maandag 26 december 2016

Rolex Submariner (Referentie 114060)

Toch maar niet
Als je aan een willekeurig iemand vraagt om het eerste horlogemerk op te noemen dat bij haar of hem opkomt, is de kans vrij reëel dat het antwoordt Rolex luidt. Rolex is het archetype van een luxehorloge terwijl er vreemd genoeg tal van andere merken zijn die een stuk duurder en exclusiever zijn. Dit vertaalt zich ongewild naar een stuk snobisme in het horlogewereldje waar Rolex door velen op een voetstuk wordt geplaatst. Hierdoor organiseert er zich een soort van tegenbeweging waar personen een lichte afkeer van Rolex beginnen te ontwikkelen en de cultus die daar rond hangt. Het is immers gemakkelijk om Rolex te veroordelen voor het overdreven snobisme, hoge prijzen en kwaliteit die niet beter is dan horloges die een stuk goedkoper zijn. Ik heb me hier ook schuldig aan gemaakt en ik verkies persoonlijk het subtiele karakter van een Grand Seiko dan een patserige Rolex. De meeste modellen van Rolex spreken me persoonlijk niet aan en ik vind de prijzen overdreven duur. 



De wijziging in gedachtengang kwam er onlangs toen ik een artikel las over de Submariner en wat het betekende voor de horlogeindustrie. Rolex is namelijk één van de hoekstenen van deze industrie en heeft voor heel wat primeurs gezorgd. Rolex was namelijk het allereerste merk dat een waterdicht uurwerk in elkaar timmerde. Daar is Rolex nog altijd zo trots op dat deze Oyster vermelding nog steeds op bijna alle hun horloges prijkt. In 1953 kwam het Zwitserse merk met de Submariner op de markt wat sindsdien als de de facto blauwdruk geldt van elk duikhorloge. Het aantal zogenaamde hommages van de Submariner is bijna niet meer te tellen, net zoals het aantal vervalsingen. Ik las eveneens meer over de kwaliteitscontrole van Rolex, het feit dat horloges nog steeds grotendeels met de hand worden gemaakt en de metingen van +2/-2 seconden per dag waar elk horloge aan moet voldoen. En zo begon ik toch door de facade van snobisme en patserigheid te kijken, iets waar het merk trouwens zelf weinig aan kan doen. Getuige het feit dat ze stilzwijgend aan erkende verkopers hebben bevestigd dat de garantie vanaf 2015 vijf jaar bedraagt terwijl de marketingboys compleet genegeerd werden. 

Geen kennis ter zake
De Submariner is samen met de Omega Speedmaster ongetwijfeld het meest iconische horloge ter wereld en dan draag je natuurlijk een hele geschiedenis met je mee. Rolex-bezitters zijn over het algemeen vrij conservatief en elke wijziging wordt bijna per definitie als heiligschennis onthaald. In 2012 kwam Rolex met een nieuwe versie op de markt, de 114060, die voorzien was met een aantal vernieuwingen: een nieuw armband dat werkt met het glidelocksysteem, een kast en bezel van keramiek en een dikkere kast. Aangezien ik geen kennis ter zake heb van de vorige modellen van de Submariner kan ik deze versie - in de mate van het mogelijke - objectief beoordelen.



Het oerkenmerk van deze duiker is ongetwijfeld het ontwerp dat sinds al die jaren bijna niet is veranderd. De wijzerplaat bedraagt na al die jaren nog altijd veertig milimeter, maar toont een klein beetje groter door de wat grotere bezel en iets dikkere kast. De kast wordt door eigenaars van het vorige model bekritiseerd omdat het te dik is, maar mij past het als gegoten. Ik heb geen exacte cijfers kunnen terugvinden, maar ik schat dat de dikte rond de dertien mm bedraagt wat voor een duikhorloge absoluut niet veel is. De omvang van de bezel wordt door diezelfde personen om dezelfde reden bekritiseerd, maar weer deel ik die mening niet. Volgens mij leven deze Rolex-conservatievelingen in het verleden want de grootte vind ik perfect. Door het klassieke ontwerp van de wijzerplaat is de Submariner ook perfect te dragen als dress watch. Hoewel de Submariner eigenlijk een tool watch is, kan het door zijn veelzijdigheid op bijna alle gelegenheden gedragen worden.



Bij versie 114060 is keramiek het toverwoord en bestaan zowel de kast als bezel uit dit materiaal. Het gebruik van keramiek is de laatste jaren in opkomst want ook concurrent Omega maakt er gretig gebruik van bij de Dark Side of the Moon en andere varianten van de  Speedmaster. Keramiek heeft als voordeel dat het bijna geen slijtagesporen vertoont. De matte kast ziet er erg goed uit en je hoeft geen kenner te zijn om te zien dat je hier met kwaliteit te maken hebt. Omega ging echter wel verder en maakte alles (dus ook kroon, pushers en gesp) van keramiek. Zo ver gaat Rolex niet. De zwarte bezel is ook gemaakt van keramiek, maar is wel glanzend gemaakt waardoor het ietsje meer schittert dan ik wil. De bezel is in één richting roteerbaar en kent 120 klikjes als je een cirkel maakt. Het draaien aan de bezel maakt een heerlijk geluid en lijkt als het ware de kwaliteit van dit bouwwerk uit te roepen. Zeker als het zo soepel verloopt als bij de Submariner. 

Never change a winning team
Het klassieke ontwerp van de wijzerplaat heeft al decennia lang zijn deugdelijkheid bewezen, maar dat wil niet zeggen dat er geen verbetering mogelijk is. De zwarte wijzerplaat is erg reflecterend, een probleem dat inherent is aan de keuze van deze kleur. Mijn andere horloges met zwarte wijzerplaat zoals de Omega Speedmaster Dark Side of the Moon en Grand Seiko SBGR083 kampen eveneens met dit euvel. Het helpt ook niet dat Rolex enkel de onderkant van het saffierglas bewerkt heeft met antireflecterende coating aangezien dit het effect lijkt te versterken. De leesbaarheid van het horloge is weliswaar goed, maar dus zeker niet ideaal. Het ontwerp is door het ontbreken van een datumvenster wel perfect symmetrisch wat voor mij een primeur is in m'n collectie. Anderzijds wordt de leesbaarheid benadeeld door de waterval aan tekst in het midden wat bij iedere Rolex zo is. 



Net zoals m'n Omega bestaan de wijzers en indices uit wit goud en zijn ze behandeld met Superluminova waardoor de wijzers en indices oplichten in het donker. Het effect lijkt een tikkeltje beter te zijn dan bij de Speedmaster, maar de waarheid gebiedt me te zeggen dat ik beide horloges nog niet heb onderworpen aan een serieuze test op dit vlak. Waar de Rolex in het verleden groen oplichtte, is dat bij versie 114060 eerder een blauwe gloed. Het conservatievenleger van Rolexaanhanger stuit dit tegen de borst, maar voor mij maakt het eigenlijk weinig verschil. Uiteraard kent de Submariner een saffierglas en is het eveneens uitgerust met een schroefkroon. Deze schroefkroon wordt geassisteerd door twee opvallende crown guards waardoor het net iets stroever is om de kroon los te schroeven. Het vraagt in het begin wat gewenning om de kroon te bedienen, maar als je het twee keer hebt bediend, kan je er voor de rest van je leven mee overweg.



De lugs zijn perfect evenwijdig en buigen niet naar beneden zoals bij sommige andere horloges. Omdat onderaan het horloge een kleine bobbel is waar het movement in zit, lijkt het horloge als het ware een paar milimeter boven de pols te zweven, maar dit effect is heel erg beperkt. De Submariner is ondanks zijn toegenomen gewicht tot ongeveer 150 gram erg prettig om te dragen .

Geen gluurders achteraan
Voor de huidige versie van de Submariner kwam Rolex in 2001 op de proppen met het 3130 movement dat eerst bij andere modellen werd gebruikt voor dat het in 2012 de weg vond naar de Submariner. De kwaliteit van het movement beantwoordt aan de COSC-certificatie en Rolex doet er nog een schepje bovenop door de nauwkeurigheid te testen tusen +2 en -2 seconden. Die nauwkeurigheid kan ik bevestigen want na een dag loopt hij amper één seconde voor. Ook in stilstand verliest dit movement amper zijn nauwkeurigheid waar dat bij het 9S65 movement van de Grand Seiko SBGR083 toch een vijftal seconden per dag kost. Dit movement kan qua nauwkeurigheid concurreren met het co-axial 9300 movement van Omega wat toch de oogappel en summum in movement is van deze Rolex-concurrent. Anderzijds bedraagt de reserve zo'n 48 uur wat de industriestandaard is, maar helaas niet beter. Wat wel ontzettend goed is, is de geluidsdichtheid van de kast. Wanneer je zwaait met de Submariner maakt het movement amper of geen geluid en hoor je zelfs de rotor niet bewegen. Ik zou zelfs bijna denken dat ik met een quartz-horloge te maken heb!



Het grote nadeel van Rolex in het algemeen is dat het geen achtergluurders toelaat en de rug van de kast zit dan ook potdicht. Er is dus met andere woorden geen doorkijkglas aanwezig en dat is toch jammer voor de horlogepuristen. Het 3130 movement is wellicht niet het spectaculairste movement dat je te zien zal krijgen, maar Seiko en Orient maken er geen punt van om hun werkpaarden tentoon te stellen. Ach, het zal wellicht te maken hebben met de ontwerpfilosofie en veiligheidsreglementen van Rolex, maar dat maakt het niet minder jammer. 

Sterk staaltje
Rolex maakt bijna alles in eigen huis en terwijl bijna alle andere merken de industriestandaard van 316L gebruiken voor roestvrij staal, opteren de  Zwitsers voor 904L roestvrij staal. Anders gezegd: deze variant van roestvrij staal is nog meer roestvrij en nog harder. Zo zal de Submariner beter bestand zijn tegen het zoute water dat je in de zee vindt dan andere horloges. Toch moet je geen wonderen verwachten. Op de Vickers-schaal - dat de hardheid van metalen meet - heeft 904L een score van 490 terwijl 316L het moet doen met een score van 400. We spreken dus over een verschil in hardheid van zo'n 25% wat respectabel is, maar zeker niet wereldschokkend. Zelfs zonder rekening te houden met deze - om eerlijk te zijn weinig zeggende - cijfers merk je dat het staal wat Rolex gebruikt kwalitatief is. Op dat vlak kan het concurreren met m'n Rado-armband dat bestaat uit keramiek en dat is de eerste keer dat ik zoiets schrijf...



De armband bestaat uit een glidelocksysteem wat het erg gemakkelijk maakt om de omvang van de armband te wijzigen. De glidelock is - zoals de naam zegt - een metalen klepje waar je de grootte van de armband kan wijzigen door te glijden met de laatste link en dit vast te klikken in het klepje. Dit werkt erg eenvoudig en het is een koud kunstje om snel de armband in te korten of te verlengen wanneer dit nodig blijkt te zijn. Het is in ieder geval een veel beter alternatief dan een diver extension waar veel andere merken mee uitpakken. 



Het enige nadeel wat ik kan bedenken bij het gebruik van het armbandje is het dubbele sluitingssysteem. Je moet eerst een klein, apart klepje openen met het oestersymbool van Rolex wat toch een beetje prulwerk is met de vingernagel. Daarna open je de hoofdklep van de armband. Het kost een klein beetje meer moeite, maar verdubbelt wel de zekerheid van sluiting. Buiten het prulwerk met het oestersymbool is dit dus zelfs eigenlijk een voordeel! 

Conclusie
Puristen uit de Rolex-stal hebben op versie 114060 van de Submariner al redelijk wat kritiek gespuid, maar de waarheid is dat Rolex een erg degelijk horloge en icoon nog beter heeft gemaakt. Er zijn een paar kleine puntjes waar kritiek op geuit kan worden: het gebrek aan doorkijkglas, de reflectie van de zwarte wijzerplaat, de reserve van maar 48 uur. Dit zijn echter stuk voor stuk pietluttigheden die vertellen dat al de rest erg goed in elkaar zit. Hét nadeel is echter het financiële aspect. De adviesprijs van een Submariner bedraagt rond de 7000 euro wat simpelweg erg veel geld is. Kleine broertje Tudor heeft met de Pelagos en Black Bay twee horloges in huis die kwalitatief net iets onder doen, maar wel 3000 euro of meer goedkoper zijn en dat is een hele smak geld. 

Als je aan mij vraagt of de Submariner te duur is voor wat hij is, zal ik dit onmiddellijk bevestigen, maar anderzijds is er bijna geen enkel ander horloge ter wereld zo waardevast als de Submariner terwijl dit van de Tudors niet gezegd kan worden. Je betaalt dus meer, maar als je besluit om de Submariner te verkopen is de kans groot dat je amper of zelfs geen geld verliest en dat is misschien wel belangrijker dan een paar duizend euro verschil in aankoopprijs.  

zondag 18 december 2016

Vintage horloges in 2017

Afronden
Het jaar 2016 duurt nog twee weken en dan klopt 2017 aan de voordeur. Voor de internationale gemeenschap is het een tumultueus jaar geworden met aanslagen, politieke onrust en de polarisatie van de maatschappij in West-Europa. Doembeelden van een kleine honderd jaar geleden zijn plots niet meer zo ver weg. Persoonlijk stond 2016 in het teken van horlogeaankopen en dat zijn er een heleboel geweest. Enkel de Rado D-Star had ik in 2015 gekocht. De overige horloges zijn dus dit jaar aangeschaft. Daar komt dit jaar op het nippertje misschien nog een Rolex Submariner bij. Ik was al een tijdje op zoek naar een duikershorloge en wat is er een betere keuze dan het meest iconische duikhorloge aller tijden? 

Horloges kosten een smak geld en voor volgend jaar ben ik toch op zoek naar budgetvriendelijkere horloges. In een blogpost van een tweetal maanden geleden schreef ik dat ik keek naar horloges zoals de Baume & Mercier Clifton, Longines Master Collection en Sinn 104. Deze horloges prijken nog altijd op het verlanglijstje, maar zullen een paar plaatsen zakken aangezien ze niet erg goedkoop zijn. Voor 2017 ben ik namelijk van plan om mijn terrein meer te verleggen naar vintage horloges. Dit zijn een drietal kandidaten die ik volgend jaar met meer dan bijzondere interesse zal volgen. 

Omega Speedmaster
Als je een wat ouder luxehorloge wil kopen voor minder dan vijfhonderd euro kom je bijna automatisch terecht bij de Omega Speedmaster. De Speedmaster komt in een boel varianten en formaten. Fratellowatches schrijft iedere dinsdag een artikel over de Speedmaster en is een handige bron om meer info op te zoeken over dit iconische horloge. 

De zogenaamde Moonwatches (horlogeseries die werden gedragen door NASA-astronauten) zijn de meest populaire, maar ook de duurste, net zoals de series die stemmen van voor deze moonwatches. De goedkopere Speedmasters vind je bij de mark III of IV die in de jaren zeventig of tachtig uitkwamen. Deze horloges zijn niet zo gesofistikeerd als de moonwatches, maar bieden wel een heleboel luxe voor relatief weinig geld. 



Lord Marvel
Als je 'Lord Marvel' intypt in Google is de kans erg groot dat je iets gaat vinden over een superheld in comics. De Lord Marvel waar ik het over heb, is echter net iets anders. Dit is namelijk het allereerste horloge van Seiko dat tikt aan 36000 vibraties per seconde. In hedendaagse automaten hebben enkel de Zenith El Primero en Grand Seiko nog movements die tien keer per seconde tikken. In de jaren zestig was er echter een wedloop tussen verschillende producenten om met het eerste movement te komen dat zoveel keer tikte per uur. Bij Seiko was deze primeur weggelegd voor de Lord Marvel, een serie dat zich situeerde onderde luxehorloges van Seiko. 

De Lord Marvel werd gemaakt in de jaren zestig en zeventig en is gemakkelijk te vinden voor een betaalbare prijs. De prijs begint vanaf driehonderd euro, maar loopt op tot bijna vijfhonderd euro voor horloges die goed zijn onderhouden en wellicht nieuwe onderdelen hebben zoals een polsbandje of glas. Het horloge is 35 mm breed waardoor het nog altijd probleemloos gedragen kan worden als dress watch zonder dat het overdreven klein is. 



King Seiko
Seiko timmert nu hard aan de weg wereldwijd in het luxesegment met zijn Grand Seiko's, maar er was een tijd dat de Japanse uurwerkgigant niet één, maar twee luxueuze lijnen had: de Grand Seiko, maar ook de King Seiko. In 1959 besloot Seiko om zich te splitsen in twee vestigingen: Suwa Seikosha waar Grand Seiko werd gebouwd en Daini Seikosha waar de King Seiko het levenslicht zag. Dit zorgde voor interne rivaliteit waardoor de twee sites werden gestimuleerd om het beste van zichzelf te geven. In de jaren zeventig zu Daini Seikosha echter worden opgedoekt omwille van de grotere vraag naar goedkopere quartzhorloges. 

Op de site Kingseiko vind  je een aantal overgebleven horloges van dit tijdperk. Net zoals de Lord Marvel moet je rekenen tussen driehonderd à vijfhonderd euro voor een exemplaar afhankelijk van de staat waarin het zich bevindt. In vergelijking met de Lord Marvel is het niveau van afwerking een stuk hoger en bevindt het zich op gelijke voet of net onder de Grand Seiko's van destijds. De King Seiko is een hele collectie en bevat handopwinders, automaten en quartzhorloges. De automaten zijn iets meer gegeerd waardoor ze een fractie duurder zijn.  


maandag 12 december 2016

Grand Seiko SBGR083

Limited edition
In september maakte ik voor mezelf de belofte dat ik geen horloge meer zou kopen, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en sindsdien heb ik al m'n tweede horloge beet. Deze keer gaat het om de Grand Seiko SBGR083. Dit is een limited edition van zevenhonderd stuks die in 2013 is uitgebracht ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan van de Laurel. De Laurel is Seiko's allereerste polshorloge dat werd uitgebracht in 1913. Een bijkomende bijzonderheid is dat de SBGR083 een ode is aan de 44GS uit de jaren zestig waar de kastvorm is op geïnspireerd. Ondanks deze odes heeft dit horloge genoeg smoelwerk om zich te onderscheiden van al de andere horloges in de Grand Seiko-collectie. Meer nog, de SBGR083 wordt op het internet veelvuldig genoemd als één van de mooiste Grand Seiko-horloges en daar ben ik het volmondig mee eens.



44GS kast
De blikvanger van dit horloge is ongetwijfeld de kast dat uit de jaren zestig komt overgewaaid. De lugs boven- en onderaan zijn erg elegant vormgegeven in een naar beneden hellende trapeziumvorm. In vergelijking met de Snowflake zie je in zij-aanzicht dat de lugs minder gebogen zijn en eerder heel zacht naar beneden hellen.

Taro Tanaka, het hoofd van de designstudio bij Seiko, had aan zijn ontwerpers de opdracht meegegeven om een unieke, elegante kast te maken zonder ronde vormen en met de nadruk op tweedimensionale hoeken. Tanaka mag zijn werknemers best eens op koffiekoeken trakteren, want het ontwerp van de SBGR083 voldoet allemaal aan deze vereisten. De kast schreeuwt niet om aandacht, maar is de belichaming van Seiko's filosofie van perfectie subtiliteit.



Kast vol zilverwerk
Vanzelfsprekend heeft deze Grand Seiko ook de Zaratsu-behandeling gekregen waardoor de kast en bezel blinken als zilverwerk. Het contrast met de zwarte wijzerplaat is een mooie combinatie waardoor dit uurwerk in positieve zin opvalt. Gisteren stond ik in de supermarkt en toen ik m'n boodschappen op de kassa wilde leggen, kwam de SBGR083 voorzichtig uit de mouw van m'n hemd tevoorschijn. De blik van de heer achter mij ging onmiddellijk richting m'n pols waardoor deze Grand Seiko letterlijk een blikvanger is. Had ik gezegd dat dit een verschrikkelijk duur Zwitsers horloge was, had hij het wellicht geloofd. Het nadeel van zo'n spiegelende kast is dan weer dat het enorm gevoelig is voor vingerafdrukken. Dit effect heb ik ook bij de Snowflake, maar hier valt het extra hard op door de zwarte wijzerplaat.

Boven de kast bevindt zich de bezel in ringvorm die recht naar boven loopt. De bezel valt extra op door de naar beneden hellende vlakken van de lugs. Het glas bovenaan bestaat uit saffier en als je goed oplet, zal je zien dat het een tikkeltje boven de chapter ring uitsteekt. Het effect hiervan is minimaal en het gaat hier om niet eens een milimeter. Het is een niet-alledaags ontwerp, maar ik weet het wel te appreciëren zoals het ontwerp van het horloge in het algemeen.



Inktzwarte pianolak
Seiko is gekend om de toepassing van Urushi-lak bij enkele van haar horloges. Op het internet kan ik nergens terugvinden of de SBGR083 deze behandeling heeft genoten. Deze behandeling houdt in dat de wijzerplaat met de hand wordt gelakt met het lak van de lakboom en dit proces wordt in verschillende lagen herhaald. Het behoeft dus geen verdere uitleg dat dit een kostelijk en tijdrovend proces is. Ik weet niet of dit horloge exact deze behandeling heeft genoten, maar het zal er alleszins dicht bij aanleunen als het zelfs nog niet beter is uitgevoerd. De wijzerplaat ziet er namelijk diepzwart uit met een pianolak-achige wijzerplaat. Dit niveau van afwerking van de wijzerplaat is onmiskenbaar hoger dan m'n Speedmaster Dark Side of the Moon wat toch ook niet bepaald een kleine jongen is.

Een spreekwoord zegt dat het verschil in de details zit en dat mag je bij deze SBGR083 dubbel toepassen. De zwarte wijzerplaat wordt namelijk op een uitmuntende wijze aangevuld met enkele prachtige accenten. Het meest opvallend is de dunne, gouden secondewijzer die subtiel over de zwarte wijzerplaat zweeft. Ook de Grand Seiko belettering en GS-logo onderaan zijn in het goud weergegeven wat voor een prachtig schouwspel zorgt wanneer het licht valt op de wijzerplaat. Dit contrast van goud en zwart wordt verder aangevuld met de zilveren indices. Ook de indices zijn gepolijst met de Zaratsu-techniek waardoor ze extra hard schitteren ten opzichte van de zwarte wijzerplaat. In vergelijking met de Snowflake zijn de indices hier iets anders vormgegeven. Bij de Snowflake hebben de indices contouren waardoor er meer diepgang wordt gecreëerd. De indices van de SBGR083 zijn net wat klinischer en hebben deze contouren niet, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik dit niet echt mis.



Snelwandelaar
Bij Seiko heeft men een voorliefde voor wijzers in dauphine-stijl en die vind je in veel modellen terug. Bij m'n twee andere Seiko's (de SBGA011 of te wel Snowflake en SARB065) zie je dit type wijzers ook terug net zoals veel andere dress watches van de Japanse uurwerkgigant. Bij het ontwerpen van de SBGR083 heeft men iets stoutere schoenen aangetrokken en zijn de wijzers een stuk scherper vormgegeven waardoor dit horloge een sportiever karakter krijgt, maar het blijft overduidelijk een dresswatch. De SBGR083 is zeg maar de snelwandelaar van de Olympische Spelen.

De enige complicatie van dit horloge is een datumvenster op drie uur wat in een opvallend zilveren kadertje is weggemoffeld. Het datumvenstertje zelf heeft een zwarte achtergrond met witte letters. Het is net bij het schrijven van deze blogpost dat ik op deze details let en nog meer appreciatie heb voor het niveau van afwerking bij deze Grand Seiko. Op een paar vierkante milimeter zie je schoonheid in al zijn eenvoud en het vertelt ook nog eens de datum van de maand! Het enige nadeel van zo'n schitterend horloge - en dat mag je dus letterlijk nemen - is de weerkaatsing van licht. Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit horloge twee functies heeft als ik naar het uur kijk: weten hoe laat het is en een spiegel om m'n haar goed te leggen.



Enige teleurstelling
Seiko heeft in de Grand Seiko-collectie een aantal movements met 36000 vibraties per uur, maar dit zit helaas niet bij de SBGA083. De SBGA083 moet het "maar" met het 9S65 movement doen, een movement met 28800 vibraties per uur. Die maar moet ik wel in zijn context plaatsen want het gaat hier nog altijd om een movement dat individueel geïnspecteerd is door de tophorlogemakers van Seiko. Zoals ik eerder in een blogpost schreef, zijn deze specificaties veeleisender dan die van COSC: -3/+5 seconden. Bovendien is dit horloge uitgerust met een inspectiecertificaat wat ik bij de Snowflake of Omega Speedmaster Dark Side of the Moon niet heb. Mogelijk is dit inspectieblad toegevoegd omdat het hier gaat om een gelimiteerde editie.

Net zoals alle andere Grand Seiko's uitgerust met een automatisch movement heeft de SBGR083 een doorkijkglas achteraan van saffier. De bidrectionele rotor bestaat uit twee holtes zodat je de details van het movement kan bewonderen zoals de oscillator en balansbrug. In tegenstelling tot de pover versierde movements van de goedkopere Seiko's is het 9S65 movement behoorlijk versierd met rode steentjes, vergulde schroefjes en het gouden GS-logo op de rotor. De Omega 9300 van m'n Speedmaster Dark Side of the Moon is nog van een beduidend niveau hoger, maar horlogepuristen zullen de versieringen van dit movement zeker weten te smaken.



Zeven seconden
Ondanks de grondige testen bij Seiko is de SBGA083 zeker niet het meest accurate horloge wat ik heb. Wanneer ik het om heb, verliest dit uurwerk letterlijk geen seconde, maar in stilstand is het binnenwerk minder accuraat. De eerste nacht heb ik bijvoorbeeld drie seconden verloren en de tweede nacht vier seconden, dus zeven in totaal. Ik vermoed dat dit te maken heeft met de positie van het horloge aangezien de SBGR083 - net zoals al m'n andere horloges - 's nachts in m'n horlogedoos verdwijnt. Vergelijk dit met de Speedmaster die op twee nachten een drietal seconden verliest. Ik ga hier geen verregaande conclusies aan verbinden, maar dit is m'n enige (kleine) teleurstelling in dit horloge. Anderzijds heeft het 9S65 movement een reservecapaciteit van 72 uur wat dan weer tot de top in zijn categorie behoort.

De kroon is ook deze keer een schroefkroon die zich erg gemakkelijk laat bedienen. Het horloge opwinden gaat erg gemakkelijk door de ideale omvang van de kroon. De kroon is in proportie met de rest van de kast vrij groot maar daardoor wel makkelijk te hanteren. De kroon is echter niet zo groot dat hij bij het plooien van de linkerpols in de weg zit of esthetisch opvalt in negatieve zin. Het elegante GS-logo versiert ook de kroon en het gebeurt wel eens dat ik op een onbewaakt moment op het werk er een genoegen in schep om de GS-letters op de kroon recht te zetten.



Geen titanium
Seiko maakt prachtige horloges voor weinig geld, maar één ding waar ze bijna keer op keer in falen, is het maken van een goede armband. Zelfs de Snowflake die opereert in een prijsklasse van boven de zesduizend euro heeft een armbandje waarvan ik niet durf te zeggen dat het onberispelijke kwaliteiten heeft. Ik was dus bang voor de geleverde kwaliteit van de stalen armband van de SBGR083, maar gelukkig is deze vrees ongegrond. De stalen oyster-band is erg solide en werkt met schroefjes in plaats van pinnetjes wat bijdraagt aan de kwaliteiten van een armband. Het voelt erg solide aan en het is een sprekend gemak om de SBGR083 om de pols te doen.

Ook het armbandje is met een bijna ziekelijke zin gepolijst waardoor vooral het middelste patroon opvalt. Enkel de sluiting heeft een mat, geborsteld oppervlak waardoor dit het enige onderdeel van het horloge is dat niet naar zilver neigt. Door het gebruik van een stalen armband weegt de SBGR083 substantieel meer dan de Snowflake: zo'n 150 gram ten opzichte van 92 gram. Het horloge is echter geenszins een kolos en het gewicht associeer je automatisch met degelijkheid. Hoewel de kwaliteit van de armband buiten kijf staat, benadert dit nog niet het niveau van mijn Rado D-Star.



Klinisch
Hoe vaak kan je omschrijven dat het het grootste nadeel van een horloge is dat je vingerdrukken nalaat op de zilverachtige kast? Erg weinig, maar bij de SBGR083 is dat wel het geval. Net zoals de Snowflake is dit schoonheid in al zijn eenvoud maar dan met een zwarte wijzerplaat. Niet toevallig vind ik beide horloges het mooiste van de hele Grand Seiko-collectie. Dat is natuurlijk persoonlijk want ik heb ook meningen gehoord van bezitters die dit horloge te klinisch vinden. Erg mooi gemaakt, maar naar hun mening te weinig karakter zoals je dat wel vindt bij een Marinemaster 300. Daar valt iets voor te zeggen, maar het komt altijd neer op een persoonlijke mening. Mijn bescheiden mening is dan weer dat dit een prachtig, sportief dress watch is.

Ik had net iets hogere verwachtingen van de accuraatheid van het movement, maar ik heb het dan over een horloge dat één seconde sneller is dan ik had geanticipeerd... Waar hebben we het dan over denk ik dan als ik deze zin nalees. Het is misschien ook deels te wijten aan Seiko dat te veel nadruk legt op de verbeterde chronometer specificaties. Hoe dan ook gaat het hier om een horloge dat behoort tot de meest precieze automatische horloges ter wereld voor een meer dan schappelijke prijs.
Aangezien de SBGR083 behoort tot een gelimiteerde editie van zevenhonderd stuks zal het niet eenvoudig zijn om ééntje te bemachtigen. Het is dus een kwestie om te grasduinen op het internet en hopen dat iemand zo gek is om zijn exemplaar weg te doen...  

woensdag 30 november 2016

Musea in november

Logische titel
In maart dit jaar had ik een blogpost geschreven over de musea die ik in maart had bezocht. De titel van deze blog dicteert dat ik dit nu dunnetjes over doe voor de musea die ik bezocht in november. Dit zijn het Mijnmuseum in Beringen en M-Museum in Leuven. 

Mijnmuseum
Het Mijnmuseum in Beringen is een voorbeeld van hoe je succesvol een vergane glorie opnieuw opbouwt. Na de Beringse mijnsluiting in 1989 is er destijds door de Belgische regering een heleboel geld opzij gezet om de Limburgse mijnstreek terug op weg te helpen. Hieruit zijn enkele maatschappijen ontstaan zoals de Limburgse Reconversie Maatschappij die met de regelmaat van de klok initiatieven lanceren om de Limburgse economie terug aan te zwengelen. Mede dankzij deze gelden is de Be-Mine ontstaan in Beringen met onder andere het Mijnmuseum. Het museum is gehuisvest in het voormalige sociale gebouw van de mijn wat het museum tamelijk klein maakt. Een vriendelijke meneer, een ex-mijnwerker, begroet persoonlijk elke bezoeker en legt kort uit hoe je door het museum wandelt en geeft wat info over steenkool. 



Het museum telt een aantal kamers die telkens in het teken staan van één bepaald thema: het aantrekken van mijnwerkers, de huisvesting van mijnwerkers en jammer genoeg ook het tumultueuze einde met daarop de sluiting van de mijnen. Je vindt er een boel informatie en de audiogids vertelt het relaas van een Italiaanse mijnwerker die in de Beringse mijn heeft gewerkt. Omdat het museum echter zo klein is, kan je alles op een halfuurtje bekijken en persoonlijk miste ik diepgang bij een aantal thema's. 



Het hoogtepunt van het museum is de mijnsimulatie waar je een rondleiding krijgt van een veertigtal minuten door een andere voormalige mijnwerker. Deze gids vertelt met de nodige humor over het leven van mijnwerkers en de barre werkomstandigheden waarin ze werkten en leefden. Je krijgt de toestellen en het materiaal te zien waarmee ze werkten aangevuld met enkele filmpjes. Deze simulatie vindt plaats in de kelder van het voormalige sociale gebouw en jammer genoeg dus niet in een echte mijn. De voormalige mijn is slechts op een aantal speciale dagen open, maar dat is voor mijn part genoeg reden om nog eens terug te keren naar Beringen. 

M-Museum
Waarvoor de M staat bij dit museum is voor mij een groot mysterie, maar het M-Museum kan je beschouwen als een soort van stadsmuseum van Leuven aangevuld met een aantal wisselende exposities. De permanente tentoonstelling doet de geschiedenis van Leuven uit de doeken. Het toont enkele prominente beelden en schilderijen van voormalige, plaatselijke hoogwaardigheidsbekleders. Zelfs vond ik de panorama's over de Oude Markt een stuk interessanter en mooier. Dit zijn schilderijen van ettelijke honderden jaren oud en op basis hiervan zie je dat het uitzicht van de Oude Markt eigenlijk nauwelijks veranderd is. 



Tijdens mijn bezoek liepen er twee tijdelijke tentoonstellingen: één van de Frans-Marokkaanse kunstenares Yto Barrada en een andere over Thomas More en z'n boek Utopia. De permanente tentoonstelling werd bovendien opgefleurd door enkele foto's van fotografe Lieven Blancquaert die soms contrasteren met de opgemaakte perfectie van enkele beelden en schilderijen. De expositie van Barrada staat vooral in het teken van politieke correctheid en hoewel het maatschappelijk relevant is, vond ik het uit artistiek oogpunt verreweg de meest povere tentoonstelling die ik ooit heb gezien. Dan was de tentoonstelling van Thomas More een stuk interessanter om te bekijken. Je ziet zo de eerste druk van het boek en soms worden er ezelsbruggetjes gemaakt naar andere thema's die hier in principe weinig mee te maken hebben. Mijn persoonlijk hoogtepunt waren de eeuwenoude landkaarten uit de zestiende eeuw van Mercator en co. De wereld zag er toen letterlijk een heel stuk anders uit wat zich vertaalt in kaarten die tegelijk vrij nauwkeurig zijn, maar anderzijds ook heel hard verschillen met de hedendaagse realiteit. 



Voor een bezoek aan dit museum mag je toch zo'n twee à drie uur uittrekken. Het museum is gevestigd in een modern gebouw, maar paalt ook aan een aantal herenhuizen die eveneens deel uitmaken van dit museum. Het gebouw zelf maakt ook deel uit van de ervaring in dit museum. M-Museum heeft ontegensprekelijk enkele interessante stukken, maar helaas ook enkele kamers die een stuk minder interessant zijn. Daarom hink ik toch op twee gedachten bij m'n bezoek, al was de algemene ervaring zeker positief! 

vrijdag 11 november 2016

Omega Speedmaster Dark Side of the Moon

NASA
NASA is onlosmakelijk verbonden met ruimtevaart, maar de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie blijkt voor Omega ook een uitstekende marketeer te zijn. In de vroege jaren zestig maakte NASA plannen voor een bemande vlucht naar de maan en omwille van praktische redenen hadden de astronauten ook een polshorloge nodig. Rolex, Omega en andere merken dongen mee naar de prestigieuze titel van officieel NASA-horloge voor de Apollo-missies. De horloges werden onderworpen aan een aantal rigoureuze testen en enkel de Omega kwam ongehavend uit deze testen. Sindsdien is de Omega Speedmaster het enige horloge dat gebruikt mag worden bij buitenactiviteiten in de ruimte. Gewone stervelingen hebben hier natuurlijk niks aan, maar het klinkt wel mooi om met zo'n stukje technologie om de pols te lopen. En zo werd een eerder anoniem racehorloge één van 's werelds meest iconische uurwerken aller tijden.



Dark Side of the Moon
De Speedmaster bestaat in talrijke varianten, maar de mooiste vind ik persoonlijk de Dark Side of the Moon. De getijden van de aarde en de maan zijn met elkaar vergrendeld zodat we altijd dezelfde zijde van de maan zien. Er bestaat dus een zogenaamde donkere zijde van de maan waarop dit horloge is gebaseerd. Dit horloge heeft dan ook toepasselijk een zwarte kleur gekregen. De face-lift stopt daar niet bij want voor het gebruikte materiaal is keramiek gekozen. Keramiek heeft als voordeel dat het bijna geen krassen vertoont omwille van z'n hardheid, maar is wel een stukje brozer dan roestvrij staal. Volgend weetje geeft een idee hoe hard keramiek is ten opzichte van roestvrij staal. Bij de gewone stalen versie van de Speedmasters wordt de tachymeter (een soort van snelheidsschaal) gegraveerd op de bezel, bij de Dark Side of the Moon lukt dit niet en wordt dit er op gelaserd. 



In tegenstelling tot bijvoorbeeld m'n Rado bestaat het keramiek niet uit één kleur. De kast is geborsteld terwijl de wijzerplaat is gepolijst. Als bonus bestaan ook de drukknoppen aan de rechterzijde en zelfs de gesp uit keramiek en dat zie je erg zelden. Dit keramiek wordt ontworpen van zirconium oxide en daar zijn ze bij Omega zo trots op dat ze het chemische element mee op de wijzerplaat hebben gezet. De reguliere vorm van de Speedmaster is universeel gekend en tijdloos, maar krijgt er met deze zwarte uitvoering er een extra dimensie bij. Bij de eerste voorstelling op Baselworld 2013 was dit één van de blikvangers van de beurs en met reden. Het ziet er simpelweg erg knap uit. Persoonlijk vind ik m'n Grand Seiko net iets knapper, maar dat is puur persoonlijke smaak. Dit is een horloge dat bij geen enkele collectie zal misstaan en kan zowel sportief, business casual als erg chique gedragen worden. 

Geen kleintje
Ik draag meestal dress watches waar 40 milimeter de sweet spot is. Horloges van 42 mm gaan nog net, maar alles erboven vind ik te groot. Sinds de millenniumovergang volgen horlogemakers de trend dat hun producten steeds groter worden en daar is de Dark Side of the Moon ook een exploot van. De dikte is zo'n 15 mm wat vrij fors is en de wijzerplaat is 44,25 mm groot. Hoewel het nog geen XL-formaat benadert, is deze Speedmaster dus allesbehalve een kleintje. Maakt de omvang deze Omega te groot? Velen zullen zeggen van niet, maar naar mijn bescheiden mening wel. Een ongeschreven regel is dat de lugs nooit de breedte van de pols mag overschrijden en dat gebeurt bij deze Speedmaster net wel (bij mij) en dat is gewoon erg jammer. Een tweetal milimeter minder zou dit horloge wonderen doen. Anderzijds is de dominantie van de zwarte kleur zo overweldigend dat het niet zo hard opvalt. 



De vijfledige structuur van het horloge is mooi symmetrisch opgebouwd. De kast vormt het midden van dit uurwerk en zowel aan de boven- als onderzijde vind je respectievelijk een bezel en gebold glas van saffier. Dat is ook de reden waarom deze Speedmaster zo dik is: ook onderaan is er een bezel en gebold glas wat de dikte significant doet vermeerderen. Maar eens je de Dark Side of the Moon om de pols doet, is het enige wat je doet glimlachen. De cijferanalyse is vrij vernietigend voor deze Speedmaster-variant, maar eens om de pols voelt dit aan als een klein kunstwerkje: de zwarte schittering van het keramiek, het rode Speedmaster-embleem en het witgoud van de wijzers en indices. Alles klopt gewoon aan dit horloge en wordt verder afgewerkt met kleine dingetjes zoals het datumvenster dat witte cijfers op een zwarte achtergrond bevat en de rode punt van de secondewijzer voor de chronograaf. 

Puntjes van kritiek
De Omega benadert niet de perfectie, maar het komt toch aardig in de buurt. M'n grootste kritiekpunt is de weerkaatsing van het licht op de wijzerplaat wat toch vrij fel is. Voor een horloge dat bijna tienduizend euro kost moet het toch mogelijk zijn om dit op een betere manier te ontspiegelen. Een ander vaak gehoorde kritiek is het gebruik van de chronograaf. Een chronograaf is een horloge dat tijd kan opnemen. Voor elektronische, digitale horloges klinkt dit als een evidentie, maar voor een automaat is dit bijzonder complex. Een chronograaf is zelfs één van de moeilijkst te maken complicaties voor een horloge, nog moeilijker dan bijvoorbeeld een perpetual calendar. 



Een chronograaf bestaat typisch uit drie subdials, maar de Dark Side of the Moon doet het met ééntje minder. Er is één register voor de seconden van de gewone tijd en een tweede waar de minuten én uren worden bijgehouden van de chronograaf. Dit boet volgens velen in qua duidelijkheid, maar ik deel deze mening niet. De minuten lezen is wat onduidelijk omdat de onderverdeling wat klein is uitgevallen, maar dat gebeurt per definitie bij bijna iedere chronograaf en daar verandert het gebruik van de kleine uurwijzer niks aan.

Waar ik geen enkel punt van kritiek heb over gelezen is de luminositeit van de wijzers en indices. De wijzers en indices zijn uitgerust met Superluminova zodat deze gloeien in het donker en je dus ook in donkere plaatsen het uur kan aflezen. De helderheid van het licht is zeker goed genoeg, maar is niet zo helder als ik zou willen. Als ik dit vergelijk met foto's van Seiko-duikershorloges lijken de Japanners op z'n minst even helder te schijnen of zelfs meer. Aangezien dit m'n eerste horloge is dat is uitgerust met lume heb ik geen andere referentiehorloges en moet je deze opmerking ook met een korreltje (lichtgevend) zout nemen.    


Ook de waterdichtheid van slechts vijftig meter kan je bekritiseren als je heel slecht gezind bent, maar de waarheid is dat je hier niks van merkt tenzij je ermee gaat zwemmen wat ik persoonlijk bij geen enkel horloge zou aanraden, tenzij het een duikershorloge is waarvoor het echt bedoeld is. 

Nylon bandje
Voor zo'n prestigieus horloge is het opmerkelijk dat het geen gebruik maakt van staal, titanium of leer als bandje. Deze Omega is daarentegen uitgerust met nylon wat het sportieve karakter van dit horloge benadrukt. Met nylon denken meeste horlogeaficionado's aan de bekende nato-bandjes, maar dit zit toch net iets beter in elkaar. Het bandje is onderaan opgevuld met leer waardoor het wat steviger aanvoelt. De afwerking is - vanzelfsprekend - ook van een hoger niveau met aan weerszijden rode stiksels. Ik vind het bandje bij het horloge passen en het heeft als voordeel dat het vrij licht draagt. Geef dit horloge een lederen bandje en een deel van het smoelwerk van de Dark Side of the Moon verdwijnt als sneeuw voor de zon. Toch krijg ik soms commentaar dat het vreemd is dat zo'n mooi horloge zo'n eenvoudig nylon bandje heeft. 


Het omdoen van het bandje duurt een tikkeltje langer dan bij een stalen armband omdat je eerst de lengte moet bepalen en dan pas het horloge kan vastgespen. Omega heeft daar iets op gevonden en heeft recentelijk een nieuwe versie van de Dark Side of the Moon uitgebracht met een vouwsluiting. Mijn Seiko SARB065 heeft ook een vouwsluiting en het voordeel is dat je dit onmiddellijk kan aandoen door de vouwsluiting dicht te doen. Omega vraagt wel vijfhonderd euro meer voor deze versie en of dit stukje extra gebruiksgemak zoveel geld waard is, laat ik in het midden...

Britse top
In 1980 patenteerde de Britse horlogemaker George Daniels het gebruik van co-axial escapement. In een reportage van The Independent wordt George Daniels de beste horlogemaker van zijn tijd genoemd en er zullen weinigen zijn die dit betwisten. In 1999 verkocht Daniels deze technologie aan Omega en sindsdien gebruiken de Zwitsers dit in hun horloges. De meest recente movement is de Omega 9300 die in een recensie van Watchtime in 2014 hoge ogen gooide. Dit movement is COSC-gecertificeerd wat wil zeggen dat de afwijking getest is in verschillende condities en minder bedraagt dan -4 en +6 seconden per dag. Watchtime heeft deze testen nog eens dunnetjes overgedaan en kwam tot de conclusie dat dit movement bijzonder consistent presteert in alle omstandigheden en een gemiddelde afwijking heeft van zo'n twee seconden per dag. Dat zijn cijfers waar iedereen voor zou tekenen, ook de meest gereputeerde merken in de industrie zoals Lange & Sohne. Bovendien bedraagt de reserve zo'n zestig uur wat voor een automaat best wel veel is. 



Of dit daadwerkelijk het allerbeste movement in de industrie is, is twijfelachtig. In een recent exemplaar van Watchtime kwam Breitling met de Chronomat Blacksteel zelfs tot nog betere resultaten waar de afwijking slechts één seconde per dag bedroeg (terwijl die vreemdgenoeg in een review met de Dark Side of the Moon twee jaar geleden er slechter uitkwam). Dit zijn slechts eenmalig uitgevoerde testen waar we de exacte omstandigheden niet van kennen, maar het is veilig om te stellen dat de Omega 9300 movement tot de allerbeste behoort. 

In het doorkijkglas achteraan zie je het movement in al zijn glorie en het mag gezegd worden dat het er bijzonder verfijnd uitziet. In tegenstelling tot de spartaans uitgevoerde movements van m'n Seiko's en Orients zie je hier dat er aandacht is gespendeerd aan de onderdelen zoals de balansbrug, escapement en kolomwiel die onvermoeibaar draaien. De 54 juwelen zie je over de hele achterzijde schitteren en in samenwerking met de andere onderdelen zie je al glimlachend een mechanisch minifabriekje aan het werk.

Conclusie
Knap ontworpen, erg precies, ongelofelijk robuust en één van de meest iconische horloges aller tijden. De lofzang voor de Dark Side of the Moon is terecht, maar daar hangt een prijskaartje van bijna tienduizend euro aan vast ten opzichte van 4300 euro die Omega voor de klassieke Speedmaster Professional vraagt. Dat is een heleboel geld, maar je krijgt dan wel één van de meest gewilde horloges van de laatste jaren terug.

dinsdag 1 november 2016

Youtube abo's

Broadcast yourself
Ik heb al enige tijd geen televisie meer, 't is te zeggen het toestel zelf heb ik wel, maar ik heb geen aansluiting op kabel, schotelantenne of internetverdeler voor (digitale) televisie. In alle eerlijkheid kan ik zeggen dat ik dit niet mis. Enerzijds omdat meer en meer van het aanbod gewoon online te bekijken is (denk aan Stevie en consoorten), maar ook omdat er volop alternatieven bestaan met als voornaamste concurrent Youtube. Youtube ontstond tien jaar geleden als platform om je eigen filmpjes uit te zenden, maar is sindsdien gegroeid tot een gigant waar nu zelf bedrijfjes hun eigen series op uitzenden. Youtube is dus bijna letterlijk een onuitputtelijke bron van entertainment, info en alles daartussen. Dit is een overzichtje van mijn favoriete kanalen:



The Great War
Dit is een serie over Wereldoorlog één die exact 100 jaar geleden heeft geduurd. Dit aantal mag je vrij letterlijk nemen, want het volgt deze oorlog week per week gedurende vier jaren. Zo krijg je een interessant beeld over de ontwikkelingen van deze oorlog op alle fronten in minutieus detail. Dit is een aanrader als je interesse hebt in de recente geschiedenis, want WO I is eigenlijk het begin van de moderne tijd waarin we nu leven. Een alternatief is de documentaire die de BBC heeft gemaakt in 1964. Dit ligt een stuk zwaarder op de maag met getuigenissen van deelnemers van de oorlog, heel veel beeldmateriaal (en zeker geen leuk materiaal) en een stuk diepgaander.




The Urban Gentry
In m'n recent ontwikkelde passie voor horloges ben ik op zoek gegaan naar kanalen die horloges reviewen. Verrassend genoeg zijn dit er niet zo heel erg veel. De beste van het lot is naar mijn mening the Urban Gentry. Op zijn kanaal reviewt hij allerlei horloges: van de duurdere Rolexen tot bescheiden Seiko's die nog geen vijftig euro kosten. Op veel kanalen vind je toch (verborgen) snobisme terug en dit is hier niet het geval. The Urban Gentry beweert geen kenner te zijn, maar laat z'n passie voor uurwerken voor zichzelf spreken:  hij is informatief, soms een tikkeltje gekleurd (Seiko en Squale worden quasi altijd goed belicht), maar op het einde van een review weet je of het besproken horloge iets voor jou is of niet. Alternatieven zijn Ablogtowatch wat eigenlijk meer een website is, maar biedt ook heel goede reviews. Hetzelfde geldt voor Wornandwound. Een ander interessant kanaal tenslotte is dat van J. Anthony Daniels die meer gelijkt op The Urban Gentry, maar toch een net andere insteek heeft, wat het zo interessant maakt.  



Game-kanalen
Als er op Youtube aan één ding nu geen gebrek is, dan zijn het wel kanalen over gaming. Er zijn er duizenden en duizenden, de ene nog wel beter dan de andere. Ik volg dit wereldje sinds een aantal jaren heel wat minder en de klassieke bronnen zoals IGN en Gamespot volg ik niet zo meer. Ik concentreer me nu meer op retrogaming waar Gamesack in bedreven is. Dit is een duo van prille veertigers die een bepaald thema nemen (bv. games that never have left Japan) en maakt daar een episode van die zo'n dertig minuten duurt. Een andere insteek is Didyouknowgaming that op zoek gaat naar trivia over bepaalde games of franchises. En wie is er niet dol op weetjes? Tenslotte is er ook nog The Game Theorists wat uitgegroeid is van Game Theory. In deze show neemt men een concept uit een spel en onderzoekt men of dit in realiteit ook kan zoals bijvoorbeeld het absurde "Zou Super Mario winnen in de Olympgische Spelen?".



Crash course
Eén van de leukere initiatieven op Youtube komt van de broers Hank en John Green die met Crashcourse een educatief kanaal hebben opgericht over de meest verscheidene onderwerpen: fysica, astronomie, literatuur, chemie, geschiedenis, filosofie, enzovoort. In het begin presenteerden het duo deze shows zelf, maar sinds een tweetal jaar geleden doen ze ook een beroep op andere gerenommeerde gastpresentatoren die gelden als een expert in hun vakgebied. Zo wordt bij elk onderwerp met het absolute begin gestart, maar evolueren de lessen erg snel en gaat men soms diep in bij sommige onderwerpen. Deze 'lessen' bestaan telkens uit een tiental minuten en vergen soms wat denkwerk (of het filmpje even terug bekijken), maar als je een gezonde nieuwsgierigheid hebt, is dit een snelle manier om iets bij te leren. En het helpt ook natuurlijk dat de presentatoren stuk voor stuk erg amusant zijn.



Krassimir Petrov
Op Youtube kan je ook echte lessen volgen. Krassimir Petrov is een Bulgaarse professor die zijn doctoraat behaald heeft in de VS en op diverse locaties heeft lesgegeven. Hij laat al zijn lessen filmen die vervolgens raadpleegbaar zijn op z'n kanaal. Hij is gespecialiseerd in economie en management en heeft in tal van vakken les gegeven: macro-economie, managerial economics, financieel management, portfolio en investeringen, enzovoort. Zelf heb ik de cursus macro-economie bekeken. Daarin legt Petrov op een relatief eenvoudige wijze macro-economie uit zonder te veel gebruik te maken van wiskunde waar dat bij klassieke lessen in macro-economie toch wel anders is. Een ander kanaal van een professor is dat van Rasa Karapandza die les geeft in bedrijfsfinanciering en andere financiële vakken.



Vsauce
Een ander wetenschappelijk kanaal op Youtube is dat van Vsauce waar interessante - maar eigenlijk ook compleet irrelevante - onderwerpen worden behandeld in diepgaande filmpjes die twintig minuten en langer kunnen duren. Deze behandelde onderwerpen geven alvast een idee waar de show over gaat: hoe tel je verder dan oneindig, hoe beweegt de aarde, wie bezit de maan, wanneer zullen alle gebruikersnamen uitgeput zijn, is het verleden echt gebeurd, enzovoort. Interessante, maar soms dus ook absurde onderwerpen.Je moet er wel rekening mee houden dat deze filmpjes soms van hak op de tak springen met dingen die eigenlijk niks met het initiële onderwerp te maken hebben. Er zijn ook twee zusterkanalen die toepasselijk Vsauce2 en Vsauce3 zijn gedoopt en zij leggen hun klemtonen op andere onderwerpen, maar zijn zeker ook interessant.



Auto's
Wat hebben auto's en videogames met elkaar gemeen? Het is echt iets voor mannen (of jongens) en je vindt er ontzettend veel filmpjes van op Youtube. Een kanaal dat ik sporadisch bekijk is dat van Autoweek van het gelijknamige tijdschrift en website. Hier vind je alle filmpjes van dit Nederlandse automediahuis (is dit zelfs een woord?) waaronder reviews en eerste ervaringen met een nieuw model, maar ook meer alternatieve filmpjes zoals duurtesten waar er zes maanden met een wagen wordt gereden en de rubriek 'Klokje rond' waar een oudere wagen op de testbank wordt gelegd bij een autogarage. De iets stoerdere variant is Autoblog waar er met meer jongensachtige ogen gekeken wordt naar auto's (lees: hoe hard gaat die nou?). Er is natuurlijk ook het onvermijdelijke Top Gear maar dat zal in populariteit waarschijnlijk vervagen nu Clarkson, Hammond en May binnenkort beginnen met The Grand Tour. 

zondag 9 oktober 2016

Horloges op de radar

Meer, meer, meer
Wat is de ideale omvang van een horlogecollectie? Geef toe, een groter eerste wereldprobleem kan je bijna niet hebben, maar het is toch een zorg waar ik momenteel mee worstel. Ik heb momenteel zeven horloges, maar er bestaat nog altijd de drang om dit uit te breiden. Alleen dit jaar heb ik al zes horloges gekocht. Dat klinkt veel - en dat is het eigenlijk ook wel - maar elke aankoop is weloverwogen inclusief veel opzoekwerk, bekijken van filmpjes op Youtube en het lezen van reviews. Het klinkt misschien een beetje zelfvoldaan, maar ik ben blij met elke aankoop. Er zijn natuurlijk horloges die ik meer of minder aandoe. M'n laatste aanwinst is de Grand Seiko en die heb ik de afgelopen week altijd gedragen, hoewel het m'n gewoonte is om dagelijks van horloge te wisselen. De Wwoor daarentegen heb ik nog niet erg veel omgedaan, maar dat is het dan ook het verschil tussen een uurwerk dat ettelijke duizenden euro's kost en iets wat je op de lokale rommelmarkt kan vinden voor twee tien eurobiljetten. Maar dat neemt niet weg dat ik de Wwoor met veel plezier draag wanneer ik het omdoe. 

Het aanbod van horloges is werkelijk gigantisch en er zijn nog zoveel horloges die m'n aandacht trekken. Hier zijn een aantal horloges die op het lijstje staan van potentiële aankopen. 

Longines Master Collection L2.673.4.78.3
Een horloge met een maanfase heb ik nog niet en er zijn een aantal kandidaten die m'n aandacht trekken. Eerst had ik een ander exemplaar op het oog, maar de primaire kandidaat om aangeschaft te worden is deze Longines. Het is een erg elegant horloge van een merk dat zich profileert in het hogere segment. Het oogt misschien een tikkeltje te druk aan de linkerkant wat de leesbaarheid impacteert. De prijs begint vanaf 2200 euro wat voor een automaat met chronograaf en van een gereputeerd merk als Longines best wel goedkoop valt te noemen.

Baume et Mercier Clifton 10129
Dit was eigenlijk m'n primaire kandidaat voor horloge met maanfase, die - ironisch genoeg - geen maanfase bevat. Dit is de 10129 variant, maar er zijn wel andere varianten (zoals de 10278 en de 10280) die wel een maanfase bevatten. Het bruine horlogebandje draagt voor een groot gedeelte bij aan de charme van dit horloge en dat is de reden waarom ik het prefereer boven de varianten met maanfase. Persoonlijk vind ik dit horloge een tikkeltje mooier dan de Longines, maar de prijs is dan ook dik duizend euro duurder. Bovendien is het bijna 15 mm dik wat voor een dress watch toch vrij veel is. De automaat die er in zit is de Valjoux / ETA 7750 wat voor een horloge in deze prijsklasse naar mijn mening iets te gewoontjes is (al klinkt dit behoorlijk arrogant). Omwille van deze redenen draagt de Longines mijn voorkeur weg.

Seiko Presage SRQ019
Er is ook een ander alternatief voor de maanfasehorloges in - alweer - een horloge zonder een maanfase. Eigenlijk zoek ik een automaat met chronograaf en optioneel een maanfase, maar klaarblijkelijk blijf ik hangen op de gedachten van een maanfase... Dit alternatief is de Seiko Presage SRQ019. Dit is een gelimiteerde editie uit de Presage-stal die voornamelijk gebaseerd is op Laurel, het merk dat al vroeger bestaat dan Seiko, maar uiteindelijk wel is opgegaan in de Japanse uurwerkgigant. Het is geen verrassing dat het qua stijl op de Longines en Baume et Mercier trekt, maar dan met wat extra tierlantijntjes zoals de wijzerplaat die uit glazuur bestaat. Dit horloge heeft echter hetzelfde probleem als de Baume et Mercier: met z'n 15 mm is het behoorlijk dik voor een dress watch. Dan is er nog het bijkomende aspect dat ik al twee Seiko's in huis heb. Ik ben zelf een groot fan van Seiko (anders had ik er geen twee in huis), maar er is een ongeschreven regel bij mij dat ik niet te veel horloges van hetzelfde merk in m'n collectie wil. Belachelijk? Misschien wel...

Ball Engineer Hydrocarbon Nedu
Naast een horloge met chronograaf/maanfase ben ik eveneens al een tijdje op zoek naar een duikershorloge. Er zijn zoveel duikershorloges dat het moeilijk is om een keuze te maken. Rolex is hier zo een beetje de standaard, maar als je de moeite neemt om verder te kijken ontdek je heel veel leuks. Zo hebben Orient en Seiko erg veel duikershorloges voor een paar honderd euro. Hoewel deze uurwerken een zekere aantrekkingskracht hebben, trokken ze niet meteen m'n aandacht in tegenstelling tot de Nedu van Ball (het witte exemplaar weliswaar). Dit uurwerk heeft een zeker je ne sais quoi-gehalte waarbij alles perfect in elkaar valt qua esthetiek. Het is COCS-gecertificeerd, dus je kan er op rekenen dat het de tijd goed bijhoudt. Wat onderstaande foto niet toont is de enorme dikte van deze gigant: meer dan 17 mm. Nu zijn duikershorloges wel wat dikker dan normaal, maar zelfs voor een dergelijk exemplaar is 17 mm wel heel erg dik.  


Omega Speedmaster Dark Side of the Moon
In m'n queeste naar sportievere horloges stopt mijn bereik niet bij duikershorloges. Ook anderen komen in aanmerking zoals de Speedmaster van Omega. Dit horloge is wereldberoemd geworden omdat dit het enige horloge was dat in aanmerking kwam om gedragen te worden door Neil Armstrong en co in hun eerste bemande ruimtevlucht naar de maan. Eigenlijk bevinden de roots van dit horloge - zoals de naam impliceert - zich in de racewereld, maar na 1969 heeft het ruimtevaartthema de boventoon genomen want betere reclame kan Omega niet bedenken. De laatste variant van Dark Side of the Moon (er zijn er meerdere) accentueert dit nog eens. Dit exemplaar bestaat uit zwart keramiek wat erg moeilijk is om te maken. Het horloge heeft een aantal bijzonderheden zoals de wijzers die zijn gemaakt van wit goud en de nylonband. Het is zeker geen goedkoop horloge, maar tweedehands starten de prijzen vanaf zo'n 6000 euro. Nog steeds een heleboel geld, maar wel de helft goedkoper dan de nieuwprijs.



Sinn 104
De laatste telg uit het lijstje van potentiële kandidaten is de Sinn 104 wat ook weer een sportiever horloge is dan wat ik normaal draag. Deze keer is het geen duikershorloge of een racehorloge, maar wel een pilotenhorloge. Het Duitse boetiekmerk Sinn vervaardigt vanaf de jaren zestig namelijk al kwalitatieve pilotenhorloges. Qua prijs-kwaliteit is de Sinn 104 moeilijk te kloppen: de prijs voor dit horloge is zo'n duizend euro met een lederen armband, voor een metalen armband tel je nog eens zo'n tweehonderd euro extra neer. Het horloge is vrij simpel, maar de bouwkwaliteit is superieur aan bijna ieder ander horloge in deze prijsklasse. Het enige nadeel van dit horloge - en dat is dan ook nog behoorlijk subjectief - is dat het wel erg klassiek oogt.  Het is de belichaming van  Deutsche gründlichkeit, maar het mist naar mijn mening een beetje speelsheid en frivoliteit. 

De keuze
Welk horloge zou ik als eerste kiezen uit bovenstaand rijtje? Aangezien ik ze allemaal opgesomd heb als potentiële aankopen is dat zeker geen gemakkelijke keuze. Enerzijds spreken de chronografen me meer aan omdat dit meer aanleunt bij m'n persoonlijke stijl. Anderzijds wil ik al langer een sportiever horloge aan m'n collectie toevoegen. Toch is de keuze gemakkelijker dan gedacht: de Omega Speedmaster Dark Side of the Moon, maar dan wel tweedehands omwille van de prijs. De Omega is een mooie symbiose van een sportief horloge dat ook chique gedragen kan worden. De zwarte keramiek doet dit horloge de dans ontspringen en misstaat eigenlijk op geen enkele gelegenheid. En ook belangrijk: hoewel de Omega het duurste van het gezelschap is, is hij ook wel de meest waardevaste.