zondag 2 februari 2020

Fujinon XF 100-400mm F4.5-5.6 LM OIS WR review

Fuji is sinds 2012 bezig met het uitbouwen van een uitgebreid gamma aan lenzen en dan kan een supertele vanzelfsprekend niet ontbreken. In 2016 zag de Fujinon XF 100-400mm het levenslicht en maakt het deel uit van de red badge zoomlenzen. Dit zijn de duurste zoomlenzen van Fuji, maar de Japanse producent belooft dan ook een uitstekende kwaliteit. Maar maakt Fuji deze belofte waar? 

Niche
Ik heb deze lens vorig jaar aangeschaft wanneer er een cashbackactie liep en dat maakte de Fujinon XF 100-400mm zomaar eventjes 350 euro goedkoper. Zodoende betaalde ik nog maar 1250 euro in plaats van 1600 euro. Als je tegenwoordig echter de lens wil aankopen, hangt er een prijskaartje van 1800 euro of meer om de nek van deze lens. Dat is allesbehalve goedkoop, zeker als je weet dat deze supertele een nichefunctie vervult en niet zo vaak gebruikt zal worden als andere lenzen. Ik had deze lens aangeschaft met het idee om die te gebruiken tijdens een safari in Afrika, maar uiteindelijk is deze reis niet doorgegaan. Onlangs ben ik teruggekomen van een reis naar Antarctica en daar  heb ik deze lens wel vaak gebruikt. Thuis gebruik ik deze lens echter amper of niet. 


De Fujinon XF 100-400mm is door de grote zoom-mogelijkheden voornamelijk geschikt voor het fotograferen van dieren in het wild, vogels en sport. Je kan de lens ook gebruiken voor landschappen, maar naar mijn mening lenen dergelijke lenzen zich er niet toe om dit foto's te nemen omdat afstanden vervormd worden door de eigenschappen die inherent zijn aan dit type lens. Een landschap van veraf lijkt plots een stuk dichterbij en dat doet toch wat afbreuk aan het karakter en stijl van een foto. Dieren - en met name vogels - lenen zich wel uitstekend voor deze lens en dit is de lens bij uitstek om dieren op gevoelige plaat vast te leggen. Dit geldt eveneens voor sport, maar dit zijn wel heel erg specifieke onderwerpen. Daar denk je dus best maar eens over na wanneer je 1800 euro gaat spenderen aan een lens die je misschien eens een paar keer per jaar gebruikt. 


Geen kleintje
Eén van de redenen om destijds voor een Fujifilm X-T2 te kiezen, is het compacte formaat van de camera en de daarbij horende lenzen. Dat argument mag je bij de Fujinon XF 100-400mm meteen overboord gooien, want deze lens is de Goliath van de familie. Het weegt namelijk bijna 1,4 kilogram en fotograferen vanuit de hand is alles behalve eenvoudig. Het is mijn gewoonte om de camera vast te nemen bij het statiefgondel, maar dan draag je wel het gewicht achteraan. Het is dus beter om de lens vast te nemen vooraan om zo het gewicht wat gelijkmatiger te verdelen. Tel daarbij de camera zelf en je sleurt ongeveer twee kilogram mee. Dit is dus iets waar je best rekening mee houdt wanneer je een hele dag op sjok wil gaan met deze lens. 


De bouwkwaliteit is één van de aspecten waar gebruikers wat kritischer over zijn bij deze lens, maar daar heb ik eerlijk gezegd weinig over te klagen. Het is wel zo dat de lens grotendeels vervaardigd is uit plastic, maar dit is duurzaam en hard plastic wat de Fujinon XF 100-400mm absoluut geen goedkope look geeft. Integendeel, het ziet er pico bello uit en kan tegen een stootje. Bij mijn trip naar Antarctica heb ik deze lens los in mijn rugzak gestoken samen met andere lenzen en sprong ik er niet bepaald zachtzinnig mee om. Een verdwaald minikrasje dat amper zichtbaar is hier en daar bewijst dit. 


De achterzijde is wel uit metaal vervaardigd en voelt daarom ook het meest solide aan. Hier vind je ook een knop om de lens vast te maken, maar dit gaat enkel bij de minimale lengte van 100mm. Dit voorkomt dat de zoomlens uitklapt wanneer je die vastneemt, bijvoorbeeld om de lens uit een rugzak te halen. Het is een handige functie die ik tot mijn spijt zelden heb gebruikt. Het kan namelijk schadelijk zijn voor een zoomlens om die abrupt in- en uit te klappen en de lock-functie voorkomt dit euvel. 


Beeldstabilisatie en autofocus
Een ander punt waar gebruikers van deze lens wel eens kritisch over willen zijn, is het gebruik van de focusring vooraan omdat die te stroef verloopt. Ik moet echter bekennen dat ik de focusring nog nooit heb gebruikt, want persoonlijk zie ik het nut er niet van in om manueel te gaan focussen bij dergelijke brandpuntsafstanden. De onderwerpen die worden gefotografeerd zoals vogels, dieren en sport verlopen namelijk zo snel dat je wel bent aangewezen op de autofocus. Wanneer deze lens op mijn Fuji X-T2 is gemonteerd, kies ik steevast voor AF-C en in deze stand volgt de camera alle onderwerpen zonder verpinken. 


De Fujinon XF 100-400mm is uitgerust met een dubbele lineaire motor die de autofocus bedient en het verschil met een enkelvoudige linaire motor - zoals je die in de Fujinon XF 18-135mm vindt - is te merken. Onderwerpen worden in een fractie van een seconde scherpgesteld afhankelijk van welk type focus je gebruikt (punt, zone, groothoek). Bij het bekijken van sommige foto's stel ik vast dat er een verkeerde focus is, maar dat is steeds mijn eigen fout. Het gaat dan om millimeterwerk waar ik per ongeluk focus op een steen die net onder een vogel ligt in plaats van op de vogel zelf. Zeker bij onderwerpen die er als een speer vandoor gaan zoals vogels is een uitstekende autofocus onontbeerlijk en die is bij deze lens ruimschoots aanwezig. In combinatie met mijn Fuji X-T2 werkt de autofocus van de Fujinon XF 100-400mm uitstekend, maar met de X-T3 en de toekomstige X-T4 vermoed ik dat de autofocus (nog) een stuk sneller gaat werken. 


Hoe goed de autofocus ook is, de echte ster van deze lens is toch wel de stabilisatie die kleine mirakels verricht wanneer je uit de hand fotografeert. Fuji belooft namelijk vijf stops beeldstabilisatie en hoewel ik het niet heb uitgeprobeerd, lijkt me dit te kloppen. Met een 1.4x teleconverter heb ik op maximale zoomafstand op langzame sluitertijden gefotografeerd zoals 1/125ste van een seconde en dat verloopt geheel probleemloos: foto's zijn messcherp en toon geen enkel spoor van vervaging. Het is misschien zelfs mogelijk om trager dan 1/100ste van een seconde te fotograferen, maar dan wordt het wel heel erg lastig. De beeldstabilisatie en autofocus verdienen hun red badge embleem dus met verve. 


Beeldkwaliteit
Toen ik deze lens aanschafte, was dat enigszins uit opportunistische redenen omdat de cashback van 350 euro een buitenkansje was. Ik had op voorhand wat argwaan over de beeldkwaliteit van deze lens aangezien de minimale f-stop van 4.5 tot 5.6 niet onmiddellijk tot de verbeelding spreekt. Tel er nog een 1.4x teleconverter bij en de minimale f-stop wordt met één stop verhoogd tot 6.3 en 8 wat het fotograferen met langzamere sluitertijden praktisch onmogelijk maakt op langere brandpuntsafstanden. Mijn recente trip naar Antarctica was een goede testcase voor de beeldkwaliteit van deze lens en de Fujinon XF 100-400mm heeft me heel sterk verrast. 


Verrast in de goede zin van het woord, want de beeldkwaliteit van mijn foto's heeft me omver geblazen: de scherpte, kleuren en detail flirten met de perfectie. In het erg bewolkte Antarctisch schiereiland heb ik gefotografeerd met ISO 400 en een f-stop rond 7 à 8 wat de meest kwalitatieve foto's oplevert. Deze foto's zijn messcherp en de gemiddelde National Geographic-fotograaf zal blij zijn als hij dergelijke foto's uit zijn toestel en lens kan toveren. De 16mm F1.4 en 56mm F1.2 gelden als de beste lenzen uit het assortiment van Fuji, maar foto's die ik heb genomen met deze twee primelenzen zijn zeker niet scherper dan foto's afkomstig uit deze supertelelens. Zelfs op een brandpuntsafstand van 400mm zijn foto's nog bijzonder scherp. Anderzijds moet ik wel bekennen dat ik deze twee primelenzen ook nog niet zoveel heb gebruikt. Ook andere (professionele) fotografen zijn superenthousiast over de beeldkwaliteit van deze lens die zich volgens mij tot de absolute top mag rekenen van de APS-C camera's. Misschien dat er bij de full frame camera's nog betere lenzen bestaan, maar daarvoor betaal je een stuk meer en sleur je een heleboel meer gewicht mee.


Ik fotografeer geen bakstenen muren om te meten wat de chromatische aberratie is en om te zien op welke f-stop er zachte randen verschijnen in de hoeken. Ik denk dat de hier getoonde foto's voor zich spreken. Als ik een nadeel moet opsommen dan is dat de minimale f-stop. Deze varieert van 4.5 tot 5.6 en in omstandigheden met weinig licht, merk ik toch dat de foto's een tikkeltje minder kwalitatief zijn. Een snellere primelens met f/2 zal redding brengen, maar is dan ook een stuk duurder. 


Bokeh en weerbestendig
Omdat de Fujinon XF 100-400mm een relatief trage lens is, was ik benieuwd naar de bokeh van deze lens. Anders gezegd, kan deze lens ook zachte en wazige achtergronden fotograferen? Het antwoord hierop is vrij eenvoudig: zeker en vast. De lens legt erg aangename wazige achtergronden vast en op hogere f-stops zoals 8 of hoger is het zelfs mogelijk om bollen bokeh op een foto vast te leggen wat zeker niet evident is voor een een supertele. Natuurlijk moet je niet dezelfde bokeh verwachten als bij een snelle primelens, maar ik vind de bokeh fantastisch wanneer een onderwerp zich tien à twintig meter van de lens bevindt. Voor foto's waar het onderwerp heel erg ver is, vind ik de bokeh een stuk minder en dat geldt evenzeer voor de algemene kwaliteit van dergelijke foto's. 


Net zoals veel andere lenzen van Fuji is de Fujinon XF 100-400mm weerbestendig. Waar ik met mijn Fujinon 18-135mm diverse capriolen heb uitgehaald, ben ik met deze supertele toch een heel pak voorzichtiger geweest. Het milde weer in Antarctica stelde deze lens zeker en vast niet op de proef aangezien de temperatuur telkens tussen nul en vijf graden lag. Hier en daar werd de lens geconfronteerd met een plonsje water, maar daar maakte die geen probleem van. Van de 18-135mm weet ik dat die bijzonder robuust is en ik twijfel er niet aan dat dit bij de Fujinon XF 100-400mm ook het geval is, enkel heb ik weinig zin om dit te testen... 


Prijs en alternatieven
De Fujinon XF 100-400mm kost tegenwoordig 1800 euro en dat is uiteraard een heleboel geld voor een lens die je misschien een paar keer gebruikt. Veel alternatieven zijn er echter niet aanwezig in het ecosysteem van Fuji FX-camera's. Er is de 200mm f/2 die zomaar eventjes drie keer zo duur is en er zijn nog andere obscure primelenzen van third party merken zoals Samyang en Meike. Met een andere mount kan je lenzen van Canon, Nikon, Tamron, ... gebruiken, maar dan mis je weer de autofocus die toch wel van cruciaal belang is bij een supertele. 


De grootste concurrent zit dan misschien niet bij de lenzen, maar wel bij de bridgecamera's waar je voor dat geld (en ook heel wat minder) erg goede camera's kan kopen. De Sony Cyber-shot RX10 IV gaat maar liefst tot 600mm en kent een minimale f-stop van f/4. Bovendien kost de Sony 100 euro minder dan deze lens. De Panasonic Lumix FZ2000 gaat tot 480 mm, kent een minimale f-stop van f/4.5 en kost zelfs maar 750 euro. Dan klinkt 1800 euro voor één lens wel heel erg veel. Anderzijds hebben deze bridgecamera's een sensor van één inch en zullen ze niet dezelfde foto's van hoge kwaliteit kunnen nemen zoals deze lens dat doet. Zoals een oude boutade het zegt: kwaliteit kost geld. 


Conclusie
Hoewel ik de Fujinon XF 100-400mm al een tijdje in mijn bezit heb, werd deze lens nog niet echt op de proefbank gelegd. Met mijn trip naar Antarctica beleefde het een hevige vuurdoop en de lens is met vlag en wimpel geslaagd. De kwaliteit van de foto's heeft me bijzonder aangenaam verrast en verdient het predikaat 'messcherp' zonder meer. Of het nu ging om een plots voorbij vliegende stern of een ezelspinguïn die in het water springt, met behulp van de Fujinon XF 100-400mm is het bijna kinderspel om van deze taferelen een National Geographic-waardige foto te maken. 


De minimale f-stop is misschien wat groter dan ik wil en het is geen lichtgewicht, maar deze nadelen vallen in het niet wanneer je achteraf de kwaliteit van de genomen foto's bekijkt. De grootste belemmering is toch wel de prijs die op een jaar tijd tweehonderd euro is gestegen tot 1800 euro. Dat is wel heel veel geld voor een lens die je misschien maar af en toe gebruikt. Toch maar even kijken naar de jaarlijkse cashbackactie dan? 


+
National Geographic-waardige foto's rond f/7 en f/8
Stabilisatiefunctie maakt het mogelijk om erg veel fragmenten uit hand te fotograferen
Snelle autofocus is ideaal voor vogels in vlucht, wilde dieren en sport

-
Relatief zware lens voor een Fuji-camera
Vrij hoge prijs
Niet ideaal om mee te fotograferen in omstandigheden met weinig licht

vrijdag 3 januari 2020

Wandelen in Vlaanderen: de vallei van de Zwarte Beek (Zelem en Meldert)

Wat is er beter dan het jaar beginnen met een frisse wandeling? Volgens mij niet veel en nieuwjaarsdag van het nieuwe decennium stond bij mij in het teken van een vrij korte wandeling. De beslissing om een wandeling te doen, heb ik pas op het allerlaatste moment genomen en dus was het snel zoeken naar een geschikte wandeling. Een paar dagen geleden stootte ik toevallig op de wandeling van de vallei van de Zwarte Beek en die was ideaal voor mij: een vrij korte lengte, niet ver van mijn deur en wandelen in een stukje natuur waar ik nog nooit ben geweest. 


De vallei van de Zwarte Beek
De kerk van het dorpje Zelem doet dienst als vertrekpunt van deze wandeling die ruim twaalf kilometer lang is. Het grootste gedeelte van deze wandeling gaat door de vallei van de Zwarte Beek. Voor mij onbekend gebied, maar nochtans is dit het grootste natuurgebied dat wordt beheerd door Natuurpunt en het heeft zelfs een bezoekerscentrum in Kuringen waaruit allerlei wandelingen vertrekken. Deze wandeling is echter een samengestelde wandeling die verschillende routes en knooppunten volgt. 


Wat de Zwarte Beek zo bijzonder maakt in België is niet alleen zijn omvang van 1400 hectare, maar ook omdat het enkele zeldzame planten- en diersoorten herbergt. De zwarte specht, boomleeuwerik, blauwborst en een heel assortiment aan weidevogels noemen dit natuurreservaat hun thuis. Door een actief beleid van ontbossing kent de vallei van de Zwarte Beek een versnipperd landschap van weides, moerassen, akkers en bossen. Je kan het dus ook een typische weergave van de natuur op zijn Vlaams noemen. 


Kasteel van Lobos
Wanneer de kerk vaarwel wordt gezegd, beland ik onmiddellijk in de natuur waar de glooiende hellingen van enkele weilanden me welkom heten. Achter deze weilanden bevindt zich de eerste blikvanger van deze wandeling: het kasteel van Lobos. Dit was vroeger een indrukwekkend kasteel, maar werd in de vijftiende eeuw verwoest. Nu staat er een herenhuis en hoeve die dateren van de negentiende eeuw en een bescheiden gracht. Het kasteel fungeert momenteel als woonst en is dus niet te bezichtigen. 


Achter het kasteel is een klein bruggetje waar de Zwarte Beek een eerste keer wordt overgestoken. Dan volgt het natste stuk van dit traject waar ik door een moeras loop met zowel links als rechts van mij enkele vijvers. Hoewel het de afgelopen dagen droog is gebleven, verraadt dit moeras zijn origine niet en is het toch uitkijken voor modder en plassen. In vergelijking met mijn winterse wandelingen in de Ardennen is dit echter kinderspel. 


Mystieke graslanden
De weergoden hebben op deze eerste januari veel mist gespuid en dat zorgt voor een mystieke sfeer over de graslanden waar de horizon is ingepakt in een grijze waas. Deze pittoreske beelden worden verlaten als mijn wandeling zich verderzet in de bossen van Hees. Het is te zeggen: bos wordt met de regelmaat van de klok verruild voor weilanden, akkers en andere landschappen en zodoende krijg ik een goed beeld over hoe versnipperd het landschap hier is. 


Mijn persoonlijke hoogtepunt van de wandeling bevindt zich bij enkele afgelegen boerderijen waar schapen staan te grazen op glooiende hellingen die worden gescheiden door een brede landbouwweg. Het deed me spontaan denken aan the Shire, de woonplaats van de Hobbits in de films van Lord of the Rings. Zo spectaculair is het net niet, maar het glooiende landschap in combinatie met de mist gaf me een surrealistische indruk. 


Schurfert
Na dit onverwachte Lord of the Rings-intermezzo volgt een minder stuk en gidst de route mij door bos en weilanden waar enkele vakantiehuisjes staan. Bij de vorige kilometers laste ik regelmatig een fotostop in om enkele foto's te nemen, maar hier voel ik nergens de drang om een foto te nemen wegens te saai. De kwaliteit van de wandeling wordt gelukkig verbeterd wanneer ik in Meldert bij het natuurgebied de Schurfert kom. Hier loopt de Zwarte Beek - die een opvallende roeskleur kent - langs enkele weilanden en steek ik de deze beek voor de tweede keer over. 


Hoewel je in de Schurfert ook een beetje bos aantreft, wordt dit natuurgebied vooral vertegenwoordigd door venige moerassen en graslanden. Het is de thuishaven voor een heleboel weidevogels, maar in de winter zijn er weinig vogels te spotten. Een speurtocht op Google leert mij dat bij het zaaien van de akkers wordt gewerkt met een traditioneel drieslagstelsel waardoor akkerkruiden zoals klaproos en korenbloem meer kansen krijgen om te groeien. Maar ook hier geldt weer dat je niet veel bloemenpracht moet verwachten in de winter. Een extra stoorzender in dit oord van rust is de nabije aanwezigheid van de E314 en andere wegen die je in de achtergrond kan horen. Het doet toch een beetje afbreuk aan de charme van deze wandeling. 


Spoorwegwandeling
Het slot van de wandeling gaat noodzakelijkerwijze via enkele verharde wegen en de spoorwegverbinding tussen Hasselt en Diest is gedurende bijna anderhalve kilometer mijn metgezel. Helaas is er geen andere mogelijkheid om naar de kerk van Zelem terug te keren dan deze route. Op één januari is het treinverkeer echter in vakantiemodus en heb ik slechts één trein gezien tijdens mijn kwartiertje stappen naar de kerk. 


Conclusie
Als opener van het nieuwe jaar is deze route zeker geslaagd. Het kent nergens echte hoogtepunten, maar stelt ook nimmer teleur. Het is een goede weergave van het type natuur dat je in Vlaanderen aantreft en fleurt dit op met enkele bezienswaardigheden zoals het kasteel van Lobos of enkele mooie vijvers in het moerasgebied. De winter doet volgens mij echter oneer aan deze wandeling en het is in de bloeiperiode van de lente waar deze wandeling écht schittert. 

De route heb ik gedownload op Wikiloc. 

dinsdag 31 december 2019

De 2019 horloge populariteitswedstrijd

Minder frequent
Als ik even terugkijk op 2019 en het aantal blogposts dat ik heb geschreven, is het duidelijk dat ik het afgelopen jaar nog nooit zoveel hebt geblogd. Maar ik heb eveneens nog nooit zo weinig over horloges geschreven. Er was ook vrij weinig reden om veel over mijn horloges te schrijven aangezien 2019 in het teken stond van een status quo: ik heb geen enkel horloge aangekocht en ook geen enkel horloge verkocht. Mijn uitgaven gingen quasi allemaal naar reizen of fotomateriaal en er was dus geen budget meer over voor een nieuw horloge. Ook in 2020 verwacht ik weinig beweging in mijn collectie en zal ik het wellicht met mijn ondertussen getrouwe horloges moeten doen. 

Het is de derde keer dat ik per jaar bijhoud hoe vaak ik een horloge draag en voor de derde keer op rij is er een nieuwe winnaar. Twee jaar geleden ging de eer naar de Omega Speedmaster Dark Side of the Moon en vorig jaar naar de Patek Philippe 3940. Dit jaar gaat de overwinning naar de Seiko SBGA011, ook wel beter gekend als de Snowflake. De Speedmaster volgt op de hiel, maar daarna valt er een significante leegte met de rest. Het meest opvallende feit bij deze telling is dat tussen plaats drie en zeven er amper vijf draagbeurten verschil is. Veel horloges worden dus met andere woorden bijna even vaak gedragen. Een ander opvallend feit is dat ik weinig liefde heb voor de Omega Seamaster Day Date en zelfs nul keer heb gedragen dit jaar. Wel een beetje bizar... 

Plaats Horloge # %
1 Seiko SBGA011 60 22,64%
2 Omega Speedmaster Dark Side of the Moon 57 21,51%
3 Patek Philippe 3940 30 11,32%
4 Rado D-Star 28 10,57%
Seiko SDGM001 28 10,57%
6 Orient FFD0F001W 26 9,81%
7 Seiko SBGR083 25 9,43%
8 Melbourne Watch Company Portsea 11 4,15%
9 Omega Seamaster Day Date 0 0,00%

Een beetje vals spelen 
Sinds vorig jaar heb ik de gewoonte om minder tijd te spenderen bij het selecteren van een horloge en gebeurt het dus wel vaak dat ik een bepaald horloge meerdere dagen draag. Dat is een gedeeltelijke verklaring waarom de meeste horloges bijna even vaak zijn gedragen. Anderzijds moet ik wel toegeven dat ik een beetje vals speel en ook wel bewust kijk hoe vaak een bepaald horloge is gedragen. Daarom heb ik de Snowflake dit jaar vaker gedragen dan normaal. Met zestig draagbeurten is het trouwens het horloge dat ik het meeste heb gedragen tijdens één jaar. De Omega Speedmaster Dark Side of the Moon doet hiervoor amper onder met 57 draagbeurten, maar dit is te verklaren door het feit dat ik de Speedmaster gebruik als vakantiehorloge. Met een lange vakantieperiode naar Patagonië en een ruime week hiken in Schotland is ruim de helft van het aantal draagbeurten onmiddellijk verduidelijkt. 

De Seiko SBGR083 - mijn andere Grand Seiko uit de collectie - doet het dit jaar wat minder met slechts een zevende plek uit negen horloges, maar er dient wel genuanceerd te worden dat de hoger scorende horloges amper meer worden gedragen. De middenmoot is bij de telling van dit jaar dus vrij groot. Voor de Seamaster kan het volgend jaar alleen maar beter gaan, maar ook de Portsea wordt weinig gedragen en dat is consistent met de vorige jaren. 

Per dag
Dit zijn het aantal draagbeurten per dag. 

Maandag
Plaats Horloge #
1 Seiko SBGA011 9
2 Omega Speedmaster Dark Side of the Moon 7
3 Seiko SDGM001 5

Dinsdag
Plaats Horloge #
1 Seiko SBGA011 11
2 Omega Speedmaster Dark Side of the Moon 9
3 Seiko SDGM001 6

Woensdag
Plaats Horloge #
1 Omega Speedmaster Dark Side of the Moon 9
Seiko SBGA011 9
3 Patek Philippe 3940 7

Donderdag
Plaats Horloge #
1 Omega Speedmaster Dark Side of the Moon 8
Seiko SBGA011 8
3 Patek Philippe 3940 7

Vrijdag
Plaats Horloge #
1 Seiko SBGA011 8
2 Omega Speedmaster Dark Side of the Moon 7
3 Patek Philippe 3940 6

Zaterdag
Plaats Horloge #
1 Rado D-Star 8
Omega Speedmaster Dark Side of the Moon 8
Seiko SBGA011 8

Zondag
Plaats Horloge #
1 Omega Speedmaster Dark Side of the Moon 9
2 Rado D-Star 8
3 Seiko SBGA011 7

De Seiko SBGA011 en Omega Speedmaster Dark Side of the Moon voeren zoals verwacht de lijstjes aan, maar toch zijn er een aantal verrassingen te noteren. De Rado D-Star doet het verrassend goed in het weekend en ik draag deze chronograaf graag wanneer ik weg ben, bijvoorbeeld wanneer ik ga wandelen. Ik weet dat de Rado tegen een stootje kan en daarom is het één van mijn geliefkoosde horloges wanneer het er wat ruiger aan toe gaat. Ook de andere Seiko, de SDGM001, is populair en dan met name op maandag en dinsdag. 

Voorspelling 2020
Volgend jaar gaat volgens mij weer een strijd worden tussen de Omega Speedmaster, Grand Seiko en Patek Philippe. De Speedmaster draag ik vooral op vakantieperiodes, dus als de Omega het voor een tweede keer haalt, betekent dit dat ik veel op vakantie ben geweest. Een erg leuk vooruitzicht. Als de Patek Philippe het wordt, betekent dit dat ik meer tijd doorbreng op kantoor. Iets minder leuk qua vooruitzichten. Nieuw bloed verwacht ik niet onmiddellijk, maar het is nu al meer dan twee jaar geleden dat ik een nieuwe aankoop heb gedaan en een Steinhart duikhorloge spreekt met toch wel aan. 

zondag 29 december 2019

De tien mooiste wandelroutes in 2019

De prachtige natuur in Patagonië was voor mij zo overweldigend dat dit de geboorte betekende voor een nieuwe hobby: wandelen en als het even kan met een natuurlijk tintje. Het is voor mij het ideale tijdverdrijf om te ontspannen en van de natuur te genieten, maar ik kan het evenzeer combineren met fotografie. Dit zijn mijn tien beste wandelingen van 2019.

10. Ijstrekking Perito Morenogletsjer (El Calafate, Argentinië)
Ik weet niet of je het een volwaardige wandeling kan noemen, maar de mini ijstrekking op de Perito Morenogletsjer was voor mij één van mijn leukste ervaringen van 2019. Ik keek er op voorhand al hard naar uit en de wandeling heeft niet teleurgesteld ondanks zijn korte duur van anderhalf uur. De lokale gids loodst geïnteresseerden naar alle hoogtepunten van de gletsjer en die weet te imponeren met zijn magistrale blauwe en witte kleuren. Bovendien was dit voor mij de eerste keer dat ik stijgijzers droeg, maar het wandelen ging nog vrij vlot. 



9. Wandeling naar de oude melkerij van Boubou (Dolembreux, België)
Dit is één van mijn meest recente wandelingen en vooral de tweede helft was een leuke wandelervaring ondanks de aanwezigheid van heel veel modder in de winter. De wandeling kent halverwege een korte, maar felle klim naar boven waar je wordt getrakteerd op een mooi uitzicht op het dorpje Méry. Daarna gaat het op en af in een woud waar het zoeken is naar begaanbare paadjes en een paar kilometers later volgt er een soort van ravijnwandeling langs een beek. Jammer genoeg is de eerste helft wat gewoontjes en verliest deze wandeling daardoor een beetje glans. 



8. Lago Grey (Torres del Paine, Chili)
Torres del Paine is ongetwijfeld één van de mooiste natuurparken ter wereld en een volledige dag wandelen is dan ook een onvergetelijke ervaring. Bovendien is het meer en de gletsjer van Grey één van de hoogtepunten van dit park. De reden waarom deze wandeling niet hoger staat genoteerd in dit lijstje is het slechte weer toen en omdat de wandeling wat diversiteit miste. De eerste klim naar een top van ongeveer 800 meter is leuk om te doen, maar de tweede wandeling had als bestemming een schiereiland waar niet erg veel te zien was. 



7. Balmaha - Inverarnan (West Highland Way, Schotland)
In april deed ik met de West Highland Way mijn eerste langeafstandswandeling en overwon ik 154 kilometer op zeven dagen. De meest uitdagende dag was de derde dag waar ik ruim dertig kilometer heb gewandeld tussen Balmaha en Iverarnan met Loch Lomond als vaste metgezel. Ik moest nog een heel stuk goedmaken van dag twee en bovendien was het die dag regenachtig. Ik kwam pas om half negen 's avonds aan, maar de meer technische stukken op de rotsachtige ondergrond zijn voor mij de leukste stukken van de West Highland Way. 



6. Inverarnan - Tyndrum (West Highland Way, Schotland)
Het mooiste parcours van de West Highland Way is volgens mij het traject tussen Inverarnan en Tyndrum. Op deze dag hadden de weergoden een mooi zonnetje geprogrammeerd en zodoende kon ik helemaal genieten van de prachtige landschappen in de Schotse hooglanden. Deze wandeling ontbeert de technische uitdaging van het traject Balmaha - Inverarnan, maar scoort dan weer met zijn diversiteit. Dit is een relatief gemakkelijke wandeling en nodigt uit om op een gemoedelijk tempo te wandelen. 



5. Rotsen langs de Lesse (Dréhance, België)
Wellicht de meest avontuurlijke wandeling van het afgelopen jaar met een klauterpartij langs rotsen aan de Lesse waar enkele tientallen centimeters naast mij een verschrikkelijke afgrond gaapte en een steile beklimming die enkel op handen en voeten uitgevoerd kon worden. Deze wandeling loopt langs het pittoreske Anseremme en het mooie kasteel van Walzin. Ik heb deze wandeling in de zomer gedaan bij goed weer en dan is het leuk om naast de Lesse te vertoeven. Bij slecht weer is deze wandeling absoluut af te raden wegens te gevaarlijk. 



4. Manderscheid: over vulkanen en burchten (Manderscheid, Duitsland)
In augustus trok ik er vier dagen op uit om te wandelen in de Eifel, vlak over de Duitse grens. De koninginnenroute van deze vierdaagse was de best wel pittige wandeling nabij Manderscheid. Deze route combineert het beste wat de Eifel te bieden heeft: een ommetje langs de verschillende sedimenten van dit vulkaangebied, een bezoekje aan een vulkaanmeer, een tocht langs twee burchten, enkele niet te onderschatten beklimmingen langs bossen, een kleine kloof en het sprookjesachtige Lieserpad. Veel meer dan dit kan je als wandelaar niet wensen en zeker niet wanneer het nog relatief dichtbij is ook. 



3. Een gedeelte van de GR16 via Frahan en Rochehaut (Poupehan, België)
In de beschrijving van deze wandeling staat dat het de mooiste van België wordt genoemd en ik ben het daar roerend mee eens. Deze wandeling biedt alles wat je van een wandeling mag verwachten. Eerst begin ik nog vrij kalm, maar bij de Cretes de Frahan gaat het steil naar omhoog en loop ik over de rotstoppen van dit massief. Er is het schitterende uitkijkpunt over Frahan waar de Semois een enorme meander maakt. Als slotstuk is er nog een avontuurlijk gedeelte via de laddertjeswandeling waar ik stevig in mijn schoenen moet staan om niet uit te schuiven. Mooier dan dit ga je het in België niet vinden!



2. Puerto Blest (Nahuel Hapi nationaal park, Argentinië)
In de buurt van Bariloche is er het nationale park van Nahuel Hapi wat een unieke eigenschap bezit: het is namelijk één van de weinige tijdelijke regenwouden ter wereld. Ongeveer zes maanden per jaar verandert Puerto Blest namelijk in een tijdelijk regenwoud waar het unieke planten- en diersoorten herbergt. Deze wandeling is een combinatie van drie opties: eerst gaat de route langs een meer, dan ga ik naar boven waar ik een aantal watervallen kruis en het derde stuk gaat over rotsachtig terrein naar een kleine lagune. Het derde stuk is verreweg het meest spectaculaire en mag enkel gedaan worden met behulp van een gids. 



1. El Pilar - Poincelot - Laguna de los Tres (El Chalten, Argentinië)
De mooiste wandeling van 2019 torent met kop en schouders boven al de rest uit en dat is mijn wandeling in El Chalten waar ik naar de gletsjer van Laguna de los Tres wandelde. Wat deze wandeling zo speciaal maakt, is dat het zoveel emoties en gevoelens oproept. 's Ochtends sneeuwde het lichtjes en in de namiddag kon ik zonnen in een lagune, de klim naar Laguna de los Tres is hels, maar het gevoel erg lonend en de landschappen behoren tot de mooiste ter wereld. El Chalten is een paradijs voor wandelaars en deze wandelroute is naar mijn bescheiden mening één van de mooiste ter wereld.