vrijdag 2 december 2022

Zinderend zuidelijk Afrika deel zes: Botswaanse bijzonderheden

Zaterdag 1 oktober
Uit Botswana rijden om er een dag daarna terug te keren. Het klinkt een beetje gek, maar dat is exact wat we op deze dag doen. Accommodaties zijn in het noorden van Botswana dun gezaaid en daarom wijken we uit naar de Caprivistrook. Dit is een artificiële strook die aan Namibië werd gehecht toen de Duitsers het toenmalige Zuidwest-Afrika als kolonie bezaten en een weg zochten naar hun andere kolonie (Oost-Afrika). Ze waren voor de gelegenheid even vergeten dat er op hun weg een waterval van honderd meter diep zat, maar een kniesoor die daarop let. De praktische doorgang van een waterweg naar beide kolonies is er dus nooit gekomen, maar sindsdien beschikt Namibië over één van de meest kunstmatige panhandles ter wereld.

De terugreis verloopt trouwens zonder noemenswaardige problemen en ook nu weer gebeurt de grenscontrole vliegensvlug. In de vroege namiddag komen we bij onze bestemming in Bagani aan en dat geeft nog even de gelegenheid om een uitstapje te doen. Enkele medereizigers opteren voor een tochtje door het Moremi reservaat, maar met Chobe staat er morgen opnieuw een nationaal park op de planning en daarom kies ik voor een relaxerende riviercruise op de Kavango. Aangezien we terug in Namibië zitten mogen we de o dus weer laten vallen. De helft van ons reisgroepje kiest dus voor het water en even kijk ik verbaasd op als de plaatselijke hond meegaat, want waarom ook niet. Het eerste deel brengt ons naar de Popa Falls. Ik weet niet of je hier echt over een waterval kan spreken, want met een hoogte van amper een halve meter tot een meter lijken ze eerder op stroomversnellingen dan iets anders. Toch blijft het een mooi stukje natuur. 

Wanneer we de andere richting uitvaren, komen we de eerste nijlpaarden tegen en die laten zich graag fotograferen. Opvallend bij deze enorme beesten is dat ze wel erg kleine oortjes hebben, terwijl de rest van hun lichaam grootsheid uitstraalt. Af en toe zien we ook een krokodil en aangezien de lokale bevolking hier ook graag in het water baadt, lijkt me dat geen ongevaarlijke bezigheid. De echte blikvanger van de dag is echter een kolonie bijeneters die aan de rand van de Kavango nestelen in zelf gemaakte gaten op een erg kleine klif. De fotogenieke, rode vogels zijn wel erg kalm bij een boot die zo dicht bij hun nest komt, maar ik vermoed dat de beestjes wel gewend zijn aan nieuwsgierige toeristen. De avondzon laat zich zien wanneer we terug voet aan wal zetten op een verplaatsingsdag die nog best veel te bieden heeft.   

Zondag 2 oktober
Botswana roept ons terug en ook op deze dag verloopt de grensovergang zonder enige problemen. Of het moet de overijverige bewaker zijn die iedereen op één lijn wil met precies een halve meter ertussen en als daarbij mensen in de vlakke zon moeten staan bij ruim dertig graden is dat maar jammer voor hen! Het stadje Kasane is onze verblijfplaats voor de volgende twee dagen en het leuke aan steden is dat er zo af en toe een verharde weg naar leidt. Dat is hier ook het geval en het is heerlijk om eens over een verharde weg te kunnen rijden in plaats van de twijfelachtige kiezelwegen waar ik ondertussen al meermaals een banvloek over heb gesproken. Ook nu komen we in de vroege namiddag aan en dat geeft ons meer dan voldoende tijd om opnieuw een boottochtje te maken, maar deze keer bij de oevers van Chobe National Park. Op de boot klimmen, mag je bijna letterlijk nemen want het vergt kunst- en vliegwerk om me over een stel rasters te hijsen dat dienst als zelf geïmproviseerde aanlegsteiger. 

In Etosha hebben we het lijstje van de Big Five niet helemaal kunnen afvinken, want buffels komen daar niet voor. Die zien we wel in overvloed in de waterrijke omgeving van Chobe NP waar ze lustig staan te grazen op de graslanden die omgeven zijn door diverse waterlopen. Dit is Afrika op zijn groenst en daar komen dus een heleboel dieren op af. Waar in Etosha de olifanten zich slechts in beperkte groepjes bevonden, zijn de kuddes hier een stuk groter en zien we ze hier modderbaden nemen. Het enige bad dat ze in Etosha kunnen nemen, is een stofbad. Het illustreert goed het verschil tussen deze twee parken, althans toch in deze tijd van het jaar. Ook andere dieren die we nog niet eerder hebben gezien, maken hun opwachting zoals een leguaan en waterbok. Het ontspannende karakter van zo'n boottochtje gecombineerd met het sublieme landschap van graslanden omzoomd door water maken dit van wat mij betreft het meest unieke landschap van de gehele reis. 

Hoewel er in absoluut aantal hier minder vogels zitten dan in de Okavango Delta is de diversiteit vrij groot met enkele (grotere) vogelsoorten die ik in de Okavango Delta niet heb gezien zoals de reuzenreiger die maar liefst anderhalve meter groot kan worden. Wat ik ook niet eerder gezien heb, is een nijlpaard dat aan het grazen is. De avond is aan het vallen en dat is het geliefkoosde tijdstip voor deze logge beesten om aan wal te gaan om hun maag te vullen. Het beestje weet eerst niet wat het doen met alle aandacht dat het krijgt, maar dat duurt slechts een minuutje en het gaan dan rustig verder grazen. De klok slaat bijna zes uur als we terugvaren en daarmee zit één van de beste dagen van deze reis erop.    

Maandag 3 oktober
De wekker schreeuwt me om zes uur 's ochtends uit bed, want vandaag gaan we weer vroeg op stap voor een safari. Waar we gisteren voornamelijk de waterrijke kant van Chobe verkenden, kruipen we nu in 4x4 jeeps om door het zanderige park te rijden. Een dag later ontmoeten we bij de grens met Zimbabwe twee Belgische koppels die zelf met hun eigen voortuig door dit park reden en na welgeteld tien minuten al kwamen vast te zitten in dit moeilijk berijdbare park. Onze chauffeur komt hier gelukkig elke dag en kent het park dus als zijn broekzak. Hij houdt er ook een sportieve rijstijl op na, want hij zoeft pardoes voorbij giraffen en springbokken. Deze dieren heb ik inmiddels al genoeg gezien, maar meer dan tien seconden pauzeren om een foto te nemen, zou wel mogen. Bij het begin van de rit had hij gevraagd wat we het liefst wilden zien en grote katten was bijna unaniem het antwoord, en dan hebben we het niet over Maine Coons. 

De eerste grote kat die we zien, bestaat niet uit één exemplaar, maar uit twee. Het gaat om twee luipaarden waarvan er één in de boom zit om zijn prooi te verorberen en een ander luipaard zoekt de schaduw op bij een boom. Normaal gezien zijn luipaarden heel schuwe dieren, maar op deze reis heb ik het dus gepresteerd om meer luipaarden dan leeuwen te zien en ik heb me laten vertellen dat dit wel heel uitzonderlijk is. Daar ben ik blij om aangezien luipaarden echt wel majestueuze dieren zijn, maar ook wel enigszins jammer omdat ik meer leeuwen wilde zien. Even later kom ik ook nog een meerkat tegen, één van de twee apensoorten die in Chobe NP leven. Het meest bijzondere moment van de dag breekt vlak daarna aan wanneer we over een kleine heuvel rijden en daar een gigantische kudde buffels zien. Tientallen, misschien wel meer dan honderd buffels zoeken hier hun ontbijt bij elkaar. Een perfect moment om de camera boven te halen en groot is mijn verbazing wanneer ik een toegetakelde buffel zie die zowel één hoorn als oog kwijt is. Hoe dit gebeurd is, ik zou het niet weten... 

Wanneer het ochtendgloren plaats maakt voor een middagzon zijn we bezig aan de laatste ronde van deze safaririt en trekken we meer het struikgewas in, weg van het water. Hier vinden we enkele wrattenzwijnen die met trots laten zien waarom ze zijn opgenomen bij de Ugly Five. Ook een mangoest doolt hier eenzaam rond en - jawel - er is ook een leeuw te zien. Het is te zeggen, eigenlijk een leeuwin die zich schuilhoudt in het struikgewas en lijkt uit te rusten. De chauffeur weet te zeggen dat ze normaal met drie zijn en vermoedt dus dat de andere twee leeuwen op jacht zijn. De twee collega's krijgen we echter nooit te zien. Nog voor de klok twaalf uur slaat, zit de safaririt erop. Dat betekent dat er nog een hele namiddag en avond is om op te vullen, maar ik besluit om er een halve dag platte rust van te maken. Want reizen voelt niet altijd aan als vakantie... 

donderdag 1 december 2022

Zinderend zuidelijk Afrika deel vijf: een vogelparadijs

Woensdag 28 september
Een dag die in de categorie in de safaritruck valt, is deze. Vanuit Etosha NP vertrekken we naar Rundu dat aan de grens bij Angola ligt waar de Kavango de grens is tussen deze twee landen. Het is nog een uurtje kijken naar de beestjes, maar bij de zoveelste giraffe en springbok is het enthousiasme om deze dieren te fotograferen toch wat minder. Na een uurtje rijden, arriveren we bij de controlepost waar we vervolgens onze weg naar het noorden verderzetten. Etosha is overigens een omheind nationaal park wat betekent dat alle dieren tussen deze hekken leven. In een gebied dat zo groot is als Vlaanderen kan je echter moeilijk over gevangenschap spreken. Dit is trouwens geen gewoonte, want in Chobe - een park in Botswana - lopen de dieren wel vrij rond.  

De truckreis naar de grens met Angola is niet erg spannend, maar - volgens de reisomschrijving - is deze regio wel Afrikaanser dan de rest van Namibië. Wat men hier eigenlijk mee bedoelt, is dat de armoede zich hier meer toont en dat we de stereotype lemen hutjes hier te zien krijgen terwijl in de rest van Namibië de bevolking in steden of townships woont. Ondertussen neemt een fotominnende reisgenoot iets te graag kiekjes van de lokale bevolking en komt hij er met een woordenwisseling van af. Lokale mensen fotograferen is sowieso iets wat ik niet doe, maar heb dan het respect om eerst toestemming te vragen vooraleer je een foto neemt. De persoon in kwestie heeft echter andere idealen en een aantal dagen later voert hij dit koud kunstje opnieuw uit met alle gevolgen van dien... 

De eindbestemming in de buurt van Rundu is wel een droomlocatie vlakbij de Kavango. In een fantastische lodge bij de rivier zit ik erg idyllisch, maar veel kan ik er niet van genieten want de diarree waarmee ik al enkele dagen kamp, bereikt hier een hoogtepunt en de toiletpot wordt minstens zes keer geknuffeld op een uur tijd. Ik had ook dolgraag de rivier overgestoken met een boot om voet aan wal te zetten in Angola, maar na een lange reisdag is er weinig interesse om dit te doen. Dan blijf ik dus rustig in Namibië waar ik de lokale bevolking van Angola op gevoelige plaat vastleg wanneer ze zich wassen in de Kavango. Maar zei ik niet dat ik lokale bevolking niet fotografeerde? Euhm, toch wel dan realiseer ik me nu, maar dan wel op een discrete manier! 

Donderdag 29 september
Eén van de dingen waar ik absoluut naar uitkijk, is de Okavango Delta wat de grootste binnenlandse delta ter wereld is. In mijn trip naar Mexico vorig jaar hadden een aantal reizigers dit eerder gedaan en zij vonden dit het hoogtepunt van hun reis. Vol enthousiasme vertelden ze over het liefelijke boottochtje op de delta dat wonderbaarlijk mooi was. Dat schept dus verwachtingen, maar eerst moet er de grensovergang met Botswana worden gekruist. De papierhandel verloopt hier verrassend vlot en al snel zitten we terug in de truck om onze weg naar de Okavango Delta te vervolgen. Dat is misschien niet helemaal waar, want in mijn Lonely Planet reisgids die ik heb meegenomen, lees ik dat we eigenlijk in de panhandle van de delta zitten. Het geeft wel eenzelfde beeld als de inner delta lees ik, maar je mist wel de grote dieren terwijl dit de grootste reden was voor mij om naar hier af te zakken. Scheisse!

Die vloek heb ik ook een paar keer binnensmonds gebruikt om de kwaliteit van het wegennetwerk in Botswana te beschrijven. Die bestaat - nog meer dan in Namibië - uit een heleboel kuilen en putten waar je zijdezacht moet overrijden wil je geen bezoekje plannen bij de chiropractor. In de vroege namiddag komen we echter heelhuids aan en ook hier zijn de lodges weer van een onberispelijke kwaliteit. Om vier uur is er rondvaart gepland op de Okavango waar we een eerste keer kennismaken met de delta. In Botswana heeft deze rivier namelijk een O erbij gekregen en gaat ze voortaan als Okavango door het leven. Hoewel de grote dieren uitblinken in afwezigheid, zijn er wel ontzettend veel vogels aanwezig en deze plek is dan ook een vogelparadijs en daarom de ideale afwisseling met parken zoals Etosha en later Chobe. 

Bij het ritje met de boot valt meteen de twee verschillende vegetaties op. Aan één zijde groeit er papyrus, terwijl er aan de andere zijde riet groeit. Mijn Lonely Planet weet me te informeren dat dit vooral in de panhandle is en bij de inner delta zie je voornamelijk het riet. Vogels zijn er wel van de partij en het duurt niet lang vooraleer we een eerste ijsvogel zien die getooid is in het meest felblauw dat je kan bedenken. Ook aalscholvers en een heleboel zangvogels zijn van de partij. De eerste krokodillen duiken ook op in het water, maar dit zijn voorlopig kleine exemplaren. De locatie rondom de lodge straalt een zekere sereniteit uit, maar later in de avond wordt die verstoord door een nijlpaard dat in de buurt aan het grazen is. Wild Afrika op z'n puurst dus.    

Vrijdag 30 september
Gisteren was een leuk voorproefje, maar het echte werk is gepland voor vandaag waar een driedelige excursie een dagvullend programma vormt. Eerst gaan we met een boot de Okavango verkennen op zoek naar verschillende vogels, vervolgens wordt er per mokoro - een bootje in de vorm van een bootstam - aan slow travel gedaan en als laatste is er een wandeltocht op een eilandje in de delta waarna we terug varen tot onze lodges. We vertrekken zoals gebruikelijk vroeg in de ochtend en dat is wellicht ook de beste tijd om dieren - en dus ook vogels - te spotten. De grote hoeveelheid vogels heeft de Okavango Delta te danken omdat het een erg visrijk gebied is en de panhandle is zo mogelijk nog visrijker dan de rest van de delta. Aan vogels geen gebrek dus! De eerste ster is een Afrikaanse visarend die aan de rand van de oever op een tak rust. De boot komt dichterbij, maar waar andere vogels dan wegvliegen, blijft de arend rustig zitten. Je bent koning van de rivier of je bent het niet! 

Ook voor andere vogels stoppen we meer dan genoeg en een hele resem passeert het rijtje: reigers, ijsvogels, aalscholvers, zangvogels, sternen, ibissen en nog een heleboel gevederde vrienden wiens soort ik niet kan plaatsen. De meest exotische gast is een zwarte maraboe-ooievaar die behoorlijk groot is. Rond tien uur stappen we over in de mokoro-bootjes en dit is ongetwijfeld één van de hoogtepunten van de reis. Met twee worden we door een poler voortgeduwd met behulp van een lange stuk en zo dobberen we langzaam door het riet, waterlelies en letterlijk honderden vogels. Vooral grote zilverreigers zitten hier in overvloed en begeleiden me bij de gehele trip. Qua wildlife is het misschien wat teleurstellend dat er geen grote beesten zijn, maar op een traag tempo door zo'n vogelparadijs navigeren heeft ook heel veel charme! 

Het laatste stuk van deze excursie vindt plaats rond twaalf uur wanneer we aanmeren bij een eilandje in de delta. Nijlpaarden en olifanten laten zich momenteel niet zien, maar aan de uitwerpselen die hier te zien zijn, is het wel duidelijk dat ze er wel degelijk zijn. De lokale gids vertelt er met een ongebreideld enthousiasme over en duidt ook op de toegetakelde bomen die dienen als voedsel voor de olifanten hier. Hoewel de wandeling niet erg lang is, duurt ze toch ruim anderhalf uur omdat de gids uitgebreid de tijd neemt om over de flora en fauna te vertellen. Onder een moordende zon is dat misschien net iets te lang en iedereen is opgelucht wanneer we terugkeren naar de koelte van de Okavango. Dit is misschien toch wel het minst geslaagde deel van deze dag, maar niettemin wel erg leerzaam! Het is dus bijna twee uur 's namiddags wanneer we naar onze lodge terugkeren, maar wel niet in rechte lijn. 

Het eiland bevindt zich namelijk toch een heel eind van onze lodges en dat betekent ruim een half uur cruisen op volle snelheid om terug te keren, maar onderweg maken we diverse stops om dieren te spotten. Hier komen we enkele krokodillen tegen en het valt op dat ze toch hard in omvang kunnen variëren. Jonge dieren zijn minder dan één meter groot, terwijl volwassen exemplaren vlot enkele meters meten. Het is markant hoe stoïcijns deze reptielen blijven liggen wanneer we met onze boot naderen tot we echte te dicht bij komen en dan verdwijnen ze bliksemsnel in het water. Onderweg zien we ook een nijlpaard, of althans zijn sporen. Een nijlpaard schuilt achter het riet, maar hoewel we hem horen, kunnen we hem toch niet zien. Voorlopig kan ik die niet nog niet afvinken van mijn lijstje. Om vier uur belanden we eindelijk bij de lodges na een vermoeiende, maar o zo deugddoende dag. 

woensdag 30 november 2022

Zinderend zuidelijk Afrika deel vier: op safari

Zaterdag 25 september
Geraamtekust, dat is de ietwat onheilspellende naam van de kusstreek waar we vandaag doorrijden. Deze naam is ontleend aan de vele walvissen die hier gestrand zijn waarvan enkel de beenderen overblijven. Niet dat het schepen veel beter vergaat, want ook verrassend veel schepen hebben hier hun ondergang beleefd. De eerste stop van de dag is bijvoorbeeld zo'n exemplaar en gaat nu door het leven als toeristisch wrak. Met een betrokken hemel en een wat hevigere deining op zee zorgt het wel voor een fraai plaatje. Misschien wat toeristisch, maar desondanks kan ik het wel appreciëren. De fotostop van een kwartier houdt ons even uit de truck, maar snel moet iedereen er terug in om naar het volgende punt te rijden: één van de grootste pelsrobbenkolonies ter wereld. 

Deze kolonie bevindt zich bij Cape Cross waar een Portugese zeevaarder als eerste Europeaan voet aan wal zette en daar heeft hij een kruis gezet. Het kruis dat er nu staat, is een replica, maar ik had het amper opgemerkt bij mijn bezoek daar. De grootste blikvanger is ongetwijfeld de kolonie pelsrobben die hier verblijft. In september is het hier nog vrij rustig. De mannetjes zijn elders de bloemetjes aan het buiten zetten en roofdieren zoals jakhalzen hebben het nog niet gemunt op jongen van de zeehonden. Wat ik wel te zien krijg, is een enorme massa pelsrobben die elke bedenkbare plek innemen op het strand. Er is hier een houten wandelpad gemaakt zodat toeschouwers de robben niet verstoren, maar soms is het eerder omgekeerd. Erop, eronder, ernaast, niks is de pelsrobben te vreemd om op te gaan liggen. 

Er bevinden zich ook een fiks aantal pelsrobben in zee, maar het is duidelijk dat de grootste hoeveelheid zich op het strand bevindt. Dat het strandgangers zijn, mag geen verrassing heten want in veel gevallen gaat het om moeder met jong(en). De adolescente mannetjes zijn toch de meest interessante pelsrobben om gade te slaan, want hun vermakelijke schijngevechten zijn amusant om te volgen. Ze zijn tevens de meest fotogenieke exemplaren dankzij hun manen op de rug. Eén van de medereizigers besluit op het einde om de beestjes toch eens van dichterbij te bekijken en vindt er niks beter op om zich tussen de robben te begeven. De pelsrobben zetten het op een lopen, maar dit heeft veel slechter kunnen aflopen... Het was wel een grappig zicht, maar wel totaal onverantwoord. 

Dit is het laatste wapenfeit van de dag voor we naar Kamanjab rijden waar we na een lange dag reizen voor een onverwacht probleem komen te staan. De hotelacommodatie - opgericht door een Belg - is namelijk volzet en we zouden dan meer dan één uur terug moeten rijden. Een afgepeigerde groep ziet dat uiteraard niet zitten en dan is het even improviseren. Gelukkig zijn er nog wel enkele chalets vrij en dat betekent dus met vier op één kamer slapen. Daar heb ik niet echt op gerekend, maar voor één nachtje bedek ik dit met de mantel der liefde.      

Maandag 26 september 
Ik zit ongeveer op de helft van de reis en nu volgt er een aaneenschakeling van hoogtepunten, zeker op het gebied van wildlife. Eerst staat er echter een bezoekje aan de Himba op het programma. De Himba zijn een lokale stam die nog op een primitieve manier leven. Dat betekent dat de vrouwen in evakostuum rondlopen en ze wassen zich ook nooit. In plaats daarvan smeren ze zich in met een mengsel van zand en andere stoffen die hun huid reinigt. Het dorp bevindt zich vlakbij Kamanjab en heeft ook een klein schooltje. De zoon van het stamhoofd fungeert als gids van dienst en geeft een beknopte uitleg over het dorp. Sommige vrouwen dragen nog traditionele Victoriaanse kledij die is ingevoerd door de Britten wanneer ze in de negentiende eeuw de lokale stammen aan het bekeren waren tot het christendom. De vraag is echter hoe echt dit allemaal is, want het lokale marktje kende toch stevige prijzen en soms had ik het gevoel om naar een circusact te kijken. Sowieso zijn dit niet mijn favoriete bezoekjes omdat het aanvoelt als een dierentuin, maar als ze er geld uitslaan, voel ik me niet te beroerd om foto's te nemen. Anders wel... 

De hoofdattractie van de dag is echter Etosha National Park wat één van de grootste reservaten is in Afrika met een oppervlakte zo groot als Vlaanderen. Tot dusver was het spotten van wildlife nog vrij beperkt, maar bij de eerste kilometer in het park is dat gevoel meteen weggevaagd. Vooral de antilopen zijn in overvloed aanwezig met springbokken die ik overal zie opduiken. Ook zebra's zijn in groten getale aanwezig en grazen het beetje vegetatie dat er nog rest in deze droge periode. De eerste blikvanger van dienst is een giraffe die bij een boom staat en daar de knoppen van de boom opvreet. Wat hierbij opvalt, is de blauwe tong die van geen wijken weet en ook prikkelende doornen zonder problemen in het dagmenu opneemt. Giraffen hebben dus een straffe tong en straffe maag! In deze droge periode is het relatief eenvoudig om dieren te fotograferen en dat heeft alles te maken met de waterpoelen waar nu alle dieren naartoe gaan om te drinken. Het hoeft dan ook geen betoog dat deze poelen de drukste plaatsen zijn van Etosha NP. Toch is het niet heel druk in het reservaat.  

We rijden gestaag verder en komen steeds meer dieren tegen: diverse vogels, spiesbokken, gnoes en uiteraard olifanten. Het opvallendste beeld van de dag is een kleine poel waar een olifant rustig in staat om te drinken, terwijl op de achtergrond drie giraffen op hun beurt wachten en ook op de voorgrond wordt het geduld van springbokken op de proef gesteld. Na tien minuten druipt de olifant eindelijk af en kunnen de andere dieren de waterstofdioxiden opslurpen. Bij de olifanten dwalen de mannetjes alleen rond en bestaan de kuddes uit vrouwtjes en kalveren met een matriarch aan het hoofd. In Etosha zijn de kuddes klaarblijkelijk klein, want zelden bestaat een kudde uit dubbele cijfers. Dit is mijn allereerste keer dat ik op safari ben en het smaakt naar meer, wat ik de volgende dag ook krijg. 

Dinsdag 27 september
Er zijn zo van die dagen die je enkel als magisch kan beschrijven en dit is er zo eentje van. Hoewel ik met een geconstipeerd gevoel rondloop - ik vermoed door het leidingwater dat ik gedronken heb - is deze dag een feest voor iedere natuurliefhebber. Waar we gisteren met een lompe truck door het park reden, doen we dat nu met kleinere 4x4 jeeps waar telkens zes personen inzitten. Dit betekent dat er meer dan voldoende plaats is voor iedereen en door de kleinere omvang van de voertuigen is het ook gemakkelijker om dieren te benaderen. Het beste tijdstip om de dieren te spotten is in de vroege ochtend en dat betekent om vijf uur uit de veren om zo rond zes uur te vertrekken. We zijn nauwelijks op pad of we hebben onmiddellijk al een fantastisch zicht. Een witte neushoorn loopt met haar kalf door het struikgewas. Witte neushoorns zijn een stuk groter dan zwarte neushoorns en zijn gemakkelijk te herkennen door hun scherpe hoorn terwijl zwarte neushoorns een kortere hoorn hebben die stomper is. Weer wat bijgeleerd vandaag!

De volgende twee uren worden alleen maar beter en de diversiteit van dieren die we krijgen te zien, is werkelijk ongelofelijk. Het lelijkere broertje van de gnoe, het hartebeest, passeert de revue net zoals secretarisvogels, olifanten, kudu's, elandantilopen, wrattenzwijnen, zebra's, struisvogels en andere beesten die ik al lang vergeten ben. Het meest bijzondere moment van de dag is wellicht een luipaard dat in een boom aan het rusten is. Normaal zijn deze grote katachtigen erg schuw en zie je ze niet snel. Als ik aan de bestuurder van de jeep vraag hoe vaak hij een luipaard heeft gezien deze maand is het antwoord erg simpel: één keer, namelijk nu. Wanneer de luipaard een potentiële maaltijd ziet voorbijlopen aarzelt hij niet en springt hij uit de boom op zoek naar een middagmaal. 

Een gast die zich niet snel laat spotten, is de leeuw. Op het pad waar we rijden, rust een grote mannetjesleeuw die alles aan zich voorbij laat gaan. Het is inmiddels al tien uur voorbij en een fel schijnende savannezon is meedogenloos voor alle dieren, inclusief de koning van het dierenrijk. Wanneer een luide safaritruck er komt aangedenderd, kijkt de leeuw wat vragend in de verte, maar het duurt niet lang voor de oogleden weer toe gaan. Drie leeuwinnen wat verder op zijn ondertussen bezig met het zware werken en maken jacht op spiesbokken. De drie vrouwtjes zitten verscholen in het hoge gras terwijl een kudden spiesbokken passeert. Met mijn telelens zie ik alles in de verte en voel ik me toeschouwer van een natuurdocumentaire die zich voor m'n ogen afspeelt. 

De ochtend was zo grandioos dat we hooggespannen verwachtingen hebben voor de namiddag, maar de chauffeur waarschuwt voor te veel optimisme. Op dit uur van de dag zijn de meeste dieren minder actief en de imposante hoeveelheid dieren evenaren van deze ochtend zal onmogelijk zijn. Het begin voelt inderdaad een beetje als een teleurstelling aan na een dierenrijke ochtend, maar andere plekjes leveren andere dieren op. Bij een waterpoel zien we een aantal hyena's met elkaar dollen en ook aasgieren zijn van de partij. Dat betekent dat er een prooi is geveld en even later zien we hyena's knagen aan een karkas van een antiloop. Niet meteen het mooiste zicht, maar ook dit is het dierenrijk. Voor de vogelliefhebbers stoppen we ook bij enkele kleurrijke exemplaren die rustig op een tak zitten, maar het echte spektakel zijn toch de grote zoogdieren. 

Ik denk dat Sossusvlei mijn favoriete dag is van deze reis, maar deze fantastische safaridag komt toch wel heel erg dichtbij als nummer één. Achteraf lees ik in mijn Lonely Planet die ik heb meegenomen dat het ook mogelijk is om een nachtelijke safari te doen. Helaas vertrekken we morgen en is het niet meer mogelijk om een nachtsafari te boeken. Dat vind ik wel jammer want volgens mij moet het echt een belevenis zijn om dieren in de nacht te spotten aangezien veel dieren enkel 's nachts actief zijn. Jammer, maar helaas.

maandag 28 november 2022

Zinderend zuidelijk Afrika deel drie: op bezoek bij Salvador Dali

Donderdag 22 september
Vandaag breng ik een bezoekje aan de beroemde duinen van de Sossusvlei dat de thuishaven is van de grootste duinen ter wereld. Deze locatie is sowieso buitengewoon, want eigenlijk zijn dit duinen die zich in een zoutvlakte bevinden terwijl deze zoutvlakte op haar beurt weer is omgeven door woestijn. Vandaag heb ik ook een tikkeltje geluk want een helderblauwe hemelgewelf contrasteert mooi met het rode duinenlandschap. Wanneer ik 's ochtends arriveer, gaan we met een hele toeristenbende op pad en de meerderheid gaat naar de beroemde Dune 45 of Deadvlei. Onze groep blijft echter zitten tot het einde om tot aan Big Mamma te rijden. Dit is de vrij originele naam voor een duin die wordt geflankeerd door een plas water wat voor een uiterst fotogeniek moment zorgt. 

Onderweg heb ik mijn ogen al danig de kost gegeven, want het surrealistische landschap van golvende duinen heeft wat weg van een schilderij van Salvador Dali. De ene duin is nog specialer en fantastischer dan de andere. Het plaatje wordt compleet gemaakt door spring- en spiesbokken die hier aan het grazen zijn. Het is vroeg in de ochtend wanneer ik de eerste stappen omhoog zet in het mulle zand op weg naar de top van Big Mamma. Een tiental minuten later arriveert de rest van het toeristisch volkje, maar voorlopig heb ik de duin voor mij alleen en wat is het uitzicht prachtig als je bovenaan bent. Dat kost me wel een aantal zweetparels want zelfs in de ochtend is het al behoorlijk warm en de inspanning om me een weg naar boven te worstelen, is niet gering. Maar zoals gezegd: het uitzicht bovenaan is fenomenaal. 

De weg naar beneden gaat een stuk vlotter, hoewel ik ongetwijfeld een kilo zand meesleur in mijn twee schoenen. Het water dat is blijven liggen in de plas naast Big Mamma is vrij uitzonderlijk. Het regent slechts één à twee keer per decennium (!) in deze streek en het water blijft meestal niet lang liggen. Reisbegeleider Hendrik is al meer dan tien keer in Sossusvlei geweest, maar naar eigen zeggen is het slechts de eerste keer dat hij zo'n plas ziet. Achteraf uit Hendrik nog twijfels over de keuze van de duin, maar ik ben oprecht blij dat we deze duin hebben beklommen en niet de meer toeristische Dune 45 waar bijna iedereen naartoe snelt. Bij deze duin stoppen we overigens later deze dag ook, maar enkel voor een snelle fotopauze. 

Ook Deadvlei is van een buitenaardse schoonheid die je zelden op deze aardbol tegenkomt. Dit plekje is zo bijzonder omdat op deze zoutvlakte dode bomen staan die inmiddels versteend zijn en dat op een achtergrond van rode zandduinen. Elke foto die ik hier neem, is zijn eigen postkaart waard. Big Daddy is met zijn driehonderd meter de hoogste zandduin van Sossusvlei en is het juist deze duin die Deadvlei omringt. Het valt me op dat hier wel toeristen rondlopen, maar eigenlijk valt de drukte heel erg goed mee. Een geluk voor mij, want dat maakt het gemakkelijker om foto's te nemen zonder ongewenste gasten. Jammer dat ik hier maar één dag blijf, want dit is echt wel een plek waar ik gemakkelijk twee of zelfs drie dagen kan doorbrengen. 

Het slotakkoord van deze geweldige dag is voorzien voor de Sesriem Canyon wat toch wel een kleine tegenvaller is na al dat panoramisch geweld. Dit is een kleine kloof die zo'n dertig meter diep en ongeveer één kilometer lang is. Een kloof moet niet altijd reusachtige afmetingen hebben om spectaculair te zijn, maar de Sesriem Canyon grossiert niet meteen in superlatieven. Leuk om even te doen, maar het kan gemakkelijk overgeslagen worden naar mijn bescheiden mening. Dit zij-uitstapje eist wel een slachtoffer. De truck heeft linksachter een klapband die vervangen moet worden. Het vergt anderhalf uur monteerwerk om de oude band eraf te halen en de nieuwe erop te zetten. Wanneer de Handige Harry's de klus hebben geklaard, is iedereen opgelucht dat we eindelijk verder kunnen!    

Vrijdag 23 september
Alweer een verplaatsingsdag zoals ik dat vorige keer zo mooi verwoordde, maar deze keer wel eentje die bestaat uit leuke én interessante stops. Eindhalte is het kustplaatsje Swakopmund, maar rond de middag wordt er gestopt in het legendarische plaatsje Solitaire. Dit was vroeger een tankstation met een klein winkeltje wiens enige bestaansreden de weg tussen Sesriem en Walvisbay was. Op deze driehonderd kilometer tellende route was en is dit namelijk het enige tankstation dat je op je weg tegenkomt. Inmiddels bevinden er zich ook een bakkerij en bandencentrale zodat er nu toch wat meer leven in de brouwerij is op dit voormalige solitaire plekje. Om het toeristisch halte te verhogen, heeft men er niks beters op gevonden om hier enkele autowrakken te dumpen zodat die in al hun versleten glorie gefotografeerd kunnen worden. En daar doe ik dus gretig aan mee!

Een uurtje later wordt er even gestopt bij de Steenbokskeerkring voor de obligate groepsfoto. Het kan me weinig bekoren, maar de volgende stop doet dat wel. Hier stoppen we namelijk bij de Kuisebpas die zich op zo'n negenhonderd meter hoogte bevindt. De bergen zijn nauwelijks deze naam waardig, maar het is wel een ander vergezicht dan wat ik tot dusver op mijn reis ben tegengekomen. Ik denk dat je hier ook erg mooi kan wandelen, maar in een temperatuur van boven de dertig graden en amper beschutting, lijkt me dat geen goed idee. Op deze pas loopt er overigens ook de rivier Kuiseb die quasi altijd droog staat, maar bij plotse regenval bliksemsnel kan transformeren tot een kolkende rivier. Bij Walvisbay wordt er nog proviand ingeslagen voordat we naar Swakopmund reizen voor een welverdiende vrij dag morgen. 

We gaan echter nog niet onmiddellijk naar het hotel, maar eerst bezichtigen we nog de flamingo's die zich aan de kustlijn van Swakopmund bevinden. Sommige van die beestjes staan o zo gracieus op één been en ook vliegende flamingo's zijn een lust voor het oog. Erg actief zijn deze vogels niet, want het meest opvallende feit is een flamingo die van één groepje wandelt naar een ander. Na een half uurtje fotograferen rijden we eindelijk naar het hotel, maar nog niet helemaal. Bij een verkoper van excursies kijken we nog even welke excursies er gemaakt kunnen worden voor de volgende dag. Ik moet niet lang nadenken over mijn keuze aangezien ik mijn activiteitsgraad graag wil opvijzelen. 

Zaterdag 24 september
Sinds het begin bij Kaapstad eindelijk nog eens een vrije dag en die vul ik op geheel eigen wijze in. Mijn dag begint met een combinatie van sandboarden en quadbiken. Het blijkt dat ik helemaal alleen ben en ik sta op punt om te vertrekken wanneer er plots een telefoon overgaat bij de verkoper met de vraag om een tweede gast op te pikken. Des te meer zielen, des te meer vreugde en in duovorm ga ik dus quadbiken en sandboarden. Dat quadbiken kost me in het begin trouwens aardig wat moeilijkheden want ik vind het rijden niet erg intuïtief. Met name het rijden op de schuine hellingen in het duinenlandschap vergt wat moeite, want op zo'n helling moet je bijvoorbeeld rechts tegensturen als je naar links gaat. Als je dat niet doet - zoals ik - donder je pardoes van de duin af en dat is niet onmiddellijk de bedoeling. 

De instructeur van dienst beschikt echter over een engelengeduld en wanneer hij me verplicht om opnieuw een helling te nemen na de zoveelste mislukte poging lijkt het me nu wel wonderwel te lukken. De duinen ogen vanop afstand niet zo hoog, maar wanneer je er met de quad doorrijdt, blijken ze toch niet zo klein te zijn als aanvankelijk gedacht. Vol petrol rijden doe ik nooit, maar het geeft wel een kick om met een quad op zo'n helling te rijden in een prachtig duinenlandschap dat zich vlakbij de zee bevindt. Het laatste halfuurtje is voorzien voor sandboarding en - geen verrassing hier - ook dit lukt niet meteen in het begin. Mijn eerste poging naar beneden op zo'n bord strandt letterlijk in het midden, maar bij de tweede poging dender ik wel in sneltreinvaart naar beneden. Naar beneden gaan, betekent echter ook terug naar boven komen en na twee vermoeide keren was dat wel genoeg voor mij. Een leuke en actieve voormiddag dus, maar hoe overtref je zoiets? 

Rond de middag word ik terug naar mijn hotel gebracht waar ik een tweetal uurtjes wacht voor het tweede bedrijf van deze dag. Dat vindt plaats in de lucht, want ik ga skydiven. Ik had nooit gedacht dat ik in Namibië zou skydiven, maar hier zijn we dan! Ik ben er niet aan uit wat zenuwslopender is: het wachten of de sprong zelf. Ik moet toch een hele poos wachten en ik kan je vertellen dat dit niet goed is voor de zenuwen. Wanneer het toch mijn beurt is, blijkt het dat ik de briefing heb gemist. Geen nood, want bij de volgende partij parachutisten wordt dit opnieuw uitgelegd. Eindelijk landt het sportvliegtuigje om met een groep van zeven naar boven te vliegen en uiteraard heb ik de eer om als eerste te springen. Eén, twee en nog voor de drie aan bod komt, lig ik met mijn klikken en klakken al in het luchtruim. De vrije val is verreweg het spectaculairste gedeelte en duurde bij mij ruim dertig seconden. Wanneer de parachute openslaat, slaak ik stiekem toch een zucht van opluchting en dan is het vooral genieten van het magistrale uitzicht over land en zee. Een dure dag voor de portemonnee, maar de ervaringen zijn onbetaalbaar!  

zondag 27 november 2022

Het Gallo-Romeins Museum in Tongeren

Mijn wandelactiviteiten staan sinds enkele maanden op een laag pitje en het regenachtige herfstweer spoort ook niet meteen aan tot wandelen. Het overdekte alternatief is een museum bezoeken en dat deed ik deze keer bij het Gallo-Romeins Museum in Tongeren. Belgiës oudste stad heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot voor onze tijdrekening en hier blikt het museum op terug in de permanente tentoonstelling. Hoewel ik hier al in 2016 eerder was, heb ik de permanente tentoonstelling grotendeels genegeerd en dat maak ik deze keer goed.

Er was eens...
De naam van het museum mag dan wel het Gallo-Romeins Museum zijn, toch schenkt een groot deel van het museum aandacht aan de periode voor de Romeinen en zelfs de Kelten. Er wordt veel aandacht gespendeerd aan de diverse mensensoorten en hoe deze zich uit Afrika verspreidden naar andere werelddelen waaronder uiteraard Europa. Er wordt ook bijzonder veel aandacht geschonken aan de allereerste hulpmiddelen die werden gemaakt met behulp van vuurstenen. Pijlpunten, stenen, speren en ander gereedschap wordt in overvloed getoond op de eerste verdieping. Het museum toont niet enkel het materiaal, maar heeft ook een hoge interactieve toets. Enorm grote schermen demonstreren de verspreiding van de homo sapiens, voelplaten bevatten potten en andere zaken die je kan vastpakken en wassen beelden geven een goed idee hoe er bijvoorbeeld een Neanderthaler uitzag. Er zijn ook diverse audio- en videofragmenten die je met behulp van een scherm en koptelefoon kan bekijken. 

In de inkomprijs van acht euro zit een gratis audiogids mee in de prijs. Wanneer je een plaatje scant met behulp van de audiogids, krijg je meer info over het onderwerp in kwestie. Dit wordt op een duidelijke, maar soms ook wel langdradige manier gepresenteerd. Dat kan zorgen voor een conflict in informatie omdat zowel de audiogids als informatieborden uitnodigen om al die info op te nemen en dat kan soms het brein overbelasten. Hoewel de eerste verdieping niet zo groot is, blijf ik er toch verrassend lang omdat dit toch wel onderwerpen zijn die me interesseren en ik hier niet had verwacht. Waar de eerste verdieping vooral het leven van de mens als jager-verzamelaar belicht, gaat de tweede verdieping het voornamelijk over de eerste landbouwers in onze streken. 

Landbouwcultuur
De tweede verdieping bestaat uit een ronde waarbij aan de rand een jaartelling volgt terwijl in het midden allerlei hulpmiddelen zoals vuurstenen, speren en landbouwwerktuigen worden getoond in de vitrines. Vanaf hier ent het museum zich meer op de regio en worden de lokale culturen in het zonnetje geplaatst. Dit zijn lokale stammen die vanaf 5000 voor Christus leefden in onze contreien. De opstelling van de permanente tentoonstelling heeft vooral aandacht voor hoe de mensen hier in landbouwgemeenschappen leefden. Dat gaat over hoe de eerste boerderijen eruitzagen tot grafheuvels waar overleden mensen werden begraven en later gecremeerd. Naarmate ik de tijdlijn volg, wordt het langzaam duidelijk dat handel steeds een belangrijkere plaats inneemt in de maatschappij en handelaars hadden destijds veel macht. Dit resulteerde in zichzelf verrijken en de eerste klassenmaatschappij is vervolgens geboren in onze streek. 

Het is pas bij de derde - en laatste - verdieping dat de naam van het museum eer wordt aangedaan. Vanaf hier komen de Kelten - bijna nauwelijks - en Romeinen aan de beurt. Opvallend is dat ondanks de naam van het museum er amper over de Kelten (de Galliërs dus) wordt gesproken. Er wordt een beetje uitleg gegeven over de Eburonen en naburige stammen zoals de Nerviërs, maar eigenlijk geldt dit als opbouw van de verovering van Gallië door de Romeinen onder leiding van Julius Caesar. Dit voelt toch wel aan als een gemiste kans, want over de Kelten - ze hebben geen geschriften achtergelaten - is er weinig geweten en dit is dan een mooie gelegenheid om wat meer te laten zien over deze mysterieuze bevolkingsgroep. 

Vooral Romeins
Over de Romeinen wordt er wel veel getoond en meestal met Tongeren of de lokale regio als centraal thema. Zo worden er diverse werktuigen getoond en wordt het leven van de lokale bevolking uitvoerig besproken. Ook de invallen van de Germanen en Franken worden belicht en zodoende wordt er langzaam een transformatie gemaakt van Gallo-Romeinse stad naar Frankische stad vanaf ongeveer 500 na Christus. Het magnum opus van het museum is wellicht een mozaïekvloer die hier in gehavende staat wordt getoond. Ik ben er echter vlug aan voorbijgegaan omdat ik in Istanbul een kleine maand eerder een heel mozaïekmuseum heb gezien. Toch is deze verdieping wellicht het spectaculairste van het gehele museum.

Er staan hier ook verscheidene maquettes zoals hoe Tongeren er ongeveer tweeduizend jaar geleden uitzag. Een hard bewijs bestaat daar niet van, want buiten de stadsmuren hebben archeologen niks anders kunnen opgraven dat verwijst naar bepaalde gebouwen. Wat verder wordt er de opkomst van het christendom besproken en zie ik ook twee graven die vermoedelijk afkomstig zijn van een mausoleum. Dat vond ik persoonlijk wel leuk om te bekijken, maar de vele vitrines op het einde oogden vrij leeg en het is duidelijk dat de pot met mosterd op was bij het bedenken van deze tentoonstelling op het einde. 

Conclusie
Hoewel dit het Gallo-Romeins museum heet, gaat zo'n 60% van het museum over het tijdperk voor de Gallo-Romeinse periode in onze streek en dat vond ik wel een leuke meevaller aangezien me dit interesseert. Het is pas bij de derde en laatste verdieping dat het Gallo-Romeinse thema van het museum definitief aan bod komt. 

Als je dus enkel voor dit stuk komt, kan dat misschien een lichte tegenvaller zijn, want zo gek veel is er over de Romeinen niet te zien en over de Galliërs al bijna helemaal niks buiten wat info over de Eburonen. Als totaalplaatje kan ik het museum wel hartelijk aanbevelen omdat het hard inzet op interactiviteit en met behulp van de audiogids maak je een bezoek zo kort of zo lang mogelijk als je zelf wil.      

Zinderend zuidelijk Afrika deel twee: een exercisie in nihilisme

Maandag 19 september
Na drie dagen in Kaapstad kan de reis écht beginnen en maken we kennis met Lemmy, de safaritruck waarmee we door Zuid-Afrika, Namibië, Botswana en Zimbabwe toeren. De planning voor deze dag is erg simpel: rijden naar de grens met Namibië. Gelukkig gebeurt dit vandaag op goed onderhouden wegen, maar dat is de spreekwoordelijke uitzondering. De rest van het parcours bij deze reis gaat over grindwegen waarvan de kwaliteit varieert van acceptabel tot ronduit slecht. In Zuid-Afrika zijn de autowegen echter van goede kwaliteit. De eerste tussenstop van de dag is gepland in de streek van de Cederbergen waar Rooibosthee wordt geteeld. Groene heuvels en druivenranken verraden dat ook wijn wordt geproduceerd in deze streek. Het ietwat koude Kaapstad wordt verlaten en des te noordelijker we gaan wordt het gestaag, maar zeker warmer. 

Laat in de namiddag stoppen we bij Springbok, de belangrijkste stad in de provincie Noordkaap. Hier houden we een uurtje halt om proviand in te slaan bij de plaatselijke Carrefour zodat we morgenavond kunnen eten bij een barbecue. Na nog een uurtje rijden, belanden we uiteindelijk bij Okiep wat de eindhalte van vandaag is. Dit is een voormalig mijnstadje, maar sinds enkele decennia is de mijnbouw hier stopgezet en nu geeft deze plek een ietwat slaperige indruk. In het hotel waar we verblijven, geeft de lokale gastheer een kleine rondleiding door het voormalige mijncomplex. Het hotel beschikt ook over een klein museum dat in het teken staat van de voormalige mijn. En zo krijgt een eerder saaie dag toch nog een mooi slot. 

Dinsdag 20 september 
Helaas voelt deze dag aan als de meest nutteloze van de hele reis. Net zoals gisteren is dit een verplaatsingsdag, maar dan wel eentje die er slechts een halve dag overdoet. In de vroege namiddag komen we namelijk al in Ai-Ais Hotspring aan en in deze plek in de woestijn is er amper iets te doen. Voor het zover is, moet eerst de grens overgestoken worden. Reisbegeleider Hendrik waarschuwt ons ervoor dat we ons van de meest zakelijke kant moeten tonen aangezien douaneambtenaren hier berucht zijn omwille van hun norsheid. Daar is bij de grensovergang bitter weinig van te merken wanneer ik alleen maar lachende gezichten zie achter het loket. De papierhandel ligt verrassend snel achter de rug en daarna houden we even halt bij een township dat zich vlak bij de grens bevindt. De koten die belegd zijn met vezel- en golfplaten moeten doorgaan als een huisje en als toerist is dit toch wel een stevige reality check in wat voor erbarmelijke omstandigheden sommige mensen hier leven. De prijzen bij de lokale supermarkt zijn nochtans behoorlijk westers en dat maakt het nog meer onbegrijpelijk hoe mensen hier kunnen overleven. Na deze stop is het amper nog twee uurtjes rijden tot het hotel. 

Hotel is misschien wat pejoratief voor een heus resort dat zich aan de rand van de Namib-woestijn bevindt. De kamers hebben de allure van een duur luxehotel, hoewel mijn verstopt toilet toch wat minder grandioos oogt. Er is ook een overdekt zwembad en buiten is er een (kleine) warmwaterbron dat zijn naam heeft ontleend aan dit resort. Klinkt niet slecht, maar voor de rest is er echt niks te beleven hier. Hoewel dit resort de aankomst is van een trail die start bij de Fish River Canyon zijn er eigenlijk nagenoeg geen wandelmogelijkheden. Ook bij de rotsachtige heuvels zijn er geen wandelpaden te bespeuren. Dan maar een boek op bed lezen. De avond wordt opgefleurd met een barbecue en vooral de prachtige sterrenhemel weet hier te imponeren. In Jordanië heb ik de band van de melkweg 's nachts kunnen bewonderen, maar in het zuidelijk halfrond is dit nog spectaculairder. Toch nog een leuk moment op deze saaie reisdag.    

Woensdag 21 september
Misschien moeilijk om te geloven, maar ook deze dag is andermaal een verplaatsingsdag waar amper iets valt te beleven. Gelukkig is er nog een bezoekje aan de prachtige Fish River Canyon in de ochtend om een driedaags patroon van enkel truckritten te doorbreken. Deze kloof is na de Grand Canyon de grootste kloof ter wereld en ook het podium van een meerdaagse trektocht. Deze wandeltocht start bovenaan de canyon om vervolgens af te dalen naar de canyon waar het vijf dagen stappen is langs de Fish River om uiteindelijk bij Ai-Ais Hotspring te belanden waar we deze ochtend zijn vertrokken. Dagwandelingen zijn echter verboden aangezien een slecht voorbereide wandelaar begin deze eeuw naar beneden ging, maar nooit meer boven geraakte door een tekort aan eten en water. Voor dat lot moet ik weinig schrik hebben aangezien we een wandeling langs de canyon maken. 

Het uitzicht over deze kloof is - zoals te verwachten - spectaculair met een kronkelende Visrivier die vorm geeft aan deze canyon. Ik wandel slechts een kilometer langs de kloof, maar om de vijftig meter stop ik om een nieuwe foto te nemen. Deze kloof lijkt me een waar wandelparadijs te zijn, maar dat zit er dus helaas niet in. Wel mogelijk is foto's nemen en dat doe ik in overvloed. Het laatste uitkijkpunt is zo mogelijk nog mooier dan de vorige en dan speur ik met m'n fototoestel naar de mooiste plekjes. Om tien uur is het intermezzo alweer voorbij en is het weer reizen met de truck. Drie dagen lang een exercisie in nihilisme dus.