woensdag 24 juli 2024

Reisverslag Noorwegen deel twee: trollen en watervallen

Maandag 8 juni
De (Noorse) weergoden waren ons nog niet goed gezind de eerste drie dagen en ook de vierde dag dreigt - letterlijk - in het water te vallen. Met bijzondere interesse lees ik elke dag de weersvoorspellingen voor de volgende dag en op de vierde dag wordt er weer een heleboel regen voorspeld. Dat zou bijzonder jammer zijn, want bij de zware wandeling naar Trolltunga zijn er amper of geen schuilmogelijkheden. De soep wordt echter nooit zo warm gegeten als ze wordt opgediend en verrassend genoeg blijft deze dag waterstofdioxidevrij. Dat is alvast één zorg minder, maar het blijft een zware dag. Dit mag je overigens letterlijk nemen, want met een tocht van 23 kilometer en ongeveer 1300 hoogtemeters over soms moeilijk begaanbare paadjes is dit toch een wandeling die respect afdwingt. 

Dat respect zit vooral in het beginstuk waar het behoorlijk steil omhoog gaat. De hellingsgraad is vergelijkbaar met de wandeling van gisteren naar de Kjaesenboerderij, maar dan een ietsie pietsie gemakkelijker. Het is geen via ferrata, maar losliggende rotsen en boomwortels maken het wandelleven er niet gemakkelijker op. Na één kilometer zijn er met de regelmaat van de klok touwen gespannen om de steile hellingsgraden te overwinnen en dat zijn toch wel dankbare hulpmiddelen. Bij deze zweettocht naar boven heb ik amper oog voor het mooie bosdecor, maar nochtans is dit misschien wel het mooiste gedeelte van de wandeling. Na twee uur klimwerk klok ik op vier kilometer af: dit is dus inderdaad de meest vermoeiende dag van deze reis!

Iemand maakt de onschuldige opmerking dat ie er z'n beste beentje voorzet en in een onnavolgbare sequentie van ronduit verknipte gedachtegangen zit ik vijf minuten later dit dansje uit te beelden samen met andere reisgenoten. Uiteraard op video vereeuwigd om dit aan het nageslacht te tonen. Hoe is het in hemelsnaam zo ver kunnen komen eigenlijk? Bij deze opmerking over het beste beentje, maakte iemand onmiddellijk de link naar dit liedje uit Jungle Book. Bijna iedereen kent het, behalve ik. Een geval van omgekeerd cultuurbarbarisme, vermoed ik. Dan is het idee om dit samen allemaal te doen zo gemaakt toch? Heb ik overigens gezegd dat het Chirogehalte op deze reis wel vrij hoog ligt? Bij deze dus.

Na vier kilometer heeft het boslandschap plaatsgemaakt voor een rotsachtige omgeving waarin vooral rotsterrassen de volgende kilometers domineren. Het tempo ligt me toch net iets te laag en daarom onderneem ik een ontsnappingspoging uit het wandelpeleton. Nathalie volgt mijn voorbeeld en samen navigeren we naar de beroemde uitstekende rots van Trolltunga, de tong van de trol. Hoewel de meeste hoogtemeters achter de rug liggen, begin ik steeds meer pijn aan mijn hielen te krijgen omdat mijn halfhoge Meindl-wandelschoenen te strak zijn aangespannen. Met een tirade van oes, auws en ahs hijs ik mezelf naar boven, maar ik vergeet gelukkig niet te genieten van de vergezichten onderweg. Die zijn namelijk adembenemend. 

Bij de rots van Trolltunga is het toeristisch druk, met veel mensen die foto's maken en soms lange wachtrijen. Nu valt dit gelukkig erg goed mee, al zijn er natuurlijk de obligate paradegangers die een halve musical opvoeren op deze rots, inclusief wapperende vlag. Dit moet vanzelfsprekend worden vastgelegd op gevoelige plaat om zo toch maar likes te scoren op Instagram en andere sociale platforms. Zelf doe ik het eerder sober met twee weinig geïnspireerde poses. Na de groepsfoto zet ik de terugweg in en op de tweede helft van deze wandeling neem ik uitgebreid de tijd om foto's te nemen. Het uitzicht op de fjord weet me te imponeren, maar met name het natuurschoon met haar rotsformaties, bergmeertjes, sneeuwvelden, watervalletjes en het bergplateau verhogen het zintuigelijke genot. 

Andere reisgenoten snellen me met een imposant marstempo razendsnel voorbij, maar soms vraag ik me dan luidop af of ze dan niet vergeten te genieten onderweg. Als je hier maar één keer komt, kan je er maar beter van genieten, vind ik. Dat genieten zit er bij het laatste gedeelte van de wandeling wel niet in, want de moeilijke stijging naar boven bij het begin van de wandeling transformeert tot een uitdagende, steile daling waar het paadje soms twijfelachtige kwaliteiten vertoont. Met een beduidend lager tempo en enkele bomen die ik onderweg knuffel - om mijn snelheid te breken - kom ik er na ruim acht uur wandelen zonder kleerscheuren van af. 

Dat kan niet van iedereen worden gezegd, want keukenprins Robin verstuikt onderweg zijn enkel, maar als geluk bij een ongeluk is hij wel omringd door een heel medisch team, inclusief kinesist. Dat gelukt ebt echter weg als - volgens Robin - blijkt dat er bij de geneeskundige en kinesitherapeutische studies niet wordt uitgelegd hoe je een windel om een enkel legt. Gelukkig is er nog een zes minuten durende tutorial op Youtube die uitlegt hoe je dat moet doen. Volgend jaar een verplicht onderdeel op elk medisch curriculum! De vaste kok van het reisgezelschap is dus gered en kan weer verder. 

Met een verbruik van ruim 3200 kilocalorieën sluit ik deze vermoeiende dag af en het is toch wel één de mooiere wandelingen die ik heb gedaan. Het parcours behoort niet tot de allermooiste wandelingen die ik ooit heb gedaan - daarvoor kent het toch wat te weinig variëteit - maar het iconische uitkijkpunt over de Trolltunga is toch wel een hele belevenis.         

Dinsdag 9 juni
Vandaag doen we het wat rustiger aan en bestaat het dagprogramma vooral uit sightseeing. Het toeristisch rondje begint bij de Skjervsfossen, een hoge waterval die na de prachtige Voringsfossen op de derde dag me toch wat minder weten te enthousiasmeren. Het ziet er zeker mooi uit, maar mist de dramatische kloof die de Voringsfossen zo indrukwekkend maakt. Een toch wel steil pad leidt ons naar de top van de waterval en van hieruit is deze waterval toch net dat stukje spectaculairder. De tweede waterval laat niet lang op zich wachten en bij de Stalheimsfossen lunchen we eveneens in de vroege namiddag. Andermaal een leuke waterval, maar het is toch wel duidelijk dat dit één van de mindere natuurmomenten is in Noorwegen. Na vijf dagen in Noorwegen ben ik al een beetje verwend door al dat natuurschoon. 

Als de dramatiek niet van de watervallen komt, dan moet het maar van het publiek komen, denkt Robin. Na de lunch stapt hij op het mos van een rots en dat blijkt verraderlijk glad te zijn. Bij een schuifpartij over het mos onderneemt hij een verdienstelijke poging om de stervende zwaan te spelen en als een volleerd steracteur torent hij van de rots. De valpartij loopt vrij goed af met slechts een paar schrammen en builen voor onze huiskok. Zijn been kwam echter vast te zitten tussen twee rotsen tijdens de val wat heel verkeerd had kunnen aflopen. Maar dat deed het dus niet, oef! Iedereen kan dus terug mee op pad en dat pad leidt ons naar één van de mooiste uitzichtpunten over de gehele reis. Een gehucht dat niet groter is dan een verzameling huizen zit geprangd tussen twee enorme bergflanken en is omzoomd in een zee van groen. Op de voorgrond bevindt er zich een kabbelend riviertje om het beeld honderd procent te doen kloppen. 

Over de Kongevegen, of Koningsweg in het Nederlands, gaat het richting Flam. Deze weg verbindt Oslo met Noorwegen en werd in 1793 boven de doopvont gehouden wanneer het veel oudere wegen vervangt die dateren uit de IJzertijd. Het weer zit voor een keertje mee en een stralende zon lacht ons tegemoet wanneer we in Flam aankomen. Deze plek is de toegangspoort tot enkele van de mooiste Noorse fjorden. Dat zullen we geweten hebben, want een gigantisch cruiseschip is hier eveneens aangemeerd. Met een rubberen bootje maken we hier een tocht van anderhalf uur door het prachtige Noorse fjordenlandschap. Een goedgemutste gids animeert deze tocht op voortreffelijke wijze en vooral de imposante fjorden kunnen niet anders dan als majestueus bestempeld worden. Steile kliffen worden zonder probleem afgewisseld met idyllische dorpjes. 

Ik ben danig onder de indruk van de Aurlandfjord, maar navraag bij de reisgenoten leert me dat ze niet zo overdonderd zijn als ik. Smaken verschillen zeker? Die verschillende smaken komen nog meer naar boven bij het allereerste restaurantbezoek van de reis. Een gezellig Noors restaurant serveert namelijk verschillende gerechten waarin vooral het vijfgangenmenu inclusief vijf biertjes indruk maakt. Kijk, dit overdondert wel iedereen. Na het verbranden van zoveel calorieën de afgelopen dagen mag er dus wel iets bijkomen en ik kies het vijfgangenmenu wat me goed bevalt, hoewel het qua hoeveelheid wel niet zo heel erg veel is. Zo eindigt de eerste helft van onze reis op een prachtige manier.

Woensdag 10 juli
In het water vallen. Het is een uitdrukking waar ik meermaals mee word geconfronteerd op deze reis, maar deze keer is het de dag zelf die in het water valt. Vandaag valt de regen met bakken uit de hemel en dit is ongetwijfeld de meest natte dag in Noorwegen. Gelukkig staat er geen lange wandeling op het programma, wel veel stops bij uitkijkplaatsen wanneer we een prachtige rondrit doen over één van de dertien Noorse scenic routes. Nou, het zal ongetwijfeld mooi zijn bij goed weer, maar nu hebben meeste vergezichten toch wel een troosteloos karakter. Nochtans begint de dag nog met redelijk weer wanneer we Undredal bezoeken. Dit plaatsje beschikt over meer geiten dan inwoners, want hier wordt namelijk geitenkaas gemaakt die uniek is in de wereld. Maar deze plek is echt beroemd vanwege Frozen. Het dorpje diende namelijk als de grootste, maar niet de enige, inspiratie voor Arendelle, de fictieve setting van Frozen. 

Een fotostop van 45 minuten is meer dan voldoende tijd om deze locatie te bezoeken. Bij de boottocht van gisteren zagen we Undredal ook en vooral de aanlegsteiger waar boten aanmeren, is een fotogeniek plaatsje. Zelfs met dreigende wolken en een grijze hemel levert dit mooie plaatjes op in het fotoboek. Ook de staafkerk van Undredal levert fraaie beelden op en is met een gezegende leeftijd van 877 jaar één van de oudste kerken in heel Noorwegen. De rest van het dorp is minder bijzonder, waardoor ik snel verder liep. Dit blijkt geen slechte beslissing, aangezien de regen steeds heviger wordt. 

Daarna is het tijd voor het uitkijkpunt van Stegastein waar zich ook één van de mooiste toiletten ter wereld bevindt. Of toch alleszins een toilet met één van de geweldigste uitzichten ter wereld. Jammer genoeg wilden beiden niet meewerken. Het (mannen)toilet was namelijk buiten dienst en een erg grijs wolkenpak met regen levert geen fraaie panorama's op. Dat is een constante voor de rest van de dag, want bij elke stop blijft het pijpenstelen regenen. Met wat geluk blijft het bij regen, bij tegenslag behoort een koude, felle wind ook nog tot het belevenissenpakket. We rijden richting Jotunheimen, zeg maar het Noorse hooggebergte, en dan kan de wind en bijhorende koude best wel fel zijn. Op 1500 meter hoogte rijden we eveneens over één van de hoogste bergpassen in Europa.  

Bij de zoveelste waterval is de animo om uit te stappen en me drijfnat te laten regenen niet erg hoog en blijf ik dus rustig zitten. Het is een voorbeeld dat door heel wat anderen wordt gevolgd. Dit zal ongetwijfeld een wonderschone rit zijn, maar met zoveel regen is er weinig plezier aan te beleven. Met een overzetboot steken we een fjord over en rijden we verder richting Jostedal waar een werkelijk fantastische villa onze accommodatie is voor de komende twee dagen. Dit is toch wel de minste dag van de gehele reis en dat heeft alles te maken met het weer. De prachtige uitkijkpunten worden nu omhuld door duistere wolken die een wat sombere sfeer oproepen.    

zondag 21 juli 2024

Reisverslag Noorwegen deel één: toch eerder nat dan wild

Traditiegetrouw doe ik elk jaar een trekking in Europa of daarbuiten, maar dit jaar viel mijn oog op een alternatief. De Wild Norway reis van de Herentalse reisorganisatie Beyond Borders biedt namelijk een smakelijke cocktail aan van rafting, mountainbiking, wandelen, kajakken en sightseeing. Dit veelzijdige programma spreekt me toch net wat meer aan dan enkel wandelen en bovendien gebeurt dit allemaal in de pracht van Noorse landschappen. Genoeg reden dus om me gedurende tien dagen te laten onderdompelen in de Noorse wildernis. 

Vrijdag 5 juli
De vlucht naar Oslo vertrekt deze ochtend vanaf Schiphol. Omdat ik gemakzuchtig ben, heb ik een kamer geboekt bij het nabijgelegen Citizen M-hotel. Zo kan ik me stressvrij door de luchthaven loodsen. Een klein uur voor vertrek zie ik de groep van Beyond Borders bij de gate wachten. Bij een vluchtige introductie probeer ik de namen van iedereen te onthouden, maar zoals gebruikelijk is dat een vruchteloze poging. Ach, ik heb tien dagen de tijd om de namen te leren, dus dat komt wel goed. Marius ontbreekt echter op dit appel en deze Twentesupporter die naar eigen zeggen de trotse bezitter is van een anaconda zien we na de vlucht op de luchthaven van Oslo. De vlucht verloopt vlot en in Oslo begroeten we Elisa en Arnoud, de twee reisbegeleiders van Beyond Borders. 

Twee minibusjes zijn onze mobiele thuis gedurende de reis en net na het middaguur wordt Oslo vaarwel gezegd om inkopen te doen in een supermarkt. Hier krijg ik meteen een indruk van de Noorse prijzen: ik betaal maar liefst 75 euro voor wat boodschappen. Welkom in Noorwegen! Daarna rijden we richting Dagali waar de eerste activiteit wacht, raften. Om vijf uur beginnen we eraan en maken we meteen ook kennis met het Noorse weer en lokale fauna. Bij de briefing worden de hemelsluizen geopend om grote hagelbollen op ons af te vuren en wat later worden we met huid en haar opgegeten door de aanwezige muggen wanneer we met de rafts naar de rivier stappen. Hoewel de rapids met klasse drie (plus) niet meteen tot de verbeelding spreken, zijn ze toch wel meer uitdagend dan normaal door de snelle stroming afkomstig van de vele regenval. 

Als de teams zijn gevormd, kan de pret beginnen en is het tijd voor anderhalf uur hard labeur. Ik zit links vooraan en vooraan is het extra hard peddelen! Arnoud zit aan de rechterkant en we slagen er verduiveld goed in om totaal asynchroon te peddelen. Aan de raftbegeleider van dienst ligt het niet. Dit is een ervaren instructeur die raftings begeleidt bij de Zambezi in Zimbabwe. Dat zegt misschien niet zoveel, maar raftingenthousiastelingen weten dat dit meest uitdagende rivier ter wereld is om op te raften. Dan is de Noorse variant toch net wat vriendelijker voor de armspieren. Toch zijn er wel een aantal stroomversnellingen waar het alle hens aan dek is om in de raft te blijven. 

Magnum opus is toch wel de laatste stroomversnelling en de instructeur vraagt of we willen bekijken hoe snel de laatste rapid is. In een creools dat een mengeling is van Antwerps en Kempisch zegt Arnoud dat dit niet nodig is. Een vijftal minuten later blijkt hoe fout die beslissing is: drie van de zes personen in de raft zijn eruit gekukeld. Op camerabeelden is echter te zien dat de stroomversnelling niet de schuldige is, maar wel een plotselinge golf die de raft 45 graden optilt. Ik ben zelf bij de slachtoffers en heel even denk ik dat mijn laatste uren zijn geteld wanneer ik tot drie maal toe op de raft bots wanneer ik boven het water wil komen. Uit de beelden blijkt het achteraf helemaal niet zo dramatisch te zijn, maar voor mij was het toch wel een intense belevenis. De Wild Norway reis blijkt op de eerste dag toch vooral Wet Norway te zijn voor mij.

Veel stof dus om na te bespreken en dit wordt gedaan bij een barbecue en hot tubs. Het is een goede manier om terug te ontspannen, want de zenuwen gieren nog door mijn lichaam. Dat is echter onmiddellijk vergeten wanneer de groep - die grotendeels bestaat uit jeugdige twintigers - een onvervalst staaltje van cultuurbarbarisme tentoonspreidt en onterecht beweert dat Vrolijke Vrienden wordt gezongen door Samson en Gert. Dat is toch echt wel Nonkel Bob, de alias van Bob Davidse. Tja, ik word dus oud...          

Zaterdag 6 juli
De mooiste dag van deze reis vind ik persoonlijk deze tweede dag waar we de Rallervegen onveilig maken op een downhill mountainbike. Deze kiezelweg werd rond 1900 aangelegd om de spoorweg van Oslo naar Bergen te bouwen. Deze weg fungeerde dan als aanvoerlijn om al het werkmateriaal aan- en weg te brengen. De spoorweg tussen Oslo en Bergen wordt één van de mooiste spoorwegen ter wereld genoemd en wanneer we met onze fietsen op de trein naar Finse pendelen, kan ik enkel met open mond naar de mooie Noorse wildernis staren. Een ongerept landschap van bergen, sneeuw, ijs en meertjes tovert beslist een glimlach op iedereens gezicht. Die sneeuw is overigens nog in groten getale aanwezig begin juli waardoor we maar liefst door een veertigtal sneeuwvelden moeten stappen. Ironisch genoeg maakt het deze mountainbiketocht nog meer interessant dan dat ie al is.

In het begin is het landschap nog wat gewoontjes, maar gestaag ontvouwt er zich een spectaculair landschap voor mijn ogen waarin vooral de meertjes met aanwezige ijsschotsen tot de verbeelding spreken. Het heeft iets surrealistisch: hoewel het begin juli is, zie ik nog overal ijs en sneeuw. In een onbewaakt moment rijd ik van de groep weg en neem ik een grote voorsprong. Het voordeel is dat ik alle tijd heb om op eigen ritme van de omgeving te genieten, het nadeel is dan weer dat ik bij mijn stop na bijna tien kilometer zichtbaar nerveus begin te worden. Een Noorse dame pikt die energie op en probeert me gerust te stellen. Ik sla een babbeltje met haar en ik leg uit dat sommige sneeuwvelden toch wel erg glad zijn. Ze bevestigt dit en zegt dat zelfs één van de aanwezige kinderen naar beneden is gesukkeld. "Luckily it wasn't my kid" zegt ze met bijtende spot. Wat hou ik toch van dat Noors sarcasme :-) 

Na 45 minuten wachten, sluit de rest van de groep aan en na een rustpauze wordt de rest van de Rallervegen afgehaspeld. Die wordt overigens alleen maar spectaculairder waarin het soms wel erg hard naar beneden gaat. Meertjes maken plaats voor een wildstromende rivier, Skoma. Die pakt uit met een stevig stromende waterval en enkele pittoreske plaatjes die schreeuwen om een fotostop. Hoewel de Rallervegen wordt omschreven als een downhill parcours zitten er wel behoorlijk steile stukken naar boven bij. De eerste keer trap ik eens duchtig op de pedalen, maar bij een tweede helling kies ik voor de minder vermoeiende oplossing door van mijn fiets te stappen. Bij een hotel op ongeveer twee kilometer van het einde houden we voor een laatste keer halt voor een welverdiende drankpauze. 

De twee reisbegeleiders Elisa en Arnoud houden een klein onderonsje wanneer Elisa de weg niet weet. Arnoud bezigt de profetische woorden "Je kan niet verkeerd rijden" om vervolgens een half uur later te constateren dat Elisa verkeerd is gereden. Inmiddels heb ik de eindhalte van Myrdal station bereikt wanneer het wat dreigende weer dat al de gehele dag op regenen staat, eindelijk losbarst en via een wolkbreuk stort de regen naar beneden. Gelegenheidsredders Julie en Nathalie rijden terug om de achtergebleven mountainbikers te helpen. Om vijf uur 's avonds vertrekt de enige trein en de minuten tikken langzaam weg... Gelukkig komt iedereen op tijd binnen en zo komt ook de tweede tumultueuze dag tot een goed einde.   
 
Zondag 7 juli
De boog kan niet altijd gespannen staan en na twee incidentrijke dagen, verloopt de derde dag wat gemoedelijker. Een plat stukje toerisme moet ook kunnen en daarom pendelen we via het schilderachtige Hardangervidda - één van de grootste hoogplateaus in Europa - naar de Voringsfossen. Deze watervallen behoren tot de hoogste van Noorwegen, maar meer nog dan de hoogte zijn het vooral de massa's water die voor het spektakel zorgen. Bovendien gaapt er boven de uitkijkplatforms een magnifieke kloof wat het toeristisch plaatje helemaal doet kloppen. De hoeveelheid toeristen valt overigens erg goed mee en het is leuk om al ontspannend naar de uitkijkplatformen te wandelen. De geplande pauze bij een charmant bruggetje helemaal onderaan gaat niet door omdat deze brug is afgesloten voor het grote publiek. 

De rest van de dag wordt voornamelijk doorgebracht in de minibusjes waar we één van de dertien scenic routes volgen die Noorwegen rijk is. Minder actief, maar wel droger want - hoe kan het ook anders - op de derde dag is de regen daar weer. Deze keer langer dan de buien van gisteren en eergisteren en dat betekent dus dat we in de gietende regen aan een wandeling van ruim twee kilometer beginnen. Dat klinkt gemakkelijk, maar is het niet. De wandeling naar de boerderij van Kjeasen brengt ons eerst naar de oever van een fjord waar rotsen, stenen, boomwortels en de occasionele beek toch wat tredzekerheid vragen. Dat zijn de eerste zevenhonderd meter en dat is nog het gemakkelijkste stuk. De volgende anderhalve kilometer volgt er een wandelpad dat een halve via ferrata genoemd kan worden waarin de hellingsgraad minimaal dertig procent is, met uitschieters tot vijftig procent. 

Het gevaarlijkste stuk is zonder enige twijfel een passage door een waterval die door de hevige regen bijzonder krachtig stroomt. Gespannen touwen zorgen voor wat meer stabiliteit, maar toch blijft het een hachelijke onderneming voor iedereen om langs dit watergeweld te begeven. Daarna is er maar één juiste weg: naar boven. Het kronkelend paadje kent twee variaties van steil: gewoon steil of erg steil. Langs rotsen, planten en bomen is het hijgen geblazen om naar boven te komen, maar als beloning wacht er in de buurt van de Kjeasenboerderij wel een mooi panorama over het fjord dat zich nu ruim vijfhonderd meter lager bevindt. Door de hevige regenval rent iedereen naar het minibusje dat op ons wacht. Onderweg hebben we echter twee Belgische verstekelingen opgepikt en dat betekent dat een deel van de groep nog even moet wachten. 

Er is namelijk één tunnel die van de parking bij het fjord naar de Kjeasenboerderij gaat, maar die kent slechts één richting. Dat betekent dat je om het uur naar beneden mag rijden en om het half uur naar boven. Extra wachttijd dus voor de ongelukkige zielen die achteraan zitten, maar uiteindelijk geraken ook zij naar beneden. Ondanks dat het pijpenstelen regent, blijft iedereen goed gehumeurd en dat onderstreept toch wel de goede groepsgeest op deze reis.      

zondag 16 juni 2024

Het Snijders & Rockoxhuis in Antwerpen


Nog niet zo lang geleden bezocht ik 't Steen in Antwerpen. Ik was zelf niet onder de indruk van deze interactieve marketingexpo voor de stad Antwerpen, maar één ding was me wel bijgebleven. Een studente vertelde enthousiast over het feit waarom de universiteitsbuurt haar lievelingsbuurt is. Hier speelde het Snijders & Rockoxhuis een belangrijke rol en ze omschreef dit museum als misschien wel het mooiste museum van Antwerpen. En dat is dus een goede museumtip voor alweer een wisselvallige zondag in juni. 

Eén museum, twee patriciërswoningen
Het museum is gevestigd in het stadscentrum van Antwerpen en bestaat uit twee patriciërswoningen die nu naadloos overgaan in elkaar. Deze woningen behoorden vroeger tot de schilder Frans Snijders en Nicolaas Rockox wat meteen de naam van het museum verklaart. Frans Snijders was een schilder die zich specialiseerde in stillevens en je ziet dus enkele van zijn werken in dit museum. Dat zijn slechts een paar exemplaren, want veel schilderijen van Snijders heb ik niet gezien. Dat dit museum naar hem is vernoemd, is dus in de eerste plaats te danken dat zijn woning nu als museum wordt gebruikt. 

Nicolaas Rockox daarentegen heeft een veel grotere invloed op de inhoud van dit museum. Hij was namelijk meervoudig burgemeester van Antwerpen in de zestiende eeuw en heeft tijdens zijn leven een indrukwekkende kunstcollectie opgebouwd die je terugvindt in het Snijders & Rockoxhuis. Hij was ook een mecenas van Pieter-Paul Rubens en het is dus geen verrassing dat je veel werken van Rubens in dit museum terugvindt. Het zijn wel niet de topwerken van Rubens, maar er hangen wel verrassend veel schilderijen uit zijn atelier hier. Daarnaast zijn er nog andere ronkende namen zoals Jacob Jordaens, Pieter Bruegel de Oude en anderen. 

Verbeelde weelde
Toch is het de tijdelijke collectie "Verbeelde Weelde" die mijn bezoek opfleurt, want er zijn werkelijk tientallen werken van Jan Davidsz. de Heem. Met een "." achter Davidsz dus. Ik weet niet of het grammaticaal correct is, maar zo staat het echter wel overal gepresenteerd. De Heem is gespecialiseerd in stillevens en het is leuk om eens schilderijen te zien die niet handelen over christelijke thema's. Stillevens zijn niet mijn lievelingsgenre in schilderland, maar een mooi geschilderd stilleven kan ik zeker appreciëren. 

Bij de Heem is mijn waardering overigens groot, want technisch is dit het meest hoogstaande wat ik tot dusver heb gezien qua stillevens. Met name de schilderijen in zijn late periode waar vruchten als 3D uit het schilderij lijken te vallen, zijn van grootse schoonheid. Wel is het zo dat er een heleboel schilderijen van de Heem worden tentoongesteld en dan begint eentonigheid wel toe te slaan. Thema's zoals fruitschalen en de jacht worden frequent getoond. Naar het einde toe maakt dit het steeds moeilijker om het ene stilleven van het andere te onderscheiden. 

Tablet
Het Snijders & Rockoxhuis verdient een stevige pluim voor de manier waarop het de bezoeker door het museum leidt. Dit wordt gedaan met behulp van een tablet waarbij augmented reality wordt gebruikt om schilderijen te herkennen. Wanneer een schilderij wordt herkend, krijg ik automatisch de bijhorende uitleg te zien en die kan ik vervolgens vastklikken om dit rustig op mijn tablet te lezen. Soms gaat het zelfs verder dan dat, want dan wordt op het scherm van het tablet extra instructies getoond. Zo verwijzen pijlen bijvoorbeeld naar figuren op een schilderij en elke pijl zegt meer over een bepaald figuur. Bij dit museum is technologie duidelijk een meerwaarde voor het museumbezoek. 

De permanente collectie bestaat ook grotendeels uit schilderijen waarvan dus een aantal van bekende schilders, maar het merendeel zal de cultuurminnende bezoeker niet zo snel herkennen. Dat is misschien wel de reden om het Snijders & Rockoxhuis te bezoeken, want deze werken zijn zeker en vast de moeite waard. Hoewel sommige schilderijen een christelijke toets hebben, handelen de meeste werken over non-religieuze thema's en dat kom je niet zo vaak tegen bij zestiende eeuwse schilderijen. Hoewel dit museum grotendeels bestaat uit schilderijen, zijn er ook andere kunstwerken te vinden. 

Veel voorwerpen uit de tijd van Nicolaas Rockox zijn namelijk bewaard gebleven en zo zie ik dus ook antiek meubilair, kabinetten, keramiek, beelden, bustes en zelfs klavecimbels op mijn ronde. Deze zaken gelden echter meer als bijkomstigheden. Het is leuk dat het er is, maar je zal niet naar Antwerpen afzakken om een paar bustes van Romeinse keizers te bezichtigen. Het zou ook leuk zijn geweest als de meegeleverde tablet deze objecten ook zou kunnen herkennen, maar dat is niet het geval. Hier moest ik dus de objecten zelf selecteren op mijn tablet om meer info te krijgen. 

Tot de nok gevuld
Ik was zelf ongeveer twee uur in het museum dat bestaat uit tien kamers. De twee patriciërswoningen en het stadstuintje zijn niet erg groot, maar het moet wel gezegd worden dat sommige kamers tot de nok gevuld zijn met schilderijen en andere kunstwerken waarbij ik soms tot twintig minuten of zelfs meer in één kamer bleef. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de kunstkamer en dan stel ik me de vraag of te soms niet te veel is. Andere kamers ogen wat leger aan en dan is het misschien beter om schilderijen en andere kunstwerken meer evenwichtig over het museum te spreiden.  

Hoewel door het gebruik van het tablet dit museum een technologische toets heeft, is dat voor het overige echter vrij beperkt. Er is één groot scherm waar je meer informatie vindt over De Spreekwoorden van Breugel waar je 108 spreekwoorden kan ontdekken. Er zijn niet meer interactieve schermen en ik vermoed dat dit komt door plaatsgebrek. Soms barst het Snijders & Rockoxhuis uit zijn voegen omdat er zoveel kunstwerken worden tentoongesteld. Less is more luidt het bij een Engels spreekwoord en ik denk dat dit bij het Snijders & Rockoxhuis zeker van toepassing is. 

Conclusie
Ik vind dit niet het mooiste museum van Antwerpen, maar de locatie van twee patriciërswoningen, de nadruk op non-religieuze schilderijen en een rariteitenkabinet van andere kunstwerken onderscheidt het Snijders & Rockoxhuis zeker van andere musea. Grote namen zoals Rubens, Bruegel en Jordaens zullen de bezoekers aantrekken, maar het zijn echter de onbekendere schilders die de show stelen in dit museum. Het gebruik van het tablet is een duidelijke meerwaarde voor het museumbezoek en laat de bezoeker toe om op eigen tempo dit museum te ontdekken. 

Soms is het een beetje eentonig door de vele gelijkaardige werken en lijkt het op een rommeltje door de grote hoeveelheid aan kunstschatten op één kamer. Maar dat illustreert anderzijds ook de uniciteit van dit museum. Verandering van spijs doet eten zou Bruegel geschilderd hebben in zijn spreekwoordenschilderij.  

zaterdag 1 juni 2024

Er was eens in Antwerpen

Het wisselvallige weer weet van geen ophouden en dus besloot ik dat het opnieuw tijd was om eens te werken aan mijn dosis cultuur. Uitverkorene van dienst is deze keer Het Steen in Antwerpen dat de thuisplaats is van The Antwerp Story. Volgens hun eigen website is het een interactieve vertelling over waarom de stad Antwerpen zo bijzonder is, maar eigenlijk is het simpelweg marketing voor de enige Vlaamse metropool. Maar marketing kan toch ook interessant zijn?

Elf interactieve kamers
Met de Museumpas is de toegang tot The Antwerp Story gratis, terwijl je anders zeven euro betaalt. Geen enorm bedrag, maar het bezoek aan de elf kamers die fungeren als museum van dienst zijn wel erg karig. Volgens de toeristische dienst van de stad Antwerpen dien je anderhalf uur te reserveren voor een bezoek aan The Antwerp Story, maar ik kom al na vijftig minuten buiten en dan ben ik er nog langzaam doorgegaan. De gemiddelde bezoeker doet er volgens mij een half uur over, want zo bijster veel is er eigenlijk niet te zien. 

Elke kamer staat in het teken van een bepaald thema. Zo belicht de eerste kamer de verscheidene wijken van Antwerpen zoals de stationsbuurt rond Antwerpen-Centraal, 't Zuid, de universiteitsdistrict, enzovoort. Bij elke wijk komt er een getuige aan het woord die vertelt waarom deze buurt zo speciaal is. Bij andere kamers ga ik er vliegensvlug door. De tweede kamer bestaat uit verscheidene projectoren en geef op een mooie visuele manier weer wat je in Antwerpen kan vinden. Zevenhonderd kilometer aan fietspaden bijvoorbeeld. Leuk om hier even bij stil te staan, maar na twee minuten ben ik al terug verder. 

Pronkstuk
The Antwerp Story zet vooral in op interactiviteit en dat laat zich gevoelen in de vele schermen die je hier terugvindt. Deze schermen kunnen bediend worden door de bezoekers en je kan er een kleine quiz mee spelen of een filmpje bekijken. Het pronkstuk is echter een holografische projectie van een mode-ontwerper die werkt in zijn etalier. Er zijn ook verscheidene maquettes die de beroemdste gebouwen uit Antwerpen uitbeelden zoals het stationsgebouw, de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal of de Boerentoren, de allereerste wolkenkrabber op het Europese vasteland. Hier kan ik met behulp van een kijker naar een diorama kijken wat het binnenste van dit gebouw moet stellen. Bij de kathedraal is dat dan het interieur binnenin. 

Dit zijn technologische hoogstandjes die leuk zijn om te bekijken, maar dan wel voor even. De rest van het museum spreekt minder tot de verbeelding en is eigenlijk marketing voor de stad Antwerpen. 

Marketing
En dat is misschien wel mijn grootste probleem: dit voelt eerder aan als een betaalde marketingsessie voor Antwerpen dan een museum. Elke gelegenheid wordt aangegrepen om een bepaald aspect van Antwerpen in de bloemetjes te zetten. Van de diamantsector en de havenindustrie kan je dat verwachten, maar ook het vervaardigen van juwelen wordt hier getoond en meteen wordt erbij vermeld waar je deze juwelen kan aankopen. 

Ik heb er geen problemen mee dat een museum een zekere commerciële flair heeft, maar The Antwerp Story is eigenlijk niks anders dan één grote marketingshow voor de stad. Het toont waar je goed kan eten, waar je naar de schouwburg kan gaan en waar je allerlei snuisterijen kan kopen. De geschiedenis van Antwerpen? Die is nergens te vinden. Het verhaal van Antwerpen is er dus voornamelijk één van commerce. 

Conclusie
The Antwerp Story is geen museum, maar wel interactieve reclame voor de stad. Het is weliswaar mooi gebracht met enkele technologische hoogstandjes waar ik zeker bewondering voor opbreng. Maar uiteindelijk voelt het allemaal net iets te commercieel aan om het genietbaar te maken. Je kan in Het Steen passeren als je in de buurt bent, maar je mist niks als je The Antwerp Story aan je voorbij laat gaan.      

zondag 19 mei 2024

Fotomuseum Antwerpen 2024

Ik heb nog een Museumpas liggen die ik nog niet vaak (genoeg) heb gebruikt en met het wisselvallige weer dat werd voorspeld op dit weekend grijp ik de gelegenheid om andermaal een bezoekje te brengen aan het Fotomuseum in Antwerpen. Het is inmiddels al de derde keer - of de vierde, ik ben al de tel kwijt - dat ik hier kom, maar om de zes maanden wordt er wel een expo vernieuwd waardoor het interessant is om elk jaar een nieuw bezoekje te brengen aan het museum aangezien dan de volledige collectie is vernieuwd. Bij het vorige bezoek was er een erg interessante documentaire over Congo, terwijl er nu meerdere expo's te vinden zijn in het museum. Meer divers, maar ook meer hit or miss.

Wortels vinden
Mijn bezoek begint bij de eerste verdieping aan de kleine expo Repotting Roots dat een kans geeft aan jonge, opkomende fotografen om op zoek te gaan naar hun eigen wortels. Het PDF-document dat ik via een QR-code download heeft het over "Repotting Roots symbolizes the transformative journey of repotting oneself into new soil". Dikwijls gaat het om fotografen met een allochtone achtergrond die in België leven en (opnieuw) willen connecteren met hun land van herkomst of familie. Dat levert interessante foto's op zoals die van de Koerdische Zilan Gergiz Arsu die in de fotoreportage Mountain's Daughters twee gesluierde moslimvrouwen laat optreden in een decor van imposante bergen. Arsu heeft een voorliefde voor kaders en dat resulteert in enkele foto's waar een figuurlijk venster wordt getoond dat kijkt naar deze moslimvrouwen met de bergen op de achtergrond. Dit vind ik een geslaagde fotoreeks, maar de rest vind ik helaas minder boeiend. 

De achtergronden van deze artiesten zijn stuk voor stuk boeiend. Neem nu William Finken. Deze jonge Congolees is een autodidact en gaat op stap met een ouderwetse, analoge camera die nog met filmrolletjes werkt en snapshots neemt van zijn familie of taferelen die hij ziet op straat. Het verhaal hierachter is dus boeiend, maar de foto's zelf zijn naar mijn bescheiden mening nu niet meteen materiaal om in een fotomuseum te hangen. En dat geldt eigenlijk voor veel andere foto's en fotografen. Het is mooi dat zij een podium krijgen om hun ding te kunnen doen, maar het is wel duidelijk dat er een significant verschil is in de kwaliteit van het opgeleverde werk tussen professionele fotografen en dit werk. Uitzondering hierop is een grote fotocollage dat bestaat uit blauwdrukken en Jamaica als vakantieland uitbeeldt. Hoewel de foto's niet bijster goed zijn, is de manier waarop dit wordt getoond wel erg origineel. 

Aanklacht tegen het patriarchaat
De grootste expo is echter RE/Sisters dat het thema van ecofeminisme belicht. Ik wist niet dat het bestond, maar ecofeminisme is een combinatie van ecologie en feminisme dat tot één stroming wordt geperst en een aanklacht vormt tegen kapitalisme, het patriarchaat, seksisme en uiteraard ecologie een warm hart toedraagt. De auteurs van deze foto's zijn exclusief vrouwen en de thema's zijn behoorlijk divers. Een Australische fotografe stelt het exploitisme van de natuur aan de kaak door luchtfoto's te nemen van open mijnen en dammen. Het illustreert de schade die deze menselijke megaprojecten hebben berokkend aan de natuur, maar de ingenieur in mij bewondert voornamelijk de grootschaligheid van deze ingenieuze projecten. Het is wel duidelijk dat de anti-boodschap wel de rode draad vormt bij deze expo. Zo worden de eerste vrouwenbewegingen getoond die manifesteren tegen nucleaire wapens en oorlog. 

Soms wordt het ook wat wollig met een fotografe die zichzelf fotografeert in vijf foto's waar ze gestaag verder wordt getooid in hooi totdat ze eigenlijk een levende stroman, sorry strovrouw is. Het symboliseert de eenwording met de natuur, maar bij mij krijgt dit voornamelijk de connotatie van performance art waar ik echt geen hoge dunk over heb. Er zijn echter ook positieve boodschappen zoals een fotografe die in 1979 en 1980 maandenlang heeft opgetrokken met de vuilnismannen van de stad New York om hen te bedanken om de stad proper te houden. Hier valt vooral de interactie op tussen haar en de vuilnisophalers: wanneer ze aan het werk zijn, maar ook wanneer de fotografe in groep iets uitlegt of gezellig staat te keuvelen met één van de mannen. Het is toch leuk om minstens één positieve benadering terug te vinden in een expo dat zichzelf ziet als een aanklacht tegen het patriarchaat. Het wil namelijk vooroordelen veroordelen, maar de vraag is echter of die vooroordelen niet zelf zijn gecreëerd. Eén fotografe beweert namelijk dat mannen cultuur en vrouwen natuur symboliseren. Dat heeft ze dus aan de kaak gesteld, maar de vraag van één miljoen is echter of ze dit niet zelf heeft verzonnen... 

Uit het archief gehaald
De laatste expo bevindt zich op de tweede verdieping van het gebouw waar Dirk Braeckman een beroep doet op de permanente collectie van het museum. De expo Echtzeit neemt functionele foto's in deze expo op, maar gooit er een sausje of twee bij door de perspectieven van Braeckman en de fotografen zelf te belichten. Dit wordt gedaan aan de hand van een gratis audiogids die in het Nederlands of Engels beschikbaar is. Ik vind het allemaal wel erg dromerig en clichématig. Zo vertelt een fotografe over een foto van een huis en woonkamer dat mijn huis moet voorstellen, maar dat is uiteraard niet waar. Het is echter een droom waardoor dit wel mijn huis kan zijn. Er is eveneens een babykamer, maar die staat niet op de foto's waardoor dit volgens haar een droom in een droom wordt. Tja, misschien ben ik toch net iets te nuchter voor dit soort dingen... 

Wat wel op mijn onverdeelde attentie kan rekenen is de mooie collectie van een honderdtal oude fototoestellen die zich logischerwijze achter slot en grendel bevinden in een gigantische vitrinekast. Ik heb het dan niet over oude DSLR's van Nikon en Pentax - hoewel die hier ook te vinden zijn - maar het gaat dan voornamelijk over de voorlopers van moderne camera's waar een camera obscura in kubusvorm wordt gebruikt om foto's vast te leggen. De allereerste camera van Kodak in 1888 ziet er totaal anders uit dan de moderne camera's die we nu kennen. Als amateurfotograaf vind ik dit leuk om te zien, maar ik kan me voorstellen dat dit niet voor iedereen bijster interessant is. Braeckman putte inspiratie uit het enorme archief om de geschiedenis van fotografie te presenteren. Zo zijn er korte fragmenten te zien van pionierswerk in de fotografie bij diverse disciplines zoals portretten, astronomie, geneeskunde, politiewerk om een plaats-delict te beschrijven of bij het bouwen van grote projecten. Dit vind ik erg interessant en uiteindelijk heb ik nog hier de meeste tijd gespendeerd bij de expo van Echtzeit. 

Conclusie
Ik heb ongeveer anderhalf uur doorgebracht in het Fotomuseum en dat heb ik met plezier gedaan. Waar bij mijn vorige bezoeken er grotendeels één thema centraal staat, zijn er dat nu drie. Dat is meteen de grote kracht en eveneens grote zwakte van deze opzet. Er is geen enkele individuele expo waarvan ik zeg "Wauw", maar samen vormt het wel een mooi geheel. Op dit vlak staat meer ook synoniem met beter. De expo's zelf hebben allemaal hun sterke en minder sterke kanten, waarvan ik Repotting Roots verreweg de minste vind. RE/Sisters komt net iets te stereotyperend over en neigt soms meer naar activisme dan cultuur. Toch heb ik genoten bij enkele subthema's met in het bijzonder het verhaal van de New Yorkse fotografe die maandenlang mee heult met vuilnisophalers. Bij Echtzeit hink ik ook op twee gedachten, want het zweverige thema is niet mijn dada. Toch heb ik hier het meest genoten met de geschiedenis van de functionele foto's en de stokoude fototoestellen. Soms moet je leren wat je niet leuk vindt om hetgeen je wel leuk vindt des te meer appreciëren en dat doe ik zeker bij mijn bezoek aan het Fotomuseum vandaag.  

maandag 15 april 2024

Een weekendje in het Land van de Rode Aarde

"Het is net alsof ik in de Australische outback ben," ik parafraseer even een artikel uit 2022 van National Geographic. Een reporter bezocht er de Terres Rouges, het Land van de Rode Aarde in de omgeving van Esch-sur-Alzette in Zuid-Luxemburg. De regio die geprangd zit tussen België en Frankrijk krijgt deze naam toegedicht omdat het over een rode kleigrond beschikt dat wordt gevormd door het talrijke ijzererts in de grond. Dit ijzererts werd talrijk ontgonnen in open mijnen en deze regio beschikt dan ook over een rijke mijnbouwgeschiedenis tot de jaren zestig van de 20ste eeuw toen de staalbouwindustrie werd stopgezet. Sindsdien heeft deze regio zich opnieuw uitgevonden met een focus op natuur en cultureel erfgoed. Voorlopig hoogtepunt is de verkiezing van Esch-sur-Alzette tot culturele hoofdstad van het jaar in 2022.

Even voorstellen
De Zuid-Westelijke regio van het Groot-Hertogdom Luxemburg wordt dus Minett genoemd en dit is toe te schrijven aan het gebruik van het Frase woord Minette. Dit is een verwijzing naar de ijzererts dat in deze regio wordt gedolven. De regio strekt zich onder andere uit over de gemeente Esch-sur-Alzette, Differdange, Dudelange en Rumelange. Het gebied was en is niet alleen rijk aan ijzererts, maar ook aan andere grondstoffen zoals kolen en andere mineralen. De staalfabrieken maakten van de Minett-regio het industriële hart van Luxemburg met alle voor- en nadelen. Het zorgde voor welvaart en werkgelegenheid, maar de keerzijde van de medaille is dat het ook verantwoordelijk was voor milieuvervuiling en sociale ongelijkheid. 

Vanaf het begin van de 21ste eeuw heeft de Minett-regio regio zich herontwikkeld en getransformeerd met een focus op diversificatie van de economie en herbestemming van industriële gebieden. Het industriële erfgoed wordt bovendien behouden en is nu mee opgenomen in programma's zoals het UNESCO-label ‘Man and Biosphere’ waar cultureel erfgoed mee wordt geïntegreerd in de natuur zoals bij beschermde natuurgebieden. Er wordt ook zorg gedragen voor de architectuur waar de wijk Belval in Esch-sur-Alzette een bijzonder plaatsje krijgt. Twee hoogovens zijn volledig gerestaureerd en bepalen het uitzicht van deze voormalige industriewijk waar het in symbiose leeft met moderne architectuur zoals Rock Hall, Luxemburgs grootste concertzaal. 

Het centrum van de Minett-regio is Esch-sur-Alzette waar ongeveer dertig duizend personen wonen. Deze plek kan een beetje vergeleken worden met Charleroi in die zin dat het een stad is in een post-industrieel tijdperk en kampt met sociale ongelijkheid, kansarmoede, werkloosheid en een nieuwe economische bestemming voor de stad. Het grote verschil is echter dat deze factoren in Charleroi in veel grotere mate aanwezig zijn, terwijl dit in Esch-sur-Alzette minder van toepassing is, hoewel het zeker aanwezig is. Met een focus op cultureel erfgoed en natuur trekt de stad de kaart van het toerisme en het blijft eveneens een belangrijk economisch centrum in deze regio. Deze regio is overigens de dichtstbevolkte regio van Groot-Hertogdom Luxemburg op de hoofdstad na.  

Minett Trail
De Minett Trail is één van Luxemburgs nieuwste langeafstandswandelingen en werd boven het doopvont gehouden naar aanleiding van de aanstelling van Esch-sur-Alzette als culturele hoofdstad in 2022. Dit resulteert in een trail van ruim negentig kilometer die langs de gehele regio gaat. Op de officiële website vind je een overzicht van de tien etappes:  
Wakkere geesten zullen opmerken dat het station van Esch-sur-Alzette twee keer het startpunt is van een etappe en dat heeft te maken met een splitsing in de trail. Er is namelijk één tak die gaat van Esch-sur-Alzette naar Bettembourg in het noorden van de Minett-regio terwijl de tweede tak flirt met de Franse grens en van Esch-sur-Alzette naar Dudelange gaat. De startplaats van een wandeling is (bijna) altijd een station waarbij er een parking in de buurt is. 

Het Groot-Hertogdom-Luxemburg beschikt over gratis openbaar vervoer, dus is er geen enkel excuus om bus of trein niet te gebruiken. Wel is het raadzaam om online de vertrektijden te raadplegen. Zelf gebruik ik Google Maps, maar het is aangeraden om ook de website van de Luxemburgse spoorwegen - waar ook de bussen zijn mee in opgenomen - te raadplegen. De fysieke borden bij bushaltes laten namelijk te wensen over en bevatten onvolledige of soms zelfs geen informatie.  

Mountainbiken in het Land van de Rode Aarde
Meer nog dan wandelland is deze regio de uitgelegen plaats om te mountainbiken. Het terrein en reliëf leent zich hier uitstekend toe en bovendien heeft men hier knappe routes ontwikkeld zodat bijna elke mountainbiker hier zijn gading kan vinden: van downhill mountainbiken tot technische parcours. De Minett Cycle is in het leven geroepen als een honderdvijftig kilometer lange mountainbike-tour, maar op moment van schrijven is die helaas nog niet (volledig) afgerond. 

Wel zijn er vijf parcours beschikbaar in het Land van de Rode Aarde:

Als gelegenheidsfietser is het misschien handig om even na te denken of je je aan zo'n MTB-ritje wil wagen, want de vijf opgelijste parcours variëren van middelmatig tot moeilijk en vergen toch wel enige ervaring. Dat heb ik zelf aan den lijve mogen ondervinden wanneer ik de wandeling deed van Dudelange naar Rumelange en op mijn weg mountainbikers tegenkwam. Afdalingen zijn soms behoorlijk scherp, paadjes gaan langs afgronden van kliffen, de rotsachtige bodem maakt fietsen bij sommige hellingen behoorlijk uitdagend en techniek komt erg goed van pas bij nauwe doorgangen en slingerende paadjes. En dit is dus een parcours dat als middelmatig wordt beoordeeld qua moeilijkheidsgraad. Als je weinig of niet fietst met een mountainbike kan je een parcours doen, maar voorzichtigheid is dus zeker zeker geboden!

Je dient overigens zelf een mountainbike mee te nemen, want hoewel er volgens de website van Visit Luxembourg een mogelijkheid bestaat om een mountainbike te huren bij Cycles Rasqui werd er negatief op mijn mailtje geantwoord toen ik vroeg of het mogelijk is om een mountainbike te huren. Een zoektocht op het internet leert dat er wel andere punten zijn waar mountainbikes worden verhuurd, maar die bevinden zich al wat verder weg van het Land van de Rode Aarde. 

Nuttig om te weten, is dat er ook zogenaamde service stations zijn waar je je mountainbike een wasbeurt kan geven of kleine herstellingen kan uitvoeren zoals een lekke band. Deze acht service stations zijn te vinden onderaan op deze pagina. Ook begeleide MTB-tours zijn mogelijk en die vind je terug op deze pagina. Er is eveneens een downhill track aanwezig die je in samenspraak met de lokale MTB downhill club - die de track uitbaat - kan uittesten. 

Cultuur
Het culturele erfgoed van de Minett-regio zit meestal verweven in de plaatselijke wandelingen en MTB-tochten waar je relikwieën ziet van het oude mijnverleden. Toch zijn er ook andere activiteiten die zorgen voor een streepje cultuur. Dan denk ik aan de eerste plaats aan de optredens in Rock Hall dat tot 6500 toeschouwers kan ontvangen. De concertzaal ontvangt ook (relatief) grote namen zoals de Smashing Pumpkins, Tenacious D, Bob Sinclair, Bryan Adams, Status Quo of Slash. Bij mijn passage staan er verschillende Luxemburgse groepen op het programma waarvan het muzikale talent varieert, maar met een schappelijke inkomprijs van 15,75 euro heb ik weinig reden tot klagen.

De concertzaal van Rock Hall is gevestigd in de voormalige industriewijk Belval waar de moderne architectuur van de universiteit en Rock Hall een mooi complement vormt met de gerenoveerde hoogovens van het voormalige industriecomplex. Op het gebied van architectuur loont een stadswandeling door deze wijk zeker de moeite. Je vindt hier eveneens tentoonstellingen en andere evenementen waardoor dit misschien wel de meest levendige buurt van de stad is ('s avonds). Voor liefhebbers van fotografie en urbex in het bijzonder is een tochtje door Belval een klein plezier. 

In Rumelange is er tenslotte nog het Nationaal Mijnmuseum waar er wordt ingezoomd op de mijngeschiedenis van deze regio. Het museum stelt zaken tentoon zoals machines en werktuigen en je gaat zelfs mee met een klein treintje in de voormalige mijn. Daarnaast zijn er nog andere, kleinere musea die je op de website van Visit Minett terugvindt. Als je vanuit België naar deze regio rijdt met de auto is de kans reëel dat je langs Bastogne rijdt en kan je op de heen- of terugweg een aantal uren voorzien om het Bastogne War Museum te bezoeken.

Verslag
Bij mijn weekendje in de Minett-regio maakte ik twee wandelingen waarvan je het verslag hier onder kan lezen. Zaterdag werd dit aangevuld met een optreden in Rock Hall en zondag was het de bedoeling om een bezoekje te brengen aan het Bastogne War Museum, maar dat ging uiteindelijk niet door omdat het zondag wat te laat werd. Deze regio laat actieve sporten zoals wandelen en fietsen perfect combineren met cultuur en optredens wat wel een grote meerwaarde is voor de Minett-regio. 

Zaterdag 13 april 2024
De Minett Trail verkent de voormalige mijnstreek van het Groot-Hertogdom Luxemburg in tien etappes waarvan de route tussen de stations van Pétange en Differdange de langste is met ruim vijftien kilometer. Bovendien is het ook een vrij gevarieerde etappe met uiteraard het mijnverleden als rode draad, maar ook kleine kloven, graslanden, opvallend veel water en helaas toch ook wel wat verharde wegen op het einde. 
 
Het station van Pétange kent een uitgebreide parking, maar tot mijn verrassing is die bijna volledig bezet wanneer ik er mijn stalen ros wil neervleien. Dat is helaas dus niet mogelijk, maar er is een (betalend) alternatief aangezien er in het centrum van Pétange eveneens een parking is op het markplein. Gemakkelijker is echter om het openbaar vervoer van het Groot-Hertogdom te gebruiken aangezien dit toch gratis is. Bij het begin is het even zoeken naar de juiste weg, want de GPX die ik heb geplukt van de officiële site leidt me door het station waar ik via een tunnel aan de overkant geraak. Via een begraafplaats gaat het omhoog en de eerste significante helling van de dag is meteen de meest steile. Hier zie ik een oude spoorweg die vroeger werd gebruikt voor het vervoer van stenen, maar nu enkel fungeert al eens mijmering naar lang vervlogen tijden. 
 
Via het geologisch circuit krijg ik meteen een presentatie van wat de Minett Trail zo typeert: de koperen kleur van de grond verraadt dus dat hier ijzererts aanwezig is en dit contrasteert fel met de groene graslanden die op deze zonnige lentedag ijverig bloeien. In het bos kan ik hier en daar het paars ontdekken van boshyacinten die de dominantie van de groene natuurkleur doorbreekt. Op deze wandeling is er ook een vleugje cultuur te ontdekken, want ik stap langs de voormalige ingang van de ijzermijn en de vele informatieborden op deze route vertellen meer over het verleden van de mijn alsook over de geologische lagen die je hier aantreft. Het natuurgebied Prënzebierg kijkt uit over een mooie plas water en de rode kliffen die je hier ziet, verwacht je niet onmiddellijk in de Benelux. 
 
Het uitzichtpunt Giele Botter is niet erg hoog, maar het panorama blijft niettemin een foto waard. De volgende kilometers is het bos mijn voornaamste wandelpartner en ik wandel zowel over brede, dubbelsporige paden als kleine paadjes waar vooral kleine planten opvallen omdat ze het bos een groen tapijt aanmeten. Na ongeveer vijf kilometer bestaat er voor wie geïnteresseerd is een mogelijkheid om even te stoppen om iets te eten of te drinken in een voormalig stationnetje. Hier bevindt zich eveneens een trein uit 1900 die af en toe uitrijdt als attractie. In de volgende kilometers worden de bospaden wat breder en het intieme karakter van het bos gaat daardoor helaas toch een beetje verloren. Na acht kilometer moet ik ietwat verrassend afdalen via een voetbalveld, maar al snel besef ik waarom ze deze route zo hebben uitgetekend. 
 
Enkele fraaie waterpartijen heten me welkom en deze mooi aangelegde vijvertjes zijn toch wel een plezier voor de natuurliefhebber. Het doet me wat denken aan een Japanse tuin. Deze vijvertjes worden daarna opgevolgd door een erg grote vijver dat zich in een park bevindt. Een plankenpad brengt me naar de mooiste plekjes bij het water. De mooiste scène is toch wel een vreedzaam eilandje dat zich in deze grote plas bevindt en waarop enkele kleine bomen groeien. Zoiets noem je dus idyllisch. De pittoreske Sint-Barbarakerk van Lasauvage bevindt zich vervolgens aan mijn linkerkant en is vernoemd naar Barbara, de patroonheilige van de mijnwerkers. 
 
Na tien kilometer volg ik een beek langzaam stroomopwaarts, maar ik mis een paadje om naar links af te slaan. Het brede pad dat ik volg, loopt parallel met het andere, dus dat maakt in principe weinig uit. Of dat dacht ik althans totdat ik een grote plas water aantref op de weg waar geen ontkomen aan is. Met mijn tippen ga ik door het water, maar helaas zijn natte voeten toch mijn deel. Een klein beetje water is in mijn schoenen binnengedrongen, maar ik heb er gelukkig weinig last van. De laatste vijf kilometer van deze route is wat minder goed omdat verharde wegen hier meer hun opwachting maken. Er is weliswaar nog wel bos hier en daar, maar asfaltwegen zijn hier toch in de meerderheid. 
 
Soms zie ik echter nog wel fraaie plaatjes zoals koolzaad dat in bloei staat en een mooi kleurenpatroon vormt met het groene gras en de blauwe hemel. Na veertien kilometer duikt er nog een onverwachte bosweg op en dat maakt het einde toch wel meer gevarieerd. De laatste kilometer gaat door het centrum van Differdange en daar kan ik dus weinig over zeggen, behalve dat ik door een levendig dorp ga. Dit is overigens iets wat me wel opvalt in dit gedeelte van het Groot-Hertogdom Luxemburg: de dorpen en steden zijn best wel relatief groot en druk, zeker als je het vergelijkt met dorpen in andere delen van het land. 
 
Deze etappe heeft me aangenaam verrast door haar variëteit waar het Land van de Rode Aarde het kloppend hart is van deze wandeling, maar persoonlijk vind ik de waterpartijen en grote vijver tussen kilometers acht en tien het mooiste aspect van deze wandeling. Helaas eindigt de route een beetje in mineur omdat er toch wel wat asfaltkilometers aanwezig zijn op het einde. Ik ervaar het een beetje als storend, maar de eindconclusie is toch dat dit zeker een leuke wandeling is.

Zondag 14 april 2024
Op de website van www.bergwijzer.nl wordt de etappe tussen Rumelange en Dudelange omschreven als de koninginnenetappe en dan gaat mijn wandelhartje sneller kloppen. Met veel enthousiasme beschrijft het verslag op deze site alle bezienswaardigheden en de dichtheid met attracties lijkt haast eindeloos te zijn. En zoiets toets ik maar al te graag aan mijn eigen wandelervaring. 
 
Opnieuw begint deze dag met een queeste naar het zoeken van een parkeerplaats. Op mijn weg naar Dudelange zie ik plots op deze zondag een grote parkeerplaats tevoorschijn komen die bovendien meer dan halfleeg is. Opnieuw is deze parking betalend, maar ik ben al blij dat ik geen tijd verlies aan het zoeken van een parkeerplaats. Dat zorgt er wel voor dat mijn startpunt enigszins verschilt met dat van de officiële GPX van de website van de Minett Trail. Daar is het startpunt namelijk het station van Dudelange Usines, terwijl ik een beetje verder op het traject vertrek bij een mooi uitkijkpunt. Na dit uitkijkpunt gaat het meteen omhoog via een klein singletrackpaadje en even later tref ik trappen aan die me naar boven piloteren. 
 
Van mijn weekendje in de streek van Minett is dit wel het mooiste stukje natuur dat ik te zien krijg gedurende twee kilometer. Inzinkingen, grillige rotsformaties, opvallende rotsblokken en overblijfselen van steenpuin dat wordt overgroeid door mos zijn maar enkele kenmerken die de beginkilometers opfleuren. Het Land van de Rode Aarde is mountainbikeland en nergens wordt dat meer duidelijk dan op dit terrein. Om de enkele honderden meters zie ik wel één of meerdere mountainbikers passeren en die hebben het soms niet onder de markt. In tegenstelling tot het parcours van gisteren zitten hier enkele venijnige paadjes bij waar het wat oplettendheid vergt om te dalen of stijgen. Ook zijn sommige doorgangen vrij smal en dat maakt het bergfietsen toch wel uitdagend. Voor wandelaars is het allemaal wat makkelijker, hoewel sommige paden verraderlijk hard dalen. 
 
Net zoals andere wandelingen op de Minett Trail heeft dit traject ook een stukje cultureel erfgoed en zo gebeurt het dus dat ik onderweg zaken zie zoals mijnkarretjes gevuld met steenpuin of een wagon waarvan ik me luidop afvraag hoe ze die in hemelsnaam helemaal bovenaan de top van een heuvel hebben gekregen. Hoe leuk dit vleugje cultuur ook is, uiteindelijk is het de natuur die een wandeling kleur geeft en dat is bij deze wandeling zeker in orde. Deze ruim tien kilometer durende wandeling bestaat hoofdzakelijk uit bos, hoewel er soms ook graslanden en struiken te vinden zijn hier. 
 
Het mijnverleden wordt na een vijftal kilometer opnieuw erg zichtbaar met het steenpuin dat is achtergelaten en waar ik me nu langs mag begeven. Hier zijn ook enkele inzinkingen te zien waar tientallen jaren geleden ijzererts werd uit ontgonnen, maar nu bedekt zijn met een laagje natuur. Op deze vlakte ontvouwt er zich een wirwar aan paadjes en soms moet ik opletten om het juiste pad te vinden. Toch laat ik me één keer verleiden om een ander paadje te nemen – vermoedelijk een pad voor mountainbikers – en dat blijkt een goede keuze te zijn. Tussen een inzinking en klif wandel ik op een koperkleurig pad en dit is een reliëf dat je niet snel ergens anders zal aantreffen. 
 
Na zeven kilometer is het tijd voor de laatste grote beklimming van de dag en het bos wordt hier tijdelijk verruild voor graslanden. Een slingerend graspad leidt me naar een heuvel waar opnieuw het bos terug is. Hier is het wel even worstelen met een graspad dat bedolven is onder de plassen en een herhalingsoefening van gisteren met opnieuw natte voeten lijkt in de maak. Gelukkig treft mijn waakzaam oog een bospaadje aan mijn linkerkant en dat pad neem ik om het natte gras te vermijden. Het laatste wapenfeit van de dag is een klein arboretum, maar de waarheid gebiedt me om te zeggen dat ik hier amper naar gekeken heb. De laatste kilometer gaat door de stratenjungle van Rumelange waar ik naar het station stap. Om de bus terug te nemen naar Dudelange stop ik bij de halte die aan de rechterzijde van de autoweg ligt. Op zondag rijdt de bus elk uur en dat betekent helaas nog vijftig minuten wachten. Daar zijn ze op Rumelange echter op voorzien, want er zijn voldoende cafés open. Cultuur, natuur en café-uur! Wat wil je nog meer? 
 
Deze etappe komt met hoge verwachtingen bij mij en ik ben zeker niet teleurgesteld daarin. De natuur is hier op zijn mooist met het meest spectaculaire landschap van mijn tweedaags weekend op de Minet Traill. Deze route is wat minder gevarieerd dan die van gisteren en kent ook minder aanwezigheid van water, maar maakt dat dubbel en dik goed met een traject dat bijna exclusief bestaat uit bos en andere natuur. De verwijzingen naar het culture erfgoed van het mijnverleden is de spreekwoordelijke kers op de taart. Misschien is tien kilometer wat kort voor doorgewinterde wandelaars, maar die kunnen een verlenging breien met een volgende etappe van de Minett Trail.

Conclusie
De Minett-regio kent een succesvolle conversie naar toerisme en heeft een heleboel te bieden om hier een trage vakantie te houden. Wandelen is de klassieke activiteit bij uitstek en de Minett Trail is door de combinatie van natuurschoon en cultureel erfgoed een aanrader. Hoewel ik de Müllerthal Trail en Lee Trail knapper vind, is wandelen in de Australische outback - met wat zin voor overdrijving - een unieke ervaring. Toch is dit vooral een regio voor mountainbikers die enkele van de mooiste parcours in de Benelux krijgen voorgeschoteld hier. Dit is echter geen spek voor de beginnersbek en vergt toch wel wat ervaring met het rijden op een mountainbike.

De stad Esch-sur-Alzette en de wijk Belval in het bijzonder schroeft het architecturale en culturele gehalte op met een mooie symbiose van post-industriële architectuur die mooi is verweven met modernisme. Hier bevinden zich ook enkele kleine expo's, maar voor het grootste museum van de regio moet je toch bij Rumelange zijn waar het Nationale Mijnmuseum toch wel verplichte kost is als je deze regio bezoekt. Mijn tweedaags verblijf in Zuid-Luxemburg is in ieder geval een schot in de roos en ik kom (in de nabije toekosmt) zeker eens terug.