zaterdag 22 november 2025

Reisverslag Van Beijing naar Delhi deel twee: 7 days in Tibet

Zondag 21 september
Elke reiziger heeft wel een reden om deze - toch wel lichtjes magische - reis te doen en bij mij heet die reden Tibet. Deze plaats heeft me altijd gefascineerd door haar verlaten, bijna ontastbare karakter. Sinds Tibet werd binnengevallen door communistisch China werd het land voor de buitenwereld verborgen, maar de laatste decennia stelt China Tibet terug open voor (buitenlandse) toeristen. In de Hemeltrein verheug ik me al op dramatische berglandschappen, besneeuwde pieken, afgelegen valleien, mystieke rust, desolate bergdorpjes en Tibetanen getooid in maroonrode boeddhistische monnikspijen. Bij mijn eerste uur in Lhasa word ik echter begroet door een stralende zon waar duizenden Han-chinezen langs hypermoderne winkelstraten flaneren waarbij blèrende luidsprekers zo mogelijk nog luider zijn dan de al rumoerige Chinezen. Euh... welkom in Tibet?!    

Hoewel Tibet slechts drie miljoen inwoners telt voor een land dat net zo groot is als heel Scandinavië telt Lhasa ruim een half miljoen inwoners en is het een grootstad die je kan vergelijken met pakweg Antwerpen. Het hart van de stad blijft echter authentiek in de omgeving van het Barkhorplein. Op Komoot stippel ik zelf een wandeling uit langs een aantal bezienswaardigheden die op het virtuele kaartje figureren. Daar ontdek ik de andere kant van Lhasa met prachtige lanen waar de huizen opgesmukt zijn met wit gekalkte stenen en rode daken die versierd zijn met goudkleurige accenten. Voor ik Barkhorplein mag betreden, word ik opnieuw onderworpen aan een grondige Chinese security check, maar als ik die procedureslag heb doorstaan, kan ik eindelijk naar de Jokhang-tempel gaan. Dit is het spirituele en culturele centrum van Tibet bij uitstek, maar bij deze avondwandeling blijf ik buiten. Ik laat me graag verrassen door de menigte die hier een kora - een pelgrimstocht - uitvoert of de mooie architectuur van de tempels. 

Een beetje onverwacht is er hier ook een moslimbuurt waar de Grote en Kleine Moskee broederlijk tegenover elkaar staan en even later zie ik enkele Tibetanen prostreren, dit is een vorm van gebed waarbij mensen met het gehele lichaam plat gaan op de grond als eerbetoon aan Boeddha. Dit is een intensieve vorm van bidden, want pakweg elke twee meter wordt er een nieuwe buiging gemaakt tot op de grond. Het mooiste en meest serene moment van de dag volgt wat later wanneer ik twee kleinere tempels bezoek. Hier ontdek ik de echte spiritualiteit van het boeddhisme met rijk versierde gebedsruimtes, boeddhisten die voor een kora rond de tempel lopen en monniken die alles in goede banen leiden. Dat dit een authentiek moment is, wordt voor mij snel duidelijk wanneer een kwade blik van een monnik verraadt dat mijn gezelschap absoluut niet op prijs wordt gesteld. Begrijpelijk en daarom verlaat ik de kleine tempel ook in alle stilte.   

Maandag 22 september
Lhasa ligt op zo'n 3600 meter hoogte boven de zeespiegel en dan durft hoogteziekte wel eens zichzelf uitnodigen. Ik ben echter een goede gastheer en nodig deze eminente gast zelf uit door een blikje bier om mijn eerste dag in Tibet te vieren. Met een staalhard bed en een hoofd dat harder tikt dan 's werelds grootste koekoeksklok uit het Zwarte Woud kan ik amper de slaap vatten. Ik verschijn dus niet helemaal fris als de aftrap vandaag wordt gegeven om half tien. Bij het ontbijt leer ik echter dat het nog altijd erger kan, want één reisgenote kampte zelfs met een ernstig zuurstoftekort afgelopen nacht. Ik let dus toch even op met mijn inspanningen en ga dus op een rustig tempo naar het Potala-paleis. Dit is de woonplaats van de Dalai Lama, de hoogste geestelijke van Tibet, maar die verblijft sinds de Chinese bezetting in Dharamsala (in het noorden van India).

Dit gigantische gebouw is een soort van adelaarsnest dat op de top van een heuvel is gebouwd en over ruim duizend kamers beschikt. Het witte paleis bevindt zich onderaan en vormt het bestuurlijke gedeelte van het paleis. Het rode paleis is het spirituele gedeelte en hier bevinden zich dan ook de mooiste kamers zoals de troonzaal, de ontvangstruimte voor gasten, vele kapellen, een meditatieruimte en toch ook wel veel potsierlijke versieringen waarbij vooral de talloze Boeddha-beelden opvallen. In de ochtend is het nog rustig, maar de massa sluit zich in sneltempo aan bij onze groep waardoor we met een slakkengangetje door het paleis slenteren. In Mongolië heb ik al eerder enkele boeddhistische tempels gezien, maar dit paleis speelt toch wel in de Champions League van de boeddhistische tempels. Je moet dus van goeden huize komen wil je dit evenaren, laat staan overtreffen. 

Bij Lhasa Kitchen eet ik een typisch Tibetaans gerecht: noedels waarvan de menukaart zegt dat het spaghetti is. In de namiddag ga ik opnieuw naar zo'n boeddhistische tempel op steroïden: de Jokhang-tempel waar ik gisteren al was. Deze tempel huisvest het belangrijkste Boeddha-beeld van Tibet en is daarom uitgeroepen tot het spirituele centrum van het universum, tenminste voor Tibetanen. Dit is voor de lokale bevolking nog belangrijker dan het Potala-paleis en dat zal ik geweten hebben. In deze tempel zijn nog een stuk meer mensen dan in het Potala-paleis terwijl dit gebouw een stuk kleiner is. Het is hier dus over de koppen lopen, maar ondertussen kan ik andermaal genieten van de duizenden beelden, vele muurschilderingen en prachtig versierde kamers. Opnieuw tref ik een heleboel goud en luxe aan op deze plaats en op dat vlak doet het me toch denken aan de vele katholieke kerken die ik heb bezocht waar men ook graag pronkt met overdadige weelde. Ergens knaagt dit toch aan mij, want ik had toch eerder een serene atmosfeer verwacht, maar die is met zoveel mensen simpelweg niet mogelijk.     

Dinsdag 23 september
Deze reis is aardig dichtgetimmerd en vrije dagen zijn een zeldzaamheid die de ondernemende reiziger moet koesteren. Dat ondernemen heb ik op voorhand gedaan, want via Komoot heb ik een wandeling uitgetekend waar ik lang naar uitkijk: een kora tussen de boeddhistische tempels van Pabongka en Sera die langs de rotspaden van de plaatselijke berg gaan tot een hoogte van 4200 meter. In Tibet moet je bij individuele uitstappen een gids hebben en daar heeft reisbegeleider Jeroen me aardig bij geholpen. Jeroen had gisteren namelijk aardig wat bonje met de eigenwijze gids Dhordje en die werd dan ook abrupt eruit geknikkerd door Jeroen. Dhordje's statuut als werkzoekende duurde amper enkele minuten, want een paar minuten later viste ik hem op als mijn gids. Niet dat ik veel waarde aan zijn gidsbeurt had, want hij vond het namelijk belangrijker om Tiktok-filmpjes te bekijken op zijn telefoon en dankzij Komoot wist ik de weg beter dan hem. Maar hey, ik ben tenminste met alle administratie in orde en dat is ook geld waard!

Pabongka is een klein klooster en mijn bezoekje aan deze tempel werd grotendeels gekenmerkt door een passief-agressieve huisvogel die onweerstaanbaar op mijn schoenen pikte. Ik denk niet dat hij boeddhist is. Deze wandeling is een symbiose van natuur en spiritualiteit: bij het begin brengt Dhordje een offer aan een stenen altaar (sangkhung) om de lokale beschermgoden te eren. Wat later zie ik ook een hemelbegrafenis waarbij het lichaam van een overledene in open lucht wordt geofferd en wordt teruggegeven aan de natuur. In dit geval gieren die wachten op hun nieuwste maaltijd. Het klinkt een tikje luguber, maar het is illustratief voor de cyclus van leven en dood dat centraal staat in de boeddhistische leer. Met deze bijzondere momenten zou ik het haast vergeten, maar ik bevind me dus in de Himalaya. 

De vele rotspaden en dorre woestenij associeer ik echter niet met dit hooggebergte. Wanneer mijn gids opnieuw te lang talmt, kies ik zelf voor het hazenpad en dat brengt me tot 4200 meter hoogte bij een nonnenklooster. Wat later heeft Dhordje me opnieuw bijgebeend en we worden verwelkomd door een non die hier op eenzame hoogte leeft tussen de berghonden. Of hoe noem je straathonden die op een berg zonder straat leven? Het oude dametje keuvelt even met Dhordje en biedt me daarna fris bergwater aan van de plaatselijke bron. Tja, dit zijn toch momenten die haast onbetaalbaar zijn. Maar honderd euro geven aan een lokale Tibetaanse gids doet al wonderen.  

Inmiddels bevind ik me op een min of meer gelijk lopend bergpad en hier vergaap ik me aan de indrukwekkende vergezichten die de monumentaliteit van Lhasa accentueren. De vele hoogbouw valt hier op, maar ook de verrassende wetlands die de levensader van deze grootstad vormen. Het grootste wauw-moment van de dag komt echter wat later wanneer ik het kronkelend paadje bocht na bocht volg en plots op duizenden kleurrijke gebedsvlaggetjes stuit op deze grote hoogte en in deze grootse omgeving. Op dergelijke momenten krijg ik het toch een klein beetje warm van binnen. Deze route is eigenlijk alleen maar een aaneenschakeling van hoogtepunten, want een kilometer later tref ik het Purbuchok-klooster aan. Dit is dus een kleine tempel dat hoog boven de veel grotere en bekendere Sera-klooster uittorent. Het is één van de weinige plekken in Lhasa waar je nog helemaal alleen op de wereld kan zijn en dat is dus ook het geval wanneer ik hier binnenstap. Kijk, dit is dus het Tibet wat ik verwachtte: authentiek, sereen en met een mystieke atmosfeer. 

Via kleine bergpaadjes gaat het steil naar beneden waar ik een gigantische waterslang volg om de weg naar beneden te vinden. De gids? Tja, die is voor de zoveelste keer achtergebleven om wat liefde te schenken aan zijn telefoon. De daling mag gecategoriseerd worden als licht avontuurlijk en daar gaat mijn wandelhartje sneller van kloppen. Of het kunnen ook de inspanningen zijn geweest... Bij het Sera-klooster stuit ik op enkele prachtige thangka-do's. Dit zijn rotsreliëfen die in steen zijn gegraveerd of op rots zijn geschilderd. Om half twee kom ik de rest van het reisgezelschap tegen die in groep het Sera-klooster bezoeken. De darmen van de gids hebben inmiddels gecapituleerd na deze toch wel zware tocht voor hem en ik heb dus het gissen waar hij zit. Dus ik besluit om met de rest van de groep mee te gaan in de namiddag. 

Sera is dus inmiddels de zevende Boeddhistische tempel die ik bezoek op mijn derde dag in Tibet en ik weet ondertussen wat ik mag verwachten. Het bezoek kent dus weinig verrassingen, maar kent wel een mooie afsluiter. Om drie uur gaan de lokale monniken met elkaar in debat op een pleintje en vormen ze duo's waarbij één (zittende) monnik een stelling moet verdedigen en een andere (staande) monnik treedt dan in discussie. Wanneer de staande monnik niet akkoord gaat met iets, klopt die dan hard met zijn rechterhand op de linkerarm. Het is een gek beeld dat veel kijklustigen aantrekt, maar het vormt wel een belangrijk onderdeel in de opleiding tot monnik. Na twintig minuten houd ik het voor bekeken en zo komt één van mijn mooiste dagen op deze goed gevulde reis tot een einde.  
  
Woensdag 24 september
Op deze dag wuif ik Lhasa uit en begin ik aan een soort van overland tour waar het van Lhasa naar Shigatse gaat. Dat betekent dus lang in de bus zitten, maar dat valt vandaag goed mee aangezien deze dag bulkt van de stops. De eerste laat niet lang op zich wachten en dat is het hemels mooie turquoise bergmeer Yamdrok-Tso waar ik op een spectaculair uitkijkpunt mijn oogpupillen mag verwennen met de prachtige blauwe kleur van dit meer. In de verte bevindt zich de heilige berg Nojin Kangtsang die is uitgedost met een witte top en dat zorgt voor een schril contrast met de bruine en blauwe kleuren van de rest van het landschap. Dit is dus een omgeving die smeekt om in de ziel te worden opgenomen, maar China zou China niet zijn als er op deze plaats geen luide muziekinstallatie staat waarbij de lokale muziekheld op het dak van zijn busje gaat staan om zijn publiek in vervoering te brengen. Ik ben een atheïst als het aankomt op geweld - ik geloof er namelijk niet in - maar op dergelijke momenten, is een kortstondige bekering wel heel aanlokkelijk om eens een goede muilpeer te verkopen. Maar laat ik in dit land van het Boeddhisme toch maar vredelievendheid prediken... 

Bij de tweede stop bevind ik me aan de voet van dit reusachtige meer, maar dat blijkt eigenlijk een totaal overbodige stop te zijn. Want wanneer we vertrekken wordt de bus na tien minuten tot een halt gehouden omdat er een nieuwe weg wordt aangelegd. Dat betekent dat het verkeer niet door kan en zo krijgen we een uur lang extra de tijd om van dit meer te genieten. Maar eerlijk, het wachten voelt absoluut niet aan als een straf wanneer de omgeving doordrenkt is met een ongeëvenaard bergschoon zoals hier. De derde stop van de dag brengt me bij de indrukwekkende gletsjer Karola-gletsjer die zich op ruim vijfduizend meter hoogte bevindt. De tong van deze gletsjer gaat over een steile rotswand bijna loodrecht naar beneden en doet me wat denken aan de Humantay in Peru waar ik twee jaar geleden was. De grootsheid van deze gletsjer is moeilijk om op foto vast te leggen, maar ik waag toch een poging. 

Er is ook een streepje cultuur voorzien deze dag met een bezoek aan het Palcho Chöde-klooster in Gyantse. Hoewel dit klooster niet veel nieuws te bieden heeft ten opzichte van de vorige kloosters die ik heb bezocht in Lhasa is de atmosfeer toch een stuk oprechter omdat hier veel minder toeristen zijn. Het plaatselijke klooster is eveneens een stuk minder patserig dan de met bladgoud overladen kloosters in Lhasa. Houtsnijwerk primeert hier als kunstvorm en bladgoud wordt sporadisch gebruikt zodat als het gebruikt wordt de impact groter is. De sterattractie van dienst is echter de Kumbum, de grootste stupa van Tibet. In dit gebouw bevinden zich tientallen kleine kapelletjes waar talloze muurschilderingen zijn aangebracht. Zo gaat dat vier verdiepingen lang totdat ik bij de top aankom waar ik een mooi uitzicht heb op de omringende fortmuur dat het uitzicht van deze stad bepaalt. Deze busdag voelt amper aan als een reis van bestemming A naar bestemming B want onderweg heb ik het ene hoogtepunt na het andere gezien. Voornamelijk natuur met als afsluiter een leuk vleugje cultuur. Het wordt moeilijk om dit te verbeteren!

Donderdag 25 september
Tibet heeft de laatste vijftig jaar meer vooruitgang gekend dan vijfhonderd jaar ervoor. Dat zegt tenminste mijn digitale Lonely Planet wanneer ik die voor het eerst lees op de Hemeltrein enkele dagen geleden. En nergens komt dat meer tot uiting op de pendeldag tussen Shigatse en Tingri die ik vandaag afleg. Overal zie ik elektriciteitsmasten, zelfs op de hoogste bergpieken heb ik moeiteloos 4G ontvangst op mijn telefoon en afgelegen bergdorpjes komen niks tekort. China investeert namelijk fel in Tibet en zo is de welvaart in Tibet de laatste decennia enorm verbeterd. Maar er bestaat niet zoiets als een gratis lunch en de lokale Tibetaanse gebruiken en geloofsbeleidenis worden fel onderdrukt en vervangen door Chinese gebruiken terwijl er in de grootstad Lhasa een omvolking gebeurd waar Han-Chinezen nu de meerderheid vormen. Het authentieke Tibet verdwijnt daardoor dus als sneeuw voor de zon en dat roept toch wel gemengde gevoelens bij mij op. Uiteraard doet China dit ook niet gratis: de bergen in Tibet zijn namelijk erg rijk aan mineralen en die zullen vroeg of laat gedolven worden door de Chinezen... 

Het authentieke Tibet ontdek ik echter nog bij het grote klooster van de Panchen Lama, de tweede hoogste geestelijke van Tibet. 's Ochtends is het nog erg rustig bij Tashilhunpo - zoals dit klooster heet - en valt de vredige rust op deze heilige plek op. De site is overigens best groot met ongeveer vierduizend monniken die hier leven. Het karakter van dit klooster houdt het midden van de patserige tempels in Lhasa en het meer contemplatieve Palcho Chöde-klooster in Gyantse. Ik zie veel houtsnijwerk en muurschilderingen, maar ook een gigantisch Boeddha-beeld van 26 meter hoog dat verguld is met maar liefst 379 kilogram goud. Het weet zich eveneens te onderscheiden met andere kloosters omdat de site bestaat uit kleinere kapellen die apart zijn gelegen en de vele symboliek zoals bellen die je hier kan luiden. Ik ben diep onder de indruk van deze plek, maar na zoveel tempels te hebben bezocht is mijn tempelverzadigingspunt stiekem toch wel overschreden. 

Gelukkig voor mij moet ik me daar geen zorgen over maken, want deze busdag voelt voor het overige vrij leeg aan. Er zijn namelijk niet echt andere hoogtepunten op dit stuk van de Friendship Highway, de snelweg die Tibet verbindt met Nepal. Er is een afslag die richting basecamp Mount Everest gaat en dat wordt dus onze eerste grote stop. Het basecamp zie ik niet, want dat ligt nog een paar kilometer verder. Wel aanwezig is de verchinezing van Tibet. Andermaal staat daar weer een enorme boombox van Chinese makelij te brullen waarbij de lokale zangheld een onverstaanbaar gezang inzet. Medereizigers zetten spontaan een polonaise in, maar dit is dus allesbehalve het vredige Tibet waar ik op zoek naar was. Er is ook een tweede stop waar de Friendship Highway exact vijfduizend kilometer is verwijderd van Shanghai. Ook deze stop is de moeite van het negeren meer dan waard.

Mijn grootste entertainment bestaat erin om naar buiten te kijken en hier krijg ik wel het échte Tibet voorgeschoteld. In de ochtend zie ik nog landbouwcultuur en werkende boeren die graangewassen aan het oogsten zijn. In de namiddag zitten we een stuk hoger met als hoogste wapenfeit een pas van ruim vijfduizend meter hoog waar het overigens koud is, wat eigenlijk wel het geval is bij elke stop bij een bergpas. Hier ontvouwt er zich een dramatisch berglandschap voor mijn ogen met besneeuwde toppen die grossieren in een sierlijk wit schouwspel en wilde bergrivieren die steil naar beneden donderen in dit ruige terrein. Buurman Eric heeft volgens mij een nieuw datacenter besteld bij Amazon, want hij stopt niet met foto's nemen. En gelijk heeft hij!         


Vrijdag 26 september
De vertrekplaats is vandaag Tingri en deze plek is zo bijzonder omdat ik letterlijk vanuit mijn hotelkamer zicht heb op vier bergen die hoger zijn dan achtduizend meter, waaronder 's werelds hoogste. De Mount Everest, Cho Oyu, Lhotse en Makalu liggen hier namelijk broederlijk naast elkaar en daar moet ik natuurlijk foto's van nemen. De vraag is echter welke berg is welke? ChatGPT wordt erbij gehaald om meer verduidelijking te brengen, maar visuele herkenning blijkt dus nog niet op punt te staan en telkens krijg ik weer een ander antwoord te lezen. Ik maak een panoramafoto van de vier bergen en het probleem heeft zichzelf opgelost! Reisbegeleider Jeroen brengt wat later redding en wijst de meest linkse - en eigenlijk niet zo mooie - berg aan als de Everest. De Everest mag dan de hoogste zijn, maar het massief van de Cho Oyu wint het toch wel op aantrekkelijkheid. 

We vertrekken tamelijk laat, maar komen ook vrij vroeg aan. We haspelen namelijk een noodroute af omdat de brug bij de grensovergang van Jilong is weggespoeld, daarom rijden we nu naar Nyalam dat een stuk dichter ligt. Na ruim drie uur in de bus zitten, zijn we er al. Onderweg zijn we opnieuw gestopt bij een erg hoge bergpas en de ingrediënten ken ik ondertussen: een ijle lucht waar het toch wat moeilijker is om adem te halen, snijdende wind die je laat voelen dat je op het dak van de wereld bent en uiteraard een berglandschap waarmee je zonder veel moeite een postkaart van maakt, moesten postkaarten nog gebruikt worden.

Het bergdorpje Nyalam was naar verluidt tien jaar geleden nog een onooglijk dorpje, maar is ondertussen sterk gemoderniseerd met veel nieuwe gebouwen en zelfs hoge torenflats wat je hier absoluut niet zou verwachten. In de namiddag maak ik een wandeling van ongeveer acht kilometer door dit plaatsje en al gauw valt me het tegengestelde karakter van dit dorp op. Zo zie ik een park met een paviljoen dat niet eens is afgewerkt, maar wel al sporen van vernieling heeft. Het paviljoen is bovendien omringd met drie koeien die hier rustig liggen, dus ik vermoed niet dat hier veel mensen komen. Het is een toch wat absurd beeld. Overal vinden er werken plaats in Nyalam, maar ik zie eveneens wegen met ingestorte zinkgaten. Een dorp dat dus enerzijds in opbouw is, maar anderzijds in verval is. Een interessante observatie en misschien wel symbolisch voor de situatie waarin Tibet zich nu bevindt: de Chinese modernisering die zich in recordtempo doorzet, maar dat ten koste gaat van Tibetaanse tradities. 

Dat wordt in Nyalam ook duidelijk gemaakt met de Chinese propagandamachine die hier op volle toeren draait. Overal zie ik het portret van de Chinese leider Xi Jing Ping. Het metershoge portret is getooid op scholen en zelfs luxehotels. Ook onleesbare Chinese petrofliefen verheerlijken het Chinees communisme. ChatGPT mag dan misschien geen bergen herkennen, maar bij Chinese propagandaslogans lukt dat verdomd goed. Dit is dus geen mooie bestemming, maar wel een intrigerende waarbij een heleboel vragen onbeantwoord blijven.    

Zaterdag 27 september
Nyalam verdiende in het verleden het predicaat van weg naar de hel omdat verraderlijke bergwegen amper die naam waardig het enige pad was naar Nepal. Sinds 2015 is dat nog erger geworden omdat een gigantische aardbeving het grensplaatsje Zhangmu heeft getroffen. Sindsdien wordt een rit van Nyalam naar Zhangmu verplicht in konvooi gedaan met behulp van een politiewagen omdat slechts één baanvak beschikbaar is. De hel heeft er overigens nog nooit zo mooi uitgezien als hier, want dit is wellicht het mooiste berglandschap dat ik op mijn reis krijg gepresenteerd. Het desolate hooggebergte wordt onderweg ingeruild voor tropische rhododendronbossen die een zee van groen vormen, af en toe onderbroken door spectaculaire watervallen die naar beneden kletteren en nog spectaculairdere ravijnen die honderden meters diep zijn. Iedereen staat met verstomming naar deze majestueuze natuur te gluren en neemt ongebreideld foto's. Ik laat me liever onderdompelen door deze mystieke sfeer. De beelden staan dan wel niet opgeslagen op mijn harde schijf, maar draag ik wel voor eeuwig bij in mijn brein.  
      
Des te meer we dalen, des te dichter komen we bij de bouwwerf die Zhangmu heet. De verstomming wordt hier alleen maar groter, want het gehele dorp is hier in 2015 van de kaart geveegd door een aardbeving. Dit post-apocalyptische beeld van een weggevaagd dorp dat opnieuw wordt opgebouwd in een meeslepend landschap is één van de meest indrukwekkende dingen die ik ooit heb gezien. Het is werkelijk hallucinant om dit te zien, want het dorp dat was opgebouwd aan een bergwand is H-E-L-E-M-A-A-L weggevaagd. Sinds 2019 is hier men druk in de weer om alles herop te bouwen en onze bus moet tussen de honderden bouwmachines laveren. Zoals ik dus zei: hallucinant! James, de gids die Jeroens BFF Dhordje heeft vervangen, loodst ons voorbij een andere horde toeristen en dat wordt niet meteen in dank afgenomen door hen. 

Nepal ligt slechts enkele honderden meters verder, maar het is duidelijk dat we in een ander land zijn. Hier hebben we immers jeeps nodig om verder te geraken. De weg is slechts sporadisch geasfalteerd en je kan het zelfs geen zandweg noemen aangezien de weg is overspoeld met keien en rotsen en soms zelfs een kleine waterval. In Pakistan ben ik ook op weg geweest naar Askoli en dat was net iets moeilijker en spectaculairder, maar dit is toch een goede tweede. Een groepje motormuizen waagt zich hier ook aan en die maken al snel kennis met het Nepalese bergterrein. Eéntje gaat namelijk pardoes tegen de vlakte net voor mijn ogen. Wat later zie ik een andere gevallen motorrijder zelfs gereanimeerd worden aan de kant. Ambulances of zelfs helikopters kunnen hier erg moeilijk komen, dus ik vrees het ergste...    

's Middags maak ik kennis met het pikante Nepalse eten en niet geheel verrassend protesteert mijn maag bij deze kennismaking. Pikant eten is namelijk niet aan mij besteed, dus dat gaan nog lange culinaire zoektochten worden in Nepal en India. De zoektocht naar goed berijdbare wegen levert meer succes op als we de koningsstad Bhaktapur naderen. Deze stad is net zoals Brugge een soort van openluchtmuseum en in het historisch centrum staan er veel tempels en paleizen die dateren van enkele honderden jaren geleden wanneer deze regio een apart koninkrijk was. 's Avonds geeft Jeroen een rondleiding langs de mooiste bezienswaardigheden zoals het koninklijk paleis, de belangrijkste tempels en de pottenbakkerswijk. Ik heb echter meer oog voor het onophoudelijke verkeer van tuk tuks, motorfietsen en voetgangers. Het is hier druk, druk, druk, maar vooral het nimmer aflatende getoeter is een significante beproeving van mijn geduld. We arriveren op het hoogtepunt van het vijftiendaagse Dashain-festival, dus dat helpt ook niet echt om de drukte te ontvluchten. Welkom in Nepal!  

vrijdag 17 oktober 2025

Reisverslag Van Beijing naar Delhi deel één: welkom in de dystopie

Door privéomstandigheden heb ik in 2026 amper gereisd, terwijl ik de afgelopen jaren regelmatig op de zeven continenten te vinden was. Dan is het vinden van een reis die deze micro-kosmos benadert niet eenvoudig, maar deze reis van reisorganisatie Djoser kruist wel erg veel vinkjes af. Dystopie, chaos, dramatiek en contrasten gaan hand in hand op deze trip die me langs grootsteden brengt, maar ook langs de overweldigende bergen van de Himalaya en zelfs in de tropen in Nepal en India. 

In dertig dagen krijg ik erg veel op mijn bord geserveerd waardoor het een intense reis is geworden met als apotheose India waar de volumeknop helemaal op maximaal wordt gedraaid. De zintuigen worden hier helemaal overprikkeld, zowel in positieve als negatieve zin, en wellicht daarom is India mijn favoriete bestemming geworden van deze lange ontdekkingstocht door de wondere wereld van China, Tibet, Nepal en India. 

Zaterdag 13 september
Om eindbestemming Beijing te bereiken, moet ik eerst de trein nemen naar Schiphol waar rond de klok van half zes 's avonds het vliegtuig vertrekt naar München waar ik een tussenstop maak. Tegen hun gewoonte in, zijn de Belgische treinen nu wel eens op tijd en rijd ik zonder problemen naar Schiphol. Die problemen kom ik wel tegen wanneer ik mijn bagage mag (lees: moet) inchecken. Via de wondere wereld die digitale economie heet, mag ik bij Lufthansa mijn backpack zelf inchecken. Uit eigen ervaring weet ik dat dit soms problemen geeft en ik vraag aan een medewerker van Schiphol of ik niet naar de odd-sized luggage moet gaan. Die verzekert me dat dit niet nodig is om later vast te stellen dat dit wel nodig is. Maar niet zonder eerst bij de balie van Lufthansa te passeren waar de administratieve rompslomp nog geregeld moet worden. Welkom in de digitale economie dus!

Bij de korte vlucht naar München ontmoet ik nog geen andere reizigers, maar bij het overstappen maakt iedereen al kennis met elkaar. De vlucht naar Beijing duurt ongeveer tien uur, voeg daar nog vijf uur tijdsverschil aan toe en dat betekent dat we net voor de middagklok in Beijing arriveren. De Chinezen houden er een rigoureuze boekhouding op na en dat betekent dat je vingerafdrukken worden genomen en dat loopt niet bij iedereen even vlot. Als alles achter de rug is, mogen we eindelijk inchecken in het hotel. Maar niet zonder mijn paspoort af te geven. Welkom in China!

Zondag 14 september
Na de vlucht vliegen we er opnieuw in, want het programma kent weinig rust deze dag. Als ik rond half twee bij het hotel ben, krijg ik een korte pauze om mijn portefeuille te verblijden met onlangs gedevalueerde Chinese yuans waardoor China eigenlijk een relatief goedkoop reisland is geworden. Op deze reis krijgen we in China en Tibet een lokale gids mee en dat is in Beijing de bijzonder vinnige Tina. Deze pittige dame racet naar de metro om kaartjes te halen en haar favoriete Engelstalige uitdrukking is Hurry! Hurry! Maar met een groep van twintig westerse toeristen die de mierennest van Beijing niet gewoon zijn, is dat ook gewoon nodig. 

We brengen de namiddag door in de centrale zakenwijk van Beijing wat als CBD (niet de cannabis) door het leven gaat. Hier zie ik het mooie CCTV-gebouw wat eigenlijk twee omgekeerde L-structuren zijn die met elkaar zijn verweven. Daarnaast zijn hier nog enkele andere iconische gebouwen in dit zakendistrict zoals het China World Trade Center Tower III. Leuk voor even, maar ik kan niet echt zeggen dat ik onder de indruk ben. Ik ben wel onder de indruk van de prijs die ik voor een cocktail betaal: omgerekend acht euro. Meteen het duurste drankje van de gehele reis. De buurt is wel een mooie omgeving om kennis te maken met de reisgenoten onder het genot van een drankje.

Beijing bestaat uit zeven interne ringen: dit zijn concentrische snelwegen die rondom de Chinese hoofdstad liggen. Ons hotel ligt tussen de vierde en vijfde ringweg en dat betekent dat we een tijdje onderweg zijn met de metro als we terugkeren naar het hotel. Hier wacht het avondeten: Peking Duck dat wordt aangevuld met enkele zijgerechten die staan op een draaiblad zodat iedereen aan tafel naar hartenlust zijn eigen menu kan samenstellen. Ik had toch een beetje schrik voor het Chinese eten, maar uiteindelijk is dit het lekkerste eten van de gehele reis geworden! Het wordt echter laat en na een vermoeiende vlucht kijk ik toch uit om in het Chinese dons van mijn bed te duiken. 

Maandag 15 september
De eerste volledige dag in China brengt me naar een oude bekende - of dat denk ik althans. In 2018 was ik namelijk ook in Beijing en had ik eveneens de Chinese Muur bezocht. Deze vrees blijkt ongegrond te zijn, want ik word namelijk getrakteerd op een totaal ander stukje van deze muur: namelijk de westzijde van Juyongguan wat vertaald kan worden als Poort in de vallei. Op ruim een kilometer gaat het 330 meter omhoog, dus zelfs voor sportievelingen is dit een uitdaging. Dit stukje van de muur is gerestaureerd en bestaat uit verscheidene wachttorens waar de bezoeker wordt verlekkerd op een mooi uitzicht over de pas, vallei en de muur aan de oostzijde. 

Uiteindelijk brengt de benenwagen me tot gate 13, het hoogste punt van de westelijke zijde. Aangezien ik slechts anderhalf uur heb, moet ik terugkeren en met de massa die zit te klungelen op de vele onevenwijdige trappen is het nog een hachelijke onderneming om op tijd terug te geraken. Ik heb overigens best veel geluk gehad, want met 23 graden en dreigende wolken had dit uitje geannuleerd kunnen worden wegens te gevaarlijk. Op deze trappen wil je namelijk echt niet uitschuiven.  

In de namiddag wacht er die andere usual suspect op me, het  Zomerpaleis. In het Chinees heet deze plaats Tuin van verzorgde harmonie en dit predicaat doet meer eer aan deze toch wel bijzondere plek. De site wordt gedomineerd door het grote Kunmingmeer waar de fraaie brug met zeventien bogen een graag gezien fotografiespektakel is. De echte sterren voor mij zijn echter de tempels, paleizen en pagodes die je overal terugvindt. Dit doet me onmiddellijk terug mijmeren naar de Verboden Stad die een gelijkaardige architectuur heeft. 

Het meest indrukwekkende bouwwerk verrast door zijn eenvoud: de Lange Galerij. Deze overdekte wandelgang is 728 meter lang, maar weet vooral te imponeren door de talloze schilderingen van Chinese legendes, landschappen en vogels die je hier aantreft. Ook de winkeltjes in traditionele stijl doen een glimlach op mijn gezicht toveren. Er is dus niet meteen één gebouw dat me verbaast door haar grootsheid, maar het is eerder het totaal dat me aangenaam verrast.   

Na inspanning komt ontspanning en een Chinese acrobatenshow is de spreekwoordelijke kers op de taart van deze goed gevulde dag. Het spektakel begint trouwens al voor de show, want het lijkt erop dat een groep Chinezen ruzie heeft met een andere groep. Ik weet niet wat er geroepen wordt en dat is misschien maar goed ook... 

De acrobatenshow steekt verdomd goed in elkaar en met steeds grotere ogen kijk ik naar deze artiesten die volgens mij bestaan uit rekbaar elastiek. Ik krijg wel een grote aha-erlebnis wanneer ik twee acts zie die ik ook bij een show van Cirque du Soleil heb gezien zoals deze Wheel of Death. Volgens Tina zijn de acts uitgevonden door de Chinezen, maar het beruchte kopieergedrag van China is voor mij te groot om dit volledig te geloven. Maakt het eigenlijk iets uit? Nah, ik heb er volop van genoten en dat is voor mij belangrijker dan intellectual property rechten.  

Dinsdag 16 september
De tweede volledige dag in de Chinese hoofdstad begint met een valse noot. Ondergetekende heeft namelijk begrepen dat we vertrekken om negen uur, maar het is toch echt half negen. Tina klopt op mijn kamerdeur dat het een lieve lust is terwijl ik een krantenartikel lees over Israël dat Gazastad is binnengevallen. In zeven haasten vertrek ik alsnog waar de medereizigers opvallend vergevingsgezind zijn bij deze daad van onoplettendheid.  

Met een beetje vertraging mag ik me opmaken voor alweer een iconisch complex, deze keer de Temple of Heaven. In tegentelling tot de Verboden Stad heeft deze site een ceremoniële functie en werd dit in het verleden gebruikt om een jaarlijks hemeloffer te brengen door de keizer aan de goden. Dit bouwwerk is een imposante pagode die bestaat uit drie niveaus en wordt gekenmerkt door blauwe dakpannen die fel contrasteren met de rode muren eronder. Hoewel deze bezienswaardigheid minder druk bezocht is dan andere sites in Bejing zijn er nog steeds veel bezoekers te noteren. Dan is het aanpalende park waar ouderlingen feng shui uitoefenen een stuk rustiger. Met uitzondering van die ene trompettist die de ene valse noot na de andere afvuurt op een onbestaand publiek. 

De namiddag is voorzien voor het Tiananmenplein waar we een blitzbezoek aan brengen, maar vooral de Verboden Stad. Dit is mijn tweede bezoek aan deze site aangezien ik in 2018 hier al eerder was als eindhalte van de Trans-Siberië Express. Toen was ik danig onder de indruk van deze plaats. Nu heb ik al veel gelijkaardige sites bezocht en bovendien zijn de drie hoofdtempels, waaronder de troonzaal, gesloten waardoor ik toch wat op mijn honger blijf zitten. Bovendien hebben we met anderhalf uur niet zoveel tijd om deze plaats te bezoeken. Ik bezoek een expo over jade en wandel gezapig door deze keizerlijke stad. Het bezoek heeft eerder een documentair karakter en stelt daarom toch wat teleur. In mijn hoofd leven toch de beelden van 2018 voort waar ik wèl met plezier terugblik op deze plek. 

Het laatste wapenfeit van de dag is een bezoekje aan het Jingshan Park wat in Engels ook Coal Hill wordt genoemd. Dit park bevat een kunstmatige heuvel van 45 meter hoog dat is aangelegd met het gedolven zand dat gewonnen werd bij het bouwen van de Verboden Stad. Het is een mooi uitkijkpunt, maar 45 meter is maar net voldoende om boven de Verboden Stad uit te torenen waardoor de spectaculaire panorama's toch uitblijven. Toch is het interessant om de keizerlijke stad van een iets hoger perspectief te kunnen bekijken. Bovendien is er ook een vergezicht over de skyline van Bejing waardoor de vrij makkelijke klim toch de moeite waarde blijkt te zijn.   
  
Woensdag 17 september
Beijing kan druk zijn, heel druk. Dat merk ik wanneer we rond acht uur 's ochtends in vol piekuur de metro nemen. Vijf tot zes keer moet ik een metro laten voorbijgaan omdat die veel te vol zit. Bij de zevende keer lukt het wel en kan ik met de rest van de groep mee die al drie metroritten eerder bij de bestemming zijn beland. Gelukkig rijdt er elke minuut een metro waardoor het tijdsverschil in praktijk amper een paar minuten bedraagt. Uiteindelijk beland ik bij de hutongs van Beijing. Dit zijn de oude stadswijken rondom de Verboden Stad waar nauwe straatjes een netwerk vormen waar notabelen en gewone burgers in harmonie met elkaar leven. 

Dit was echter een doorn in het oog van het Chinese bestuur. Ter voorbereiding van de Olympische Spelen in 2008 wilde China zich profileren als modern en moesten de verpauperde hutongs verdwijnen. Deze straatjes moesten plaatsmaken voor bredere lanen met grote gebouwen, maar door het toerisme is de afname van deze steegjes voorlopig (?) gestuit. Met een riskja maak ik een verplicht nummer door deze volksbuurt die niet zo volks meer blijkt te zijn. Dure Maybachs sieren met regelmaat het beeld van deze buurt. Bij een bezoek aan een lokaal gezin blijkt al snel waarom: een vierkante meter kost hier dertig duizend yuan of meer. Met andere woorden: enkel de burgers die hier generaties lang een huis hebben, kunnen hier nog blijven wonen. 

Via een fraaie buurt kom ik terecht bij de Drum Tower. Deze torens werden in keizerlijk China gebruikt om de tijd aan te geven en vind je terug in meerdere grote steden zoals Xi'an waar ik deze nacht naartoe reis. De steile trap naar de bovenste verdieping vergt respect, want die vraagt toch wat moeite om bedwongen te worden. Bovenaan wacht er een mooi beeld over Beijing en wordt het ook duidelijk dat alle belangrijke historische gebouwen op een loodrechte noord-zuidas liggen waaronder dus ook de Drum Tower. Om elf uur ontvouwt er zich een spectaculair schouwspel waar enkele muzikanten ritmisch en met gevoel voor dramatiek op de grote drums kloppen. Er is eveneens een klein museum aanwezig met wat informatie over diverse tijdsinstrumenten waar ook elementen zoals water en zand worden gebruikt.   
 
Gids Tina wil ook nog het park in Houhai bezoeken, maar reisleider Jeroen stelt zijn veto. We moeten om vijf uur 's namiddags immers de nachttrein naar Xi'an halen en hij wil geen risico's nemen. Het bezoek aan Beijing zit er dus met andere woorden op en op drie dagen heb ik toch een heleboel dingen gezien. Wat me echter nog meer bijblijft dan de prachtige historische sites en gebouwen is de dystopie van Beijing waar elke straat is voorzien met een veelvoud aan camera's en AI om alle burgers braaf in het gareel te houden. Dat werkt goed, want Beijing is een erg leefbare stad waar amper criminaliteit heerst. De vraag is echter hoeveel individuele vrijheid je daar wil voor opgeven. Een interessant ethisch vraagstuk voor een filosofienamiddag! 

Dat de voorbije dagen vermoeiend zijn geweest, merk ik onmiddellijk wanneer ik me in de nachttrein bevind. Samen met drie andere reisgenoten zitten we in dezelfde coupé. Wanneer het donker is, gaan de oogjes toe en achteraf blijkt dat ik erg goed heb geslapen. Mijn Garmin Fenix smartwatch zegt dat ik een slaapscore van 88 heb behaald. Mijn hoogste slaapscore ooit en dat op een nachttrein waarvan ik dacht dat ik geen oog dicht zou doen. China is meer dan op één manier dystopisch!   

Donderdag 18 september
Gelukkig ben ik goed uitgeslapen, want ook de eerste dag in Xi'an kent - hoe kan het ook anders - een programma dat bol staat van de activiteiten. Tina is ingeruild voor gids Bruce wiens bulderlach ons gedurende twee dagen gezelschap houdt. In het poepchique hotel vlakbij het station kunnen we ons even opfrissen om daarna naar de eerste tourist trap van de stad te gaan. Er is namelijk een les kalligrafie waar we leren over de zes basistekens in het Chinees, een taal die pictografisch is van aard. We schrijven enkele woorden en nadat onze kennis is bijgespijkerd, is het tijd voor de echte reden van onze komst: toeristen geld afhandig maken. Voor mij betekent dit een exercitie in geduld totdat ik net niet gillend wegren van deze toeristenval. 

De sereniteit van de prachtige plaatselijke moskee weet me echter te kalmeren. Deze moskee is bijzonder omdat het de traditionele, historische Chinese architectuur combineert met de islamitische religie. Zo is de minaret eigenlijk een pagode en zijn de bijgebouwtjes kleine tempels. In tegenstelling tot wat ik dacht zijn de plaatselijke moslims Chinezen die eeuwen geleden tot de islam zijn bekeerd en bijvoorbeeld geen Arabieren. Xi'an was namelijk vroeger het eindpunt van de zijderoute waar handelaren de invloed van de islam meebrachten. In de moslimwijk is er ook een uitgebreide bazaar, maar hier snellen we door om op tijd te zijn voor ons (late) middagmaal. Dumplings met eend en kip verzorgen de inwendige mens en het bevestigt andermaal mijn liefde voor de Chinese keuken. Ondertussen passeerden we ook de Drum Tower van Xi'an, maar die bekijken we enkel vanaf de buitenzijde. 

De dag wordt afgerond met een mooie dansshow over de Tang Dynasty die van de zevende tot en met de tiende eeuw heerste over wat toen China was met Xi'an als hoofdstad. De show pakt uit met mooie kostuums, imposante decors, mooie choreografie en een live orkest. De show geeft de bezoeker de kans om de geschiedenis van de Tang-dynastie te leren zonder enige voorkennis aan de hand van een kleurrijke en muzikale samenvatting. Misschien nog ontzagwekkender dan de show is het aantal dansers en acteurs, want volgens mij zijn er dit bijna veertig wat echt wel heel erg veel is voor zo'n show. Deze dag in Xi'an is wat minder actief dan de dagen in Beijing en voor mijn beenspieren is dat alvast goed nieuws. Die verdienen namelijk ook wat rust.  

Vrijdag 19 september
Hoe mooi Xi'an ook is de echte reden om deze historische stad te bezoeken, is toch wel het naburige Terracottaleger dat in 1974 door enkele boeren werd ontdekt. Dit is één van de meest spectaculaire archeologische ontdekkingen van de laatste eeuwen. De duizenden kleisoldaten zijn elk ongeveer twee meter groot en zijn allemaal uniek. Elke soldaat bevat een plethora aan details waardoor ze stuk voor stuk een echt kunstwerk zijn. Door de Chinezen wordt dit het achtste nieuwe wereldwonder genoemd en ik denk dat ze gelijk hebben. Dat vinden de lokale Chinezen ook, want dit complex ontvangt jaarlijks zo'n elf miljoen bezoekers. Het lijkt erop dat die vandaag allemaal tegelijk naar dit kleileger zijn afgezakt, want jeetje mina wat is het druk op de site. Een oceaan aan mensen begroet me wanneer ik pit één binnenwandel. Dit is namelijk de populairste plek om het leger te zien aangezien het Terracottaleger hier in vooraanzicht kan bewonderd worden inclusief de legeraanvoerder. 

Een tienvoudige rij maakt het schier onmogelijk om hier door te dringen, maar gelukkig beschik ik over een camera met een goede zoomlens waar ik vanaf de zijkanten mee kan fotograferen. Maar ook hier is het druk, druk, druk. Chinezen zijn best brutaal wanneer ze in een rij staan en schuwen het betere elleboogwerk niet wanneer ze iemand kunnen voorbijsteken. Na een weekje in China heb ik deze edele kunst overgenomen waardoor ik me als een meester in het vak een weg kan banen door deze mensenmassa. Zodoende kan ik de beelden in pit één meer in detail bestuderen.  

Deze hal bevat de meeste soldaten die intact zijn en dat wil je als bezoeker toch echt niet missen. Pits twee en drie spreken minder tot de verbeelding en moeten het vooral hebben van hun opstelling. Pit twee bevat soldaten in een cavalerie, boogschutters en officieren terwijl pit drie het kleinst is en enkel hoge officieren tentoonstelt. Er is ook een relatief nieuw museum dat vitrinekasten bevat met daarin enkele beelden zodat je deze figuren uit terracotta van dichtbij kan bewonderen. Er is ook een tijdlijn die meer informatie bevat over de geschiedenis van keizer Qin Shi Huang die China als eerste verenigde. Toch zijn er zoveel mensen dat het onbegonnen werk is om alles te lezen. Men moet toch echt eens overwegen om met een gelimiteerd aantal bezoekers te werken voor het Terracottaleger, want dit bezoek wordt helaas toch overschaduwd door het (te) grote aantal bezoekers.

's Middags wacht de tweede tourist trap op evenveel dagen op me wanneer ik word uitgenodigd voor een theeceremonie. Eigenlijk wil ik gewoon naar Xi'an, maar het middagmaal vindt plaats nabij het Terracottaleger. Of ik enkele veel te dure theezakjes wil kopen? Mijn gelaatsuitdrukking zegt in alle talen inclusief het Chinees nee. Wat het hoogtepunt van mijn trip door China moest worden, krijgt zo wel een zure nasmaak. Dit had veel beter gekund! In de avond staat er nog een excursie gepland bij de Wilde Ganspagode en een lichtshow, maar ik krijg zo'n grote degout van de twee tourist traps dat ik deze excursie aan mij laat voorbijgaan.   

De namiddag is vrij en ik besluit om te wandelen over de stadsmuren van Xi'an. Er zijn ook enkele krakkemikkige fietsjes beschikbaar, maar ik kan wel een goede wandeling gebruiken. Om inspiratie op te doen, moet ik het alvast niet doen, want op één kilometer heb ik zowat alles gezien: wachttorens, hoekforten een grote toegangspoort en een barbakan ter verdediging. De overige dertien kilometer is dus meer van hetzelfde, maar dat hoeft geen probleem te zijn. De skyline van Xi'an levert bij momenten mooie beelden op en ook de ondergaande zon doet dat in overvloed. En een beetje beweging kan geen kwaad aangezien er morgen en overmorgen een lange treinrit overleefd moet worden.     

Zaterdag 20 september en zondag 21 september
Eén van de meest indrukwekkende treinritten die je kan maken is het traject met de Hemeltrein tussen Xi'an en Lhasa. Deze treinrit kan enkel met superlatieven toebedicht worden en brengt je als reiziger in 31 uur naar de Tibetaanse hoogvlakte. Dit is de hoogste treinroute ter wereld en gaat zelfs over een pas van meer dan vijfduizend meter hoog. Hoewel ik niet onmiddellijk uitkijk naar deze treinrit, verheug ik me stiekem toch wel op het spectaculaire landschap. De dag begint echter alles behalve super wanneer ik verneem dat medereizigster Marie-José in allerijl is afgevoerd naar een ziekenhuis in Xi'an. Ze voelde zich niet goed en werd plots half blind aan de ogen. In eerste instantie vermoedt men glaucoom omdat ze ook last heeft van een hoge bloeddruk. De show must go on voor de overige reizigers, maar dit voelt voor iedereen wel erg ongemakkelijk aan.   

Op de trein word ik in een soft sleeper - een coupé met vier bedden - ingedeeld met drie andere Chinezen. In het Chinees krijg ik de vragen "Waar ga je naartoe" en "Van waar kom je". Ziehier mijn volledige conversatie met mijn Chinese coupégenoten gedurende 31 uur. Ik dood de tijd door te lezen in mijn e-reader waar ik uitgebreid over Tibet lees. Af en toe kijk ik ook eens naar buiten, maar het echt spectaculaire landschap onttrekt zich pas 's avonds aan mijn ogen. Wat ik wel zie: honderden leegstaande torenflats in de miljoenenstad Lhanzou, een overblijfsel van de Chinese vastgoedbubbel die in recente jaren is gebarsten. In Xining moeten we overstappen naar een andere trein die uitgerust is met drukcabines zodat er extra zuurstof in de coupés wordt gepompt wanneer de trein zich op grote hoogte begeeft. Wanneer het spectaculaire berglandschap zich aankondigt, is het dus al donker en moet ik dus nog een dagje wachten om dit met mijn eigen ogen te bewonderen. 

Het slapen verloopt wat minder vlot dan bij de nachtrit naar Xi'an, maar het is gelukkig niet zo erg zoals bij de Trans-Siberië Express waar ik 's nachts geen oog dichtdeed. De volgende ochtend word ik wakker in het desolate maanlandschap van Tibet waar de levensvisie van yaks erin bestaat om het weinige groen toch nog te verorberen. Het landschap doet me denken aan de Peruviaanse en Boliviaanse Altiplano waar een leeg aandoende omgeving plots wordt opgefleurd door een prachtig blauw meer. En warempel, ook op deze treinroute is dat het geval. Een mooi helderblauw meer houdt me gedurende een tiental minuten gezelschap om daarna achter de horizon te verdwijnen. In de restauratiewagen eet ik een karig ontbijt en verder houd ik me opnieuw bezig met mijn twee favoriete treinactiviteiten: lezen op mijn e-reader en uit het raam kijken. Om drie uur in de namiddag komen we eindelijk in Lhasa aan en dat vind ik zo wel goed. De treinrit is me beter bevallen dan ik had verwacht, maar het had echt geen uur langer moeten duren.  

dinsdag 26 augustus 2025

Ik wil wandelen, maar heb geen inspiratie

Ik ga nu al meer dan zes jaar regelmatig wandelen en ik kan wel zeggen dat ik best een aardig portie wandelingen achter mijn kiezen heb. In het begin concentreerde ik me op de Ardennen, maar de verre verplaatsingen begonnen me toch wat te vervelen en de laatste twee à drie jaar zoek ik mijn wandelplezier dichter bij huis. Dat betekent dus dat ik honderden wandelingen heb afgelegd en dan wordt het zoeken naar nieuwe wandelingen een steeds grotere uitdaging. Waar ik vroeger al dagen op voorhand wist welke wandeling ik in het weekend ging doen, is dat tegenwoordig een queeste die soms langer kan duren dan de wandeling zelf. Toch zijn er een heleboel bronnen die me helpen bij het kiezen van een geschikte wandeling. Een kleine voorstelling van de digitale wandelencyclopedieën waar ik graag in grasduin. 

Originele wandelingen
Mijn meest geliefde website om een wandeling op te zoeken is zonder enige twijfel www.originelewandelingen.be. Deze site is een initiatief van Gert Sonck die er telkens in slaat om in Belgiës meest curieuze plaatsen schitterende wandelingen uit te dokteren. Het gaat dan langs gedegenereerde paadjes, haast onneembare hellingen en verlaten kastelen in een zee van groen. Je kan het zo gek niet bedenken of ik ben er wel geweest dankzij de vele wandelingen die je op deze site vindt. Met name de routes in Wallonië zijn stuk voor stuk pareltjes en bovendien worden de wandelingen ook ingedeeld volgens moeilijkheidsgraad. Het nadeel is dat ik de meest interessante wandelingen al heb gedaan, maar sporadisch wordt de site geüpdatet met nieuwe wandelingen en dat is het signaal om mijn wandelschoenen opnieuw aan te trekken. 

Wandelgids Zuid-Limburg
Een andere bron die ik regelmatig raadpleeg, is https://wandelgidszuidlimburg.com/ die vooral gericht is op de noorderburen. Zuid-Limburg slaat namelijk terug op Nederlands Limburg rondom de streek van Valkenswaard. Deze site biedt een schat aan informatie met letterlijk duizenden wandelingen waarvan ook een verrassend groot deel zich op Belgisch grondgebied bevindt. Het gaat dan wel om routes die zich niet zo ver van de Belgisch-Nederlandse grens bevinden, maar er zijn honderden wandelingen te vinden voor de provincies Antwerpen, Limburg, Luik en zelfs Luxemburg. Deze wandelingen zijn iets minder spectaculair en ongerept dan Originele Wandelingen, maar nog altijd erg mooi ontworpen. Ze zijn dikwijls ook wat korter: twintig kilometer is echt wel de maximumlengte van een wandeling op deze site. Dus ook hier kan ik enkel met lof spreken over deze website. 

Trekkings
De website www.trekkings.be zit net even iets anders in elkaar dan de twee vorige sites. Zoals de naam doet vermoeden, is deze website gericht op trekkings en het biedt een vrij compleet overzicht van langeafstandswandelingen die beschikbaar zijn in België (en de buurlanden). Het gaat hier dus eerder om lijnwandelingen dan luswandelingen en de website is eerder een verslag over deze trekkings en praktische informatie is dus van secondair belang. Zo vind je op deze website geen GPX'en die je kan downloaden om die op te laden in een wandelapp. Dat is overigens geen groot probleem, want er zijn genoeg andere bronnen waar je deze routes wél kan terugvinden. De meerwaarde van deze website zijn toch wel de diepgaande verslagen van onbekendere langeafstandswandelingen die de wandelaar uitnodigt om in deze vergeten hoekjes van België te gaan wandelen. 

Routeyou
Het Belgisch antwoord op wandelapps zoals Wikiloc en Komoot is https://www.routeyou.com/nl-be waar het community-aspect erg belangrijk is. Met andere woorden: gebruikers worden aangemoedigd om zoveel mogelijk hun wandelingen te registreren op de app en te documenteren. Vervolgens krijgt elk lid een wekelijkse set van aanbevolen wandelingen. Bovendien zijn er tienduizenden Belgische gebruikers waardoor de database van Belgische wandelingen het grootste is van alle wandelapps. Eén blik op de kaart en je krijgt ontelbare wandelingen voorgeschoteld. Het minder leuke nieuws is dat men sinds 2025 is overgegaan om van Routeyou een betalende website te maken als je een GPX wil downloaden. Als je veel in België wandelt, is de kleine prijs die je hier voor betaalt wat mij betreft waard. 

Wikiloc
De wandelapp waar ik zelf al jarenlang bij zweer is Wikiloc. Het is goedkoop, gemakkelijk en doet wat het moet doen. Meer moet dat niet zijn. Vorig jaar is de prijs echter plots verdubbeld tot twintig euro waardoor het al wat minder interessant wordt. Toch vind ik dit de app met het beste aanbod van wandelingen wereldwijd. Routeyou beschikt over een groter aanbod van wandelingen in België, maar wereldwijd is Wikiloc toch echt wel een stuk groter. Bovendien is het zoeken naar geschikte wandelingen kinderspel met de intuïtieve zoekfunctie en kaart. Het is wel jammer dat Wikiloc geen aanbevelingen doet van wandelingen zoals Routeyou dat wel doet, tenzij het gesponsord is. Dat vergt een beetje meer zoekwerk van de gebruiker, maar die krijgt daar een veelvoud van wandelingen aan terug. 

Komoot
Een app die ik de laatste drie jaar vaker gebruik om te wandelen, is Komoot. De functie voor het zoeken naar wandelingen is vorig jaar volledig vernieuwd, maar haalt nog niet het niveau van de zoekfunctie van Wikiloc en Routeyou. Nu is het wel mogelijk om op plaats te zoeken, maar de zoekfunctie heeft over het algemeen te weinig vrijheid om volledig je eigen zin te doen. Wat Komoot wel onderscheidt van de rest zijn de specifieke wandelkaarten. Op kaarten staan wandelwegen zoals bijvoorbeeld GR-routes aangeduid en dat maakt het wel erg gemakkelijk om op je telefoon je eigen route samen te stellen. Zo stel ik op minder dan twee minuten een volwaardige wandeling samen van vijftien kilometer. Behoorlijk efficiënt dus! Dus niet de beste app om wandelingen terug te vinden, maar wel verreweg de beste app om je eigen route samen te stellen. 

Groute Routepaden
Deze website lijkt verdacht hard op de site van Routeyou, dus ik vermoed dat beide websites wel eens van dezelfde ouders komen. Het GR-netwerk is een Europees initiatief om langeafstandswandelingen te promoten. Deze grandes randonnées zijn voor Vlaanderen vernederlandst tot Grote Routepaden en hier vind je dus alle informatie over de GR-routes die door België lopen. Dit is een beetje de antipode van de website trekkings.be dat een diepgaand verslag aanbiedt, maar hier kan je geen GPX downloaden. Bij https://www.groteroutepaden.be/ is dit het omgekeerde: je vindt er de GPX'en, maar verwacht geen uitgebreid wandelverslag. Ook voor dagwandelingen kan je hier terecht. Je vindt hier enkele tientallen dagwandelingen in lusvorm over heel België. Dit is niet mijn eerste bron waar ik op zoek ga naar wandelingen, maar wel een nuttige toevoeging als de mosterdpot met inspiratie bijna leeg is. 

Wandelzoekpagina
Ook bij de bovenburen is het mooi wandelen en dé website om een wandeling te kiezen is het heel erg complete https://www.wandelzoekpagina.nl/ dat over meer dan vijfduizend routes beschikt. Deze wandelingen variëren in lengte en moeilijkheid en zijn toch wel meer gericht op de gelegenheidswandelaar dan de backpacker die wil verdwalen in de natuur. Dat neemt niet weg dat op de site mooie wandelroutes te vinden zijn, maar toch wat minder lang en uitdagend dan de andere websites die ik tot dusver heb vernoemd. Helaas is ook deze website betalend terwijl die tot 2019 gratis was. Dus deze website draagt niet onmiddellijk mijn seal of approval, maar kan desondanks interessant zijn als je veel gaat wandelen in Nederland. 
 
Naturwanderpark Delux
Enkele van de mooiste wandelingen net over de grens bij het Groot-Hertogdom Luxemburg of Duitsland vind je op deze site. Dit is een samenwerking tussen Duitse en Luxemburgse instanties om wandelingen in deze grensregio aan te bieden. Op https://www.naturwanderpark.eu/nl/wandelpaden vind je korte, gemakkelijke wandelingen, maar het merendeel van deze wandelingen in de Eifel zijn toch wel voor de meer geoefende stapper die er niet voor terugdeinst om enkele honderden hoogtemeters te overwinnen langs heuvels in zandsteen of wandelpaadjes die steil naar beneden gaan in een overwoekerd landschap. Voor de meeste Vlamingen zijn deze wandelingen niet om de hoek, maar ze zijn een daguitstap - of een wandelweekend - zeker waard. 

Extra Trail
Misschien is dit een beetje valsspelen, maar een website waar ik sinds vorig jaar ook erg enthousiast over ben is https://www.extratrail.com/nl. Deze website richt zich in de eerste plaats op trailrunners, maar deze routes kunnen ook perfect al wandelend afgelegd worden. Gelukkig maar, want de routes die ik al heb gedaan van deze site zijn stuk voor stuk pareltjes. Vooral de routes van veertig kilometer zijn met veel liefde voor de natuur ontworpen en brachten me langs de mooiste stukjes natuur in België. Aangezien deze routes bedoeld zijn voor trailrunners zitten er dus best wel veel hoogtemeters in en kunnen deze routes behoorlijk lang worden. Een deftige conditie is dus wel aanbevolen wil je je aan zo'n route wagen, maar je krijgt er dan ook veel natuurpracht voor terug. Voor wandelaars die hun eigen grenzen willen aftasten, zijn deze routes grote aanraders. Gelegenheidswandelaars doen best ergens anders inspiratie op. 

Blogs en persoonlijke initiatieven
Naast deze websites bestaan er ook een heleboel persoonlijke websites en blogs waar ik wel al eens durf op te kijken. Een kleine greep uit het aanbod: https://www.ultimatehiking.be/ is toch wel een persoonlijke favoriet omdat Michel - de eigenaar van de website - zich richt op wandelingen door minder bekende gebieden en ook de onbetreden paden verkiest boven brede wandeldreven. Bart Caers heeft op zijn site inmiddels een groot aanbod van wandelingen en trektochten gemaakt die zowel beschrijvend als praktisch zijn. Bart gaat ook regelmatig naar het buitenland waardoor je op deze blog ook veel leest over buitenlandse wandelingen en trekkings. Voor de avonturiers onder ons is er https://debbiestochten.com/ waar deze pittige dame haar belevenissen beschrijft over niet alledaagse trektochten. Debbie Sanders is namelijk ook actief als mountain leader en beschikt over veel ervaring in meer technische activiteiten zoals via ferrata's. De website https://www.hikingdb.com/ is sinds 2022 niet meer geüpdatet, maar beschikt nog altijd over een vrij complete database waar meer dan 250 wandelingen zijn vermeld. Hier staan zowel wandelingen bij voor gelegenheidswandelaars als wandelingen die wat meer venijn kennen, maar het blijft allemaal nog binnen de perken. De website https://opwandel.be/ van Dorien Draps is wat meer geënt op lifestyle en fungeert minder als wandelencyclopedie. Niettemin biedt de site een boel informatie met een podcastserie over wandelen en enkele wandeltochten. 

Toerismesites, provincies, nationale parken
Ik ga zelfs geen poging ondernemen om een exhaustief lijstje te maken van deze websites. Provincies zoals West-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, Limburg, etc bieden heel veel wandelinfo. Meestal zijn dit wel wandelingen die als insteek hebben dat het voor iedereen is bedoeld, dus vaak wandelingen die maximaal vijftien kilometers lang zijn, langs horeca gaan en zware hindernissen zoveel mogelijk proberen te vermijden. Hetzelfde geldt voor toerismesites voor regio's zoals de Kempen die families met kinderen of senioren als doelpubliek hebben. Dat is niet meewarig bedoeld, want deze websites herbergen een scheepslading met informatie, maar hebben dus niet de avontuurlijk aangelegde wandelaars als beoogd doelpubliek. Sinds kort beschikt België ook over nieuwe nationale parken en ook op deze sites vind je veel wandelplezier terug. Deze wandelingen zijn dikwijls wat langer en daarom meer geschikt voor wandelaars die graag kilometers malen (en minder geschikt zijn voor gezinnen). 

Andere platforms
Daarnaast zijn er ook andere platforms waar je terecht kan. Op sociale media zoals Facebook vind je een heleboel wandelgroepen waar je inspiratie op kan doen. Het nadeel van deze groepen is echter dat het meestal beschrijvingen zijn van een wandeling en je geen GPX kan downloaden. Ook het zoeken met bepaalde criteria werkt hier allesbehalve gebruiksvriendelijk. Meer gebruiksvriendelijk zijn de AI-platformen zoals ChatGPT die steeds beter worden in het opzoeken van informatie. Ook hier geldt toch een waarschuwing dat een chatbot eerder geschikt is om te verwijzen naar een bestaande route. De gave van een chatbot om zelf een route samen te stellen is momenteel vaak niet goed genoeg. 

Conclusie
Zoals je hier kan lezen, zijn er dus best wel veel websites om wandelingen op te zoeken. Want naast dit lijstje bestaan er honderden andere sites die ik nog niet heb vernoemd. Dus als je net zoals mij op zoek bent naar wandelingen en veel van deze websites raadpleegt, ben je wel een tijdje bezig. Daarom is het naast zoeken op websites misschien ook wel handig om te werken met een bepaalde strategie zoals thema's, regio's, bepaalde auteurs of andere factoren. Maar dat is misschien toekomstmuziek voor een latere blogpost :-)  

Zelf beperk ik me meestal tot de wandelapps Wikiloc en Komoot. Wikiloc omdat ik hier ontzettend veel wandelingen kan terugvinden op een intuïtieve manier, terwijl ik bij Komoot op een paar minuten mijn eigen wandeling uitstippel waarvan de kwaliteit tot dusver (erg) goed is gebleken. Dus misschien is het antwoord op mijn probleem niet méér zoeken, maar zelf ontwerpen. Want een betere wandelwereld begint bij mezelf!

zondag 13 april 2025

Boekenrecensie De Heilige Rita door Tommy Wieringa

Enkele maanden geleden heb ik genoten van het literair genot dat ontsproot uit de pen van auteur Tommy Wieringa in de vorm van de opgroeiroman Joe Speedboot. Dat smaakte dus naar meer en meer is er ook met De Heilige Rita. Dit boek wordt samen met de eerstgenoemde titel tot Wieringa's sterkste werk gerekend. En zoiets schept uiteraard verwachtingen.

Er zitten twaalf jaren tussen het schrijven van Joe Speedboot en De Heilige Rita, maar het lijkt erop dat Wieringa in dezelfde pot met mosterd heeft getast om inspiratie op te doen. De locatie van een oost-Nederlands dorp nabij de grens met Duitsland is hetzelfde, opnieuw is de protagonist iemand die zich in het kleinburgerlijke milieu van de lokale dorpsgemeenschap bevindt, neemt seksualiteit een belangrijke plaats in de plot en zijn er nog een aantal andere thema's die door deze twee boeken gedeeld worden. De Heilige Rita omschrijven als een déjà-vugevoel is zwaar overdreven, maar bij het lezen van dit boek kan ik enkele aha-erlebnissen niet onderdrukken. Hoewel enkele thema's worden gedeeld, is dit toch wel een totaal ander verhaal in vergelijking met Joe Speedboot. 

Het boek start bij de negenjarige Paul die opgroeit in een plattelandsdorp en een Russische vluchteling die het juk van het repressieve Sovietbeleid wil afwerpen, belandt met veel moeite totaal onbedoeld in het onooglijk Nederlands dorpje Mariënveen. Deze Rus wordt opgevangen bij het gezin van Paul en later leert de lezer dat de moeder meer dan buitengewone aandacht vertoont voor deze Russische ontsnappingsartiest en ze gaan er samen vandoor. Zo groeit Paul alleen op samen met zijn vader en als 49-jarige man leeft hij nog steeds bij zijn vader in het ouderlijk huis. Als beroep verkoopt hij militaire curiosa - om niet te zeggen rommel - uit de Tweede Wereldoorlog, terwijl de ietwat teruggetrokken Hedwiges zijn beste vriend is. Samen gaan ze jaarlijks op vakantie en bezoekt Paul een club om zijn seksuele lusten te botvieren of drinkt hij een biertje in de lokale kroeg. Paul's leven bulkt niet meteen van de spanning en dat is iets wat ook doorgetrokken kan worden naar het boek zelf. 

Eigenlijk is Paul's leven een goede metafoor voor De Heilige Rita, want eigenlijk gebeurt er niet zo veel in een boek dat bijna driehonderd pagina's telt. Wieringa is een meester in de beeldspraak en kan als geen ander een ontzettend goede sfeer scheppen. Als auteur vertelt hij ronduit over de krakkemikkige molenaarswoning die zijn beste tijd heeft gehad waarin Paul en zijn vader woont, weet hij te imponeren met details over een inboedelverkoop en creëert hij een spanning in alledaagse dingen die in principe best triviaal zijn. Met een geestdriftige pen slaagt Wieringa erin om zelfs de meest mondaine passages van een juiste spanningsboog te voorzien die de lezer uitnodigt om opnieuw een pagina om te draaien. 

Des te jammer is het dan om te constateren dat er eigenlijk niet zoveel gebeurt in het gehele boek waardoor die goed opgebouwde interesse langzaam wegvloeit omdat je als lezer maar zoveel proza kan verwerken zonder dat er iets wezenlijks gebeurt. Om een voorbeeld te geven: het begin van het boek pakt uit met tientallen pagina's over hoe het gezin de Russische vluchteling opvangt wat uiteindelijk leidt tot het vertrek van zijn moeder. Over de opbouw kan ik enkel vol lof zijn, maar het voelt toch wat langdradig aan. Misschien had het ook met de helft van het aantal pagina's verteld kunnen worden zonder dat er getornd wordt aan de essentie van het verhaal. De grootste manifestatie van dit fenomeen bevindt zich bij het einde van het boek waar Paul wacht op iets dat komen gaat, maar wat er eigenlijk nooit komt. En zo voel ik me ook bij het lezen van dit boek, zeker bij de laatste zeven à acht hoofdstukken. Wat mij betreft mag het toch allemaal wat korter en krachtiger. 

Het boekt voelt voor mij dus onvolledig aan, maar toch heb ik bij momenten genoten van De Heilige Rita en met name bij het midden van het boek. Dit is zonder enige twijfel het sterkste gedeelte van het boek. De eerste hoofdstukken gelden namelijk als een verlengde introductie en pas wanneer Paul wordt voorgesteld als 49 jarige man komt de plot helemaal los: we leren de personages kennen, hoe de relaties tussen deze personages zijn, wat Paul allemaal doet beroepshalve, waarom hij naar Duitsland reist, wie hij allemaal ontmoet en waarom er Chinezen naar zijn godvergeten dorpje afreizen. Het is in dit gedeelte van Wieringa's roman dat het verhaal een hogere versnelling inschakelt en worden er ook subplots geïntroduceerd.

De laatste honderd pagina's of zo handelen om twee grote thema's: een overval en later een moord. Al de rest van het verhaal wordt een halt toegeroepen omdat Wieringa als auteur zich concentreert op deze twee zaken en dat gaat dus helaas ten koste van de kwaliteit van het boek. Het wordt allemaal een beetje eentonig en langdradig. Ook subplots die geïntroduceerd zijn in het midden van het boek kennen geen einde. Wachten op iets wat niet gaat komen, dus. De twee thema's van de overval en moord zijn ongetwijfeld goed verteld, maar het overschaduwt al de rest qua prioriteit in het verhaal en er wordt toch heel erg - naar mijn mening te - uitgebreid over verteld waardoor het me niet altijd kan blijven boeien.       

Bij het lezen van De Heilige Rita hink ik dus op twee gedachten: het literair niveau van deze roman staat op een hoog niveau en dat maakt dat dit een boek is dat ik met plezier lees. Anderzijds stoor ik me toch wel aan de eentonigheid van het boek dat bij het einde van deze roman opduikt. Dan moest ik me dwingen om een pagina om te slaan, maar uiteindelijk is dat geen probleem door de taalvirtuositeit die Wieringa aan de dag legt. Maar als een boek het meer moet hebben van deze kwaliteit dan wat er gebeurt in het verhaal, mis ik toch wat in mijn leeservaring. Ik wacht dus met andere woorden op iets wat niet komt.