zaterdag 25 november 2023

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) - Waarom?

Na een renovatie van ruim elf jaar en een prijskaartje dat flirt met een bedrag van 45 miljoen euro is het KMSKA terug geopend sinds vorig jaar. In een statig paleis staat er een indrukwekkende collectie kunst die indrukwekkende namen telt: Rubens, Memling, Rembrandt, Dali, Van Gogh, Jordaens, Modigliani, Bruegel en vele anderen. Is het daarmee het Vlaamse antwoord op buitenlandse topmusea zoals The Metropolitan of het Louvre? Nou, ja en nee... 

Renovatie
Het imposante gebouw waar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) is gevestigd, maakt meteen duidelijk dat de collectie bestaat uit twee delen: één voor moderne kunsten en een andere voor de oude meesters. Bij de moderne kunsten zien we vooral werken vanaf de 19de eeuw waar stromingen zoals het pointillisme, kubisme en het impressionisme zijn vertegenwoordigd. Bij de oude meesters gaat het vooral om schilders van Vlaamse en Hollandse bodem tussen de vijftiende en achttiende eeuw. Hoewel er ook etsen, gravures, tekeningen en beeldhouwwerken te zien zijn in het KMSKA, zijn het toch de schilderijen die de toon zetten bij dit museum. 

En dit zijn veel schilderijen, heel veel. Het museum telt in totaal meer dan dertienduizend werken, maar die worden gelukkig niet allemaal getoond. Maar het zijn toch wel honderden werken waarop de museumganger wordt getrakteerd. Ik deed er zo'n 2,5 uur over om alles te zien op een toch wel redelijk tempo. Dit was dus zonder audiogids en bepaalde zalen liep ik een flits voorbij. Wil je dus rustig de tijd nemen, kan je gerust vijf uur of meer spenderen en misschien is een tweede bezoek dan geen slecht idee.

Oud en modern
Dit dualisme in kunst vertaalt zich ook in het ontwerp van het museumgebouw. De moderne kunst wordt tentoongesteld in witte zalen met strakke lijnen, een simpel ontwerp en grote, open ruimtes. De oude meesters daarentegen bevinden zich in kleinere zalen die ruiken naar de oubolligheid met hoge plafonds, veel details voor versieringen en een stijl die je terug kegelt naar de negentiende eeuw wanneer dit gebouw voor de eerste keer het levenslicht zag. De twee architectonische stijlen staan in schril contrast met elkaar en als ik niet beter weet, zou ik zeggen dat dit twee verschillende musea zijn. 

De moderne stijl kan ik wel smaken, maar de indeling van het gebouw is een kleine ramp. Verscheidene keren gebeurde het dat ik verloren liep en dat overkwam me niet alleen. Ook de klim naar de bovenverdieping vergt verrassend veel trappenwerk waardoor ik - en ik overdrijf niet - oudere mensen de railing zag vastklampen uit vermoeidheid en zichzelf omhoog hijsen om toch maar boven te geraken. Tja, dit had toch beter gekund, denk ik dan...  

James Ensor
Ik begin mijn rondleiding met het moderne gedeelte en moderne kunst is dikwijls voor mij een tegenvaller. Meer bepaald, de erg moderne kunsten dan zoals performance art of andere stijlen, maar de werken die bij het KMSKA onder de noemer van moderne kunst vallen, zijn gelukkig net een tikkeltje anders. Er wordt heel wat aandacht gespendeerd aan James Ensor en het museum is er terecht trots op dat het de grootste collectie van Ensor-schilderijen bezit. 

Je ziet duidelijk de evolutie in de werken van Ensor, maar ed meeste aandacht gaat naar zijn impressionistische periode. Hij wilde hiermee tijdgenoot Monet naar de kroon steken, maar zo goed is zijn schilderwerk ook weer niet. Niettemin zijn dit stuk voor stuk topwerken. Er wordt ook een heleboel aandacht gespendeerd aan andere schilders van eigen bodem zoals de avant-gardistische kunstenaars die zich verzamelden onder de Cobra-groep of de relatief onbekende Rik Wouters waarvan verscheidene muren voorzien zijn van zijn werken. 

Ik moet zeggen dat ik behoorlijk enthousiast ben over dit gedeelte van het museum, want hier zitten veel namen bij die ik niet kende en hun werken zijn zeker de moeite waard. Met name de schilderijen waar er met licht en kleuren worden gespeeld en geëxperimenteerd vallen in positieve zin op. Het museum kent ook een lichte interactieve toets met allerlei schermen waarop je enkele schilderijen meer in detail kan bekijken. 

Weinig informatie
Toch scoort het museum helaas slecht op het geven van informatie, want het doet dat behoorlijk karig. Enkel bij sommige stukken geeft een informatiebordje wat meer uitleg. Ook de opstelling is met veel zin voor wanorde gebeurd, want sommige werken verliezen hun waarde omdat hard zonlicht het moeilijk maakt om deze schilderijen te appreciëren. 

Het KMSKA heeft haar collectie kunnen uitbreiden dankzij enkele legaten van vooraanstaande kunstbezitters waaronder Gilberte Ghesquière die ook in de raad van beheer zat van dit museum. Samen met haar man bezat ze enkele werken die worden getoond in de opstelling Gigi maar dit ruikt meer naar een Nacht van de Wansmaak dan een topverzameling. Het gaat hier naast schilderijen ook om etsen en gravures die worden getoond in een veel te donkere zaal. Het is dan ook geen toeval dat veel mensen hier in sneltempo door de zaal gaan. Waarschijnlijk had men met deze ruime toch meer kunnen doen dan het tonen van - wat in mijn ogen - voornamelijk kitsch. 

Oude meesters
Over het gedeelte van de oude meesters ben ik wat minder tevreden en dat is voornamelijk te wijten aan de samenstelling van de werken. Over de schilderijen kan ik kort zijn: dit zijn misschien niet de topwerken van Rubens en co, maar het staat buiten kijf dat deze schilderijen imponeren. Of het nu gaat om een verschrikkelijk grote Rubens met bijbels tafereel of Rembrandt die een sober portret schildert: elke kunststudent kan uren in deze zalen toeven om de kneepjes van het vak te leren. Iets wat Van Gogh destijds heeft gedaan overigens. 

Wellicht zal het toen een minder groot zootje zijn geweest dan nu, want jeetjemina wat zijn sommige zalen toch een poutporri. Deze wat kleinere ruimtes worden opgedeeld per thema - zoals bijvoorbeeld helden - wat er soms voor zorgt dat werken die niets met elkaar te maken hebben toch in dezelfde ruimte worden gehangen. Dieptepunt is het Salon waar schilderijen lukraak en overal worden gehangen. Het is moeilijk om te geloven dat een museumcurator hier zijn goedkeuring voor geeft.   

Evolutie in kunstthema's
De ruimtes van de oude meesters in het KMSKA zijn trouwens een goede studie in de evolutie van verschillende kunstthema's: portretten, stillevens, landschappen en andere thema's worden duidelijk getoond, maar door de karige informatie is het aan de bezoeker zelf om de ontbrekende stukken zelf in te vullen. De audiogids is daarom wat mij betreft een essentieel onderdeel van dit museumbezoek en die heb ik dus niet bij. Dit wordt gedeeltelijk goedgemaakt met enkele interactievere zalen zoals een kleine ruimte waar je een VR-bril kan opzetten om te zien hoe het er zou aan toegaan bij een kunstatelier in de zestiende eeuw of een wat grotere zaal waar gedetailleerde beelden van schilderijen op de muren worden geprojecteerd. 

Het christelijke thema kom ik na anderhalf uur museumbezoek nergens tegen en dat is toch wel enigszins verrassend. Dit heeft alles te maken met hoe ik ben gegaan, want ik schat dat ongeveer de helft van de oude meesters gaat over het christendom. Dit heb ik inmiddels al meer - en soms beter - gezien en hier ben ik dus sneller doorgegaan. Toch blijven de grote werken van Rubens, Jordaens en andere Vlaamse meesters indrukwekkend. Het is enkel zo dat ik het wat beu ben gezien. Ik ben wel aangenaam verrast wanneer ik de Toren van Babel zie van Bruegel wat dan vervolgens vakkundig verpest wordt door een lullige opstelling van lichtbronnen zodat het gigantische schilderij wordt overbelicht. Waarom, denk ik dan, waarom? Een vraag die ik wel meer stel bij dit museumbezoek. 

Conclusie
Om de vraag uit de inleiding verder te verduidelijken: ja, het KMSKA is het antwoord op buitenlandse topmusea omdat het een naar Belgische normen ongekende dichtheid heeft van schilderijen die je als museumliefhebber zeker moet zien. Het zijn misschien niet de meest bekende werken van topschilders, maar zijn daarom niet minder de moeite. De vergelijking met The Met zal het KMSKA wellicht niet doorstaan, maar het kan gerust in dezelfde adem genoemd worden als bijvoorbeeld het Weense Kunsthistorisches Museum en dan verkeer je ook in erg mooi gezelschap. 

Maar helaas is de samenstelling van het museum evenzeer een studie in wanorde als in kunst waardoor schilderijen chaotisch door elkaar hangen. Daardoor is het soms moeilijk om een rode draad terug te vinden in het museum. Door de onduidelijke indeling in met name het moderne gedeelte loop ik als bezoeker soms verloren en dan kom ik tot de slotsom dat dit een museum is met veel potentieel, maar veel van dat potentieel gaat helaas verloren door chaos. Tja, waarom? 

zaterdag 18 november 2023

Liberation Garden in Leopoldsburg: persoonlijke verhalen in WO II

"Wat Ieper is voor de Westhoek in Wereldoorlog I, dat willen we zijn voor de Oosthoek in Wereldoorlog II", de ambities voor Liberation Garden in Leopoldsburg liegen er niet om. Dit nieuwbakken militaire museum richt zich op deze regio omdat Leopoldsburg is ontstaan als militair domein en ook een belangrijke rol heeft gespeeld bij Operation Market Garden, de militaire operatie om Nederland te bevrijden en Nazi-Duitsland in te vallen. Toch zijn het de persoonlijke verhalen die dit museum onderscheiden van andere musea.  

Persoonlijke verhalen
Het militaire domein van Beverlo is het grootste militair domein van Vlaanderen en kent een rijke geschiedenis. Het werd in 1935 opgericht in het nog jonge België als strategisch punt om een potentiële invasie van Nederland te beantwoorden. Daarna wordt het in de 19de eeuw uitgebouwd als één van de meest moderne militaire domeinen uit die tijd en worden er rekruten opgeleid om te vechten in Mexico, China en andere landen. In Wereldoorlog I en II wordt het door de Duitsers gebruikt en het is vooral de periode van de Tweede Wereldoorlog die in dit museum wordt belicht. In tegenstelling tot andere musea - zoals bijvoorbeeld het Ieperse In Flanders Fields Museum - richt het zich minder op militaire veldslagen en gebeurtenissen, maar mikt het meer op de persoonlijke verhalen van burgers en soldaten rondom WO II. 

Acht personages maken deel uit van het museum en dit zijn personen die echt hebben bestaan: het gaat om Otto die trots is dat hij op zijn zeventiende deel uitmaakt van een Duitse Panzer SS-eenheid terwijl ook het verhaal wordt verteld van burgers die als kind Britse bombardementen op en naast het kamp meemaakten. Liberation Garden richt zich veel meer op beleven dan informeren en kent een hoge interactieve toets. Met een audiogids in de aanslag scan je kleine bordjes die meer info geven over gebeurtenissen, personages, plaatsen en bepaalde voorwerpen. Er wordt eerst een centraal verhaal verteld wat dikwijls gevolgd wordt door vervolgverhalen die wat dieper ingaan op bepaalde zaken. Wil je meer weten over de bommenwerper die bij zijn elfde vlucht wordt neergehaald of juist over de bommenwerper die meer dan honderd vluchten succesvol heeft afgerond? Aan jou de keuze!

WO II herbeleven
Het museum is niet erg groot, maar je bent al gauw twee uur zoet om alles te zien en horen. De opstelling verdient een pluim, want er wordt duidelijk werk gemaakt om de oorlog - in het mate van het mogelijke - te doen herbeleven. Zo is er een schuilkelder waarin je zit tijdens een bombardement en krijg je de spectaculaire lichten te zien en oorverdovende bombardementen te horen. Een ander hoogtepunt is een VR-bril waar je met een Britse Spitfire meevliegt tijdens de geallieerde inval op Duitsland. Het ziet er behoorlijk indrukwekkend uit en ik werd zelfs een beetje misselijk wanneer ik in de hangstoel zat die met de virtuele vlucht meedeint. Ook een briefing over Operation Market Garden met vlak daarna een smalle gang waar je de oorlogsgeluiden extra goed hoort, is behoorlijk indrukwekkend. 

Het informatieve aspect is duidelijk ondergeschikt aan de beleving en het is dan ook geen grote verrassing dat er vrij weinig artefacten te vinden zijn in het museum. Er zijn een aantal voorwerpen uit WO II, maar de meeste objecten hebben toch een persoonlijke link met het museum. Zo is er een briefje te zien van een opgepakte verzetsstrijder die dit net heeft kunnen achterlaten in een trein voordat hij gedeporteerd werd naar Duitsland en nooit meer terugkwam... Dergelijke verhalen bezorgen de bezoeker toch meer een brok in de keel dan wanneer je een infobord leest over een veldslag waarin een droge uitleg staat over hoeveel slachtoffers er zijn gevallen. 

Hoewel duidelijk de nadruk ligt op de rol van het militaire domein van Beverlo tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt er ook even stilgestaan bij de geschiedenis van het domein. Zo stond er op het domein ooit een koninklijk paleis met wel meer dan honderd kamers en wordt er meer verteld hoe het domein evolueerde sinds zijn ontstaan. Bij het einde van het museum wordt er ook even aandacht geschonken aan Leopoldsburg dat bijvoorbeeld in 1920 mee de Olympische Spelen mocht ontvangen. Toch zijn dit slechts korte stukjes van het museum en dus niet meer dan leuke, bijkomende informatie. 

Besluit
Ik ben aangenaam verrast door de beleveniswaarde van Liberation Museum en daarom is het zeker ook geschikt voor kinderen. Ondanks het gruwelijke onderwerp wordt alles op een heel menselijke manier gebracht en wordt vooral het verhaal verteld van gewone mensen, niet dat van militaire officieren. Het informatieve aspect is daarom wat minder van tel hier, maar gezien de opzet van dit museum is dat eigenlijk geen nadeel. 

Als je met een instelling komt om veel nieuwe info te leren over WO II ben je hier dus aan het verkeerde adres. De doorstroming van bezoekers laat soms ook wat te wensen over bij nauwe passages, zeker als ze hier ooit 137 000 bezoekers willen ontvangen zoals in Ieper. Als je echter wil voelen hoe het is om militair te zijn of wat het betekent om een burger te zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog, zijn er weinig meer geschikte musea dan dit.    

woensdag 4 oktober 2023

Praag: de Gouden Stad

Dé klassieker onder de stedentrips in Centraal-Europa is zonder enige twijfel Praag. De Tsjechische hoofdstad kan uitpakken met een roemrijk verleden, beschikt over prachtige architectuur die tot duizend jaar teruggaat, heeft eveneens een erg geanimeerd uitgaansleven en het belangrijkste: bier is er spotgoedkoop! Alles wat de cityminnende toerist nodig heeft en meer en je met overvloed terugvindt in de stad waar je bijna elke kilometer wel een kasteel aantreft.

Even voorstellen
Het klinkt misschien gek, maar Tsjechië is één van de jongste landen in Europa. Dit jaar blaast het dertig kaarsjes uit. De regio heeft een erg rijk verleden, maar maakte tot aan het begin van de twintigste eeuw deel uit van een ander rijk. Eerst was er het Heilig Rooms Rijk, later werd het onderdeel van Oostenrijk-Hongarije en in 1918 werd het eindelijk onafhankelijk in de staat Tsjechoslowakije waar het de landsgrenzen deelde met Slavisch broertje Slowakije. In 1992 werd dit een vriendelijke scheiding van bed en tafel en een jaar later erkende de wereld Tsjechië als een aparte staat. 

Het verleden van Praag gaat echter ruim duizend jaar terug wanneer zich rond 800 de eerste mensen vestigden rond de rivier Moldau (Vltava in het Tsjechisch) wat later transformeerde tot de Praagse Burcht. Aan de rivier zelf ontwikkelde zich een stadscentrum wat nu gekend is als het historische centrum en waar je ook de mooiste gebouwen ziet zoals het stadhuis van Praag met de beroemde astronomische klok, paleis van Kinsky, de gotische kerk van Tyn en andere gebouwen. De trekpleister van de stad is ongetwijfeld de Karelsbrug wat één van de de meest beroemde bruggen ter wereld is. Ook het standbeeld van Jan Hus, één van de voorvaders van het protestantisme, vindt je op het marktplein in het historisch centrum. 

De rijke geschiedenis wordt ook geïllustreerd door de rijke en gevarieerde architectuur van de straten en huizen in de verschillende wijken. Zo vind je in een straal van enkele kilometers een mengeling van gotiek, barok, rococo, kubisme en nog andere stijlen terug in paleizen, kastelen, huizen, abdijen en uiteraard de straten zelf. De joodse buurt straalt bijvoorbeeld een totaal andere sfeer uit dan de Praagse burcht terwijl er slechts één kilometer tussen de twee zit. En het is deze compacte vorm van het historisch centrum wat Praag zo bijzonder maakt. Voeg daar nog een groene toets toe met een heleboel tuinen en parken en Praag werpt zich op als een ideale bestemming voor een citytrip! 

Transport
De gemakkelijkste manier om Praag te bereiken is wellicht het vliegtuig en via de luchthavens van Zaventem en Charleroi wordt er meermaals rechtstreeks gevlogen naar Praag. Prijzen schommelen rond de tweehonderd euro zonder bagage, al kan je dikwijls significant goedkoper vliegen als je een beetje goed uitkijkt. Ook de periode speelt een grote rol en bij mijn verblijf in de meiperiode rond Hemelvaart betaalde ik bijna het dubbele voor een vlucht. 

Iets vriendelijker voor de portemonnee is een busverbinding zoals Flixbus. Met deze prijsvechter rij je al voor vijftig euro naar Praag, maar dan ben je ook een stuk langer onderweg. Dit gaat van veertien uur tot zelfs twintig uur en dan ben je wel even onderweg... Er zijn zowel rechtstreekse verbindingen als verbindingen waar je één keer moet overstappen. Er zijn sinds enige jaren ook plannen om een rechtstreekse treinverbinding op te zetten tussen Brussel en Praag, maar voorlopig blijft dit bij toekomstmuziek hoewel de bedenkers plechtig beloven dat het weldra in orde komt. De trein is een mooi alternatief voor het vliegtuig, maar ook hier geldt dat de reistijd veertien uur of meer zal bedragen. 

En voor de echte doe-het-zelvers bestaat er nog altijd de mogelijkheid om met de wagen te komen. Vanuit Brussel is dit ongeveer negenhonderd kilometer en in het beste geval minimaal tien uur rijden. In het centrum van Praag is het - net zoals elke grootstad - lastig parkeren en kan je dus best je vierwieler achterlaten bij een parkeerplaats en met het openbaar vervoer naar het historisch centrum pendelen.      

Overnachting
In Praag is er meer dan voldoende accommodatie, maar in het toeristische seizoen kunnen de prijzen aardig oplopen. Dat ondervond ik aan den lijve, want ik betaalde een toch wel erg ruime 332 euro om vier nachten te verblijven in Florenc Hostel. Dit is een hostel dat zich buiten het centrum van Praag bevindt en vlak naast de busstop is gelegen waar ook onder andere de Flixbussen stoppen. Het historisch centrum van Praag ligt 2,5 kilometer verder, maar is gemakkelijk bereikbaar met de metro. Wil je je spaarvarken niet slachten, is het een goed idee om ruim op voorhand een hotel te boeken en buiten het toeristische hoogseizoen. Een ho(s)tel is trouwens niet de enige accomodatie die je kan boeken, want er zijn ook een hele resem kamers, appartementen en studio's die door particulieren worden aangeboden om te verblijven. Een stuk goedkoper, maar het nadeel is dan wel weer dat deze kamers zich een stuk buiten het historisch centrum bevinden en dus aanzienlijk meer pendeltijd vragen. 

Beste periode
Aangezien Praag zich bevindt in Centraal-Europa kunnen de zomers behoorlijk heet zijn en de winters vrij koud. De beste periode om Praag te bezoeken is allicht tussen deze twee uitersten in de maanden april, mei en juni , terwijl het in september en ook nog oktober behoorlijk goed weer is. Het weer blijft per definitie onvoorspelbaar, maar in deze periodes is de kans toch kleiner dat je in extreme temperaturen zal vallen. Met neerslag moet je natuurlijk wel wat geluk hebben. Ik ging dus in de periode rond Hemelvaart in mei en toen was het in Praag heerlijk genieten van een mooi lentezonnetje dat het kwik overdag deed stijgen tot boven de twintig graden.   

Openbaar vervoer
Net zoals het bier is het openbaar vervoer in Praag erg goedkoop. Voor enkele euro's kan je gedurende één, twee of drie dagen het openbaar vervoer nemen. Met name de metrolijnen zijn een handig middel om Praag te doorkruisen. Er zijn ook trams die de belangrijkste toeristische trekpleisters bedienen. Dat kan vooral handig zijn om je naar de Praagse Burcht te verplaatsen aangezien dit een redelijke klim is. Om de begin- en eindhaltes te weten is Google Maps een goede bron. Ik gebruikte altijd deze app om te weten waar ik moet op- of afstappen. Houd er wel rekening mee dat deze trams erg druk kunnen zijn en daarom een geliefd terrein zijn voor gauwdieven. 

Als je van de luchthaven komt, is buslijn 119 de goedkoopste manier om tot het historisch centrum te geraken. Deze buslijn rijdt tot het station Nádraží Veleslavín waar het aansluiting heeft op metrolijn A waarmee je tot in het centrum kan geraken. Bij de uitgang van de luchthaven - vlak voor de bushalte - staat er een ticketmachine waar je een kaartje kan kopen. De bushalte bevindt zich vlakbij de uitgang van de luchthaven, maar is misschien even zoeken. De vriendelijke medewerkers helpen echter graag en ook de massa andere toeristen zijn een goede indicatie van waar de bushalte zich bevindt.  

Euro's of kronen
Hoewel Tsjechië behoort tot de Europese Unie gebruikt het geen Euro's, maar wel Tsjechische kronen als munteenheid. Euro's worden echter met veel plezier aanvaard, maar dan wel tegen een wisselkoers die alles behalve gunstig is voor de toerist. Tsjechië is echter een modern land waar je veel met bankkaart kan betalen, maar het is wel een goed idee om voor een klein bedrag (ongeveer vijftig euro) Tsjechische Kronen op te nemen bij een ATM. Voor kleine uitgaven zoals een koffie of glaasje bier op café is het voordeliger cash om met kronen te betalen. 

De ATM's vind je op de luchthaven, maar deze toestellen zijn bedrieglijk omdat ze een enorm grote hoeveelheid cash geld voorstellen (ik dacht zelfs meer dan tien duizend kronen). Licht je dus eerst goed in en wees je ervan bewust wat de wisselkoers tussen de Euro en Tsjechische kronen is (nu is één euro ongeveer 24,5 Tsjechische kronen waard). In het centrum van Praag zijn er meer dan voldoende ATM's en hier kan je tegen een voordelig tarief Tsjechische kronen pinnen. 

Reisgids
Lonely Planet, Insight Guides, ANWB en vele anderen. Er zijn tal van reisgidsen, maar bij citytrips zweer ik altijd bij de reisgidsen van Capitool. Deze reisgidsen verzoenen op een compacte manier praktische zaken met informatie en daardoor is deze gids voor mij het ideale middel om Praag te verkennen. Ik apprecieer met name de gedetailleerde kaartjes bij belangrijke trekpleisters zoals de Praagse Burcht. Deze bestaan soms uit 3D-tekeningen die tonen waar je precies moet zijn om iets te bekijken. 

In het digitale tijdperk waarin we nu leven, zijn er tal van blogs, reportages, vlogs en andere artikels te vinden op het internet. Een belangrijke bron van inspiratie voor mij is het Youtubekanaal Honest Guide waar twee Praagse journalisten hun stad voorstellen. Je krijgt er tips te zien zoals hoe je Praag in vier uur kan verkennen, wat de mooie maar onbekende delen van de stad zijn, waar je lekker kan eten voor weinig geld en nog veel meer. Zoals de naam van het kanaal impliceert dragen ze eerlijkheid hoog in het vaandel en stellen ze scammers - zowel in Praag als in het algemeen - aan de kaak. Twee mannen met een missie dus.    

Nuttige apps
Je kan je smartphone volgooien met apps, maar waarom zou je dat doen als er al veel info beschikbaar is met de apps die je al hebt. Google Maps is mijn meest gebruikte app, zowel thuis als op reis omdat het eenmaal eenvoudig is om je weg te vinden met deze app. Je hebt wel een internetverbinding nodig, maar aangezien Tsjechië deel uitmaakt van de EU, moet je geen schrik hebben van verborgen roamingkosten. Voor alle zekerheid download ik altijd offline kaartjes van Google Maps (via je profiel en vervolgens het item offline kaarten te selecteren) in het geval er onverwacht problemen zijn met je telefoon of verbinding. Ook een app om te wandelen (zoals Wikiloc of Komoot) kan handig zijn om op voorhand wandelingen of routes uit te vissen. Ook hier gebruik ik offline kaartjes omdat dit gemakkelijk is en ik geen internetverbinding nodig heb. 

De enige app die ik voor mijn trip naar Praag heb gedownload is de Prague Metro Map omdat het toch wel handig is om een kaartje te hebben waar de metrolijnen en -stations overzichtelijk worden gepresenteerd. Bovendien wordt de app meerdere keren per minuut geüpdatet zodat je altijd weet in welk station je bent en hoeveel haltes je nog moet doen. Er zit wel veel reclame op deze app, maar dat is slechts een kleine irritatie. 

Een app die ik niet heb gedownload, maar wel interessant kan zijn, is een digitale pas van GetYourGuide. Afhankelijk van de formule die je kiest, zijn de grootste toeristische bezienswaardigheden opgenomen bij een pas. Minder digitaal, maar wellicht goedkoper is de Prague City Pass die je voor 1390 kronen kan aanschaffen en heel wat voordelen biedt. Je bezoekt gratis trekpleisters zoals de Spaanse synagoge, de joodse begraafplaats, Sint-Vituskathedraal en anderen. Bovendien geniet je van een gratis bustour door de Tsjechische hoofdstad en kan je eveneens een rondvaart maken op de Moldau. Geen slechte deal, toch?   

Wandelingen
Een stadswandeling is altijd een goede manier om op de eerste dag een stad te leren kennen. Daarom doe ik vaak een beroep op zo'n wandeling om een stad te verkennen. Een website die ik hier vaker voor gebruik is Guruwalk. Dit is een website waar aanbieders van stadswandelingen hun waren aanprijzen en je kan per stad kijken welke wandeling het meest interessante lijkt. Een booking.com maar dan voor stadswandelingen. Deze wandelingen zijn (bijna) altijd gratis, maar op het einde van de wandeling betaal je de gids wel een bijdrage wat vaak tussen de tien en twintig euro ligt. 

Voor Praag heb ik een algemene stadswandeling gedaan alsook een wandeling rondom de Praagse Burcht. Enkel de eerste wandeling had ik geboekt, maar de gids maakte ook reclame voor de wandeling in de namiddag rondom de Praagse Burcht die ik sowieso wilde bezoeken. Het voordeel van dergelijke gidsen is dat ze vaak de plekjes kennen die gewone toeristen niet kennen. Zo had ik het geluk om de wissel van de wacht te bekijken bij de Praagse Burcht en dat ga je als gewone toerist snel missen. Het is niet altijd een schot in de roos bij dergelijke wandelingen, want in Wenen was dit wel een erg mager beestje. Daarom is het best om de recensies van elke wandeling te bekijken en hoeveel recensies er zijn. Vijf positieve recensies is wellicht te weinig om betrouwbaar te zijn. En uiteraard is er ook nog Google om eventueel andere opties te bekijken. 

Verslag
Aankomst
Via de luchthaven van Zaventem land ik op Vaclav Havel-luchthaven, vernoemd naar de eerste president van Tsjechië. De luchthaven ligt op een boogschut van Praag en het historisch centrum is vlot te bereiken met de bus en metro. Mijn bestemming gaat echter naar Florenc aangezien daar mijn hostel ligt. Wanneer ik mijn hebben en houden heb achtergelaten in mijn kamer, probeer ik de atmosfeer te proeven van een typisch Praagse vrijdagavond. Daarvoor zak ik af naar de Jindrisska, een buurt die maar net buiten het historisch centrum ligt, maar wel toffe restaurantjes heeft. Dat ondervind ik onmiddellijk, want het is behoorlijk moeilijk om een plek te bemachtigen aan een tafeltje. Met wat doorzettingsvermogen lukt dat toch en ondertussen heb ik Jindrisska al een beetje verkend. Deze wijk wordt gedomineerd door de Jindrisska Toren wat één van de weinig overgebleven torens is uit de middeleeuwen. 

Na het avondeten begeef ik me naar het Wenceslas-plein waar ik eerder ben afgestapt om naar Jindrisska te gaan. Dit plein heeft een bewogen geschiedenis achter de rug en is plek nummer één in Tsjechië wanneer er demonstraties zijn. Tijdens de bezetting door de Soviet-Unie heeft hier Jan Pallach zich in brand gestoken als protest. Ook de Fluwelen Revolutie in 1989 waarbij het juk van het communistische Soviet-Unie werd afgeworpen, vond hier plaats. Het rechthoekige plein komt vooral tot leven 's avonds wanneer het plechtige Nationaal Museum verlicht is en je mooie foto's kan nemen vanaf het plein dat wat lager is gelegen. Voor de fuifnummers zijn hier ook enkele nachtclubs, maar ik hield het bij een passieve bezigheid: slapen. En om dat te doen, moest ik terugkeren naar m'n hostel. 

Dag 1
De eerste dag brengt me door de Oude en Nieuwe Stad van Praag. Dit zijn twee stadsdelen die behoren tot het stadscentrum van Praag, maar met een geschiedenis van meer dan duizend jaar is zelfs de Nieuwe Stad behoorlijk oud. Het is een traditie geworden om bij de eerste dag tijdens een citytrip een stadswandeling te doen en die gewoonte zet ik vrolijk verder in de Tsjechische hoofdstad. De wandeling start om tien uur, maar ik arriveer wat vroeger zodat ik de kans krijg om de astronomische klok te bekijken. Dit is een complexe klok die zonder uitleg moeilijk te begrijpen is. De meeste toeristen komen dan ook voor het schouwspel van de apostelen. Op elk uur komen deze figuurtjes te voorschijn en paraderen ze een vijftiental seconden hoog langs de bezoekers om daarna terug in de klok te verdwijnen. Een grappig gezicht, maar niet meteen de reden waarom je naar Praag reist. Later vertelt de gids dat dit als één van de meest teleurstellende bezienswaardigheden in Europa wordt beschouwd. Klaarblijkelijk heeft hij dus nog nooit gehoord over Manneken Pis... 

De wandeling begint om vijf over tien en gaat langs de meest interessante gebouwen van het historisch centrum. Wat me meteen opvalt, is dat Praag diverse bouwstijlen kent: meer recente stijlen zoals Jugendstil, maar ook klassieke stijlen zoals rococo en barok. Door de mengeling van oude en nieuwe gebouwen ademt Praag echt geschiedenis uit. Bij deze stadswandeling gaan we voornamelijk langs gebouwen en komt vooral de architectuur aan bod. Ook moderne gebouwen worden bezocht zoals een winkelgalerij, maar de echte publiekstrekkers zijn toch wel de historische gebouwen zoals de Poedertoren en Tynkerk. Een bezoek aan een Praags café mag natuurlijk niet ontbreken. Deze wandeling duurt ongeveer 2,5 uur en na een stevig middagmaal vervoeg ik me bij een tweede stadswandeling. De gids doet namelijk ook een wandeltocht langs de Praagse Burcht en daar wilde ik sowieso naartoe. En als je dat met gids kan doen, is dat wel eens zo gemakkelijk!

Onder het liever lui dan moe-principe neem ik de tram om naar de Praagse Burcht te rijden. Dit complex bevindt zich aan de overzijde van de Moldau, de rivier die Praag in tweeën snijdt. Burchten worden traditioneel gezien op hoge plaatsen gebouwd en dat is in Praag niet anders. Je moet deze plek eerder als een complex bekijken, want de burcht kent een rijke geschiedenis en gedurende honderden jaren zijn hier gebouwen neergepoot, afgebroken, gerenoveerd en uitgebreid. Als toerist zie je dus verschillende bouwstijlen van deze gebouwen en soms zelfs hetzelfde gebouw. De Sint-Vituskathedraal is hier een goed voorbeeld van. Ook de Habsburgers hebben hier gezeten en de bouwstijl van de paleizen in Wenen tref ik ook aan op deze site. Bij mijn bezoek word ik getrakteerd op een klein spektakelstuk bij de wissel van de wacht bij de ingang van de burcht en ook de Sint-Vituskathedraal wordt op een bezoekje vereerd. De ingang is gratis, maar wil je verder de kerk in, moet je een kleine bijdrage betalen. 

Ook voor het Gouden Straatje moet je een kleine toegangsprijs betalen voor vijf uur 's avonds en dat zorgt ervoor dat we deze kleine laan - waar vroeger de ambachtslui woonden - overslaan. Wel krijg ik een mooi panorama gepresenteerd van Praag aangezien deze burcht op een heuvel is gebouwd. De fotostop van vijf minuten wordt door mij nuttig gebruikt en vervolgens is het tijd om naar de laatste attractie van de dag te gaan: de Karelsbrug. Onderweg passeer ik nog het museum van Franz Kafka, de Tsjechische auteur die als uitvinder van het absurdisme wordt beschouwd. De Karelsbrug was eeuwenlang de enige brug over de Moldau in het centrum van Praag en is daarom zo belangrijk. De brug is gedurende al deze jaren getooid met belangrijke standbeelden en is daarom zo beroemd geworden. Mooi, maar de drukte moet je er wel even bijnemen. 

Afsluiten doe ik met het Museum of Communism. Hoewel dit een relikwie uit een ver verleden lijkt, ligt het communisme nog vers in het geheugen van de niet zo jonge Tsjechen. De facto werd Tsjechië bezet door de Soviet-Unie en de communistische levensstijl werd zo aan de burgers opgelegd. Patriottisme werd er tot een levenswijze gesmeed. Evenementen zoals de vijfjarige Spartakiada waar soms tot honderdduizenden Tsjechische sporters zich verzamelden om hun sport te demonstreren, moest de volksliefde aanwakkeren. Als je dit met een moderne bril bekijkt, lijkt het wat achterhaald, maar dit zijn dingen die elders in de wereld nog brandend actueel zijn. Hoewel ik maar een uurtje in het museum blijf, laat het museum toch een diepe indruk na.            

Dag 2
Ook dag twee bestaat uit een goed gevulde boterham die begint bij het Sint-Agnesklooster, een museum met voornamelijk religieuze kunst dat is gehuisvest in een voormalig klooster. De meeste werken dateren uit de periode van de Hoge Middeleeuwen rond 1300 - 1350 en bestaat veelal uit Madonna's met kindeke Jezus. Ook houtsnijwerk is er volop te vinden in dit klooster. Samen met de architectuur van het klooster zelf weet dit museum een uurtje te boeien, maar het moet wel gezegd worden dat veel van deze schilderijen beginnen te vervelen aangezien ze bijna allemaal hetzelfde (religieuze) thema gebruiken. Het klooster kent ook een beeldentuin waar op deze zonnige zaterdag veel Tsjechen neerploffen om te genieten van de warmte. 

Een andere mooie tuin bevindt zich bij het paleis van Wallenstein dat op zaterdag gratis te bezichtigen is. Het paleis is slechts gedeeltelijk opengesteld en drie kamers kunnen bezocht worden. De eerste is meteen wel een klepper van formaat, want dit is een ceremoniële zaal waar op het plafond een indrukwekkende plafondschildering is aangebracht waar Albrecht von Wallenstein - de opdrachtgever voor de bouw - is afgebeeld als de Romeinse god Mars. Als je last hebt van grootheidswaanzin, doe je het dus meteen beter goed... Die grootheidswaanzin kostte von Wallenstein overigens zijn kop, want dit paleis moest de Praagse Burcht en ook de Habsburgers naar de kroon steken en die lieten dat niet zomaar gebeuren. De twee overige kamers zijn ook mooi, maar halen het niet bij de pracht en praal van de ceremoniezaal. De kleine, maar mooie tuin kent ook zijn pracht en praal met een paviljoen waar je schitterende fresco's aantreft die scènes uit de Griekse mythologie afbeelden: Jason en de Argonauten, het Gulden Vlies, enzovoort. De mooie fontein en enkele beelden nodigen uit om te slenteren door deze tuin. 

Rond de middag bezoek ik de Sint-Nicolaaskerk wat de mooiste kerk van Praag wordt genoemd. Hoewel er drie kerken in Praag zijn die door het leven gaan als Sint-Nicolaaskerk is het de kerk aan de Kleine Zijdeplein dat opvalt door zijn barokke stijl. Het interieur van de kerk is naar aloude katholieke traditie ontzettend opulent met marmeren trappen, gouden omlijstingen en veel fresco's. Europa's grootste fresco bevindt zich hier en beslaat maar liefst 1500 vierkante meter. Deze fresco beeldt het verhaal van Sint-Nicolaas uit waarnaar deze kerk is vernoemd. Je bent het aan jezelf verplicht om te gaan naar de eerste verdieping, want pas dan kan je optimaal genieten van het magnifieke interieur van deze kerk. Op deze hoogte heb je een beter zicht op de fresco's en eveneens een beter perspectief op de talrijke versieringen in de kerk. De Sint-Vituskathedraal is als gebouw indrukwekkender, maar het leidt geen twijfel dat het interieur van de Sint-Nicolaaskerk het meest imposante is van alle kerkgebouwen in Praag. 

In de namiddag neem ik opnieuw de metro om naar de buurt van Jindrisska te pendelen, de wijk waar ik bij mijn aankomst in Praag al eerder was. Deze keer is de Jindrisska Toren wel open en verblijf ik er ongeveer een half uur. Deze toren is niet erg groot, maar bevindt zich net buiten de toeristische massa waardoor het relatief kalm is hier en je kan hier leuke dingen vinden. Het meest bijzondere is toch wel de grootste kaart van Praag dat is verspreid over de gehele oppervlakte van een verdieping. Op een andere verdieping vind ik dan weer foto's terug over het Praag van ruim honderd jaar geleden. Maar dé reden om deze toren te bezoeken, is toch wel voor het uitzicht over Praag. Op een meter of - ik schat - dertig heb je een (gedeeltelijk) panorama over het historisch centrum van Praag. De zolderverdieping ziet er krakkemikkig uit en voelt ook zo, maar dat geeft deze locatie wat extra charme. Het namiddagje Jindrisska sluit ik af bij Lucerna Passage, een winkelgalerij met als opvallendste wapenfeit een beeld dat aan het plafond hangt waar een man op een omgekeerd paard zit. De galerij is opgetrokken in art niveau-stijl en daarom wel een bezoekje waard, hoewel ik zelf toch snel was uitgekeken op deze plek.  

Het eindbedrijf van deze dag bestaat uit een avondwandeling in het pittoreske Petrinpark dat naast de Praagse Burcht is gelegen. Dit is één van de grotere parken in Praag en voor de ongeoefende wandelaar een kleine uitdaging aangezien het soms vrij steil naar boven kan gaan. Naast grote paden zijn hier ook kleine natuurpaadjes te vinden die door bos gaan. Deze groene long van Praag is een oase van rust en is gezegend met enkele fraaie plekjes zoals een kleine waterval en enkele vijvers. Tevens is er plaats voor een streepje cultuur in de vorm van enkele standbeelden, een kleine versie van de Eifeltoren en aan de top van het park bevindt er zich zelfs een observatorium. Omdat het park zo hoog is gelegen, biedt het ook een mooi uitzicht over Praag, nog mooier dan bij het lager gelegen Praagse Burcht de dag ervoor. Na de drukte door het historisch centrum is een wandeling door het Petrinpark een ideale plaats om te onthaasten. 

Dag 3
Op de derde dag besluit ik om het wat rustiger aan te doen, alhoewel de ochtend weer een goed gevulde boterham oplevert. De joodse buurt is namelijk één van de voornaamste wijken in het historisch centrum van Praag. Door de geschiedenis heen werden de joden in Praag gediscrimineerd en buiten de stadsmuren gehouden. Daar ontwikkelden ze hun eigen cultuur en manier van leven wat uiteindelijk resulteerde in een volledig eigen buurt. Een buurt met een luguber randje, want ook hier waren de Nazi's actief in de oorlogsjaren tussen 1940 en 1945. Duizenden en duizenden joden werden getransporteerd naar de concentratiekampen om nooit meer terug te keren... Al de namen van deze slachtoffers zijn gegraveerd in de muren van de Spaanse synagoge die ik als eerste bezoek vandaag. Hier bevindt zich ook de oud-joodse begraafplaats. Dit is een kleine begraafplaats waar de joden hun doden tot meters hoog op elkaar stapelden om te begraven aangezien dit uit religieuze redenen enkel hier mocht gebeuren. 

Deze buurt bestaat uit meerdere synagogen en elk synagoge heeft een ander verhaal te vertellen. De architectuur van de meeste synagogen is behoorlijk sober, hoewel één groot gebouw de dans der soberheid toch wat ontspringt door zijn groteske vormen. Infoborden weiden uit over hoe de joden systematisch buiten de maatschappij werden gehouden en uiteraard wordt er ook veel aandacht gespendeerd aan de Tweede Wereldoorlog en de verschrikkelijke impact hiervan op de joden die in Praag woonden. Hoewel ik verscheidene jodenbuurten heb bezocht bij al mijn citytrips is dit toch wel de meest memorabele exemplaar in Europa. Het toegangsticket geeft recht op een fikse korting bij een koffie en daar maak ik gretig gebruik van om de ochtend door te komen. 

Tijdens de middag laveer ik tussen het Kinskypaleis en de Tynkerk, maar beiden blijken op zondagmiddag gesloten te zijn. De gebouwen zien er mooi uit, zeker het Kinskypaleis in zijn rococostijl, maar heb ik al eerder gezien op dag één bij mijn rondwandeling door Praag. Nu was de pot met mosterd toch wel op en was het op de bodem schrapen om inspiratie op te doen. Uiteindelijk viel mijn oog op het Mucha Museum, een museum dat is geweid aan art nouveau artiest Alfons Mucha. Deze Tsjechische artiest is vooral beroemd omwille van zijn tekeningen en later posters en schilderijen. Het kleine museum heeft echter een karig aanbod van werken en een film dat de levensloop van Mucha vertelt, is uiteindelijk nog het meest interessante stuk van dit museum. Nee, dit is zeker niet het hoogtepunt van deze dag. 

Mijn laatste activiteit bij deze citytrip is een avondwandeling rondom Vyšehrad dat zich een paar kilometer buiten het centrum van Praag bevindt. In een land dat overspoeld is met kastelen hoeft het geen verrassing te zijn dat dit opnieuw een park is dat is gebouwd rond een kasteel, een heuvelfort om precies te zijn omdat het - je raadt het nooit - is gebouwd op een heuvel. De heuvel biedt andermaal een mooi panorama over Praag, maar deze keer niet over het historisch centrum aangezien dit zich wat verder weg ligt. Deze keer is het de Moldau dat een beeldvullend perspectief geeft. Het park wordt druk gefrequenteerd door Tsjechen op opnieuw een zonnige dag en geef ze maar eens ongelijk. Vyšehrad is een leuke locatie met onder andere enkele mooie standbeelden, de neogotische Sint-Petrus en Pauluskerk maar de echte ster is toch wel de nationale begraafplaats waar enkele mooie graven staan. Graf is misschien wat bagatelliserend voor wat ware kunstwerken zijn. Beroemde Tsjechen zoals Anton Dvořák zijn hier begraven en dat gebeurt dus met de nodige egards. De terugweg leidt me voor de laatste keer naar de Oude Stad waar ik de metro op stap en definitief afscheid neem van de Gouden Stad. 

Conclusie
Praag is een stad dat over een rijke architectuur, historie, gastronomie en natuur beschikt, maar ik bleef toch wel wat op mijn honger zitten op het vlak van cultuur. De dichtheid van historische gebouwen is met name in het historisch centrum enorm, maar ook daarbuiten vind je pareltjes van gebouwen die variëren van modern tot klassiek. De vele burchten en kerken maken het moeilijk om te kiezen wat je eerst wil bezoeken, maar de waarheid gebiedt me te zeggen dat het soms toch wat veel van hetzelfde is. Daarom ben ik ook met veel plezier naar de joodse buurt gegaan omdat dit toch wel in schril contrast staat met de rest van de stad. 

Ook de twee wandelingen door Petrinpark en Vyšehrad zijn goede gelegenheden om wat variëteit in de Praagse maaltijd te brengen. Het portie cultuur had helaas toch wel een zure nasmaak. Hoewel de verscheidene musea me gedeeltelijk wisten te bekoren, wist er geen enkel museum me volledig te overtuigen. Dat vind ik persoonlijk wel jammer, want musea zijn voor mij toch een belangrijk onderdeel van een citytrip. Op dit gebied scoort Praag slechter dan andere steden, maar dat maakt het meer dan goed met andere facetten waardoor een bezoek aan Praag een no-brainer is voor elke reiziger.  

zondag 1 oktober 2023

Open Bedrijvendag in 2023: een bezoekje aan het Africamuseum, Sparx en Fluvius

Open Bedrijvendag is een nationaal evenement waar grote en kleine bedrijven hun deuren openstellen voor bezoekers zodat die de dagelijkse werking van een bedrijf kunnen bekijken. Dit initiatief loopt sinds 1991 en trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers. Voor bedrijven is het ook een uitstekende gelegenheid om promotie te maken voor hun eigen zaak of om personeel aan te werven. Op deze uiterst zonnige zondag bezocht ik drie deelnemers: de wetenschappelijk afdeling van het Africamuseum in Tervuren, het nieuwe indoor sportcentrum Sparx in Hasselt en tenslotte de Hasseltse campus van Fluvius. Een overzicht. 

Africamuseum
Dit museum creëert bij mij toch de hoogste verwachtingen aangezien ik altijd wel al eens een kijkje heb willen nemen achter de schermen van zo'n gigantisch museum. Het bezoek is niet echt een kijkje achter de schermen, maar etaleert eerder de wetenschappelijke werking van het museum. Het Africamuseum stelt namelijk een heleboel wetenschappers tewerk die in een aantal domeinen actief zijn zoals zoölogie, talen, muziek, geneeskunde en houtmaterialen. In plaats van het museum te bezoeken, ga ik dus naar het gebouw waar al deze wetenschappers zitten. Dit is een klassieke betonblok uit - ik vermoed - de jaren zestig en is dus niet ontworpen om zo'n grote stroom bezoekers te ontvangen. Aangezien sommige wetenschappers in enkele piepkleine kamertjes zitten, is het soms drommen om een glimp op te vangen van de uitleg die wordt gegeven. 

De medewerkers van de verscheidene domeinen doen hun best om een begeesterende uitleg te geven, maar de ene is daar al wat beter in dan de andere. Zo vind ik een elektronenmicroscoop om onderzoek te doen naar verschillende houtstructuren van bomen niet bijster interessant, maar de dame in kwestie weet het op een enthousiaste manier te brengen zodat je als luisteraar niet anders kan doen dan mee opgaan in dit hele verhaal. De beste redenaar is toch wel Maud Devos bij de talenafdeling die een hele hoop mensen weet te imponeren met haar duidelijke uitleg over hoe ze veldwerk verricht om de Buntu-talen in Afrika te bestuderen. 

Er worden ook enkele zaken tentoongesteld zoals de schedels van een aantal grote zoogdieren en enkele tropische vissen die in Afrika leven. De wetenschappers hier zijn echter wat minder rad van tong en je moet actief vragen stellen om te weten waarover het gaat. Maar eenmaal de juiste vragen zijn gesteld, krijg je wel een boeiende uitleg te horen. Volgens het Africamuseum heb je ongeveer anderhalf uur nodig om het gehele gebouw te doorkruisen, maar ik kwam er na één uur buiten. Voor vijf euro extra kan je het museum bezoeken en ook de niet tentoongestelde collecties in de kelder bezichtigen. Aangezien ik het museum al enkele jaren geleden heb bezocht, heb ik dit niet gedaan en er stonden ook twee andere bedrijven op het programma. 

Sparx
Sparx is één van de nieuwste deelnemers van de Open Bedrijvendag en zag het levenslicht pas enkele maanden geleden in mei 2023. Sparx verkoopt zichzelf als een bedrijf dat zich richt op sportertainment, een samentrekking van sport en spel. Het spelelement is dus met andere woorden erg belangrijk bij dit indoor sportcentrum. Maar liefst vijftig sporten kunnen hier binnenin beoefend worden en de variatie is vrij groot. Er zijn enkele eenvoudigere sporten zoals een voetbaloefening waarbij je het leer in het juiste vak van een raster moet schieten. Voor de kleinsten onder ons is er een variant van Space Invaders waar de aliens moeten geraakt worden met (tennis)ballen. Ook darts en minigolf zijn van de partij, maar het zijn toch de hoogtechnologische sporten die Sparx onderscheiden van de rest. 

Een voorbeeld hiervan is een ruimte waar je biatlon kan doen. Dit is een skisport waar langlaufen gecombineerd wordt met karabijnschieten. Een fitnesstoestel simuleert de beweging van het langlaufen en op een scherm zie je je personage skiën. Eenmaal aangekomen bij het karabijnschieten moet je je verplaatsen naar een schietstand waar je al liggend met een karabijn op de vijf doelen schiet en vervolgens ga je opnieuw langlaufen. De meest bijzondere attractie is wellicht de kabelbaan dat het volledige dak van de ruimte gebruikt. Er is ook een F1 simulatie, maar de vraag is wat dit nog met sporten te maken heeft aangezien dit puur videogaming is. Hoewel Sparx zichzelf ziet als een sportcentrum is het toch wel duidelijk dat het spelelement belangrijker is dan het sporten zelf. 

Toch moet ik zeggen dat ik aangenaam verrast ben met de mogelijkheden die je hier kan doen, want het gaat van simpele sporten naar hoogtechnologische toestellen die op een ideale manier gebruik maken van augmented reality zoals bij de batting cage. Hier gooit een speler op het scherm een baseball en vervolgens ploft er een baseball uit het scherm en zo lijkt dit - de eerste keer toch - hyperrealistisch. Leuk om te doen bij teambuilding activiteiten of een avondje uit onder vrienden zoals je dat bij bowling doet. Hier meerdere keren terugkomen om echt te sporten zoals je dat doet bij een sportclub lijkt me minder evident omdat het spelelement toch wel heel erg groot is.     

Fluvius
De kampioen onder de deelnemende bedrijven is zonder enige twijfel Fluvius dat maar liefst zeventien locaties heeft opengesteld over geheel Vlaanderen. In vergelijking met de twee andere deelnemers die ik eerder heb bezocht, beantwoordt Fluvius eerder aan het klassiek profiel van een bedrijf. Na de fusie tussen Eandis en Infrax is Fluvius het enige bedrijf in Vlaanderen dat verantwoordelijk is voor het netbeheer van (laagspannings)elektriciteit en aardgas. Bij de campus in Hasselt worden eerst de verscheidene projecten van nu en in de toekomst voorgesteld en dat zijn er een pak. Tegen 2030 rijden er anderhalf miljoen elektrische wagens in België en die moeten allemaal opgeladen worden. Ook de plaatsing van de digitale meter is een werk dat nog een aantal jaren zal lopen. Aan projecten dus geen gebrek en het is dus niet vreemd dat bij het tweede luik van dit bedrijfsbezoek er aandacht wordt besteed aan personeelswerving. 

Zoals overal is het lastig om personeel te vinden en hier kan je als bezoeker een kijkje nemen in de bureauruimtes van Fluvius. Een beetje ironisch aangezien ze toch vooral technici en projectbeheerders zoeken, mensen die niet zo vaak een bureau zien. Fluvius mikt vooral op de lokale verankering en één van de belangrijkste argumenten om bij Fluvius te werken, is de lokale werking zodat je niet (lang) in de file moet staan en ook de veertig dagen vakantie zal veel mensen als muziek in de oren klinken. Het derde en laatste deel klinkt bij mij wat minder muzikaal in de oren want hier worden de verscheidene meters en andere infrastructuur tentoongesteld. Ongetwijfeld erg interessant als je enige affiniteit hebt met elektriciteit, maar die is bij mij niet aanwezig en ik ben hier dus niet lang gebleven. 

Fluvius is het wel het bedrijf dat de bezoeker het meest soigneert, want je krijgt een bonnetje om iets gratis te eten en drinken. Aangezien Fluvius een Belgisch bedrijf is, mag er uiteraard geen frietkraam ontbreken en ook de bakken met Jupiler zijn rijkelijk gevuld. Zelfs als je Fluvius als bedrijf niet erg boeiend vindt, kan je hier gratis de inwendige mens vullen. Van de drie bedrijfsbezoeken vind ik het bezoek aan Fluvius het minst interessant, maar misschien is dat wel een ongelijke strijd. Wedijveren met een indoor sportcentrum en de wetenschappelijke afdeling van een museum is zoals de vergelijking tussen appels en peren: het houdt eigenlijk weinig steek.  

Conclusie
Open Bedrijvendag blijft elk jaar een gigantisch succes, want het is altijd wel interessant om te weten wat er zich afspeelt achter de schermen van een bedrijf. Toch is de keuze van een bedrijf erg belangrijk, want de klassieke bedrijven gaan wellicht een stuk minder weten te boeien dan bedrijven die zich niet zo gemakkelijk laten categoriseren als traditioneel bedrijf. Daarom zijn mijn bezoeken aan het Africamuseum en Sparx voor mij boeiend omdat het inspeelt op persoonlijke interesses. 

Ik bezoek graag musea en daarom ben ik benieuwd naar dingen zoals wetenschappelijk onderzoek. Bij Sparx daarentegen krijg ik de mogelijkheid om enkele sporten uit te proberen. Fluvius weet op dat vlak minder te boeien, maar maakt dat goed met gratis drank en eten en daar valt elke Vlaming voor. Een boeiende dag dus, maar ik zie het me zeker niet elk jaar doen. 

vrijdag 15 september 2023

De Lee Trail in Luxemburg

Met zijn 53 kilometer is de Lee Trail een goede kanshebber voor 's werelds kortste langeafstandswandeling. Samen met de Eislek Trail maakt het deel uit van de Escapardenne-route die door de noordelijke Ardennen van Luxemburg gaat en daarna vrolijk verder doet in België. Deze trail is vernoemd naar de leisteen (in het Letzeburgs lee) die je in deze streek volop aantreft. Het is dus geen verrassing dat de route zich laat kenmerken door rotsen en heuvelkammen die uit leisteen bestaan. Bovendien is deze trail met ruim tweeduizend meter vrij sportief en gaat het onverminderd op en neer bij elke afgehaspelde kilometer. Daarnaast is er ook een snuifje cultuur te vinden op het traject met een klankenpadpad dat de wandelaar langs een myriade van instrumenten loodst. De Lee Trail is misschien dan wel kleins in afstand, maar groots in diversiteit! 

Het traject
De 53 kilometers die deze trail telt worden verspreid tussen Kautenbach en Ettelbruck en wordt typisch in twee of drie dagen afgerond. Indrukwekkender dan het aantal kilometers is het aantal hoogtemeters dat op ongeveer 2200 meters strandt. Voor de Ardennen een alleraardigst aantal, maar het is nog altijd geen hooggebergte. Het parcours is dus wel erg geaccidenteerd, maar kent weinig stukken die erg steil zijn voor langer dan honderdvijftig meter. Dat neemt niet weg dat het soms fysiek belastend is om te stijgen, maar iedereen met een normale conditie kan de Lee Trail uitdoen. 

Je kan de route dus in twee richtingen wandelen: van Kautenbach naar Ettelbruck of van Ettelbruck naar Kautenbach. Zelf startte ik in Ettelbruck omwille van praktische redenen. Veel verschil zit er niet echt in de twee richtingen. De route van Kautenbach naar Ettelbruck kent iets meer hoogtemeters bij het begin en er zitten een paar hellingen bij die wat steiler zullen zijn. 


Misschien wel een belangrijkere vraag is of je de Lee Trail in twee of drie dagen wil doen. Zelf heb ik de trail in twee dagen gewandeld en dan ziet het dagschema er als volgt uit:
  • Dag 1: Ettelbruck - Dibarch Plage - 27,5 km
  • Dag 2: Dibarch Plage - Kautenbach: 23,5 km
Ik overnachtte in het hotel bij Dibarch Plage wat letterlijk op de route ligt van de Lee Trail. Hier wordt er namelijk een brug over de Sure genomen en laat deze brug net het eigendom zijn van dit hotel. Het is dus erg gemakkelijk om hier te overnachten en bovendien is het een hemels mooie plek om te verblijven bij goed weer. Helaas is de prijs navenant. Als je op weg bent met de tent is er een drietal kilometer verder een camping bij Goebelsmühle, maar dan wordt het wel een vrij zware etappe. 

Er bestaat ook de mogelijkheid om de Lee Trail in een meer comfortabele drie dagen af te ronden en dan bestaat het dagschema uit de volgende etappes:
  • Dag 1: Ettelbruck - Bourscheid-Moulin - 17,8 km
  • Dag 2: Bourscheid-Moulin - Hoscheid - 19,3 km
  • Dag 3: Hoscheid - Kautenbach - 14,5 km
Accommodaties zijn wat onevenwichtig verdeeld over de Lee Trail, dus goed plannen is de boodschap wil je niet voor verrassingen komen te staan. Daarbij kan de officiële site helpen want hier vind je een duidelijk overzicht van verblijfplaatsen verdeeld over hotels, campings en huurwoningen. 

Een andere mogelijkheid is om op één vaste plaats te verblijven en vervolgens met het openbaar vervoer terug te keren. Luxemburg beschikt namelijk over gratis openbaar vervoer en zowel bus als trein zijn gratis. Op je route kom je zowel stations als bushaltes tegen, maar stations zijn eerder te vinden bij het einde van de trail. De bus is dus wellicht de beste optie als je wil terugkeren en daarbij kan de routeplanner een groot hulpmiddel zijn. Het is eveneens belangrijk om te zien waar je moet opstappen, want de kans is reëel dat je moet afwijken van de Lee Trail om een bus te nemen.   

Transport
Zowel Kautenbach als Ettelbruck bevinden zich op de spoorlijn tussen Luik-Guillemins en Luxemburg-Stad, net zoals een aantal kleinere stations zoals Goebelsmühle. Wanneer je van Luik vertrekt, kost een kaartje 13,8 euro en vanaf de Luxemburgse grens is het gratis aangezien het openbaar vervoer in het groothertogdom dus gratis is sinds 2021. Let wel op dat er werken kunnen zijn op deze spoorlijn en je dus best de website van de NMBS raadpleegt om te zien of er eventueel hinder is.

Zelf opteerde ik echter voor mijn benzineslurper als transportmiddel en ik heb mijn wagen vervolgens bij het station van Kautenbach geparkeerd. Hier waren op een weekdag nog een aantal parkeerplaatsen over, maar niet zo heel veel. Kautenbach is wellicht de beste plaats om je wagen - gratis - te parkeren aangezien dit in Ettelbruck een heel stuk lastiger is. Je kan ook bij een klein station zoals Goebelsmühle de vierwieler achterlaten, maar bij de kleine stations zijn er weinig parkeerplaatsen en je gaat bovendien moeten terugreizen met de trein vanaf Kautenbach. 

Ik nam de trein van Kautenbach naar Ettelbrück en ik begon aan de Lee Trail in de tweede grootste stad van Luxemburg. Dat zorgt er voor dat ik op de tweede dag netjes aankom in Kautenbach waar ik niet meer moet wachten op vervoer, maar ik kan onmiddellijk wegrijden met mijn wagen en dat is wel zo prettig.   

Overnachtingen
Aangezien ik de Lee Trail op twee dagen heb afgerond, heb ik maar één overnachting geboekt. Dit was bij het hotel Dirbach Plage wat ongeveer op het midden van de route ligt. Erg praktisch, maar ook erg duur. Ik betaalde namelijk 168 euro voor één kamer. Dat was weliswaar in het hoogseizoen (op 21 juli) en de kamer is erg compleet met een groot bed, klein salon, ruime badkamer en zelfs een eigen terras. Bovendien is Dirbach Plage een heerlijke locatie bij goed weer. Maar toch, 168 euro is wel erg veel geld. 

Wil je op zoek gaan naar goedkopere alternatieven kan je dus op de officiële site campings en hotels vinden. Als je het nog avontuurlijker wil aanpakken, kan je misschien bivakkeren. Hoewel dit officieel is verboden in Luxemburg wordt het wel getolereerd zolang het bekende leave no trace behind-principe wordt gehanteerd.

Praktische zaken en weetjes
  • Bij de Lee Trail ben je nooit ver weg van de bewoonde wereld, maar toch moet je voldoende eten en drank meenemen omdat je onderweg niet veel plaatsen tegenkomt waar je een supermarkt aantreft. Op de onmiddellijke route zijn er geen supermarkten, maar je treft wel winkeltjes aan bij Bourscheid-Plage en Hoscheid, al zal je voor die laatste wel even moeten uitwijken. In Ettelbruck zijn er meer dan voldoende supermarkten, maar in Kautenbach zijn er dan weer geen winkels of supermarkten. In hotels zoals Dirbach Plage heb je ook een restaurant waar je 's avonds kan eten. 
  • Op de officiële site vind je een onderdeel dat is geweid aan eten en drank. Hier kan je dus even kijken of er restaurants zijn op je weg. De site is echter bedoeld voor zowel de Eislek als Lee Trail, dus het bevat restaurants uit een brede regio. 
  • De Escapardenne maakt een onderscheidt tussen de Eislek en Lee Trail, maar beide kunnen dus ook gecombineerd worden tot één trail. Als je de Lee Trail eindigt in Kautenbach kan je de volgende dag op dezelfde plaats beginnen aangezien de Eislek Trail hier begint. De waarheid gebiedt me te zeggen dat ik het Luxemburgse gedeelte van de Eislek Trail niet zo spectaculair vind. 
  • Zeker in de zomer is het gemakkelijk om zuiveringstabletten of een filter mee te nemen om water te zuiveren dat je in de beekjes aantreft. Vooral bij de tweede dag maakte ik hier gretig gebruik van aangezien deze dag toch wel wat zwaarder is dan de eerste. 
  • De Lee Trail beschikt - net zoals de Eislek Trail - over het Leading Quality Trail label en bij de Lee Trail is dat geheel terecht. Ik noemde de Müllerthal Trail de mooiste trail van de Benelux, maar na de Lee Trail ben ik hier niet zo zeker meer van. Dat label is dus met andere woorden zeker verdiend. 
  • De beste periode om de Lee Trail te hiken is wellicht de late lente en vroege zomer, maar de trail kan in principe het gehele jaar worden gedaan. Wees er echter bewust van dat de trail een rotsachtige bodem kent met enkele (simpele) technische stukken. Bij regen is dit dus opletten en bij sneeuw zelfs een afrader. Er zijn ook enkele stukken bij heuvelkammen waar je onbeschut bent voor de wind en bij hevige wind wil je hier niet zijn... 
  • In de herfst wordt er in deze regio ook gejaagd en in principe wordt dit aangekondigd. Wanneer je in deze periode de Lee Trail wil hiken, grasduin je best even op het internet om te zien of er jachtpartijen zijn aangekondigd. Sint-Hubertus is in Luxemburg echter minder machtig dan in België en gelukkig worden er geen heler bossen afgesloten om jagers een plezier te doen. 
  • Voor de liever lui dan moe-wandelaar bestaat er de mogelijkheid om je bagage te laten vervoeren naar één van de deelnemende hotels. Meer info vind je op deze site van de Escapardenne en op de website van organisator Move we carry. De prijs per bagagetransfer is twaalf euro, is beschikbaar tussen één april en dertig november en bagage mag niet meer dan twintig kilogram wegen. 
  • Er zijn ook pakketreizen vermeld op de site van Escapardenne, maar bij geen enkele organisatie heb ik een pakketreis gevonden voor de Lee Trail hoewel die volgens de site wel zou moeten bestaan. Niet dat dit een ramp is, want door het korte karakter van de trail kan je dit gemakkelijk zelf organiseren met weinig voorbereidingstijd. 

Twee of drie dagen
Een belangrijke vraag die je aan jezelf moet stellen, is of je de Lee Trail in twee dagen of drie dagen wil wandelen. Niet zo gemakkelijk aangezien er toch wel wat verschil schuilt in die ene dag. De tweedaagse versie is opmerkelijk zwaarder met een dag tot meer dan dertig kilometer als je bijvoorbeeld van Ettelbrück naar Goebelsmühle stapt en dat is toch al vrij stevig, zelfs voor de geoefende wandelaar. De driedaagse versie is dan misschien wat te snel uitgewandeld wanneer een dag uit minder dan achttien kilometer bestaat. Een belangrijke factor is de hoeveelheid bagage die je meeneemt. Ik nam enkel het hoogst noodzakelijke mee en met een rugzak van amper een paar kilo is het uiteraard een pak gemakkelijker dan wanneer je een tent meesleurt. 

Een goede waardemeter om te besluiten of je de tweedaagse of driedaagse variant wil doen, zijn eerdere wandelingen in de Ardennen met een fiks aantal hoogtemeters (meer dan vijfhonderd meter) en een afstand van meer dan vijfentwintig kilometer. Als je dit zonder al te veel moeite doorstaat, zal de Lee Trail in twee dagen zeker haalbaar zijn. Als je niet gewoon bent om dit te doen of toch moeite hebt met zoveel kilometers en hoogtemeters is de driedaagse variant een betere optie. Houd er wel rekening mee dat des te langer je onderweg bent, des te meer je meesleurt van kledij en proviand. 

GPX-routes
Zoals bij andere trekkings heb ik de routes opgenomen en lopen deze routes min of meer gelijk met de officiële route. Enkel op het allerlaatste stuk heb ik een klein deel ingekort, want eindhalte Kautenbach was niet bijster spectaculair en ik had weinig zin om van asfalt naar heide te lopen om dan terug richting asfalt te gaan. Hier ga ik in één vloeiende beweging naar beneden wat de één à twee kilometer minder verklaart vergeleken met de afstand van de officiële route. 

Verslag dag 1

Van

Ettelbrück

Naar

Dirbach Plage

Afstand

27,53 km

Meters stijgend

1216

Meters dalend

1165

Wandeltijd

5u42


Ik begin de eerste dag van de Lee Trail bij het station van Ettelbrück waar ik na amper één kilometer een klein park zie dat is opgedragen aan generaal Patton. Hier begint de eerste dag en dat is een eerder gevarieerde wandeling dat een mooie presentatie is van het beste wat deze streek te bieden heeft. 
 
Ik trek erop uit met een tweedaagse variant van deze trail en bij het hotel Dirbach Plage heb ik een overnachting geboekt. Dit hotel ligt pal op de route van de Lee Trail aangezien het een bruggetje heeft waar je over moet wandelen om zo aan de andere zijde van de Sure te geraken. Dat zijn echter zorgen voor later en eerst moet ik tot bij de startplek geraken. Ik opteer ervoor om de route te wandelen van Ettelbrück naar Kautenbach, maar je kan dit ook in omgekeerde richting doen. Het is echter praktischer om de auto achter te laten op de ruimte stationsparking van Kautenbach en zo de gratis trein te nemen naar Ettelbrück. 
 
Het officiële startschot wordt in principe gegeven bij het monument van generaal Patton, maar de registratie van mijn route begint al bij het station. Patton heeft met het Amerikaanse leger deze regio heroverd op de Duitsers en als bedankje heeft hij dus dit monument én een museum gekregen. Ik houd er even halt voor een paar foto's, maar na een paar minuten ben ik alweer vertrokken. Op een breed pad gaat het gestaag naar boven en al even snel naar beneden om zo het dorpje Erpeldingen te kruisen. Hier is er een pittoreske brug over de Sure, maar voor de rest is er weinig te zien. 
 
Via brede paden trek ik eerst door bas, daarna velden om daarna opnieuw in bos te belanden. De hoogtemeters beginnen vlot op te tellen, maar deze meters worden smeuïg verspreid over enkele kilometers afstand waardoor het geen zwaar wandellabeur is. Richting Predigstuhl, een fraaie rots, wordt het wel wat steiler, maar de enkelsporige paden bevinden zich hier in een mooi bosdecor waardoor de zweetdruppels worden afgewisseld met een opengesperde mond dat het landschap apprecieert. Eenmaal boven aangekomen, wacht er een bankje om uit te rusten. De Lee Trail is trouwens gezegend met een overdaad aan bankjes waardoor moe getergde wandelaars even kunnen uitrusten. 
 
Ik ga echter verder naar de Predigstuhl en dat houdt in dat ik daal over een avontuurlijk rotspad dat me naar deze rots brengt. De rots is een fraai stukje natuur, maar ook het uitzicht mag er zeker wezen. De weg naar boven verloopt opnieuw over een single-track en na tien kilometer bevind ik me op een landbouwplateau. Ik heb één derde van deze wandeling gedaan, maar de eerste tien kilometer zijn al verrassend gevarieerd. Bij het gehucht Closdelt staan er een paar eenzame boerderijen, maar het is vooral de mooie kapel na bijna elf kilometer die opvalt. 
 
Via een veldweg duik ik opnieuw het bos in zo naar het dorp Michelau te dalen. Het midden van de wandeling is misschien wel het minst sexy gedeelte van de wandeling, hoewel de grootste klim van de dag zijn opwachting maakt. Ruim 220 meter gaat het naar boven, maar dat valt verrassend goed mee omdat de klim begint bij de asfaltweg in het dorp en langzaam overgaat in een grindweg. Blikvanger van dienst is de burcht van Bourscheid die in de verte statig het landschap domineert. Wanneer de grindweg op zijn beurt plaats maakt voor een bosweg wordt de helling toch wat steiler. Maar een bankje nabij de top brengt soelaas en hier eet ik rustig een broodje op. 
 
De klim is overigens de moeite waard, want na bijna zeventien kilometer krijg ik het mooiste panorama van de gehele trail te zien. Bij Gringlee maakt een grote meander van de Sure indruk waar het baadt in een zee van groen. Dan is het tijd voor een grote daling en ik prijs me gelukkig dat ik niet naar boven moet klauteren in tegengestelde richting. Via kleine bospaadjes gaat het soms wel erg steil naar beneden en moet ik opletten dat ik niet te snel afdaal. Wandelaars naar boven hebben die zorgen niet, want die leveren een epische strijd met een hellingspercentage dat tot 25% en meer kan reiken. 
 
Om even te bekomen is er een relatief vlak stuk bij de camping van Bourscheid Plage waar je overigens ook iets kan drinken of zelfs een sanitaire stop doen. Het pad naast de Sure is initieel vrij gemakkelijk, maar wordt daarna rotsachtiger en een gevallen boom ligt er als extra hindernis op het pad. Toch is het heerlijk toeven hier met een zacht zomerzonnetje en het therapeutische gekabbel van de rivier rechts van mij. Wat later houdt de spoorweg me gezelschap, maar niet erg lang. Ik wandel over de tunnelmond van de spoorweg om zo te beginnen aan een lange klim naar boven. 
 
De klim loopt eerst over brede paden, maar het wordt pas echt leuk wanneer een geaccidenteerd rotspad me meeneemt langs de steile helling. Wanneer de Lee Trail als een avontuurlijke trail wordt bestempeld, is het dankzij passages zoals deze. Je hebt bij het wandelen van deze trail best geen hoogtevrees, want soms kan het steil naar beneden gaan bij paden zoals deze. Het smalle pad wordt later ingeruild voor een wat breder pad om het wat makkelijker te maken. Het geeft me ook de gelegenheid om meer oog te hebben voor het landschap want het groen van bomen en planten is echt wel indrukwekkend hier in de zomer. De laatste steile klim van de dag kost me toch wel moeite, maar vanaf 23 kilometer gaat het hoofdzakelijk naar beneden voor de rest van de wandeling. 
 
Opnieuw een landbouwplateau geeft hier acte de présence met één bijzondere boom als gastheer. Ter ere van de geboorte van de zoon van Napoleon werd hier een linde geplant, maar die werd door de Duitsers in 1942 vernietigd. Het huidig exemplaar is dus niet de originele boom, maar nog altijd een fraaie boom waar vlak ernaast zich een uitkijkplatform bevindt waar je een goed overzicht hebt van de streek. Het zijn de omliggende velden en weilanden die het zicht bepalen en dit gaat zo door tot het einde van de wandeling. Of dat dacht ik althans, want een veldweg leidt me echter naar een rotsachtig wandelpad dat een vleugje techniek vergt. 
 
Dit enkelsporig pad maakt het wandelen een tikkeltje avontuurlijker en het meest bijzondere stuk van dit pad bevindt zich bij Doigt de Dieu. Dit is een grote, uitstekende rots waarvan de vorm enige gelijkenissen vertoont met een vinger van god wat meteen de poëtische naam van deze rots verklaart. Niet veel later zet ik de finale daling van deze wandeling in en die leidt me naar Dirbach Plage. Dit is een hotel waarvan de brug deel uitmaakt van de Lee Trail en het is een fantastische locatie om de eerste dag van de Lee Trail af te sluiten. 
 
Ik had enigszins wat bedenkingen bij de Lee Trail omdat ik verre van enthousiast ben over het Luxemburgse gedeelte van de Eislek Trail, maar deze wandeling is simpelweg erg geslaagd. Het is vooral de grote diversiteit aan landschappen die deze route typeert. Er zijn avontuurlijke paadjes zoals bij de Predigstuhl, enorm mooie uitkijkpunten, landbouwplateaus en bossen volgen elkaar in sneltempo op, groene veldwegen hebben dan weer een heidelandschap en met meer dan 1200 hoogtemeters kunnen sportievelingen hun hartje ophalen. Het enige punt van kritiek zijn misschien de vele, brede paden bij de eerste tien kilometer van deze wandeling, maar daar had ik zelf weinig last van.

Verslag dag 2

Van

Dirbach Plage

Naar

Kautenbach

Afstand

23,41 km

Meters stijgend

1005

Meters dalend

997

Wandeltijd

5u14


De tweede dag van de Lee Trail brengt me naar het eindpunt van Kautenbach. Deze wandeling ziet er op papier minder imposant uit met net iets minder kilometers om te wandelen en een beetje minder hoogtemeters. Schijn bedriegt echter want in het hartje van deze streek zijn de paden kleiner en moeilijker, maar ook leuker om op over te lopen. 
 
Het grote voordeel bij mijn overnachting bij het hotel van Dirbach Plage is dat ik gewoon de deur moet uitstappen en ik bevind me onmiddellijk op de route van de Lee Trail. Het decor hier is schitterend met een klein watervalletje bij de Sure, maar daar heb ik al een hele avond op uitgekeken. Toch blijft het een mooie omgeving om hier even halt te houden. Ik vervolg mijn weg en het duurt niet lang voor ik de beenspieren terug mag aanspreken. "Bergwandelpad" krijg ik op mijn kaart te lezen wanneer ik me na één kilometer een weg naar boven hijs. En de single-track probeert die benaming alle eer aan te doen. Wanneer ik na amper anderhalve kilometer terug naar beneden ga, zie ik dat het nog altijd steiler kan want wandelaars in de tegengestelde richting worden geconfronteerd met een helling die doet zweten. 
 
In het dorpje Goebelsmühle is er een treinstation, maar verder is er niet veel leven in de brouwerij. Die brouwerij ondergaat trouwens werken, want de plaatselijke hoofdweg is opengebroken en ik laveer tussen de werken om na 3,5 kilometer opnieuw naar boven te gaan. Dit is een korte, maar felle beklimming en is nog meer bergwandelpad dan het pad bij de eerste kilometer. De prachtige omgeving is echter een plezier om in te wandelen en het voordeel is dat ik bijna alleen op pad ben omdat de meeste mensen voor of na Dirbach Plage zijn begonnen. 
 
In een afdaling gaat het naar het gehucht Ënnerschlënner en bijzonder is dat ik op deze plek wel heel erg veel honden terugvind. Ik lees op een bordje iets over Royal Canin, maar voor zover ik weet, heeft deze plek niks te maken met hondenvoeding. Na de daling bevind ik me op iets rustiger terrein in de beekvallei van Schlënnerbaach en hier vul ik mijn watervoorraad aan. Zoals ik in de inleiding zei, is deze route toch wel moeilijker omdat de paden kleiner en meer oneffen zijn. Het wandeltempo is navenant en ligt toch wel een halve kilometer per uur lager dan bij de eerste dag. Dat vergt ook wat meer krachtinspanning en daarom is het belangrijk om voldoende water mee te nemen. Ik doe dat dus via het water in de beek dat ik via een filter zuiver. 
 
Dit gedeelte van de wandeling is een kwartiertje rustiger wandelen en vormt eveneens het begin van een klankenpad. Gedurende de volgende acht kilometer kom ik allerlei toestellen tegen die geluid in één of andere vorm symboliseren. Het eerste toestel is een soort van uitvergrote stethoscoop dat het geluid van het lopende water versterkt. Helaas is er amper lopend water in de beek en dus krijg ik een miniversie te horen. Misschien hebben ze dat juist hier gezet zodat je volledig (uit)gerust bent om aan het zwaarste deel van de wandeling te beginnen. De Molberlee kondigt zich aan en deze rotskam is met stijgingspercentages tot 25% en een te overwinnen hoogte van ruim tweehonderd meter de meest indrukwekkende helling van de dag. 
 
Maar de Molberlee is ook ontegensprekelijk het mooiste stukje van de Lee Trail. Het vergt een beetje meer tredzekerheid, maar het is nooit moeilijk. Tijdens mijn wandeling waait het behoorlijk en hier vang ik toch redelijk wat wind op. Met twee afgronden links en rechts van mij niet ideaal, maar het is zeker niet problematisch. De gekende waarschuwingen dat je de Molberlee niet moet doen bij regenachtig weer/sneeuw en dat je geen hoogtevrees moet hebben, vind je overal op het internet, maar wees dus ook bewust dat je een speelbal bent van de wind aangezien je hier open en bloot wandelt op deze rotskam en er is niks is dat de wind afblokt. 
 
Laat je dat er niet van weerhouden om over de Molberlee te wandelen, want dit rotspad is een prachtig pad om over te wandelen en biedt een indrukwekkend 360 graden panorama over de omgeving. Het rotspad wijzigt in een landbouwweg en luidt de terugkomst van de bewoonde wereld in. In het dorpje Hoscheid is er een Mariagrot waar water uit een bron stroomt en hier vul ik - opnieuw - mijn watervoorraad aan. Wat verder word ik getrakteerd op allerlei toestellen die onderdeel uitmaken van het klankenpad. Dat gaat van een gigantische hoorn, tot Japanse windgongen en zelfs een heuse knikkerbaan. Mijn persoonlijke favoriet is toch wel de marimba waar ik met behulp van twee slagstokken op de plankjes sla om verschillende toonhoogtes te bereiken. 
 
Ondertussen moet er uiteraard ook gewandeld worden en dat doe ik na de passage in Hoscheid bij de beekvallei van Lëtschbaach waar ik via kleine paadjes afdaal en via een wat breder pad terug naar boven ga. Bijna zevenhonderd hoogtemeters staan er op de digitale teller wanneer de wandeling zich ongeveer in de helft bevindt. Het moge dus wel duidelijk zijn dat het zwaartepunt van deze route zich bij de eerste helft bevindt. De tweede helft kent ook wel wat hoogtemeters, maar die zijn zelden steil. Gelukkig voor mij gaat het nu wat langer naar beneden en in de vallei tref ik de Sint-Michielskapel van Uewerschlënner aan dat verscholen is in het bos. 
 
Ik had het nooit gedacht, maar even later tref ik zelfs de mythische wildkakker op mijn pad. Een wandelende medemens - vermoedelijk van het Nederlandse type - zit gehurkt in enkele varens om zijn behoefte te doen. Wanneer de natuur roept, moet je natuurlijk antwoorden, maar om dat op een halve meter van het pad te doen waar Jan en alleman dat kan zien, getuigt van weinig respect. Ik schakel dus over naar sprintmodus om dit spektakel aan mij te laten voorbijgaan. In een geaccidenteerd parcours gaat het over kleine paadjes naar boven waar ik op een landbouwplateau stuit. Kijk, dit had ik nog niet gezien vandaag! 
 
Ik volg kort een verharde weg om daarna aangenaam verrast te worden met een veldweg die overgaat in de Hoflee, de tweede rotskam van de dag. Deze rotskam van leisteen is net wat minder wild dan de Molberlee, maar nog altijd een mooi pad om over te wandelen. Ook hier krijg je een prachtig panorama over de omgeving gepresenteerd met onder andere een tunnel die Kautenbach verbindt met Goebelsmühle. Hoflee mag dan misschien wat minder avontuurlijk zijn, sommige (erg korte) secties vind ik toch gevaarlijker dan de Molbeslee. Met name een stuk bij de afdaling waar een rots het pad blokkeert, vergt toch wat aandacht. Ik merk ook enkel verbrande bomen en struiken op en later leer ik dat hier een brand heeft plaatsgevonden in 2018 dat 110 hectare natuur heeft vernietigd. 
 
Na achttien kilometer is het tijd voor alweer een nieuwe beekvallei, deze keer de Geischelterbaach. Ook hier is de omgeving mooi, maar door het warme weer staat de beek zo goed als leeg en dat is toch wel jammer. Over twee kilometer volg ik een tweesporig breed pad dat zo'n honderd meter stijgt. Het bos maakt hier langzaam plaats voor heidelandschap en ik leg enkele planten en bloemen vast op gevoelige plaat. De zon begint in de namiddag steeds meer te blaken en in deze open omgeving begin ik dat toch meer te voelen. Onderweg kom ik ook nog de Hockslee tegen maar dit is een zij-uistap die ik niet heb gedaan. 
 
Rond kilometer 21 bereik ik de laatste top van de dag en via een provinciale weg over asfalt zet ik een daling in tot bij Kautenbach. De lange daling over asfalt werkt niet bijster inspirerend en ik ben opgelucht dat ik na achthonderd meter enigszins verrassend een paadje tegenkom dat me via velden en bos naar het centrum van Kautenbach stuurt. In het centrum tref ik nog het fraaie kerkje van Kautenbach aan en daarna volg ik de weg om naar het station te stappen. Dezelfde weg die ik een jaar eerder nam om zo aan de Eislek Trail te beginnen in exact dezelfde periode. En zo is de cirkel rond. 
 
Ik ben behoorlijk enthousiast over de eerste dag van de Lee Trail, maar deze tweede dag overtreft die in alle facetten. Het zijn vooral de twee lees (Molbeslee en Hoflee) die deze wandeling sieren. Deze rotskammen zijn een waar plezier om over te wandelen door hun avontuurlijk karakter en het prachtige 360 graden panorama dat je aangeboden krijgt. Daarnaast zijn er tal van beekvalleien en bergwandelpaden die de variëteit van deze wandeling opschroeven. Ondanks wat minder hoogtemeters, is deze dag toch wat moeilijker dan dag één door de rotsachtige single-track paden die je in overvloed aantreft. Enkel de spectaculaire uitkijktpunten bij dag één zijn nu wat minder aanwezig, maar verder bevat deze route alles wat je kan wensen van een wandeling.

Conclusie
Na mijn gemengde gevoelens bij de Eislek Trail begon ik toch wat terughoudend aan de Lee Trail, maar ik kan zeggen dat dit me enorm goed is bevallen. Het begin is niet zo spectaculair, maar de trail bouwt langzaam op in spanning en is na een kilometer of acht op volledige kruissnelheid wanneer ik bij de prachtige rots van Predigstuhl ben en gaat zo verder tot het einde. Waar de eerste dag vooral grossiert in prachtige uitzichten, weet de tweede dag te prikkelen door zijn mooie bergpaadjes met dito rotskammen en vind je hier ook een snuifje cultuur bij een klankenpad. Op twee dagen levert dit een mooi totaalpakket in een eerder onbekend deel van Luxemburg. Meer dan op de Eislek Trail wordt de sportieve wandelaar hier op zijn wenken bediend, maar het blijft allemaal goed doenbaar ondanks indrukwekkende cijfers voor de hoogtemeters en afstand.