vrijdag 20 april 2012

Eindelijk concurrentie in de Belgische energiemarkt?

Stilzwijgende samenwerking
De laatste dagen en weken ontvouwde er zich een interessant economisch tafereel in de Belgische energiemarkt. De regering had namelijk besloten om de prijzen vanaf één april te bevriezen waar alle grote energieleveranciers prompt op reageerden met een fikse prijsstijging. Natuurlijk viel dat niet in goede aarde bij de consumenten, maar de bedrijven in kwestie pasten simpelweg de principes van de economische realiteit toe.

Hoewel de Belgische energiemarkt al vanaf 2003 is geliberaliseerd en er al meerdere energieleveranciers zijn bijgekomen, kunnen we toch niet spreken van een concurrentiële markt. De reden waarom is vrij eenvoudig. Hoewel er momenteel elf energieleveranciers werkzaam zijn in België, zijn er slechts vier die de markt overheersen: Luminus, Essent, Nuon en Electrabel. Er zijn dus met andere woorden slechts vier spelers die naar elkaar moeten kijken in plaats van elf en dat maakt een aantal zaken een stuk gemakkelijker. Hoewel prijsafspraken en kartelvorming verboden is, is er een eenvoudige manier om samen te werken. Dat is door gebruik te maken van stilzwijgende samenwerking. Om dit te kunnen doen, moet de markt waarin de bedrijven opereren aan een aantal voorwaarden voldoen: de markt moet stabiel zijn, transacties moeten frequent voorkomen, de prijzen moeten zichtbaar zijn en een speler kan een andere speler bestraffen. Deze voorwaarden gelden allemaal voor de Belgische energiemarkt.

Prisoner's dilemma
De situatie waarin deze bedrijven belanden is wat men in game theorie een prisoner's dilemma noemt. Het uitgangspunt van dit dilemma is vertrouwen. Indien beide partners elkaar vertrouwen en samenwerken is het gezamenlijke eindresultaat beter dan wanneer beide partners elkaar tegenwerken. Voor beide partners is er echter een aanmoediging om niet samen te werken met de andere partner, want als de andere partner wil samenwerken en jij niet, ga jij uiteindelijk het beste resultaat boeken. Van nature uit hebben beide partners er baat bij om ekaar tegen te werken en daarom is vertrouwen erg belangrijk. Het concept kan best worden geïllustreerd met het volgende voorbeeld:



Stel dat Electrabel Herdsman 2 is en Luminus Herdsman 1. Wanneer ze elkaar gaan tegenwerken en concurreren op prijs, krijg je de situatie rechtsonderaan (4, 4). 4,4 staat voor de uitbetalingen die ze krijgen. De aanmoediging om ekaar tegen te werken wordt gedemonstreerd door de uitbetalingen wanneer Luminus of Electrabel tegenwerkt en de andere niet. De uitbetaling voor de tegenwerkende partij is dan immers 6, terwijl de andere partij het met 3 moet doen. Als beide partijen echter elkaar vertrouwen krijgen ze beiden een uitbetaling van 5 en doen ze het samen beter wanneer ze elkaar tegenwerken (4,4). Hoewel de Belgische energiemarkt al geliberaliseerd is sinds 2003, is er in de realiteit weinig veranderd sinds dan. 

Signalering
Aangezien prijsafspraken maken ten strengste verboden is, doen bedrijven dit op een andere manier. Dit is door het verzenden van signalen. Een signaal kan bijvoorbeeld zijn "gegarandeerd de laagste prijzen". Wat er dan volgt is een spelletje van tit-for-tat pricing. Simpelweg gezegd komt het erop neer dat wanneer één van de grote energieleveranciers een prijsstijging aankondigt de rest volgt. We zagen dit duidelijk naar aanleiding van de bevriezing van de energieprijzen door de regering. Deze sequentie blijft verder lopen totdat een speler merkt dat de laatste zet niet het beoogde resultaat had en gaat daarom in de volgende zet een andere strategische beslissing nemen. 

Luminus was de eerste energieleverancier om de aangekondigde prijsstijging terug te draaien. Naar eigen zeggen wenste Luminus een sterk signaal te sturen door aan de verwachtingen van alle partijen te voldoen. De andere grote energieleveranciers bleven niet achter en zij draaiden hun eerdere beslissing ook terug wat het andermaal duidelijk maakt dat de Belgische energiemarkt een oligopolie is met een stilzwijgende samenwerking tussen de spelers. Maar wat bezielde Luminus plots om hun beslissing terug te draaien? Volgens Belgacom bespaart een Vlaams gezin zo 200 euro per jaar. Luminus heeft zo'n 400 000 gezinnen als klant wat dus betekent dat ze 80 miljoen euro aan inkomsten mislopen. 

Andere prijsstrategie
Het management van elk bedrijf heeft een doel. Voor verreweg de meeste bedrijven is dit winst maken, maar dat kunnen ook andere ambities zijn zoals groeien of meer marktaandeel veroveren. Een management wordt voorgesteld door een type. Alle energieleveranciers, inclusief Luminus, vertonen alle karakteristieken van een Baumolmodel. In dit model is het genereren van inkomsten belangrijk om zoveel mogelijk winst te maken. Het is totaal onrealistisch om te verwachten dat het management van Luminus nu andere doelstellingen heeft. 

Dit is het punt waar je enkel kan speculeren over de beweegredenen over de beslissing van Luminus, maar er zijn een aantal voor de hand liggende redenen. Een reden kan zijn dat Luminus vreesde dat veel gezinnen hun rekening niet of amper meer zouden kunnen betalen, waardoor de bijkomende winst zou uitgehold worden. Een andere reden kan zijn dat het vreest dat de regering haar zal straffen. De overheid treedt immers op als regulator in de energiemarkt en schroomde in het verleden al niet om hoge boetes en belastingen uit te delen aan Electrabel. Johan Vandelanotte kloeg er immers al over dat de energieleveranciers niet handelden naar de geest van de wet, hoewel ze juridisch niets verkeerd hadden gedaan. 

Een andere reden kan zijn dat Luminus vreesde dat het (te) veel klanten zou verliezen wanneer ze de prijsstijging zou doorvoeren. In het verleden waren de zoekkosten voor energieprijzen relatief hoog, maar door de transparantie van het internet en de kleinere spelers die niet meewerken, kan Luminus op termijn veel klanten verliezen. Het is waarschijnlijk een combinatie van deze factoren dat Luminus overreedde om de prijsstijgingen dan toch niet door te voeren. 

Open markt?
Vandelanotte kondigde vandaag aan dat de marktwerking nu eindelijk in gang treedt, maar dat is voorlopig giswerk. In een concurrentiële markt zouden de prijzen dalen naar het punt waar de bedrijven geen economische winst meer zouden maken en dat is verre van het geval momenteel getuige de exponentiële stijging van de prijzen in de meest recente jaren. Voor de consument is het dus van belang dat de stilzwijgende samenwerking tussen de energieleveranciers wordt doorbroken en de bedrijven tot het punt komen waar ze elkaar niet vertrouwen in het prisoner's dilemma. 

Eén maatregel die hierbij moet helpen is de tijdelijke bevriezing van de prijzen. In een markt waar geen frequente transacties worden gedaan, groeit het wantrouwen tussen de bedrijven. Omdar er weinig transacties gebeuren, kunnen bedrijven veel winst boeken door niet samen te werken als de andere partij gelooft dat ze dat wel gaan doen. Een andere maatregel die de overheid neemt, is het afschaffen van de opstapvergoedingen. Hoewel dit een mooie maatregel is, zal het nauwelijks of geen effect hebben. Het zou effectiever zijn om de kleinere energieleveranciers zichtbaarder te maken door hen meer te laten adverteren. Op deze manier kan de oligopolie van Nuon, Essent, Electrabel en Luminus worden doorbroken. Voorlopig ziet het er echter niet naar uit dat de Belgische energiemarkt eindelijk is opengegooid.   





donderdag 19 april 2012

Managerial economics

Plethora
In juli 2011 ben ik begonnen aan een driejarige MBA-opleiding bij de Manchester Business School. De opleiding duurt tamelijk lang in vergelijking met andere MBA-opleidingen omdat het vakkenpakket net niet uit zijn voegen barst. De verplichte vakken die je moet volgen zijn: leadership and global events, managerial economics, marketing, professional development, financial and management accounting, operations management, corporate finance, managing internationally across business systems, business simulations, research methods, strategic management, people & organisations en als afsluiting een groepsproject waar je de opgedane kennis in groep mag omzetten in een reëel bedrijfsvraagstuk.

Als dat nog niet genoeg is, zijn er drie keuzevakken die je moet selecteren uit een plethora aan aanbod: advanced strategic management, doing business in China, entrepreneurship and innovation management, financial analysis, international business strategy, international marketing management, investment and portfolio management, risk management, negotiation skills and selling strategies, venture capital and private equity, information systems and internet strategy en andere vakken. Dat is dus een goed belegde boterham met kennis die later zeker van pas kan komen.

Voorstelling
In deze blog wil ik dieper ingaan op het vak managerial economics. Het is - samen met marketing - het eerste vak dat je krijgt in de MBA-opleiding en legt ontegensprekelijk de fundamenten voor de rest van de opleiding. Economie bestaat uit verscheidene disciplines en hoewel managerial economics raakvlakken heeft met micro-economie is het een volledig op zichzelf staande discipline. Micro-economie bestudeert de gedragingen van individuele economische agenten met de nadruk op gedragingen van bedrijven in de markten. Managerial economics neemt dit uitgangspunt als basis voor het nemen van (strategische) beslissingen in het bedrijfsleven. De leerstof begint dus met het uitleggen van dezelfde economische principes als in micro-economie, maar wordt daarna een volledig op zichzelf staand vak door deze theorie te gebruiken voor het nemen van beslissingen.

Professoren

  • Patrick McNutt, gastprofessor
  • Reza Salehnejad, Manchester Business School professor
  • Xavier Duran, Manchester Business School assistent


Boeken
Er worden drie boeken voor dit vak gebruikt:

  • Economics of Strategy, vijfde editie geschreven door Besanko, Dranove, Shanley en Schaefer (zie Google books)
  • Game Embedded Strategy, geschreven door McNutt (zie voorstelling boek door McNutt)
  • Werkboek dat alle belangrijke concepten samenvat, geschreven door de academici van de Manchester Business School
Het belangrijkste boek is Economics of Strategy dat alle belangrijke concepten in managerial economics op een heldere en duidelijke manier uitlegt. Aan de hand van goed uitgewerkte voorbeelden wordt elk economisch concept stap voor stap uitgelegd en wordt er dikwijls gerefereerd naar scenario's in het bedrijfsleven waar het concept in kwestie is toegepast. Waar nodig wordt er teruggegrepen naar wiskunde om de theorie uit te leggen, maar dit wordt tot een minimum beperkt en wordt op een duidelijke manier uitgelegd, zodat ook mensen met een wiskundefobie goed kunnen volgen. De opbouw van de structuur is wel niet altijd even gelukkig gekozen. Transaction cost economics, één van de basisprincipes van managerial economics, komt pas ter sprake in de laatste hoofdstukken van het boek. 

Het tweede boek, Game Embedded Strategy, is geschreven door Patrick McNutt, één van de professoren die dit vak ook geeft aan de Manchester Business School. McNutt beschrijft het framework T=3 dat de strategie bepaalt van een bedrijf. Hij legt uit dat type, time en technology richting geven aan de strategie van een bedrijf wanneer het zich bevindt in een spel. Deze basis wordt gebruikt om game theory uit te leggen en verder uit te diepen. In tegenstelling tot het boek van Besanko is in Game Embedded Strategy moeilijk om te lezen. Er zijn meer wiskundige begrippen en vakjargon in verwerkt zonder dat het soms op een duidelijke manier wordt uitgelegd. Vooral de tweede helft van het boek kan soms erg abstract lezen. Het is dus een kwestie van een hoofdstuk een tweede of zelfs een derde keer te lezen. In combinatie met het werkboek zijn alle concepten goed te verstaan, maar het vraagt wel wat moeite van de lezer.  

Onderwerpen
Managerial economics bestaat uit vijf onderwerpen die hier kort worden toegelicht.

  1. Basis. De basis van managerial economics (en micro-economie) worden hier uitgelegd zoals economies of scope en scale, de diverse kosten en opbrengsten, grafieken, prijselasticiteit, enzovoort. 
  2. Transaction cost economics. Hier staat de make-or-buy beslissing centraal. Voer je activiteiten in je eigen bedrijf uit of besteed je het uit aan de markt? De rol van opportunisme, onzekerheid, begrensde rationaliteit en bemiddelingskosten worden uitgediept. 
  3. Competitors and competition. De verscheidene marktvormen wordt uitgelegd naast het belang van interactie met je directe concurrent. De duopoliemodellen van Cournot en Bertrand worden verklaard en het belang van commitment wordt gedemonstreerd. 
  4. Dynamics of pricing rivalry. De prijsrivaliteit tussen concurrerende firma's wordt uitgelegd aan de hand van begrippen zoals limit pricing, predatory pricing en game theory. Deze begrippen worden gebruikt om te verklaren hoe je kan reageren op prijsverschuivingen van een concurrent.
  5. Game theory. Basisprincipes van game theory zoals Nash Equilibrium en prisoner's dilemma worden gebruikt om de strategische mogelijkheden van een bedrijf uit te leggen wanneer het zich bevindt in een steekspel tussen zichzelf en z'n naaste concurrent. 

Persoonlijke opinie
Van alle vakken die ik tot dusver heb gekregen is managerial economics met afstand de plezierigste en meest leerzame geweest van allemaal. Het vak wist me op een boeiende manier de economische grondbeginselen uit te leggen en hoe deze principes kunnen worden gebruikt om strategische beslissingen, met name prijs, te nemen. Case studies worden gebruikt om economische termen zoals prisoner's dilemma (samenwerking tussen warenhuizen), endogenous sunk costs (Amerikaanse fabrikanten van ontbijtgranen), network externalities (Panasonic's VHS videorecorder), Bertrand duopolie prijsrivaliteit (Amerikaanse lage kosten luchtvaartmaatschappijen) en anderen uit te leggen. Game theory wordt gebruikt om de strategische beslissingen van een bedrijf in te kaderen in een framework en je wordt aangemoedigd om kritisch over game theory na te denken. Een examvraag is bijvoorbeeld waarom je wel of niet overtuigd bent van game theory. 

Na het voltooien van de cursus is het gemakkelijk om talrijke economische beslissingen te verkklaren zoals waarom Nintendo de Wii heeft gedifferentieerd van andere consoles, waarom Apple de Ipad heeft uitgebracht, waarom benzinestations (en interimkantoren) altijd vlak naast elkaar staan, waarom Ryanair onderhandelingen met Boeing op het allerlaatste moment kan afbreken, waarom Philips en Calgon samenwerken voor reclame, enzovoort. Deze cursus is niet enkel aan te raden voor MBA-studenten, maar voor eenieder die een gezonde dosis interesse heeft in economie en benieuwd is waarom bedrijven juist een bepaalde strategische beslissing nemen.

Doe het zelf
Het internet is een rijke bron aan informatie en als je goed zoekt, vind je een heleboel nuttige informatie die bovendien gratis is. Dat geldt ook voor managerial economics waar je alles omvattende videolessen kan vinden. De Bulgaarse professor Krassimir Petrov heeft een 24-delig lessenpakket over managerial economics op video gezet en je kan de lessen zelf volgen via Youtube. De Britse Yale-professor Benjamin Polak heeft hetzelfde gedaan, maar dan voor het vak Game Theory. Je kan de 24 lessen hier raadplegen. Cursusmateriaal over game theory kan je hier downloaden. Op Bookboon.com kan je het ebook Essentials of Microeconomics downloaden. Hoewel deze leerstof niet dezelfde is als de stof behandeld in managerial economics zijn er wel een heleboel begrippen die terugkeren in beide disciplines (market equilibrium, consumer theory, demand, choice under uncertainty, costs, price discrimination, game theory, externalities, asymmetric information en de verscheidene marktvormen).

woensdag 18 april 2012

Waarom een MBA volgen?

Wat is een MBA?
Pedant, arrogant, betweterig en egoïstisch. Dat is het algemene beeld van MBA'ers als we de beeldvorming in de media mogen geloven. Maar waar komt dit (waan)idee vandaan? Om deze beeldvorming te verkklaren, moet je de origine van een MBA begrijpen. Een MBA is een afkorting voor Master of Business Administration. Dit is een algemene managementopleiding die erop gericht is om (toekomstige) managers klaar te stomen voor een leidinggevende rol. Het is dus met andere woorden de vlees geworden realiteit van het kapitalisme en de meerderheid van de media interpreteert dit - al dan niet terecht - als het schoolvoorbeeld van kortetermijn denken waar financiële resultaten primeren over menselijke belangen.

Gelukkig is een MBA veel meer dan dat. Deze opleiding biedt een heel scala aan wetenschappelijk onderbouwde managementvakken waar de theorie aan de hand van  case studies wordt getoetst aan de praktijk. Deze holistische visie wordt afgerond in een bedrijfsproject waar de student een reëel bedrijfsvraagstuk moet oplossen. De meerwaarde van een MBA-opleiding bestaat er dus in dat het veel pragmatischer en praktischer is dan verwante opleidingen zoals TEW, Handelswetenschappen en Handelsingenieur. Het is immers heel belangrijk dat je de theorie kan terugkoppelen aan je eigen ervaringen en daarom is werkervaring onontbeerlijk bij het volgen van een MBA.

Soorten MBA's?
De ene MBA is de andere niet en de laatste decennia zijn er nieuwe vormen van MBA-opleidingen bijgekomen. De meest gekende variant is de klassie voltijdse opleiding. Dit is de oervorm van de MBA-opleiding en betekent eigenlijk dat je een jaar (of langer) terug naar de schoolbanken gaat om les te volgen afgewisseld met bedrijfsprojecten en stage. Het gemiddelde profiel van een student in een voltijdse opleiding is iemand die circa dertig jaar is, een vijftal jaar werkervaring heeft opgedaan en een leidinggevende positie bekleedt. Deze opleidingsvorm brengt wel een grote opportuniteitskost met zich mee. Gedurende de studie verlies je namelijk je inkomen en dat is voor vele kandidaten een reden om niet aan zo'n opleiding te beginnen. Om aan deze noden te beantwoorden bieden sommige business schools een deeltijdse opleiding. In deze variant zien de studenten dezelfde leerstof, maar spenderen ze minder lesuren aan de leerstof. Het belangrijkste verschil is echter de tijdregeling. De meeste lessen gaan namelijk vrijdag en zaterdag door, waardoor de student kan blijven verder werken. Omdat dit tempo vanzelfsprekend lager ligt dan de voltijdse opleiding, duurt de deeltijdse opleiding dubbel zo lang (twee jaar in plaats van één jaar voor de voltijdse opleiding).

Een equivalent van de deeltijdse opleiding is de executive MBA. Net zoals de deeltijdse MBA is een executive MBA een opleiding die je deeltijds volgt, maar het grote verschil zit in het aanbod van studenten die deze opleiding volgen. Dit zijn namelijk ervaren managers - dikwijls ouder dan veertig jaar - die de klappen van de zweep al kennen. Deze studenten hebben al een hoop ervaring in zaken doen en de executive MBA onderstreept het belang van het leren van elkaars ervaringen. De laatste variant - die een spectaculaire groei kent - is de distance learning MBA's. Deze opleidingsvorm gaat nog een stap verder dan een deeltijdse opleiding en biedt een MBA-opleiding via internet aan. Meestal biedt deze vorm nog aanvullende workshops aan waar de studenten met elkaar moeten samenwerken, maar er bestaan ook universiteiten die de opleiding puur vanop afstand aanbieden zonder het volgen van lessen. Deze laatste variant is erg populair geworden omdat je je fysiek niet moet verplaatsen naar een business school om lessen te volgen en ook het gemakkelijkst combineerbaar is met het dagelijkse werk. Daartegenover staat dan weer dat deze vorm van MBA door werkgevers en recruiters als minderwaardig wordt beschouwd ten opzichte van de andere opleidingsvormen.

Vijfjarige kleuter
Er zijn legio redenen om een MBA-opleiding aan te vatten, maar helaas zijn er veel mensen die het enkel willen doen omwille van een salarisverhoging. Uit onderzoek is gebleken dat afgestudeerden met een MBA-diploma zestig tot zelfs honderd procent meer salaris krijgen na afstuderen. Het is echter wel niet zo dat iemand met een MBA-diploma zomaar een salarisverhoging zal krijgen, je moet het namelijk ook verdienen. Je moet dus met andere woorden kunnen aantonen dat zo'n salarisverhoging gerechtvaardigd is. Meestal doen MBA'ers dit door aan te tonen dat een bedrijf met nieuwe of aangepaste strategieën nieuwe inkomstenbronnen kunnen aanspreken of juist geld besparen door de kostenstructuur aan te passen. De meest reguliere manier is echter door natuurlijke promotie waardoor je hoger in de hiërachie klimt en zo aanspraak maakt op een mooier salarisstrookje. Promotie maken is ook één van de meest voorkomende redenen om aan een MBA te beginnen. Een salarisverhoging is dan mooi meegenomen, maar is niet het ultieme doel.

Een andere verwante reden is om van een technische rol te groeien naar een managementrol. MBA-studenten hebben een heel diverse achtergrond: ingenieurs, juristen, IT'ers, bankiers, consultants, enzovoort. Dikwijls hebben deze profielen een hele diepe kennis in hun specialisatie, maar missen ze een brede managementopleiding om op korte termijn door te groeien naar een managementrol. Een MBA-opleiding kan dit hiaat in kennis opvullen. Een MBA is echter geenszins een conditio sine qua non om door te groeien naar zo'n rol. Om naar een andere industrie te verhuizen is een MBA ook erg handig. Zeker zo belangrijk als de opleiding zelf, is het netwerk dat je opbouwt met andere studenten en de alumnivereniging van de business school. Vooral om de gegeerde posities in de consultancy- en investment bankingwereld binnen te geraken is een MBA een extra pluspunt, maar zelfs dan nog wordt het heel erg moeilijk gezien het geringe jobaanbod en de harde concurrentie.

Ook voor andere industrieën is een MBA een handig hulpmiddel. Juist omdat de profielen van studenten zo divers is, is het alumninetwerk van een business school de ideale uitvalsbasis om contacten te leggen met de industrie waar je wil werken. Een andere veelkomende reden is kennisverbreding, maar dikwijls is die bijkomstig. Je gaat immers geen tienduizenden euro's neertellen voor een opleiding om je kennis te verbreden. Voor een paar honderd euro vind je diezelfde kennis namelijk ook terug in boeken. De toegevoegde reden om dan toch voor een MBA te kiezen is - zoals eerder aangehaald - het netwerk van een business school en de toetsing van de theorie in de praktijk aan de hand van case studies en bedrijfsprojecten. Hier zit ook de reputatie van een MBA-opleiding in, want die is voor veel werkgevers en recruiters erg belangrijk.

De vraag van één miljoen
Je hebt voor jezelf uitgemaakt dat je een MBA-opleiding wil volgen. De vraag die dan volgt is waarschijnlijk de moeilijkste van allemaal: waar ga ik deze opleiding volgen? Je moet immers een afweging maken van het kostenplaatje en de reputatie van een school. Des te beter de reputatie van een school, des te hoger het kostenplaatje. Een MBA-opleiding kost al gauw 25 000 euro en meer, dus kan je maar beter waar voor je geld krijgen. De reputatie van een school hangt af van een aantal factoren. De belangrijkste is ongetwijfeld de rangschikking van de MBA-opleiding in een aantal financiële dagbladen zoals de Financial Times, The Economist, Wall Street Journal en andere. Des te hoger de MBA-opleiding in de rangschikking, des te beter de kwaliteit van de opleiding, al geldt dit niet altijd. Een factor zoals de terugverdientijd en salaris na afstuderen zeggen niks over de kwaliteit van de opleiding, maar zijn wel belangrijke criteria bij het opstellen van deze rangschikkingen.

Ook durven werkgevers naar de accreditaties van een business school kijken. Voor een MBA zijn er drie organisaties die accreditaties verlenen: AACBS (Amerikaans), AMBA en Equis (beide Europees). Business schools met drie van deze accreditaties genieten meer reputatie dan een business school die enkel geaccrediteerd is door bijvoorbeeld Equis. Deze zogenaamde triple crown business schools vind je voornamelijk in Europa, omdat Amerikaanse business schools en werkgevers weinig belang hechten aan de twee Europese accreditaties. Omgekeerd hechten Europese business schools en werkgevers wel belang aan de accreditering van het Amerikaanse AACBS. Als je na afstuderen een loopbaan beoogt in de VS, is de AACBS accreditatie een onmisbare voorwaarde om aan een job te geraken.

Aan de andere kant van het spectrum heb je instellingen die een MBA-opleiding aanbieden, maar niet geaccrediteerd zijn door één van deze drie instellingen. Hier word je geconfronteerd met het grootste nadeel van een MBA-opleiding: de opleiding is namelijk niet beschermd en iedere instelling kan een MBA-opleiding aanbieden. Opleidingsinstituten zoals LOI, NTI en NCOI bieden een MBA-opleiding aan die slechts een fractie kost van een MBA-opleiding bij een normale business school. Deze opleidingen zijn enkel geaccrediteerd door het NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie) wat garant staat voor een goede kwaliteit, maar geen enkele waarde heeft voor werkgevers en recruiters. Het is een (relatief) goedkope manier om de MBA titel te behalen, maar biedt verder weinig meerwaarde.

Het is echter belangrijk om alles in je eigen context te gieten. Als je een MBA ambieert, maar je wil in België blijven, is het aangeraden om niet enkel naar Solvay of Vlerick te kijken, maar ook naar de Louvain School of Management gevestigd in Louvain-La-Neuve. Het prijsverschil tussen Vlerick (31 500 euro) en Louvain (19 800 euro) bedraagt niet minder dan 11 700 euro, terwijl beide scholen over een goede reputatie in België beschikken. Het toont dus aan dat je zelf de criteria moet selecteren die belangrijk voor je zijn om op basis hiervan een beslissing te maken.

Toelating
Een rigoreuze toelatingsprocedure zorgt er voor dat enkel de meest geschikte profielen worden toegelaten tot een MBA-opleiding. Ook hier geldt dat des te hoger de MBA-opleiding staat in een rangschikking, des te strenger de toelatingsprocedure is. Voor Insead, Stanford en London Business School is het niet ongewoon dat negen van de tien kandidaten worden geweigerd op basis van hun profiel. Van die tien procent die wel wordt uitgenodigd voor een toelatingsinterview sneuvelt nog eens meer dan zestig à zeventig procent van de kandidaten. Deze criteria worden minder streng naarmate de business school minder reputatie geniet.

De criteria waarnaar wordt gekeken zijn ervaring, studieachtergrond, studieresultaten, groeicurve in je carrière en de GMAT-score. De GMAT (graduate management admission test) is een vier uur durende test die een MBA-kandidaat test op zijn kwantitatieve- en (Engelse) schrijfcapaciteiten. Deze test is een belangrijk onderdeel bij een toelatingsprocedure, maar is zelden doorslaggevend. Het is wel belangrijk om goed te scoren op deze test. De zogenaamde Ivy League business schools vragen meestal een score van 700 of hoger (op 800), terwijl de second tier business schools iets schappelijker zijn en een score van 650 of hoger vragen. Deze score is van belang omdat kandidaten uit een diverse achtergrond komen. Op deze manier wordt immers de academische kwaliteit van een kandidaat beoordeeld.

Om een deftige  GMAT-score te behalen is een goede voorbereiding onontbeerlijk. De voorbereiding zelf kan een maand duren, maar ook zes maanden. Gemiddeld neemt zo'n voorbereiding drie maanden in beslag. Een hoge GMAT-score is erg belangrijk om toegelaten te worden tot een toelatingsinterview, maar dan zal het van jezelf afhangen. In dit interview is het belangrijk dat je zaken zoals waarom je een MBA-opleiding wil volgen en wat je ervan verwacht op een heldere manier kan uitleggen. En als dit goed verloopt, heb je de laatste hindernis genomen richting MBA!