Posts tonen met het label IJsland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label IJsland. Alle posts tonen

zaterdag 4 december 2021

Reisverslag IJsland deel zeven: een gouden einde

Maandag 6 september
Dit is de voorlaatste dag vooraleer de rondreis wordt afgesloten in Reykjavik en dat wordt in schoonheid gedaan met een tochtje langs de zogenaamde Gouden Cirkel, enkele natuurlijke attracties in het pretpark dat IJsland heet. 

Beginnen doen we bij de hoge waterval Skógafoss die er op deze regenachtige dag toch wat triest bijligt. Dit is ongetwijfeld een knap plaatje bij mooi weer, maar met al de regen is het uitstapje naar de waterval maar van korte duur en opteren de meesten van mijn reisgenoten toch voor de gezellige warmte en droogte van de bus. Nu ik hier toch ben, probeer ik er het beste van te maken en dan wil ik wel naar de top van deze waterval klimmen. Dat betekent een houten trap bedwingen die me naar de zestig meter hoge top brengt. Het vergt wat zweetwerk, maar de top van deze waterval is dat wel waard. Het is ook een veel fotogeniekere plaats dan vlak bij de waterval zelf, want de H2O-deeltjes vliegen daar wel heel lustig rond met een natte lens als gevolg. Ook de waterval Seljalandfoss wordt bezocht, maar daar was ik dus met de collega's van The Iceland Trail al geweest bijna twee weken eerder. Hier duurde het dus niet lang vooraleer ik terug de bus in kroop.  

Een kleine zijuitstap volgt er dan naar een plaatselijke kathedraal. In een onooglijk plaatsje staat er een kerkje dat zich kathedraal mag noemen omdat hier een bisdom is gelegen. In IJsland heb ik meer dan genoeg fraaie kerkjes gezien, maar dit is de eerste keer dat ik ook daadwerkelijk binnenstap in zo'n IJslandse kerk. Leuk voor even, maar al snel herinner ik me waarom ik niet meer zo tuk ben op het bezoeken van kathedralen en kerken: op den duur begint het allemaal op elkaar te gelijken. En datzelfde gevoel heb ik hier dus ook, hoewel de binnenarchitectuur toch wel bijzonder is. 

Dan is het tijd voor een rondje onvervalst massatoerisme bij Geysir waar je de plaatselijke geisers kan bewonderen. Geysir zelf is een erg onregelmatige geiser, maar bij Strokkur kan je klokslag om de drie minuten een spectaculaire opwaartse stroom van kokend water bekijken. Een goede gelegenheid dus om de burst-functie van mijn Fuji X-T2 te testen. Op de foto's zie ik achteraf hoe zo'n geiser gestaag opbouwt en dat is wel tof om te zien. Ik blijf nog een kwartiertje staan om de geiser nog een paar keer te zien spuiten, maar daarna verpaupert dit spektakel toch ook wel zienderogen. Dit lijkt me trouwens ook een prachtig gebied om te wandelen, maar tja, de bus wacht niet... 

De derde waterval van de dag is het ontzagwekkende Gullfoss, één van IJslands beroemdste watervallen. Deze waterval is niet heel erg hoog, maar wel erg breed waardoor het een groot verval kent en vervolgens stroomt het water verder in een mooie kloof. Op een zomerse dag is dit ongetwijfeld een spectaculair zicht, maar nu was het toch wat teleurstellend, ook misschien omdat dit al de derde waterval is op deze dag.     

De laatste attractie van de Gouden Cirkel - en van deze dag - is de kloof Thingvellir wat eveneens dienst doet als nationaal park. Hier treffen de Amerikaanse en Euro-aziatische tektonische platen elkaar, al zal je dat op het zicht niet zien. Thingvellir is zowat een mini-versie van IJsland met watervalletjes, kloven en meren. Een mooi gebied om te wandelen dus en uiteraard bevindt er zich in het midden van het meertje opnieuw een kerk. Thingvellir heeft ook een historische betekenis aangezien hier de onafhankelijkheid van IJsland werd uitgeroepen en hier zetelde ook het parlement. Het is te zeggen: enkele hoogwaardigheidsbekleders riepen een menigte toe die daarop luidkeels voor of tegen een wet schreeuwden. Deze plek heeft een uitstekende akoestiek en werd daarom gekozen voor deze volksvergaderingen. 

Dinsdag 7 september
Een veel gebezigde klacht van mezelf is dat er op deze reis weinig ruimte is voor eigen inbreng, maar dat is gelukkig wel het geval op de allerlaatste dag. Veel van mijn reisgenoten kiezen voor een uitstapje naar de Blue Lagoon, maar dat vind ik toch net iets te toeristisch en dan verkies ik om de dag rustig door te brengen in Reykjavik. De IJslanders noemen Reykjavik graag 's werelds kleinste hoofdstad en na een stadswandeling moet ik hen zeker gelijk geven en dat is helaas niet positief bedoeld. Ik heb dikwijls de gewoonte om een georganiseerde stadswandeling te boeken wanneer ik een stad bezoek en deze keer heb ik dat gedaan via citywalk.is. 

Over de organisatie kan ik niks slechts vertellen, maar helaas is er niet zo gek veel te zien in Reykjavik: de glazenstaalconstructie annex concertgebouw Harpa, de statige Hallgrímskirkja, de Laugavegur winkelstraat en een haventje. De twee uur durende stadswandeling wordt wel op een heel erg gezapig tempo afgehaspeld en na twee uur heb ik weltegeld 1,92 kilometer op de teller staan. Ik ben wel wat meer te weten gekomen over de geschiedenis van Reykjavik en IJsland, maar als wandeling vond ik het helaas teleurstellend. 

Op deze dag klaart het weer wat op na enkele dagen regenachtig weer en dan komt de pracht van Reykjavik meer naar boven. Bij de Hallgrímskirkja staan er nog wolken geprogrammeerd aan de hemel, maar het concertgebouw Harpa baadt in een weelderige zon. Het is dan ook geen verrassing dat ik in deze buurt de meeste tijd doorbracht. De Hallgrímskirkja is leuk om even van buiten te fotograferen, maar het blitsbezoek binnen was van korte duur. De moderne architectuur van Harpa daarentegen wakkerde mijn voorliefde voor straatfotografie (en architectuur) weer aan en dit glazen gebouw is een wel heel erg dankbaar onderwerp om te fotograferen. Van binnen én buiten. 

Reykjavik beschikt over enkele mooie musea, maar ik besluit om het gratis fotomuseum te bezoeken. Gratis volgens mijn reisgids, maar wanneer ik aankom, mag ik toch de lieftallige som van zes euro betalen. Dit museum bestaat overigens uit één grote ruimte van - ik schat - twee keer de omvang van m'n woonkamer en is dus wel erg klein. Toch kan ik me drie kwartier amuseren met het bekijken van enkele historische foto's van het IJsland uit de twintigste eeuw en bovendien is er nog een interessante video over enkele belangrijke IJslandse fotografen. 

De avonden worden vanaf begin september al wat korter en na een restaurantbezoek ga ik rond vijf uur terug naar mijn hotelkamer. De dag erop moet ik namelijk wel erg vroeg opstaan. 

Woensdag 8 september
Dit is mijn laatste dag in IJsland en de IJslandse traditie van bussen die te laat komen, wordt hier riant verdergezet. De bus vertrekt namelijk op het ongoddelijk vroege uur van half vijf 's ochtends en dat wil ik uiteraard niet missen. Daarom sta ik al vanaf vier uur aan de hotelbalie. De buschauffeur had echter minder zin om vroeg op te staan en komt vijf kwartier later aangereden dan gepland. De bus naar de luchthaven van Keflavik werkt natuurlijk met een overstap en - je raadt het nooit - ook hier is weer een tijdje wachten. Na een klein half uurtje vertrekt hier ook de tweede bus en eindelijk komt de bus aan bij de luchthaven. 

Daar staat een ellenlange rij aan te schuiven en erg snel gaat het ook niet vooruit. Zoals dat gaat bij dit soort zaken, wordt mijn geduld nog eens een keer op de proef gesteld wanneer blijkt dat mijn backpack niet op de gewone bagage mag en dat ik het onding mag deponeren bij het departement van special luggage. De controle bij security gaat echter wel verbazingwekkend snel vooruit en zodoende heb ik nog twintig minuten vooraleer de onboarding van de terugvlucht naar Amsterdam begint. Veel stress armer en een fantastische reiservaring rijker. Een goeie deal, lijkt me! 

woensdag 10 november 2021

Reisverslag IJsland deel zes: terug naar het zuiden

Vrijdag 3 september
Ook deze dag kent een rijkelijk gevuld programma waarin de bus langzaam van het noorden richting Oostfjorden rijdt. Trekpleister van deze dag is het schitterende Ásbyrgi waar een azuurblauw meertje geprangd zit tussen een basalten kloof. De eerste stop is echter het vissersdorpje Husavik. Dit is andermaal een typisch IJslands vissersdorpje waarvan er zovelen zijn, maar deze plek kent echter één bijzonderheid. Husavik is namelijk uitgerust met een walvismuseum. Dit museum geeft wat meer uitleg over verscheidene soorten walvissen en er ligt bovendien een skelet van een blauwe vinvis, 's werelds grootste dier. Op de bovenverdieping zijn er andere skeletten van walvissen te vinden en het is altijd wel interessant om te zien hoe groot deze zeezoogdieren kunnen worden. Het museum is relatief klein en op een half uurtje had ik alles wel gezien. Niettemin was dit wel een interessant bezoekje. 

Mijn portie cultuur heb ik voor deze dag wel gehad en dan is de tijd aangebroken voor Natuur met hoofdletter N. Ik denk niet dat ik overdrijf wanneer ik zeg dat dit het mooiste plekje is dat ik op IJsland ben tegengekomen. Ásbyrgi is een glaciale kloof in de vorm van een hoefijzer waarin een groen meertje centraal ligt dat omgeven is door wanden van meer dan honderd meter hoog. De eerste keer wanneer ik bij het meertje arriveer, kan ik enkel met opengesperde mond naar zoveel natuurpracht kijken. Het meertje zelf is niet zo groot, maar het is de gehele omgeving dat weet te imponeren. Even verder stap ik omhoog waar ik een mooi uitzicht heb op de rest van de kloof. De kloof zelf is overigens ook niet zo groot met een omvang van minder dan vier kilometer. Enige domper op dit toeristenfeestje zijn de... toeristen, want het durft hier wel eens te wemelen van de toeristen. Wanneer je hier als enige persoon 's ochtends of 's avonds bent, moet dit echt de hemel op aarde zijn. 

De laatste uitstap van de dag gaat alweer naar een waterval: de Dettifoss. Dit is een behoorlijk krachtige waterval van vierenveertig meter hoog die vooral erg breed is. Maar liefst tweehonderd ton water stort er iedere seconde naar beneden en dat is behoorlijk indrukwekkend. Het leuke aan deze waterval is dat je 'm vanaf verschillende hoogtes kan bekijken. Er is een glazen uitkijkplatform dat een totaaloverzicht biedt van de waterval. De beste plek voor foto's ware het niet dat de waterdamp je lens geheid nat zal maken. Zelf vind ik het echter leuker om de waterval van dichtbij gade te slaan aangezien ik me meer betrokken voel vanaf dit standpunt. Een kleine kilometer verder is er ook het kleine broertje Selfoss die slechts elf meter hoog is. Niet erg spectaculair dus, maar als je hier toch bent, wel de moeite om 'm mee te pikken. Alweer een mooie dag in IJsland dus dat bewijst dat het noorden van IJsland minstens even mooi is als het zuiden.    

Zaterdag 4 september
Als er in de Tour de France een rit zit die plaatsvindt tussen twee wat mindere plaatsen noemen we dat een overgangsrit en zo kan deze dag ook bestempeld worden. De oostkust van IJsland is niet bepaald gezegend met veel toeristische trekpleisters en als er dan al één is, is die gesloten. Dat ondervinden we namelijk aan den lijve wanneer we stoppen bij Petra's steen- en mineraalcollectie. Dit is een oud dametje dat naar verluidt een indrukwekkende collectie van stenen en mineralen heeft bijeengesprokkeld, maar bij aankomst ziet het kleine museum er angstvallig verlaten uit. Even later blijkt waarom: het museum is vanaf september gesloten. Jammer, maar de bus gaat verder. 

De volgende bestemming is het dorpje Djúpivogur dat zich weet te onderscheiden van andere plaatsen door een eigenzinnig kunstproject. Het dorpje herbergt namelijk 34 enorm grote eieren van graniet die de eieren voorstellen van IJslandse vogels. Even het bekijken waard denk ik dan bij mezelf... Gelukkig wordt het later wat interessanter bij de stranden van Stokksnes. Hier is een voormalig weerstation van de NAVO gelegen, maar de ruwe natuur is de echte gastheer van dit natuurspektakel. Al ben ik na twee weken IJsland een verwend nest geworden en is zelfs de natuur hier doodgewoon. Wat verder staat er ook een filmset van wat een vikingdorp moet voorstellen. Het dorpje staat er al ettelijke jaren en dat is te zien. Gebouwen beginnen namelijk de eerste tekenen van erosie te vertonen. 

In de avond belanden we bij eindbestemming Höfn, één van de grotere dorpen in de regio. Ik doe hier een uitgebreide wandeling die mooi begint met een parkje waar enkele rotsen staan en een pad dat vlak naast de kustlijn loopt. Het vervolg is helaas van een minder allooi. Mijn wandeling wordt namelijk vervolgd in residentiële zones en velden en soms beland ik zomaar pardoes in iemand zijn achtertuin. Het weer helpt ook niet meteen, want de opkomende regen zet me aan tot een grotere wandelpas, maar helaas kan ik niet ontkomen aan de waterstofdioxiden. Wanneer ik het hotel opnieuw zie, ben ik blij dat de wandeling is afgerond. Een einde in mineur voor deze overgangsrit.

Zondag 5 september
Zoals een sinusoïde golft de beleving van deze reis op en neer en vandaag wordt opnieuw de top bereikt. Deze dag kent een goedgevuld programma met een prachtig ritje op het gletsjermeer van Jökulsárlón en een bezoekje aan een fantastische waterval. De dag begint met ritje op het gletsjermeer. Ritje? Ja, want dit wordt namelijk gedaan met een amfibievoertuig dat op land rijdt, maar ook moeiteloos in het meer kan varen. Het meer van Jökulsárlón is uniek omdat het zich vlakbij de oceaan bevindt, maar toch wel ijsbergen kent. Dat zorgt er ook voor dat op het aanpalende strand er ook smeltende ijssculpturen te zien zijn. Zoals ik dus zei: bijzonder. Na mijn trip naar Antarctica gaan de ijsbergen me zeker niet imponeren, maar toch moet ik zeggen dat het leuk is om opnieuw al die verschillende ijsbergen te zien in het meer. De wauw-factor die m'n reisgenoten wel hebben, ontbreekt wel echter bij mij.

Na de rondvaart vertrekken we niet onmiddellijk, maar nemen we nog even de tijd om rond te dwalen op het strand waar dus verschillende ijssculpturen staan die bezig zijn om hun laatste ijselijke adem uit te blazen. De aanpalende brug zorgt eveneens voor een fotogeniek moment. Even later is het wel tijd om terug in de bus te kruipen en die brengt me deze keer naar de waterval van Svartifoss. Deze waterval vergt een klim van 175 meter en ik moet toch zeggen dat die redelijk tegenvalt en het me meer kracht kost dan ik wil toegeven. Als beloning wacht er wel een magnifieke waterval. De watervallen ben ik inmiddels moe, maar deze is wel de moeite waard. De basalten wand die de waterval omringt, kan zo dienen als wallpaper op het bureaublad van m'n laptop.

Ik heb niet altijd meeval met het weer in IJsland, maar deze keer ben ik wel bij de geluksvogels. De onheilspellende hemel kondigt een regenbui aan en die heb ik net op tijd zien aankomen. Bij aankomst had ik er namelijk voor gekozen om onmiddellijk naar de waterval te trekken in plaats van iets te eten en dat blijkt achteraf de goede keuze te zijn. Reisgenoten die hebben besloten om eerst de inwendige mens te verzorgen, belanden in die gietende regen terwijl ik rustig iets kan eten in het bezoekerscentrum. Wanneer ik terug de bus op moet, heeft de regenbui terug plaatsgemaakt voor een bescheiden zonnetje. Soms mag het ook eens meezitten!

Het slotstuk van deze dag is gereserveerd voor het zwarte strand van Reynisfjara. Het weer is  dusandermaal behoorlijk kut met peren en dat vertaalt zich in een onstuimige zee die spectaculair tegen de kliffen slaat. Dat de golven behoorlijk snel kunnen opduiken, ondervind ik zelf aan den lijve wanneer ik ternauwernood kan ontsnappen aan een snel aanstormende vloedlijn. Zelf heb ik net geen natte voeten, maar een heleboel andere toeristen hebben minder geluk. Wat dit strand zo speciaal maakt, is uiteraard de combinatie van fraaie kliffen en zwart lavastrand, maar met name de vorm van de kliffen zijn uniek. De basalten rotsen gelijken op die van de waterval van Svartifoss waardoor de rotsen zelfs het predicaat van kathedraal krijgen toegedicht. Even verder wacht er een tweede rondje van dit strand met een ander zicht, maar zo mooi als het begin wordt het niet. Desondanks is dit strand verreweg het mooiste van alle stranden dat ik op deze reis heb bezocht!

donderdag 4 november 2021

Reisverslag IJsland deel vijf: flirten met de noordpoolcirkel


Dinsdag 31 augustus
De Westfjorden worden uitgewuifd en we knopen opnieuw aan met het commerciële circuit van de ring road, maar voor het zover is, wordt er eerst nog een nachtje verbleven in het afgelegen Laugarbakki. Dit is misschien wel het meest doodse gedeelte van de reis aangezien er in deze streek niet gek veel te beleven valt. Het enige hoogtepunt van deze dag is het folkloristische museum van Tovenarij en Hekserij in het plaatsje Holmavik. Toch een beetje mager voor een gehele dag. 

Net zoals de vorige dagen is de blauwe bus de thuishaven van deze toeristenbende met af en toe fotostops van de fraaie kustlijn. We bevinden ons hier niet zo ver van de noordpoolcirkel, maar dat kan je niet afleiden uit het weer. Enkele dagen geleden werd in het iets verderop gelegen Akureyri de warmste temperatuur ooit gemeten in IJsland. Het weer op deze dag is - net zoals tijdens de gehele reis - wisselvallig. De koffers in de bus zijn deze keer voorzien met een extra kostuum in de vorm van vuilniszakken. Bij de modderachtige f-roads blijkt dat het busje niet helemaal bestand is tegen zoveel moddergeweld en achteraf stellen we vast dat via het ventiel van het reservewiel een alleraardigst portie modder en water wordt binnengesmokkeld.

Deze dag kent zoals gewoonlijk een aantal fotostops met als bijzondere vermelding een plekje waar een aantal zeehonden liggen. De beestjes worden gretig gefotografeerd, maar ik heb mijn deel van robben wel gezien sinds mijn reis op Antarctica en bovendien reikt mijn zoomlens niet ver genoeg om deze zoogdieren op gevoelige plaat vast te leggen. Wat later is het dus de beurt aan het museum van Tovenarij en Hekserij waar ik een half uurtje ronddool na eerst een grote pizza te hebben gegeten. Pizza en fast food zijn ondertussen een vast item geworden in IJsland, wellicht omdat het snel op te warmen is en lang bewaard kan worden. 

Chauffeur Anna trok zich het leed van de natte koffers aan en als zoenoffer had ze een prachtige tip. Niet ver van Laugarbakki ligt namelijk de prachtige kloof van Kolugljúfur en bij de eerste blik op deze kloof was de groep al het leed onmiddellijk vergeten. Had ik niet eerder de Markarfljótsgljúfur-kloof bezocht dan zou ik ook geïmponeerd zijn geweest door zoveel natuurgeweld. Toch blijft het een prachtig stukje natuur waar ik met veel plezier bleef. En zo kent een eerder saaie dag toch een mooi einde.


Woensdag 1 september
Akureyri is de eindhalte van deze dag en geldt als de noordelijke hoofdstad van IJsland. Met ruim achttienduizend inwoners is het naar IJslandse normen een mastodont van een stad. De hoofdattractie van vandaag is echter het museum van Glaumbær. Dit is een soort van IJslands Bokrijk in miniformaat waar nog enkele turfhuisjes staan. De turfhuisjes zijn - zoals de naam al zegt - gemaakt van turf en houden de koude verrassend goed buiten. Het nadeel is wel dat turf niet zo stabiel is en onder hevige weersomstandigheden kunnen eroderen. Dat is meteen ook de reden waarom IJslanders vanaf de 19de eeuw overstapten naar meer stabiele bouwvormen zoals hout en steen. 

Het museum van Glaumbær toont hoe een grote hoeve er honderden jaren geleden uitzag en meteen valt op hoe klein de vertrekken zijn. De huisjes en hoeve zelf zijn geenszins klein, maar zo'n boerderij kon tot twintig personen huisvesten wat zeker niet min is. Net zoals veel van de andere IJslandse musea is dit interessant voor een half uurtje, maar langer kan me het helaas niet boeien. Onderweg naar Akureyri organiseert reisleider Marcel telefonisch een boottochtje in de avond waar men op zoek gaat naar walvissen. Dat is een behoorlijk prijzige aangelegenheid en als enige van de toeristenbende bedank ik voor het aanbod. Net zoals de zeehonden heb ik het allemaal al gezien in Antarctica. 

Eenmaal aangekomen in Akureyri besluit ik om een uitgebreide avondwandeling te doen. Mijn reisboek over IJsland stelt een route voor en die brengt me naar een kitscherig standbeeld van de eerste kolonisators als startpunt. Het wordt geen mooie avondwandeling, maar wel een bijzondere. Zo leer ik dat in de jaren dertig op deze plek de eerste televisiesignalen van de BBC in IJsland werden opgepikt en kom ik ook terecht in een erg fraaie botanische tuin waar ik met plezier naar de flora kijk. De rest van de wandeling gaat door residentiële zones, maar sluit wel af in schoonheid door het oude stadsgedeelte van Akureyri. En onderweg zie ik de luchthaven van Akureyri. Het is te zeggen: een landingsstrook van amper een paar honderd meter lang vlak naast de plaatselijke fjord. Zoals ik zei: niet mooi, maar wel bijzonder!

Donderdag 2 oktober
Naar deze dag heb ik reikhalzend uitgekeken en ze heeft zeker niet teleurgesteld, hoewel ik voor mezelf het leven toch aardig moeilijk maakte... De omgeving van Myvatn is namelijk het toeristentoneel voor deze dag en dat begint met de pruttelende modderpoelen in het gelijknamige plaatsje. Deze poelen worden aangewakkerd door de ondergrondse hitte en dat zorgt ervoor dat ik modder bijna letterlijk zie koken! Ondertussen leer ik ook dat Myvatn in het Nederlands zoveel betekent als muggenmeer en dat heb ik geweten. Honderden muggen zien in mij een ideaal feestmaal en wanneer ik de insecten van me probeer af te slaan, beland ik uiteraard in een put tot aan kniehoogte. Resultaat: mijn schoen vol met bruine smurrie en een broek die deze reis nog enkel dienst doet als wasproduct.

Dat mag de pret echter niet drukken en na wanneer ik als een halve gek mijn schoen heb uitgeklopt, kan ik nog enigszins presentabel uit de bus stappen. De volgende uitstap laat niet lang op zich wachten en is een kleine vulkaan dat een mooi uitzicht biedt over deze geothermisch drukke omgeving. Blikvanger is het kratermeertje dat een diepblauwe kleur kent. De tijd staat echter niet stil en na een half uurtje gaan we al weer verder naar het labyrint van Dimmuborgir. En wat mij betreft is dit één van de hoogtepunten van de gehele reis. 

Dimmuborgir is een plek die bestaat uit grillige rotsformaties van lava die ongeveer drieduizend jaar geleden zijn ontstaan in de meest spectaculaire vormen. De rotsen zijn echter poreus en daarom zijn er verscheidene paden aangelegd die je door dit doolhof leiden. Dat mag je letterlijk nemen, want paden zijn niet echt bewegwijzerd met kleurcodes. Ik ben echter niet voor één gat te vangen en ik had op voorhand al een offline kaart van IJsland gedownload op Wikiloc waar al de paden mooi zijn aangeduid. Zodoende heb ik een mooie wandeling gemaakt, maar een labyrint kan ik het dus niet meer noemen voor mij. 

Even later brengt de bus ons naar een erg fraai uitkijkpunt over - wat ik vermoed - het meer van Myvatn is. Enkele eilandjes en schiereilandjes domineren het panorama over dit meer. Dit meer is overigens vrij groot met een omvang van zevenendertig vierkante kilometer en is dus een kleine wereld voor een heleboel vogels en andere dieren. De laatste uitstap van de dag bevindt zich vlakbij ons hotel waar ik een rondje maak rond de pseudokraters van Skútustaðir. Pseudokraters ontstaan door de ondergrondse warmte die de drukte op het aardoppervlak doet toenemen. Het is een typisch IJslands verschijnsel dat je overwegend in deze omgeving tegenkomt. Ook deze wandeling is een plezier om te doen in een dag die bol staat van de hoogtepunten. 

zaterdag 23 oktober 2021

Reisverslag IJsland deel vier: de Westfjorden

Zaterdag 28 augustus
Mijn reis door IJsland is eigenlijk een tweeluik dat op deze dag het tweede en laatste deel aanvangt. De eerste week ben ik samen met een hele hoop andere wandelaars door de IJslandse hooglanden getrokken om te genieten van de Laugavegur. De volgende dertien dagen mag ik meer het luxebeestje uithangen en begeef ik samen met anderen reizigers van Koning Aap in een busje door IJsland. Het wordt nu ook een stuk kleinschaliger met slechts een twaalftal personen. Bijzonder is dat de meerderheid Belgen zijn terwijl bij mijn twee vorige georganiseerde reizen de Nederlanders verreweg in de meerderheid waren. Voor de groepsdynamiek maakt het echter weinig uit. 

De dag begint al goed wanneer het knalblauwe toeristenbusje ruim een kwartier later dan gepland arriveert. Bestuurster Anna blijkt een goedgemutste, kranige zestiger te zijn die al even vrolijk door het leven stapt als ze met de bus rijdt. De eerste kleine stop houdt halte bij het plaatsje Borgarnes waar een eerste turfhuisje staat. Tot tweehonderd jaar geleden werden de meeste huizen in IJsland gemaakt van turf omdat dit vrij gemakkelijk te verkrijgen was en het hield de warmte binnen in het koude IJsland. Tegenwoordig zijn ze echter een rariteit. De eerste langere stop is bij Búdir waar het zwarte kerkje erg fotogeniek is. Maar nog mooier is de omgeving dat een prachtig samenspel is van zwarte rotsen en groen gras met op de achtergrond bergen die omhelst worden door een onheilspellende mist. Een half uurtje is voorzien en dan moet ik weer terug de bus op. Ik wilde hier eigenlijk een stuk langer blijven, maar dat gaat dus niet. Het toeristische karakter van deze reis komt op dergelijke momenten wel erg hard naar boven en het is een euvel waar ik de eerste dagen toch danig mee kamp. 

Deze dag bestaat uit een goed gevuld programma en het is niet lang wachten op de volgende stop. Die eer gaat naar de prachtige rotsformaties van Anarstapi. Lichte regen kondigt zich aan, maar het past wel bij het sfeer van dit plaatsje. De rotsformaties mogen dan wel niet uitblinken door hun grote afmetingen, toch vind ik het één van de mooiere plaatsen tijdens mijn reis door IJsland. Ook hier kan ik gerust wat langer blijven, maar de wijzers van de klok tikken olijk verder en dat betekent weer de bus op voor alweer een nieuwe bestemming. Het strand van Djupalonssandur blijkt echter een kleine tegenvaller te zijn. Het strand zelf is fraai, maar er is simpelweg niet gek veel te zien. Er liggen nog enkele wrakstukken van een schip en er zijn ook enkele stenen te vinden. Deze stenen werden gebruikt om te zien of vroeger iemand kon meevaren op een vissersboot of niet. Mannen moesten namelijk meer dan vijftig kilo kunnen optillen. Aangezien ik geen ambitie heb om op zo'n boot te werken, ga ik niet proberen om dergelijke stenen op te tillen... 

De berg Kirkjufell is de laatste halte voor het hotel en qua omgeving ontegensprekelijk het mooiste plaatje van de dag. Hier bevindt zich namelijk een mooie waterval die nog mooier wordt wanneer je de Kirkjufell als achtergrond erop kan zetten. Dat hebben andere toeristen ook door, want het is hier behoorlijk druk. Het hoogseizoen mag dan op zijn einde lopen, maar met deze mensenzee zou ik dat niet durven zeggen. Het hotel bevindt zich bij Stykkishólmur wat een mooi plaatsje is voor straatfotografie. Het diner begint pas om acht uur 's avonds en dat geeft me dus nog de gelegenheid om foto's te nemen van deze plek. Vooral de moderne kerk is goed voor een paar kiekjes.
 
Zondag 29 augustus
Op deze dag staat er normaal gezien een ritje geprogrammeerd met de ferry naar de Westfjorden, maar die blijkt in deze tijden slechts één keer uit te varen en dat is om half vijf 's avonds. Dat gooit het hele reisprogramma overhoop en dan rest er slechts één alternatief: met de bus gaan. De weergoden hebben er niet veel zin in vandaag en het is wellicht de slechtste dag qua weer van de gehele reis. De gehele dag regent het en een laaghangende mist maakt het helemaal onmogelijk om iets mee te pikken van de omgeving. Af en toe wordt er wel gestopt voor fotostops, maar met de mist is er niet zo veel te zien. 

Eén van de reisgenoten beleeft wel een topdag want hij mag voor de eerste keer plaatsnemen in een warmwaterbron. 't Is te zeggen, kleine baden die amper een paar vierkante meter groot zijn waar dan een hele horde toeristen op zit te apegapen. Nee, dan ben ik blij dat ik in Landmannalaugar heb kunnen ronddobberen in het warme water en niet in zo'n klein badje. Een andere stop is gepland bij een gestrand schip. Om het toerisme wat te stimuleren hebben de IJslanders er niks beters op gevonden om ergens onderweg een scheepswrak te dumpen om toeristen te lokken. Dat lukt wonderweg want het nodigt wel uit tot het nemen van enkele mooie foto's.  

Hoogtepunt van de dag is Látrabjarg dat zich op het meest noordwestelijke punt van IJsland bevindt. Deze klif is veertien kilometer lang en het hoogste punt meet maar liefst 440 meter. Er broeden hier ook talloze vogels, maar de typische papegaaiduikers zijn in geen velden of wegen te bekennen. Die zijn inmiddels met de noorderzon verdwenen en verhuisd naar warmere oorden. De kliffen van Látrabjarg zien er indrukwekkend uit, maar erg lang duurt het uitstapje niet. Het geeft me wel genoeg tijd om een indruk te krijgen van hoe de kliffen eruitzien en hoe de vogels er broeden. Het is wel een dankbare plaats om foto's te nemen door het dramatische karakter van de rotsen en de vogels die er rakelings naast vliegen. Qua natuur zijn de Westfjorden misschien wel het mooiste gedeelte van IJsland op deze dertiendaagse reis en Látrabjarg maakt daar zeker deel van uit.   

Op de website van Koning Aap wordt er gepocht met parelwitte zandstranden, maar in dit miserabele weer is er weinig van te zien. Tussen de regendruppels door kan ik soms wel iets opvangen van deze stranden, maar erg appetijtelijk ziet het er op deze dag niet uit. Het dramatische weer heeft wel een positieve impact wanneer plots uit het niets een leuk kerkje opduikt. Het bouwwerk staat bijna letterlijk in the middle of nowhere, maar dat levert wel mooie foto's op in combinatie met het weer. Een erg klein voordeel bij erg veel nadeel. 

Maandag 30 augustus
De regen van de dag ervoor is nu ingeruild voor grauwe wolken die gelukkig hun waterstofdioxiden bijhouden. Dat zorgt er ook voor dat de mist wat verdwijnt en dan blijkt plots hoe majestueus de regio van de Westfjorden is. Magnifieke vergestrekte baaien worden vergezeld met bergen die hoog boven het water uittorenen. Men zegt dat je IJsland moet bezoeken omwille van de natuur en de Westfjorden zijn hier een goed voorbeeld van. Aangezien deze regio wat verder gelegen is van de traditionele ringroad die de meeste toeristen afleggen, is het hier ook wat rustiger. 

Bij de waterval van Dynjandi zou je dit echter niet zeggen. Het is hier relatief druk, maar in vergelijking met andere watervallen valt het nog altijd mee. Op mijn reis door IJsland heb ik een heleboel watervallen gezien, maar wat mij betreft, is dit de mooiste van het hele lot. De waterval gaat in verschillende trappen zo'n honderd meter naar beneden, maar vooral het bovenste stuk is indrukwekkend met een breed watergordijn dat geen enkele natuurliefhebber onberoerd laat. De klim naar boven zorgt ook voor een leuk uitzicht over de omgeving. De waterval stroomt namelijk in een baai en dat is al minstens even mooi om te zien als de waterval zelf. 

Onderweg wordt er ook even gestopt bij de dorpjes Thingeyri en Flateyri. De halte bij Thingeyri is eigenlijk niet meer dan een eetpauze, maar het dorpje Flateyri is wel de moeite waard. Dit dorpje werd in 1995 getroffen door een steenlawine wat het leven kostte aan een aantal mensen. Sindsdien hangen er netten bij de aanpalende rotsen van het dorpje die een nieuw drama moeten voorkomen. Het dorpje zelf is leuk om door te lopen. Het is gezegend met het oudste boekenwinkeltje van het land en dankzij de app van Wikiloc kan ik zelf een mooie wandeling uitstippelen die me brengt bij een iets hoger gelegen uitkijkpunt dat een goed zicht biedt over het plaatsje. 

Het hotel bevindt zich in Ísafjörður wat één van de grotere plaatsen is in IJsland en bij verlenging ook de Westfjorden. Reisbegeleider Marcel organiseert een zelfgeleide tour door het stadje en wijst op de Noors geïnspireerde architectuur van de huizen. Sommige straten kenmerken zich door hun felle kleuren, maar de meeste straten zijn qua architectuur toch vrij monotoon. Kerken vind je in IJsland in alle soorten en maten en ook deze ziet er weer totaal anders uit dan de kerken die ik eerder heb gezien in IJsland. Met ruim 2700 inwoners is Ísafjörður relatief groot en beschikt het over een zekere charme, maar ik zie me er zelf niet wonen. En al zeker niet in de winter wanneer het dorp helemaal is afgesneden van de buitenwereld.   

zondag 10 oktober 2021

Reisverslag IJsland deel drie: een waardig einde van de Laugevegur

Donderdag 26 augustus
De Laugevegur is weliswaar een langeafstandswandeling, maar wel een vrij korte. Afhankelijk hoe je wandelt, telt de Laugavegur 55 tot 60 kilometer en wordt deze trekking in vier dagen afgehaspeld. Ongeduldige wandelaars kunnen dit in drie of zelfs twee dagen doen, maar dan loop je wel het risico om veel natuurschoon mis te lopen door het gebrek aan tijd en het zwaardere tempo. Bij de variant van vier dagen heb ik hier geen last van en de vierde dag is een mooie afsluiter van deze hete bronnenroute (wat Laugavegur eigenlijk betekent in het Nederlands). 

Het moeilijkste stuk van de gehele trekking bevindt zich bij het begin van de vierde etappe bij een afdaling, of dat is althans mijn mening. De vele rotsen maken het moeilijk om te wandelen en bovendien is het lastig stappen in het mulle vulkaanzand. Tel daarbij de soms steile dalingspercentages en je hebt een recept om een uitschuiver te maken. Dat is gelukkig voor mij niet gebeurd, maar hier is wel even opletten. Als beloning voor het betere ploeterwerk door het zand is er een prachtige brug over de Markarfljótsgljúfur-rivier in de gelijknamige kloof. Het is de enige blikvanger op de eerste helft van deze wandeling richting Þórsmörk. 

De volgende kilometers kenmerken zich door hetzelfde landschap als de dag ervoor met lavavelden waar een gapende leegte het landschap bepaalt. Een dichte mist maakt zich meester van het terrein en ik wandel op mijn eigen tempo zodat ik op een gegeven moment helemaal alleen wandel. In de dichte mist heeft dat wel een mystiek tintje, maar bestaat er ook het gevaar om verloren te lopen. De paden zijn weliswaar goed gemarkeerd met paaltjes die je om de vijftig à honderd meter terugvindt, maar in deze mist is zo ver kijken bijna onmogelijk. Veel foto's kan ik bijgevolg ook niet maken aangezien er bijna niets te zien is. 

Plots hoor ik in de dichte mist een schaap mekkeren en dat verbaast me toch wel hard aangezien op deze lavavlaktes bijna niks groeit. Maar de viervoeter kondigt eigenlijk de komst aan van een groener stukje IJsland want bos en gras beginnen tekenen van leven te tonen. Eerst wacht er nog wel de laatste rivieroversteek van de trekking en dat is nog de meest uitdagende van het hele lot geworden. Er staat namelijk een vrij sterke stroming en de rivier is bovendien vrij breed. Met kleine stappen en wat evenwichtsoefeningen lukt het me om de laatste oversteek te overwinnen. 

Richting Þórsmörk groeit er een bescheiden bos, maar het groene karakter van deze streek is zeker welgekomen na het overwegend kale lavalandschap van de afgelopen anderhalve dag. Wel is het even zoeken naar de juiste route, want de opgegeven route die de gidsen bij het begin van de dag hadden uitgelegd, is bij nader inzien toch niet zo duidelijk. Ik heb echter de route op Wikiloc gedownload en die brengt raad. De app geeft aan naar welke richting ik moet stappen. Ik sluit me aan bij een ander groepje en via de F-weg is het even klimmen om uiteindelijk door een bos bij de camping te geraken na zo'n zestien kilometer wandelen. 

Na de pakjes adventure food is het tijd voor haute cuisine in de vorm van een veel te dure hamburger, maar fast food heeft nooit zo goed gesmaakt als nu. Het is duidelijk dat dit de eindhalte is van de Laugavegur want in vergelijking met de andere campsites is het hier wel erg toeristisch. Eén voordeel heeft het wel: faciliteiten zijn hier genoeg en de verkwikkende warme douche is een waar genot. Aangezien dit de eindhalte is van de Laugavegur staat er ook geen avondwandeling meer op het programma. Een extra lange namiddag en avond dus voor mij die ik al lezend doorbreng.  

   
Vrijdag 27 augustus
De trekking mag dan wel afgesloten zijn, dat betekent niet dat er geen avontuurlijk tintje meer plakt aan deze reis. Want het verlaten van Þórsmörk mag je best wel een klein avontuur noemen. Þórsmörk is namelijk omgeven door verscheidene rivieren die allemaal moeten overgestoken worden. Het waterpeil is de voorbije dagen aanzienlijk gestegen en de voorziene bus heeft rechtsomkeert gemaakt. Met een aangepaste bus die beschikt over extra hoge wielen is het van rivier naar rivier crossen. Op een bepaald moment begint de bus zelfs te drijven en dat is toch wel een spannend, maar eveneens akelig gevoel. De oversteek verloopt echter zonder problemen en bij een parking staat de oorspronkelijke bus te wachten. Die bus brengt ons naar Seljalandsfoss, één van de mooiere watervallen in IJsland. 

Deze waterval is uniek omdat je achter het water kan plaatsnemen. Achter de waterval bevindt zich namelijk een halfopen grot waar je het watergordijn rustig kan bekijken. Met zijn zestig meter is dit niet de hoogste waterval van IJsland, maar daarom niet minder spectaculair. Vlakbij is er ook het kleine broertje Gljúfrabúi. Deze waterval bevindt zich in een natuurlijke nis en is gemakkelijk te missen. Je moet namelijk langs een slecht begaanbaar rotspad om bij deze waterval te komen. Leuk om even te zien, maar het is wel duidelijk dat de Seljalandsfoss de echte ster is van deze plek. 

De echt laatste wandeling van de week gaat naar de top van de Fagradalsfjall-vulkaan. Deze vulkaan is sinds maart van dit jaar opnieuw actief en daarom een must-see. De weg naar de vulkaan is duidelijk aangegeven met bordjes en recente lavavelden maken inderdaad duidelijk dat deze vulkaan nog actief is. In drie klimmen begeef ik me naar de top van een aanpalende berg. Zelf een kijkje nemen in de buurt van de caldera is veel te gevaarlijk, maar dit is ook een mooi alternatief. Wanneer ik de vulkaan bewonder is die helaas niet actief en moet ik het doen met het prachtige landschap wat beslist ook geen straf is. 

De weg terug vergt wat zoekwerk, want er zijn namelijk twee parkings en dan loop je liever niet verkeerd. De Wikiloc-app brengt redding, maar dan nog blijkt achteraf dat ik een stukje verkeerd ben gegaan. Achteraf blijkt ook dat ik best wat langer gebleven ben, want een groepje na mij kan trots vertellen dat het de vulkaan lava zag uitspuwen. Jammer, maar c'est la vie! De bus brengt ons terug naar Reykjavik Campsite waar het zeven dagen geleden allemaal begonnen is. Het kampeermateriaal geef ik terug af en helaas moet ik passen voor het afscheidsfeestje. Ik moet namelijk naar Iceland Air Hotel Natura waar ik aansluit bij een groep van Koning Aap voor het tweede deel van mijn reis door IJsland.      

zaterdag 9 oktober 2021

Reisverslag IJsland deel twee: de indrukwekkendste panorama's die ik ooit zag

Dinsdag 24 augustus
De eerste etappe van Landmannalaugar naar Hrafntinnusker vind ik persoonlijk de beste van de gehele Laugavegur-trekking, maar de mooiste is ongetwijfeld etappe twee van Hrafntinnusker naar Álftavatn omwille van de adembenemende uitzichten onderweg. Als je ergens spectaculaire foto's tegenkomt van de Laugavegur, is de kans reëel dat het een foto is die genomen is op deze etappe. En met goede reden: de panorama's die je hier ziet, zijn misschien wel van de mooiste die je op deze aardebol kan terugvinden! 

Het eerste wapenfeit van de dag is de tent terug afbreken en inpakken. De nacht ervoor was het met een bang hartje afwachten hoe hard de wind zou waaien, want Hrafntinnusker bevindt zich op een bergtop waar de wind wel eens stevig durft te waaien. Daarom zijn er stenen cirkels gebouwd waarin tenten kunnen geplaatst worden zodat ze niet te veel hinder ondervinden van de wind. Gelukkig blijft windkracht tien uit en staat de tent er nog wanneer ik wakker word. Dat telt toch ook al als een kleine overwinning! 


De eerste zes kilometer van deze wandeling is lichtjes geaccidenteerd met enkele stukken waar het plots naar omlaag en omhoog gaat. Dat ondervindt een avontuurlijk aangelegd groepje van mountainbikers die gepakt en gezakt met hun fatbike dezelfde route doen als wij. Zij liever dan ik, want dit ziet er toch wel vrij zwaar uit... Gelukkig voor hen zijn de volgende kilometers over het algemeen relatief plat. De ryholietbergen zijn hier gastheer en soms is het een indrukwekkend zicht om deze horde wandelaars van paaltje naar paaltje te zien lopen met op de achtergrond de imponerende bergen. Daar zitten ook af en toe wat ijsvelden bij, maar dit zijn slechts kleine strookjes. De kleine klimpartijtjes naar boven kunnen soms wel heftig zijn zoals een Amerikaans koppel aan den lijve ondervindt. Het aantal meters omhoog valt goed mee in tegenstelling tot het hellingspercentage. Met wandelstokken is het soms al een uitdaging en wanneer je die niet hebt, is dat nog een veel groter euvel. 

Het blijkt vandaag een Amerikaans feestje te zijn, want een andere groep wandelaars spreekt Engels met een verdacht Amerikaans accent. Ik besluit het groepje te volgen en - Amerikanen die Amerikaans zijn - wijken even van geëffende pad af en plots tref ik een bijzonder fraaie ijsgrot aan waar een gletsjer doorloopt. Het zijn dergelijke momenten die een brede lach op mijn gezicht toveren. Het is toch een wonderlijk gevoel om in zo'n grot te lopen. Dat denken velen anderen ook, want plots zie ik stuk voor stuk wandelaars opduiken die een kijkje komen nemen bij zoveel onverwachts natuurschoon. En gelijk hebben ze! 

Pièce de résistance is de pauze in het midden van deze etappe met het mooiste uitzicht van de gehele trekking. Ik kijk uit op het helderblauwe meer van eindhalte Álftavatn dat geprangd zit tussen de bergen. Een opgestapeld wolkendek passeert wanneer ik foto's neem en de kreten van bewondering in de wandelmenigte is niet meer te tellen. "Bwa, kan er mee door" zeg ik erg sarcastisch wanneer ik mijn appreciatie voor het landschap uitdruk. Ik ben al op diverse plekken in de wereld geweest, maar dit landschap schaart zich probleemloos onder het beste wat ik tot dusver heb gezien. Ik weet niet hoeveel foto's ik hier heb genomen, maar het zijn er in ieder geval belachelijk veel. 

Het vervolg van de wandeling kent een stevige afdaling waarvoor de gidsen hadden gewaarschuwd. Misschien iets te hard, want de afdaling is niet zo spectaculair zoals ze werd aangekondigd. Het gaat weliswaar zo'n driehonderd meter naar beneden over rotsachtig terrein, maar wel in een mooi zigzaggend parcours zodat het nooit écht steil naar beneden gaat. Het is wel uitkijken waar je je voeten zet, want door het prachtige decor heb ik steeds de neiging om in de verte te kijken. Bij het einde van de daling wacht er even later de eerste rivieroversteek. De rivieroversteek is verraderlijk omdat het riviertje niet groot is, maar wel een sterke stroming kent. Daarom is er een touw gespannen dat wat houvast biedt, maar met wat horten en stoten geraak ik aan de overkant. 


Dan is het nog een tweetal kilometer op een vlak parcours wandelen naar Álftavatn met op de achtergrond groene bergen. Een waardige afsluiter voor een heel erg mooie dag. Toch vind ik de eerste dag net een tikkeltje beter omdat het wat meer divers is qua landschappen zoals de kleine geisers. Wanneer de tenten zijn opgezet, bestaat er ook de mogelijkheid om deel te nemen aan een optionele avondwandeling. Op de eerste dag werd me dat sterk afgeraden omwille van mijn schoenen, want dat zou rampzalige gevolgen hebben bij een daling naar een ijsgrot. Deze keer is het wel veiliger en worden de nabije toppen rond Álftavatn opgezocht. 

Over de avondwandeling kan ik erg kort zijn, want die valt jammer genoeg tegen. Het uitzicht op het meertje van Álftavatn is schitterend, maar opkomende mist voorkomt dat je ook maar iets van foto's kan nemen. De terugweg verandert nog even in een speurtocht wanneer ik een alternatieve route neem en geklemd kom te zitten tussen twee riviertjes. Terugstappen zie ik niet zitten en dus wordt het een reuzensprong over het water. Niet reuze genoeg, want natte voeten zijn mijn deel. Dan maar laten drogen in de tent.  

Woensdag 25 augustus
In Las Vegas heb je ook niet altijd jackpot als je gokt en wanneer je een trekking doet heb je ook niet altijd een topdag. Dat ondervind ik bij dag drie van Álftavatn naar Emstrur waarvan ik gelezen had dat het aanspoorde tot nadenken. Dat is eigenlijk een eufemisme voor een etappe die voornamelijk door eerder monotone lavavlaktes gaat met hier en daar een natuurmonument om de variëteit er toch in te houden. En bij de afsluiter van de dag kan je zeker zeggen dat dit een monument van de natuur is!

Het Amerikaans feestje waar ik eerder over schreef, hebben onze vrienden van Uncle Sam perfect in de praktijk omgezet want de boxen knalden op hun hardst in de afgelopen nacht. Zelf heb ik er weinig last van gehad, maar gezelligheid kan je ook creëren zonder de volumeknop van je boombox op tien te zetten. Toch denk ik niet dat veel personen last hebben van de plaatselijke lawaaihinder, want iedereen ziet er weer fris(ser) en monter uit dan de dag ervoor. Het genot van de plaatselijke douches zal daar niet vreemd aan zijn na een dagje afwezigheid. De route begint zoals bij de avondwandeling de dag ervoor, maar gaat dan naar links om wat later een stevige beklimming te maken. 

Het spectaculaire uitzicht van de bergen ontbreekt nu en het zijn de kleine dingen die ik op deze dag meer apprecieer. Zoals wanneer plots enkele hutjes opduiken na een bocht in een godvergeten plek. Opzoekwerk leert me dat hier gaat om enkele slaaphutten die je kan huren om te overnachten. Als ik de idyllische plek van Álftavatn vergelijk met deze gapende leegte, lijkt me dat echter geen goed idee. De wat montotone beginkilometers worden af en toe onderbroken met een rivieroversteek. Op deze dag zijn er dat twee. Bij de eerste is de stroming veel minder sterk en daarom vrij vlot te nemen. Daarna herneem ik terug geëffende pad dat duidelijk is afgebakend. Het is namelijk de bedoeling dat je op deze plek blijft om het kwetsbare mos niet aan te tasten. 

Door deze desolate Marsvlakte stappen oogt indrukwekkend, maar verliest toch al snel z'n charme omwille van gebrek aan diversiteit in het landschap. Psychologisch is deze etappe zwaarder dan fysiek. Toch wil ik niet te kritisch klinken, want het landschap is echt wel indrukwekkend wanneer je - zoals ik - nooit eerder zo'n decor hebt gezien. Bovendien zijn er af en toe wat momenten die de wandeling kleuren zoals een rivieroversteek of een pittoreske waterval bij een snelstromende rivier. Bovendien contrasteren de groene bergen fel met de zwarte lavavlaktes en dat zorgt soms voor pittoreske beelden. De moeilijkheidsgraad van deze etappe ligt eerder bij het feit dat die met zestien kilometer plots een stukje langer is dan de vorige etappes in een eerder monotoon landschap. 



Eindhalte Emstrur doet dat echter snel vergeten, want dit is zonder enige twijfel de mooiste verblijfplaats van gehele trekking. Wanneer ik aankom, is ogenschijnlijk alles al volzet, maar een gids leidt een groepje inclusief mezelf naar een klein paadje naar beneden waar een schitterend lapje grond is gelegen naast een kabbelend beekje omgeven door natuurschoon. En opnieuw verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. Dit is ook de eerste dag dat ik de tent volledig op eigen houtje kan opzetten en daar ben ik een tweede keer blij om. 

Het hoogtepunt van de dag bevindt zich echter bij de avondwandeling waar er een rondje wordt gedaan rond de Markarfljót-kloof. Dit is ongeveer een wandeling van een uur, maar de kloof ziet er echt prachtig uit. De steilste wanden van de kloof zijn ongeveer tweehonderd meter hoog, maar is daarmee eerder een lilliputter vergeleken met de echt grote kloven in IJsland. Het is echter het spectaculaire uitzicht waar de Markarfljót-rivier door deze kloof kronkelt in de meest diverse kleuren wat deze kloof zo speciaal maakt. Wanneer ik een fotoboek maak, weet ik niet welke foto's ik ga plaatsen op de covers, maar de kans is reëel dat het een foto wordt van de Markarfljót-kloof. De rest van de kloof oogt wat minder spectaculair, maar loont nog steeds de moeite. En zo maak ik me de bedenking dat de minst leuke dag van de Laugavegur nog steeds even goed is als mijn beste dag op de West Highland Way. Het zegt veel over de kwaliteit van de Laugevegur als trekking.