zondag 19 augustus 2018

Trans-Siberië Express overzicht

Vakantiedroom
Wanneer de grote vakantie aan de deur klopt, maakt iedereen wilde vakantieplannen of zijn die al lang vastgelegd. Bij mij was het op dit front angstwekkend stil en had ik in 2018, op een weekendje Parijs na, nog niet kunnen genieten van vakantie. IJsland, Toscane en anderen passeerden allemaal de revue als kandidaten, maar uiteindelijk viel mijn oog op de Trans-Siberië Express. Dit is de beroemde treinreis die je van Moskou naar Vladivostok brengt, het verste punt in Siberië. In werkelijkheid zijn er echter verschillende routes en de toeristische versie is eigenlijk de Trans-Mongolië Express. Deze route gaat van Moskou naar Irkoetsk waar de route vervolgens door Mongolië gaat en eindigt in Peking.



Dusver heb ik altijd met vrienden of alleen gereisd, maar deze keer boekte ik de reis bij Koning Aap waardoor het dus een groepsreis is geworden. Aanvankelijk had ik een beetje schrik om vast te zitten in een stramien van vaste schema's en bekende toeristenvallen, maar dat is gelukkig heel goed meegevallen. Er zijn natuurlijk dagschema's die gerespecteerd moeten worden, maar je krijgt zelf veel individuele vrijheid om je dag uit te stippelen. Zo trok ik er in Moskou alleen op uit om de Sint-Basiliuskathedraal te bezoeken en ging ik in Listvyanka (aan het Baikalmeer) met de stoeltjeslift naar een panoramisch uitkijkpunt. Dingen die de groep niet heeft gedaan, maar ik wel.

Hoe ziet de reis eruit?
De rode draad van deze reis is natuurlijk de trein waarmee je zo'n achtduizend kilometer aflegt tussen Siberische taiga en Mongoolse steppe en uiteindelijk in China eindigt. Veel reistijd kruipt dus in het vervoer, maar dat is niet verwonderlijk als je door Rusland, Mongolië en China reist. Dit zwaartepunt ligt in de eerste helft van de reis (met name de drie nachten tussen Jekaratinaburg en Irkoetsk) en is minder aanwezig in de tweede helft van de reis. De reis kan eigenlijk worden opgedeeld in twee (grote) delen. Enerzijds een Russisch gedeelte waar je de steden Moskou, Kazan, Jekaratinaburg, Irkoetsk en het Baikalmeer bezoekt. Anderzijds een Mongools gedeelte waar de groep met twee kleine busjes naar toeristische attracties worden gebracht zoals boeddhistische tempels, het Uugi-meer, een vulkaan of de hoofdstad Ulaanbaatar. Als afsluiter is er dan nog een kort bezoek aan Peking waar de Chinese Muur en de Verboden Stad, het voormalige complex van de Chinese keizers, worden bezocht.



Hoewel er dus veel tijd in de trein en busjes wordt doorgebracht, is er dus ook erg veel te zien en te doen. Op de tweede dag zie je namelijk het indrukwekkende Rode Plein in Moskou en op de 22ste dag de al even indrukwekkende Verboden Stad in Peking. Daartussen zitten er verborgen parels zoals Kazan dat over een eigen kremlin (dit is Russisch voor een versterkte vesting) beschikt of het Baikalmeer dat uit een idyllisch fotoboek lijkt ontsnapt te zijn. Het nadeel is dat deze overdaad aan activiteiten soms wat veel is en vermoeidheid kan op het einde van de reis wel doorslaan.

Treinen en gers
Slapen gebeurt op een dergelijke reis in de helft van de gevallen in de trein of een ger, de tent waarin de Mongoolse nomaden slapen. De overnachtingen in de hotels zijn zonder meer goed te noemen, hoewel het Cosmos hotel in Moskou duidelijk geënt is op massatoerisme. De nachttreinen beschikken over het hoogst elementaire comfort en de bodems van de bedden zijn staalhard. Elke coupé bestaat uit vier bedden: twee beneden en twee erboven waardoor er spaarzaam met ruimte moet omgesprongen worden. De langste rit duurde drie nachten en dat begint stilaan te gelijken op een kleine beproeving.



De gers zijn te vinden in kampen die gelegen zijn bij toeristische attracties. Sommige van deze tentenkampen lijken helemaal verdwaald te zijn in de Mongoolse steppe en het is een avontuur an sich om er te geraken. Het is gebeurd dat de busjes kwamen vast te zitten en dat die met mankracht eruit getrokken moesten worden. Dat is leuk om te schrijven op een blog of na te vertellen tegen vrienden, maar op het moment zelf is dat vooral een gevoel van binnensmonds vloeken en de drang om dit zo snel mogelijk op te lossen. De tentenkampen kan je misschien nog het best vergelijken met een camping waar er ruimtes zijn voor sanitair voor toilet en douches. Omdat de gers zo ver verwijderd zijn van de bewoonde wereld, dient er economisch omgegaan te worden met water en elektriciteit. 's Ochtends een warme douche nemen, was bijvoorbeeld niet altijd mogelijk.

Geen luxe-resort
De Trans-Siberië Express is dus geen vakantie waar je aan een cocktail nipt in een luxe-resort, maar biedt wel een enorme variëteit aan activiteiten en locaties. Bij het Russische gedeelte zie je voornamelijk steden en twee dagen Baikalmeer. Je kan het best nog omschrijven als een continue city trip waar je kerken, winkelstraten, musea, historische centra, monumenten, restaurants en andere attracties bezoekt. In de verlaten Mongoolse steppen neemt de natuur het voortouw en ben je onmiddellijk geïmponeerd door de oneindigheid en natuurpracht van deze bergachtige steppen. Tijdens mijn passage stond de Gobi-woestijn in bloei en beklom ik de top van een uitgedoofde vulkaan. Het was voor mij eveneens de eerste keer dat ik boeddhistische tempels zag en dat is een leuke afwisseling na de vele Russische kerken.



In de laatste week is er nog een treinreis van anderhalve dag tussen Ulaanbaator en Peking, maar de vermoeiende trip is onmiddellijk vergeten bij een bezoek aan de Chinese Muur en de Verboden Stad. Bij de Chinese Muur had ik geen hoge verwachtingen, maar het bezoekje was leuker dan ik had verwacht. Dit ging wel ten koste van de bezoektijd aan de Verboden Stad waar ik graag zelf een uurtje langer  had willen blijven, maar het uitgelopen bezoek aan de Chinese Muur liet dat helaas niet toe.

Reisschema
Drie landen doorkruisen neemt wat tijd in beslag en het is geen verrassing dat de reis in totaal 23 dagen duurt. Het schema van de reis ziet er als volgt uit:

Dag 1-2: aankomst en bezoek aan Moskou
Dag 3: Kazan
Dag 4-6: Jekatarinaburg (+ treinreis)
Dag 7-8: Trans-Siberië Express naar Irkoetsk
Dag 9-10: Listvyanka (aan het Baikalmeer)
Dag 11: Irkoetsk
Dag 12: Trein naar Darkhan (Mongolië)
Dag 13: Amarbayasgalant-klooster
Dag 14: Erdenet en Uran Togoo (aan de voet van een uitgedoofde vulkaan)
Dag 15: Ugii-meer via een rit van ruim tweehonderd km door de steppen
Dag 16: Erdene Zuu, Khar Khorin (boeddhistisch klooster in de plek gesticht door Djenghis Khan)
Dag 17: Khogno Khaan (overgang tussen Gobi-woestijn en de Mongoolse steppe)
Dag 18: Hustai Nationaal Park (met de przwalskipaarden)
Dag 19: Uulaanbaatar
Dag 20-21: Trein naar Peking
Dag 22: Chinese Muur en Verboden Stad in Peking
Dag 23: Vlucht terug naar huis

In toekomstige blogposts zal ik een gedetailleerder reisverslag schrijven in verschillende fases.


vrijdag 6 juli 2018

Mei 2068


Linkse verpaupering
Hoe zullen historici terugblikken op de huidige periode in de geschiedschrijving? Een Amerikaanse president die anno 2018 terug wil naar het isolationisme van een kleine eeuw geleden, rechts populisme dat zegeviert in westerse culturen, China dat nu bewust is van zijn status als toekomstige grootste economie ter wereld, de revoluties in het Midden-Oosten en Noord-Afrika dat uiteindelijk culmineerde tot een aparte ISIS-staat in de Levant en Naingolan die niet opgeroepen werd voor het WK 2018 in Rusland. We leven in interessante, maar ook roerige tijden.

Een halve eeuw geleden stond in mei 1968 Frankrijk op zijn kop door de maatschappij die eindelijk tot wasdom komt na ruim twee decennia economische opleving na Wereldoorlog II. Studenten en arbeiders komen voor hun rechten op en schuwen de grove middelen niet. Een treinstaking van vijf weken doet de Franse regering breken en Frankrijk geeft toe aan de gestelde eisen die dit vreemde pact van links verenigde. De toekomstige intelligentsia van Frankrijk dat verbroedert met "simpele" arbeiders… Het was vijftig jaar geleden een uniek beeld dat de wereld rondging. Maar het is misschien ook deze vreemde symbiose die uiteindelijk leidde tot de huidige linkse verpaupering in Europa.



Verloren middenveld
Het is een onmiskenbaar feit dat het Europa van vijf decennia geleden er totaal anders uitziet dan het huidige Europese straatbeeld. Globalisme heeft de welvaart spectaculair doen toenemen, maar gebrek aan solidariteit in het verleden heeft geleid tot minder professionele rechten voor werknemers en een penibel pensioensysteem. Internet, GSM’s en de digitalisering maken het leven een stuk gemakkelijker, maar deze technologie zorgt ook voor een groot ‘big brother’ gehalte uit Animal Farm. We hebben een ongeëvenaarde vrijheid in waar we gaan en staan, maar worden ook geconfronteerd met meer migratie en vluchtelingen. Dit zijn totaal andere problemen dan waar de Franse studenten en arbeiders voor streden in 1968 en het is in deze evolutie dat sociale partijen ergens de voeling met hun middenveld hebben verloren.

Het terugkerend thema waar niemand omheen kan, is migratie. Eerst was er vanaf de jaren zestig economische migratie waar de vraag kwam van het westen zelf omdat men onvoldoende mijnwerkers vond. Vanaf de jaren zeventig en tachtig draaide dit honderdtachtig graden en zag West-Europa voornamelijk een instroom van economische migranten uit Turkije, Marokko en Noord-Afrika die op zoek waren naar een beter leven. Met deze verschuiving werden westerse grootsteden geconfronteerd met een totaal andere cultuur, levensgewoonten en religie. De klassieke arbeiderswoningen in de stadsrand werd steeds meer bevolkt door deze buitenlanders en de eerste tekenen van gettovorming waren snel zichtbaar. Dit zorgde voor nieuwe sociale problemen en een beeldvorming die erg moeilijk is om te nuanceren.



Wanneer het begon
Er kan moeilijk een datum op worden geplakt, maar de verloedering van links in België is wellicht begonnen op 24 november 1991 wat politici later "zwarte zondag" betitelden. Dit was namelijk de eerste grote verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok dat daarvoor altijd in de politieke marginaliteit opereerde. Het VB had en heeft geen fatsoenlijk economisch of sociaal programma, maar zet wel volop in op migratieproblematiek waardoor het partijen zoals de SP/SP.A evenaarde en zelfs voorbij snelde. De tegenreactie van links was misschien bewonderenswaardig, maar ook bijzonder naïef: het zag elke buitenlander per definitie als een aanwinst. De intelligentsia uit de generatie van 1968 waren geschokt dat de gewone arbeider niet inzag dat nieuw bloed voor een nieuwe dynamiek in de maatschappij zorgt. Diezelfde gewone arbeider was echter wel verontrust omdat migranten mee concurreerden voor de laagbetaalde jobs, zag een stijging in de criminaliteit in hun voormalige volksbuurten, werd geconfronteerd met mensen die een andere, onverstaanbare taal spraken en simpelweg ook een aanwezigheid van racisme bij de autochtone bevolking die versterkt werd. Deze broeierige ingrediënten leidden tot een vicieuze cirkel waar partijen zoals het VB op drijven om te groeien. Vanaf de jaren negentig regen de nationalistische partijen de overwinningen aan elkaar en het verzameld Europees links beleid begreep niet waarom mensen zo reageerden. De Belgische kunst van een compromis maken, biedt zelden een gedragen oplossing, maar op dit vlak had de linkse Europese fractie veel kunnen leren.

Andere factoren zoals de opkomst van Al Qaeda aan het begin van het nieuwe millennium en later ISIS vergrootte de tweespalt enkel. Het intellectueel elitarisme dat socialistische besturen in Europa aan de dag legde in verband met deze problematiek was en is een flagrante vergissing en is gestoeld op idealen, maar niet op pragmatisme. Voor een goed functionerende partij heb je beide nodig. Dit is een vereenvoudigde voorstelling van de feiten, maar vat wel de tendens samen die sinds begin jaren negentig waarneembaar is. Dit is waarschijnlijk ook de grootste reden waarom figuren zoals Trump de Amerikaanse verkiezingen kunnen winnen en waarom anti-establishmentpartijen zoals de Italiaanse Vijfsterrenbeweging de macht uitmaken in een fragiele economie.



Toekomstige postkaart
Deze volksmennerij dreigt de vicieuze cirkel van het elitarisme enkel groter te maken omdat het bij veel politici op onbegrip stuit. Trump hekelt de diefstal van intellectuele eigendommen door China en heft enorme invoertaksen in op Chinese producten. Diezelfde Trump wil Amerikaanse arbeiders helpen door steenkoolmijnen opnieuw te activeren in de Mid-West.  Er is niks mis met het verdedigen van deze economische belangen, maar het kadert niet in de economische realiteit van vandaag. Deze maatregelen bieden misschien soelaas op korte termijn, maar fnuiken elke vorm van economische vooruitgang op langere termijn. Iets wat politici beseffen (maar niet altijd durven verkondigen), maar waar Jan met de pet vanzelfsprekend geen boodschap aan heeft. En zo werpt dit olie op het vuur tussen links, elitair denken en de sociale, menselijke achtergrond waar deze partijen ooit voor stonden. Als iemand weet hoe deze vicieuze cirkel gebroken kan worden, mag die dat onmiddellijk zeggen…

Hoe zou een postkaart uit mei 2068 eruitzien als we die naar onszelf zouden versturen op dit moment? Hebben we een meer verdeeld Europa of gaan we terug naar het motto van eendracht? Leven we nog altijd in een christelijk Europa of gaat de samenleving juist meer seculier of gefragmenteerder worden? Is nieuwswaarde nog altijd zo vluchtig als nu of wordt het misschien nog erger? Spreken we dan over een geautomatiseerde wereld of hebben we een halt toegeroepen aan al deze technologische voortgang? Eén zinnetje over 2018 zal er alleszins wel op prijken: “We leefden in interessante, maar ook roerige tijden”.

maandag 25 juni 2018

SAFe Program Consultant certificatie

Het ene is het andere niet
Bij het bedrijf waar ik momenteel werk, wordt er met agile projecten gewerkt, maar ontbreekt er wel een framework om dit te schalen. Er wordt stiekem naar SAFe gekeken, maar eigenlijk wordt van dit framework bitter weinig gehanteerd. Dit plantte wel een kiem van nieuwsgierigheid bij mij aangezien ik niet zo bekend was met agile scaling frameworks. Niet gehinderd door enige kennis ter zake schreef ik me in voor een opleiding SAFe for Teams, maar deze opleiding werd in mei geannuleerd. In zeven haasten zocht ik een andere opleiding en kwam ik bij een opleiding SAFe Program Consultant (SPC) terecht. Een maand geleden wist ik amper wat het verschil tussen deze twee opleidingen was, maar uiteindelijk ben ik blij dat ik de SPC-opleiding heb gevolgd. 



Het verschil
SAFe is dus een framework om agile projecten op grotere schaal te implementeren in een organisaatie en past heel wat concepten toe van lean en agile. Het uitgangspunt is eenvoudig gezegd dat er met release trains worden gewerkt waarin teams aan eenzelfde oplossing werken in hetzelfde tempo en gezamenlijk plannen en itereren. Dit framework heeft ook zijn eigen rollen als scrum master en product owner die in SAFe op een net iets andere manier worden ingevuld en dat is ook de reden waarom er zoveel verschillende opleidingen zijn. SAFe for Teams is eigenlijk bedoeld voor teamleden van een agile team die met SAFe willen leren werken. De Safe Program Consultant-opleiding daarentegen duurt vier dagen (tegenover twee voor S4T) en is een train-de-trainer opleiding op expertniveau. Na deze opleiding (en het examen succesvol afgelegd te hebben) ben je gecertificeerd om te fungeren als change agent van het SAFe framework. 

De vierdaagse SPC-opleiding kost ongeveer 2700 euro zonder BTW en is dus niet goedkoop te noemen. Daar krijg je echter wel een heleboel voor terug. Je kunt namelijk het examen gratis afleggen tot dertig dagen na de laatste opleidingsdag. De intrinsieke waarde van een (her)examen is circa 250 dollar. Na het examen succesvol afgelegd te hebben, krijg je echter ook toegang tot het lesmateriaal van alle andere opleidingen die je mag geven en dat zijn er een heleboel :Scrum Master, Advanced Scrum Master, DevOps, Product Manager & Product Owner, SAFe for Teams, Agile Leaders. Bij elk van deze opleiding dien je een examen af te leggen waarna je geautoriseerd bent om les te geven in deze opleidingen. Voor het geïnvesteerde bedrag krijg je dus als het ware toegang tot het volledige cursusmateriaal over SAFe. 



Het nadeel is dan weer dat de certificatie slechts een jaar geldig blijft. Wil je gecertificeerd blijven, betaal je daarvoor een kleine vergoeding. Het is een business model dat wel meer opleidingsbedrijven hanteren, maar het vernieuwingsbedrag voor SPC is wel aan de erg stevige kant met 895 dollar per jaar. Daarvoor blijf je echter wel een jaartje langer gecertificeerd en blijf je toegang behouden tot al het lesmateriaal en de community. Als je lesgeeft in één van deze cursussen is het relatief betaalbaar, maar wanneer je er geen gebruik van maakt is hercertificatie misschien een trein die je wil missen. 

De toegevoegde waarde
Het niveau van de SPC-opleiding is uiteraard hoger dan de andere opleidingen in de familie, maar dat is uiteraard ook de bedoeling. Na deze opleiding mag je jezelf een specialist in SAFe noemen en worden SPC's geacht om de transformatie naar SAFe voor te bereiden, uit te voeren en te faciliteren. Dan is een grondige kennis van SAFe natuurlijk wel gewenst. 

SAFe is gestoeld op een aantal principes, maar in de praktijk zie je dat SAFe wordt gecombineerd met andere best practices en soms zelfs wordt gemengd met andere frameworks zoals LeSS en/of Spotify-model. Vervolgens krijg je dan een potpourri waar de voordelen van één model de nadelen van het andere model worden en zo ontstaat er onevenwicht in de organisatie. 



Met mijn project management-achtergrond en MBA op zak komt erg veel van het SAFe framework bekend voor, maar de lean gedachte wordt op een vlotte manier geïntegreerd in het framework. Op het vlak van governance is SAFe volgens mij één van de best uitgewerkte frameworks die ik tot dusver ben tegengekomen samen met Prince2. Prince2 steekt heel erg goed in elkaar, maar wordt eveneens beticht van te bureaucratisch en theoretisch te zijn. Op dat vlak zie ik wel gelijkenissen met SAFe. Ik zou SAFe naadloos kunnen toepassen bij mijn vorig project en het zou een significante meerwaarde betekenen in het identificeren van lacunes en terugkoppeling bezorgen over de kwaliteit van de geleverde software. SAFe stelt dan voor om de flow te optimaliseren, maar hoe je dat doet, gaat niet verder dan een regelboek met een aantal suggesties. Prince2-adepten zullen nu wel een kleine deja-vu beleven. 

En wat nu?
Ik ben nu dus SPC-gecertificeerd, maar de belangrijkste vraag is: wat ga ik ermee doen? Aangezien ik een organisatie werk die geen SAFe toepast, is het uiteraard moeilijk om SAFe te implementeren. De basisprincipes staan en vallen namelijk met een afstemming op bedrijfsniveau. Hoewel de lesgevers het zelf uitdrukkelijk afraden (omwille van het principe van system thinking), is het wel mogelijk om een aantal best practices er uit te pikken en te implementeren. Zaken die voor mij nuttig zijn, zijn onder andere een verwaterde versie van de PI-planning op teamniveau om commitment te hebben voor doelstelling van één kwartaal, het frequent integreren met andere teams door middel van demo's en uiteraard de rol van agile leader. Afspraak over één jaar om te zien hoeveel het wel of niet geholpen heeft!

donderdag 31 mei 2018

Horloges mei 2018

Geen geïnteresseerden
De laatste tussenstand van het dragen van mijn horloges dateert van twee maanden geleden en dan vind ik dat een kleine update wel op zijn plaats is. In de maanden april en mei is het een stuk zonniger geweest dan het begin van het jaar en dan is het ook niet vreemd dat m'n horloges met meer casual look een inhaalbeweging maken zoals de Rado D-Star en de immer populaire Omega Speedmaster Dark Side of the Moon. Ook de Orient FFD0F001W is de laatste weken significant in populariteit bij mij gegroeid. 

Datum Horloge
1/apr Portsea
2/apr Accutron
3/apr SBGA011
4/apr PP 3940
5/apr DSotM
6/apr SBGR083
7/apr Seamaster
8/apr D-Star
9/apr KS
10/apr Portsea
11/apr SBGA011
12/apr SDGM001
13/apr DSotM
14/apr DSotM
15/apr /
16/apr Seamaster
17/apr FFD0F001W
18/apr DSotM
19/apr SBGA011
20/apr D-Star
21/apr D-Star
22/apr D-Star
23/apr SBGR083
24/apr D-Star
25/apr SDGM001
26/apr Portsea
27/apr PP 3940
28/apr PP 3940
29/apr PP 3940
30/apr SBGA011
1/mei SBGR083
2/mei Seamaster
3/mei Portsea
4/mei FFD0F001W
5/mei FFD0F001W
6/mei D-Star
7/mei DSotM
8/mei D-Star
9/mei SDGM001
10/mei D-Star
11/mei FFD0F001W
12/mei SBGA011
13/mei Portsea
14/mei PP 3940
15/mei PP 3940
16/mei DSotM
17/mei Seamaster
18/mei FFD0F001W
19/mei PP 3940
20/mei SBGA011
21/mei D-Star
22/mei SBGR083
23/mei SBGA011
24/mei PP 3940
25/mei PP 3940
26/mei DSotM
27/mei FFD0F001W
28/mei PP 3940
29/mei DSotM
30/mei SBGR083
31/mei SDGM001

In dit lijstje duiken de King Seiko 4502-7010 en Bulova Accutron 214 Spaceview minder op en dat komt omdat ik een beetje uitgekeken ben op deze horloges. De Bulova vind ik net wat te onhandig qua afmetingen en bij de KS ontbreekt de wauw-factor in vergelijking met andere stukken. De Accutron staat in de uitverkoop en als alles goed gaat, vindt dit horloge begin juni een nieuwe eigenaar. De KS heb ik op de veilingsite Catawiki gegooid met een erg redelijke minimumprijs van 250 euro. Althans dat dacht ik aangezien ik een jaartje geleden zelf 365 euro heb betaald. De teller stopte echter bij 170 euro en dat betekent dat deze vintage Seiko (voorlopig) in mijn collectie blijft. 

Als ik dit in een rijtje giet, kom ik tot volgende aantallen:
- Patek Philippe 3940: 10 keer
- Rado D-Star: 9 keer
- Omega Speedmaster Dark Side of the Moon: 8 keer
- Seiko SBGA011: 7 keer
- Orient FFD0F001W: 6 keer
- Melbourne Watch Company Portsea, Seiko SBGR083: 5 keer
- Omega Seamaster, Seiko SDGM001: 4 keer
- King Seiko 4502-7010, Bulova Accutron 214 Spaceview: 1 keer

Waar de Rado bij de vorige telling schitterde in afwezigheid, staat het in deze telling ei zo na aan de leiding. Het ingekorte bandje en zomerse weer zijn daar mede debet aan. De King Seiko blijft onderaan de populariteitsladder staan en het is dus niet vreemd dat ik dit horloge wil verkopen voor een deftige prijs. Ook 'usual suspect' Seiko SBGR083 kent een kleine terugval met slechts vijf draagbeurten terwijl het normaal gezien één van mijn meest gedragen horloges is. Bij de volgende telling is de collectie wellicht gereduceerd tot tien stuks en misschien zelfs meer als ik geïnteresseerde verkopers vind voor de King Seiko en eventueel nog andere horloges. De Deep Blue en Wwoor zijn dus al eerder verkocht en komen dus ook niet meer in bovenstaand rijtje terug. 

zondag 8 april 2018

Anderlecht, c'est Coucke

Fan
Een onderwerp waar ik door al die jaren heen nog geen letter aan heb gespendeerd, is sport. Dat is eigenlijk vrij bizar, want ik ben een groot supporter van RSC Anderlecht. Of beter gezegd: was. Door de hervorming van de competitie met de play-offs een aantal jaren geleden, is de spanning door het reguliere seizoen verwaterd en volg ik de Belgische competitie en Anderlecht sindsdien veel minder. Dat is dit jaar ook zo, hoewel er nochtans erg veel gebeurt bij de Brusselaars. 



Anderlecht staat voor de grootste verandering sinds de intrede van de clan Vanden Stock ruim veertig jaar geleden bij Anderlecht. Roger Vanden Stock wil genieten van zijn oude dag en heeft de club daarom verkocht aan Marc Coucke. Dat heeft natuurlijk gevolgen en het eerste slachtoffer hiervan is Herman Van Holsbeeck. De general manager is overbodig en mag dus van Coucke beschikken. 

Nieuwe baas, nieuwe wetten
Er luidt een algemeen credo dat zegt wanneer er een nieuwe baas is er dan ook nieuwe wetten gelden. Coucke heeft zijn entourage van KV Oostende integraal mee overgenomen en wil hen de belangrijkste posities laten bekleden. Dit betekent dus het exit voor Van Holsbeeck, maar de verstandhouding tussen Coucke en de oud-manager van Anderlecht is op z'n minst koel te noemen. Tijdens de persconferentie van de overname ontnam Van Holsbeeck het licht van de schijnwerpers van Coucke en daar is de eerzuchtige pillendraaier niet gelukkig mee. 



Anderlecht (lees: Coucke) heeft daarna op een kille manier bericht dat de samenwerking met Van Holsbeeck wordt stopgezet en wil dit zo snel en goedkoop mogelijk beklinken. Coucke heeft een schikking aangeboden om dit op te lossen, maar dit werd pardoes van tafel geveegd door Van Holsbeeck. Die laatste wil namelijk waarop hij recht heeft: een schadevergoeding van twee jaren loon wat overeenkomt met anderhalf miljoen euro. Coucke en co zien dat uiteraard niet zitten en nu proberen ze Van Holsbeeck onder druk te zetten door hem een zware fout aan te wrijven. De vraag is enkel: welke zware fout wil men hem aanrekenen? 

Een terugblik
Van Holsbeeck, Herminator voor de vrienden, arriveerde in 2003 bij Anderlecht waar hij de haast onmogelijke taak had om icoon Michel Verschueren op te volgen. Daarvoor werden er al andere kandidaten binnengehaald, maar die namen telkens de benen door de dominantie die Verschueren uitstraalde. Van Holsbeeck is echter meer uitgekookt en wachtte totdat Verschueren helemaal verdwenen was om de macht te grijpen. Zijn bilan in die vijftien jaar bij Anderlecht oogt indrukwekkend met een palmares van acht landskampioenschappen, één bekerzege en een jaar geleden nog een Europese kwartfinale. Van Holsbeeck is echter - net zoals bij bijna alle andere sportleiders - een omstreden figuur. 

Van Holsbeeck heeft net zoals elke manager zo zijn voor- en nadelen die in de pers en bij supporters worden uitvergroot. Hij was meer sportief manager dan corporate shark en nam ook een grote sportieve verantwoordelijkheid op zich. De scouting van Anderlecht is in al die jaren dikwijls hit and miss waar Van Holsbeeck een belangrijk aandeel in heeft. Ook was hij bedreven in het verkopen van luchtkastelen door de schare supporters een grote transfer te beloven die er telkens nooit kwam. 



Natuurlijk heeft Van Holsbeeck ook belangrijke bijdrages geleverd bij de successen van Anderlecht. Hij was een goed onderhandelaar, want de bedragen die Anderlecht kreeg voor zijn spelers was zeker correct te noemen (en soms zelfs boven de marktwaarde). Hij straalt ook een zeker flegma uit die een tumultueuze club als Anderlecht nodig heeft in crisistijden die om de zoveel maanden opduikt. Over het algemeen is de balans van Van Holsbeeck eerder positief dan negatief. 

De toekomst
Coucke heeft echter Luc Devroe meegenomen uit Oostende en de voormalige general manager van Club Brugge vertolkt diezelfde positie zoveel jaren later bij Anderlecht. Met Coucke waait er een nieuwe wind en is er eveneens een nieuw beleid op komst. Coucke heeft er geen geheim van gemaakt dat hij schoon schip wil houden en wil zoveel mogelijk kosten besparen. Het sportief beleid van Anderlecht was geënt op het betalen van exuberante salarissen van spelers om zo de beste spelers aan te trekken en te houden. De loonmassa is zo zwaar dat het boekhoudkundig niet verantwoord is en structureel niet te houden is. Regelmatig zag Anderlecht zich genoodzaakt om een grote speler te kopen voor veel geld om zo de boekhouding weer in orde te krijgen. Cijfers liegen niet: niet in de boekhouding, maar ook niet in de sport. De boekhouding is dan misschien een kleine ramp, maar de acht titels op vijftien tonen wel aan dat dit model werkte. 



De algemene verwachting is dat de loonmassa onder Coucke significant naar beneden gaat en ook overtollige functies in het organigram van Anderlecht gaan wellicht voor de bijl. Coucke wil werken aan een gezonde club met een duidelijke visie. Bij Oostende boerde Coucke verrassend goed en leverde het vorig seizoen zelfs Europees voetbal op. Maar het sympathieke weireldploegske aan zee is totaal niet te vergelijken met het instituut Anderlecht dat de vaandeldrager is van het Belgische voetbal. Heel veel ogen zullen gericht zijn op de flamboyante ondernemer, niet in het minst van de Waalse pers die een Brusselse club plots zien Vervlaamsen. 

In tegenstelling tot andere ondernemers in het voetbal zoals Verhaeghe of Duchatelet heeft Coucke geen verborgen agenda bij deze overname. Hij is oprecht betrokken bij de sport en doet het enerzijds uit eerzucht, maar anderzijds ook uit liefde voor de sport. De West-Vlaming Coucke is eigenlijk een Club Brugge-supporter maar weet ook dat hij met Anderlecht veel meer sportief succes in België en erbuiten kan boeken dan met Oostende, hoewel hij met die laatste heeft bewezen een succesvolle club te kunnen uitbouwen (met behulp van heel veel geld). Hij wil geen zakenimperium uitbouwen in de sport of een stadion neerplanten dat ten goede komt van zijn eigen bedrijf. Het is enkel afwachten hoe zijn geanimeerde persoonlijkheid valt te rijmen met de veel grotere druk bij Anderlecht. 

En Van Holsbeeck?
De toekomst van persona non grata Van Holsbeeck is nu onzeker, maar met zijn 63 jaar is de pensioengerechtigde leeftijd binnen handbereik. Er waren geruchten dat hij misschien aan de slag zou kunnen bij Antwerp, maar veel meer dan een wild gerucht is dit voorlopig niet. Ook voor een positie bij één van de talrijke comités die het Belgische voetbal rijk is, bedankt hij liever. Op termijn is een uitstapje naar een buitenlandse club misschien een mogelijkheid. Anderen, zoals Filips Dhondt, deden het hem voor en Van Holsbeeck heeft een uitgebreid netwerk van contacten opgebouwd in al die jaren bij Anderlecht. 

donderdag 5 april 2018

Patek Philippe 3940

Patek Philippe 3940
De huidige financiële rentevoet in Europa is een asymptoot die naar nul convergeert. Dan komt het principe van opportuniteitskost – of in dit geval investering – aan de orde. Andere zaken worden dan aantrekkelijker om te doen: niet alleen om te sparen, maar ook om aan te kopen. Jan Modaal gaat dan een verre reis boeken of een in duurdere auto rijden. Het aparte ras dat horlogeliefhebber heet, doet aan deze rationaliteit niet mee en koopt dan een duurder horloge aan. Ondergetekende ging dan meteen voor de heilige graal in de vorm van de Patek Philippe 3940.


Geen goed idee
Regelmatig wordt de vraag gesteld of investeren in een horloge een goed idee is. Op zich is dit geen onterechte vraag, maar het algemene antwoord luidt dat investeren in horloges even zinvol is als investeren in luchtkastelen. Twee namen die deze dans ontspringen zijn Rolex en Patek Philippe. De eerste profileert zich als hèt gekende luxemerk in deze consumptiemaatschappij terwijl de laatste de hoogwaardigheidsbekleder is bij de fijnproevers. Hoewel ik de modellen van Rolex apprecieer, beschouw ik dit voormalige Britse merk eerder als een fabrikant van tool watches. Ik ben echter een liefhebber van dress watches en dan vind ik mijn gading eerder in het aanbod van Patek Philippe dat een heel breed scala aan complicaties aanbiedt zoals annual calendars en perpetual calendars terwijl de tierlantijntjes van een Rolex eerder zitten in de hoeveelheid karaat van een edelmetaal. Mijn zoektocht bracht me eerst langs een annual calendar, perpetual calendar, nieuw en vintage en uiteindelijk viel de keuze op een geelgouden Patek Philippe 3940 die is uitgerust met een eeuwigdurende kalender (die ironisch genoeg accuraat is voor maximaal 122 jaar…).


Er waren enkele factoren die beslissend waren voor dit verdict, maar de eerste en belangrijkste is toe te schrijven aan de prijs. Verscheidene perpetual calendar-modellen van Patek Philippe zoals de 5040 zijn door spectaculaire prijsinflatie een heel stuk duurder geworden op korte termijn, terwijl de 3940 een stabiliteit kent waar het bestuur in het Witte Huis enkel jaloers op kan zijn. Mijn voorkeur ging oospronkelijk uit naar de minder opvallende witgouden versie, maar subtiliteit kent een prijs en die prijs was niet aan mij besteed. Bij de geelgouden versie had ik schrik dat ik me meteen erelid mocht maken van de Casa Nostra, maar het maffiagehalte blijkt gelukkig goed mee te vallen. De gouden accenten van de Patek Philippe 3940 zijn uiteraard aanwezig en deze accenten zullen het niet nalaten om bijstaanders te attenderen op de aanwezigheid van dit edelmetaal. Anderzijds ligt dit mooi in balans met de kristalheldere opalen wijzerplaat van het horloge waardoor je over het algemeen kan spreken van een mooie balans tussen opvallende aanwezigheid, maar toch ingetogen présence. Qua schreeuwerigheid moet de Rolex Yachtmaster II dus geen concurrentie verwachten van dit exemplaar.

Magnum opus
De bouwkwaliteit van het gemiddelde Patek Philippe-horloge is genoegzaam bekend, maar zelfs in deze middens geldt de 3940 als iets bijzonders. Met een beetje zin voor overdrijving kan het omschreven worden als het magnum opus van Patek Philippe in zijn recente geschiedenis. Voormalig CEO van deze Zwitserse horlogemaker, Philippe Stern, noemde de 3940 zijn lievelingshorloge en dit was het horloge dat hij standaard droeg tijdens zijn hard labeur. Bovendien wil de overlevering dat slechts twee medewerkers in het hele bedrijf goed genoeg werden geacht om de 3940 in elkaar te knutselen. Een ander bewijs van de kwaliteit van dit model is de productielooptijd van 1985 tot en met 2006 die ruim twee decennia duurde. Er zijn slechts weinig horloges uit de haute horlogorie die zich zowel tot Generation Y als de Milennials mogen rekenen, maar de 3940 maakt er geen punt van. Qua adelbrieven kan de Patek Philippe 3940 dus meteen tot horlogebaron worden geslagen!

5

Dit zijn leuke feitjes voor een trivia, maar wat maakt dit specifieke model zo bijzonder zonder naar het presenteerblaadje van de verkoper te grijpen? In de eerste plaats de présence van dit horloge wat meedingt naar de prijs van ultieme dress watch. De afmetingen zijn ideaal met een dikte van amper negen millimeter en een wijzerplaat van 36 millimeter. Zoals eerder gezegd eisen de gouden accenten de aandacht op, maar wel op een manier waar je respectvol gebiologeerd naar dit horloge staat te kijken. Eén blik op de volmaakte afwerking volstaat om te beseffen dat dit niet zomaar een horloge is. Die indruk wordt verscherpt door de enig mooie registers en de maanfase die erg verlegen om de hoek komt piepen als de lichtinval het enigszins toelaat. Dit bedoelt men dus als men spreekt over liefde voor het vak.

240Q
Onder de motorkap bevindt zich het 240Q-movement van drie hertz dat het levenslicht zag in 1977, maar het nog steeds goed doet bij de knutselaars van Patek Philippe. Getuige hiervan die Nautilus Perpetual Calendar die amper een paar dagen geleden werd voorgesteld op Baselworld, maar ook mag rekenen op de kracht van het artisanale kunstwerkje dat 240Q heet. Als je een blik werpt op dit movement – gezien de gevoeligheid van dit binnenwerk doe je dit best figuurlijk – zie je waarom het aandrijfmechanisme van deze perpetual calendar zelf eeuwigdurende aspiraties lijkt te koesteren. Het is vanzelfsprekend met veel oog voor detail in elkaar gestoken, kent een ziekelijke zin voor afwerking, telt 275 componenten en is een lust voor het oog. Maar het is vooral hoe dit movement eruitziet dat niet beschreven kan worden. Hier volgt dan toch een poging. De microrotor van 22 karaat is de blikvanger van het geheel en valt zowel esthetisch als in compositie op door zijn centrale plaats en de frappante gouden kleur. Door het goud krijgt de microrotor extra gewicht toebedeeld waardoor het ondanks zijn minuscule formaat toch het kloppend hart vormt van dit uurwerk. Mochten onverlichte geesten nog niet doorhebben dat dit een Patek Philippe is, kan je fijntjes wijzen op de aanwezigheid van het Calatrava-kruis op de rotor.


Een goede tweede in dit eeuwigdurende fabriekje van secondetikkerij is het escapement dat ijverig het beste van zichzelf geeft om de eeuwigheid te verwelkomen in zijn gezelschap. De mooi afgewerkte steentjes op de rest van het movement zijn de spreekwoordelijke kers op de taart. In de begindagen van de Patek Philippe 3940 werd het enkel geleverd met een gesloten medaillon, maar de Zwitsers werden aangeklaagd door Amnesty International omdat het op deze manier het internationaal recht schond. Een rechtbankbezoek zagen de managers van Patek Philippe niet zitten en na enkele jaren kregen horlogeenthousiatelingen eindelijk waar ze zolang recht op hadden: een doorzichtbodem. Is dit dan het mooiste movement ooit? Nou…, euhm nee. Het movement dateert dus van 1977 en ondanks zijn superlatieve kwaliteiten staat de tijd niet stil – dat zou redelijk rampzalig zijn voor een horloge met eeuwigdurende kalender – en heeft de concurrentie ondertussen ander kunstwerkjes geproduceerd. Denk bijvoorbeeld maar aan het Duitse zilverwerk dat Lange & Sohne presenteert in de Datograph. Dat neemt niet weg dat het 240Q-movement iets bijzonder is en nog steeds blijft.

Wordt irrelevant
In een bepaalde prijscategorie worden bepaalde zaken irrelevant omdat substantie in de vorm van kunst boven functionaliteit gaat. Bij Rolex dweept men met een standaardafwijking van plus en min twee seconden per etmaal. Haalt deze Patek Philippe 3940 deze norm? Ik weet het niet en eigenlijk interesseert me dat ook weinig. Hoe contradictorisch het ook mag klinken: de meeste movements van bijvoorbeeld Rolex zullen deze Patek Philippe 3940 een pak voor zijn broek geven als het aankomt op nauwkeurigheid. Maar eerdergenoemde irrelevantie wordt benadrukt door de secondewijzer, of beter gezegd de afwezigheid van een secondewijzer. In de wereld van gentlemen heeft men geen nood aan een secondewijzer. De kabbelende tijdsstroom vormt reeds een meander door de grote en de kleine wijzer, de wildwaterbaan van de secondewijzer heeft dus geen plaats in deze zee van tijd. Toch zal de nauwkeurigheid van de Patek Philippe 3940 kunnen uitgedrukt worden in een afwijking van ettelijke seconden, maar enkel de grootste cijferfetisjist hecht hier belang aan. Wanneer je de tijd instelt met de fijnzinnige kroon valt op hoe kwalitatief het uurwerk is. Met een ongeëvenaarde precisie kan de tijd worden ingesteld op het juiste uur en valt op hoe strak dit verloopt. Andere movements – ondanks een juistere nauwkeurigheid – voelen dan plots een stuk armzaliger aan qua bouwkwaliteit.

7

De echte sterren van een eeuwigdurende kalender zijn uiteraard de drie registers die vormgeven aan deze kalender. Links vind je het register met de dagen dat ook een 24-uursfunctie heeft. De kleine gouden wijzer duidt het verschil tussen voor en na twaalf uur ’s middags aan en de donkere wijzer vervult de rol van dagaanduider. Rechts vind je het register voor de maanden dat eveneens twee functies kent: de gouden wijzer houdt de jaren van het schrikkeljaar bij en de donkere wijzer begroet twaalf keer per jaar een andere maand met de glimlach. Tenslotte is er het onderste register dat de dagen bijhoudt en ook de thuishaven is van een maanfasecomplicatie. De maanfase is de pièce de résistance van de Patek Philippe 3940 maar laat zich niet graag zien of op gevoelige plaat leggen – al is die zelfs tegenwoordig digitaal – omdat het erg afhankelijk is van de juiste lichtinval. Op dat vlak is deze maanfase helaas niet onder een goed gesternte geboren.

Optimaal ontwerp
De aanwezigheid van drie registers lijkt het begin van een horlogehorrorverhaal van onduidelijkheid, maar deze Patek Philippe 3940 wordt niet het ultieme dress watch genoemd door kenners – in casu ondergetekende – als dit het geval zou zijn. De twee registers links en rechts zijn op een geraffineerde manier een fractie verzonken zodat het wat aantrekkelijker en leesbaarder oogt. Het register onderaan heeft dit effect niet, maar wordt wel ogpesmukt met de aanwezigheid van Jannetje Maan, de beroemdste persoonlijkheid ter wereld na Madame Soleil. De symmetrie op de wijzerplaat wordt op deze manier perfect bewaard en ik vermoed dat het een onmogelijke taak is om dit ontwerp verder te verbeteren. Tel daarbij de opalen wijzerplaat plus de gouden (sub)indices en wijzers en je hebt de reden(en) waarom Philippe Stern dit zijn lievelingshorloge noemde.

8

Zowel bovenaan als onderaan is de Patek Philippe voorzien met een saffier glas. Het bovenste gedeelte van het glas is bolvormig, maar is zo vormgegeven dat het glas geruisloos overgaat naar de kast. De kast zelf is een expressie van minimalisme met een flinterdun ontwerp, elegante rondingen en lugs die zich tot de essentie beperken. De kast dingt dus eerder mee naar de Oscar van beste bijrol en eist geen hoofdrol op. Het stelt zich tevreden met een achtergrondfunctie waar het de wijzerplaat – de onbetwiste ster van dit ensemble – ondersteunt in zijn glorie.

Oefening in esthetica
Mijn exemplaar dateert van 1994 en heeft van de juwelierszaak een standaard bandje gekregen en het is dus niet gezegend met een lederen bandje van Patek Philppe. Persoonlijk til ik hier niet te zwaar aan, want het bruine bandje vind ik persoonlijk goed passen bij het karakter van deze Patek Philippe 3940. De gouden Patek Philippe gesp is wel aanwezig, maar beschouw ik eerder als een verplicht attribuut wat de doorverkoopwaarde van het horloge doet stijgen of nivelleren in plaats van dalen.

9

Als horlogeliefhebber is het dragen van de Patek Philippe 3940 een oefening in esthetica waar je het aan jezelf verplicht bent om het maximum te scoren. Deze ochtend bezocht ik het kleinste kamertje en nadat ik een belangrijke boodschap overbracht aan de toiletpot werd mijn tijd opgeslorpt door mijn fascinatie voor dit werkje van liefde en tijd. Onder het kunstlicht werd andermaal duidelijk hoe gracieus dit horloge is door zijn perfecte afmetingen, het glimmende goud van de wijzers dat de opalen wijzerplaat ten dans vraagt in een tijdloos nummer en de spielerei van de maanfase die je eraan doet herinneren dat je nog steeds niet weet wat the fuck een bloedmaan is.

Zijn geld waard?
De vraag rest dan of de Patek Philippe 3940 zijn geld waard is. Kort antwoord: nee. Lang antwoord: nee. Eigenlijk is elke aankoop boven de vijftig euro voor een horloge onzinnig, maar wanneer de prijsdimensie richting ettelijke tienduizenden euro’s begint te neigen, kan je helemaal spreken over totaal onverantwoord en onzinnig. De wet van dalende meeropbrengten kan je bekijken als een functiecurve die start bij vijftig euro en pijlsnel de hoogte inschiet, maar steeds meer begint af te platten wanneer je richting Patek Philippe en consoorten nadert. Maar om mezelf te citeren: “In een bepaalde prijscategorie worden bepaalde zaken irrelevant omdat substantie in de vorm van kunst boven functionaliteit gaat”. Je vraagt ook niet aan een museumcurator of het elfendertigste portret van Marylin Monroe dat op twintig minuten is geschilderd door Andy Warhol zijn geld waard is. Voor de Patek Philippe 3940 geldt hetzelfde.

zondag 1 april 2018

Horloges maart 2018

Parijs en uitverkoop
Bij de vorige tussenstand van hoe vaak ik in 2018 een horloge draag, was de Patek Philippe 3940 heer en meester. De balans is nu wat evenwichtiger, hoewel de Patek nog altijd de grootste slokop van het geheel is. Het gebeurt nu af en toe dat ik een bepaald horloge meer dan één dag draag. Eind februari was ik voor een weekendje in Parijs en daar heb ik gedurende vier koude winterdagen de Seiko SDGM001 gedragen. Ook de veelzijdigheid van de Omega Speedmaster Dark Side of the Moon overtuigt me om dit horloge wat vaker te dragen. Februari en maart 2018 leveren volgend rijtje op:

1/feb Donderdag DSotM
2/feb Vrijdag Seamaster
3/feb Zaterdag Accutron
4/feb Zondag Deep Blue
5/feb Maandag PP 3940
6/feb Dinsdag PP 3940
7/feb Woensdag DSotM
8/feb Donderdag DSotM
9/feb Vrijdag DSotM
10/feb Zaterdag SDGM001
11/feb Zondag /
12/feb Maandag Seamaster
13/feb Dinsdag SBGR083
14/feb Woensdag SBGA011
15/feb Donderdag PP 3940
16/feb Vrijdag Portsea
17/feb Zaterdag KS
18/feb Zondag Accutron
19/feb Maandag SBGR083
20/feb Dinsdag PP 3940
21/feb Woensdag PP 3940
22/feb Donderdag PP 3940
23/feb Vrijdag SDGM001
24/feb Zaterdag SDGM001
25/feb Zondag SDGM001
26/feb Maandag SDGM001
27/feb Dinsdag DSotM
28/feb Woensdag SBGR083
1/mrt Donderdag PP 3940
2/mrt Vrijdag FFD0F001W
3/mrt Zaterdag Deep Blue
4/mrt Zondag Accutron
5/mrt Maandag SBGA011
6/mrt Dinsdag Portsea
7/mrt Woensdag PP 3940
8/mrt Donderdag KS
9/mrt Vrijdag Deep Blue
10/mrt Zaterdag DSotM
11/mrt Zondag Seamaster
12/mrt Maandag SBGR083
13/mrt Dinsdag SDGM001
14/mrt Woensdag SBGA011
15/mrt Donderdag SBGA011
16/mrt Vrijdag FFD0F001W
17/mrt Zaterdag PP 3940
18/mrt Zondag Accutron
19/mrt Maandag DSotM
20/mrt Dinsdag PP 3940
21/mrt Woensdag SBGR083
22/mrt Donderdag SBGA011
23/mrt Vrijdag SDGM001
24/mrt Zaterdag Portsea
25/mrt Zondag Seamaster
26/mrt Maandag PP 3940
27/mrt Dinsdag DSotM
28/mrt Woensdag SBGR083
29/mrt Donderdag SDGM001
30/mrt Vrijdag FFD0F001W
31/mrt Zaterdag PP 3940

Twee horloges zullen in toekomstige lijstjes niet meer opduiken: de Wwoor en Deep Blue Protac 1000. Ik zoek namelijk wat rust in mijn collectie door het aantal stuks te verminderen en de collectie telt nu elf stuks in plaats van dertien voorheen. Andere horloges staan ook in het uitstalraam zoals de Mebourne Watch Company Portsea en King Seiko 4502-7010, maar dan moet ik er uiteraard wel een gegadigde voor vinden. 

Wanneer ik in bovenstaand lijstje tel hoe vaak een horloge is gedragen, is dit de conclusie:
- Patek Philiippe 3940: 12 keer
- Seiko SDGM001 en Speedmaster Dark Side of the Moon: 8 keer
- Seiko SBGR083: 6 keer
- Seiko SBGA011:5 keer
- Bulova Accutron 214 Spaceview en Omega Seamaster: 4 keer
- Deep Blue Protac 1000, Orient FFD0F001W, Melbourne Watch Company Portsea: 3 keer
- King Seiko 4502-7010: 2 keer

In dit lijstje dus geen liefde voor de Rado D-Star en Wwoor. Bij de Rado is dit voornamelijk te wijten aan het armbandje dat de groot is afgesteld en nog ingekort moet worden. De Wwoor is de deur uitgegaan omdat het te weinig gedragen wordt en je kan in het lijstje zien waarom de Portsea en King Seiko mogen beschikken.