dinsdag 29 oktober 2024

Reisverslag Australië deel drie: onderweg op de Great Ocean Road

Zondag 6 oktober
Op deze reis zijn er maar liefst vier binnenlandse vluchten en op dag negen staat al nummer twee van deze reeks binnenlandse vluchten gepland. Daarom geldt deze dag een beetje als een overgangsdag. De vlucht staat geprogrammeerd in de late ochtend zodat we kunnen genieten van een lange ochtend. In theorie toch, want in praktijk gaat in Australië op deze dag het winteruur over naar zomeruur waardoor we een uur verliezen en daar gaat dus het extra uur uitslaaptijd. Ik had echter niks gepland om in Hobart te bezoeken, dus neem ik dankbaar gebruik van de vrije ochtend om uitvoerig te ontbijten en om op het gemak mijn koffer in te pakken. 

De vlucht zelf verloopt vlekkeloos en om twee uur 's namiddags staan we terug op Australisch vasteland (bestaat zoiets trouwens?) in Melbourne en kunnen we de megahit Busje komt zo van Höllenboer uitgebreid oefenen. De bus laat namelijk op zich wachten, en wachten, en wachten. Na ruim een uur wachten, zien we eindelijk een bus komen en die brengt ons naar het hotel in het hartje van Melbourne. Dat betekent dat ik nog de avond vrij heb om de eerste hoofdstad van Australië onveilig te maken en dat doe ik met mijn fototoestel. Op Wikiloc heb ik een wandeling gevonden van ongeveer zeven kilometer die me langs de voornaamste trekpleisters van Melbourne brengt zoals Federation Square, Flinders Street Station, China Town en enkele fraaie winkelgalerijen. 

Wat me hier ook opvalt is dat - net zoals bij Sydney - de stad een potpourri van diverse stijlen kent, maar toch net wat minder erg dan bij de eeuwige concurrent. Ik vind het een tikkeltje minder chaotisch - om het woord wansmakelijk niet te gebruiken. Ook de hoogbouw in het centrum valt op door zijn moderne architectuur. Het fotografierondje wordt in de vroege avond afgerond op een vrij relaxte dag.   

Maandag 7 oktober
Met een volledig vrije dag in Sydney zijn de mogelijkheden legio, maar de meesten van het reisgezelschap opteren voor een fietstour door Melbourne. Om daar te geraken, moeten we eerst de tram nemen om naar een buitenwijk van Mebourne af te zakken waar een fietsenverhuur zich wel heel erg dicht bij een lawaaierig treinspoor bevindt. Binnen is het echter een stuk rustiger en het is ook de ideale schuilplaats om de regen te ontlopen. Wanneer iedereen op zijn stalen ros is gezadeld, kunnen we vertrekken, maar na een tweehonderd meter houden we al meteen halt. De Australische gids vertelt hier uitgebreid over hoe de Aboriginals in symbiose met de natuur leefden en dat dit vervolgens door de eerste Britse kolonisten vakkundig werd vernietigd. En met uitgebreid, bedoel ik eigenlijk te lang. Zijn uitleg over hoe de rivier Yarra en plaatselijke waterval een levensader was voor de Aboriginals duurt en blijft maar duren. Maar eerlijk: het is wel erg leerzaam en interessant. 

Zo kom ik te weten dat de Britten deze waterval hebben weggeruimd om hun schepen te verplaatsen op de Yarra, maar dit leidde wel tot bezoedeling van het zoute én zoete water waardoor al het leven in de rivier tot quasi nul werd herleid. Het is eveneens een spiegel voor wat er vandaag de dag gebeurt op het gebied van ecologie...   De fietstour gaat verder langs de The Shrine Of Remembrance, een gebouw ter ere van de gesneuvelde ANZAC-soldaten. Ook de botanische tuinen, een complex met diverse stadions - waar onder andere de Australian Open wordt gespeeld - passeren de revue. Na een kleine pauze trekken we de binnenstad in waar we een tijdje naast de Yarra rijden. Hier vallen vooral de pollen op, want de gehele rennersgilde is aan het niezen gegaan dat het een lieve lust is, inclusief mezelf. Als we terug rijden naar de fietsenverhuur staat er vijftien kilometer op de teller en zijn we bijna vier uur onderweg geweest. Van Melbourne ben ik eerlijk gezegd niet zo onder de indruk, maar van de vertelkwaliteiten van de gids des te meer. Dit was toch wel een geschiedenis met een zwart randje. 

In de namiddag besluit ik dat het tijd is om mijn gehalte cultuur te verhogen en dat doe ik samen met Anke, Roel, Kim en Robin. We gaan gezamenlijk naar het Melbourne Museum waar we al eerder passeerden met de fietstour. De meeste musea in Australië zijn gratis, maar de kapitalistische zwijnen van dit museum denken er anders over en we moeten vijftien dollar inkom betalen, overigens nog altijd een schappelijk tarief. Het museum is groot en bestaat uit diverse thema's: dinosaurussen, insecten, de geschiedenis van Melbourne en - mijn persoonlijke favoriet - hoe Aboriginals samenleefden met blanken. Het is dus een ratjetoe van diverse expo's en gaat dus over alles en niks. Het is een patroon dat ik bij toekomstige museumbezoeken in Australië ook vaststel. Ik vind het allemaal interessant, maar ik mis toch wel beetje een interactieve toets. Het wordt allemaal op een nogal droge manier gepresenteerd waardoor mijn interesse na twee uur toch wel een beetje wegebt. Een wel erg luide bel kondigt om kwart voor vijf aan dat het museum gaat sluiten en daar ben ik eerlijk gezegd niet rouwig om. Het geeuwen staat me namelijk meer nader dan eender welke andere gezichtsexpressie. Een interessante dag dus, maar Melbourne zal niet in mijn geschiedenisboeken komen als mooiste stad ooit. 

Dinsdag 8 oktober
Het echte reizen kan vanaf vandaag beginnen en dat doe ik met de Great Ocean Road. Dit is een kustweg die 243 kilometer lang is en in de jaren dertig van de vorige eeuw werd aangelegd door de veteranen van Wereldoorlog I als eerbetoon aan hun gesneuvelde kameraden. Deze kustweg heet één van de mooiste autowegen ter wereld te zijn en als je de spectaculaire stranden en kliffen naast deze weg ziet, weet je al snel waarom. Chapman's Peak Drive nabij Kaapstad vind ik een tikkeltje pittoresker, maar de Great Ocean Road is een mooie tweede. 

Af en toe houden we ook halt om een stop te doen. Het begin van de weg waarbij een ietwat kitscherige boog het begin van de Great Ocean Road aankondigt, is weinig spannend. Ook de volgende stop waarbij we een koffiepauze houden, weet de zintuigen weinig te prikkelen. Hier gaan we op zoek naar een koala, maar een zoekpoging van een dertigtal minuten levert geen resultaat op. De volgende stop is echter wel zinnenprikkelend. We stoppen namelijk bij de 12 Apostles, dit zijn reusachtige kalkstenen rotsformaties die uit de oceaan oprijzen. Door de wind gebeeldhouwd hebben deze torenrotsen een opmerkelijke stijl en in combinatie met de blauwe oceaan zorgt dit voor mooie fotomomenten. De naam heeft overigens niks te maken met het aantal rotsen, want dit zijn er slechts zeven nadat nummer acht in 2005 tegen de vlakte ging. 

De tweede stop moet niet onder doen qua natuurpracht, want ook Loch Ard Gorge is een fraai stukje natuurarchitectuur. Deze plaats is vernoemd naar het schip Loch Ard dat hier ten onder ging en waarvan slechts twee bemanningsleden het overleefden. Deze kleine baai is bijzonder omdat het omgeven is door hoge kliffen waar zich een kleine inham schuilhoudt dat leidt tot een zandstrand. De trappen naar dit zandstrand zijn rijp voor de sloophamer, maar ook zonder een strandwandeling kan ik de pracht van deze omgeving waarderen. De meest spectaculaire klif is toch wel The Razorback, een rechthoekige klif die zich diep in de oceaan heeft genesteld. Het is moeilijk te geloven dat deze stevige rotsblok ooit vele malen groter was, maar door miljoenen jaren erosie is het zandsteen weg espoeld waardoor enkel het huidige rotsmassief overblijft, en dat is nog steeds indrukwekkend. Als elke reisdag wordt opgeleukt met dergelijke uitstappen, ben ik een gelukkige reiziger!  

Woensdag 9 oktober
Hoewel deze dag in de reisomschrijving staat vermeld als een pendeldag kent deze dag een vrij actief karakter. Bij Tower Hill mogen de beenspieren al ingesmeerd worden voor een wandellus van 2,5 kilometer. Dit natuurreservaat wordt beheerd door Aboriginals en wordt gekenmerkt door twee kratermeren. Nog meer bijzonder dan het landschap zijn echter de dieren die we hier aantreffen. We zijn nauwelijks het bezoekerscentrum voorbij en we zien meteen waarom: een koala hangt vrolijk in het kruin van een boom. De dag kan al niet meer kapot! Bij de vroege ochtendwandeling krijgen we nog meer dieren te zien, waaronder kangoeroes en wallaby's. Je moet echter wel geluk hebben om voorop te lopen, want de schuwe beestjes verdwijnen met de noorderzon als een volledige horde toeristen hen op de hielen zit. 

Bij een kleinere wandeling gaan we langs een fabelachtig mooi moeras waar een plankenpad overloopt. Hier zien we minder wildlife, hoewel een slang - uiterst giftig uiteraard - wel van de partij is. Het mooiste moment van Tower Hill is voorbehouden voor het einde wanneer we een koala van de ene boom naar de andere zien rennen. Die andere boom is overigens een uitvergrote versie van een tandenstoker en dus niet de beste keuze om in te verblijven. Dat realiseert de drop bear ook en via een tak verplaatst hij zich naar een andere boom waar meer voedsel valt te rapen. 

Na een busrit van 2,5 uur is het tijd om een ander natuurreservaat te verkennen, The Grampians. Zo genoemd naar het gelijkaardige gebied in Schotland, maar de rotsen en zandstenen hier doen me toch weinig mijmeren aan de Schotse hooglanden. Ik denk dus dat de Britse kolonisten van destijds vooral over heel veel fantasie beschikten. Die fantasie wordt ook aangesproken om de naam te geven aan de plaatselijke kloof: Grand Canyon. Gedurende een kilometer wandel ik door een mooie kloof waar een pittoreske kreek naar beneden stroomt langs keien en rotsen in een prachtig decor, maar het enige waar deze canyon groots in is, is in haar schoonheid. Wanneer ik boven ben bij deze kleine kloof, trek ik er alleen op uit om me aan een klim te wagen van een dikke 250 meter. Na Mount Amos te hebben overwonnen, verwacht ik dit op automatische piloot te kunnen doen, maar dat is toch de waarheid geweld aan doen. 

Eerder onverwacht zitten er toch wat technischere secties bij de tocht naar boven en bovendien is het soms zoeken naar het juiste pad. Met behulp van Wikiloc - mijn vaste app om te wandelen - loop ik nooit ver verloren en zo haal ik toch vlot de top. Hier neem ik de obligate panoramafoto's en ik kijk verbaasd op als ik Vlaams hoor. Ik sla een klein babbeltje met mijn landgenoten en daarna rust ik bij een rots om me het laatste restje schaduw op deze plek toe te eigenen. In de brandende zon is dat namelijk een erg gewilde exclusiviteit! Samen met de rest van de groep begin ik ontspannen aan de afdaling en die verloopt toch wel wat vlotter dan de klim. Onderweg stop ik nog even bij een waterval en zijn er nog enkele grotten waarbij de echo zeker eens uitgetest moet worden. Dit is niet de mooiste wandeling van de reis, maar samen met Tower Hill levert het wel een fantastische ervaring op.    

maandag 28 oktober 2024

Reisverslag Australië deel twee: rotsen en stranden in Tasmanië

Donderdag 3 oktober
Dat deze trip een reis is en geen vakantie blijkt al gauw op deze dag. Op het onzalige uur van kwart voor vijf roept de wekker van mijn telefoon me uit het bed en mag ik ruim twee uur later het vliegtuig nemen naar Tasmanië. Reisbegeleider Maarten waarschuwt ons nog voor een secure security check, maar ook in Tasmanië schittert die in afwezigheid. Dat betekent dat we weinig tijd verliezen en onze buschauffeur Peter wacht ons met een stralende glimlach op. Om tien uur zitten we al in de bus voor een ritje naar Wineglass Bay in het Freycinet National Park. Deze schilderachtige baai kenmerkt zich door het parelwitte zand en heldere blauwe, water. Maar het kan altijd avontuurlijker! In de hand-outs die we op voorhand hebben gekregen wordt het nabije Mount Amos omschreven als een moeilijke wandeling, maar wel met het mooiste uitzicht over de baai. Deze woorden trekken onmiddellijk mijn aandacht en uiteraard moet ik deze wandeling doen. De andere reisgenoten zijn niet zo avontuurlijk aangelegd en ik moet het dus in mijn uppie doen. 

De wandeling begint vrij gemakkelijk met een aardenweg, maar na een halve kilometer verandert het pad in granieten rotsen. Eerst zijn dit rotsterrassen, maar gestaag wijzigt dit landschap naar een steenveld waar ik met handen en voeten omhoog moet klauteren. Bepaalde stukken zijn namelijk erg steil en ik help mezelf niet door af en toe een verkeerde richting in te slaan. Nochtans is de weg goed aangeduid met reflecterende pijltjes, maar in een reliëf dat ondergedompeld is met grote en kleine rotsen zijn de pijltjes soms goed verborgen als je per ongeluk afdwaalt. Wanneer ik voor 75% boven ben, tart ik mijn geluk. In een opengesteld terrein waait de wind wel erg hard en het steile graniet noopt me ertoe aan om met handen en voeten over deze rotsen te kruipen. Ik let echter niet goed op en in één vlotte beweging slaag ik er in om de bril van mijn neus te duwen door een struik die ik niet zie. Tak, tak, tak, plof! Dat zegt mijn bril nadat die van mijn snoet is verdwenen en ik besluit dat ik een duik naar de vergetelheid beneden niet onmiddellijk aan mij is besteed. Ik ga dus rustig verder, al doet de felle wind wel heel erg haar best om me van het tegendeel te overtuigen. 

De aanhouder wint en uiteindelijk beland ik - zonder bril dus - toch boven, al is het even zoeken naar de top. Het uitzicht is inderdaad prachtig: het helderblauwe water kan je op grotere hoogte toch meer appreciëren. Zeker als er zich op de achtergrond er een fraai gebergte in de wolken bevindt dat mooi contrasteert met het blauwe oppervlak van de baai. Maar als ik dit vergelijk met bijvoorbeeld het uitzicht van Roy's Peak in Nieuw-Zeeland weet ik dat het nog altijd beter kan. Maar de reis is belangrijker dan de bestemming en dat geldt voor deze wandeling eveneens. Na een pauze van ongeveer een kwartier vat ik de daling aan en die verloopt verbazend goed. Nu kan ik pas helemaal de curieuze vormen van de granieten rotsen waarderen, want daar zitten een paar hoogst opmerkelijke exemplaren bij. Bij de steile afdaling gebruik ik de granieten rotsen als glijbaan en dat gaat ten koste van mijn trekkingsbroek. Letterlijk, want ik word later geattendeerd op een enorme scheur ter hoogte van mijn achterwerk. Broek en bril moeten er dus aan geloven om al deze pracht te aanschouwen. Je moet er iets voor over hebben! 

Op de parking treffen we het allereerste Australische wildlife aan, een wallaby laat zich graag (?) fotograferen en trekt heel wat kijklustigen aan. Wanneer iedereen de obligate foto heeft kunnen nemen, is het tijd om naar Bicheno te rijden. Dit is een wat onooglijk plaatsje in Tasmanië waar ook een excursie vertrekt om Blauwe pinguïns te spotten. Ik heb deze beestjes echter al gezien in Nieuw-Zeeland en ik laat deze excursie dus aan mij voorbij gaan.    

Vrijdag 4 oktober
Het mag ook eens rustiger aan en vandaag is zo'n dag. Op een schappelijk uur van acht uur 's ochtends vertrekken we richting het fraaie Bay of Fires waar we anderhalf uur later arriveren. Het is niet zeker welk fenomeen de naam heeft gegeven aan deze baai, maar mogelijk zijn het de rotsen die bedekt zijn met rode korstmossen en daardoor - met wat verbeeldingskracht - over een vuurachtig uiterlijk beschikken. Deze fotogenieke baai moet door mij uiteraard op gevoelige plaat vastgelegd worden en dat doe ik zo uitgebreid dat de rest van het reisgezelschap al lang verder is gegaan. Wat verder bevindt er zich namelijk een groot zandstrand en op het einde van dit strand bevinden er zich fraaie rotsen die toch wat ontzagwekkender zijn dan de kleine rotsen die ik heb gefotografeerd. Dan moet er wel eerst twee kilometer zandstrand overwonnen worden en het mulle zand laat zich niet zo gemakkelijk bewandelen, merk ik. Maar om fraaie plaatjes te schieten, moet je toch wat over hebben!

Die fraaie foto's neem ik bij de wat grotere rotsen en ook de zee toont zich van zijn onrustigste kant. Voeg er nog een dramatische lucht aan toe en het fotoboek kan later weer verblijd worden met enkele mooie dramatisch uitziende landschapsfoto's. De terugweg langs het zandstrand weet me toch niet zo te bekoren en ik zie dat er een alternatief pad is dat zich bevindt tussen de baai en lagune wat door een uiterst klein duinenlandschap loopt. Als enige weet ik dit pad te ontwaren en wat ben ik blij dat ik dit paadje heb gevonden. Het landschap is toch wel een stuk mooier dan het monotone zandstrand met lage vegetatie, een lagune die populair is bij watervogels en uiteraard de duinen zelf. Dat betekent dat ik wat extra meters moet malen om terug tot bij de bus te komen, maar dat doe ik met veel plezier! 

Om half twaalf al zitten we in het plaatsje Saint-Helens om de inwendige mens te verwennen en de dreigende lucht is overgegaan in regen. We hebben echter weinig last van de zachte regen, want de busrit terug naar Hobart duurt maar liefst vier uur en die brengen we dus droog door. We bevinden ons op de autoweg tussen Launceston en Hobart en hier ontvouwt er zich een staalkaart van het Tasmaanse landschap voor ons uit: wijngaarden, heuvels, groene velden, bossen, stranden en af en toe ook duinen. Eén ding heeft het veranderlijke landschap wel gemeen: het ziet er bijna altijd groen uit! In de vroege avond arriveren we in Hobart, maar de fut om Hobart nog te verkennen, zit er bij mij niet meer in. 

Zaterdag 5 oktober
In mijn vorige blogpost zei ik dat ik spijt had van een excursie en dat is bij deze dag dus een feit. De dag begint echter voortreffelijk met een boottochtje in een fraaie baai nabij Port Arthur. Boottochtje is misschien wat betuttelend voor een wilde cruise op zee langs hoge staafvormige kliffen, bultruggen, imponerende zeegrotten en een kolonie van Nieuw-Zeelandse Zeeberen (long nosed fur seals). Kers op de taart is toch wel wanneer ik op een onbewaakt moment een grote bultrug met zijn zij uit het water zie springen. Ik ben vijf jaar geleden in Antarctica geweest waar ik een heleboel van deze walvissen heb gezien, maar geen enkele keer heb ik ze zien breachen. In Australië kijk ik pardoes eens naar rechts en voilà: daar zie ik een walvis uit het water springen om met een enorme splash opnieuw in het sop te verdwijnen. Dat zijn toch onbetaalbare momenten die je als reiziger enorm koestert. 

Na het middageten volgt het tweede luik van deze excursie en ook het meest teleurstellende gedeelte van de dag en misschien wel de volledige reis: de Tasmanian Devil Unzoo. De opzet van dit dierenpark is nochtans nobel. Het wil namelijk komaf maken met de klassieke kooien van een dierentuin en de dieren in de eerste plaats vrij laten. Dat betekent dus grote, open vlaktes voor de diertjes. Of dat zou het in theorie moeten zijn. In praktijk huppelen de Tasmaanse Duivels die hier huizen nog altijd rond in kooien, al zijn de vertrekken van deze buideldieren wel een stuk groter dan in andere dierenparken. De handtamme wallaby's - die een grote, grote vlakte tot hun beschikking hebben - laten zich graag strelen en zijn absoluut niet bang van de bezoekers. Is dit wat men bedoelt met het principe van een unzoo? Ik heb er toch mijn twijfels bij... 

Ongeacht wat ik van de principes vind, stelt het park vooral teleur omdat er te weinig te zien en te beleven is. Er zijn een handvol dieren, maar toch een stuk minder dan wat er vrolijk op de reclamefolders wordt aangekondigd. Bovendien is het park vrij klein en heb ik het op een uurtje wel gezien. Dan ben ik toch jaloers op Robin die als enige van de reisgenoten naar de strafkolonie van Port Arthur is gegaan en daar een hele brok geschiedenis voor zijn kiezen heeft gekregen en eigenlijk tijd te kort kwam, terwijl ik me in de namiddag voornamelijk zat kapot te vervelen. Deze dag een teleurstelling noemen, gaat te ver omdat de boottocht echt wel leuk was, maar het moge duidelijk zijn dat het Unzoo-project veel te wensen overlaat.

zondag 27 oktober 2024

Reisverslag Australië deel één: natuur in Sydney

Zelfs toen ik jaren geleden nog geen affiniteit had met het maken van verre reizen, stond Australië geboekstaafd als één van mijn absolute droombestemmingen. De uitgestrektheid van het land, de afgelegen situering van de outback, het vreemde wereldje van flora en fauna dat je er vindt: er zijn 1001 redenen om van Australië te houden. Maar vreemd genoeg vervaagde die passie en maakte het plaats voor een andere gedachtegang: plaatsen zijn wel erg ver van elkaar gelegen, het grootste gedeelte van Australië bestaat uit woestijn en je moet toch wel erg veel tijd hebben om dit allemaal te bezoeken. 

Dit zorgde er dus voor dat Australië steeds verder weg zakte op mijn lijstje van te bezoeken landen, maar na mijn liefdesaffaire met Nieuw-Zeeland eerder dit jaar, werd Australië toch wel opnieuw een droombestemming. Een vrij complete route uitgestippeld door de Nederlandse reisorganisatie Sawadee bood een antwoord op mijn meeste bekommernissen en ik had dus geen excuses meer om niet te gaan. Dit is het relaas van een 29-dagende reis door het Rode Continent. 

Zaterdag 28 september en zondag 29 september
Opnieuw vlieg ik weer naar de andere kant van de wereld en dat betekent opnieuw een heleboel vlieguren, al valt het deze keer wat meer mee dan bij Nieuw-Zeeland. Een twintigtal uren in het vliegtuig is toch wel een stukje minder dan de vierentwintig bij Nieuw-Zeeland. De enige smet op het blazoen is de overstaptijd in Singapore waar er slechts één uur is voorzien om over te stappen op een toch wel grote luchthaven. De zenuwen staan helemaal gespannen wanneer blijkt dat het vliegtuig met een vertraging van één uur het luchtruim in gaat. Daar gaat de voorziene overstaptijd van één uur... Voor reisbegeleider Maarten is dit geen nieuw gegeven, want met vijftien jaar ervaring in de reissector en in een vorig leven nog actief als volleyballer, manager en militair weet hij wel wat er ons te wachten staat. In een aangemaakt WhatsAppgroepje heeft hij al enkele tips gegeven, mocht dit gebeuren. Waarschijnlijk staat er een persoon met een bordje naar welke gate je moet en zo geschiedt. In sneltreinvaart schiet ik naar de juiste gate en hier ontmoet ik de rest van de groep. 

Bij het inchecken heb ik namelijk rekening gehouden met dit doemscenario en heb ik een stoel gekozen die zich dichter bij de uitgang van het vliegtuig bevindt. Toch wel kostbare minuten die ik kan winnen, maar dat betekent wel dat ik niet gezellig bij de rest van deze negentienkoppige reisgroep zit. Achteraf blijkt het allemaal niet nodig te zijn, want ook de aansluitende vlucht heeft een vertraging van een half uur en iedereen lijkt gemakkelijk de juiste weg te vinden. Bij de tweede vlucht is de stress helemaal verdwenen, of toch niet helemaal. Ik weet bij mijn reis naar Nieuw-Zeeland van een tiental maanden geleden dat de security checks bijzonder streng zijn voor outdoorspullen en mijn wandelschoenen zijn toch niet honderd procent proper. Groot is mijn verbazing wanneer ik zonder boe of ba door de bio security check mag lopen. Bovendien is er dit maar één, terwijl dit bij Nieuw-Zeeland drie security scans waren. 

Op de tweede dag arriveren we 's avonds in Sydney en het blijkt dat het rond zes uur al donker is. Welkom bij onze tegenvoeters die nu dus naar de lente en zomer gaan! Het laatste wapenfeit van de dag is een gezellige kennismaking met de groep, maar vier personen geven verstek wegens een te intensieve dag. Bij de Australische pub maak ik ook meteen kennis met de Australische bierprijzen: tien Australische dollar voor een glaasje bier, of omgerekend zo'n zes euro. De alcoholische versnaperingen gaan dus eerder spaarzaam zijn de komende maand... Bij het pub food is dat zoals gebruikelijk niet het geval, want de bestelde gerechten zijn rijkelijk versierd met veel te grote hamburgers en frietjes. Een voorbode voor wat komen gaat!

Maandag 30 september
Op de eerste volledige dag in Sydney staat de ochtend in het teken van het vechten van een procedureslag. Maarten heeft namelijk een volledige waslijst van excursies beschikbaar en hij zou toch graag van iedereen zo snel mogelijk willen weten welke excursies ze wel of niet willen doen. Ook in Australië is het toeristisch seizoen volledig losgebarsten en dat betekent dat sommige excursies populair zijn en dan is het wel zo handig als je al een paar dagen op voorhand het exacte nummer van deelnemers kan doorgeven. Er is echter één technisch probleem: ik weet niet altijd wat een excursie inhoudt en met dit mankement word ik een paar dagen later met de neus op de feiten gedrukt. 

Na de administratieve rompslomp verzorgt Maarten een tour langs de grootste bezienswaardigheden in Sydney. Passeren onder andere de revue: Mrs Macquarie's Chair, Anzac Memorial, Hyde Park, Art Gallery of New South Wales, St Mary's Cathedral en uiteraard het Sydney Opera House. Een goed gevulde boterham waar vooral de - laat ik vriendelijk zijn - eclectische architectuurstijl in Sydneys centrum opvalt. Art deco wordt moeiteloos afgewisseld met Victoriaanse en Georgiaanse stijl terwijl ook moderne architectuur zijn plaatsje vindt in de skyline van Sydney. Dit culmineert uiteindelijk in een potpourri van diverse architectuurstijlen waar moeilijk een rode draad in te vinden is. De middagwandeling eindigt uiteindelijk bij The Rocks, het kloppend toeristisch hart van Sydney. 

De kleine wijzer heeft op de klok al de markering van twee uur overschreden wanneer ik 's namiddags er alleen op uittrek. Ik ga namelijk naar Bondi Beach waar ik de Coastal Walk tussen Bondi en Coogee wil doen. Deze staat ook op de planning voor morgen met de rest van de groep, maar de Australië-reisgids van ANWB beveelt deze route aan en ik ben er toch wel benieuwd naar. Een toch wat lange busrit brengt me naar Bondi Beach en ik ben lichtjes stomverbaasd wanneer ik uitstap. Dit is namelijk een... gewoon zandstrand. Wellicht beroemd in Australië, maar mij zegt het niet veel. De schoonheid van de route begint echter wat verder wanneer het rotsen, kliffen, uitzichtpunten, baaien, parkjes en uiteraard stranden aan de wandelaar presenteert. 

Over het algemeen is de route gemakkelijk begaanbaar met houten promenades, betonnen trappen en geplaveide paden. Toch vergt de route soms wat oplettendheid langs de rotsachtige secties en kan het aardig naar boven en beneden gaan. De meest bijzondere attractie van deze wandeling - als je dit zo al kan noemen - is het Waverley Cemetery dat wellicht op Australiës mooiste locatie ligt voor een begraafplaats. Australische notabelen zoals de poëet Henry Lawson hebben hier hun laatste rustplaats gevonden. Hier begeef ik me even tussen de graven, want een begraafplaats die verscholen ligt tussen kliffen, stranden en een houten promenade is best wel bijzonder te noemen. 

's Avonds flaneer ik door Sydney's China Town aangezien mijn hotel hier vlakbij ligt. Op zoek naar een kleine hap zijn er 1001 Aziatische restaurantjes om geen hongerdood te sterven, maar voor mij is een broodje bij de plaatselijke Subway ook al goed. Het commerciële karakter van deze buurt heeft weinig te maken met de authenticiteit van een China Town die je in San Francisco of New York aantreft, dus na mijn schranspartij heb ik nog weinig reden om hier te blijven.    

Dinsdag 1 oktober
Hoewel ik absoluut een stad kan waarderen, is mijn verlangen naar een portie natuur toch wat groter en deze lokroep brengt me naar Manly. Deze buurt van Sydney is beroemd omwille van Manly Beach waar zonnekloppers naarstig kunnen werken aan hun gebronsd lichaam, maar ik ben hier voor andere redenen. Ik heb namelijk een mountainbiketochtje in gedachten en een overleg met een medewerker van de fietsenverhuur inspireert me om een tochtje langs de Manly Dam te doen. Ik heb enkel ervaring met downhill mountainbiken, maar dat mag volgens de medewerker geen probleem zijn om deze tocht te doen. "Piece of cake!", hoor ik hem nog vrolijk roepen. Dat blijkt in realiteit toch wel wat anders te liggen, tenminste bij de intermediate moeilijkheidsgraad.  Mijn lijdensweg begint met een verkeerde afslag waardoor ik een ontzettend steile straat op moet. Ik weiger om van de trappers te gaan en nog geen vijfhonderd meter ver baad ik al in het zweet. Lekker begin dus. 

Na een tweetal kilometer kom ik bij het echte begin van het parcours aan en dat begint gemoedelijk met een brede aardenweg, af en toe bezaaid met uitstekende stenen. Dat transformeert langzaam tot grote stenen en niet veel later ware rotsen. Dit blijkt dus geen gewone steenslagweg te zijn... Het wordt zelfs zo erg dat ik op den duur meer naast mijn fiets stap dan dat ik op de mountainbike rij. In het midden van het parcours wijzigt de route naar een meer klassiek bospaadje maar ook hier heb ik behoorlijk wat moeilijkheden door de vele bochten en rotsachtige grond. Het beste is echter voor het laatste gehouden waar de afdaling echt wel gekkenwerk is. Over rotsterrassen dender ik naar beneden, maar ik doe dit heel voorzichtig. Wanneer ik zie dat tussen deze rotsen soms één meter hoogteverschil zit, houd ik het voor bekeken. Dit doe ik wel te voet en zelfs dan is dit niet ongevaarlijk. De bedenker van dit parcours loopt volgens mij toch met een doodswens rond. 

Het mountainbiketochtje van 2,5 uur is me toch net iets te intensief en een beetje rust heb ik wel verdiend. Bij Hugo's in Manly Wharf eet ik een hartelijke gnocchi met een mooi zicht op de baai en een zacht lentezonnetje van 22 graden. Wat kan het leven toch mooi zijn! Dat leven wordt deze dinsdagnamiddag nog een tikkeltje mooier wanneer ik op Wikiloc een wandeling vind van een tiental kilometer door het Sydney Harbour National Park. De wandeling start op een eerder ordinaire manier langs het strand, maar vloeit langzaam over in een wat ruigere route. Eerst ga ik langs bushvegetatie voorbij een uitkijkpunt en daarna mag ik de beenspieren aanspreken om via enkele twijfelachtige paadjes naar een rotswand te klimmen. 

Hier wordt het pas echt mooi met panoramische vergezichten over het Sydney Opera House en een ijzeren vlonderpad dat me langs een beeldig moerasgebied brengt dat één en al bush uitademt. Deze wandeling kent ook een culturele toets met enkele forten en een quarantainegebouw waar immigranten moesten verblijven wanneer ze voor de eerste keer in Australië kwamen. Als kers op de taart pakt de route uit met een verborgen zandstrand. Ik daal een bospad af en groot is mijn verbazing wanneer ik een klein zandstrand zie in een kleine inham. Dit zijn kleine momenten waar ik als natuurliefhebber blij van word. Via een parkje ga ik terug richting de ferry die me rond vijf uur 's avonds terugbrengt naar het andere deel van Sydney waar mijn hotel ligt.   

's Avonds brei ik hier een verlengstuk aan en maak ik een avondwandeling langs het voormalige havengebied van Sydney via de buurten Wynyard, Wharf en de iconische Sydney Harbour Bridge. Deze wijken kennen een commercieel karakter met veel restaurantjes, winkeltjes en ook kantoorgebouwen. Toch is het hier 's avonds aangenaam toeven dankzij een kronkelend pad dat langs de inham van de oceaan loopt. Bij de voetgangersingang van de Sydney Harbour Bridge is het even zoeken naar de juiste plaats, maar Google Maps brengt me naar de juiste inkomstrap. Deze iconische brug is eigenlijk een gewone brug, maar beschikt wel over een mooi uitzicht over Sydney, zeker 's avonds wanneer alles verlicht is in neonkleuren. Na deze toch wel stevige avonduitstap heb ik mijn portie Sydney wel gehad en is het tijd voor de natuur.    

Woensdag 2 oktober
Een bijna niet te missen excursie wanneer je in Sydney bent, zijn de Blue Mountains. Deze bergen bestaan uit eucalyptusbossen en bij warm weer scheiden deze eucalyptusbomen een blauwe gloed af die de naam aan deze bergen geven. Niet dat we hier iets van meekrijgen want bij het verlaten van het zonnige Sydney door een tunnel worden we getrakteerd op een stevige plensbui. De voorspellende gaven van Maarten blijken waardeloos te zijn, want volgens zijn weerbericht zou het zonnig moeten zijn. Het regent echter de volledige dag en voor heel wat van de reisgenoten is dit een domper op de feestvraagde. Zij hadden zich verheugd op het bekijken van de Three Sisters, een beroemd uitkijkpunt van de Blue Mountains. Het enige wat we te zien krijgen, is echter het grijs van de wolken en met een beetje fantasie kan je één van de drie rotsen zien. Ik hecht echter weinig waarde aan deze vergezichten en ik heb me ontzettend geamuseerd deze dag. 

Want door de regen krijgt de vijf kilometer durende wandeling een wat mysterieuze sfeer die mystiek aandoet. Het doet me denken aan wat het nevelwoud van Monteverde (Costa Rica) zou moeten zijn: kleine watervalletjes leveren schilderachtige foto's op, de regen sijpelt langzaam naar beneden langs de groene bladeren, een grijze nevel omhult ons in een groen decor en kleine plassen reflecteren de omgeving dankzij het spaarzame zonlicht. Extra bonus: door het regenachtige weer komen we geen andere wandelaars tegen waardoor de natuurbeleving helemaal op maximaal gedraaid kan worden. Door de regen is het wel wat gevaarlijker wandelen, met name de afdaling bij het begin langs gladde, metalen treden en rotspaden vereisen extra waakzaamheid. Maar daarna is het genieten met hoofdletter G. De Blue Mountains zijn een tijdelijk regenwoud en beschikken daarom over aardig wat flora en fauna die we rijkelijk te zien krijgen onderweg. Bij een mooie, hoge waterval gaan we terug omhoog en zien we pas hoe groot deze waterval echt is. In getrapte stappen denderen de waterstofdioxiden naar beneden. Bij de tocht naar boven gaat het wat trager - te traag naar mijn zin - en ik haal mijn zevenmijlslaarzen boven om sneller naar boven te gaan. 

Eindbestemming is Scenic World, een soort van ontvangstruimte, maar dat vergt toch wat extra zoekwerk. Eens ik het gevonden heb, blijkt dat het complex omheind is en je moet maar liefst zestig Australische dollar betalen om binnen te mogen, zelfs als je enkel een koffietje wil drinken! Ik ga op verkenning om te zien of ik op een andere manier kan binnenglippen, maar alles is omheind. Medewandelaars Robin en Karin hebben echter minder scrupules en samen met hen glip ik naar binnen wanneer een poortje onbewaakt is. Andere reisgenoten hebben minder geluk en betalen het volle pond wat - begrijpelijk - tot onvrede leidt bij hen. We hebben net de pech dat bij schoolvakanties je de inkom ook moet betalen. Dit akkefietje en het slechte weer zorgt ervoor dat de meerderheid van de groep deze dag maar matig ontvangt, maar wat mij betreft, is dit één van de absolute hoogtepunten van mijn reis in Australië. Maar zoals zo vaak: de wandeling mocht echt wel wat langer duren!

dinsdag 20 augustus 2024

Drie dagen in Trier en Heidelberg

Vijftien augustus viel dit jaar op een donderdag en dan is het gemakkelijk om één dag vrijaf te nemen op vrijdag om zo te kunnen genieten van een verlengd weekend. Boedapest staat dan bij mij op het programma, maar dat is buiten de waard gerekend van Ryanair die mijn terugvlucht zonder slag of stoot annuleert. Een geluk bij een ongeluk zo blijkt, want in Budapest is het maar liefst 36 graden. Het alternatief kleurt dan Duits: de steden Trier en Heidelberg bieden een goede mix van natuur en cultuur en bevinden zich op enkele uurtjes rijden van Brussel. Ook hier schijnt de zon fel, maar gelukkig wel met een lagere temperatuur.  

Even voorstellen
Augusta Treverorum luidt de oude naam van Trier en dat wijst erop dat deze stad erg oud is. In de tweede eeuw na Christus is Trier één van de grootste Romeinse steden ten noorden van de Alpen en een heleboel sites herinneren nog aan deze tijd. Zo zijn er verscheidene badhuizen, een amfitheater, een indrukwekkende Romeinse poort die bijna allemaal tweeduizend jaar oud zijn. Toch kan Trier bogen op andere blikvangers zoals de imposante Dom die majestueus boven de rest van het centrum uittorent of het grote Rheinisches Landesmuseum dat beschikt over een uitgebreide collectie in kunst, archeologie en oudheden. Bovendien bevindt Trier zich in een fraai dal van de Moezel en in het Eifelgebergte waar het eveneens heel erg fijn wandelen is. 

Heidelberg wordt door Duitsers wel eens de meest typische Duitse stad genoemd en als je zoveel schoonheid op één plek ziet, kan je dit als toerist enkel maar beamen. Heidelberg beschikt over dezelfde troeven als Trier, maar dan anders geproportioneerd. Deze universiteitsstad is gelegen aan de rivier Neckar en is ook omzoomd door heuvels. Het historisch centrum is zelfs nog indrukwekkender dan dat van Trier, maar wel een stuk recenter. Heidelberg beschikt over een bewogen geschiedenis uit de tijd van de Renaissance wanneer in deze stad de keurvorsten verblijven. De keurvorsten zijn de hoogwaardigheidsbekleders die de keizer van het Heilige Roomse Rijk voordragen. Een belangrijke functie dus, maar dat brengt ook heel wat ellende met zich mee. Zo werd Heidelberg in 1689 door de Fransen van de kaart geveegd en de meeste gebouwen dateren dus na deze datum. 

Het magnum opus van de stad is het plaatselijke kasteel, Schloss Heidelberg dat een symbiose is van een vernietigde burcht terwijl het middelste leefgedeelte wel gerenoveerd is. Vanaf het kasteel heb je een mooi overzicht van het historisch centrum en het is zelfs het meest bezochte kasteel van heel Duitsland. Bijna één miljoen mensen komen jaarlijks naar Heidelberg om het kasteel te bezoeken. En daar ben ik dus één van. 

Dag 1
Ik beschouw mezelf als een (beginnende) wandelencyclopedie omdat ik toch al best vaak heb gewandeld en ik ken wel veel wandelroutes in België en vlak erbuiten. Bij het bekijken van een toeristisch filmpje over Trier word ik er echter op geattendeerd dat mijn kennis niet exhaustief is. In het  top tien lijstje prijkt op nummer twee het Römerpfad. Dit is een wandeling die een aantal (voormalige) Romeinse sites bezoekt en dat in een heel mooi natuurjasje giet. Mijn planning voor de voormiddag is dus meteen gemaakt en het resultaat lees je op deze link. Ik ben dus erg enthousiast over deze wandeling en dus kan er nog wel een tweede bij. 

Die tweede wandeling brengt me naar het stadscentrum van Trier waar ik een stadswandeling doe door Duitslands oudste stad. Het relaas ervan lees je hier en ook dit is een schot in de roos. Op een viertal uur heb ik de meeste bezienswaardigheden van Trier bezocht, maar je kan dit gemakkelijk nog met een halve of zelfs hele dag verlengen door meer tijd te spenderen aan bijvoorbeeld het Rheinisches Landesmuseum of andere trekpleisters zoals kerken of kastelen. Voor mijn overnachting koos ik Nells Park Hotel dat - niet geheel verrassend - aan een groot park ligt. Dus een stukje rustiger dan het centrum van Trier en ook wel wat toegankelijker met de auto. Hier heb ik 's avonds nog rustig een boek gelezen op een bankje en dit was de ideale afsluiter voor een dagje slow travel. 

Dag 2
Bij mijn tweede dag moet ik eerst nog twee uur met de auto rijden om tot in Heidelberg te geraken. Op deze dag volg ik ongeveer eenzelfde recept als gisteren: eerst een natuurwandeling om 's middags de stad te verkennen. Nu zijn de ingrediënten wel iets anders gekruid, want de natuurwandeling wordt in twee delen gesplitst door de stadswandeling. Bij de stadswandeling volg ik deze keer geen vastgelegde route, maar heb ik een free walking tour geboekt via - what's in a name - Free Tour Frankfurt. Voor het zover is, waag ik me dus eerst aan het eerste deel van mijn natuurwandeling naar de Heiligenberg. De exploten hiervan lees je hier.   

Rond half drie begin ik aan de stadswandeling onder de auspiciën van de Iraanse Dina die op een geanimeerde manier vertelt over de stad en de belangrijkste bouwwerken laat zien. Meer info daarover vind je in dit verslag. Het laatste wapenfeit van de dag is de terugkeer naar de Zoo van Heidelberg waar ik mijn auto heb geparkeerd. Dit gebeurt via de pittoreske Philosophenweg waarover ik uitweid in mijn laatste wandelverslag van dit weekendje Duitsland.

Mijn hotel bevindt zich net zoals gisteren aan de rand van de stad, maar deze keer is dat midden in een residentiële zone. Ook op deze avond wil ik rustig een boek lezen op een bankje, maar dat blijkt niet zo eenvoudig te zijn. De parkjes doen het verkleinwoord alle eer aan en zijn nauwelijks een zakdoek groot. Toch vind ik nog een geschikt exemplaar om mijn queeste naar literatuur te verzilveren. Althans tot een uur of negen à half tien 's avonds wanneer het te donker wordt om nog iets te lezen. Dat is namelijk het signaal voor mij om terug te keren naar mijn hotel. 

Dag 3
Op de tweede dag heb ik eigenlijk al een groot deel van Heidelberg gezien en dus wordt het een beetje improviseren om de dag gevuld te krijgen. Gisteren heb ik Schloss Heidelberg niet bezocht en dus is het een logische keuze om deze burcht te bezoeken. Maar om dat te doen, moet ik dus eerst tot het historisch centrum van Heidelberg geraken. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want hoewel Heidelberg over een uitgebreid netwerk van openbaar vervoer beschikt, heb ik weinig geluk met mijn keuzes in het vervoer. Eerst slaag ik er namelijk in om tram 36 te verwarren met bus 36 die me terugbrengt waarvan ik kom. De aansluitende bus die ik wil nemen, vertrekt echter sneller dan voorzien waardoor ik nog eens twintig minuten moet wachten. En zo doe ik er een uur over om vijf kilometer te overbruggen. 

Voor ik het kasteel bezoek, breng ik eerst tijd door in het centrum. Eerst in de grote Heilige Geestkerk die me weinig zegt. Deze kerk is nu protestants, maar was vroeger zowel katholiek als protestants. Dat deze kerk wat soberder is dan andere (katholieke) kerken mag dus geen verrassing heten. Minder overdaad aan kerkkunst, maar daarom ook minder interessant. Ook een visite aan de Studentenkarzer mag niet ontbreken. Dit is een tijdelijke gevangenis voor universiteitsstudenten in den 19de en 20ste eeuw voor uit de hand gelopen kwajongensstreken. In het begin was dit effectief bedoeld als straf, maar later werd het voor veel studenten een uitdaging om enkele dagen in het cachot te zitten. Deze studentengevangenis miste dus zijn werking en werd in 1914 stopgezet. Wanneer ik mijn ticket koop, blijkt het te druk te zijn en moet ik nog twintig minuten wachten. Die wachttijd gebruik ik om snel een kijkje te nemen bij een katholieke kerk in de buurt die wel laat zien hoe je opulent moet zijn: wit marmer overal en beeldwerk à volonté. Zo moet je dat doen!

Exact twintig minuten later ben ik op de bovenverdieping van de Studentenkarzer en dat is leuk om te zien, maar ook wel snel bekeken. Voor de inkomprijs van zes euro zit er ook de toegang tot het plaatselijke museum erbij, maar daar is het zo warm dat ik na vijf minuten terug buiten ben. Vervolgens begeef ik me naar Schloss Heidelberg dat je met een treintje op de Korenmarkt kan bereiken, maar ik slaag er opnieuw in om dit te missen. Met de benenwagen ga ik dus omhoog waar ik het kasteel bezoek. Bij dit bezoek zijn het gebruik van treintje inbegrepen, alsook toegang tot 's werelds grootste wijnvat en het Apotheker Museum. Beide zijn goed voor een bezoekje van vijf minuten, maar ook niet meer dan dat. In het Apotheker Museum had ik gerust langer kunnen blijven, maar het is een beetje te. Te druk en te warm. 

Het alternatief is om met het treintje naar de top van Königstuhl te gaan, maar het treintje kan de massa toeristen niet meer aan. Een wachttijd van veertig minuten is voor mij genoeg reden om de terugweg naar het centrum in te zetten. Daar vervul ik de tweede van de zeven barmhartigheden door de dorstigen te laven en dat is dus van toepassing op mezelf. De rest heb ik al gezien, om binnen te lopen in een museum is het simpelweg te warm en dan kan ik niet veel anders doen. Na mijn twee wat meer inspannende dagen is een half dagje relaxen niet eens zo'n slecht idee!

Conclusie
Het leed van een gemiste citytrip naar Budapest is onmiddellijk vergeten bij mijn driedaags bezoekje aan Trier en Heidelberg. Beide regio's en steden doen me denken aan de Elzas en dat is een groot compliment. Het is er even gezellig en leuk als in deze sprookjesachtige Franse regio. Bovendien zijn beide steden ontsloten in een zee van groen waardoor ook natuurliefhebbers hun gading vinden bij deze steden. In Trier moet je wat verder weg om van de natuur genieten, terwijl je in Heidelberg de bossen vlak naast de stad aantreft. Heidelberg en met name het kasteel zijn erg populair en in deze drukke zomerperiode is het dan wel soms over de koppen lopen. Dat is eigenlijk het enige noemenswaardige nadeel dat ik kan toedichten aan deze twee verrassend mooie steden. 

woensdag 24 juli 2024

Reisverslag Noorwegen deel twee: trollen en watervallen

Maandag 8 juni
De (Noorse) weergoden waren ons nog niet goed gezind de eerste drie dagen en ook de vierde dag dreigt - letterlijk - in het water te vallen. Met bijzondere interesse lees ik elke dag de weersvoorspellingen voor de volgende dag en op de vierde dag wordt er weer een heleboel regen voorspeld. Dat zou bijzonder jammer zijn, want bij de zware wandeling naar Trolltunga zijn er amper of geen schuilmogelijkheden. De soep wordt echter nooit zo warm gegeten als ze wordt opgediend en verrassend genoeg blijft deze dag waterstofdioxidevrij. Dat is alvast één zorg minder, maar het blijft een zware dag. Dit mag je overigens letterlijk nemen, want met een tocht van 23 kilometer en ongeveer 1300 hoogtemeters over soms moeilijk begaanbare paadjes is dit toch een wandeling die respect afdwingt. 

Dat respect zit vooral in het beginstuk waar het behoorlijk steil omhoog gaat. De hellingsgraad is vergelijkbaar met de wandeling van gisteren naar de Kjaesenboerderij, maar dan een ietsie pietsie gemakkelijker. Het is geen via ferrata, maar losliggende rotsen en boomwortels maken het wandelleven er niet gemakkelijker op. Na één kilometer zijn er met de regelmaat van de klok touwen gespannen om de steile hellingsgraden te overwinnen en dat zijn toch wel dankbare hulpmiddelen. Bij deze zweettocht naar boven heb ik amper oog voor het mooie bosdecor, maar nochtans is dit misschien wel het mooiste gedeelte van de wandeling. Na twee uur klimwerk klok ik op vier kilometer af: dit is dus inderdaad de meest vermoeiende dag van deze reis!

Iemand maakt de onschuldige opmerking dat ie er z'n beste beentje voorzet en in een onnavolgbare sequentie van ronduit verknipte gedachtegangen zit ik vijf minuten later dit dansje uit te beelden samen met andere reisgenoten. Uiteraard op video vereeuwigd om dit aan het nageslacht te tonen. Hoe is het in hemelsnaam zo ver kunnen komen eigenlijk? Bij deze opmerking over het beste beentje, maakte iemand onmiddellijk de link naar dit liedje uit Jungle Book. Bijna iedereen kent het, behalve ik. Een geval van omgekeerd cultuurbarbarisme, vermoed ik. Dan is het idee om dit samen allemaal te doen zo gemaakt toch? Heb ik overigens gezegd dat het Chirogehalte op deze reis wel vrij hoog ligt? Bij deze dus.

Na vier kilometer heeft het boslandschap plaatsgemaakt voor een rotsachtige omgeving waarin vooral rotsterrassen de volgende kilometers domineren. Het tempo ligt me toch net iets te laag en daarom onderneem ik een ontsnappingspoging uit het wandelpeleton. Nathalie volgt mijn voorbeeld en samen navigeren we naar de beroemde uitstekende rots van Trolltunga, de tong van de trol. Hoewel de meeste hoogtemeters achter de rug liggen, begin ik steeds meer pijn aan mijn hielen te krijgen omdat mijn halfhoge Meindl-wandelschoenen te strak zijn aangespannen. Met een tirade van oes, auws en ahs hijs ik mezelf naar boven, maar ik vergeet gelukkig niet te genieten van de vergezichten onderweg. Die zijn namelijk adembenemend. 

Bij de rots van Trolltunga is het toeristisch druk, met veel mensen die foto's maken en soms lange wachtrijen. Nu valt dit gelukkig erg goed mee, al zijn er natuurlijk de obligate paradegangers die een halve musical opvoeren op deze rots, inclusief wapperende vlag. Dit moet vanzelfsprekend worden vastgelegd op gevoelige plaat om zo toch maar likes te scoren op Instagram en andere sociale platforms. Zelf doe ik het eerder sober met twee weinig geïnspireerde poses. Na de groepsfoto zet ik de terugweg in en op de tweede helft van deze wandeling neem ik uitgebreid de tijd om foto's te nemen. Het uitzicht op de fjord weet me te imponeren, maar met name het natuurschoon met haar rotsformaties, bergmeertjes, sneeuwvelden, watervalletjes en het bergplateau verhogen het zintuigelijke genot. 

Andere reisgenoten snellen me met een imposant marstempo razendsnel voorbij, maar soms vraag ik me dan luidop af of ze dan niet vergeten te genieten onderweg. Als je hier maar één keer komt, kan je er maar beter van genieten, vind ik. Dat genieten zit er bij het laatste gedeelte van de wandeling wel niet in, want de moeilijke stijging naar boven bij het begin van de wandeling transformeert tot een uitdagende, steile daling waar het paadje soms twijfelachtige kwaliteiten vertoont. Met een beduidend lager tempo en enkele bomen die ik onderweg knuffel - om mijn snelheid te breken - kom ik er na ruim acht uur wandelen zonder kleerscheuren van af. 

Dat kan niet van iedereen worden gezegd, want keukenprins Robin verstuikt onderweg zijn enkel, maar als geluk bij een ongeluk is hij wel omringd door een heel medisch team, inclusief kinesist. Dat gelukt ebt echter weg als - volgens Robin - blijkt dat er bij de geneeskundige en kinesitherapeutische studies niet wordt uitgelegd hoe je een windel om een enkel legt. Gelukkig is er nog een zes minuten durende tutorial op Youtube die uitlegt hoe je dat moet doen. Volgend jaar een verplicht onderdeel op elk medisch curriculum! De vaste kok van het reisgezelschap is dus gered en kan weer verder. 

Met een verbruik van ruim 3200 kilocalorieën sluit ik deze vermoeiende dag af en het is toch wel één de mooiere wandelingen die ik heb gedaan. Het parcours behoort niet tot de allermooiste wandelingen die ik ooit heb gedaan - daarvoor kent het toch wat te weinig variëteit - maar het iconische uitkijkpunt over de Trolltunga is toch wel een hele belevenis.         

Dinsdag 9 juni
Vandaag doen we het wat rustiger aan en bestaat het dagprogramma vooral uit sightseeing. Het toeristisch rondje begint bij de Skjervsfossen, een hoge waterval die na de prachtige Voringsfossen op de derde dag me toch wat minder weten te enthousiasmeren. Het ziet er zeker mooi uit, maar mist de dramatische kloof die de Voringsfossen zo indrukwekkend maakt. Een toch wel steil pad leidt ons naar de top van de waterval en van hieruit is deze waterval toch net dat stukje spectaculairder. De tweede waterval laat niet lang op zich wachten en bij de Stalheimsfossen lunchen we eveneens in de vroege namiddag. Andermaal een leuke waterval, maar het is toch wel duidelijk dat dit één van de mindere natuurmomenten is in Noorwegen. Na vijf dagen in Noorwegen ben ik al een beetje verwend door al dat natuurschoon. 

Als de dramatiek niet van de watervallen komt, dan moet het maar van het publiek komen, denkt Robin. Na de lunch stapt hij op het mos van een rots en dat blijkt verraderlijk glad te zijn. Bij een schuifpartij over het mos onderneemt hij een verdienstelijke poging om de stervende zwaan te spelen en als een volleerd steracteur torent hij van de rots. De valpartij loopt vrij goed af met slechts een paar schrammen en builen voor onze huiskok. Zijn been kwam echter vast te zitten tussen twee rotsen tijdens de val wat heel verkeerd had kunnen aflopen. Maar dat deed het dus niet, oef! Iedereen kan dus terug mee op pad en dat pad leidt ons naar één van de mooiste uitzichtpunten over de gehele reis. Een gehucht dat niet groter is dan een verzameling huizen zit geprangd tussen twee enorme bergflanken en is omzoomd in een zee van groen. Op de voorgrond bevindt er zich een kabbelend riviertje om het beeld honderd procent te doen kloppen. 

Over de Kongevegen, of Koningsweg in het Nederlands, gaat het richting Flam. Deze weg verbindt Oslo met Noorwegen en werd in 1793 boven de doopvont gehouden wanneer het veel oudere wegen vervangt die dateren uit de IJzertijd. Het weer zit voor een keertje mee en een stralende zon lacht ons tegemoet wanneer we in Flam aankomen. Deze plek is de toegangspoort tot enkele van de mooiste Noorse fjorden. Dat zullen we geweten hebben, want een gigantisch cruiseschip is hier eveneens aangemeerd. Met een rubberen bootje maken we hier een tocht van anderhalf uur door het prachtige Noorse fjordenlandschap. Een goedgemutste gids animeert deze tocht op voortreffelijke wijze en vooral de imposante fjorden kunnen niet anders dan als majestueus bestempeld worden. Steile kliffen worden zonder probleem afgewisseld met idyllische dorpjes. 

Ik ben danig onder de indruk van de Aurlandfjord, maar navraag bij de reisgenoten leert me dat ze niet zo overdonderd zijn als ik. Smaken verschillen zeker? Die verschillende smaken komen nog meer naar boven bij het allereerste restaurantbezoek van de reis. Een gezellig Noors restaurant serveert namelijk verschillende gerechten waarin vooral het vijfgangenmenu inclusief vijf biertjes indruk maakt. Kijk, dit overdondert wel iedereen. Na het verbranden van zoveel calorieën de afgelopen dagen mag er dus wel iets bijkomen en ik kies het vijfgangenmenu wat me goed bevalt, hoewel het qua hoeveelheid wel niet zo heel erg veel is. Zo eindigt de eerste helft van onze reis op een prachtige manier.

Woensdag 10 juli
In het water vallen. Het is een uitdrukking waar ik meermaals mee word geconfronteerd op deze reis, maar deze keer is het de dag zelf die in het water valt. Vandaag valt de regen met bakken uit de hemel en dit is ongetwijfeld de meest natte dag in Noorwegen. Gelukkig staat er geen lange wandeling op het programma, wel veel stops bij uitkijkplaatsen wanneer we een prachtige rondrit doen over één van de dertien Noorse scenic routes. Nou, het zal ongetwijfeld mooi zijn bij goed weer, maar nu hebben meeste vergezichten toch wel een troosteloos karakter. Nochtans begint de dag nog met redelijk weer wanneer we Undredal bezoeken. Dit plaatsje beschikt over meer geiten dan inwoners, want hier wordt namelijk geitenkaas gemaakt die uniek is in de wereld. Maar deze plek is echt beroemd vanwege Frozen. Het dorpje diende namelijk als de grootste, maar niet de enige, inspiratie voor Arendelle, de fictieve setting van Frozen. 

Een fotostop van 45 minuten is meer dan voldoende tijd om deze locatie te bezoeken. Bij de boottocht van gisteren zagen we Undredal ook en vooral de aanlegsteiger waar boten aanmeren, is een fotogeniek plaatsje. Zelfs met dreigende wolken en een grijze hemel levert dit mooie plaatjes op in het fotoboek. Ook de staafkerk van Undredal levert fraaie beelden op en is met een gezegende leeftijd van 877 jaar één van de oudste kerken in heel Noorwegen. De rest van het dorp is minder bijzonder, waardoor ik snel verder liep. Dit blijkt geen slechte beslissing, aangezien de regen steeds heviger wordt. 

Daarna is het tijd voor het uitkijkpunt van Stegastein waar zich ook één van de mooiste toiletten ter wereld bevindt. Of toch alleszins een toilet met één van de geweldigste uitzichten ter wereld. Jammer genoeg wilden beiden niet meewerken. Het (mannen)toilet was namelijk buiten dienst en een erg grijs wolkenpak met regen levert geen fraaie panorama's op. Dat is een constante voor de rest van de dag, want bij elke stop blijft het pijpenstelen regenen. Met wat geluk blijft het bij regen, bij tegenslag behoort een koude, felle wind ook nog tot het belevenissenpakket. We rijden richting Jotunheimen, zeg maar het Noorse hooggebergte, en dan kan de wind en bijhorende koude best wel fel zijn. Op 1500 meter hoogte rijden we eveneens over één van de hoogste bergpassen in Europa.  

Bij de zoveelste waterval is de animo om uit te stappen en me drijfnat te laten regenen niet erg hoog en blijf ik dus rustig zitten. Het is een voorbeeld dat door heel wat anderen wordt gevolgd. Dit zal ongetwijfeld een wonderschone rit zijn, maar met zoveel regen is er weinig plezier aan te beleven. Met een overzetboot steken we een fjord over en rijden we verder richting Jostedal waar een werkelijk fantastische villa onze accommodatie is voor de komende twee dagen. Dit is toch wel de minste dag van de gehele reis en dat heeft alles te maken met het weer. De prachtige uitkijkpunten worden nu omhuld door duistere wolken die een wat sombere sfeer oproepen.    

zondag 21 juli 2024

Reisverslag Noorwegen deel één: toch eerder nat dan wild

Traditiegetrouw doe ik elk jaar een trekking in Europa of daarbuiten, maar dit jaar viel mijn oog op een alternatief. De Wild Norway reis van de Herentalse reisorganisatie Beyond Borders biedt namelijk een smakelijke cocktail aan van rafting, mountainbiking, wandelen, kajakken en sightseeing. Dit veelzijdige programma spreekt me toch net wat meer aan dan enkel wandelen en bovendien gebeurt dit allemaal in de pracht van Noorse landschappen. Genoeg reden dus om me gedurende tien dagen te laten onderdompelen in de Noorse wildernis. 

Vrijdag 5 juli
De vlucht naar Oslo vertrekt deze ochtend vanaf Schiphol. Omdat ik gemakzuchtig ben, heb ik een kamer geboekt bij het nabijgelegen Citizen M-hotel. Zo kan ik me stressvrij door de luchthaven loodsen. Een klein uur voor vertrek zie ik de groep van Beyond Borders bij de gate wachten. Bij een vluchtige introductie probeer ik de namen van iedereen te onthouden, maar zoals gebruikelijk is dat een vruchteloze poging. Ach, ik heb tien dagen de tijd om de namen te leren, dus dat komt wel goed. Marius ontbreekt echter op dit appel en deze Twentesupporter die naar eigen zeggen de trotse bezitter is van een anaconda zien we na de vlucht op de luchthaven van Oslo. De vlucht verloopt vlot en in Oslo begroeten we Elisa en Arnoud, de twee reisbegeleiders van Beyond Borders. 

Twee minibusjes zijn onze mobiele thuis gedurende de reis en net na het middaguur wordt Oslo vaarwel gezegd om inkopen te doen in een supermarkt. Hier krijg ik meteen een indruk van de Noorse prijzen: ik betaal maar liefst 75 euro voor wat boodschappen. Welkom in Noorwegen! Daarna rijden we richting Dagali waar de eerste activiteit wacht, raften. Om vijf uur beginnen we eraan en maken we meteen ook kennis met het Noorse weer en lokale fauna. Bij de briefing worden de hemelsluizen geopend om grote hagelbollen op ons af te vuren en wat later worden we met huid en haar opgegeten door de aanwezige muggen wanneer we met de rafts naar de rivier stappen. Hoewel de rapids met klasse drie (plus) niet meteen tot de verbeelding spreken, zijn ze toch wel meer uitdagend dan normaal door de snelle stroming afkomstig van de vele regenval. 

Als de teams zijn gevormd, kan de pret beginnen en is het tijd voor anderhalf uur hard labeur. Ik zit links vooraan en vooraan is het extra hard peddelen! Arnoud zit aan de rechterkant en we slagen er verduiveld goed in om totaal asynchroon te peddelen. Aan de raftbegeleider van dienst ligt het niet. Dit is een ervaren instructeur die raftings begeleidt bij de Zambezi in Zimbabwe. Dat zegt misschien niet zoveel, maar raftingenthousiastelingen weten dat dit meest uitdagende rivier ter wereld is om op te raften. Dan is de Noorse variant toch net wat vriendelijker voor de armspieren. Toch zijn er wel een aantal stroomversnellingen waar het alle hens aan dek is om in de raft te blijven. 

Magnum opus is toch wel de laatste stroomversnelling en de instructeur vraagt of we willen bekijken hoe snel de laatste rapid is. In een creools dat een mengeling is van Antwerps en Kempisch zegt Arnoud dat dit niet nodig is. Een vijftal minuten later blijkt hoe fout die beslissing is: drie van de zes personen in de raft zijn eruit gekukeld. Op camerabeelden is echter te zien dat de stroomversnelling niet de schuldige is, maar wel een plotselinge golf die de raft 45 graden optilt. Ik ben zelf bij de slachtoffers en heel even denk ik dat mijn laatste uren zijn geteld wanneer ik tot drie maal toe op de raft bots wanneer ik boven het water wil komen. Uit de beelden blijkt het achteraf helemaal niet zo dramatisch te zijn, maar voor mij was het toch wel een intense belevenis. De Wild Norway reis blijkt op de eerste dag toch vooral Wet Norway te zijn voor mij.

Veel stof dus om na te bespreken en dit wordt gedaan bij een barbecue en hot tubs. Het is een goede manier om terug te ontspannen, want de zenuwen gieren nog door mijn lichaam. Dat is echter onmiddellijk vergeten wanneer de groep - die grotendeels bestaat uit jeugdige twintigers - een onvervalst staaltje van cultuurbarbarisme tentoonspreidt en onterecht beweert dat Vrolijke Vrienden wordt gezongen door Samson en Gert. Dat is toch echt wel Nonkel Bob, de alias van Bob Davidse. Tja, ik word dus oud...          

Zaterdag 6 juli
De mooiste dag van deze reis vind ik persoonlijk deze tweede dag waar we de Rallervegen onveilig maken op een downhill mountainbike. Deze kiezelweg werd rond 1900 aangelegd om de spoorweg van Oslo naar Bergen te bouwen. Deze weg fungeerde dan als aanvoerlijn om al het werkmateriaal aan- en weg te brengen. De spoorweg tussen Oslo en Bergen wordt één van de mooiste spoorwegen ter wereld genoemd en wanneer we met onze fietsen op de trein naar Finse pendelen, kan ik enkel met open mond naar de mooie Noorse wildernis staren. Een ongerept landschap van bergen, sneeuw, ijs en meertjes tovert beslist een glimlach op iedereens gezicht. Die sneeuw is overigens nog in groten getale aanwezig begin juli waardoor we maar liefst door een veertigtal sneeuwvelden moeten stappen. Ironisch genoeg maakt het deze mountainbiketocht nog meer interessant dan dat ie al is.

In het begin is het landschap nog wat gewoontjes, maar gestaag ontvouwt er zich een spectaculair landschap voor mijn ogen waarin vooral de meertjes met aanwezige ijsschotsen tot de verbeelding spreken. Het heeft iets surrealistisch: hoewel het begin juli is, zie ik nog overal ijs en sneeuw. In een onbewaakt moment rijd ik van de groep weg en neem ik een grote voorsprong. Het voordeel is dat ik alle tijd heb om op eigen ritme van de omgeving te genieten, het nadeel is dan weer dat ik bij mijn stop na bijna tien kilometer zichtbaar nerveus begin te worden. Een Noorse dame pikt die energie op en probeert me gerust te stellen. Ik sla een babbeltje met haar en ik leg uit dat sommige sneeuwvelden toch wel erg glad zijn. Ze bevestigt dit en zegt dat zelfs één van de aanwezige kinderen naar beneden is gesukkeld. "Luckily it wasn't my kid" zegt ze met bijtende spot. Wat hou ik toch van dat Noors sarcasme :-) 

Na 45 minuten wachten, sluit de rest van de groep aan en na een rustpauze wordt de rest van de Rallervegen afgehaspeld. Die wordt overigens alleen maar spectaculairder waarin het soms wel erg hard naar beneden gaat. Meertjes maken plaats voor een wildstromende rivier, Skoma. Die pakt uit met een stevig stromende waterval en enkele pittoreske plaatjes die schreeuwen om een fotostop. Hoewel de Rallervegen wordt omschreven als een downhill parcours zitten er wel behoorlijk steile stukken naar boven bij. De eerste keer trap ik eens duchtig op de pedalen, maar bij een tweede helling kies ik voor de minder vermoeiende oplossing door van mijn fiets te stappen. Bij een hotel op ongeveer twee kilometer van het einde houden we voor een laatste keer halt voor een welverdiende drankpauze. 

De twee reisbegeleiders Elisa en Arnoud houden een klein onderonsje wanneer Elisa de weg niet weet. Arnoud bezigt de profetische woorden "Je kan niet verkeerd rijden" om vervolgens een half uur later te constateren dat Elisa verkeerd is gereden. Inmiddels heb ik de eindhalte van Myrdal station bereikt wanneer het wat dreigende weer dat al de gehele dag op regenen staat, eindelijk losbarst en via een wolkbreuk stort de regen naar beneden. Gelegenheidsredders Julie en Nathalie rijden terug om de achtergebleven mountainbikers te helpen. Om vijf uur 's avonds vertrekt de enige trein en de minuten tikken langzaam weg... Gelukkig komt iedereen op tijd binnen en zo komt ook de tweede tumultueuze dag tot een goed einde.   
 
Zondag 7 juli
De boog kan niet altijd gespannen staan en na twee incidentrijke dagen, verloopt de derde dag wat gemoedelijker. Een plat stukje toerisme moet ook kunnen en daarom pendelen we via het schilderachtige Hardangervidda - één van de grootste hoogplateaus in Europa - naar de Voringsfossen. Deze watervallen behoren tot de hoogste van Noorwegen, maar meer nog dan de hoogte zijn het vooral de massa's water die voor het spektakel zorgen. Bovendien gaapt er boven de uitkijkplatforms een magnifieke kloof wat het toeristisch plaatje helemaal doet kloppen. De hoeveelheid toeristen valt overigens erg goed mee en het is leuk om al ontspannend naar de uitkijkplatformen te wandelen. De geplande pauze bij een charmant bruggetje helemaal onderaan gaat niet door omdat deze brug is afgesloten voor het grote publiek. 

De rest van de dag wordt voornamelijk doorgebracht in de minibusjes waar we één van de dertien scenic routes volgen die Noorwegen rijk is. Minder actief, maar wel droger want - hoe kan het ook anders - op de derde dag is de regen daar weer. Deze keer langer dan de buien van gisteren en eergisteren en dat betekent dus dat we in de gietende regen aan een wandeling van ruim twee kilometer beginnen. Dat klinkt gemakkelijk, maar is het niet. De wandeling naar de boerderij van Kjeasen brengt ons eerst naar de oever van een fjord waar rotsen, stenen, boomwortels en de occasionele beek toch wat tredzekerheid vragen. Dat zijn de eerste zevenhonderd meter en dat is nog het gemakkelijkste stuk. De volgende anderhalve kilometer volgt er een wandelpad dat een halve via ferrata genoemd kan worden waarin de hellingsgraad minimaal dertig procent is, met uitschieters tot vijftig procent. 

Het gevaarlijkste stuk is zonder enige twijfel een passage door een waterval die door de hevige regen bijzonder krachtig stroomt. Gespannen touwen zorgen voor wat meer stabiliteit, maar toch blijft het een hachelijke onderneming voor iedereen om langs dit watergeweld te begeven. Daarna is er maar één juiste weg: naar boven. Het kronkelend paadje kent twee variaties van steil: gewoon steil of erg steil. Langs rotsen, planten en bomen is het hijgen geblazen om naar boven te komen, maar als beloning wacht er in de buurt van de Kjeasenboerderij wel een mooi panorama over het fjord dat zich nu ruim vijfhonderd meter lager bevindt. Door de hevige regenval rent iedereen naar het minibusje dat op ons wacht. Onderweg hebben we echter twee Belgische verstekelingen opgepikt en dat betekent dat een deel van de groep nog even moet wachten. 

Er is namelijk één tunnel die van de parking bij het fjord naar de Kjeasenboerderij gaat, maar die kent slechts één richting. Dat betekent dat je om het uur naar beneden mag rijden en om het half uur naar boven. Extra wachttijd dus voor de ongelukkige zielen die achteraan zitten, maar uiteindelijk geraken ook zij naar beneden. Ondanks dat het pijpenstelen regent, blijft iedereen goed gehumeurd en dat onderstreept toch wel de goede groepsgeest op deze reis.