woensdag 5 juni 2013

Strategic management

Voorstelling
De reden waarom veel studenten een MBA volgen is omdat ze een job ambiëren die met strategie te maken heeft. Meestal gaat het dan om jobs als consultant bij de gekende consultancybedrijven zoals McKinsey, Bain en BSC of de Big4. Daarom is strategic management voor deze studenten het belangrijkste vak van hun  MBA. Bovendien biedt strategic management een holistisch perspectief op alle vakken uit de MBA die gecombineerd moeten worden. Vakken zoals managerial economics, marketing en accountancy kunnen heel erg breed zijn, maar ze concentreren zich meestal op een welomlijnd vakgebied. Bij strategic management is het juist de kunst om al deze vakgebieden te combineren om sturing te geven aan een bedrijf of business. Je hebt de financiële cijfers uit accountancy en corporate finance nodig om te zien hoe goed een bedrijf presteert ten opzichte van de concurrentie en wat de zwakke en sterke punten zijn, via managerial economics  weet je in welke economische markt je opereert en hoe je game theory kan toepassen om beter te presteren, via marketing leer je in welke geografische markten je best opereert en wat de toegevoegde waarde is van de producten die je bedrijf verkoopt en in operations management tenslotte zie je dan weer hoe je interne processen efficiënter kan uitvoeren. Dat is een erg goed gevulde boterham en de uitdaging bij strategic management is dan ook om al deze factoren te balanceren om tot één goede strategie te komen waar alles klopt.

Eén van de grootste misverstanden dat over strategic management bestaat, is dat het enkel weggelegd is voor de CEO van een bedrijf. Strategic management bestaat namelijk uit twee grote pijlers: corporate strategy en business strategy. Corporate strategy is werkterrein van een CEO die bepaalt in welke geografische markten een bedrijf opereert, in welke marktsegmenten het opereert, hoe het portfolio van producten eruit ziet, wat de structuur van het bedrijf moet zijn en eventueel diversificatiemogelijkheden zoals acquisities en strategische allianties. Business strategy zit daar een niveau onder en is de verantwoordelijkheid van een general manager die de leiding heeft van een strategische business unit (SBU). Hier bestaat de uitdaging erin om een competitief voordeel te creëren ten opzichte van de concurrentie. De general manager van een business moet hier duidelijk weten wat de succesfactoren van zijn business zijn en dit afstemmen op de klanten van de business. De boodschap hier is om dingen anders te doen dan concurrenten of om andere dingen te doen dan de concurrentie.

Professoren

  • Kevin Jagiello, zelfstandig consultant en Manchester Business School gastdocent 
  • Robert Vass, Manchester Business School docent
  • Jon Beck, zelfstandig consultant en Manchester Business School gastdocent
  • Anne Smith, Manchester Business School docent

Boeken
Zoals bij de meeste andere vakken wordt er bij strategic management gebruik gemaakt van twee boeken:

  • Contemporary strategy analysis, geschreven door Robert Grant
  • Werkboek dat alle belangrijke concepten samenvat, geschreven door de academici van de Manchester Business School

Het boek van Grant is een serieuze klepper met bijna duizend pagina's, maar het boek bestaat voor ongeveer de ene helft uit theorie en de andere helft uit cases. Het boek beslaat bijna alle concepten van de theorie uit strategisch management en legt dit op een duidelijke manier uit met talrijke praktijkvoorbeelden. Een voorbeeld uit hoofdstuk één is wel minder goed gekozen, want Grant legt uit dat Lance Armstrong aan de hand van een duidelijke strategie de Tour de France zeven maal kon winnen. Inmiddels weten we dat daar ook andere dingen een rol speelden, hoewel dit geen afbreuk doet aan het voorbeeld. Lance Armstrong had namelijk een duidelijke strategie die hij tot in de puntjes voorbereidde. 

De theorie die het boek behandelt, is heel erg breed en vergt geen voorkennis. Zaken zoals discounted cash flowtechnieken, transaction costs en game theory zijn voor studenten uit een MBA-richting gekende concepten, maar worden hier op een duidelijke manier uitgelegd. Veel meer dan een introductie is het weliswaar niet, maar dat is ook de intentie van dit boek. Het valt ook op dat het boek geen duidelijk onderscheid in structuur maakt als het aankomt op corporate en business strategy. Grant legt het verschil tussen deze twee zaken erg helder uit, maar de structuur van het boek maakt geen onderscheid tussen deze twee niveaus, terwijl andere boeken dat wel doen. Anderzijds licht het boek uitgebreid zaken toe zoals resources en capabilities die bij andere boeken slechts een voetnoot zijn. 

Het werkboek is erg complementair met Grant's boek en legt concepten uit die nog niet of nauwelijks zijn behandeld. Er wordt veel aandacht besteed aan de externe analyse met als centraal punt de arena map die aanduidt hoe een bedrijf is gepositioneerd ten opzichte van zijn directe concurrenten in een bepaalde markt. Andere cruciale dingen die worden vermeld zijn extra portfolio modellen zoals McKinsey's portfolio of initiatives en het 7S framework van datzelfde McKinsey. Ook wordt er op het einde nog veel aandacht besteed aan het managen van change, een onderwerp dat door veel bedrijven (en strategy consultants) wordt onderschat. 

Onderwerpen
Strategic management bestaat uit de volgende onderwerpen:

  1. Een externe analyse (of omgevingsanalyse) bestaande uit de definitie van een industrie, profit pool map, de 5/6 forces van Porter, strategic groups, key success factors, megatrends, PESTER analyse, sensitivity- en scenarioanalyses.
  2. De corporate strategy bestaande uit visie, values, mission, stakeholder management, conflict management, objectives, portfolio van producten (met concepten zoals de BCG-matrix, share momentum plot, General Electric's master strategy, Gartner's magic quadrant, three horizons of growth en McKinsey's portofio of initiatives), de product/market matrix van Ansoff, de analyse van de gap options uit deze matrix en diversificatiemogelijkheden zoals acquisities en allianties.
  3. De business strategy bestaande uit Porter's generic strategies, de value map, discipline of market leaders, de core value proposition, het strategy canvas, de value chain, McKinsey business system, activity system map en het ecosysteem van een business of bedrijf. 
  4. De implementatie van de strategy bestaande uit het 7S framework, de balanced scorecard en change management. 
  5. Resources en capabilities waar de mosterd voornamelijk wordt gehaald uit hoofdstukken vijf en zes uit Grant's boek.

Je moet deze inhoud beschouwen als een gereedschapskist van tools en technieken die je kan gebruiken, maar je mag het niet als een doel op zich beschouwen. Voor mijn assignment van strategic management combineerde ik concepten van zowel strategic management als operations management omdat het bedrijf waarover ik schreef twee ambities had: op korte termijn de operationele problemen in verband met kwaliteit en beschikbaarheid verbeteren en de ambitie om op middellange termijn uit te groeien naar een consultancybedrijf. Zoals eerder gezegd, gebruikt strategic management een holistisch perspectief waar je verplicht bent om concepten uit andere vakken toe te passen om een deftige strategie te definiëren. 

Persoonlijke opinie
Strategic management was voor mij één van de redenen waarom ik aan mijn MBA begonnen ben, dus keek ik heel erg hard uit naar deze cursus. Bovendien volg ik later dit semester advanced strategic management wat een vervolgcursus is op strategic management. Het hoeft dus geen betoog dat ik heel erg geïnteresseerd ben in deze materie. Wanneer ik al deze materie te zien kreeg, was ik een beetje overdonderd, want zoals je boven kunt lezen bestaat strategic management uit tamelijk veel technieken en modellen. Deze modellen worden in Grant's boek of het werkboek weliswaar kort uitgelegd, maar soms is het moeilijk om dit in de praktijk toe te passen zonder concreet voorbeeld. Hier komt de toegevoegde waarde van de workshop aan te pas. De docenten lichten immers de concepten toe die ze zelf uit hun praktijkervaring halen waardoor de meerwaarde van deze concepten wordt verduidelijkt. In de presentaties van de studenten zelf zie je dan hoe de concepten worden toegepast om richting te geven aan een bedrijf of business. Strategic management is dan ook een vak waar het bijwonen van de workshop eigenlijk onmisbaar is. 

Voor mezelf was de workshop een lichte teleurstelling. De docent spendeerde naar mijn mening te veel tijd aan kleine presentaties over concepten zoals de value map. Deze tijd had ik liever gespendeerd aan het maken van individuele oefeningen. De presentatie zelf van mijn groep was ronduit slecht omdat we enerzijds de concepten niet op de juiste manier hadden toegepast (een Ansoff gap analyse bevatte bijvoorbeeld geen tijdslijn met doelstellingen), maar ook omdat we anderzijds op het verkeerde been werden gezet door de docent die de opdracht niet helemaal juist had gedefinieerd. Elk nadeel heb zijn voordeel zei Johan Cruyff ooit en de brave man had overschot van gelijk. Door de slechte presentatie gedurende de workshop wist ik wat ik verkeerd had gedaan en na de workshop kon ik de concepten beter toepassen. Bij de daarop volgende assignment had ik dan weer één van de hoogste punten van alle studenten. 

Doe het zelf
Ook voor strategic management is het internet een bijna onuitputtelijke bron van informatie en kan je erg veel dingen online vinden. In deze lijst vind je een uitgebreid overzicht van boeken die gaan over strategie zoals strategic management zelf, maar ook toegepaste concepten zoals de balanced scorecard. Via MIT kan je ook een heleboel curusmateriaal van diverse strategievakken downloaden: strategic management I, strategic management II, strategy implementation. Daarnaast kan je via de site Learnerstv online lessen volgen via deze, deze en deze link. Op Youtube vind je ook een filmpje over "Who moved my cheese", een parabel over hoe je omgaat met change management. 

Hoewel er een heleboel gratis materiaal te vinden is op het internet, raad ik toch sterk aan om enkele goede boeken te kopen aangezien die een compleet en duidelijk overzicht bieden van strategic management. Contemporary strategy analysis van Grant, het boek dat ik heb gebruikt voor deze cursus, kan ik van harte aanbevelen en vind je al voor minder dan vijf euro tweedehands op Amazon. Ook Economics of strategy van Besanko kan je voor minder dan vijf dollar vinden op Amazon als je genoegen neemt met een wat oudere versie. Het laatste boek gebruikte ik voor het vak managerial economics, maar kan ook gemakkelijk voor strategic management worden gebruikt, hoewel de focus toch op het economische ligt.

zondag 5 mei 2013

Het mes dat aan twee kanten snijdt

Pionier
Het levensverhaal van Marissa Mayer leest als een sprookje, tenminste als het sprookje zich afspeelt in de zakenwereld. Mayer studeerde af als master in de computerwetenschappen aan de gerenommeerde universiteit van Stanford. Ze specialiseerde zich in kunstmatige intelligentie en dat was voor het net opgestarte Google genoeg reden om haar binnen te halen. Mayer was de twintigste werknemer van Google en de eerste vrouwelijke ingenieur in het bedrijf. Dat heeft haar geen windeieren gelegd, want Mayer groeide gestaag van ingenieur tot executive op jonge leeftijd. Deze steile opklim op de carrièreladder trok de aandacht van Yahoo en in 2012 werd Mayer CEO van het bedrijf op 37-jarige leeftijd. Daarmee is ze de jongste vrouwelijke CEO ooit van een Fortune 500-bedrijf en ze is momenteel ook de jongste CEO van een Fortune 500-bedrijf. Het magazine Fortune rangschikte haar als veertiende in de lijst van machtigste vrouwen in de mondiale zakenwereld.

Marissa Mayer


Yahoo deelde mee in de financiële klappen van de recessie in de westerse wereld en kon voor de aanstelling van Mayer haar beurskoers niet meer opkrikken. Mayer werd bij Google weggeplukt om het bedrijf een nieuwe dynamiek te bezorgen met de innoverende aanpak die Google zo typeert. Analysten verwachten dus van Mayer een visie die Yahoo moet doen concurreren met Google. Verrassend genoeg heeft Mayer de wereldpers gehaald met een betwistbare beslissing die verrassend ouboullig is. Mayer heeft namelijk besloten dat thuiswerken de arbeidsproductiviteit en kwaliteit van het geleverde werk schaadt en dus worden alle werknemers gedwongen om terug plaats te nemen achter hun bureau gedurende de hele week. Of je nu voor of tegen deze beslissing bent, deze maatregel zal alleen maar verliezers hebben waar Mayer weinig aan kan doen.

Pro
De reden waarom Mayer naar zo'n onpopulaire maatregel grijpt, is gebaseerd op enerzijds het gebrek aan vertrouwen in werknemers en anderzijds het interconnectieve karakter van het geleverde werk, zeker bij een IT-onderneming. Het klinkt ironisch dat in een tijd dat thuiswerken wordt gestimuleerd om kosten te besparen en het moraal van werknemers te verhogen juist een IT-bedrijf het tegenovergestelde predikt. De eerste reden hiervoor is ongetwijfeld dat Mayer niet geheel overtuigd is van de integriteit van haar werknemers. In theorie is thuiswerken veel efficiënter dan op kantoor op uitdrukkelijke voorwaarde dat je niet wordt gestoord. Op kantoor zijn er 1001 zaken die je concentratie kunnen storen zoals telefoontjes, collega's die iets vragen of vergaderingen. Thuis heb je veel minder last van deze dingen en ligt de productiviteit in theorie hoger. In de praktijk wordt echter dikwijls de perceptie geschept dat thuiswerken een soort van vrijbrief is om meer je eigen ding te doen. Je kan namelijk je kinderen naar school doen, snel de strijk doen tussendoor en het journaal om één uur bekijken. En het zijn juist deze factoren die ervoor zorgen dat Mayer haar werknemers terug op de werkplek wil.

Een tweede argument is dat werk zelden of nooit in isolement gebeurt en zoiets creëer je wel als veel werknemers thuiswerken. Ondanks de snel evoluerende communicatiemiddelen zoals GSM en internet is er een hemelsbreed verschil tussen deze middelen en fysiek op dezelfde locatie een vergadering houden of iets vragen aan een collega. Het is opvallend hoeveel interne - en vaak ook externe - links er zijn in het werk dat iemand doet. Deze links worden een stuk moeilijker gemaakt wanneer iemand thuiswerkt en dat heeft gevolgen voor de kwaliteit van het geleverde werk. In project management is colocatie een vaak gebruikte manier om de kwaliteit van het geleverde werk te verhogen. Colocatie is eigenlijk niets meer dan werknemers in één fysieke ruimte laten plaatsnemen zodat communiceren sneller en efficiënter verloopt. Mayer's redenering is dus zeker niet onredelijk.

Contra
Uit dezelfde wereld van project management is er een belangrijk aspect dat dikwijls stiefmoederlijk wordt behandeld, namelijk het beheren van de verwachtingen van stakeholders. Mayer kan hier weinig aan doen, maar door het introduceren van thuiswerken is er bij de werknemers van Yahoo een verwachtingspatroon ontstaan waar werknemers vinden dat thuiswerken een verworven recht is. Zelfs werknemers die nog niet aan thuiswerken deden, hebben hier last van, want nu hebben ze geen uitzicht meer op thuiswerk. Omdat werknemers thuiswerken als een verworven recht aanschouwen, heeft Mayer een negatieve perceptie van zichzelf en het bedrijf gecreëerd omdat het zo'n maatregel terugdraait. Dit heeft als gevolg dat het moraal van werknemers wordt gekraakt en werknemers gedemotiveerd geraken. Het is dus twijfelachtig dat de verhoopte toename in arbeidsproductiviteit daadwerkelijk wordt gerealiseerd wanneer werknemers gedemotiveerd zijn.

Een ander argument om deze maatregel in vraag te stellen, is of dat dit wel de juiste maatregel is om Yahoo beter te laten presteren op de beurs. Andere technologiebedrijven doen het ook en zij stappen niet van deze maatregel af. Als duizenden bedrijven deze maatregel handhaven - en zelfs verder uitbouwen - en één iemand niet, dan is het de vraag of die ene iemand dan juist gek of geniaal is. Zelfs al Mayer heilig overtuigd is van de efficiëntie van deze maatregel had ze er beter aan gedaan om een gulden middenweg te vinden. Ze had kunnen toestaan om thuiswerken een beperkt aantal keer per maand toe te staan in plaats van het volledig af te schaffen. Nu heeft ze immers een negatieve perceptie van zichzelf gecreëerd bij haar werknemers waar ze niet snel van zal af geraken.

zaterdag 4 mei 2013

Managing internationally across business systems


Voorstelling
Managing Internationally across Business Systems, of kortweg MIBS, was één van de vakken waar ik het minst naar uitkeek. Bij de omschrijving van het vak werd het omschreven als een sociologisch vak gericht op de zakenwereld en dat klinkt niet meteen erg spannend. Deze omschrijving doet het vak onrecht aan, want MIBS is van alle vakken in m'n MBA-opleiding wellicht het meest aanwezig in onze dagelijkse wereld. De basis van het vak zijn de zogenaamde business systems, systemen die door historie en cultuur geschapen zijn in bepaalde landen en regio's. Zo is zaken doen in de UK totaal verschillend met zaken doen in Frankrijk hoewel beide landen op een boogscheut van elkaar liggen. Op dat gebied heeft de US veel meer gemeen met de UK hoewel er een grote plas water tussen deze twee landen ligt. Dit klinkt evident gezien de historische banden tussen de twee landen, maar MIBS maakt duidelijk dat zaken doen in verschillende landen totaal verschillend kan zijn.

Dit is echter het topje van het ijsberg, want MIBS behandelt ook onderwerpen die we dagelijks op de werkvloer tegenkomen zoals cultuur, autoriteit, samenwerken met elkaar, maar helaas ook minder vrolijke onderwerpen. Een goed voorbeeld hiervan is de sluiting van de Fordfabriek in Genk omdat de Limburgers net de pech hadden om modellen te bouwen die het gevoeligst waren voor de huidige laagconjunctuur in de autoindustrie. Het illustreert de Amerikaanse mentaliteit van hire-and-fire en de snelle reconfiguratiemogelijkheden om de Genkse modellen terug op te zetten in Valencia. En het zijn net deze dingen die MIBS interessant maken.

Professoren

  • Juliann Tiley, Manchester Business School docent
  • Laszlo Czaban, Manchester Business School professor 

Boeken
Voor het vak worden twee boeken gebruikt:

  • Business systems and organizational capabilities: The institutional structuring of competitive competences, geschreven door Richard Whitley
  • Werkboek dat alle belangrijke concepten samenvat, geschreven door de academici van de Manchester Business School

Zoals je wellicht van de titel kan afleiden is Whitley's boek een academisch boek dat vrij moeilijk is geschreven. Het boek heeft last van dezelfde kwaal als Atkinson's boek over Management accounting: de meeste zinnen zijn te moeilijk geschreven en vaak te lang waardoor ze betekenisloos worden. Whitley's boek heeft echter de twijfelachtige eer om het predikaat van minst nuttige boek te krijgen omdat het boek hele delen heeft die weinig relevant lijken en bovendien ongestructureerd zijn. Zo is er op het einde van het boek een heel hoofdstuk over waarom bepaalde landen gespecialiseerde sectoren hebben. Whitley haalt het voorbeeld van Zweden aan dat gespecialiseerd is in het ontwikkelen van zogenaamde middleware in de IT-industrie. De manier waarop het onderzoek is gevoerd lijkt me echter arbitrair en heeft in principe weinig referentiemateriaal met de rest van de leerstof. Het blijkt dat Whitley wetenschappelijk onderzoek naar dit thema heeft gedaan en ogenschijnijk dit snel aan het boek heeft toegevoegd zodat het genoeg materiaal bevatte.

Waar Whitley's boek soms heel erg specifiek is, zoekt het werkboek de andere kant van het spectrum op waardoor het soms vrij generalistisch is. Het werkboek is een stuk simpeler dan Whitley's boek en daarom een veel betere basis om MIBS te studeren dan Whitley's boek dat hooguit als aanvulling geldt. Het werkboek bestaat uit verschrikkelijk veel tabellen waardoor het boek de indruk geeft dat het een soort van samenvatting is voor het gehele vak. In zekere zin is het dat ook, want je kan nooit de hele cultuur en sociologie van zoeken doen overal ter wereld beschrijven in minder dan honderdtwintig pagina's. Studenten worden dan ook aangemoedigd om heel wat andere boeken en artikelen te lezen en daar zijn er meer dan genoeg van. MIBS is het vak met de meeste artikels en boeken dat je dient te lezen naast de kernboeken. Hiermee gaat er een hele andere wereld open en leer je zelf om kritisch te kijken naar bepaalde onderwerpen. Toch blijft door de generalistische aard van het vak gevaarlijk om te vervallen in vooroordelen. De grootste uitdaging van dit vak is om juist dit te vermijden.

Onderwerpen
MIBS bestaat uit de volgende vier onderwerpen:

  1. Een beschrijving van de verschillende soorten business systems en varianten van kapitalisme
  2. Institutionele frameworks die de structuur van een business system bepalen zoals financiële-, onderwijs- en arbeidsmarktsystemen, relaties tussen bedrijven en cultuur
  3. De concurrerende competenties van een firma
  4. Internationaal zaken doen in de verschillende business systems

Persoonlijke opinie
Meer nog dan andere vakken in de MBA-opleiding is MIBS een vak dat je meer leert waarderen naarmate je het meer bestudeert. Jammer genoeg lijkt er wel een dichotomie te bestaan tussen enerzijds het studiemateriaal (en voornamelijk Whitley's boek) dat een academisch perspectief gebruikt en anderzijds de workshop waar vijf case studies worden besproken en voorgesteld per groep gedurende drie dagen. Dit accentueert dan weer de praktische kant van de zaak. De workshop is noodzakelijk om het academische karakter van de leerstof te vertalen naar concrete, praktische situaties in de alledaagse wereld. Het wordt dan ook meteen duidelijk hoe dicht MIBS aanleunt bij de dagelijkse realiteit. Als je de hele leerstof hebt doorgenomen, kijk je toch met een ruimere, kritischere blik naar de zakenwereld en globalisering.

Omdat de leerstof van MIBS breed en divers is, is het moeilijk om specifiek te zijn. Het biedt een verzameling van concepten en technieken om de competenties en eigenschappen van firma's overal ter wereld te doorgronden, maar het is minstens even belangrijk om te nuanceren en dat is een persoonlijke eigenschap die geleerd moet worden en niet in boeken staat beschreven. Zo beschrijft het studieboek dat de meeste firma's in Japan in een keiretsu-netwerk opereren met nauwe banden met bepaalde andere bedrijven. Het Toyota Production System is hier een wereldberoemd voorbeeld van. In de eerste taak moet er een groepwerk worden gemaakt over Tombow, een firma in Japan en hieruit blijkt juist dat zij niet in een traditioneel keiretsu-netwerk opereren, ook al is het een Japans bedrijf.  

Doe het zelf
MIBS is een erg specifiek vak dat je niet snel in andere MBA-opleidingen zal tegenkomen. Het is daarom niet zo evident om hier materiaal van op het internet te vinden. Op Amazon vind je een boek over Varieties of capitalism. Dit wordt als basis gebruikt voor MIBS, hoewel de auteurs van het werkboek een iets breder perspectief hanteren. Op Youtube vind je enkele lezingen over onderwerpen die aan bod komen in MIBS. Ook hier geldt dat de onderwerpen niet helemaal corresponderen, maar wel veel overlap hebben. Op Google vind je dan weer een heleboel informatie over Pankaj Ghemawat, een Indische professor die als de grootste autoriteit geldt op het vlak van globalisatie. Beroemd is zijn artikel "Why the world isn't flat".

maandag 29 april 2013

Accountancy

Voorstelling
Accountancy is samen met Corporate Finance één van de meer technische vakken in het MBA-curriculum en daardoor niet altijd geliefd door iedereen. Het is dan ook geen verrassing dat het slagingspercentage iets lager ligt dan bij andere vakken: gemiddeld behaalt éénderde de helft niet, voor andere vakken ligt dit eerder rond de twintig à vijfentwintig procent. Hoewel de basisprincipes van het boekhouden worden uitgelegd, wordt vooral het perspectief van een manager gebruikt. Het is belangrijker om uit te leggen waarom een bedrijf goed of slecht presteert als je naar de boekhouding kijkt in plaats van het berekenen van waardeverminderingen en afschrijvingen.

Accountancy is een misleidende naam voor dit vak, want eigenlijk bestaat het uit twee onderdeel: financieel boekhouden dat iedereen wel zal kennen, maar ook management accounting waar kostencalculatie centraal staat. Je moet allerminst een rekenwonder zijn om deze dingen onder de knie te krijgen, want meer dan de elementaire rekenregels en een occasionele vergelijking komt er niet aan te pas. De twee onderdelen worden ook als een apart vak gegeven in het MBA-curriculum waardoor Accountancy een beperkt assortiment van onderwerpen aansnijdt, hoewel het vrij breed is. Het is dus geenszins een vak dat toekomstige accountants opleidt.

Professoren
  • Julian Jones, Manchester Business School gastprofessor
Boeken
Aangezien Accountancy eigenlijk bestaat uit twee aparte onderdelen is het niet verwonderlijk dat er twee aparte boeken worden gebruikt naast een algemeen werkboek:
  • Financial accounting for decision makers, 7de editie, geschreven door Atrill en McLaney
  • Management accounting, 5de editie, geschreven door Atkinson, Kaplan, Matsumura en  Young
  • Werkboek dat alle belangrijke concepten samenvat, geschreven door de academici van de Manchester Business School

Het boek van financial accounting is een schoolvoorbeeld van hoe je een duidelijk en helder boek schrijft. Het legt de materie op erg verstaanbare wijze uit met voorbeelden die stapsgewijs de theorie uitdiepen en schema's die duidelijk zeggen wat je moet doen. Elk hoofdstuk heeft een aantal oefeningen die je inzicht testen en een goede peiler zijn van je inzicht in de theorie. Dit boek is dus met andere woorden een ideaal boek voor zelfstudie. Het is frappant dat het boek van management accounting juist het tegendeel is van dit. Hoewel het boek van Atkinson geldt als een autoriteit op het vlak van literatuur in accounting is het moeilijk geschreven. Het taalgebruik maakt de materie moeilijker dan die is en voorbeelden worden niet altijd duidelijk geïllustreerd. Het boek heeft dan ook meer de allure van een naslagwerk dan een praktijkboek. 

Het werkboek is een verzameling van onderwerpen uit financial en management accounting. Het begint met financial accounting en wisselt daarna een paar keer van financial accounting naar management accounting en omgekeerd. Deze structuur is niet geheel logisch want het onderwerp van leasing (toch een vrij belangrijk onderwerp) komt pas helemaal op het einde aan het bod. Toch is de inhoud goed geschreven en kan je het werkboek beter als primaire bron voor management accounting gebruiken dan het onnodig complexe management accounting handboek van Atkinson. 

Onderwerpen
Accountancy bestaat uit de volgende onderwerpen:

Voor financial accounting:
  1. Basisprincipes van boekhouden zoals voorraadbeheer (fifo, lifo, average weighted cost), afschrijvingen, waardeverminderingen, accruals, etc. met een theoretische benadering van de GAAP en IFRS-regels
  2. Het berekenen van ratio's om zo de prestaties van een bedrijf te evalueren gebaseerd op de boekhoudkundige documenten zoals de balans, cash flow statement en resultatenrekening
  3. Het berekenen van de cash flow om de kasmutatie tussen twee jaren te evalueren
  4. Leasing waar je het verschil leert tussen operationele en financiële leasing en waarom dit belangrijk is voor de boekhouding, denk bijvoorbeeld maar aan het beruchte faillissement van Enron.
Voor management accounting:
  1. Traditionele kostencalculatiesystemen zoals absorptiesystemen
  2. Complexere kostencalculatiesystemen zoals activity-based costing waar de indirecte kosten worden verspreid over de activiteiten
  3. Frameworks waar bedrijven mee werken om hun prestaties te beoordelen zoals de balanced scorecard.
  4. Variance analysis dat wordt gebruikt om de variantie tussen geschatte en daadwerkelijke kosten aan te duiden en om dit verschil te analyseren
  5. Case studies om de student bewust te maken van de voor- en nadelen van kostensystemen en budgetteringen.
Persoonlijke opinie
De workshop voor Accoutancy was een lichte teleurstelling voor mij. Al het aangereikte materiaal was relevant en duidelijk uitgelegd, maar de docent spendeerde wel erg veel tijd aan het maken van de oefeningen zonder echt hulp te bieden. Dit resulteerde in een aantal studenten die minutenlang met hun vingers zaten te draaien omdat ze niet verder konden bij een oefening. Het materiaal zelf is echter zonder meer goed te noemen. Aangezien de workshop minder punten kreeg dan andere workshops is het vak gereviseerd en gaat het voortaan als "Accounting for business" door het leven.

Er wordt veel aandacht besteed aan ratio's en studenten leren zo om de prestatie van een bedrijf te beoordelen gebaseerd op de ratio's. Het is jammer dat het werkboek zich beperkt tot de ratio's die worden behandeld in het boek van Atrill en andere veelgebruikte ratio's (vooral voor debt to equity) negeert. 

Bij management account wordt duidelijk uitgelegd waarom en hoe je met verschillende kostencalculatiesystemen moet werken. Misschien ligt er net iets te veel nadruk op dit onderdeel van de leerstof want variance analysis was niet altijd voor iedereen duidelijk. Het is duidelijk hoe je bepaalde dingen uitrekent en de reële waarde contrasteert met de geschatte waarde, maar de evalutie hiervan (bij voorkeur gekaderd in een framework zoals de balanced scorecard) is relatief complex. Accountancy is een vak waarvan de meerwaarde pas duidelijk wordt des te meer je er in de realiteit mee wordt geconfronteerd zoals  bij voorspellingen van financiële analysten of het gebruik van financiële rapporten van bedrijven.

Doe het zelf
Deze link geeft een overzicht van concepten uit financial en management accounting, terwijl deze link uitlegt hoe de waarde van een bedrijf wordt bepaald op verschillende manieren. Op Coursera vind je een overzicht van cursussen over boekhouding die je zelf kan meevolgen. Het aanbod is afhankelijk van het tijdstip wanneer het vak wordt gegeven, dus het is raadzaam om deze lijst regelmatig te checken. Tenslotte zijn er ook nog een heleboel ebooks waarmee je een halve eeuwigheid zoet bent als je die allemaal wil lezen.

zondag 10 maart 2013

Waarom geen Tata Martin?

007
Aston Martin werd exact honderd jaar geleden opgericht en groeide in die tijd uit tot een producent van luxueuze sportwagens die al gauw evenveel kosten als een klein huis. De meeste mensen zullen de wagens wel kennen als het geliefkoosde speeltje van James Bond in de films van de geheim agent. Tot de jaren negentig bleef Aston Martin zelfstandig opereren, maar zag het zich door financiële perikelen toch genoodzaakt om overgenomen te worden door Ford. Lang bleven de Britten niet bij Ford, want in 2007 werd het luxemerk verkocht aan een investeringsgroep. Eind 2012 kwam Aston Martin door slechte financiële papieren terug in het vizier van enkele overnemers zoals Toyota en Tata. Uiteindeijk was het een Italiaanse investeringsgroep Investindustrial die in december 150 miljoen pond kapitaal in het merk injecteerde om het terug gezond te maken. De vraag is echter of dit het meest voordelige pad is voor het Britse automerk.

Korte termijndenken
Investeringsgroepen dragen een negatieve connotatie met zich mee, omdat deze groepen er op gericht zijn om zo snel mogelijk winst te maken wanneer ze een bedrijf overnemen of een gevoelige kapitaalsinjectie geven. De 150 miljoen pond leverde de Italiaanse investeringsgroep 37,5 procent van de aandelen en het is de bedoeling dat deze aandelen in waarde stijgen. En als dit kan liefst zo snel mogelijk. Waarde creëren op korte termijn is meestal geen goed idee. Hoewel er in de praktijk genoeg voorbeelden zijn waar dit wel is gelukt, is de algemene consensus dat lange termijndenken een veel gezondere basis is voor een bedrijf dan korte termijndenken. Wanneer een investeringsmaatschappij een reusachtige som geld heeft geïnvesteerd in een bedrijf wil het dat geld liefst zo snel mogelijk terugzien met een flinke portie winst. Voor Aston Martin, dat al enkele jaren in slechte financiële papieren zit, is het niet realistisch om te denken dat het plots veel meer wagens gaat verkopen als het de laatste jaren al minder goed is gegaan.

De meest voor de hand liggende methode om dan toch waarde bij een bedrijf te creëren is het gevreesde concept van kostenbesparingen. Het is dus erg aannemelijk dat er flink wordt geknipt in de kostenuitgaven bij Aston Martin. De eerste groep die dit voelt, is het personeel, aangezien personeelskosten dikwijls één van de grootste kostenposten zijn bij een bedrijf. Ook enkele financiële kunstgrepen zoals desinvesteringen en de verkoop van vaste activa zijn een vaak voorkomend symptoom om het financiële plaatje terug rozer te kleuren. Dergelijke maatregelen werken echter contraproductief en staan de toekomstige groei van Aston Martin in de weg. Een investeringsgroep ziet echter alles op een korte termijn en heeft er geen boodschap aan dat een bedrijf slechtere doorgroeimogelijkheden heeft binnen vijf jaar. Hun doel is immers om het merk weer te verkopen voor die periode.

Alleen is maar alleen
Is Aston Martin beter af wanneer het zich onder de paraplu bevindt van een autobouwer? Het antwoord hierop is een duidelijke ja. Aston Martin is een luxemerk dat sterk te lijden heeft van het gebrek aan schaalvoordelen. Andere grote autobouwers zoals Volkswagen en Toyota kunnen hun kosten delen over meerdere merken. Denk bijvoorbeeld aan Volkswagen dat een platform ontwikkelt voor de Golf, maar dit ook verder gebruikt voor de Audi A3, Seat Leon en Skoda Octavia. Het spreiden van deze vaste kosten bespaart een enorme hoeveelheid geld. Aangezien Aston Martin geen connectie heeft met andere autobouwers vervalt dit voordeel. Daarom gingen vele mensen ervan uit dat Aston Martin wellicht overgenomen ging worden door Tata.

Tata is geen begrip in West-Europa, maar geniet langzaamaan wel meer bekendheid. De Indische groep deed van zich horen in 2007 toen het Land Rover en Jaguar van Ford overnam. Sinds beide merken zich onder de vleugels van Tata bevinden, gaat het opmerkelijk goed met hen. Vooral Jaguar, jarenlang verlieslatend voor deze overname, doet het nu relatief goed. Aston Martin behoorde in het verleden, net zoals Jaguar en Land Rover, ook bij Ford, dus was het goed mogelijk dat Tata de Britten alsnog ging overnemen. Bovendien opereren alle merken in het luxesegment en zou het makkelijk moeten zijn om schaalvoordelen te behalen zoals het eerder vernoemde delen van hetzelfde platform.

Synergieën
Als Tata een bedrijf overneemt, kijkt het naar drie aspecten: verlengt het bedrijf de activiteiten en/of productie van Tata, gaat het bedrijf voldoende winsten realiseren en worden er synergieën gerealiseerd? Er moet dus met andere woorden een strategische afstemming zijn met de huidige bedrijven die in de Tata Group opereren. Jaguar en Land Rover zijn een goed voorbeeld om dit te illustreren. Tata Motors heeft een groot marktaandeel in India, groeide ook in Oost-Azië met de overname van Daewoo, maar bleef in Europa en de VS een nobele onbekende. Aangezien de thuismarkt in Azië onder druk kwam te staan met de komst van andere goedkope automerken uit opkomende landen zoals China richtte Tata zijn vizier op andere markten. Dat werd dus de Westerse markt waar Jaguar en Land Rover Tata niet alleen nieuwe geografische markten bezorgde, maar ook een nieuw marktsegment in de vorm van luxewagens. In een cyclische industrie zoals de autoindustrie is dit een vorm van risicospreiding aangezien dit marktsegment minder prijselastisch is, waardoor een slechte economie niet per definitie schnabbelt aan de inkomsten. In dit opzicht zou een overname van Aston Martin een logische keuze zijn.

Een bedrijf is er echter in de eerste plaats om winst te maken en een strategische afstemming met de huidige bedrijven in de Tata Groep is niet genoeg om een overname te ondersteunen. Daarom berekent Tata ook de voorspelde EVA (economic value added) van een bedrijf en probeert het om zoveel mogelijk synergieën te realiseren. EVA is een methode om de economische winst van een bedrijf te schatten, terwijl een synergie een term is om voordelen te beschrijven die worden gerealiseerd wanneer twee bedrijven samenwerken ten opzichte van wanneer ze apart zouden fungeren. Op het eerste gezicht hebben Indische lagen kostenwagens weinig gemeenschappelijk met Britse luxewagens, maar schijn bedriegt. Tata heeft met de Tata Nano de goedkoopste wagen ooit geproduceerd en weet dus als geen ander hoe je kosten kan reduceren. De Britten daarentegen zijn gekend voor hun kwaliteit en beide partijen kunnen op dat vlak veel van elkaar leren en dat levert dus de synergieën op.

Volgende eigenaar
Synergieën, schaalvoordelen en leermogelijkheden zijn dus allemaal voordelen die niet gerealiseerd kunnen worden omdat Aston Martin onderdeel blijft van Investindustrial. Is het dan realistisch om te denken dat een noodlijdend luxemerk in handen blijft van een investeringsgroep in een industrie die momenteel aan het inkrimpen is op de Westerse markt? Waarschijnlijk niet, want het doel van de investeringsgroep zal ook zijn om Aston Martin op middellange termijn te verkopen aan andere geïnteresseerden en dit zullen waarschijnlijk autobouwers zijn zoals Tata. Of dit met winst gaat gebeuren is hoogst twijfelachtig, want met enkel kostenbesparingen maak je een bedrijf geen aantrekkelijk overnamedoelwit.



maandag 2 juli 2012

Wanneer het druppelt in Parijs, regent het in Brussel

De Franse messias
Wanneer een bedrijf in de problemen komt, wordt bijna altijd aangenomen dat een bedrijf niet winstgevend is. Dit is een foutieve aanname, want niet elke financiële perikel staat gelijk aan verlieslatend. Een frappant voorbeeld hiervan is de voormalige Belgische grootbank Fortis. Hoewel de bank zelfs op het hoogtepunt van de financiële crisis winst maakte, geraakte Fortis toch zwaar in de problemen. Dit komt omdat de bank zich zwaar vergaloppeerd heeft bij de overnamepoging van de Nederlandse retailactiviteiten van ABN Amro. De bank verkeerde niet meer in de mogelijkheid om de korte termijnschulden terug te betalen door een gebrek aan cash en een te grote hoeveelheid van schulden (berekend op het totale vermogen van het balanstotaal).

In het beruchte weekend van vier en vijf oktober 2008 slaagt de Belgische regering erin om de bank in een ultieme reddingsactie te verkopen aan BNP Paribas. Fortis was weliswaar voor een habbekrats verkocht aan BNP Paribas, maar voor de spaarders is heel veel leed verkomen. De aandeelhouders moeten echter leidzaam toezien hoe hun aandeel is verwaterd tot een fractie van hun oorspronkelijke investering. Ook de Belgische regering heeft zich van een groot debacle gespaard. Elke commerciële bank is verplicht om deel van zijn vermogen af te staan aan de centrale bank. Dit is de zogenaamde reserve requirement dat dient als back-up wanneer een bank failliet gaat. In België betekent dit dat elke spaarder recht heeft op zijn spaargeld met een maximum van 100 000 euro. Het probleem is echter dat de bijdrage van Fortis aan de centrale bank bijlange na niet genoeg is om elke Belgische spaarder terug te betalen en dit leidt automatisch tot een groot inkomensverlies voor veel Belgen.

Conservatief
Inmiddels is Fortis omgedoopt tot BNP Paribas Fortis en is het uitgegroeid tot de cash cow van de Franse bankengroep. De investering heeft zich in drie jaar terugbetaald en is nu de meest lucratieve  dochter van de groep. Aandeelhouders van Fortis zullen dit beleid wansmakelijk vinden, maar het is gewoon slim beleid van BNP Paribas. De Fransen voerden altijd een risicoaversieve koers en dat zorgde ervoor dat ze relatief weinig last ondervonden van de globale economische crisis in 2008. De waarheid is dat BNP Paribas één van de weinige kandidaten was om Fortis over te nemen, aangezien andere banken zelf kampten met financiële problemen. De Fransen zaten dus in een ijzersterke onderhandelingspositie en hebben zo het koopje van de eeuw gedaan. Dat blijkt een crisis later zeker het geval.

Sinds 2010 heerst er de Europese staatsschuldencrisis die vooral landen zoals Ierland, Griekenland, Spanje, Portugal treft en in mindere mate Italië, Frankrijk en België. Aangezien deze financiële (dus geen economische) crisis vooral in Europa plaatsvindt, is BNP Paribas hierdoor veel meer getroffen dan de globale economische crisis in 2008. Vooral de afschrijvingen op Grieks staatspapier vooer vier miljard euro heeft hen pijn gedaan. Spanje is echter het volgende dominosteentje dat dreigt om te vallen en ook hier heeft BNP Paribas ernstige problemen. En nu is het België dat de groep komt redden.

Transfers
De Italiaanse en Spaanse dochters van BNP Paribas kampen met een ernstig financieringstekort van twintig miljard euro. Dit zijn met andere woorden dezelfde problemen waar Fortis vier jaar geleden was aan blootgesteld. Datzelfde BNP Paribas Fortis doet het nu ironisch genoeg voortreffelijk en heeft een overschot aan deposito's. Eén plus één is twee en volgens Bloomberg gaat BNP Paribas het Belgische overschot aan deposito's gebruiken om het Spaanse en Italiaanse financieringstekort aan te zuiveren. Hoewel dit niet indruist tegen de Basel II-richtlijnen (een verzameling van standaarden over kapitaalseisen opgelegd aan banken) is dit een mooi voorbeeld van het verbloemen van de waarheid.

Voor de groep zelf is dit een broekzak vestzak operatie. Als de resultaten worden geconsolideerd, heeft de groep namelijk geen financieringstekort. Als de resultaten echter worden opgesplitst, is dit niet meer het geval. Een transfer van België naar Italië en Spanje betekent dat cash flow statements, balansen en resultatenrekeningen van beide dochterondernemingen worden aangezuiverd om de onderliggende problemen te verbloemen. Zo probeert BNP Paribas om financiële analysten ervan te overtuigen dat de bankengroep minder problemen heeft dan dat er in werkelijkheid zijn. En belangrijker: het probeert haar ratings stabiel te houden om de financiële rust van het BNP Paribas aandeel te bewaren.

Geen plezier
In dit specifieke geval kan BNP Paribas bekritiseerd worden omwille van haar aanpak, maar de waarheid is dat elke grote multinational zo zou handelen. Er zijn namelijk legio voorbeelden van dergelijke praktijken. Denk bijvoorbeeld aan de sale-en-lease back operaties van overheidsgebouwen door de Belgische regering. De regering Verhofstadt had beslist om overheidsgebouwen te verkopen en boekhoudkundig betekende dit dat België dat jaar geen overheidstekort had. In realiteit hadden de investeerders de gebouwen al na drie jaren terugverdiend en was al de rest daarna pure winst. Gezond boerenverstand zegt dus dat dit een belachelijke actie was. De acties van de Belgische regering en BNP Paribas hebben één ding met elkaar gemeen: ze hebben zichzelf geen plezier gedaan met dergelijke boekhoudkundige praktijken.

Je kan proberen om de buitenwacht om de tuin te leiden, maar de kans bestaat ook dat er intern oogkleppen worden opgezet voor deze problematiek. Er wordt namelijks iets gedaan aan de symptomen, maar niet aan de oorzaak. Vooral het Spaanse bankwezen zit in een precaire situatie omdat de hele industrie dreigt overkop te gaan door een ingewikkeld en pervers piramidesysteem van herverpakte hypothecaire leningen die niks waard zijn. De kans bestaat dus dat BNP Paribas door de zure appel moet bijten en er baat bij heeft om haar Spaanse activiteiten af te stoten. En zo leert BNP Paribas de twee kanten van de medaille kennen.

maandag 25 juni 2012

Operations management

Operations management
Eén van de belangrijkste vakken in een MBA-opleiding is ongetwijfeld operations management. De MBA-opleiding is immers ontstaan om een antwoord te bieden op vraagstukken afkomstig van de operaties van een bedrijf. Bij het begin van dit vak wordt meteen duidelijk gemaakt dat er een immens verschil is tussen operational en operations management. Operational management houdt zich immers bezig met hoe zaken op de bedrijfsvloer worden uitgevoerd. Dit is het laagste niveau van management (strategisch en tactisch management zijn de twee hogere niveaus) en hoewel operations management hier zich ook uitvoerig mee bezighoudt, is operations management meer dan dat. Dit vak behandelt onderwerpen die te maken hebben met de operaties in een bedrijf op alle managementniveaus.

Van alle vakken in de MBA-opleiding van de Manchester Business School is dit wellicht het vak dat meest zichtbaar is. Een opdracht tijdens de workshop is namelijk even simpel als leerzaam: stap een winkel binnen en bekijk hoe deze winkel is ontworpen. Daarna dien je het ontwerp te beoordelen en dit geeft soms verrassende resultaten. Zo blijkt dat het niet zo simpel is om de plaats van een triviaal iets zoals servetten te bepalen in een grote broodjeszaak. Leg je de servetten op de toog, zal dit de aanschuivende klanten storen. Als je de servetten op een aparte tafel plaatst, kan het dan weer gebeuren dat klanten de servetten niet weten staan. Zo leer je het belang van een goed ontwerp van processen. Operations management is op die manier onlosmakelijk verbonden met processen en vormt dan ook een belangrijk onderdeel van dit vak.

Professoren
  • Paul Taaffe, Manchester Business School gastprofessor
  • David Bamford, Manchester Business School professor

Boeken
Operations management maakt gebruik van drie boeken:

  • Operations and process management, geschreven door Slack, Chambers, Johnston en Betts
  • Werkboek dat alle belangrijke concepten samenvat, geschreven door de academici van de Manchester Business School
  • Een aanvullend boek over service operations management en service processen, geschreven door Alison Smart

Het belangrijkste boek van de drie is operations and process management van Slack. Slack geldt als een autoriteit op het vlak van operations management en als je het boek leest, weet je direct waarom. Alles is op een erg duidelijke manier geschreven met veel ruimte voor afbeeldingen en voorbeelden die de theorie uitleggen en dit toetsen aan de praktijk. Het boek is uitgerust met een cd-rom dat de vijftien hoofdstukken samenvat en aanvult met handige case studies en tools. Zo wordt in het boek vluchtig het concept van quality function deployment aangeraakt, maar kan je op de cd-rom een uitgebreid voorbeeld vinden hoe je QFD in de praktijk uitvoert. Een kleine smet op het blazoen is dat niet alle informatie correct lijkt te zijn. Zo telt het boek een hoofdstuk over project management. Op zich al een heel uitgebreide discipline dat ook als een apart vak wordt gegeven op de Manchester Business School. Slack heeft het over quality, costs en time als hij het heeft over de triple constraints, terwijl project managementboeken zullen vertellen dat dit fout is (quality wordt vervangen door scope). 

De twee andere boeken zijn bedoeld als aanvulling. Het werkboek vat alle belangrijke concepten samen, maar legt de nadruk op de praktische invulling ervan. Het werkboek moedigt aan om je directe omgeving te bekijken om te zien hoe daar operations management wordt uitgevoerd zoals een bezoek aan de supermarkt op een drukke vrijdagavond. Smart's boek gaat dieper in over services en hier wordt duidelijk dat marketing en operations management veel meer met elkaar gemeen hebben dan je aanvankelijk zou denken.  

Onderwerpen
Operations management bestaat niet uit één overkoepelende discipline, maar is eerder een amalgaam van verschillende onderwerpen. Die onderwerpen die in operations management worden behandeld zijn onder andere:

  1. Processen en hun belang bij operaties. 
  2. De strategie van operaties.
  3. Het ontwerp van processen.
  4. Capacity, inventory en supply chain management.
  5. Resource control en planning, project en risk management.
  6. Lean synchronization, quality management en verbeteringsprocessen. 

Persoonlijke mening
Omdat operations management zo dicht aanleunt bij de praktijk, is dit vak wellicht het meest nuttige vak voor beginnende managers in een MBA-opleiding. Je ziet het verschil tussen een efficiënte operatie en een niet-efficiënte operatie van een onderneming. Het gaat hier niet om high-level, strategische beslissingen, maar beslissingen die gaan over het hart van een operatie. Dat kan gaan van het ontwerp van een operatie om waste te elimineren (just in time principes), maar ook de lay-out van een operatie om een proces vlotter te laten verlopen. 

Een belangrijk onderdeel van dit vak is supply chain management dat een antwoord biedt op vraagstukken in verband met vraag en aanbod. De beer distribution game toont bijvoorbeeld het bullwhip effect aan en laat zien hoe lastig het is om de juiste hoeveelheid van een product te bezitten in een distributieketen. Het aspect van lean (of just in time) borduurt hier op verder om de verschillende types van waste te identificeren en te elimineren. Hier wordt duidelijk dat quality management van cruciaal belang is, wil een onderneming een goed functionerende operatie hebben.

Doe-het-zelf
Aangezien operations management zoveel verschillende onderwerpen behandelt, is er een heleboel informatie op het internet te vinden. Hier kan je een boek over operations management vinden dat alle onderwerpen over operations management (kort) behandelt. Er zijn ook een heleboel videos te vinden: project en product management, supply chain management en six sigma (quality management). Als het een beetje geld mag kosten, biedt het boek van Slack (Operations and process management, tweede druk) zeker waar voor je geld.