zondag 16 maart 2014

Change management: business voodoo of wetenschap in werking?

Jouw functie
De Senior Change & Business Transformation Consultant is verantwoordelijk voor alle aspecten van onze change management consulting services bij de klanten. Dit omvat het mogelijk maken van systeemimplementaties door change management, organisaties ondersteunen tijdens significante transformaties (fusies, overnames, shared services, herstructureringen …) en het creeëren van een change cultuur. Een greep uit het aanbod van verantwoordelijkheden:
  • Het ontwikkelen, in nauwe samenwerking met de klant, van een op maat gemaakte change management strategie die rekening houdt met de specifieke situatie, de impact van de change en de gewenste resultaten
  • Het implementeren van een sterk change management process met aandacht voor stakeholder management, leiderschap acties, ontwikkelingsplannen, communicatieplannen …
  • Advies verlenen op het vlak van organisational redesign interventions die organisationele effectiviteit stimuleren
  • Het trainen van business leaders die in staat zijn change en culturele transformatie te begeleiden
  • Het organiseren van change consulting projecten van start tot finish

Bovenstaand stukje tekst komt van een jobaanbieding van een "senior change & business transformation consultant" van de firma Delaware. Het gaat dus om iemand die bedrijven helpt bij veranderingen. Dit kan dus gaan van kleinschalige projecten tot grootste transformaties op bedrijfsniveaus zoals bijvoorbeeld een fusie. De vraag is echter of veranderingen gestuurd kunnen worden. 

Size does matter
Het belangrijkste bij dit soort projecten is wellicht de omvang van de verandering die en bedrijf wil doorvoeren. Veel projecten hebben namelijk invloed op de werking van een bedrijf, maar deze verandering is vaak niet meer dan een verandering van gewoontes. Het gaat bijvoorbeeld om projecten waar bij een bedrijf nieuwe tools worden gebruikt. Zelf heb ik als business analyst aan een project meegewerkt bij Euroclear waar Changepoint werd geïntroduceerd. Changepoint is een project- en portfoliomanagement tool met verschillende functionaliteiten. De tool kan gebruikt worden om verschillende ideeën te rangschikken zodat het steering committee vervolgens de meest zinvolle (en winstgevende of kostenbesparende) projecten worden geconcretiseerd, maar het wordt ook gebruikt om projecten op te volgen à la Microsoft Project en door de gewone werknemers om hun tijd te registreren. Bij dit project was ook een change manager betrokken die alle betrokken partijen op één lijn moest krijgen om deze tool zo goed mogelijk te gebruiken. 

Dit is een interessante en uitdagende functie want het overschrijdt de grenzen van een klassiek project. Hier moet je namelijk rekening houden met de bestaande bedrijfscultuur, procedures die gebruikt worden, de algemene attitude van werknemers, eventueel verzet tegen het project en het luisteren naar behoeftes van betrokken partijen. Niet alle partijen zijn namelijk even hard geïmpacteerd door een project. Sommige partijen moeten hun volledige werkwijze herzien terwijl andere partijen een kleine procedure moeten veranderen. 

Bij Euroclear was de implementatie van deze verandering eigenlijk verrassend simpel. Niet omwille van de aard van de job - die is veeleisend en uitdagend - maar wel omdat de factoren die change management moeilijk of gemakkelijk maken de sterren gunstig gezind waren. De verandering kwam er namelijk op vraag van de PMO-dienst (project management office) die het beu was om met allerlei tools de gewenste informatie te bekomen. Met Changepoint was er één tool waar je (bijna) alles mee kon doen. Voor de werknemers van Euroclear betekende dit dat hun leven gemakkelijker werd gemaakt en was de bereidwilligheid om aan dit project mee te werken groot. Ze kenden de visie achter het project en begrepen waarom deze verandering nodig was. 

Een bijkomend hulpmiddel was de overheersende cultuur bij Euroclear. Euroclear is namelijk een dochteronderneming van JP Morgan en zoals algemeen geweten zijn deze bedrijven heel goed en duidelijk gestructureerd. Bij Euroclear is dit ook het geval met een uitgesproken matrixcultuur waar procedures erg belangrijk zijn. Dit stemt overeen met een task cultuur waar expertise en in mindere mater autoriteit belangrijk zijn. Door deze twee criteria te beïnvloeden is het mogelijk om de veranderingen die dit project teweeg brengt te beïnvloeden.

Diamant
Het hoeft geen betoog dat dit voor grotere veranderingen een stuk moeilijker is. De complexiteit zit namelijk in de talloze factoren waarmee je rekening moet houden. Verandering is immers niet wat gepland kan worden. Soms starten bedrijven bewust een veranderingsproject na bijvoorbeeld de aanstelling van een nieuwe bedrijfsleider, maar in verreweg de meeste gevallen zijn externe factoren de oorzaak van verandering. Leavitt heeft deze factoren schematisch voorgesteld in een diamantfiguur. 



Factoren die invloed hebben op veranderingen zijn gerelateerd aan structuur, technologie, mensen en taken wat direct een goed gevulde boterham is. Dit idee borduurt verder op de beroemde bewering van strategiegoeroe Mintzerg die stelt dat structuur en strategie onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Voor change management is dus de structuur van een bedrijf, de strategie die het hanteert, de achterliggende technologieën en de mensen die ermee werken van belang. En dit beweegt veel academici ertoe om te beweren dat cultuur belangrijker is dan een bepaalde strategie van een bedrijf. Als je Leavitt's diamantvorm ziet, besef je onmiddellijk waarom veel academici dit zeggen.  d

Consultants hebben hier echter geen boodschap aan en hebben hun eigen agenda die ze moeten verkopen. Dat brengt ons dus bij consultancybedrijven zoals Delaware, McKinsey, Deloitte, KPMG en talloze andere. Zij beweren namelijk dat dit wel gaat met de juiste begeleiding. Maar om te toetsen of dit daadwerkelijk kan, is het belangrijk om eerst te definiëren wat cultuur eigenlijk is en inhoudt. 

De meest gebruikte (en simpelste) definitie van cultuur is dat het een verzameling van waardes, tradities, en gebruiken die in de organisatie gedeeld worden en het groepsgedrag in de organisatie bepalen. Zo kan een bedrijf een matrixstructuur hanteren waar er een task cultuur heerst, terwijl in KMO's we eerder een power cultuur terugvinden waar autoriteit erg belangrijk is en een persoonscultuur bij creatieve beroepen zoals bijvoorbeeld marketingbureaus. De structuur van zo'n organisatie brengt onmiddellijk een eigen cultuur met zich mee. Bij een task cultuur zal het makkelijker zijn om cultuur te beïnvloeden door bestaande processen en procedures aan te passen. Bij een persoon cultuur is dit veel minder evident. 

Kotter heeft zich opgeworpen als een vakgoeroe in change management en heeft acht stappen beschreven die een succesvol change management project moet bevatten: 1. creëer een gevoel van urgentie 2. vorm een coalitie dat het project leidt 3. creëer een visie 4. communiceer deze visie 5. geef mensen de autoriteit om binnen deze visie te handelen 6. creëer kleinschalige winsten 7. consolideer deze verbeteringen om meer verandering te genereren 8. internaliseer deze veranderingen. Deze aanpak wordt door een aantal academici bekritiseerd omdat het een stappenplan hanteert bij veranderingen, terwijl veranderingen iteratief zijn in plaats van lineair. Zo'n stappenplan zal bij een incrementele verandering in een task cultuur zoals het Changepoint project bij Euroclear werken, maar biedt te weinig voedingsbodem bij transformaties van organisaties. 

Organizational development
Voor transformaties van organisaties bestaat er een alternatief in de vorm van organizational development (OD). OD verschilt van klassiek change management in de zin dat het zich richt op de lange termijn en het bedrijf en niet zozeer het project an sich. Het probeert met andere woorden de onderliggende sociale, culturele en politieke factoren van een bedrijf te beïnvloeden. Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan want dit een werk van lange adem waar de effecten niet meteen meetbaar zijn en het is moeilijk om te zeggen of er significante veranderingen in een bedrijf plaatsvinden omdat veranderingen gestaag worden geïmplementeerd. Bij OD wordt er onderzoek gedaan naar de verbeteringen die in een bedrijf kunnen plaatsvinden en dit zijn dikwijls kleine interventies. dd

Bij een klassiek change management traject is dit bijvoorbeeld werken met een maandelijkse nieuwsbrief om betrokken partijen de voortgang van het project te laten bekijken. OD betrekt de partijen echter door bijvoorbeeld via team building activiteiten een grotere teamcohesie te creëren. Dit is dus met andere woorden een "softere" aanpak van change management en geniet daarom niet altijd de voorkeur van bedrijfsleiders omdat het zich moeilijk in doelen en indicatoren laat uitdrukken. De meeste academici zijn het er echter wel over eens dat deze aanpak efficiënter is om veranderingen te verankeren in een organisatie dan klassieke change management projecten en zeker als het gaat om het transformeren van een totale organisatie. 

De hamvraag blijft of change management - of het nu OD of een klassiek project is - werkt. Het antwoord is ambigu. Bij incrementele projecten met een geringe verandering zal de efficiëntie groter zijn dan bij grote transformaties. Mensen zijn namelijk gewoontedieren en het is verbazingwekkend hoe moeilijk het soms is om deze gewoontes te wijzigen. De realiteit leert dat de meeste projecten hun gewenste doel niet bereiken omdat de hoeveelheid van factoren waarmee je moet rekening houden niet meer te overzien is. Anderzijds is er een soort van veranderingsvermoeidheid bij veel bedrijven omdat het aantal grote transformatieprojecten om de drie, vier jaar opnieuw worden opgestart. De enige constante in verandering is dus dat het constant aanwezig is.  

zondag 22 december 2013

Information systems & internet strategy

Voorstelling
ICT-management was wellicht te gewoontjes als naam voor een vak dus hebben ze bij Manchester Information Systems & Internet Strategy (afgekort ISIS) boven de doopvont gehouden wat eigenlijk... ICT-management is. Het vak maakt gebruik van een technocratisch perspectief wat zoveel wil zeggen als het begrijpen van enkele basisprincipes uit ICT om zodoende de managementaspecten van ICT te ondersteunen en bepalen. Het technische lingo wordt tot het hoogst noodzakelijke beperkt en valt zelfs als je helemaal niks van informatica kent heel goed mee. Veel ingewikkelder dan service-oriented architecture worden de termen niet. Belangrijk voor een ICT vak is dat het up to date is en dat is met ISIS zeker het geval. Het handboek is verrassend actueel met opkomende trends zoals BYOD (bring your own device), business analytics en big data.

De professoren voor dit vak benadrukken de rol van het internet bij bedrijven in ook voor het vak zelf. Buiten hand handboek is er geen extra studiemateriaal, maar zijn er wel een aantal extra academische artikelen en rapporten over bepaalde onderwerpen. Zo vind je hier meer informatie over de rol van de chief information officer (CIO) en wat business analytics in de toekomst kan betekenen voor bedrijven. Je wordt dus gestimuleerd om deze zaken te lezen en om zelf meer informatie op te zoeken. Door deze vorm van vrijheid kan je het vak zelf zo licht of zwaar maken als je zelf wil. Het grootste nadeel is dat er geen raamwerk bestaat van artikelen of boeken waarop je kan terugvallen. IT governance is een belangrijk onderdeel van het vak, maar er zijn geen richtlijnen van welke boeken en artikelen die je kan raadplegen. Daardoor kan je soms door de bomen het bos niet meer zien.

Professoren

  • Babis Theodoulidis, Manchester Business School professor
  • Stephanos Strickland, Manchester Business School professor

Boeken
ISIS telt slechts één boek:
  • Strategic management of information systems, geschreven door Keri Pearlson en Carol Saunders

Alle andere vakken (met uitzondering van global events & leadershipt) hebben minstens één handboek geschreven door de academici van Manchester Business School en een begeleidend handboek. ISIS valt onder deze standaard en doet het slechts met één handboek. Het boek biedt een goed overzicht van alle aspecten van ICT-management, is actueel en benoemt de opkomende trends in het ICT-landschap. Het boek is bedoeld als een introductie in ICT-management en je moet dan ook niet dezelfde diepgang verwachten zoals boeken die gespecialiseerd zijn in één onderwerp (bv. IT governance: how top performance manage IT decision rights for superior results van Weill en Ross die gelden als autoriteiten op het vlak van IT governance). Zelfs al heb je een ruime (technische) kennis van ICT is het boek van Pearlson en Saunders nuttige lectuur om zaken te heropfrissen en om nieuwe zaken te lezen. Via het boek ben ik bewust geworden van de trend van big data en rapporten van Accenture en IBM bevestigen dat big data één van de grootste uitdagingen zal zijn van de nabije toekomst. 

Onderwerpen
Het boek van Pearlson en Saunders bestaat uit volgende twaalf hoofdstukken:

  1. Strategie en organisatie
  2. Het gebruik van informatie resources
  3. Organisatiestructuur
  4. Globale samenwerking
  5. Globale business processen
  6. Architectuur en infrastructuur
  7. Kosten 
  8. IT governance
  9. Outsourcing
  10. Het beheren van projecten
  11. Business analytics
  12. Ethische richtlijnen voor het gebruik van informatie
Elk hoofdstuk telt zo'n twintig pagina's waardoor het boek vrij licht verteerbaar is. De onderwerpen zijn zeker en vast relevant, hoewel er hier en daar bekend terrein wordt betreden. In het strategische luik van het boek wordt er uitgeweid over Porter's 5 forces en de value chain, terwijl bij het bespreken van de kosten oude bekenden opduiken zoals de net present value. Toch is een heropfrissing van deze termen geen slechte zaak, want ze worden nu uit een ander perspectief bekeken waardoor je beeldvorming enigszins verandert. Bij outsourcing komt de bekende make-or-buy beslissing weer langs, maar wordt er verder op in gegaan omdat bedrijven meermaals van outsourcing naar insourcing zijn gegaan en alles wat ertussen ligt. Het is dus niet zomaar een beslissing waarin je afvraagt of een product of dienst van strategisch belang is, gevoelige informatie bevat en goedkoper gemaakt kan worden door een externe partij. Het is helaas veel complexer dan dat. 

De professoren voegen daar een aantal extra artikels aan toe die gaan over de rol van de chief information officer, de rol van business analytics en big data en nog een aantal andere onderwerpen. Deze onderwerpen dienen namelijk besproken te worden op een discussieforum met in totaal tien onderwerpen. Deze bijdrage staat op twintig punten gequoteerd, maar sommige onderwerpen zijn naar mijn mening weinig relevant (bv. hoe kan je de strategie verbeteren van de University of Manchester op het vlak van ICT) of komen interessante onderwerpen zoals big data nooit van de grond door het geringe aantal studenten dat dit vak volgt. 

Persoonlijke optie
ISIS wijkt af van andere vakken doordat het puur online wordt gehouden en beschikt dus niet over een driedaagse workshop. Er is weliswaar een virtuele workshop die plaatsvindt in het midden van oktober, maar eigenlijk is dit niet meer dan een verplicht nummertje. Je moet dan namelijk een groepspresentatie voorstellen waarover je feedback krijgt. Een dag later krijg je een presentatie van een CIO te zien wat eigenlijk het hoogtepunt van dit vak is. Het probleem bij uitstek van ISIS is de verwaarloosbare begeleiding van de twee professoren. Voor de groepspresentatie kregen we slechts anderhalf week voor de presentatie te horen met wie we moesten samenwerken en waarover het onderwerp moest gaan. Voor een opleiding waar iedereen een drukke agenda heeft en per groep er mensen in verschillende werelddelen zitten (opzettelijk gedaan per groep) is dit alles behalve een makkelijke opgave. 

Met enkel een handboek van een kleine vierhonderd pagina's en een handvol artikels is het vak bijzonder licht van stof en heb je niet de indruk dat je veel bijleert hoewel het materiaal zelf interessant is. Voor de groepspresentatie en mijn afsluitende final assignment had ik IT governance als onderwerp en heb ik zelf informatie over het onderwerp gezocht waardoor ik toch ten minste over dit onderwerp vrij veel te weten ben gekomen. Door de gebrekkige begeleiding voor ISIS is dit vak moeilijk aan te raden aan andere studenten. Dit vak kon vele malen interessanter zijn als er een normale driedaagse workshop aanwezig was en een begeleidend handboek van de professoren. 

Doe het zelf
Leerstof over ICT-management vind je minder frequent op het internet dan dat van andere business vakken. Meestal zal je materiaal aantreffen dat gaat over een bepaald onderwerp zoals big data, informatiebeveiliging of risk management in IT. Zelf maakte ik naast het boek van Pearlson en Saunders ook gebruik van corporate information strategy en management van Applegate wat door veel andere business schools wordt gebruikt. Er zijn dan natuurlijk ook nog een heleboel gespecialiseerde boeken zoals dat van Weill en Ross over IT governance waar je op het internet ook erg veel informatie over kan vinden. 

maandag 18 november 2013

Corporate finance

Voorstelling
Wat is het belangrijkste aspect van een bedrijf? Het is een open vraag waar je meerdere antwoorden op kan formuleren. Zonder marketing ontbeert het een bedrijf aan mogelijkheden om producten te verkopen en heeft het geen inkomsten. Zonder een fatsoenlijke boekhouding is het voor een bedrijf niet duidelijk welke producten en klanten winstgevend zijn en welke niet. En zonder efficiënte interne processen creëert een bedrijf geldputten die kunnen uitgebuit worden door concurrenten. Een standpunt dat iedereen wel deelt, is het uitgangspunt van corporate finance: het creëren van rijkdom. Bedrijven hebben dit puntje met stip op nummer één in hun agenda genoteerd en daarom is corporate finance zo belangrijk. Dit vak legt namelijk uit hoe deze rijkdom wordt gecreëerd.

In corporate finance zijn er twee erg belangrijke beslissingen: investerings- en financieringsbeslissingen. Bij investeringen gaat het erom dat een investering zijn kostprijs terugverdient. Investeren in projecten die verlieslatend brengen een bedrijf enkel schade toe en daarom is het belangrijk om te weten en te berekenen of een project al dan niet winstgevend is. De wiskundige formules achter concepten zoals IRR en NPV zijn vrij eenvoudig, de reden waarom juist deze methodes worden gebruikt en wat bijvoorbeeld de opportuniteitskost is dan weer heel wat minder. Financieringsbeslissingen gaat over het tegenovergestelde en legt uit hoe geld kan worden opgehaald en gespendeerd. Dit is een delicate beslissing want een goede beslissing zal als evident worden beschouwd, terwijl een slechte beslissing een bedrijf enorme schade kan toebrengen. Corporate finance is daarom in de eerste plaats begrijpen wat er juist schuilt onder bepaalde beslissingen en dan pas de obligate calculaties.

Professoren

  • Arif Kurshed, Manchester Business School professor
  • Abdulkadir Mohamed, Liverpool Management School professor
Boeken
Corporate finance maakt gebruik van volgende drie boeken:

  • Principles of Corporate Finance (10de editie), geschreven door Richard Brealey, Stewart Myers en Franklin Allen
  • Initial Public Offerings: The Performance and Mechanics of IPOs, geschreven door Arif Khurshed
  • Werkboek dat alle belangrijke concepten samenvat, geschreven door (onder andere) Arif Khurshed
Van alle vakken in de MBA-opleiding doet corporate finance wellicht de beste zaak als het aankomt om studenten hartkloppingen te bezorgen. Van corporate finance is het namelijk maar een kleine stap naar wiskunde en gezien de diverse (sociaal wetenschappelijke) achtergrond van veel MBA-studenten is dit vak niet onmiddellijk hun lievelingsvak. De boeken dragen er ook niet onmiddellijk bij om deze vrees weg te nemen. Vooral de dikke pil van Principles of Corporate Finance is ééntje die opduikt in nachtmerries. De eerste hoofdstukken handelen namelijk over investeringsbeslissingen en vanaf hoofdstuk twee wordt er een heel legio aan formules gepresenteerd om zaken zoals present value, future value, perpetuities en annuïteiten te berekenen. De formules zijn nooit erg moeilijk, maar er zijn zoveel zaken waarmee je moet rekening houden waardoor relatief simpele oefeningen plots onkraakbare hersenpuzzels zijn geworden. Dit gaat rustig door tot hoofdstuk zes en ondertussen zie je allerlei berekeningen de revue passeren voor obligaties, aandelen, inflatie en intresten. Daarna wordt het wiskundige karakter van het boek naar de achtergrond verdrongen en neemt de theorie een prominentere plaats in. 

Het moet gezegd worden dat het boek niet erg gemakkelijk is om te lezen. Met zijn bijna duizend pagina's en kleine lettertype dwingt het boek meteen respect af. De manier waarop het is geschreven is een beetje tongue in cheek en vanuit een Amerikaans perspectief. En het moet gezegd worden: soms kan het eenvoudiger geformuleerd worden. Toch is het vrij duidelijk boek. Het legt de concepten helder uit, maar het gebeurt helaas wel eens (zeker in de eerste hoofdstukken) dat je een zin twee of meerdere keren zal moeten lezen om het volledig te doorgronden. Het is een manier van redeneren die je eigen moet maken en eens je ermee weg bent, leer je het boek waarderen voor z'n talrijke voorbeelden en diverse theorieën die het belicht en samenvat. In het Engels zegt men wel eens "easy to learn, hard to master" en voor dit boek kan je eigenlijk het omgekeerde zeggen. 

Het vak telt een tweede, beduidend kortere boek dat initial public offerings belicht. Zeg maar het proces dat voorafgaat wanneer een bedrijf met zijn hele hebben en houden naar de beurs trekt. Dit boek is een stuk eenvoudiger en korter dan dat van Principles of Corporate Finance, maar slaagt er toch in om alles wat ook maar enigszins te maken heeft met IPO's toe te lichten. Vooral de prestaties van bedrijven die een IPO ondernemen levert enkele verrassende conclusies op. Tenslotte is er ook nog het werkboek dat alles samenvat. Waar het werkboek voor het vak accountancy een op zichzelf staand werk is, is dat voor corporate finance niet het geval. Daarvoor is de uitleg in het werkboek te beknopt en telt het te weinig oefeningen.

Onderwerpen
Het vak bestaat uit drie grote onderwerpen:

  1. De investeringsbeslissing bestaande uit het berekenen van de present value, het waarderen van activa, berekenen van obligaties en aandelen, identificeren van relevante cash flows, sensitivity analysis en alternatieve methoden voor het berekenen van investeringen (zoals de internal rate of return)
  2. De financieringsbeslissing dat bestaat uit risico en return, diversificatie en portfolio theorie, capital asset pricing model, weighted average cost of capital (WACC), de kapitaalstructuur van een firma en de factoren waarmee het rekening houdt om de kapitaalstructuur te bepalen (oa. gebruik van tax shield)
  3. Het laatste onderdeel bestaat grotendeels uit theorie die gaat over IPO's en waarom bedrijven terug privaat worden, private equity en venture capitalism en pay-out policy (het uitkeren van dividenden en terugkopen van eigen aandelen door een bedrijf)

Het nadeel van deze structuur is dat deze onderwerpen net iets te veel in afzondering worden besproken, terwijl ze eigenlijk met elkaar verweven zijn. De WACC (weighted average cost of capital, de gemiddelde kosten die schuld en eigen kapitaal met zich meebrengen) wordt bijvoorbeeld later besproken, terwijl dit toch ook een belangrijk concept is voor een investeringsbeslissing. Een bedrijf kan namelijk gebruik maken van de WACC om te bepalen met hoeveel procent het toekomstige cash flows zal verminderen. Al het materiaal een tweede keer lezen, biedt dus het voordeel dat je allerlei onderwerpen met elkaar kan linken en beter in hun context kan plaatsen. 

Persoonlijke opinie
Corporate finance is een vak dat in het derde semester van de MBA-opleiding van Manchester wordt gegeven, maar ik leg het examen volgende week af, terwijl ik nu in het vijfde semester zit. Ik heb dus met andere woorden het examen twee keer laten uitstellen en dat met goede reden. Ik schreef eerder dat het begin van het boek Principles of Corporate Finance vrij saai was en het kon me niet warm maken om het examen af te leggen. De voorbije weken heb ik de tanden op elkaar gebeten om me er toch over te zetten en na het onderdeel van de investeringsbeslissing viel de rest erg goed mee. Het gedeelte over portfolio management vond ik zelfs interessant omdat ik een aantal jaar geleden nog bij een investeringsproject heb gewerkt bij een bank. Op deze manier kan ik de theorie linken aan de praktijk en klinken concepten zoals rebalancing, diversificatie en variantie me een stuk bekender in de oren. 

Het gedeelte over IPO's en pay-out policy is ook interessant als je de actualiteit op de voet volgt. Een interessant voorbeeld hiervan is Apple. Wijlen Steve Jobbs hield er een conservatief beleid op na waarin geen plaats was voor het uitkeren van dividenden. Na zijn overlijden nam Tim Cook de fakkel definitief over en besliste hij om wel dividenden uit te keren en schoot de prijs van het aandeel de hoogte in. De theorieën die hier achter zitten, worden uit de doeken gedaan en kan je op jezelf als individuele belegger ook toepassen. Het eerste gedeelte over de investeringsbeslissing blijf ik helaas saai vinden, hoewel er soms interessante stukken inzitten zoals het berekenen van de prijs van een aandeel via de zogenaamde discounted cashflow technieken. 

Doe het zelf
Er zijn zoveel bronnen op het internet over corporate finance dat ik niet weet waar ik moet beginnen. Op Youtube vind je een reeks van lessen van professor Rasa Karapandza die de beginselen van corporate finance uit de doeken doet. Krassimir Petrov doet hetzelfde met financial management en investments. Ook op de usual suspects zoals learnerstv, EDX, iversity, coursera en academic earth vind je een heleboel cursussen. Eigenlijk te veel om op te noemen, dus de kunst bestaat erin om de meest zinvolle cursussen eruit te pikken.








maandag 28 oktober 2013

CFA: het goedkope alternatief voor een MBA?

Financiën
Een MBA wordt voor veel mensen steeds toegankelijker omdat er de laatste jaren een heleboel business schools een MBA-opleiding aanbieden in part-time formaat. Toch blijft het prijskaartje dat aan zo'n opleiding hangt aan de forse kant. Voor een fatsoenlijke MBA-opleiding betaal je gauw 25000 euro en meer. Daarom zijn velen op zoek naar een goedkoper alternatief dat dezelfde waarde biedt als een MBA. Eén van de meest geciteerde alternatieven hiervoor is het CFA certificaat. CFA staat voor certified financial analyst en is - zoals de naam impliceert - een certificaat dat bedoeld is voor mensen die in de financiële wereld werken en met name banken.



Het CFA certificaat bestaat uit tien verschillende onderwerpen: ethiek en professionele standaarden, kwantitatieve methoden, economie, financiële rapportering en analyse, corporate finance, equity investeringen, fixed income, derivaten, alternatieve investeringen en tot slot portfolio management en wealth planning. Het certificaat bestaat uit drie verschillende niveaus, toepasselijk level I, level II en level III gedoopt. Level I concentreert zich voornamelijk op kennis, level II maakt het wat moeilijker door scenario's toe te voegen die moeten worden geanalyseerd en level III doet daar nog een schepje bovenop doet en de nadruk legt op synthese. Het CFA Institute raadt aan om per level minstens driehonderd uur te studeren. Als je weet dat elk examen maar één keer per jaar wordt afgenomen (behalve level I waar het examen twee keer per jaar plaats vindt), wordt het al snel duidelijk dat het CFA certificaat niet snel in je broekzak zal steken. De totale leertijd bedraag dus minstens negenhonderd uur, maar in de praktijk zal dat wellicht een stuk hoger zijn.

De slaagkansen bij de examens zijn namelijk niet hoopgevend. Voor zowel level I, level II als level III is de slaagkans steevast minder dan vijftig procent. Dat betekent dat minder dan tien procent van alle kandidaten de drie levels van de eerste keer één keer succesvol afrondt. Het is dus veilig om aan te nemen dat je minstens één en wellicht twee keer zal buizen voor je alle drie levels succesvol afrondt en dat brengt de totale periode al gauw naar vier jaar. Dit certificaat vraagt dus een enorm engagement als je het wil behalen.



Het goede nieuws is dan weer dat het kostenplaatje heel erg goed meevalt. Afhankelijk van hoe vroeg je je inschrijft voor een examen betaal je per level een eenmalige enrollment fee alsook een bedrag voor het examen. Mocht je buizen voor een examen, betaal je volgende keer enkel voor het examen. Als je er vroeg genoeg bij bent, kosten beiden minder dan duizend euro. Tel daar nog de boeken bij en in theorie kan je dus het CFA certificaat behalen voor vierduizend euro. In de praktijk kan dit hoger oplopen, maar zelfs het dubbele van dit bedrag is nog altijd drie keer goedkoper dan de goedkoopste MBA van een respectabele business school.

Is het iets voor mij?
Om te worden toegelaten voor een examen moet je aan een aantal (lichte) criteria voldoen: je moet minstens over een bachelordiploma beschikken en over vier jaar professionele ervaring hebben (maakt niet uit welke). Dus iedereen die gestudeerd heeft en werkervaring heeft opgedaan, komt in aanmerking om de drie examens af te leggen. Het venijn zit 'm echter in de staat, want waar het echt om gaat is het CFA charter. Dit charter krijg je als je de examens van de drie levels succesvol hebt afgerond én een lid bent van het CFA Institute. Voor dit laatste moet je minstens vier jaar ervaring hebben met zaken die gerelateerd zijn aan investeringen. Het CFA certificaat is dus met andere woorden enkel zinvol als je in de financiële wereld werkt. Daarmee belanden we ook bij het grootste nadeel van dit certificaat.



Er bestaat een hardnekkig vooroordeel dat je met het CFA certificaat gemakkelijker in de wereld van investment banks (denk maar aan banken zoals Goldman Sachs) komt, maar dat is pertinent onwaar. Slechts een klein aandeel van CFA charterholders werkt als investment analyst. Globaal is dit circa vijf procent, in België ligt dat iets hoger met acht procent. De meeste CFA charterholders werken in asset management of portfolio management. Het voordeel daarentegen is dan weer dat ze vanuit deze positie kunnen doorgroeien naar het gegeerde postje van investment analyst. Toch moet je er rekening mee houden dat de concurrentie voor deze functies erg groot is en dat grote zakenbanken voornamelijk recruteren bij de MBA-opleidingen van 's werelds beste business schools. Het CFA certificaat is dus met andere woorden een goed vehikel om een carrière uit te bouwen in de financiële wereld, maar is dus geen entreekaartje voor de financiële industrie. Je moet namelijk al in deze industrie werken, wil je een CFA gebruiken.

Voorbij de investeringshorizon
De financiële wereld is een stuk groter dan enkel investment analyst en andere rollen zoals accountants, docenten, traders, economisten, auditors, financiële consultants en zelfs softwareontwikkelaars komen in aanmerking om het CFA certificaat te behalen. De vraag is natuurlijk: wat heb je aan het CFA certificaat voor deze (en andere) rollen? Dit is wellicht het best te illustreren door een vergelijking te maken met een MBA.



Een MBA is een algemene managementopleiding die vrij breed is. Het behandelt natuurlijk onderwerpen zoals accounting, corporate finance en meeste business schools hebben een heleboel financiële keuzevakken zoals portfolio management, derivate, private equity en financiële analyse. Daarnaast worden er ook een heleboel andere vakken aangeleerd zoals marketing, strategie, operations management, leiderschap, project management en economie. Een MBA (en master in finance in mindere mate) is vrij breed, maar gaat niet zo diep als het CFA certificaat. Het opleidingstraject van het CFA certificaat is veel nauwer en concentreert zich op uitsluitend financiële of daaraan gerelateerde onderwerpen, maar gaat wel een stuk dieper. Het niveau van een examen van een MBA-opleiding zal zich meestal beperken tot level I of level II. Het CFA certificaat vereist dus een diepgaandere kennis, maar heeft dan wel weer het voordeel dat het examen multiple choice is, terwijl dat bij een MBA zelden of nooit het geval zal zijn. Het nadeel is dan weer dat elk examen een fysieke en mentale uitputtingsslag is dat zes uur duurt.

Is het nu een alternatief voor een MBA?
Als je rekening houdt met alle factoren kan je enkel constateren dat een MBA en CFA niet mutueel exclusief zijn en in bepaalde gevallen zelfs een troef is als je ze kan combineren. De twee zijn dus met andere woorden niet elkaars concurrenten. Een CFA is nuttig wanneer je al in de financiële wereld werkt en graag wil doorgroeien naar een rol in bijvoorbeeld asset of portfolio management. Een MBA daarentegen is veelzijdiger en biedt afgestudeerden de kans om aan de slag te gaan in asset of portfolio management, maar ook in totaal andere industrieën. Een CFA is dus eigenlijk voor slechts weinig mensen een alternatief voor een MBA.

vrijdag 11 oktober 2013

Advanced strategic management

Voorstelling
Het woordje "advanced" doet vermoeden dat een vak moeilijker en diepgaander is dan een inleidend vak, maar bij advanced Strategic management is dit niet helemaal waar. Dit vak beslaat meer onderwerpen dan strategic Management, maar valt qua moeilijkheidsgraad eigenlijk in dezelfde categorie. De concepten die in dit vak worden behandeld borduren namelijk verder op de concepten die al eerder zijn gezien. Dit wordt duidelijk geïllustreerd door het werkboek dat bij dit vak wordt meegegeven. Dit werkboek is namelijk een combinatie van strategic en advanced strategic management. Waar het werkboek van strategic management uit zo'n 180 pagina's bestond, wordt dit aantal verdubbeld  bij advanced strategic management omdat er een heleboel onderwerpen bijkomen naast de reeds gekende van strategic management. De extra inhoud is evenredig verdeeld en vind je in elke sectie terug: competitive environment, business strategy, corporate strategy en implementation.

Vooral bij implementation zijn er een aantal zaken bijgekomen. Bij strategic management werden de concepten hier eigenlijk beperkt tot change management, het 7S framework van McKinsey en de Balanced Scorecard. Advanced strategic management doet daar een aardige schep bij met extra (culturele) onderwerpen zoals succesvolle leiders, welke elementen bezit een succesvolle onderneming, het parenting advantage van een onderneming en het ontwerpen van een organisatie. Het zijn eigenlijk deze zaken die advanced strategic management interessant maken en het vak uit zijn kerngebied haalt. Je ziet dan namelijk hoe strategie gebonden is aan andere zaken zoals personeel, de processen die een onderneming gebruikt, financiën en marketing.

Professoren

  • Kevin Jagiello, zelfstandig consultant en Manchester Business School gastdocent 
Boeken
Bij advanced strategic management wordt er gebruik gemaakt van twee boeken:

  • Business Model Generation, geschreven door Alexander Osterwalder en Yves Pigneur
  • Werkboek dat alle belangrijke concepten samenvat, geschreven door Kevin Jagiello

Het is vrij ironisch dat een vak dat begint met de titel "advanced" een boek als Business Model Generation heeft als extra tekstboek. Het boek van Osterwalder en Pigneur is een uitstekend boek dat het concept van de business model canvas haarfijn uitlegt. Het business model canvas is een strategisch concept dat bestaat uit negen blokken. Met behulp van deze negen blokken kan je een nieuw business model creëren. Bovendien behandelt het boek andere nuttige onderwerpen zoals hoe je kan brainstormen om tot een business model te komen en legt het andere strategische concepten op een oppervlakkige manier uit. Dit boek is een goede binnenkomer om strategisch management te leren kennen, maar verwacht je daarom niet in een vak dat dit stadium is gepasseerd. Toch heeft het boek zeker zijn plaats bij dit vak want het business model canvas kan op geen betere manier worden uitgelegd.

Het werkboek bevat een heleboel extra concepten met enkele krachtige concepten zoals SPACE en de environments matrix. Vooral dit laatste concept is een erg handig concept als je het kan combineren met andere modellen zoals 5 forces en SPACE. De environments matrix verdeelt elke omgeving in vier typologieën: stalemate, volume, fragmented en specialized. Iedere typologie heeft zo z'n eigen kenmerken met dito spelregels en verklaart voor een groot stuk waarom bepaalde bepaalde bedrijven goed scoren in weinig winstgevende industrieën en omgekeerd.   

Onderwerpen
Advanced strategic management breidt het vak van strategic management uit met volgende onderwerpen:

  1. Business model canvas voor het ontwerpen van nieuwe business models.
  2. Competitive environment: SPACE (strategic position and action evaluation), radar screen, actvity chain, industry/market fact sheet, strategic environments matrix en hoe je sommige van deze concepten kan combineren.
  3. Corporate strategy: audit van resources en capabilities, ADL life cycle portfolio, MacMilian's global gamesmanship, D'Aveni's spheres of influence, opportunities matrix, vertical integration en venturing. 
  4. Implementation: eigenschappen van een uitstekende onderneming, de paradox van succes, de rol van leiderschap, obseveraties van succesvolle manager, stijlen van het managen van een onderneming, parenting advantage en effectieve organisaties ontwerpen.
Als je al deze concepten combineert met de concepten die reeds gezien zijn bij strategic management kom je tot een potpourri van concepten en theorieën en bestaat de kunst erin om te weten welk concept waarvoor dient. Voor een audit van een business strategy kan je namelijk een value chain, activity chain, business model canvas en ettelijke andere concepten gebruiken. Het concept dat je gebruikt is echter ondergeschikt aan de manier hoe je het gebruikt. In het vak wordt namelijk de Manchester Method benadrukt waar het belangrijk is om je te baseren op feiten, zoveel mogelijk zaken te kwantificeren om dan alles te analyseren zodat je trends of patronen kan herkennen. 

Persoonlijke opinie
Zoals je al eerder kon lezen, keek ik erg uit naar strategic management, dus hoeft het geen betoog dat advanced strategic management ook hoog op mijn MBA-ranglijstje stond. Het vak heeft de hoge verwachtingen helemaal ingelost want na het volgen van het vak heb je een daadwerkelijk een geavanceerd beeld van strategic management. Het handige van dit vak is namelijk dat het zich niet beperkt tot de klassieke concepten, maar ook veel aandacht schenkt aan andere onderwerpen zoals human resources en cultuur. Dingen waar normaal gezien vrij weinig aandacht aan wordt besteed. De workshop stond in het teken van innovatie en met behulp van de juiste concepten zoals environments matrix en business model canvas kan je erg gerichte analyses maken van strategieën. Ook werd de PIMS database met veel aandacht behandeld. Dit is een database waar de resultaten van verschillende ondernemingen worden bewaard vanaf de jaren zeventig. Dit is dus met andere woorden een rijke bron van informatie. De database an sich heeft weinig waarde, maar biedt wel een heleboel frappante inzichten. Zo maakt de database duidelijk dat in een stalemate environment marktleiders het erg goed doen, het nummer twee een heel stuk minder en nummer drie zelfs met moeite weet te overleven. Als je buiten de top drie valt, is het ondernemingsleven alles behalve rooskleurig.

Een kritiek op zowel de workshop - waar het eigenlijk niks aan kan doen - is dat het vrij compact is. In de fulltime MBA wordt dit vak over tien volledige dagen gespreid. In de workshop is dit herleid tot drie waardoor dit meer voorbereiding vergt en sommige zaken worden overgeslagen. De workshop is echter geen verwaterde versie van het fulltime vak want het biedt min of meer dezelfde ervaring, maar heeft helaas de tijd niet om dieper in te gaan op sommige onderwerpen of presentaties van studenten te coveren. Ook het ritme van het vak is een vreemde eend in de bijt. Na de workshop moeten er namelijk twee assignments worden afgewerkt: de eerste drie weken na de workshop en de tweede zes weken na de workshop. Dit betekent dus dat de periode voorafgaand aan de workshop en de maand erna heel erg intens zijn, maar daarna is het vak in principe afgerond.   

Doe het zelf
Op Business model generation vind je een voorbeeld van het business model canvas en de negen blokken waaruit het bestaat. Als je op Youtube zoekt naar "Osterwalder" en "business model canvas" kom je een aantal interessante filmpjes tegen waar dit model wordt uitgelegd. Ook het boek "Business model generation" is zeker de moeite waard zolang je geen diepgaand strategisch boek verwacht. Je kan het namelijk eerder beschouwen als een introductie tot strategisch management.

zondag 15 september 2013

De digitale schoolloze student

Twee handen op één buik
Op Linkedin staan er regelmatig interessante nieuwsberichten en er was één die zojuist mijn attentie onmiddellijk greep. In het artikel hebben Eric Schmidt, head honcho van Google, en Anne-Marie Slaughter, voormalig professor bij Princeton, de handen in elkaar geslagen om op zoek te gaan naar een alternatief voor gewone scholen. Hoewel het internet helemaal ingeburgerd is in onze maatschappij heeft het internet slechts een geringe impact op het klassieke onderwijsmodel. Het internet wordt weliswaar gebruikt ter ondersteuning van het lesgeven met software zoals Blackboard en Smartschool, maar heeft de principes van het klassieke onderwijs eigenlijk nauwelijks of niet aangetast. De meeste lessen gebeuren op min of meer dezelfde manier zoals dat vijftig jaar geleden het geval was. Dat is opmerkelijk want andere industrieën werden volledig hertekend door de komst van het internet. Kranten zien hun oplagen jaar na jaar verdwijnen ten voordele van online nieuws dat gratis geraadpleegd kan worden. Dit wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de online advertenties, maar dit is nauwelijks een doekje voor het bloeden. De muziekindustrie heeft ook harde klappen gekregen met de komst van Napster en andere programma's die het mogelijk maken om muziek te delen. Sindsdien is er een duidelijke verschuiving merkbaar naar optredens waar het meeste geld wordt verdiend.

Toch heeft het onderwijs hier geen last van en dat is opmerkelijk. Als er één sector is waar het internet de potentie heeft om alles te veranderen, dan is het toch wel het onderwijs. Dat is tot op heden nog steeds niet gebeurd, maar misschien is dat ook niet zo vreemd. Het onderwijs blijft één van de hoekstenen van onze maatschappij en alles en iedereen wordt conservatief als het over het onderwijs gaat. Enkele maanden geleden was er veel heisa omwille van de hervorming van het onderwijs met als uiteindelijk resultaat dat het vlees noch vis is. Een ander mooi voorbeeld dat de conservatieve gedachtengang over het onderwijs illustreert is het gebruik van video. Een jaar geleden wilde de KU Leuven lessen via het internet tonen voor klassen die te groot waren voor een aula. Dit idee stuitte op een grote njet van veel ouders. Als het echter aan Google ligt, zal dit niet lang meer duren.



Op Youtube vind je duizenden lessen die zijn opgenomen en een plethora van vakken beslaan. Ook andere sites zoals Learnerstv, Khan Academy Academic Earth en Coursera herbergen een veelvoud aan lessen die je kan terugvinden op de digitale snelweg. De site EDX gaat echter nog een stapje verder. Hier volg je de cursus net zoals een gewone student, maar dan digitaal. Dat betekent dat een cursus met een vast schema werkt en je ook huiswerk, taken en examens moet afleggen. Bovendien kan je communiceren met de professor en andere studenten. Volgens Google ligt hier de toekomst en is het volop bezig met het maken van Open EDX, een open-source platform waar universiteiten hun cursussen online kunnen aanbieden. Dit is de eerste stap naar een nieuw onderwijsmodel dat het oude onderwijsmodel ontwricht.

En-verhaal
De vraag is echter of het zo'n vaart gaat nemen. Schmidt denkt van wel, maar hij praat natuurlijk voor z'n eigen winkel. Hij stelt dat studenten die juist van hogeschool of universiteit zijn afgestudeerd niet onmiddellijk inzetbaar zijn en eerst een opleiding bij Google zelf moeten doorlopen. Het is een veelgehoorde kritiek, maar de vraag is of dit echt zo relevant is. Zelfs bij professionele bachelors - die gekend zijn omwille van hun praktische toepassing - klagen werkgevers over het feit dat ze studenten moeten opleiden. Studenten worden weliswaar opgeleid tot specialisten, maar niet tot vakidioten. Jammer voor Google en andere bedrijven, maar dat is niet de bedoeling van het hoger onderwijs. Slaughter klaagt dan weer over de archaïsche werking van het onderwijs. In het artikel haalt ze het voorbeeld aan van Princeton waar er zes jaar gepalaverd werd om het lessenrooster aan te passen om dan te besluiten dat er niks moest gewijzigd worden. Hier valt iets voor te zeggen en met initiatieven zoals Open EDX hebben universiteiten en hogescholen de mogelijkheid om hun flexibiliteit te verhogen. Op voorwaarde natuurlijk dat de wil tot verandering aanwezig is.

Vermoedelijk zijn EDX en andere toekomstige initiatieven meer een en-verhaal dan een of-verhaal. Ze gaan het huidige onderwijs wellicht niet vervangen, maar kunnen wel een nuttige aanvulling zijn voor het klassieke onderwijssysteem. In de eerste plaats zal het systeem andere profielen dan de klassieke student aantrekken. Denk maar aan mensen die werken (die al gestudeerd hebben) en geen tijd meer hebben om naar school te gaan. Zij kunnen via EDX interessante vakken ontdekken en later misschien wel zelfs een volledig diploma behalen. Voor werkgevers kan het dan weer een interessant vehikel zijn om werknemers op eigen initiatief vakken te laten volgen die relevant zijn. Voor informatici kan dit bijvoorbeeld Java zijn en kan EDX zo een concurrent worden voor de instellingen die nu dergelijke opleidingen aanbieden. De impact van EDX kan zo wel eens groter zijn voor Kluwer Opleidingen dan KU Leuven.






























vrijdag 7 juni 2013

Global events & leadership

Voorstelling
In juli 2011 begon ik aan mijn MBA bij de Manchester Business School en mijn eerste ervaring met een vak was global events & leadership. Zoals de naam al aangeeft, is het de bedoeling van dit vak om studenten hun leidinggevende capaciteiten te laten ontdekken en te ontwikkelen. Verrassend genoeg was dit bij de workshop - die samen wordt gegeven met de introductie van de gehele MBA - weinig van te merken. De workshop legt de aandacht immers op het concept van map reading, map testing en map making. Dit is een metafoor die wordt gebruikt voor de reis die studenten ondernemen om hun kwaliteiten als leider in kaart te brengen. Dit klinkt vrij abstract, maar het is een krachtig instrument om jezelf te ontwikkelen, tenminste als je de moeite neemt om het concept rigoureus toe te passen.

De eerste toepassing van dit concept wordt getoond bij de workshop. Hier krijg je de opdracht om een zakenvoorstel te analyseren en voor te stellen aan de opdrachtgever van het zakenvoorstel in een simulatie. Die bedoeling van deze opdracht is niet zozeer om op zoek te gaan naar leidinggevende concepten in het voorstel, maar om het concept van map reading, testing en making toe te passen via de "Manchester method", een leermethode waar de praktijk een belangrijke rol in speelt. Na de workshop bestudeer je de theorie over leiderschap en moet je rond september een assignment schrijven. Dit assignment is geïnspireerd op de blogposts van leaders we deserve. Dit is de blog van Tudor Rickards, de modulecoördinator van global events & leadership en één van de meest vooraanstaande guru's in dit vakgebied in Europa. De blog mag slechts 700 woorden tellen en moet gaan over een globale gebeurtenis (daarom heet het vak ook global events) waar leiderschap een centrale rol in speelt.

Professoren


  • Tudor Rickards, Manchester Business School professor

Boeken
Hoewel global events & leadership evenveel credits heeft als andere vakken in het MBA-curriculum, kan je het bezwaarlijk een volwaardig vak noemen. De kwantiteit van de leerstof is bijvoorbeeld een heel stuk minder dan dat van andere vakken. Dit laat zich ook gevoelen in de boeken die voor dit vak worden gebruikt. In dit geval kan beter het enkelvoud worden gebruikt, want er wordt namelijk één boek gebruikt: "Dilemmas of leadership" van Tudor Rickards. Er zijn ook elf modules die je online kan terugvinden, maar vrij licht van stof zijn. 

Het boek van Rickards hinkt op twee gedachten en dat maakt het boek moeilijk om aan te raden. Rickards heeft zelf toegegeven dat het boek vrij moeilijk is om te lezen en dat het niet als enige bron mag gebruikt worden voor het bestuderen van leiderschap. Hoewel het boek met minder dan 300 pagina's absoluut geen mastodont is, komen sommige stukken tamelijk lijvig over en heeft Rickards de neiging om soms af te dwalen met zaken die niet onmiddellijk relevant lijken (bijvoorbeeld over voetbal). Het boek spendeert ook veel aandacht aan de geschiedenis van het bestuderen van leiderschap waardoor je meer de indruk krijgt dat je de historie aan het bestuderen bent in plaats van leiderschap zelf. Toch zijn er ook hoofdstukken bij die een verrijking zijn om te lezen. De concepten van platform of understanding en map reading, testing en making worden duidelijk uitgelegd en hoe je dit in de praktijk kan toepassen. Het boek heeft niet de ambitie om een kant-en-klaar stappenplan uit te tekenen dat uitlegt hoe je een goede leider wordt. Zoiets bestaat namelijk niet. Het geeft daarentegen wel de technieken om je eigen weg als leider uit te tekenen.

Onderwerpen
De onderwerpen van de elf modules zijn:

  1. Defining leadership
  2. Biological origins of leadership
  3. Dominant leadership theories
  4. The heroic leader
  5. Trait theories
  6. Transactional leadership
  7. The new leadership movement
  8. Post-charismatic leadership
  9. Creative leadership
  10. The creative individual
  11. Creative leadership in groups

Zoals je bij de laatste drie modules kan zien, wordt leiderschap niet in isolatie besproken, maar worden er andere elementen zoals creativiteit bij betrokken aangezien die van cruciaal belang zijn voor leiderschap. Hier worden dan zaken besproken zoals Tuckman's vijf stages van groepsontwikkeling, maar dan met een focus hoe de rol van leidinggevende wordt ingevuld. Ook de studie van leiderschap vertolkt een prominente rol in dit vak. Eerst wordt besproken of leiderschap aangeboren is of wordt ontwikkeld om later te evolueren naar nieuwere modellen zoals transactioneel en situationeel leiderschap waar het belangrijk is om mensen te motiveren en naar hun context in de organisatie te kijken. Door het bestuderen van deze modellen kan je zelf afleiden welk model het best bij je past, maar het nadeel is dat deze benadering vrij theoretisch is waardoor het soms moeilijk is om de theorie terug te koppelen aan de praktijk.

Persoonlijke opinie
Global events & leadership is het eerste vak waarvan ik een workshop volgde en is ironisch genoeg ook het vak waaraan ik het minste heb gehad. Enerzijds heeft dit te maken met de vrij lichte benadering van het vak zelf. De workshop introduceerde het concept van map reading, testing en making, maar vergde verder geen enkele voorbereiding. Als ik bij een workshop binnenstap, verwacht ik toch dat ik vrij veel moeite moet doen om een deel van de leerstof in te oefenen. Dat was bij de workshop van global events & leadership niet het geval, waardoor ik het gevoel had dat de workshop op sommige stukken vrijblijvend was zonder toegevoegde waarde. Anderzijds worden studenten ook niet echt gedwongen om zich in te spannen. Elk vak heeft minstens drie evaluatiemomenten: meestal één workshop, een assignment en een examen of bij sommige vakken een final assignment. Dit vak heeft slechts één workshop en een assignment die bijzonder licht verteerbaar is. Er is dus geen examen dat je dwingt om de leerstof grondig te leren en dit ondermijnt jammer genoeg de bestaansreden van het vak.

Het vak zelf heeft houdt er een theoretische benadering op na waardoor de uitdaging erin bestaat om dit in de praktijk toe te passen. In het boek en de modules staan er enkele oefeningen waar je kan reflecteren over  hoe je bepaalde situaties zou aanpakken, maar er bestaan geen pasklare antwoorden. Wat voor de ene een juiste aanpak is, kan voor de andere rampzalige gevolgen hebben. Daarom benadrukt het vak het concept van het zelf maken van maps om je kwaliteiten als leider te ontwikkelen. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik dit zelf amper of niet heb gedaan, waardoor dit vak niks meer was dan een verplicht nummertje.

Doe het zelf
Leiderschap heeft de laatste decennia veel aan populariteit gewonnen en is tegenwoordig één van de hotste topics geworden in de zakenwereld. De literatuur is dan ook groot, maar een goed startpunt is de "One minute manager" van Blanchard en Johnson. Dit is een vrij dun zelfhulpboek dat leiderschap op een duidelijke en bondige manier uitlegt. Als je verder wil gaan in dit vakgebied is "The Leadership Challenge: How to Make Extraordinary Things Happen in Organizations" van Kouzes de moeite waard. Tenslotte kan je op internet gratis videos bekijken over leiderschap op Learnerstv.