Beste film
Winnaar: One Battle After Another Opinie: Volgens mij een verdiende winnaar, al is het omdat ik de andere films (die ik gezien heb) niet beter vind. Of dat het nu werkelijk de beste film is van het afgelopen jaar, tja, daar kan over gediscussieerd worden. | Beste regie
Winnaar: Paul Thomas Anderson Opinie: Anderson wint dit volgens mij eerder op basis van zijn gehele oeuvre, zoals Del Toro dat eerder deed in 2018 met The Shape of Water wat ook niet zijn beste werk is. Persoonlijk zag ik het liever naar Hamnet gaan waar Chloé Zhao bewijst dat ze een grote cineaste is. |
Beste acteur in een hoofdrol
Winnaar: Michael B. Jordan Opinie: Ik was er zeker van dat deze prijs naar Timothée Chalamet ging gaan die een onnavolgbare vertolking neerzet van een allesbehalve sympathiek figuur. Voor Jordan is het niet zijn eerste prijs in het award seizoen, dus het zal allicht wel verdiend zijn. | Beste actrice in een hoofdrol
Winnaar: Jessie Buckley Opinie: Het stond als een paal boven water dat Buckley ging winnen, want haar vertolking in Hamnet is het beste wat ik qua acteerwerk heb gezien de laatste jaren. |
Beste mannelijke bijrol
Winnaar: Sean Penn Opinie: Met zijn derde beeldje schaart Penn zich onder de groten. Ik ben niet altijd fan van zijn manier van acteren, maar hier is het simpelweg verdiend. | Beste vrouwelijke bijrol
Winnaar: Amy Madigan Opinie: Madigan heb ik niet gezien in Weapons en dit is dus eigenlijk een categorie waar ik weinig over kan zeggen. Misschien een film die ik wil zien als die toevallig ergens opduikt |
Beste originele scenario
Winnaar: Sinners (Ryan Coogler) Opinie: Eén van de vier Oscars die Sinners heeft gewonnen en wellicht terecht. Marty Supreme vind ik echter een grote concurrent, maar mist het gewicht van Sinners om deze nominatie te verzilveren. | Beste bewerkt scenario
Winnaar: One Battle After Another (Paul Thomas Anderson) Opinie: Ook hier geldt het dat het volgens mij een terechte overwinning is, hoewel ik persoonlijk graag Hamnet zag winnen. One Battle After Another komt nogal chaotisch over bij mij. |
Beste animatiefilm
Winnaar: KPop Demon Hunters Opinie: Uit het rijtje animatiefilms heb ik enkel Zootropolis 2 gezien waar de bestaansreden van de film vooral financieel is. KPop Demon Hunters verkent de cultuur van KPop en verdient alleen daarom al de prijs wat mij betreft. | Beste originele filmmuziek
Winnaar: Sinners (Ludwig Göransson) Opinie: Ik herinner me vooral dat de muziek van One Battle After Another erg luid was en daarom niet mijn favoriet. De muziek bij Hamnet vond ik meer geslaagd, maar wellicht wat te klassiek. Het lijkt erop dat de soundtrack van Sinners het perfecte evenwicht heeft gevonden. |
Beste origineel liedje
Winnaar: Golden – KPop Demon Hunters Opinie: Ik ken het liedje niet, maar K-pop is altijd goed voor melodieuze liedjes, dus ik kan wel inzien waarom dit wint. | Beste geluid
Winnaar: F1 Opinie: De winnaar kan ik niet beoordelen omdat ik die niet heb gezien, maar andere critici zijn lovend over F1, dus wie ben ik om hier niet mee akkoord te gaan? |
Beste casting
Winnaar: One Battle After Another (Cassandra Kulukundis) Opinie: Als je kijkt naar hoeveel acteurs zijn genomineerd uit deze film lijkt deze overwinning me terecht. Casting is overigens een nieuwe categorie bij de Oscars | Beste productieontwerp
Winnaar: Frankenstein Opinie: Het minutieuze werk wat in Del Toro’s werk gaat is algemeen bekend en dat geldt ook voor de mensen waarmee hij samenwerkt. |
Beste cinematografie
Winnaar: Sinners (Autumn Durald Arkapaw) Opinie: Eén van de “grote” categorieën wat mij betreft en ondanks mijn kritiek op One Battle After Another scoort de film hier erg hoog in. Sinners moet dan wel uitzonderlijk goed zijn om dit beeldje op te eisen. | Beste make-up
Winnaar: Frankenstein Opinie: Opnieuw een technische Oscar die gaat naar deze productie. Het mag gezegd worden dat dergelijke films zich ook uitstekend toe lenen voor deze categorieën. |
Beste kostuumontwerp
Winnaar: Frankenstein (Kate Hawley) Opinie: De derde en laatste Oscar voor Frankenstein is misschien wat verrassend. Ik had hier eerder een kostuumdrama zoals Hamnet verwacht, maar zoals ik al eerder schreef: Del Toro laat zich graag omringen met de beste mensen uit Hollywood. | Beste montage
Winnaar: One Battle After Another Opinie: Dit is opnieuw een “grote” categorie voor mij aangezien het monteerwerk het ritme van een film bepaalt. Dat doet One Battle After Another vrij klassiek, maar erg effectief. Al had ik het nerveuzere Marty Supreme liever zien winnen, al was het maar om innovatie te belonen. |
Beste visuele effecten
Winnaar: Avatar: Fire and Ash Opinie: De laatste telg in de Avatar-reeks is visueel erg indrukwekkend. De CGI ziet er prachtig uit en zit zoveel in de film dat je volgens mij eerder kan spreken over een animatiefilm dan een gewone rolprent. |
|
maandag 16 maart 2026
Een terugblik op de 98ste Oscars
Persoonlijke klaagmis
Ik kijk amper TV, maar ik houd wel van films. Het klinkt een beetje tegenstrijdig, maar ik heb een voorliefde voor het beeldverhaal. In korte vorm weliswaar. Met de verandering van het televisielandschap waar gigantische ondernemingen zoals Netflix, Disney en Amazon de toon bepalen is er een duidelijke koerswijziging zichtbaar. Streamingdiensten zetten in op langlopende series, terwijl films naar de achtergrond worden verdrongen. De echt grote blockbusters zijn uiteraard nog te zien in cinema, net zoals specifieke genres zoals horror, maar films met een middelgroot budget zijn gedecimeerd in de filmzalen. Ze worden af en toe nog gemaakt als arthouse films, maar nu worden ze dikwijls geconcipieerd als prestigieuze series. Mijn tijd is echter beperkt. Mijn aandachtsboog ook. Daarom dat ik liever een film zie van twee uur dan een serie van dertien uur.
Deze uitleg klinkt misschien wat overbodig, maar het bepaalt wel hoe ik de laatste vijf, zes jaar naar het medium kijk. Ik moet namelijk tot mijn spijt bekennen dat ik jaar na jaar minder geniet van films. Het is te zeggen: er bestaan bijna geen films meer die me omverblazen. De laatste was Dune van Denis Villeneuve. Een film die dateert uit 2021. Ervoor waren er altijd wel twee of drie films waar ik met een verstilde blik uit de zaal wandelde. Nu contempleer ik meer over hoe lang de film nog duurt. De regisseurs zijn nochtans dezelfde, de acteurs ook en de schrijvers ook. Het zal allicht een combinatie zijn van persoonlijke evolutie en een filmwereld die in beweging is. Daarom niet in de juiste richting.
Vingerdik
Er zijn een heleboel films genomineerd voor de Oscars, maar het is wellicht symptomatisch hoeveel ik er gezien heb: zes. In het verleden was ik steeds trots op mezelf omdat ik moeite deed om de grootste kanshebbers toch eens te zien. Nu zie ik wel wat er in de zalen verschijnt. Ik kan dus enkel een goed oordeel vellen over de volgende films: Jurassic World Rebirth, Zootropolis 2, Bugonia, Marty Supreme, One Battle After Another en Hamnet. En om mijn betoog van daarnet nog wat meer kracht bij te zetten: bijna geen enkele film heeft me honderd procent weten te overtuigen. Ik denk dat het kostuumdrama Hamnet wegens zijn prachtige ontroerende slot me nog het meest is bijgebleven. De gedoodverfde favoriet One Battle After Another vind ik in vergelijking met het andere werk van Paul Thomas Anderson toch duidelijk minder. Phantom Thread vind ik een meesterlijke film, One Battle After Another heeft meesterlijke momenten. Een groot verschil.
De nieuwste film van Anderson is met dertien Oscar-nominaties nochtans sterk in de smaak gevallen. Toch is het niet de grootste slokop van de genomineerden. Die eer gaat naar Sinners dat maar liefst zestien nominaties in de wacht heeft gesleept. Het hoogste aantal ooit in bijna honderd jaar Oscar-geschiedenis. De film kwam midden 2025 uit en heb ik niet gezien. Filmcritici die de film wel hebben gezien, vinden het een te grote eer. De film is goed, maar niet indrukwekkend. Dat is althans de algemene tendens wanneer critici hun mening spuien over Sinners. Hollywood wordt in deze woelige tijden sterk gepolitiseerd en daarom is het gemakkelijk om de conclusie te trekken dat een film met voornamelijk zwarte acteurs een voorkeursbehandeling krijgt met #oscarssowhite vers in het geheugen. En omdat het zo gemakkelijk is doe ik dat ook: het ligt er namelijk te vingerdik op.
De winnaars
Bij de bookmakers stond vooral One Battle After Another hoog aangeschreven en de film heeft zijn favorietenrol ook waargemaakt. Zes Oscars werden er verzilverd waaronder de dubbelklapper beste film en beste regisseur. Sinners speelt dus tweede viool, maar heeft met vier beeldjes ook veel reden om feest te vieren. Michael B. Jordan werd namelijk uitgeroepen tot beste mannelijke acteur en Sinners won ook de beste cinematografie. De eerste keer in de geschiedenis dat dit beeldje naar een vrouw gaat, Autumn Durald Arkapaw.
Nog twee andere films wonnen meerdere Oscars: Frankenstein van Guillermo Del Toro won drie Oscars in de zogenaamde technische categorieën en het opmerkelijke KPop Demon Hunters won twee beeldjes voor beste origineel liedje en beste animatiefilm. Allemaal degelijke keuzes, maar ik betwijfel of we tien jaar later nog veel van deze films zullen herinneren. Ik denk dat Spotlight - winnaar van de Oscars in 2016 - nu ook niet veel minnaars meer heeft in het filmpubliek.
Een overzicht
Besluit
One Battle After heeft zijn favorietenrol waargemaakt en gaat met de meeste en belangrijkste prijzen terug naar huis. Ondanks dat Sinners zestien keer werd genomineerd, overheerst het deze Oscars niet. Het is echter wel een mooie tweede en wint twee belangrijke Oscars. Dan is het leven van de acteurs en technici van Marty Supreme nu even wat zuurder. Negen nominaties, maar nul overwinningen. Ook het Noorse Sentimental Value werd negen keer genomineerd, maar won uiteindelijk wel één beeldje: dat van beste internationale film.
Over de gehele lijn is het een degelijk resultaat geworden. Hier en daar een kleine verrassing, geen controverses en één unieke overwinning met Arkapaw die als eerste vrouw de categorie wint van beste cinematografie. Maar het is allemaal wat braafjes. Ergens vraag ik me af waarom het nerveuze montagewerk in Marty Supreme niet wordt beloond of het aangepaste scenario van Hamnet. Durf te durven! Dat is iets wat Chloé Zhao als geen ander kan en ik kijk erg naar haar volgende films uit. Een Oscar-overwinning kan dan niet uitblijven.
dinsdag 10 maart 2026
Reisverslag Sri Lanka deel drie: de twintig meter-kuur
Vrijdag 9 januari
Ochtendstond heeft goud in de mond. En ook minder zweetdruppels wanneer je een monoliet van bijna tweehonderd meter hoog moet beklimmen in de tropische jungle. Dat is namelijk wat me te wachten staat deze ochtend. We bezoeken Sigiriya, de leeuwenrots. Deze rotsformatie rijst tweehonderd meter boven de jungle uit en de top wordt sinds mensenheugenis gebruikt als een vestigingsplaats. Eerst was het de residentie van monniken, maar in de vijfde eeuw werd er in ware Game of Thrones-stijl een strijd om de toenmalige dynastie beslecht. Kashyapa I vermoordde zijn vader en bouwde daarna een paleis op deze top uit angst dat zijn halfbroer wraak zou nemen.
De rots verschijnt al van ver aan de horizon wanneer we met de bus aankomen. Het ontneemt me de adem door zijn imposante omvang. Maar ook aan de voet van de monoliet is het aangenaam toeven. Halfopen grotten, waterbassins en tuinen maken duidelijk dat deze plek ooit de hoofdplaats was van een welvarend rijk. Het hoogtepunt is deze keer letterlijk hoog en met behulp van stenen trappen uitgehouwen uit de rots en metalen treden zet ik de klim naar boven in. Bijna tweehonderd meter hoog. De ochtendzon verliest de strijd van een dik wolkenpak en de gevreesde temperaturen blijven dus uit. Frisser dan verwacht bereik ik op de top waar na enkele seconden één gedachte door mijn hoofd flitst: Machu Picchu.
De citadel in de Peruviaanse bergen heeft namelijk veel gemeen met deze plaats. Ik zie verscheidene terrassen, er zijn waterreservoirs, restanten van paleizen en groene tuinen. Het verbaast me dat deze plaats eigenlijk best klein is. Van ver lijkt het zo imposant, maar op tien minuten heb je de top van deze rots wel gezien. Ik doe er een stuk langer over omdat er toch wel wat te zien is. Van dichtbij tenminste, want vergezichten zijn met de dikke wolken niet mogelijk. Ik kijk wel uit op de spectaculaire water- en spiegeltuinen die zich vlak aan de voet van deze monoliet bevinden.
Een paar kilometers verder is er een tweede vulkanische monoliet: Pidurangala Rock. Een stuk minder toeristisch, maar wel moeilijker om te beklimmen. Door de heiige hemel is de monoliet moeilijk in de verte waar te nemen, net zoals een groot staand Boeddhabeeld dat helemaal wit gekleurd is. In het voornamelijk groene landschap valt de witte kleur des te meer op. Ook opvallend zijn de fresco's van hemelse maagden die voorzien zijn met weelderige boezems. Ik krijg deze fresco's bij de daling te zien en door de overhangende richel is de kwaliteit onberispelijk. Foto's zijn niet toegelaten. Stilstaan ook niet met een zenuwachtige massa achter mij. Zij willen de vijfde-eeuwse voorloper van de Playboykalender ook wel zien.
Drie uur ben ik op deze plek geweest, maar dat is voldoende om te weten dat dit de mooiste plaats van Sri Lanka is. De Singalezen noemen dit het achtste nieuwe wereldwonder en als ik zie met hoeveel verwondering ik naar Sigiriya kijk, is dat misschien wel terecht. Ik heb genoeg tijd om na te genieten, want het namiddagprogramma is vandaag niet aan mij besteed. Ik grijp in de namiddag terug naar het literaire genot van de Regels van het Ciderhuis. Ook dit is voor mij reizen - een literaire reis.
Zaterdag 10 januari
De ene Boeddha is de andere niet. Dat wordt snel duidelijk wanneer Kanchi ons van een stoomcursus Boeddhisme voorziet waarin hij uitweidt over de vijf houdingen die bijna elk Boeddha-beeld typeert. Met behulp van positie en handgebaar zijn er dus vijf varianten te onderscheiden die gaan van meditatie tot het verlenen van zegeningen. Bij de grottempels van Dambulla is deze minicursus eigenlijk verplichte kost want tientallen - zoniet honderden - beelden bevinden zich in vijf grotten. Dit is opnieuw een heilige plaats en dat was ik bij het aankleden even vergeten. Mijn short bedekt mijn knieën niet. Na veel gezucht, besluit ik dan maar om een sarong te dragen. Plaatselijke agenten van de fashion police zouden me onmiddellijk bekeuren...
Het normaal zo zonnige Sri Lanka beseft niet dat het een zonovergoten eiland is en dat culmineert vandaag in een kleine wolkbreuk. Ik ben blij dat ik in de vijf grotten droog zit. Ik ben minder blij met de mini-martelgang die me andermaal wacht om deze vijf grotten te bezichtigen. Blote voeten, weet je wel. De eerste grot dateert van vlak voor onze tijdrekening, de vier andere grotten dateren van de elfde tot de achttiende eeuw. De ene grot is zo mogelijk nog mooier dan de andere. Heter ook, want het kan aardig benauwd worden in deze grottempels. Bij elke nieuwe grot wordt het moeilijker om enthousiast te worden van de detailrijke Boeddhabeelden, prachtige plafondfresco's of andere artefacten. Het is de overdosis aan tempels na verscheidene dagen in de Culturele Driehoek.
Stiekem geniet ik meer van de locatie van deze grottempels. Het grote open plateau dat een idyllisch uitzicht biedt over de jungle, De groteske, dramatische bomen die voorzien zijn met witte bloesems. De bijna eindeloos lijkende trap naar boven waar niemand me over verteld heeft. Tachtig hoogtemeters die aanvoelen als het dubbele. Lichaamsdrift. Want geestdrift heb ik niet meer. Ergens verspeeld bij Boeddhabeeld nummer 157.
De bus rijdt inmiddels richting Kandy wat een klein beetje hoger ligt dan de plekken die we tot dusver hebben bezocht. Specerijen gedijen hier goed. Tourist traps ook. Een bezoek aan een specerijtuin weet me te enthousiasmeren. Ik zie welke planten er worden gebruikt om kruidnagel, kardemon, ceylonkaneel en nootmuskaat te produceren. Dat vind ik interessant. De verkoopsdemonstratie met medicinale kruiden en massage een stuk minder. Eén kwartier om de tuin te bezoeken, drie kwartier om diezelfde kruiden te verkopen aan toeristen. De toeristenval in volle werking.
Toch eindigt deze dag op een positieve noot. Een show van de spectaculaire Kandy-dansers mag niet ontbreken. Ruim een uur lang geven verscheidene dansers het beste van zichzelf waar ze zijn getooid met trommels, maskers en traditionele kledij. Verscheidene dansen passeren de revue die de geschiedenis van Kandy en Sri Lanka uitbeelden. Gracieuze dansen zoals de pauwendans worden afgewisseld met spectaculaire salto's en vuurspuwers. Het magnum opus is de vuurdans waar twee dansers met hun blote voeten over hete kolen lopen. Niet spreekwoordelijk, maar letterlijk. Ik ben er onderste boven van. Spreekwoordelijk, niet letterlijk.
De hotels in Sri Lanka waren tot dusver al fantastisch, maar qua monumentaliteit slaat dit alles. Het Hotel Suisse was tijdens Wereldoorlog Twee het hoofdkwartier van Lord Louis Mountbatten, de opperbevelhebber van de geallieerden in Zuid-Oost Azië. Metershoge plafonds, Victoriaanse architectuur en een nostalgische, statige look doen me eerder denken dat ik in een paleis logeer dan in een hotel. Rovende apen die openstaande ramen terroriseren neem ik er met alle liefde bij.
Zondag 11 januari
Thang-ap-pu-wa, vier lettergrepen. De startplaats van mijn eerste hike van deze reis is net geen tongbreker. We hebben een dagje vrij in Kandy en eindelijk wordt de lokroep van de natuur door mij beantwoord. Decor van de wandeling is vandaag de Knuckles Mountain Range, lokaal spreekt men wel ook eens van de Dumbara Hills. De Britten zagen in de vijf lokale toppen de knokkels van een hand en dit gebied werd dan ook herdoopt tot Knuckles Mountain Range. Deze bergketen is maar net terug open na de passage van de cycloon Ditwah eind november. De rit er naartoe laat weinig aan de verbeelding over waarom. Wegen zijn versperd met reusachtige rotsblokken en heuvelflanken zijn volledig weggevaagd. De toorn van Moeder Natuur kan vurig zijn.
Ik houd wel van een beetje uitdaging, maar dan moet mijn conditie ook wel navenant zijn. Dat is het niet. De cijfers van deze wandeling zijn nochtans niet zo imponerend: bijna negenhonderd meter stijgen en dalen op een route van twaalf kilometer. Dat is te doen. Waar ik geen rekening mee heb gehouden: de steile hellingsgraad naar het midden en de top, de geërodeerde paadjes die bestaan uit kleigrond en daarom erg glibberig zijn, de onbeschrijfelijke dichtheid aan losliggende stenen en rotsen die ervoor zorgen dat ik altijd en overal moet opletten waar ik mijn voeten zet, rotsblokken die soms vijftig centimeter hoog zijn en waar ik op moet stappen, kale rotsvlaktes die gladder zijn dan een spiegel door de recente buien, met handen en voeten over rotsen klauteren en bloedzuigers die in mijn benen een gratis middagmaal zien. Dat is minder te doen. En ik ben dan wellicht een hoop dingen vergeten.
Ik ben wel wat gewoon, maar hier had ik me niet echt op voorbereid. Het Franse koppel dat met mij meegaat duidelijk wel, want met een voor mij onnavolgbaar dartele gezwindheid hijsen ze zichzelf naar boven. De hele dag staat dus in het teken van zweten en puffen voor mij. De zon is niet echt van de partij waardoor de temperaturen best wel meevallen. Het is te zeggen, het is hier geen dertig graden. Maar hey, als er SM-liefhebbers zijn, dan kan ik misschien toch ook wel genieten van dit wandelmasochisme. Elke trap op mijn adem vertaalt zich automatisch naar een micropauze en die gebruik ik om van de lokale panorama's te genieten. Eerst van de theevelden die me omringen, daarna van het vele bamboe in het nevelwoud.
Ik ben inmiddels 350 meter hoger wanneer we pauzeren bij een prachtig plateau waar ik de zogenaamde knokkels zie van deze bergketen. Een streepje blauwe lucht zorgt voor een mooie achtergrond en mijn nieuwste profielfoto voor Facebook is een feit. Ik glimlach. Want ik weet niet dat het zwaarste werk nog moet komen. De weg door een kleine vallei kondigt echter het tegendeel aan. Het golft zachtjes op en neer. Een pittoreske waterval en een enig mooi beekje doen me in het paradijs wanen. Totdat de gids naar boven wijst. Daar, daar wacht de top op ons. Het enige wat ik zie is een onmetelijk steile helling die verzwolgen wordt door het nevelwoud. Ik wilde natuur, wel hier is mijn natuur. Het is vooral natuur waar ik naar tuur. Turend naar een helling die ik zelden zo steil heb gezien.
Als zelfuitgeroepen wandeldokter schrijf ik voor mezelf de twintig meter-kuur uit. Ik stijg twintig meter, pauzeer een ogenblikje en ga verder. Een gekend recept. Ook een falend recept. Twintig meter wordt na poging drie de tien meter-kuur. Dat gaat een paar keer goed totdat ook dit te zwaar wordt. Nu worden het vijf meter. We bereiken de voorlaatste top. Voor mij is het welletjes geweest en ik pauzeer hier. Een vijftigtal meter hoger ligt de echte top, maar het wordt me te hachelijk. Het stijgen lukt nog wel, maar ik heb schrik voor de daling. Losliggende stenen, een steile hellingsgraad en glibberige paden zijn zelden een goede combinatie voor vermoeide benen.
Op een rotsformatie kijk ik over de omgeving bij de middaglunch. Ik pak het lunchpakket uit. Veel te pikante rice and curry. Ik heb het in India amper gegeten, ik heb het in Sri Lanka amper gegeten en ik ga er ook niet mee beginnen bij een anonieme bergtop in deze weinig bezochte regio. Een kleine straathond is al deze tijd met ons meegewandeld en die heeft wel honger. Het pakketje verdwijnt moeiteloos achter de kiezen. Een dreigend wolkenpak spoort me na een tijdje aan om terug af te dalen. De afdaling kost zoals verwacht meer moeite dan de beklimming. Het is minder vermoeiend, maar wel precairder. Glibberige kleigrond, kale rotsvlaktes of gewoon een losliggende steen. Veel is er niet nodig om een valpartij te maken. Dat doe ik ook niet. Omdat ik erg traag daal.
De tijd die ik neem, staat me wel toe om me meer onder te dompelen in dit prachtige nevelwoud. Bizarre rotsformaties, uitgestrekte theevelden, fauna zoals de vele vogels en de kleine hagedissen en uiteraard de vergezichten zijn de reden waarom ik vandaag naar deze godvergeten plek ben gekomen. Net zoals de afgelopen dagen verspert een dik wolkendek de panorama's. Een beetje jammer, maar het zorgt wel voor een dramatisch uitzicht op de foto's. Dit is niet het mooiste decor van deze rondreis door Sri Lanka. Of het meest unieke. Wel het meest lonende. Dat bewijzen de talloze zweetparels op mijn voorhoofd. Na een aantal kleinere pauzes bereiken we terug de startplaats. Het signaal voor de regendruppels om zich te pletter op de aarde te storten.
De terugweg naar Kandy duurt opnieuw 2,5 uur. Ik mijmer over de anonieme bijzonderheid van deze wandeling. Ze beroert me niet door haar schoonheid, ze laat geen unieke indrukken na door haar omgeving. Daarvoor heb ik te veel andere wandelingen gedaan die mooier waren, unieker. Het is een wandeling die bestaat. En dat bestaan heb ik ondergaan. Anoniem. En dat maakt deze wandeling zo bijzonder. Veel bijzonderder dan andere wandelingen die mooier waren, unieker. Wanneer ik terug ben in Kandy maak ik nog een rondje bij het plaatselijke Kandy Lake. Een plaats die niet vergeten is door God. Of Boeddha. Want hier staat zijn tand nog ergens. Uiteraard met tempel.
zondag 1 maart 2026
Reisverslag Sri Lanka deel twee: pauze bij de culturele driehoek
Dinsdag 6 januari
De Singalezen zagen hun eerste hoofdstad, Anuradhapura, graag. Rivaliserende stammen uit Zuid-India zagen deze plek echter nog liever en dat is de reden waarom deze meer dan tweeduizend jaar oude hoofdstad werd herschapen tot een ruïnesite na hun inval. De nieuwe hoofdstad Polonnaruwa werd meer landinwaarts gevestigd totdat de Indische buren opnieuw eens op bezoek kwamen. Nadat Polonnaruwa werd vernield, vestigden de Singalezen zich uiteindelijk in de bergen bij Kandy.
Anuradhapura is dus tweeduizend jaar oud en dat is te zien. Of beter gezegd - dat is niet te zien. Ik heb graag dat tempels authentiek zijn, maar je kan de vraag stellen wat er nog overblijft van tempels die dateren van voor de opkomst van het Romeinse rijk. Ruïnes zijn dan misschien net iets te geruïneerd. De beeldhouwwerken in Isurumuniya Vihara zijn naar verluidt beroemd in heel Sri Lanka, ik herinner me enkel nog de glibberige rotsen waarmee we op onze blote voeten de voetzenuwen pijnigen. Op deze heilige plaatsen mag je geen schoenen dragen en met rotsen en modderig zand wordt dat soms een pijnlijke - en vuile - aangelegenheid. Reisbegeleider Kanchi werpt zich op als gids en doet een langdradige uitleg over het Boeddhisme. Twintig ongeïnteresseerde ogen verraden dat de te lange uitleg aan de meesten voorbij gaat.
Ik had liever meer tijd gespendeerd aan het mooie Ranmasu Uyana, de koninklijke lusttuin. Maar het kwartiertje dat we hier krijgen is amper voldoende om deze mooie locatie te bewonderen. Vooral de architectuur waarbij de ruïnes opgaan in het groen bezorgt me innerlijke rust. Die vind ik niet bij 's werelds oudste Bodhiboom. Bij Jaya Sri Maha Bodhi bevindt zich namelijk een nakomeling van de originele Bodhiboom waar Boeddha zijn eerste leerrede heeft gegeven. Een plek waar ik enkele maanden eerder was in Sarnath. Bij deze gebedsplaats is het een drukte van jewelste en deze plek voelt dan ook meer aan als afvinken dan beleven.
Dan is het tijd voor een bezoekje aan de grootste stupa ter wereld: Ruwanwelisaya. Een kleine speurtocht op het internet zegt dat er zich in Sri Lanka nog grotere stupa's te vinden zijn. In ieder geval, de witgekalkte koepel ziet er ronduit indrukwekkend uit door zijn gigantische omvang. Zelfs als die nu veel kleiner is dan vroeger. Rondom bevinden er zich kleinere stupa's en schrijnen waar een offer kan gebracht worden met behulp van Araliya-bloemen. Hoewel ik mezelf beschouw als cultuurminnend kan deze dag me niet helemaal bekoren. De dag is te. Te gehaast, te veel mensen, te veel willen afvinken, te geruïneerd. Op deze dagen is meer minder. Of minder meer.
Een klassieke rondreis van Sri Lanka bezoekt in de eerste week de zogenaamde culturele driehoek: Anuradhapura - Polonurawa - Kandy. Dat zijn erg veel tempels, schrijnen en Boeddhabeelden op één week. Daarom ben ik blij met de verplaatsing naar het plaatsje Trincomalee aan de oostkust van Sri Lanka. Even weg van de tempels. Meer rust, minder moeten, meer gelegenheid om je eigen ding te doen. Of toch niet. Kanchi weet de groep namelijk te vertellen dat je niet kan zwemmen of niet kan snorkelen. Tja, wat kan je nog doen in een kuststadje waar je in het moessonseizoen niet mag zwemmen of snorkelen. Lezen?
Woensdag 7 januari
Ja, lezen, want verder valt er niet veel te beleven in Trincomalee. Gisteravond heb ik nog een kleine strandwandeling gedaan en nog een pasta gegeten in het stadje. Er is dus echt niks te zien hier en daarom besluit ik dus maar mijn e-reader van stal te halen. De Regels van het Ciderhuis van John Irving. Ruim 1800 virtuele pagina's in ebookformaat, wellicht ruim zeshonderd pagina's voor het fysieke alternatief. Ik heb John Irving vorig jaar ontdekt en ik verslind met veel plezier zijn boeken. Daar heb ik dus vandaag uitgebreid de tijd voor. Ik zit aan het strand waar de stevige wind me vergast op haar aanwezigheid. De branding van de zee staat nooit stil waardoor ik niet echt kan beweren dat het hier rustig is.
Toch verdwijn ik moeiteloos in het morele dilemma van dit boek en pauzeer ik enkel voor een occasionele koffie. De andere reisgenoten doen het iets actiever. Zij bezoeken een tempel in de buurt, gevolgd door een visite aan een lokale fruit- en vismarkt. Ik heb deze dag uitgekozen om te ontsnappen aan de tempels. Mijn afwezigheid is dan ook een logische vanzelfsprekendheid.
Bij sommige pagina's verplaatsen mijn gedachten zich naar deze locatie. Het is mooi, het is een schitterend intermezzo in een tempelintensieve eerste week, maar zou ik hier zitten als ik mijn eigen programma mocht kiezen? Ik denk het niet. Het is ook feedback die ik na deze reis bezorg aan Koning Aap. Toch kijk ik tevreden terug op deze dag. Ik heb me ontspannen, ik heb literair genoten en ik ben opgeladen voor de volgende dagen. Maximale benutting van een nutteloze dag.
Donderdag 8 januari
Hoe maak je een mooie dag nog mooier? Kanchi zet dit in de praktijk om wanneer hij aankondigt dat na het bezoek van Polonurawa we naar Hurulu Eco Park reizen. Maar eerst Polonurawa dus. Dit is de tweede hoofdstad van het Singalese koninkrijk nadat de eerste hoofdstad Anuradhapura werd vernield door Zuid-Indische stammen. Polonurawa is jonger en dus ook in betere staat. Jong betekent hier ongeveer duizend jaar oud. Leeftijd is - zoals altijd - relatief.
Kanchi kietelt de zenuwen van de groep door in sneltreinvaart door het lokale museum te stappen. Hij laat een maquette zien met daarop enkele gebouwen die we even later bezoeken. Bij de maquette zie je hoe deze gebouwen er vroeger hebben uitgezien. Zo weten we dus dat het koninklijk paleis ongeveer een duizendtal kamers telde en zeven verdiepingen hoog was. Veel meer dus dan de twee stenen trappen die we even later te zien krijgen. Waar Anuradhapura als onafgewerkt aanvoelt, is Polonurawa meer verfijnd. Nog altijd in ruïne, maar wel in betere staat. Half geruïneerd, half afgewerkt. De restauratie van de audiëntiezaal illustreert ook waarom. In de luwe ochtendzon pendelen we met de fiets naar het heilige vierkant, de aorta van deze stad.
Met opengesperde mond wandel ik van de ene verbazing naar de andere op deze plek. Een iconisch rond heiligdom met vier zittende Boeddhabeelden staat recht tegenover een reliekschrijn met drie andere Boeddhabeelden. Hier zijn tal van gebouwen. Soms heeft de tand des tijds veel geëist van een gebouw dat niet meer rechtstaat, soms is het zo goed als nieuw zoals dat men in verkoopstaal pleegt te zeggen. Het meest imposante gebouw is toch wel Thuparama, de enige tempel die overdekt is. De dikke bakstenen muren eisen respect, net zoals het Boeddhabeeld dat zich binnenin bevindt. Een ongemakkelijke duisternis omarmt mij wanneer ik dieper de tempel in ga. Gedurende dertig seconden ben ik hier helemaal alleen. Alleen op een site die onder de voet wordt gelopen door de toeristen. Het voelt sacraal aan. Cerebraal. Atheïsten en agnosten worden gedurende dertig seconden spontaan religieus.
Het einde van het bezoek aan Polonurawa moet qua spektakel nauwelijks onderdoen. Na opnieuw een stupa bezocht te hebben, wandelen we naar Gal Vihare. Hier zijn vier Boeddhabeelden uitgehouwen uit één rotswand. Uniek. Vooral de liggende Boeddha van veertien meter lang weet mijn zinnen te prikkelen. Dit is vakmanschap dat ik zelden heb gezien. Het is bijna hartverscheurend hoe laconiek ik de andere beelden bekijk. Mooi, maar de liggende Boeddha was toch imposanter. De tijdsdruk voedt mijn laconisme. Tien minuten om alles te bekijken. Het is te weinig.
De namiddag is gereserveerd voor Hurulu Eco Park. De favoriete verblijfplaats van olifanten die je in deze regio frequent vindt. In januari is dit een populaire plek omdat de andere nationale parken in de buurt zijn overstroomd door de moessons. Hier is het droger. Ook ruwer. Dat merk ik aan de zandpaden die absoluut niet zo vlot te berijden zijn zoals in Wilpattu. Het landschap is hier ook een stuk eentoniger. Groen gras, metershoog, zo ver de ogen strekken. Mijn ogen zijn niet vergestrekt. Die zijn namelijk gericht op de kuddes olifanten die we gemakkelijk spotten. Wij niet alleen, want een leger aan jeeps vechten om elke vierkante meter. De chauffeur van onze jeep jaagt zich met doodsverachting door het struikgewas op een heuvel. De dikhuiden geven geen kick. Het is bijna angstaanjagend hoe de olifanten gewend zijn aan menselijke aanwezigheid.
Na twintig minuten gaan we op zoek naar meer wild. Meer wild betekent in de praktijk meer olifanten. Andere diersoorten zijn hier amper te ontdekken, buiten een paar verdwaalde vogels. Die olifanten krijgen we na een twintigtal minuten opnieuw te zien. Een andere kudde. Met kalf. De oohs en de aahs vliegen in het rond. Nu is het wat rustiger met minder voertuigen. De chauffeurs van de aanwezige jeeps beseffen na een tijdje dat een stilstaande motor aangenamer is dan een draaiende. Op het duizendste gemak eten deze grote landdieren het gras op. Het werkt hypnotiserend. Bijna spiritueel zelfs. Toch meer dan bij mijn tempelbezoeken. Op het einde is er nog een klein uitstapje naar een rotsmassief waar een klimpartij een enig mooi uitzicht biedt over dit park. Een mooi einde voor een mooie dag.
Abonneren op:
Posts (Atom)