maandag 12 augustus 2019

Wandelen in Wallonië: Rotsen langs de Lesse

Eén van de meer avontuurlijke wandelingen die je in België kan ondernemen is een tochtje langs de rotsen van de Lesse in de buurt van Dinant. Deze wandeling is geen doorsnee wandeling door de Ardennen, maar kent enkele hachelijke stukken zoals een klautertocht langs de rotsen en een klimpartij waar handen en voeten worden aangesproken om naar boven te geraken. De Lesse loopt als een rode draad door deze wandeling en tijdens deze wandeltocht word je vermoedelijk begeleid door kajakkers die door de Lesse varen. 


Dréhance naar Anseremme
Het beginpunt start bij Dréhance, een deelgemeente van Dinant waar een lieftallig kerkje dienst doet als startplek. De eerste kilometers leiden naar het pitoreske Anseremme en onderweg is het meestal naar beneden wandelen waardoor het eerste uur wandelen erg rustig is. Na ongeveer vier kilometer beland je in het dorpje Anseremme waar de Lesse in de Maas stroomt. Hoewel de wandeling nog niet lang is begonnen, loont het de moeite om hier even halt te houden.


Anseremme is voor veel dagjestoeristen een mooie plek om te stoppen aangezien men hier kan kajakken en in de buurt bevinden zich de rotsmassieven van Freyr waar klimmers hun hartje kunnen ophalen. Een andere bezienswaardigheid in het dorpje is het viaduct van Anseremme dat een enkelvoudige spoorwegbrug vormt over de Maas en beslist een fotostop waard is. Het dorpje ademt op een zonnige dag ook sfeer uit door zijn sereniteit en niks verraadt dat enkele kilometers verder de eerste kuitenbijter langs de rotsen te wachten staat. 


Langs de rotsen
Eens je uit Anseremme vertrekt, volg je de Lesse stroomopwaarts met rechts een enorme stenen muur waarop een spoorweg rust. Voorlopig kan je hier nog genieten van het gezapige tempo want rond kilometer zes gaat het steil bergopwaarts wanneer de Lesse (even) verlaten wordt en je rechts een bos in wandelt. De paadjes zijn slecht bewegwijzerd, maar met een beetje logisch denken weet je dat je helemaal naar de rotsen bovenaan moet klimmen. 


Eénmaal bovenaan kan het echte klimwerk beginnen en mag je via de richels op de rotsen klimmen. Ongevaarlijk is dit niet, want amper een meter verder gaapt een aanzienlijke afgrond naar beneden. Het klimwerk op de rotsen is redelijk intensief en duurt ongeveer een kwartiertje om boven te geraken. Op de top van de rots word je beloond met een mooi panorama over de omgeving. Voor wie het niet ziet zitten om langs de rotsen te klauteren, is er een alternatieve route die juist onder de rotsen loopt.    


Na het intensieve klimwerk mag je het iets rustiger aan doen en ga je terug naar beneden. Omdat deze route niet bewegwijzerd is, maak ik gebruik van een gedownloade kaart via de app van Routeyou, maar de GPS geeft ook niet altijd thuis. Omdat er verschillende paden zijn, is het gemakkelijk om de verkeerde te kiezen, maar je komt hoe dan ook bij Castel de Pont-à-Lesse uit. Dit hotel is een gerenoveerd landhuis waar je even halt kan houden. Wanneer je verder gaat, houd je er best rekening mee dat sommige stukken zijn afgesloten. Zo was er bij mijn wandeltocht een stuk afgespannen met draad en liepen we even langs de gewone weg om niet veel later terug aan te sluiten bij de oorspronkelijke wandeling. 


Meander van de Lesse
Het volgende stuk brengt je naar de meander van de Lesse en vind ik zelf het mooiste gedeelte van de wandeling. Het vakantiegevoel schiet hier (in de zomer) meteen de hoogte in door de vele kajakkers die zich hier bevinden. Links zie je op een bepaald moment het kasteel van Walzin dat boven op een rots is gebouwd. Het kasteel werd in de dertiende eeuw gebouwd en is ook vereeuwigd op papier door Victor Hugo die er een prachtige illustratie van maakte. Je loopt bij de meander langs de oevers van de Lesse en komt ook nog een spoorwegbrug tegen. Plots merk je dat niet verder kan langs de meander en kondigt het meest uitdagende stuk van dit wandelavontuur zich aan. 


Rond kilometer twaalf ga je handen en voeten moeten gebruiken om boven te geraken, want je gaat een helling beklimmen die erg steil naar boven gaat. Op een korte tijd gaat het van ongeveer 115 meter naar 200 en dat vergt een fysieke inspanning. Wat misschien een nog grotere uitdaging is, is de juiste weg vinden want het is duidelijk dat dit stuk niet voor wandelaars bedoeld is. De app van Routeyou worstelt soms met een tilt slaande GPS waardoor het een kwestie is van gezond verstond en trial and error om boven te geraken. Ook hier word je later beloond met een prachtig panorama over de omgeving en kijk je neer op de meanderende Lesse waar je een uurtje geleden verbleef. 


De laatste loodjes 
Ondanks dat je al stevig hebt geklommen, gaat de weg opnieuw gestaag naar boven, maar nu zijn de hellingspercentages gelukkig een stuk meer bescheiden. Wanneer je het bos opnieuw uit bent, zijn de zwaarste stukken afgerond en word je nu enkel geconfronteerd met vals plat. Het slotstuk van de wandeling brengt je langs een veld naar een grote hoeve. Opgelet: hier staan enkele borden dat je niet verder mag, maar in principe is dit wandelgebied. Er bestaat een alternatief door de gewone weg te volgen, maar dan doe je er vier kilometer langer over. 


Het is duidelijk dat je hier in het landbouwgebied van Dréhance bent, want ook even verder loop je naar een andere grote hoeve op een zandweggetje dat bezaaid is met stenen. Ongeveer halfweg sla je linksaf om terug naar de kerk van Dréhance te wandelen. Vlak voor het einde bevindt er zich een huis waar mountainbikes worden verhuurd, maar je kan er ook iets kan drinken om je energiepijl terug aan te zuiveren. 


Praktisch
Deze wandeling heb ik gevonden op de website van originele wandelingen en is dus een samengestelde wandeling. Dit betekent dat je verplicht bent om deze wandeling met een hulpmiddel te doen. Op de site vind je een uitgebreide wandelbeschrijving, maar zelf heb ik de route gedownload op de site van Routeyou met behulp van de app. Je kan eveneens andere apps of GPS-toestellen gebruiken om de route te volgen aangezien je de GPX-coördinaten kan downloaden. Het nadeel met GPS is het gebrek aan precisie waardoor het kan gebeuren dat je met behulp van trial and error de juiste route moet ontdekken. Maar dat brengt misschien ook extra charme aan deze wandeling. 


De startplek van de wandeling is de kerk van Dréhance en parkeren doe je best aan de kerk of in de nabije omgeving waar in principe voldoende parkeergelegenheid is. Op het einde van de wandeling is het sowieso leuk om even naar Dinant te rijden, want dit pittoreske stadje wordt terecht een parel in de Ardennen genoemd. In de zomer is het hier heerlijk toeven aan een terrasje bij de oevers van de Maas of geniet je van de sfeer die Dinant uitstraalt. 

woensdag 31 juli 2019

Een kort zomers, Zwitsers intermezzo

Relaxvakantie
Deze zomer was ik niet van plan om op vakantie te gaan, maar een vriend vroeg om hem te vergezellen bij een korte zomerse trip naar de Bodensee. Hij beleeft namelijk een hectisch jaar op beroepsvlak en was op zoek naar wat rust. Een meertje nabij de Alpen klinkt dan leuk en hij boekte dus enkele overnachtingen bij het Zwitserse Gottlieben. De Bodensee is een behoorlijk groot meer en meet 473 km² en vormt eveneens de natuurlijke grens tussen Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Gottlieben is echter gelegen aan een verbindingskanaal van vier kilometer dat de Bodensee verbindt met de kleinere Untersee (63 km²). We arriveerden in een week dat het bloedheet was en dan is een verblijfplaats in dit idyllische plekje een welgekomen geschenk! 



Dag 1 en 2

De reis was zo uitgestippeld dat we pas bij dag twee arriveerden in Gottlieben en dat we eerst halt hielden bij Ludwigsburg als tussenstop. Achteraf blijkt dat dit geen geniaal idee was, want Gottlieben was amper twee uur verder rijden en in Ludwigsburg is er eigenlijk niet gek veel te zien. Ons hotel bevond zich vlakbij het slot Monrepos dat gelegen is aan een klein meertje. We arriveerden rond drie uur bij het hotel en hoewel dit een mooi plekje is, ben je er snel op uitgekeken. De wandeling rond het meertje duurt maximaal een half uur en in de nabijheid zie je enkel een golfterrein. Het is wel bijzonder dat het golfterrein mee deel uitmaakt van het meer en zo zie je golfers balletjes slaan vlak naast het groen van het meertje. Aangezien er 's avonds niet gek veel te doen is in Ludwigsburg besloten we om het beste te maken van het schitterende weer en een terrasje te doen op de marktplaats van Ludwigsburg. Dit is een gezellige, autovrije plek die wordt gedomineerd door de kerk in barokstijl. 

Dag twee stond ook in het teken van een laag tempo aangezien we slechts vanaf twee uur konden inchecken bij het hotel in Gottlieben. Dat betekende dus op het gemak rustig ontbijten in Ludwigsburg, een aantal keer stoppen onderweg en in Gottlieben even iets eten vooraleer we incheckten bij het hotel. 's Avonds werd eindelijk de eerste bezienswaardigheid van dit zomers intermezzo bezocht: de watervallen van de Rijn. Deze watervallen zijn de grootste van Europa en zijn 23 meter hoog en 150 meter breed. Ze werden gevormd bij de laatste ijstijd en kennen een doorstroming van 1250 kubieke meter water per seconde. De beste manier om deze watervallen te aanschouwen is met een obligaat boottochtje en dat leverde enkele mooie beelden op. Hoewel dit in het niet valt in vergelijking met de watervallen van Iguazu die ik eerder dit jaar heb bezocht, blijft het toch leuk om deze parel van de natuur te aanschouwen. 


Dag 3

Omdat de Bodensee en Untersee een natuurlijke grens vormen tussen Zwitserland en Duitsland is het niet altijd evident om ergens te geraken. Op de derde dag moesten we namelijk de ferry nemen om aan Duitse zijde te geraken. Dit kostte wat tijd en moeite, maar werd dubbel en dik terugbetaald met de mooiste dag van deze korte vakantie. Rond de middag bezochten we namelijk het paalwoningmuseum in Unteruhldingen. In 4000 tot 800 voor Christus waren er in de Alpen talrijke nederzettingen met paalwoningen en dit museum bevat een reconstructie van 23 paalwoningen die hier duizenden jaren geleden waren gebouwd. Het museumbezoek begint met een Duitstalige, nietszeggende inleiding bij een videomuur maar duurt gelukkig niet te lang. 


De woningen buiten zijn de echte attracties en bieden een goed overzicht van hoe het leven er toen uitzag. Archeologen hebben een idee hoe het leven er toen uitzag, maar het blijft giswerk. De reconstructies zijn dus wetenschappelijk onderbouwd, maar daarom niet per definitie een exacte representatie van hoe het leven er toen uitzag. Helemaal accuraat of niet, de paalwoningen zijn mooi gebouwd en verschillende panelen geven tekst en uitleg bij het leven in het stenen en bronzen tijdperk in Europa. Zeker een aanrader als je geïnteresseerd bent in geschiedenis of hoe mensen vroeger leefden.  


De namiddag omvat een bezoek aan het bloemeneiland Mainau dat vlakbij gelegen is. Inclusief oversteek met de boot kost dit ongeveer twintig euro, maar je krijgt er wel een prachtig bezoek voor terug. Mainau is een klein eilandje in de Bodensee en is eigenlijk één gigantisch park met ontzettend veel bloemen en bomen, maar bestaat ook uit een slot, kinderboerderij en vlindertuin. De diversiteit aan bloemen is werkelijk enorm en op deze schitterende zomerdag werd ik overweldigd met bloemen in de meest felle kleuren. Het park is behoorlijk groot en het is gemakkelijk om cirkeltjes te lopen. Zelf heb ik bij de ingang een kaartje genomen en gebruikte ik een pen om de reeds bewandelde paden aan te duiden. Dat maakte mijn leven een stuk gemakkelijker! 


De ene bloem is kleurrijker dan de andere en je vindt een groot assortiment aan bloemen in dit park: orchideeën, rozen, narcissen, tulpen, hyacinten, azalea's en dahlia's. Door het milde klimaat van de Bodensee zie je hier ook meer exotische boomsoorten zoals palmbomen, sinaasappelbomen, citroenbomen en mandarijnbomen. In het midden van het park bevindt zich een groot aboretum waar je klassiekere, grotere bomen ziet met een omvangrijke boomstam. Deze bloemenpracht is ideaal om te onthaasten en vormde voor mij het persoonlijke hoogtepunt van de reis. 


Dag 4


Wanneer je in Zwitserland bent, kan je eigenlijk niet onderuit aan een bezoek aan een Alpentop en zo geschiedde. De bestemming voor deze dag was de Chäserrugg, één van de zeven toppen van het bergmassief van Churfisten. Churfisten is een pittoresk massief dat - zoals elke Alpenmassief - er prachtig uitziet, maar minder naambekendheid geniet bij toeristen. Onterecht, want je kan hier namelijk heerlijk hiken door prachtige routes die een magnifiek panorama bieden op diverse valleien. Aan de top word je bovendien getrakteerd op een prachtig zicht op de Walensee dat aan de voet van dit massief is gelegen. 


De Chäserrugg is 2262 meter hoog en de makkelijkste manier om boven te geraken is via een kabeltreintje dat je naar het tussenstation van Iltios brengt en vervolgens neem je daar een kabellift die je naar de top van de Chässerrug brengt. Aan de top vind je eveneens een observatiedek met restaurant, maar daar ben ik niet geweest. Ik ging namelijk onmiddellijk wandelen en de eerste wandeling was de Rosenboden-Panoramaweg die ongeveer een uurtje duurt. Deze wandeling is een lus over een plateau dat bezaaid is met prachtige Alpenbloemen en biedt eveneens een fantastisch overzicht over de weidse omgeving waar je maar liefst zes landen ziet en meer dan vijfhonderd toppen. 


De volgende wandeling was een afdaling van de top naar het station van Itlios. Deze wandeling duurde minder dan twee uur, maar het meegenomen wandelkaartje kondigde deze afdaling aan met moeilijkheidsgraad medium en dat was zeker niet gelogen. Het eerste gedeelte van de afdaling is zeker niet technisch, maar soms wel verraderlijk door de grillige ondergrond van rotsen dat bezaaid is met losse kiezelsteentjes. Gecombineerd met een steile afdalingsgraad leverde me dit twee (kleine) valpartijen op. 


Het mooiste stuk van deze wandeling is wellicht de transitie naar het grasland waar de ondergrond gestaag transformeert naar een smal bospaadje dat nog steeds getooid is met rotsen, maar wel meer verdoken en slechts sporadisch aanwezig. Naar mijn mening krijg je hier ook de mooiste vergezichten te zien met enkele valleien die je in detail kan bekijken. Tenslotte zijn er nog de alpenweiden waar ik ook nog enkele koeien ben tegengekomen. De bewegwijzering is hier dik in orde en verdient zeker en vast een aanbeveling. Het is namelijk quasi onmogelijk om hier verloren te lopen. Op het einde van de dag rijden we nog naar de Walensee om enkele pittoreske foto's te nemen voor het plakboek. 


Dag 5


Oorspronkelijk was het mijn bedoeling om op deze dag af te zakken naar Lauterbrunnen, de officieuze hoofdstad van het hiken in Zwitserland. Dat hield in dat ik eerst een auto ging huren en daar ging het plan de mist in. In deze drukke zomertijden zijn bij de meeste autoverhuurbedrijven alle wagens verhuurd en ik had verzaakt om een auto te reserveren. Een dagje Lauterbrunnen werd zo dus noodzakelijkerwijs omgeruild tot een uitblaasdagje in Reichenau. Reichenau is een eilandje dat in vogelvlucht vlakbij Gottlieben is, maar dat nam niet weg dat er naartoe varen (en terug) een stevige duit kostte: ruim twintig euro. 


Reichenau is één van de drie sites nabij de Bodensee dat is erkend als Unesco werelderfgoed. Het eilandje is namelijk gezegend met enkele kerken die meer dan duizend jaar oud zijn. Dit eiland is een stuk groter dan bijvoorbeeld Mainau en de beste manier om van Reichenau te genieten is eigenlijk per fiets. Ik besloot om het eiland te voet te verkennen en door het warme zomerweer gebeurde dit aan een gezapig tempo. 


De twee kerken die ik heb bezocht zijn de Münster St. Maria und Markus kerk in het centrum en de De Stiftskerk HH. Petrus en Paulus aan de rand van het eilandje. Er was ook een derde kerk met begeleid bezoek, maar dat liet de klok niet toe aangezien de terugweg al rond kwart voor zeven werd ingezet. De kerkjes zijn vrij doorsnee en blinken enkel uit in hun ouderdom. Bij het pendelen tussen de kerken zie ik dat Reichenau bestaat uit talrijke serres. Vroeger bevonden zich hier wijngaarden, maar momenteel worden hier vooral groenten gekweekt. Ik vroeg me wel af of de verzengende hitte van deze dag de oogst zou vernietigen. Omdat het zo heet was, heb ik ook grotendeels geluierd en daarom is deze dag helaas ook de minste van allemaal geworden. 


Conclusie
Ik zou nooit zelf op het idee gekomen zijn om op vakantie te gaan in de buurt van de Bodensee, maar deze locatie is in de zomer een ideale plek om uit te rusten en eveneens een ideale uitvalsbasis om de nabijgelegen Alpen te bezoeken. De locatie in Gottlieben is schitterend, maar helaas ook vrij duur en daarom raad ik aan om eerder een verblijf in het centrum van Konstanz te zoeken. Minder idyllisch, maar ook een stuk minder duur. 


Houd er wel rekening mee dat Zwitserland duur is, met vaak prijzen die anderhalf of zelfs twee keer zo duur zijn als in België. Bovendien zijn verplaatsingen soms onpraktisch omdat je een ferry moet nemen. Maar met een beetje opzoekwerk en wat planningstalent kan je van een vakantie aan de Bodensee een goedkope(re) en gedenkwaardige vakantie maken! 

maandag 1 juli 2019

Fotografie met smartphone: vloek of zegen?

Hoe zouden we onze levens eruit zien zonder smartphone? Hoewel het concept van een smartphone nu ruim tien jaar bestaat, domineert het gebruik ervan onze levensstijl. We gebruiken de ingebouwde GPS om de weg te zoeken, spelen een spelletje als we wachten op de trein, grasduinen op het internet als we meer informatie over iets willen opzoeken en nemen een foto als we een grappig tafereel zien. 

Een bijgeknipte foto genomen met de Samsung Galaxy S9

En het is vooral dat laatste waar producenten van smartphones zoals Apple, Samsung en Huawei zwaar op inzetten. Het is voor hen hét verkoopargument bij uitstek om een nieuw publiek aan te spreken en zo de markt van de traditionele fototoestellen te bestormen. Producenten van spiegelreflexcamera's zoals Nikon en Canon voelen de hete adem en zien gestaag, maar zeker hun inkomsten verliezen. Dreigt voor hen een Kodak-scenario met mogelijk faillissement of is een smartphone nog altijd veredeld fotospeelgoed ten opzichte van de traditionele digitale fototoestellen? 

Evolutie van de smartphone
In het begin van de jaren tweeduizend ontstaat er een nichemarkt in de verkoop van professionele GSM's. Blackberry's zijn multifunctionele GSM's die uitgerust zijn met een toetsenbord en geschikt zijn voor het bedienen van verscheidene applicaties. Deze GSM's bereiken een cultstatus in de nichemarkt van professioneel gebruik en zijn de voorlopers van de hedendaagse smartphones. Het is pas echter met de aankondiging van de iPhone door wijlen Steve Jobs in 2007 dat de smartphone definitief doorbreekt. Eerst met langzaam internetverkeer en een camerafunctie die weinig voorstelt, maar door de jaren heen zijn er spectaculaire verbeteringen te noteren. 

Een landschapsfoto genomen in Patagonië met een klassiek fototoestel (Fuji X-T2)

Een landschapsfoto genomen in Schotland met een smartphone (Samsung Galaxy S9)

Zo is een smartphone met 4G-verbinding quasi even snel als wifi en mijn Samsung Galaxy S9 is uitgerust met een camera van twaalf megapixels. Ter vergelijking: vijf tot acht jaar geleden was dit zelfs de norm voor de meeste spiegelreflexcamera's. Om maar te zeggen dat smartphones op een korte tijd een erg spectaculaire evolutie hebben ondergaan en tegenwoordig bijna alles kunnen. Alles, dus ook hoogwaardige, professionele foto's maken? Veel gebruikers denken van wel, want Nikon en Canon zien hun verkopen slinken ten voordele van smartphones die steeds betere en uitgebreidere camerafunctionaliteiten presenteren. 

Sensor
De grote handicap van moderne smartphones is de sensor. De sensor is het lichtgevoelige plaatje dat fungeert als het oog van een fototoestel of smartphone. Omdat een smartphone nu eenmaal per definitie compact is, is de sensor dat ook. De sensor bij een fototoestel is een stuk groter en laat een stuk gemakkelijker licht binnen wat het maken van foto's evidenter maakt. Fotografie is niets meer dan schrijven met licht en des te meer licht je binnenkrijgt (in de sensor), des te gemakkelijker het is om foto's te maken. Dit zien we ook bij de lenzen die op de body van een fototoestel worden gemonteerd. De lenzen bij traditionele fototoestellen zijn vrij groot met als hoogtepunt zoomlenzen die letterlijk kilometers ver kunnen zien. De lens bij een smartphone daarentegen is dat piepkleine gaatje dat vanachter op je smartphone prijkt, hoewel er ook aparte lenzen verkrijgbaar zijn voor smartphones.

De maximale zoom bij mijn Samsung Galaxy S9

De maximale zoom met een lens van 135 mm voor Fuji X-T2

Het is dan ook geen wonder dat inzoomen met een smartphone een erbarmelijk resultaat geeft. Toen ik in Mongolië wilde prezwalskipaarden fotografeerde met maximale zoom kreeg ik een wilde pixelbrij op mijn scherm voorgeschoteld. Mijn S9 beschikt namelijk enkel over digitale zoom wat betekent dat het bestaande beeld ettelijke malen wordt uitvergroot. Eén beeldpunt wordt dus acht keer vergroot en dat levert geen mooi zicht op en daar sta je dan met je twaalf megapixels. De lenzen bij traditionele fototoestellen beschikken over een optische zoom waar de lens zelf wordt bediend om in te zoomen op het beeld. Er vindt dus met andere worden geen uitvergroting plaats van het beeld waar dat bij een smartphone wel het geval is. 

Wetten van de fysica
De sensor en lens van een smartphone blijven minuscuul en de wetten van de fysica kan je niet veranderen. Daar hebben de producten van smartphones een omweg in gevonden door het gebruik van meerdere camera's en software. Meerdere camera's worden gebruikt om meerdere foto's te nemen - één voor elke camera - en ingebouwde software transformeert deze foto's om tot één foto. Elektronicagiganten zoals Apple en Samsung beschikken over miljardenbudgetten om deze software te optimaliseren wat de traditionele fotografiemerken zoals Nikon en Canon simpelweg niet hebben. De Huawei P30 beschikt bijvoorbeeld over drie camera's: één gewone, één groothoek en één voor portretten. De reclamebabbel belooft bovendien maar liefst veertig megapixels en vijf keer zoom. En zo komen smartphones wel héél dicht op het terrein van fototoestellen. 

 Een landschapsfoto genomen in Vuurland met een klassiek fototoestel (Fuji X-T2)

Een landschapsfoto genomen in Schotland met een smartphone (Samsung Galaxy S9)

Software kan uiteraard veel, maar is op dit ogenblik nog geen volwaardig surrogaat voor echte lenzen omdat de kwaliteit bij inzoomen achteruit gaat en ziet er soms kunstmatig uit. Soms zijn er ook kleine lacunes in de foto's zoals bij de overgang tussen schaduw en licht of plekjes die de software niet oppikt. Een nieuwe smartphone kan dus veel, maar is dus momenteel nog geen optie voor professioneel gebruik. Dat neemt niet weg dat fotografie met een smartphone veel merites heeft: het is kwalitatief, compact en biedt opties zoals beeldstabilisatie en snelle autofocus. Dingen die niet altijd even evident zijn bij zelfs nieuwe spiegelreflexcamera's.   

Welk doel
Het gebruik van een smartphone als fototoestel hangt vooral af voor welk doel je het wil gebruiken. Voor professionele doeleinden schiet een smartphone dus nog tekort, maar het kan wel voor een heel scala aan andere zaken worden gebruikt. Voor reisfotografie is een smartphone ideaal aangezien je het toch al op zak hebt. In de eerste plaats voor bijvoorbeeld citytrips, maar het is ook geschikt voor landschapsfotografie. Zoomen is voorlopig nog een heikel punt en daarom minder geschikt. Ook straatfotografie is gemakkelijk met een smartphone uit te voeren. Het is compact, snel en neemt kwalitatieve foto's. Ook documentairestijl is een optie waar de ingebouwde zwart-witfilters een dankbare optie zijn.   

Portretfotografie is ook mogelijk, maar in mijn ogen minder geschikt omdat je nu eenmaal veel licht nodig hebt. Om het bokeh-effect te bekomen (een scherpe voorgrond met een wazige, dromerige achtergrond) heb je een groot diafragma nodig wat een smartphone niet heeft. Dit kan softwarematig geëmuleerd worden, maar biedt nog niet hetzelfde resultaat. Hetzelfde geldt voor nachtfotografie waar het weinige aanwezige licht optimaal benut moet worden. Het is uiteraard mogelijk om dit met een smartphone te doen, maar het resultaat zal kwalitatief een pak minder zijn in vergelijking met een traditioneel fototoestel. 

 Een foto genomen in een erg donkere tunnel met Fuji X-T2 en erg hoge ISO (lichtgevoeligheid)

Een foto genomen aan Loch Lomond (Schotland) op een sombere dag met Samsung Galaxy S9

Voor mij is dit echter geen of-verhaal, maar eerder een en-verhaal. Ik gebruik zowel een traditioneel fototoestel als mijn smartphone om foto's te nemen. Enkele van mijn beste foto's heb ik genomen op mijn S9 omdat ik snel moest zijn. Op deze gelegenheden ben ik dankbaar dat ik de S9 op zak heb en met twee toetsen op de knop de smartphone kan bedienen om een foto te nemen. Voor de mooie momenten haal ik echter mijn fototoestel boven om bijvoorbeeld prachtige landschapsfoto's te nemen met erg veel detail. Misschien doe ik dat binnen tien jaar met een smartphone, maar voorlopig zweer ik nog bij een traditioneel fototoestel.

Disclaimer: de getoonde foto's zijn afkomstig van mijn persoonlijke Facebookpagina waar deze foto's gecomprimeerd zijn om te besparen op bestandsgrootte. Daarom zijn deze foto's niet representatief voor het verschil in kwaliteit tussen foto's genomen op een smartphone en klassiek fototoestel, maar geeft het wel een idee. 

maandag 17 juni 2019

Fujifilm XF 18-135 mm F/3.5-5.6 R LM OIS WR review

Vorige zomer was ik op reis en legde ik de legendarische Trans-Siberië Express af waarbij ik Rusland, Mongolië en China doorkruiste. Een geweldige reis waar me één ding onmiddellijk opviel. Ik was nagenoeg de enige die geen volwaardig fototoestel bij had. De andere toeristen waren gewapend met indrukwekkende toestellen terwijl ik het hield bij de camerafunctie van mijn Samsung Galaxy S9. Voor reisfotografie is een smartphone in de meeste gevallen goed genoeg, maar kampt het wel met een aantal problemen door de kleine sensor. 

Wanneer er weinig licht is bijvoorbeeld, maar vooral bij het inzoomen. Toen ik wilde Przewalskipaarden op gevoelige plaat legde met maximale zoom, kreeg ik een bord van pixelbrij voorgeschoteld op mijn scherm. Dit was voor mij het signaal om een deftig fototoestel aan te schaffen. 

Fuji
Amper twee weken na mijn reis stond ik in de winkel van Foto Konijnenberg in Turnhout op zoek naar een nieuwe digitaal fototoestel. Mijn kennis was op dit vlak een desolate Marsvlakte en ik had twee eisen op mijn wenslijstje geprijkt: het toestel moet compact zijn en ook weerbestendig zijn. Zo loodste de verkoper mij al snel naar de Fuji X-T2. De Fuji werd door de verkoper aangeprezen als een goed all-round toestel, licht en weerbestendig. Bovendien was er een kassakorting van driehonderd euro van toepassing en dat maakte deze deal extra aantrekkelijk. De verkoop was snel beklonken, maar daarna moest ik nog meer dan twee maanden wachten totdat het toestel eindelijk werd geleverd. En de kitlens? Dat werd de Fujinon XF 18-135 mm LM OIS WR.  

De kitlens is de lens die standaard wordt aanbevolen bij een fototoestel en bij Fuji is dat eigenlijk de XF 18-55 mm. Deze lens is erg geschikt voor beginnende fotografen, maar de mogelijkheden qua zoom zijn eerder beperkt aangezien een zoom van 55 mm ongeveer overeenkomt met het gezichtsveld van een persoon. De verkoper raadde mij daarom de 18-135 mm aan omdat die over betere zoomcapaciteiten beschikt. Het nadeel is dan weer dat de 18-55 mm over een (iets) groter diafragma beschikt bij dezelfde lensopening waardoor de beelden (in theorie) iets scherper zijn. De 18-135 mm maakt dat goed door zijn veelzijdigheid en is geschikt voor bijna alle stijlen van fotografie. 


OIS LM WR
Ik betaalde vorige zomer zevenhonderd euro voor deze lens wat best een smak geld is. Voor dat geld krijg ik echter wel een hoop technische functionaliteiten terug. Dat vind je ook terug in de benaming van de lens waar de afkortingen OIS, LM en WR thuishoren. De belangrijkste functionaliteit is de stabiliteitsfunctie van de lens (OIS, optical image stabalizer). Volgens de reclamebabbel van Fuji stabiliseert dit het beeld tot vijf stops. Als je dus een licht bewegend beeld hebt bij een sluitertijd van 1/15de seconde wordt dit door de lens gecompenseerd. 

Het is verreweg de meest nuttige functie van de lens en ook de meest gebruikte. Bij langere sluitertijden zoals tussen 1/4de seconde en 1/30ste seconde levert dit zienbaar betere resultaten op. Er waren sessies waar ik deze functie per ongeluk af had gezet (zonder ik het wist) en een heel groot deel van mijn foto’s waren mislukt, zeker bij langere sluitertijden. De OIS is echter geen wondermiddel en bij een sluitertijd van één seconde houdt ook de magie van de stabilisator op. Hier heb je dus een statief nodig. Of de beloofde vijf stops in werkelijkheid ook worden gehaald, kan ik niet zeggen, maar het maakt het wel mogelijk om met deze lens in de praktijk te fotograferen met een sluitertijd vanaf 1/15de seconde. 

Autofocus
LM staat voor Linear Motor en bedient de focus van de lens. De autofocus is echter niet geheel afhankelijk van de motor in de lens want het gebruikte toestel is minstens even belangrijk. Hier is dat dus de Fuji X-T2. De autofocus is ten opzichte van de Fuji X-T1 aanzienlijk verbeterd, maar de X-T2 is op zijn beurt dan weer voorbijgesneld door de autofocus van Fuji X-T3. Mijn bevindingen slaan dus terug op deze configuratie. De autofocus is niet zo snel als die bij een vaste lens, maar zijn meer dan behoorlijk tot ongeveer 70 mm. Wanneer ik de autofocus gebruik om onmiddellijk andere onderwerpen in beeld te brengen gebeurt dit in een fractie van een seconde. 

Wanneer de zoom meer wordt gebruikt (vanaf 100 mm) gebeurt het wel eens dat de autofocus moeilijkheden heeft om een onderwerp in beeld te brengen. De lens zoekt dan naar het onderwerp wat hij in beeld moet brengen en dit duurt (heel) soms wat langer. Meestal is dit echter te wijten aan het gebruik van de focus (punt, zone, groothoek) of een menselijke fout waar ik het onderwerp niet correct of onvolledig in beeld breng bij het groene vierkantje van de focus. Dit kan echter wel problemen opleveren voor fotografen die graag vogels, wildlife of actie willen fotograferen waar het onderwerp onmiddellijk messcherp in beeld moet worden gebracht. 


Weerbestendig
Een andere kwaliteit van de Fuji XF 18-135 mm is dat het weerbestendig is (WR, weather resistant). Dit wil zeggen dat deze lens geschikt is voor alle weersomstandigheden, hoewel je er uiteraard niet mee moet gaan diepzeeduiken. Ik heb de lens in diverse buien gebruikt, gaande van een miezerige motregen tot een stevige plensbui en regen is eigenlijk nooit een spelbreker voor deze lens. Het grootste probleem van fotograferen in de regen is hier eerder ervoor zorgen dat er geen regendruppels op de lens komen. Helemaal positief ben ik echter niet over de weerbestendigheid van de 18-135 mm, want er was namelijk één gelegenheid waar er een pluisje doordrong tot de sensor van mijn fototoestel. 

In Patagonië liep ik op Punta Tombo (Argentinië) door een kolonie Magelhaenpinguïns op het strand en plots ontdekte ik tot mijn grote paniek een stipje op een aantal foto’s. Het bleek dus dat dit een piepklein pluisje was dat de weg naar de sensor had gevonden. Dezelfde avond nog heb ik het pluisje verwijderd, maar sindsdien heb ik toch meer schrik om deze lens mee te nemen naar zanderige locaties zoals een strand of duin. Anderzijds is dit een eenmalig feit en heb ik deze lens gebruikt en misbruikt op trips naar Patagonië, het regenwoud in Brazilië en de Schotse Highlands. Allemaal zonder problemen op dat ene pluisje na. 


Bouwkwaliteit
Ik ben niet onmiddellijk de handigste thuis en dat zorgt ervoor dat fototoestel en lens maar beter tegen een stootje kunnen, want ik laat ze geheid vallen. Dat is dusver een aantal keren gebeurd waar mijn toestel en de XF 18-135 mm bijvoorbeeld van een bankje een paar tientallen centimers naar beneden donderen. Fuji maakt echter kwalitatief materiaal en zowel het toestel als de lens kunnen tegen een valpartij. Het gaat echter nog altijd om precisiemateriaal en vooral de interne optica van de lens dan. Hogere valpartijen zijn dus absoluut afgeraden, maar je leeft in de wetenschap dat lens zelfs de meest onhandige fotograaf overleeft als die niet overdrijft in zijn vliegwerk. De lens weegt net iets minder dan een halve kilogram (490 gram) en is dus zeker geen kleintje. Anderzijds weegt de combinatie van toestel en lens net iets minder dan één kilogram voor een configuratie waarmee je bijna alles kan fotograferen. 

De lens is vervaardigd uit kwalitatief materiaal. Het omhulsel bestaat uit hoogwaardig, stevig plastic, terwijl de buis van de lens is gemaakt uit metaal. Het voelt allemaal erg degelijk aan en uit praktijk weet ik dus dat de XF 18-135 mm tegen en stootje – en zelfs meerdere – kan. Deze lens is eveneens gezegend met een focusring en een diafragmaring die zich gemakkelijk laten bedienen. Ten opzichte van een vaste lens zijn deze ringen redelijk los te bedienen, maar het is toch een fluitje van een cent om dit op de juiste instelling te zetten. Een klein nadeel vind ik wel dat de zoom is aangeduid op de lens, maar niet wordt weergegeven op het schermpje of de electronic viewfinder. Daarom moet je zelf kijken op de lens op welke grootte (mm) je foto’s neemt. 


Beeldkwaliteit
Wellicht het meest gevoelige aspect van de XF 18-135 mm is de beeldkwaliteit van deze lens. Op het internet zijn er een heleboel positieve reviews te vinden over deze lens, maar anderzijds ook een aardig deel negatieve(re) recensies die de beeldkwaliteit van deze lens bekritiseren. Een veelgehoorde klacht is dat bij de uiteindes van de zoom – 18mm en 135 mm – je zachte hoeken en randen krijgt wanneer je foto’s neemt met grote diafragma’s. Veel gebruikers raden aan om een diafragma van F/8 of lager te nemen om je beelden voldoende scherp te krijgen. Ik heb bijna acht maanden exclusief met deze lens gewerkt en in de praktijk heb ik hier zelden of nooit problemen mee gehad. Zo heb ik in Patagonië weidse landschappen getrokken met een groothoek (23 mm) en het grootste diafragma mogelijk (F/3.6) en dit leverde mooie foto’s op. Eén van deze foto’s heb ik op A4-formaat laten afdrukken en de kwaliteit van deze foto is zonder meer goed te noemen. Anderzijds heb ik niet met andere lenzen gewerkt om een deftige vergelijking te maken. Voor hobbyisten vind ik de beeldkwaliteit van deze lens zeker goed genoeg. 

Veel reviews die negatief over de beeldkwaliteit van deze lens spreken, hebben te maken met verwachtingen en niet zelden wordt de vergelijking gemaakt met een zoomlens of vaste lens dat over een groter diafragma beschikt. De XF 18-135 mm heeft een maximale opening van F/3.5 bij 18 mm en F/5.6 bij 135 mm. Dit zijn niet de diafragma’s waar je de meest scherpe foto’s mee neemt omdat deze diafragma’s dat nu eenmaal niet toelaten. Dit maakt het ook moeilijk(er) om foto’s te nemen met bokeh op de achtergrond. In de juiste omstandigheden is het mogelijk om dit (beperkt) te doen, maar ook hier geldt dat de scherptediepte te beperkt is. Hoewel deze lens geschikt is voor portretfotografie, is dat minder evident door het gebrek aan bokeh wat bij portretten een graag geziene achtergrond is. 


Prijs
De zevenhonderd euro die ik destijds voor deze lens betaalde, is inmiddels verleden tijd. De meest recente zoektocht op het internet leert me dat de prijs is gezakt tot 635 euro en dit kan nog verder dalen als je op het juiste moment wacht. Fuji doet regelmatig promotieacties waar het vijftig of honderd euro cashback biedt voor lenzen. Als je strategisch bent bij een aankoop kan je deze lens dus voor ongeveer 550 euro aanschaffen wat volgens mij een betere reflectie is van de prijs. Er zijn namelijk third party suppliers zoals Tamron die gelijkaardige lenzen voor minder dan honderdvijftig euro verkopen bij Canon of Nikon. Het gaat dan wel om lenzen die niet zijn uitgerust met weerbestendigheid of beeldstabilisator. Bovendien vind je in het ecosysteem van Fuji zelf erg scherpe vaste lenzen die een betere beeldkwaliteit opleveren. Maar deze lenzen ontberen dan weer de zoommogelijkheden van de XF 18-135 mm. 

Conclusie
De Fuji XF 18-135 mm is de all-round lens bij uitstek en daarom is de lens ook het product geworden van een aantal compromissen. De diafragma’s had ik liever wat groter gezien (bv. F/2.8) en de prijs vind ik ook behoorlijk hoog. Anderzijds is bijna elke stijl van fotografie geschikt door de veelzijdigheid van deze lens. De functionaliteiten van beeldstabilisatie en weerbestendigheid breiden de mogelijkheden verder uit en daarom werpt de XF 18-135 mm zich op als de ultieme kitlens voor een Fuji-toestel.

+
Stabilisatiefunctie werkt voortreffelijk
Veelzijdige lens die geschikt is voor bijna alle fotografiestijlen
Erg duurzaam en kan tegen een stootje
Ideale all-round kitlens voor hobbyisten

-
Stevige prijs
Minder geschikt voor wildlife en actie door tragere autofocus bij maximale zoom
Door kleine(r) maximaal diafragma compromiteert deze lens een klein beetje op beeldkwaliteit

zondag 9 juni 2019

Wandelen in Wallonië: De Gele Rechthoek (Nismes)

Op een steenworp afstand van de Franse grens en in de buurt van Dinant vind je het pittoreske Nismes. Dit kleine dorpje is een nobele onbekende in toeristisch Vlaanderen, maar herbergt wel het mooie natuurreservaat Viroin-Hermeton. En dit natuurreservaat is dan weer de thuishaven voor - met een beetje zin voor overdrijving - de grootste canyon van België. Deze en andere trekpleisters van moedertje natuur vind je op de wandeling van De Gele Rechthoek. Deze wandeling start aan de kerk van Nismes en is een lus van 7,7 km die je meeneemt langs het plateau Les Abannets, een mooi uitkijkpunt bij La Roche aux Faucons, de kalksteenravijn Fondry des Chiens en een arboretum aan het riviertje Eau Noire. 


Naar boven
Nismes vormt dus het decor voor deze wandeling en het rustieke centrum brengt je helemaal in de sfeer om te starten aan deze wandeling. Dit lieftallige dorpje is uitgerust is met een klein kasteel met vlak daarnaast de kerk en een beetje verder vind je een oude watermolen die nog steeds dienst doet. Achter het kasteeltje is er nog de mooie tuin van Jardins d'O de Nismes dat een mooi afsluitstuk vormt voor deze wandeling. Maar eerst moet de wandeling dus beginnen en de lokale kerk is daar het meest geschikte punt voor. De route van De Gele Rechthoek - zo toepasselijk genoemd omdat de wandeling is aangeduid met gele rechthoek - laat er geen gras over groeien en na een paar honderd meter mag je meteen aan de slag met een steile klim naar boven. 


De korte, maar steile klim brengt je naar het plateau Les Abannets. Hier is het onmiddellijk opletten geblazen want het kan hier verwarrend zijn om de juiste weg te vinden. Toen ik hier wandelde, was er een grote boomstronk neergevallen dat het wandelpad belemmerde. Je moet er echter toch door om de rest van de route te volgen. Al gauw kom je ook een "fondry" tegen aan je rechterkant. Dit is een put die bestaat uit kalksteen en doet denken aan een openluchtgrot. Door erosie van het water zijn rotsen op een grillige, puntige manier vormgegeven en krijgen ze zo hun typische vorm. 

Plateau Les Abannets
Nu volgt er een wandelstuk van twee à drie kilometer over het plateau Les Abannets dat hoofdzakelijk vals plat is, hoewel er hier en daar nog enkele steile, maar erg korte klimmetjes aanwezig zijn. Het plateau bestaat voornamelijk uit grasvelden en je ziet dat er veel bomen gerooid zijn. Dit komt omdat vroeger de lokale hoogovens voorzien werden met dit hout wat ten koste ging van de vele bomen. Grazende schapen en geiten aten bovendien de jonge scheuten van bomen en struiken op waardoor de vlakte gestaag een groene bloedarmoede opliep. De overlevering wil dat de Prins-Bisschop van Luik de lokale inwoners verbood om hier nog te grazen waardoor het plateau Les Abannets werd gedoopt (van het Franse bannir, verbieden). 


Het plateau wordt bevolkt door diverse kalkgraslanden en dit is een natuurlijke biotoop voor veel diverse planten zoals de kleine pimpernel, zonneroosje, wondklaver, muurpeper, ruig viooltje en zo kan ik nog ever verder gaan. Kalkgraslanden behoren tot de meest diverse ecosystemen ter wereld en die van Nismes in het bijzonder door de combinatie van kalkrijke ondergrond en diep grondwater dat behoorlijk warm kan worden. Dit brengt ook een heel resem aan fauna met zich mee zoals dagvlinders, sprinkhanen, kevers, slangen (adder, ringslang, gladde slang), maar ook onverwachte exoten zoals de bidsprinkhaan en bergcicades. 

La Roche aux Faucons
De volgende bezienswaardigheid op De Gele Rechthoek is La Roche aux Faucons (Valkenrots) dat een mooi overzicht biedt op een steengroeve en het dorpje Olloy-sur-Viroin. De rots ligt echter niet op de route zelf, maar je zal eerst een scherpe daling maken op een gemarkeerd pad en een paar tiental meter verder vind je de rots. De rots is niet erg groot en biedt maar plaats aan een aantal mensen. Voorzichtigheid is dus geboden wanneer je met grote groep de rots wil bezichtigen! Ondanks de naam is dit eigenlijk geen rots, maar een oppidum. Dit zijn versterkingen die door de Kelten zijn gebouwd op hoger gelegen plaatsen zoals heuvels en rotsen om zich te verdedigen tegen vijanden. De meeste Keltische oppida werden in in het eerste millennium voor onze tijdrekening gebouwd en het oppidum van Olloy-sur-Viroin is één van de vijf overgebleven oppida in België. 


Bovenaan heb je een mooi uitzicht, hoewel het zicht nog gedeeltelijk wordt gehinderd door bomen en takken. De steengroeve valt meteen op waar de gegroefde rots blikvanger is en als je oplet, zie je ook de machine staan. Rechts van de steengroeve zie je dus het dorpje Olloy-sur-Viroin maar veel meer dan een verzameling huisjes is dit eigenlijk niet. Het is vooral het gehele panorama dat weet te imponeren door het totaalbeeld van de steengroeve, glooiingen in het landschap en enkele huisjes op de achtergrond. Deze plek is dus wel een fotostop waard!


Fondry des Chiens
Na vijf kilometer beland je bij de echte ster van deze wandeling: de Fondry des Chiens. Dit is een kalksteenravijn waarvan er maar een handvol in België zijn en de Fondry des Chiens is hiervan de grootste. Deze "canyon" is ongeveer honderd meter lang en twintig meter diep. Geen overweldigende afmetingen, maar dat neemt niet weg dat deze kloof een pareltje is van moeder natuur. De puntige rotsen kan je van bovenaf bewonderen, maar uiteraard kan je ook in de kloof zelf dalen. 


Dit is wel het meest toeristische gedeelte van de wandeling, dus reken erop dat hier wel een aantal mensen staan. Er bestaat ook namelijk de mogelijkheid om rechtstreeks met de auto naar hier te rijden waar men over erg smalle banen rijdt. Hier is plaats voor een parking van ruim tien auto's en er staan ook een paar picknicktafels. Voorzichtigheid is op deze plek geboden en zeker met kinderen. De kloof gaat steil naar beneden en er staan geen hekken. 


Naar het centrum en de kerk
Wanneer je de Fondry des Chiens hebt bezocht, volg je verder De Gele Rechthoek en daal je richting centrum. Na een paar honderd meter vind je in een scherpe bocht een mooi overzicht op de streek van Viroin. Het uitkijkpunt is niet erg hoog, maar geeft niettemin een leuke impressie over het heuvelende landschap. Daarna loop je verder door het centrum en kom je een bruggetje tegen dat over de Eau Noire loopt. Hier kan je een zijsprongetje maken om een arboretum te bezoeken. De bomen werden hier vorige eeuw geplant om te bepalen welke boom het meest geschikt was om in kalklandschap te groeien. Het arboretum vlak naast de Eau Noire is behoorlijk klein, maar in combinatie met de kabbelende Eau Noire leuk om even te bekijken. 


Het slotstuk van deze wandeling is wellicht het minst interessante deel. Er volgt andermaal een steile beklimming, maar deze keer via een verharde weg. De verharde weg brengt je naar een stuk bos waar eigenlijk niet zo gek veel te zien is en na amper een halve kilometer zet je de daling weer in om terug richting kerk te gaan waar de wandeling van De Gele Rechthoek wordt afgesloten.

Praktisch parkeren
In principe is er voldoende parkeergelegenheid voorzien in het centrum van Nismes. Vlakbij de kerk is er een tamelijk ruime (betalende) parking en er is ook parkeergelegenheid voorzien aan de aanpalende straatjes. Wanneer het echt druk is, bestaat de mogelijkheid dat je een beetje verder uit het centrum moet rijden om te kunnen parkeren met de auto. Je kan uiteraard ook de trein nemen. Dan neem je best een ticket naar het station van Mariembourg en met een bus van TEC kan je tot de kerk van Nismes pendelen. 

Praktisch wandelen
De bewegwijzering van De Gele Rechthoek laat helaas te wensen over. Soms zie je markeringen wanneer ze overbodig zijn en zijn ze in geen heinde of verre te bespeuren wanneer je ze wel nodig hebt. Daarom is het zeker zinvol om de route op zak te hebben via een topografische kaart of op je GSM. Je kan de app RouteYou downloaden waar ook deze route voor gedownload kan worden. Je vindt de route op deze link. Met behulp van deze app weet je dus waar je bent en waar je moet stoppen om de trekpleisters te bezichtigen.