aandeel van het bedrijf stijgt, terwijl een CEO er een korte termijnvisie op nahoudt omdat hij hierop wordt beoordeeld. Dit resulteert in een beleid waarin de CEO er alles aan zal doen om een bedrijf op korte termijn te laten floreren, terwijl dit ten koste kan gaan van de resultaten op lange termijn. Dit kan gaan van het verkopen van activa zodat de financiële resultaten worden verbloemd tot het schrappen van uitgaven in onderzoek en ontwikkeling zodat de groei van een bedrijf wordt ondermijnd.
De oplossing
De meest gehanteerde oplossing voor dit probleem blinkt uit in z'n eenvoud: aandelenopties. Op deze manier hebben aandeelhouders en managers dezelfde belangen. Stel dat Belfius een nieuwe CEO aanstelt. Zijn verloningspakket zal bestaan uit een vast en een variabel gedeelte. Dit variabel gedeelte zal bestaan uit een aantal aandelenopties. De CEO tekent in op deze opties aan bijvoorbeeld vijf euro per aandeel en kan die opties pas uitoefenen in 2017. Als de waarde van de aandelen op dat moment op tien euro staat, heeft de CEO vijf euro per aandeel verdiend. Op deze manier dient de CEO dezelfde belangen als die van de aandeelhouders. De kunst bestaat erin om het variabele en vaste gedeelte van het salaris in de juiste mate te balanceren zodat er geen onoverwogen risico's wordt genomen door de CEO, maar hij toch voldoende wordt gestimuleerd om het bedrijf te laten groeien.
Het grote probleem is echter de termijn van deze aandelenopties. Verreweg de meeste CEO's blijven aan voor een periode van drie tot vijf jaar. Dit stimuleert hen om resultaten te behalen op korte termijn en om de lange termijnvisie te negeren. Een bedrijf kan dit zelf echter aanpassen. Zo heeft Tim Cook, de nieuwe CEO van Apple, ook een uitgebreid optiepakket, maar kan hij die slechts uitoefenen tussen 2016 en 2021 en op voorwaarde dat hij tenminste nog tien jaar bij Apple blijft. Zodoende wordt Cook gestimuleerd om niet enkel naar de korte termijn te kijken, maar ook naar de lange termijn. Anders blijft het oorspronkelijke probleem behouden.
Ethiek
Een bijkomend probleem is dat veel verloningssystemen van lager geplaatste managers ook gericht zijn op de korte termijn. Zij hebben er dus baat bij dat de cijfertjes voor hun afdeling rooskleurig zijn, ook al gaat dit ten koste van de groei. Managers worden namelijk liever nu beloond dan in de toekomst. Zodoende moet de CEO het met performance indicators doen die al gekleurd zijn door lager geplaatste managers en dit maakt het probleem alleen nog maar erger.
De CEO heeft de finale beslissingsbevoegdheid en niet zelden gebruikt die de klassieke truken van de foor om financiële cijfers te verbloemen. Er zijn legio mogelijkheden om dat te doen: boekhoudkundige praktijken toepassen die de financiële resultaten beter doen uitschijnen dan ze werkelijk zijn, verkopen van activa, uitgaven uit een balans houden, foefelen met de voorraad, enzovoort. Alle onethische praktijken zijn dus goed om de aandelenkoers de hoogte in te jagen en daarom eindigen ethische CEO's altijd laatst.
zondag 13 mei 2012
Vertrouwenscrisis
Erin of eruit
Een week na de Griekse verkiezingen, leeft het land in de grootste onzekerheid van haar recente geschiedenis. De politieke verdeeldheid is enorm: geen enkele partij haalt meer dan twintig procent van de stemmen en bovendien houden de twee grootste partijen er een hele andere mening op na. De ene wil de besparingen die Europa voorstelt doorvoeren, terwijl de andere meer heil ziet in een terugkeer naar de Drachme om die te laten devalueren. Deze politieke tegenstrijd stort niet alleen Griekenland in onzekerheid, maar ook Europa. Het scenario van een Griekse uitstap uit de Eurozone klonk nooit luider dan nu en meer Griekse stemmen gaan op om de voorgestelde Europese besparingen niet te slikken. Eén ding is zeker: ongeacht welk scenario zal overwinnen, de Griekse bevolking wacht een zware beproeving de komende (tientallen) jaren.
Erin
Wanneer Griekenland in de Eurozone wil blijven, zijn de voorwaarden heel erg simpel: de voorgestelde besparingen, opgelegd door Merkel en de rest van Europa, aanvaarden. Dit betekent een langzame, maar zekere verpaupering van de Griekse bevolking omdat de rentekosten uit de pan swingen. Bijgevolg zullen de Griekse belastingen zo hoog liggen, dat de koopkracht van de gemiddelde Griek drastisch zal slinken. Dit heeft tot gevolg dat de Griekse economie zal inkrimpen wat dan weer leidt tot de verarming van de Griekse bevolking. Maar is het eerlijk om een land zo hard te laten bloeden wanneer Europa niet eens zeker is dat het zal helpen?
De uitdaging van Europa bestaat erin om haar eigen economie terug aan te zwengelen en de koers die Europa vaart onder impuls van Merkel is heel erg duidelijk: door besparingen wil Merkel de deficits van de overheidsschulden terugdringen. Het verleden heeft bewezen dat deze manier kan helpen, maar helaas is economie geen exacte wetenschap. Elke crisis is uniek en er bestaan geen wondermiddelen om een crisis op te lossen. Critici van deze werkwijze duiden op het feit dat door besparingen er geen investeringen meer in de economie worden gedaan waardoor de economie ook geen ademruimte meer krijgt om te groeien.
Het probleem van de Europese staatsschuldencrisis is echter veel meer dan dit. Zo heeft de crisis ongenadig hard toegeslagen in Spanje met werkloosheidscijfers van vijfentwintig procent en meer. Nochtans is de staatsschuld van Spanje lager dan lichtend voorbeeld Duitsland. Het probleem van Spanje is dan weer dat meer dan vijftig procent van de hypothecaire leningen bezit zijn van Spaanse cajas. Het systeem van cajas was tot voor kort ongereguleerd waardoor praktisch iedereen een lening kon krijgen. Het is dus met andere woorden een nieuw voorbeeld van de Amerikaanse sub-prime crisis in 2007. Op termijn kan dit systeem dus het hele financiële bestel van Spanje onderuit halen en alleen de grootste pessimisten durven voorspellen wat de gevolgen hiervan zullen zijn.
Het toont dus aan dat gelijk welke acties Griekenland (en Spanje) ondergaan, er geen beterschap beloofd kan worden, zolang de problemen aan de bron niet worden aangepakt. Voor Griekenland zijn dit de ongebreidelde staatsuitgaven en een paar dagen geleden dook er weer een verhaal op van een heel eiland dat extra geld kreeg van de staat omdat bijna iedereen daar blind was. Europa mag honderden miljarden euro's aan Griekenland beloven, zolang hier niets aan gedaan wordt, is het een maat voor niets.
Eruit
Griekenland kan natuurlijk ook een dikke, vette middelvinger naar Europa uitsteken en terug overstappen naar de Drachme. In dit scenario wordt de Drachme gedevalueerd en daarna gekoppeld aan de Euro. Dit moet Griekenland competitiever maken. Dit scenario begint steeds meer bijval te krijgen en er valt iets voor te zeggen. Het stimuleert export en werkgelegenheid, maar komt met een levensgrote maar. Wanneer de Drachme wordt heringevoerd, zal de Griekse regering opnieuw nood hebben aan extra leningen die heel erg duur zullen zijn. Dit leidt tot een grote prijsinflatie die de koopkracht van de Grieken zal aantasten. Wanneer de Grieken in de Eurozone blijven, gaat hun koopkracht langzaam, maar zeker er op achteruit. Het omgekeerde is het geval wanneer Griekenland besluit om de Drachme terug in te voeren: het zal een spectaculaire daling in de koopkracht kennen met verpaupering van Griekenland tot gevolg. De Zwitserse bank UBS berekende dat de Griekenland maar liefst zestig procent aan welvaart zal verliezen.
Dit klinkt als een waar rampscenario, maar dit hoeft dat niet per definitie zo te zijn. Rond 2000 stond Argentinië ook aan de rand van de economische afgrond tot op een punt waar het zelfs moest overschakelen op ruilhandel. Door de lage prijzen kan Griekenland uitgroeien tot een aantrekkelijk land om te investeren, waardoor de economie terug aanzwengelt. De hamvraag is echter hoe lang het zal duren vooraleer het land weer economische groei zal kennen na zo'n spectaculaire inkrimping. Bovendien is het onzeker of Griekenland het beloofde land voor investeerders zal zijn, als de rest van de Europese economie niet op punt staat.
Geopolitieke gevolgen
Ongeacht welk scenario Griekenland ook kiest, de gevolgen voor de Europese Unie zullen groot zijn. De Euro is het ultieme symbool van een verenigd Europa. Als de EU deze zware economische beproeving kan doorstaan en zich solidair toont ten opzichte van Griekenland is het vertrouwen tussen de Europese landen groot. Zodoende is de weg naar een verenigd Europa realistischer. Aan de andere kant kan de uitstap van Griekenland leiden tot een breuk in de Europese Unie. Want wat belet andere landen om (onder de druk van de EU) uit de Eurozone te stappen? Rechtse partijen in Finland en Nederland gingen al flink tekeer tegen de besparingen die Europa oplegde en ook nieuwbakken Frans president Hollande heeft al aangegeven om de besparingen die zijn goedgekeurd onder zijn voorganger proberen aan te passen. Meer nog dan een economische of financiële crisis, kunnen we deze crisis bestempelen als een vertrouwenscrisis tussen landen en banken.
Een week na de Griekse verkiezingen, leeft het land in de grootste onzekerheid van haar recente geschiedenis. De politieke verdeeldheid is enorm: geen enkele partij haalt meer dan twintig procent van de stemmen en bovendien houden de twee grootste partijen er een hele andere mening op na. De ene wil de besparingen die Europa voorstelt doorvoeren, terwijl de andere meer heil ziet in een terugkeer naar de Drachme om die te laten devalueren. Deze politieke tegenstrijd stort niet alleen Griekenland in onzekerheid, maar ook Europa. Het scenario van een Griekse uitstap uit de Eurozone klonk nooit luider dan nu en meer Griekse stemmen gaan op om de voorgestelde Europese besparingen niet te slikken. Eén ding is zeker: ongeacht welk scenario zal overwinnen, de Griekse bevolking wacht een zware beproeving de komende (tientallen) jaren.
Erin
Wanneer Griekenland in de Eurozone wil blijven, zijn de voorwaarden heel erg simpel: de voorgestelde besparingen, opgelegd door Merkel en de rest van Europa, aanvaarden. Dit betekent een langzame, maar zekere verpaupering van de Griekse bevolking omdat de rentekosten uit de pan swingen. Bijgevolg zullen de Griekse belastingen zo hoog liggen, dat de koopkracht van de gemiddelde Griek drastisch zal slinken. Dit heeft tot gevolg dat de Griekse economie zal inkrimpen wat dan weer leidt tot de verarming van de Griekse bevolking. Maar is het eerlijk om een land zo hard te laten bloeden wanneer Europa niet eens zeker is dat het zal helpen?
De uitdaging van Europa bestaat erin om haar eigen economie terug aan te zwengelen en de koers die Europa vaart onder impuls van Merkel is heel erg duidelijk: door besparingen wil Merkel de deficits van de overheidsschulden terugdringen. Het verleden heeft bewezen dat deze manier kan helpen, maar helaas is economie geen exacte wetenschap. Elke crisis is uniek en er bestaan geen wondermiddelen om een crisis op te lossen. Critici van deze werkwijze duiden op het feit dat door besparingen er geen investeringen meer in de economie worden gedaan waardoor de economie ook geen ademruimte meer krijgt om te groeien.
Het probleem van de Europese staatsschuldencrisis is echter veel meer dan dit. Zo heeft de crisis ongenadig hard toegeslagen in Spanje met werkloosheidscijfers van vijfentwintig procent en meer. Nochtans is de staatsschuld van Spanje lager dan lichtend voorbeeld Duitsland. Het probleem van Spanje is dan weer dat meer dan vijftig procent van de hypothecaire leningen bezit zijn van Spaanse cajas. Het systeem van cajas was tot voor kort ongereguleerd waardoor praktisch iedereen een lening kon krijgen. Het is dus met andere woorden een nieuw voorbeeld van de Amerikaanse sub-prime crisis in 2007. Op termijn kan dit systeem dus het hele financiële bestel van Spanje onderuit halen en alleen de grootste pessimisten durven voorspellen wat de gevolgen hiervan zullen zijn.
Het toont dus aan dat gelijk welke acties Griekenland (en Spanje) ondergaan, er geen beterschap beloofd kan worden, zolang de problemen aan de bron niet worden aangepakt. Voor Griekenland zijn dit de ongebreidelde staatsuitgaven en een paar dagen geleden dook er weer een verhaal op van een heel eiland dat extra geld kreeg van de staat omdat bijna iedereen daar blind was. Europa mag honderden miljarden euro's aan Griekenland beloven, zolang hier niets aan gedaan wordt, is het een maat voor niets.
Eruit
Griekenland kan natuurlijk ook een dikke, vette middelvinger naar Europa uitsteken en terug overstappen naar de Drachme. In dit scenario wordt de Drachme gedevalueerd en daarna gekoppeld aan de Euro. Dit moet Griekenland competitiever maken. Dit scenario begint steeds meer bijval te krijgen en er valt iets voor te zeggen. Het stimuleert export en werkgelegenheid, maar komt met een levensgrote maar. Wanneer de Drachme wordt heringevoerd, zal de Griekse regering opnieuw nood hebben aan extra leningen die heel erg duur zullen zijn. Dit leidt tot een grote prijsinflatie die de koopkracht van de Grieken zal aantasten. Wanneer de Grieken in de Eurozone blijven, gaat hun koopkracht langzaam, maar zeker er op achteruit. Het omgekeerde is het geval wanneer Griekenland besluit om de Drachme terug in te voeren: het zal een spectaculaire daling in de koopkracht kennen met verpaupering van Griekenland tot gevolg. De Zwitserse bank UBS berekende dat de Griekenland maar liefst zestig procent aan welvaart zal verliezen.
Dit klinkt als een waar rampscenario, maar dit hoeft dat niet per definitie zo te zijn. Rond 2000 stond Argentinië ook aan de rand van de economische afgrond tot op een punt waar het zelfs moest overschakelen op ruilhandel. Door de lage prijzen kan Griekenland uitgroeien tot een aantrekkelijk land om te investeren, waardoor de economie terug aanzwengelt. De hamvraag is echter hoe lang het zal duren vooraleer het land weer economische groei zal kennen na zo'n spectaculaire inkrimping. Bovendien is het onzeker of Griekenland het beloofde land voor investeerders zal zijn, als de rest van de Europese economie niet op punt staat.
Geopolitieke gevolgen
Ongeacht welk scenario Griekenland ook kiest, de gevolgen voor de Europese Unie zullen groot zijn. De Euro is het ultieme symbool van een verenigd Europa. Als de EU deze zware economische beproeving kan doorstaan en zich solidair toont ten opzichte van Griekenland is het vertrouwen tussen de Europese landen groot. Zodoende is de weg naar een verenigd Europa realistischer. Aan de andere kant kan de uitstap van Griekenland leiden tot een breuk in de Europese Unie. Want wat belet andere landen om (onder de druk van de EU) uit de Eurozone te stappen? Rechtse partijen in Finland en Nederland gingen al flink tekeer tegen de besparingen die Europa oplegde en ook nieuwbakken Frans president Hollande heeft al aangegeven om de besparingen die zijn goedgekeurd onder zijn voorganger proberen aan te passen. Meer nog dan een economische of financiële crisis, kunnen we deze crisis bestempelen als een vertrouwenscrisis tussen landen en banken.
donderdag 10 mei 2012
Je eigen MBA samenstellen
Doe-het-zelvers
Het internet is een rijke bron aan informatie en je kan er ook dan enorm veel mee doen. Met de doorbraak van Youtube en andere videosites is het mogelijk om een heleboel lesmateriaal online te vinden. Je kan het niet bedenken of er bestaat wel een opgenomen les van op het internet. Het voordeel hiervan is dat je via internet een hele studie kan volgen, dus ook een MBA-opleiding. Het heeft weliswaar niet alle voordelen van een reguliere MBA-opleiding zoals networking, begeleiding en reputatie, maar de leerstof is hetzelfde. Hier volgt een overzicht van MBA-vakken die je online kan volgen.
Leadership
http://freevideolectures.com/Course/2522/Leadership
Managerial economics
http://www.youtube.com/playlist?list=PLB1AA191C14830C9A&feature=plcp
Game theory
http://www.academicearth.org/courses/game-theory
Marketing
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv037-Page1.htm
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv520-Page1.htm
Project en operations management
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv074-Page1.htm
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv209-Page1.htm (Lean Six Sigma)
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv531-Page1.htm (Six Sigma)
Supply chain management
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv210-Page1.htm
Accountancy
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv034-Page1.htm
Financial management
http://www.youtube.com/playlist?list=PLA640E3004917A767&feature=plcp
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv035-Page1.htm
Corporate finance
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv035-Page1.htm
http://freevideolectures.com/Course/2748/Corporate-Finance
Strategic management
http://freevideolectures.com/Course/2526/Strategy#
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv607-Page1.htm
Portfolio management
http://www.youtube.com/playlist?list=PLC692FF652E384641&feature=plcp
Venture capital en capital markets
http://freevideolectures.com/Course/2570/Venture-Capital-and-Capital-Markets#
Human resource management
http://freevideolectures.com/Course/2688/Human-Resource-Management#
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv315-Page1.htm
Er zijn nog duizenden andere interessante vakken die online te vinden zijn, maar deze vakken zijn het meest relevant voor een MBA-opleiding. Als je er je gading niet in vindt, zijn volgende sites zeker nuttig om andere interessante vakken te vinden:
Het internet is een rijke bron aan informatie en je kan er ook dan enorm veel mee doen. Met de doorbraak van Youtube en andere videosites is het mogelijk om een heleboel lesmateriaal online te vinden. Je kan het niet bedenken of er bestaat wel een opgenomen les van op het internet. Het voordeel hiervan is dat je via internet een hele studie kan volgen, dus ook een MBA-opleiding. Het heeft weliswaar niet alle voordelen van een reguliere MBA-opleiding zoals networking, begeleiding en reputatie, maar de leerstof is hetzelfde. Hier volgt een overzicht van MBA-vakken die je online kan volgen.
Leadership
http://freevideolectures.com/Course/2522/Leadership
Managerial economics
http://www.youtube.com/playlist?list=PLB1AA191C14830C9A&feature=plcp
Game theory
http://www.academicearth.org/courses/game-theory
Marketing
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv037-Page1.htm
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv520-Page1.htm
Project en operations management
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv074-Page1.htm
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv209-Page1.htm (Lean Six Sigma)
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv531-Page1.htm (Six Sigma)
Supply chain management
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv210-Page1.htm
Accountancy
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv034-Page1.htm
Financial management
http://www.youtube.com/playlist?list=PLA640E3004917A767&feature=plcp
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv035-Page1.htm
Corporate finance
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv035-Page1.htm
http://freevideolectures.com/Course/2748/Corporate-Finance
Strategic management
http://freevideolectures.com/Course/2526/Strategy#
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv607-Page1.htm
Portfolio management
http://www.youtube.com/playlist?list=PLC692FF652E384641&feature=plcp
Venture capital en capital markets
http://freevideolectures.com/Course/2570/Venture-Capital-and-Capital-Markets#
Human resource management
http://freevideolectures.com/Course/2688/Human-Resource-Management#
http://www.learnerstv.com/Free-Management-Video-lectures-ltv315-Page1.htm
Er zijn nog duizenden andere interessante vakken die online te vinden zijn, maar deze vakken zijn het meest relevant voor een MBA-opleiding. Als je er je gading niet in vindt, zijn volgende sites zeker nuttig om andere interessante vakken te vinden:
Abonneren op:
Posts (Atom)