zaterdag 27 april 2019

West Highland Way en Edinburgh

Gedreven op mijn enthousiasme voor het wonderbaarlijke Patagonië was afgelopen januari de hikemicrobe goed aangestoken bij mij en ik smeedde het plan om zo snel mogelijk een vervolg te breien aan dit wandelavontuur. Een meegereisd koppel bracht inspiratie en zij hadden op acht dagen tijd de West Highland Way in Schotland gewandeld wat volgens hen een prachtige wandelroute is. Aangezien Schotland nog niet op mijn reiskaart prijkte, was de beslissing om deze route te bewandelen snel vastgelegd. 

Meerdaagse route
De West Highland Way (WHW) is de eerste langeafstandsroute van Schotland en werd in 1980 boven de doopvont gehouden. Het bestaat uit oude, verlaten militaire wegen, routes die schapenboeren vroeger namen, maar ook een heleboel paden die je door de ongerepte Schotse hooglanden brengen. De WHW begint officieus in Milngavie, een plekje iets ten noorden van Glasgow en stopt 153 km verder in Fort William. Tijdens deze route stijg je ongeveer vierduizend meter wat soms pittig is, maar voor mensen met een normale conditie best te doen. De grootste uitdaging is niet de afstand of de hoogtemeters, maar wel de stenen en rotsige ondergrond die je op bepaalde momenten vervloekt. 


Ik trok er zelf met twee reisgezellen op uit, gepakt en gezakt met tent en een veel te zwaar beladen backpack. Het is echter ook mogelijk om je bagage op punt A te laten ophalen en op punt B te laten afzetten voor het schappelijke bedrag van zeven pond per dag. Het voordeel is dat je geen zware backpack moet meesleuren, maar het nadeel is dan weer dat je gebonden bent aan vaste plekken en je dus een stukje vrijheid opgeeft. Geheel risicoloos is het ook niet. De route tussen Rowerdennan en Inverarnan was bij mijn wandelroute regenachtig en glad. Een aantal mensen (die gekozen hadden voor de bagagetransporten) gaf er de voorkeur aan om halfweg bij Inversnaid een taxi te nemen die volledig Loch Lomond moest omrijden naar hun eindbestemming van die dag. Kostenplaatje: ruim honderd pond per taxi. 

Dag 1 Milngavie - Drymen
Een zondag nemen als startdag van de WHW geeft niet meteen een blijk van visie. Het blijkt namelijk dat bij het startpunt veel winkels zijn gesloten en er is enkel één supermarkt waar je aankopen kan doen. Bovendien is er in het weekend minder openbaar vervoer vanuit Glasgow en waren we genoodzaakt om de trein te nemen. Hier leerden we ook dat de plaatsnamen totaal anders worden uitgesproken dan dat ze zijn opgeschreven. Milngavie transformeert zo op wonderlijke wijze naar Milgaainie. 


Een reisboek kondigde de eerste dagen van de WHW aan als de saaiste dagen en dat klopt ook wel. Je komt wel fraaie landschappen tegen, maar hier zitten we nog in de buurt van de laaglanden met bos, weides en heide als voornaamste blikvangers. Miljoenen jaren geleden liepen er lavastromen in dit gebied en de zwarte gronden zijn daar nog een laatste restant van. Af en toe krijg je wel een blik van een vallei wat voor de eerste mooie vergezichten zorgt. Wel kom je op deze route de whiskeydistilleerderij van Glengoyne tegen. Helaas was dat anderhalve km heen en terugstappen en met een te zwaar beladen backpack was er te weinig animo voor dit whiskeybezoek.  


Met tent is Drymen een rotlocatie want er zijn amper plekjes te vinden in dit dorpje om te kamperen en de enige camping bevindt zich zo'n vier kilometer voor dit dorpje. Daarom zijn we 's avonds een uurtje verder gewandeld en kwamen we verschillende kampeerplekken tegen die al eerder werden gebruikt. De stenen voor een kampvuur lagen al klaar en wat sprokkelwerk later stond er een knus kampvuur voor ons te branden. 

Dag 2 Drymen - Sallochy
Wanneer je niet gewend bent om een dag stevig door te stappen, betaal je dat cash in stramme spieren en dat is wat me overkomen is op de tweede dag. De eerste honderd meters blijken een halve martelgang te zijn en mijn onlangs aangeschafte wandelstokken worden al snel bovengehaald. Ongetwijfeld mijn beste aankoop voor deze reis. Met wandelstokken wordt het wandelen een stuk gemakkelijker. Ik heb ze ook nodig want na een uurtje of twee wandelen komen we bij Conic Hill aan. Deze top is slechts 361 meter hoog, maar biedt één van de meest pittoreske panorama's van de gehele WHW en is daarom één van de hoogtepunten van deze meerdaagse wandelroute. 


Het blijkt dat Schotland ook erg winderig is en hoewel ik in Patagonië erg veel wind heb gezien, is het in Schotland ook niet te onderschatten. Bij de afdaling van Conic Hill staat er zodanig veel wind dat ik zelfs vaste grond dreig te verliezen. De ministorm duurt gelukkig maar een aantal minuten en de afdaling gaat verder relatief gemakkelijk naar beneden richting Balmaha waar we iets eten. 


De goesting om deze dag nog veel kilometers te doen, is ergens bij Conic Hill weggewaaid en in de namiddag besluiten we om onze tenten op te zetten op een camping voor Sallochy. Daar stel ik de schade bij mijn voeten vast, want mijn twee voeten zijn inmiddels veranderd in een oorlogszone van blaren. Ik heb erg veel blarenpleisters van Compeed bij, maar dat blijkt geen overbodige luxe te zijn met een stuk of zes, zeven blaren opgelopen op twee dagen. 

Dag 3 Sallochy - Inverarnan
Op het einde van de dag geeft de stappenteller op mijn Samsung aan dat we ruim veertig kilometer hebben gestapt. In werkelijkheid zal het allicht een stuk minder zijn geweest, maar dit was verreweg de langste dag wanneer we rond half negen in het schemerdonker arriveren bij de camping in Inverarnan. Het is eveneens de enige dag dat we geconfronteerd worden met regen waardoor dit rotsachtig parcours soms gevaarlijke proporties kan aannemen. Bewijs daarvan zijn de bulten die ik heb opgelopen en één enkele val tussen twee rotsen die veel slechter heeft kunnen aflopen. 


De derde dag start eigenlijk in Rowerdennan, maar aangezien we eerder waren gestopt, moesten we nog twee uurtjes wandelen tot dit plekje. De gehele dag loopt de route lang Loch Lomond en bij mooi weer is dit een idyllisch zicht, maar bij regenweer verandert het in een dramatisch en onheilspellend uitziend mistfiguur. Na de inwendige mens verzorgd te hebben bij een pub in Rowerdennan start het echte werk met volgens mij het meest veeleisende parcours van de gehele WHW. De route begint gestaag meer rotsachtige proporties te vertonen en het wordt moeilijker om snelheid te maken door de meest kronkelende paden. 


Het is vier uur wanneer we in Inversnaid aankomen en houden een uurtje halt. Om vijf uur beginnen we aan het zwaarste werk van de WHW en het pad is zo rotsachtig, kronkelend en bezaaid met hindernissen dat het anderhalf uur duurt om twee mijl af te leggen. Met een dalende zon, miezerige regen en een languit gestrekt Loch Lomond aan de linkerzijde wordt tijd vijand nummer één. Maar gelukkig zijn de twee eerste uren de zwaarste en worden de rotsen ingeruild voor een jovialer heidelandschap. Wanneer we om half negen arriveren aan de camping is dat geen moment te vroeg. Deze dag was de langste en door het landschap en regen ook misschien de saaiste, maar was achteraf gezien voor mij wel een leuke dag aangezien het parcours wat technischer is dan de andere dagen. 

Dag 4 Inverarnan - Tyndrum
Laagland wordt vanaf dag vier definitief vaarwel gezegd en de hooglanden vieren vrolijk hun entree met een divers en mooi landschap. Op deze zonnige dag zijn er geen zware toppen te beklimmen, maar het landschap is daarom niet minder spectaculair. De officiële gids van de WHW split deze route op in twee verschillende dagen en dag vier is hier een relatief eenvoudige wandelroute van zo'n tien kilometer tot aan Crianlarich. Dat is best opmerkelijk te noemen want hoewel het op en neer gaat - zoals bij de gehele WHW - is dit een vrij gemakkelijk wandelparcours. 


De reden om het op dag vier wat rustiger aan te doen, is misschien wel de natuur waar het getoonde heidelandschap een welgekomen afwisseling is voor het niet-aflatende Loch Lomond de dag ervoor. We zien beekjes en watervalletjes, indrukwekkende valleien en af en toe de obligate smalle doorgang waar het wringen en wroeten is om mijn veel te grote backpack er door te krijgen. Misschien wel het grootste contrast met dag drie is de gemoedelijkheid waarmee er gewandeld wordt. Er is geen tijdsdruk om voor donker ergens aanwezig te zijn, maar het zonnetje en de hooglanden inspireren juist tot een totale abstinentie van gejaagdheid.


Onderweg kom je ook enkele historische monumenten tegen zoals een begraafplaats die dienen als oriënteringspunt. In principe kan je op de WHW niet verloren lopen, maar toch ben ik er in geslaagd om op een boerderij naar een top omhoog te klimmen een paar honderd meter verwijderd van de officiële weg. Het is een talent als een ander, zeker... De vergissing wordt rechtgezet en het laatste stukje richting Tyndrum is een verplicht nummertje aangezien de route hier op z'n saaist is. 

Dag 5 Tyndrum - Kingshouse
Met negentien mijl is de route tussen Tyndrum en Kingshouse officieel de langste dag van de WHW als je die op zeven dagen wandelt. De route zelf is niet veeleisend, maar wel verraderlijk aangezien er in het lange stuk tussen Bridge of Orchy en Kingshouse amper of geen mogelijkheden zijn om te schuilen of iets te eten of te drinken. Het eerste stuk is tussen Tyndrum en Bridge of Orchy wat hoofdzakelijk een goed bewandelbare zandweg is waar de schapen vrolijk rond je dartelen. We doen er drie uur over om tot Bridge of Orchy te geraken, maar het lijkt verder aangezien het monotone landschap de weg langer doet lijken. 


Na een drankstop bij Bridge of Orchy begint een stevige dosis klimwerk naar Black Mount waar je nabij de top een prachtig vergezicht krijgt over de vallei en Loch Tulla dat het panorama complementeert. Ik haal mijn fototoestel boven om er één van mijn mooiste foto's te nemen. Aan de overkant zien we Inveroran Hotel en is het ook een startplek voor veel dagtoeristen die deze pittoreske top willen beklimmen. En ze hebben volledig gelijk. 


Daarna volgt een lange wandeltocht langs Rannoch Moore. Een moore is een moerasachtig gebied en Rannoch Moore is haast ongerept omdat boeren en veehouders vroeger hun dieren niet wilden laten grazen op deze plek uit schrik dat het vee zou verdrinken. Rannoch Moore is op zijn best als er een onheilspellende mist boven deze venen waakt, maar op deze zonnige dag zijn deze plassen eerder een detail bij de indrukwekkende hooglanden en krijgen ze niet de merites die ze eigenlijk verdienen. Rannoch Moore dwingt misschien respect af bij de Schotten, maar op deze dag zijn het eerder leuke plasjes op de achtergrond. Hoewel deze dag zich als lang aankondigde, is de route relatief snel genomen door de geringe hoogteverschillen en komen we rond zeven uur aan bij Kingshouse. 

Dag 6 Kingshouse - Kinlochleven
Op dag zes wacht na een uurtje wandelen de Devil's Staircase die op papier een stuk verschrikkelijker klinkt dat dat ie in werkelijkheid is. Toch is de klim naar boven niet te onderschatten met een stijging van zo'n 250 meter met af en toe hellingsgraden van twintig procent. Als je het pad naar boven op het gemak doet en af en toe stopt, is na een uurtje hard labeur deze duivelse klim genomen. Je zit hier ook op het hoogste punt van de WHW dat zo'n 550 meter boven de zeespiegel strekt. We besloten echter om onze backpack achter te laten en naar één van de nabij gelegen toppen te klimmen. Het vergezicht over Kingshouse is adembenemend en het is voor deze momenten dat je al dat klimwerk voor lief neemt. 


De afdaling is ook een plaatje, want hier krijgen we rechts Glen Coe te zien. Glen Coe is wellicht de beroemdste vallei van Schotland. Niet alleen omwille van de pracht en praal die deze vallei te bieden heeft, maar ook omwille van historische context. Het is namelijk in deze vallei dat in het tumultueuze jaar van 1692 ongeveer 38 Schotten in koelen bloede werden vermoord door het Engelse leger aangezien ze geen loyaliteit zwoeren aan de Engelse koning, maar wel aan een andere dynastie. Ruim driehonderd jaar later zien we enkel een vallei die in bloei staat. 


De lange afdaling naar Kinlochleven laat zich gevoelen en net wanneer je denkt dat je er bent, is er weer een volgende haarspeldbocht. Uiteindelijk halen we het dorpje rond vier uur en dat wordt gevierd met wat gerstenat. Aangezien de laatste dag ook een behoorlijk pittige dag is en bij mij er toch wat moeheid optreedt, besluiten we om al een deel van dag zeven te doen. Na Kinlochleven staat er alweer een pittige helling op het programma en met doorzettingsvermogen, parelend zweet en wat rustpauzes behaal ik eindelijk de top. We wandelen nog twee uur verder op een breed grintpad om daarna de tent op te slaan aan een beekje in een vallei in wellicht de meest idyllische locatie van onze reis. 

Dag 7 Kinlochleven - Fort William
De laatste loodjes wegen het zwaarst en dat geldt zeker voor de laatste dag waar ik geen stenen meer kan zien. Omdat we onze tent halverwege de route hebben opgeslagen, is het slechts nog een viertal uur stappen tot het eindpunt van Fort William en bovendien kunnen we vroeg opstaan aangezien we helemaal alleen zijn in dit prachtige landschap. We vertrekken bij het krieken van de dag nog voor zeven uur 's ochtends en dat zorgt voor prachtige taferelen zoals de ochtendzon die de hooglanden van een eerste streepje warmte voorziet. 


De weg zelf wordt verder gezet op de brede grintpaden die af en toe bezaaid zijn met stevige rotsen waardoor het aantrekkelijker is om te lopen op de rand van de weg waardoor logischerwijze erosie optreedt op deze paden. Opvallend is dat er sinds kort een ontbossingsprogramma is ingezet op deze locatie waardoor je honderden en honderden gesneuvelde bomen ziet waar enkel de resterende stam er aan doet herinneren dat hier nog niet zo lang geleden bomen stonden. Ik weet niet of dit in het teken staat van een herstellingsprogramma voor de natuur, maar het geeft dit landschap een ietwat kale indruk. Na een tweetal uren wandelen, komen we eindelijk bij een tweespalt waar je langs de oude militaire wegen naar Fort William kan wandelen of verder langs de hoger gelegen heuvels. Aangezien de eerste optie twee uur korter is dan de andere, is voor mij de keuze snel gemaakt voor de militaire wegen. 


Deze militaire wegen mogen dan korter zijn, maar zijn ook wel verraderlijk omdat ze met veel zin voor cynisme op en af gaan in steile hellingen, dikwijls zelfs met hellingen gecombineerd. Fort William is niet meteen een pittoreske locatie en daarom is het de laatste kilometers vooral een beroep doen op mijn geduld en doorzettingsvermogen om het eindpunt te bereiken. Nadat ik een laatste helling om tien uur heb beklommen, is de weg beneden naar Fort William ingezet. Om half elf 's ochtends poseer ik met een bord waarop Failte staat. De WHW is eindelijk bedwongen!

Dag 8 Edinburgh
Als eindbestemming is Fort William een kleine anticlimax omdat het vrij toeristisch is en er niet gek veel te zien of te beleven valt. Daarom breiden veel wandelaars er een officieus vervolg aan door de Ben Nevis te beklimmen, de hoogste berg van de UK met zo'n 1350 meter. Ik had me echter vooraf voorgenomen om naar Edinburgh te gaan aangezien de Schotse hoofdstad al langer stond te prijken op mijn lijstje van citytrips die ik wil doen. Aangezien er geen rechtstreekse verbinding is tussen Fort William en Edinburgh heb ik op dag zeven om half zes 's avonds de trein naar Glasgow genomen in een vier uur durende treinrit. Deze rit kost zo'n veertig pond, maar is wel de moeite waard omdat je door veel landschappen komt die je op de route onderweg (gedeeltelijk) hebt gezien. Veel van deze locaties zijn bovendien ook opgenomen in de Harry Potter-films wanneer de trein naar Hogwarts rijdt. 


's Ochtends vertrek ik op dag acht naar Edinburgh en een uurtje later ben ik al in de Schotse hoofdstad. Net op tijd om in de lange rij wachtenden aan te sluiten bij Edinburgh Castle. Dit kasteel heeft een cruciale rol gespeeld in de Schotse geschiedenis en is één van Schotlands meest bezochte sites. Op Pasen is er dan ook een ongelofelijke mensenmassa aanwezig, maar onder het genot van een stralende zon neem ik rustig de tijd om alles te bezichtigen. Het kasteel vormt een mooi uitkijkpunt over de stad, maar bevat ook de Schotse kroonjuwelen en kent enkele tentoonstellingen zoals over de Schotse militaire geschiedenis. 


Naast Edinburgh Castle had ik eigenlijk niks op de planning staan en via de oude stad wandel ik naar Calton Hill waar het oude observatorium staat. Op deze heuvel is niet zo gek veel te zien, maar mensen hebben een mooi uitzichtpunt over de stad en de nabij gelegen baai en genieten van het zonnetje door op een bankje te rusten. En ik doe net hetzelfde. Na een uurtje rusten, mag het wat actiever voor mij en ik bezoek de Scotch Whiskey Experience. Dit is een interactieve tour waar de bezoeker in groep wordt rondgeleid in het brouwproces en op het einde mag je uiteraard een whiskey proeven. 


Het steekt leuk in elkaar, maar het kan niet op tegen een bezoek aan een echte whiskeydistilleerderij. Hetzelfde geldt daarna voor Camera Obscure and World of Illusions waar de bezoeker in een wereld van illusies komt. Het is leuk om te zien hoe er met je geest en ogen wordt gesold, maar na een half uurtje is de nieuwigheid wel verdwenen. Om zeven uur 's avonds vertrek ik terug naar het station om in Glasgow de dag erna te vertrekken.  

zondag 24 maart 2019

Reisverslag Patagonië - deel 4: Zuidelijke hoogtepunten

Dag 11 - Naar htet zuiden!
Het pendelen met de bus wordt vanaf dag elf ingeruild voor de eerste van vier binnenlandse vluchten. Hoewel de vlucht zelf amper anderhalf uur duurt, staat de elfde reisdag voornamelijk in het teken van het pendelen tussen Bariloche en El Calafate en El Chalten. Het Argentijnse merendistrict zeggen we ’s ochtends vaarwel en we trekken naar het zuiden in de buurt van het Patagonische ijsmassief, één van de grootste ijsvelden ter wereld na Antarctica.



Wanneer de landing langzaam wordt ingezet, worden we getrakteerd op de prachtige vergezichten van meanderende rivieren die turquoiseblauw kleuren. Hoewel we in El Calafate landen, is dit niet onze eindbestemming. We nemen namelijk nog de bus om 220 km verder te rijden naar El Chalten. Dit is misschien wel de meest bijzondere busrit van de hele rondreis want we komen onderweg niks tegen behalve steppen waarop af en toe een verdwaalde barak staat waar lokale koeien in kunnen schuilen. Plots duikt dan El Chalten op wat tot 1985 niet meer dan een verzameling van enkele huisjes was omdat Argentinië dit grondgebied voor zich opeiste.



Nu is El Chalten één van de populairdere vakantiebestemmingen in Patagonië en dat heeft het te danken aan zijn aantrekkelijke wandelroutes en is het ook een favoriete bestemming voor bergbeklimmers die de moeilijke top van de Fitz Roy willen bedwingen. Het dorpje telt 15000 inwoners en de lokale economie staat bijna exclusief in het teken van toerisme met massa’s hotels, hostels, B&B’s, souvenirshops, winkeltjes, taxi’s en eetgelegenheden. We komen in de vroege avond aan en de Argentijnse zomer laat in theorie nog een avondwandeling toe. In theorie, want bij aankomst regen het pijpenstelen en is mijn eerste bekommernis om eten en drank te bemachtigen voor de wandeling van de volgende dag.



Dag 12 - Hoogtepunt
Voor ik aan de reis begon waren de wandelingen in El Chalten en Torres del Paine mijn persoonlijke hoogtepunten, samen met de ice trekking op de Perito Moreno-gletsjer. De verwachtingen voor deze dag waren dus hooggespannen, maar het beeldmooie landschap van El Chalten heeft niet teleurgesteld en een dagvullende hike is voor mij het hoogtepunt van deze reis geworden. El Chalten kent verschillende routes en met enkele reisgenoten haddenwe besloten om een taxi te nemen om te beginnen bij El Pilar. Tenminste als we eerst een taxi konden vinden. Het bleek namelijk dat die ochtend alle beschikbare taxi’s al gereserveerd waren. We gingen dan maar te voet naar het toeristisch centrum van El Chalten en daar werd ons geduld na een half uurtje beloond met twee taxi’s.


Bij het begin van de wandeling bij El Pilar leer ik onmiddellijk twee dingen over Patagonië en El Chalten in het bijzonder: het landschap is enorm spectaculair en het waait er verschrikkelijk hard. De route naar Poincelot gaat op en neer, maar is met de nodige tussenpozen best te doen. Af en toe word ik getrakteerd op een glimp van één van de gletsjers van de Fitz Roy. De zwaarste inspanning lever ik echter rond de middag wanneer ik naar Laguna de los Tres klim. Deze gletsjertop is de sterattractie van El Chalten omdat dit het hoogst gelegen punt is van El Chalten en prachtige panorama’s biedt van de omgeving.


De klim zelf is behoorlijk steil: 400 meter klimmen op amper één kilometer afstand op losse stenen en een massa volk. Het kost me de nodige moeite om boven te geraken, maar met behulp van talrijke pauzes en wat doorzettingsvermogen geraak ik eindelijk boven. Was de wind op de plattere stukken al verschrikkelijk hard, dan neemt het hier orkaanachtige proporties aan met windsnelheden van 110 km/u en meer. Laguna de los Tres zelf is eigenlijk niet veel mooier dan andere lagunes in de buurt, maar het geeft wel een enorm voldaan gevoel om de top bereikt te hebben. De prachtige vergezichten vanaf deze top zijn dan een fantastische bonus. De daling terug naar Laguna de los Tres gaat vrij vlot en vanaf Poincelot is het ongeveer 12 km terug naar El Chalten.


Vanaf Poincelot naar El Chalten word je op deze route getrakteerd op fantastische omgevingen en is het een waar wandelfestijn voor ogen en voeten. Het veranderlijke weer wordt ook hier geïllustreerd. Vlak na Poincelot trek ik mijn handschoenen aan omwille van de koude en zie ik sneeuwvlokjes dwarrelen. Een uur later zit ik bij een lagune waar een stralende zon je uitnodigt om te zonnebaden en daar maken enkele mensen gretig gebruik van. Na deze lagune kom ik het mooiste stukje natuur van de gehele reis tegen: de vallei van El Chalten waar een meanderende turquoiseblauwe rivier voor een fraai schouwspel zorgt tussen de indrukwekkende rotsen. Ik haal ontelbare keren mijn fototoestel boven om de ultieme foto te nemen en het ene plekje is nog mooier dan het andere. Zelfs de harde ijskoude wind is bij dergelijke landschappen geen spelbreker. Rond half vijf kom ik als laatste aan bij het hotel, maar kan ik ook wel zeggen dat ik als enige (wellicht) de mooiste route heb gewandeld van iedereen.


Dag 13 - Uitblazen
Op deze dag vertrekken we om 15u met de bus naar El Calafate en is er dus nog voldoende tijd om een stevige wandeling af te leggen. Ik gebruik deze dag echter als halve rustdag aangezien de vorige wandeling behoorlijk stevig was en voor mij een aanzienlijke inspanning betekende. Eerst koop ik echter een nieuwe rugzak aangezien de vorige dag een slachtoffer eiste in de vorm van een niet meer functionerende rits bij mijn vorige rugzak. Dit betekent dat ik mijn rugzak niet meer kan sluiten en eigenlijk zo goed als onbruikbaar is. Ik betaal de volle pot voor een nieuw exemplaar, maar de nieuwe rugzak is wel praktischer dan mijn vorige.


De kortste wandelroute in El Chalten is mijn route voor deze dag en is een vrij vlak parcours dat soms op en neer gaat, maar eigenlijk nog best te omschrijven valt als ‘vals plat’. Deze gele wandelroute kwam ik de dag ervoor al rijdend tegen, want toen de taxi naar El Pilar reed, kruiste dit grotendeels deze route. Eindbestemming van dit wandelpad is een leuk watervalletje dat op deze zonnige dag voor een beetje verfrissing zorgt. Het is bijlange na niet zo spectaculair als mijn vorige wandeling, maar wel een leuke wandeling om te ontspannen. Deze wandeling is echter vrij snel afgerond en ik gebruik de rest van de tijd om op mijn duizendste gemak iets te eten en te drinken en daarna te genieten van deze stralende dag op een bankje in El Chalten.


De bus brengt in ons in de late namiddag naar El Calafate en net zoals twee dagen eerder komen we onderweg bijna niks tegen op dit verlaten stukje Patagonië. Het hotel in El Calafate ligt net buiten het centrum waardoor we twintig minuten wandelen om iets te kunnen eten. Het moge wel duidelijk zijn dat mijn voeten weinig rust kennen in deze drukke periode. 


woensdag 20 maart 2019

Africa Museum: oude wijn in nieuwe zakken

Nieuwe naam
De afgelopen jaren heb ik verscheidene musea bezocht in België, maar het Museum voor Midden-Afrika was een opvallende afwezige op deze lijst. De reden hiervoor is simpel: het museum is namelijk tussen 2013 en 2018 grondig gerenoveerd met een geschat kostenplaatje van 66,5 miljoen euro. Het museum werd inmiddels herdoopt tot Africa Museum en de deuren gingen eind 2018 weer open. Het resultaat is dat het museum architectonisch een ware metamorfose heeft ondergaan. Bezoekers worden voortaan in een apart gebouw verwelkomd waar ze tickets kopen, maar er is ook plaats voor lockers, pick-nick en toiletten. Daarna wordt de museumbezoeker via een steile trap naar -2 geleid en komt men via een lange gang naar de eigenlijke expositieruimtes waar de imposante collectie van het Africa Museum wordt getoond. 



Voor de renovatie werd het Museum voor Midden-Afrika met de regelmaat van de klok beticht dat het vrij betuttelend was voor het Afrikaanse erfgoed en dat Leopold II met een wel heel gunstige blik werd benaderd. Bij deze renovatie is het museum regelmatig ten rade gegaan bij Congolese belangengroepen om het land op een representatieve manier te tonen. Het uiteindelijke resultaat is dat getoonde museumstukken op een neutralere manier worden gekaderd. Tekst wordt op een pseudo-wetenschappelijke manier getoond en men heeft het niet langer over ‘België’, maar wel over ‘de kolonisator’. Op deze manier tracht het Africa Museum op een neutralere en objectievere manier feiten weer te geven, maar het paternalisme duikt jammer genoeg op bij elke hoek, al is het wel in mindere mate. Ook de rol van Leopold II wordt niet (voldoende) kritisch benaderd, terwijl de tweede Belgische koning verantwoordelijk is voor één van de grootste genocides aller tijden. 

Grote collectie
Afrika is een continent dat bestaat uit talrijke facetten. Deze verscheidene facetten worden in het Africa Museum tentoongesteld in diverse expositieruimtes. De blinkvanger is uiteraard het leven en welzijn van de Congolese bevolking wanneer het werd gekoloniseerd door België vanaf 1885. In het museum worden maskers, beelden en andere zaken getoond, maar evenzeer de invloed van de Belgische kolonisatie op de plaatselijke bevolking. Congo is namelijk een kunstmatige samenstelling van duizenden lokale stammen die plots werden verenigd onder het mom van het ‘beschaafd maken’ van deze stammen. De vreselijke invloed hiervan wordt op een adequate manier verduidelijkt in het museum, maar er wordt zelden een kritische noot bij geplaatst. Er is eveneens een galerij voorzien waar de rol van rubberplantages wordt uitgelegd en wat de impact hiervan is. Meer dan een oppervlakkig ‘decimatie van de bevolking’ valt er niet te lezen, terwijl we het hier wel hebben over de uitroeiing van een bevolking. 



Uiteraard wordt er ook aandacht gespendeerd aan andere aspecten met dieren en natuur als andere blikvanger. Congo bevat namelijk het grootste regenwoud ter wereld na de Amazone en vervult daarmee een belangrijke functie in het Afrikaanse ecosysteem. Daarnaast is Congo (letterlijk) op veel gebieden en onontgonnen terrein en is er nog steeds veel olie en andere gesteenten aanwezig op Congolees grondgebied. Het Africa Museum benadrukt het belang van het Congolese regenwoud, maar contrasteert dit ook met lokale bevolking die de natuurlijke rijkdommen amper of niet kan benutten. Er is ook een grote collectie van opgezette dieren aanwezig met onder andere een berggorilla, een giraf, een olifant, een leeuw en andere dieren. In een post-koloniale wereld hoort dit misschien in een museum, maar de relevantie van deze dieren in een eigentijdse collectie kan hard in vraag gesteld worden. Het museum laat niet na zichzelf te bewieroken op gebied van wetenschap door te stellen dat het over een uitgebreide collectie en bibliotheek over Afrika beschikt. Dan moet het toch mogelijk zijn om de collectie te moderniseren naar meer eigentijdse normen. 



Praktische verbeteringen
De uitgebreide expositieruimtes bevatten ook een collectie die gaat over taal en muziek en legt bijvoorbeeld de complexiteit uit van de verschillende Buntu-talen. Persoonlijk vind ik dit minder interessant dan de sociaal bewogen geschiedenis van de Congolezen onder Belgisch koloniaal bewind, maar dat neemt niet weg dat bij deze collectie er interessante dingen te vinden zijn. Zo is er een erg actieve beweging in het maken van (straat)strips in Kinshasa en komt vanuit Namibië en Zimbabwe muzikale invloeden over de grens gewaaid. Het is enkel jammer dat het Africa Museum van deze renovatie onvoldoende gebruik heeft gemaakt om de collectie interactiever te maken. Er zijn voldoende schermen aanwezig om info op te roepen of beeldfragmenten te bekijken, maar de uitwerking hiervan laat te wensen over. Bij een klein centraal halletje kan je gratis een koptelefoon meenemen, maar dat wordt nergens uitgelegd. Een bewaker doet angstvallig alle uitleg, maar kan onmogelijk de vele bezoekers de nodige uitleg verschaffen. Het blijkt ook dat de koptelefoon voorlopig enkel in het Frans werkt en nog niet voor andere talen. 



De renovatie mag dan afgerond zijn, maar er zijn dus zeker nog verbeteringen te boeken bij het huidige Africa Museum. Het gaat met name om praktische zaken zoals deze koptelefoon, maar ook andere dingen zoals het gebrek aan toiletten, parkeergelegenheid en bewegwijzering van het museum. Het Africa Museum in Tervuren wordt druk bezocht en in de namiddag mag je je verwachten aan een mensenzee en een vlotte doorstroming wordt soms bemoeilijkt door letterlijke bottlenecks zoals smalle doorgangen of ongelukkige composities van tentoongestelde stukken. 



Conclusie
Het Africa Museum zegt van zichzelf dat het een autoriteit is op het vlak van Afrikaanse cultuur en erfgoed en toont dat ook in een diverse collectie die gaat over Congolese samenleving, natuur, beeldende kunsten en natuur en dieren. Deze collectie rechtvaardigt een trip naar dit museum, maar anderzijds kan de relevantie van sommige segmenten in vraag gesteld worden. Het museum laat op praktisch vlak soms ook te wensen over en kan vooral op dit gebied progressie boeken. Een goed geïnformeerde bezoeker kan echter veel van dit leed voorkomen om zo op een rustige manier te genieten van de indrukwekkende collectie van dit onlangs heropende museum. 

zondag 3 maart 2019

Oscars 2019 - exclusief Netflix editie

Filmjaar 2019
Als filmliefhebber kijk ik uiteraard graag naar films, maar schrijf ik er ook graag over. Dit leidde ertoe dat ik de afgelopen twee jaar voorspellingen heb gedaan voor de Oscars, maar voor deze editie heb ik dat niet gedaan. Enerzijds omdat ik meer met andere dingen bezig ben, maar anderzijds omdat ik ook minder films bekijk. Van mei tot december 2018 ben ik slechts acht keer naar de cinema geweest omdat er simpelweg niet veel goed materiaal te vinden was in de Belgische cinemazalen. Het begin van 2019 belooft al niet veel beter, terwijl deze periode traditioneel gezien een hoogtepunt is omdat veel Oscar-genomineerden in (kleinere) zalen te vinden zijn. Deze week zijn de hoogtepunten in Belgisch cinemaland Alita: Battle Angel, Trio, Cold Pursuit en Urbanus: de Vuilnisheld. Ziehier de reden voor mijn verminderd cinemabezoek. 

Ik was dus ook minder geplaatst om de genomineerden voor deze editie van de Oscars te beoordelen, maar het was voor mij wel duidelijk dat Roma de grote favoriet was. Helaas zien de broodheren in Hollywood dat anders en hebben ze deze film - onterecht - geboycot bij de stemmen voor beste film. Uiteindelijk is de hoofdprijs gegaan naar Green Book, een feel good film over racisme in de jaren zestig van de VS. Absoluut geen Oscar-materiaal, maar wel een stuk beter dan het debacle van vorig jaar waar The Shape of Water op onbegrijpelijke wijze werd verkozen tot beste film van vorig jaar.

Categorie
Beste film
Categorie
Beste regisseur
Persoonlijk
Roma
Persoonlijk
Yorgos Lanthimos (The Favourite)
Winnaar
Green Book
Winnaar
Alfonso Cuaron (Roma)

Green Book gaat lopen met de grootste prijs en deze feel good buddyfilm snijdt met racisme een zwaar thema aan wat de laatste jaren brandend actueel is bij de Oscars met onder andere #OscarsSoWhite. Of de verkiezing van deze film daar veel goed aan doet, is twijfelachtig want de film is zeker genietbaar, maar ook wat oppervlakkig met soms karikaturale hoofdpersonages wat de ernst van het thema misschien ondermijnt. Alfonso Cuaron heeft terecht de Oscar gewonnen voor beste regisseur met het prachtige Roma, hoewel ik zelf een (lichte) voorkeur heb voor Yorgos Lanthimos als underdog aangezien de Griekse regisseur vooral komedies op zijn resumé heeft staan en met The Favourite een erg leuk kostuumdrama heeft gecreëerd met daarin (subtiele) humor verweven. 

Categorie
Beste acteur
Categorie
Beste actrice
Persoonlijk
Rami Malek (Bohemian Rhapsody)
Persoonlijk
Olivia Colman (The Favourite)
Winnaar
Rami Malek (Bohemian Rhapsody)
Winnaar
Olivia Colman (The Favourite)

Bij de acteerprestatie van Rami Malek wist ik eerst niet of het gek of geniaal was, maar uit nieuwsgierigheid heb ik een documentaire over de echte Freddy Mercury bekeken en Malek heeft Mercury’s maniertjes perfect uitgebeeld. De Oscar vind ik dus terecht, maar dan wel met de kanttekening dat ik het werk van de andere genomineerden amper heb gezien. Idem voor beste actrice waar ik de winnares – Olivia Colman – terecht vind. In The Favourite heeft ze een ondankbare en moeilijke rol, maar die vertolkt ze met verve.  

Categorie
Beste bijrol (man)
Categorie
Beste bijrol (vrouw)
Persoonlijk
/
Persoonlijk
/
Winnaar
Mahershala Ali (Green Book)
Winnaar
Regina King (If Beale Street Could Talk)

Bij de categorieën van beste bijrollen heb ik amper de genomineerden aan het werk gezien en ik heb bijgevolg ook geen persoonlijke voorkeur. Ali wint voor de tweede keer op drie jaar tijd deze categorie, maar zijn vertolking vind ik persoonlijk te karikaturaal om deze verkiezing te rechtvaardigen. De beste vrouwelijke bijrol gaat naar Regina King, maar If Beale Street Could Talk sluipt geruisloos de zalen voorbij en heb ik dus ook niet gezien.  

Categorie
Beste scenario (origineel)
Categorie
Beste scenario (aangepast)
Persoonlijk
The Favourite
Persoonlijk
/
Winnaar
Green Book
Winnaar
BlacKkKlansman

Het beste origineel scenario is voor mij The Favourite dat het concept van het klassieke kostuumdrama doorbreekt met een stevige dosis humor en een vrouwelijk triumviraat als ruggengraat van de film. Uiteindelijk is de winnaar Green Book geworden, wellicht omwille van de politieke geladenheid van de film. Bij best aangepast scenario heb ik geen enkele film gezien en heeft BlacKkKlansman het beeldje in de wacht geslepen. Onrechtstreeks de eerste Oscar voor Spike Lee die er al ruim twee decennia op wacht.

Categorie
Beste muziek
Categorie
Beste origineel liedje
Persoonlijk
/
Persoonlijk
/
Winnaar
Ludwig Goransson (Black Panther)
Winnaar
Shallow (A Star is Born)

Ook hier kan ik in beide categorieën geen ziniig oordeel vellen aangezien ik de bewuste films niet heb gezien. Het is wel bijzonder dat Black Panther een Oscar weet te verdienen als superheldenfilm. Het is een glazen plafond dat lijkt doorbroken te zijn waar dit soort megaproducties eindelijk serieus genomen worden. Het beste origineel liedje is Shallow waar popster Lady Gaga haar talent als zangeres demonstreert in A Star is Born.

Categorie
Beste productie
Categorie
Beste cinematografie
Persoonlijk
First Man
Persoonlijk
Roma
Winnaar
Black Panther
 Winnaar
Roma

Black Panther wist een tweede Oscar binnen te halen voor het beste productie design. Ik heb de film niet gezien, maar zelf vond ik First Man op dit vlak indrukwekkend en mocht het voor mijn part zeker winnen. Beste cinematografie vind ik persoonlijk één van de belangrijkste prijzen en daarom is het leuk dat Roma hier wint. De cinematografie van de Mexicaanse regisseur Alfonso Cuarez overstijgt de rest van de genomineerden en is dus de logische winnaar.
Categorie
Beste filmbewerking
Categorie
Beste visuele effecten
Persoonlijk
/
Persoonlijk
First Man
Winnaar
Bohemian Rhapsody
Winnaar
First Man

De beste filmbewerking gaat dit jaar naar Bohemian Rhapsody en toont misschien de bloedarmoede aan bij dit departement. De Queen-biografie is een leuke film, maar is te veel kaas met gaten om deze prijs te rechtvaardigen. De beste visuele effecten gaan naar First Man dat deze categorie verdiend wint.

Ook dit jaar is er dus geen slokop en zijn de winnaars meestal veilige keuzes. Als er bij deze editie één film uitspringt, is het wel Roma maar de film is gemaakt door Netflix en daarom alleen al (wellicht) persona non grata bij dit Hollywoodfeestje. Het is veelzeggend dat deze zwart-witfilm wel de Oscars wint voor beste cinematografie en beste regisseur, maar de prijs van beste film moet laten aan Green Book wat we binnen een paar jaar wellicht zullen vergeten zijn. Voor Netflix is het anderzijds een opsteker dat Roma met de grote jongens meespeelt en daarop kan het verder bouwen. Tien jaar geleden deed iedereen meewarig over superheldenfilms bij de Oscars. Eén van de grote winnaars bij de 91ste Oscars is echter de superheldenfilm The Black Panther. Misschien spreken we bij de 101ste editie dan ovet een Netflixfeestje…