zondag 21 augustus 2016

Orient FFD0F001W

Vintage
Na mijn Rado die ik in de herfst van 2015 heb gekocht, ben ik me meer gaan interesseren in de wereld van horloges. Het aanbod van horloges is werkelijk gigantisch en als je steeds meer horloges bekijkt, ga je automatisch een voorkeur ontwikkelen voor een bepaald type horloge. Bij mij zijn dit de zogenaamde dress watches. Deze horloges zijn over het algemeen eleganter dan de meer casual horloges, worden met een kleinere wijzerplaat gedragen en zie je vooral op kantoor. Eén van de goedkoopste dress watches in de markt is de Bambino-lijn van Orient (die ik ook heb gekocht), maar eveneens de Orient FFD0F001W. De FFD0F001W maakt deel uit van de Vintage-collectie van Orient waartoe de Bambino-lijn ook behoort. 



De FFD0F001W is echter wel een stapje hoger met een metalen armband, saffier glas voor de dial en indicator voor de gangreserve (maw hoe lang loopt de automaat nog). De FFD0F001W is al een tijdje uit (ik geloof van 2010) waardoor dit horloge nog moeilijk te verkrijgen is. Via de Franse afdeling van Amazon heb ik het horloge voor 200 euro en 20 euro verzendkosten op de kop kunnen tikken. Ter illustratie: bij Serious watches kost dit horloge 279 euro, maar is het wel niet langer voorradig. Bij horloge.be is deze Orient nog wel te verkrijgen, maar betaal je wel al 349 euro. 

Moderne vintage
De grote aantrekkingskracht van dit horloge zit ongetwijfeld in de wijzerplaat dat een symbiose is van ouderwetsheid en modernisme. De stijl is ongetwijfeld ouderwets met een elegant, maar simplistische wijzerplaat. Op een ouderwets horloge zie je enkel de indices (of Romeinse of Arabische cijfers), de twee wijzers en de secondenwijzer. Dat is bij deze Orient ook het geval, maar dan met een extra, nuttige toevoeging in de vorm van de gangreserve indicator. Het is echter het patroon van de wijzerplaat en de lumuniscerende wijzers die het horloge een strak uiterlijk geven. 



De dial wordt gedomineerd door een bolvormig, guilloche patroon dat zich in het midden van de wijzerplaat bevindt. Er is een bijkomende laag die iets hoger is gelegen ter hoogte van de indices waardoor je een (heel erg) beperkt 3D-effect krijgt. Tenslotte is er de buitenste ring waar de aanduidingen voor de minuten staan. Voeg daar de blauw luminsicerende wijzers aan toe en je hebt een elegant horloge dat straalt in z'n eenvoud. Er zijn horloges die mooier zijn, maar in deze prijscategorie gaat je niks vinden dat kan wedijveren qua elegantie, ook niet bij de buren van Seiko. 

Vintage kwaliteit
Voor 200 euro is het hoogst uitzonderlijk om een horloge te vinden dat bestaat uit een automaat, een doorkijkglas achteraan (exhibition caseback) en saffier glas, maar de enige reden hiervoor is dat ik heel erg goed heb gezocht op het internet (ik heb geleerd van m'n Rado) en dat dit horloge bijna ook niet meer gemaakt wordt waardoor de prijs automatisch daalt. Het aandrijfmechanisme van de Orient FFD0F001W is een 46N45 automaat die door Orient zelf wordt ontwikkeld voor hun instapmodellen. De 46N45 is een low-beat automaat (zes tikken per seconde) met een accuratesse van zo'n +45 tot -15 seconden per dag wat voor een automaat absoluut niet slecht is. Naar alle waarschijnlijkheid zal deze automaat iets sneller lopen dan andere, duurdere automaten door het ontbreken van een terugdraaisysteem die in minder gesofistikeerde automaten zoals 46N45 zitten. 



De enorm voordelige prijs van de Orient FFD0F001W laat zich uiteraard gevoelen in een aantal zaken. Zo is het glas niet behandeld met een coating of ontspiegeld waardoor je een reflectie krijgt die licht terugkaatst. Het roestvrije staal is ook niet zo vaak gepolymeerd als bij duurdere horloges waardoor het niet zo mooi blinkt en spiegelt en eerder een mat uiterlijk heeft. De kast is ook modulair opgebouwd waar je duidelijk het onderscheid kan maken tussen de kast en de dial die er als een soort van vliegende schotel lijkt opgeplakt te zijn. Dit is het verschil met bijvoorbeeld de Rado D-Star waar de dial naadloos is geïntegreerd met de kast en zelfs de armband. Anderzijds maakt het dit voor Orient mogelijk om deze onderdelen op verscheidene modellen toe te passen wat uiteraard de prijs drukt. Het enige probleem wat ik met de kast heb, is de dikte die bijna zo dik is als de Seiko SARB065 die een dikke kast heeft. Op papier is de kast 11,7 mm dik, maar wanneer ik dit horloge om de pols draag en vergelijk met de SARB065 (die 1,4 mm dikker is) zijn beide even dik wellicht omdat Orient de dial als afzonderlijk ziet van de kast. Op zich is de dikte geen probleem, maar meeste dress watches zijn wel een stukje dunner dan dit. 

Armband is niet vintage 
Ik ben zelf meer fan van metalen armbanden dan leren polsbandjes bij een horloge en dat bewijst de metalen armband bij deze Orient. Het is enorm gemakkelijk om dit horloge om te doen en vast te klikken met de vlindersluiting. De armband is verrassend kwalitatief en duurzaam. Door het gebruik van roestvrij staal is de armband (en het horloge) vrij zwaar, maar dit draagt bij aan de kwaliteit. Het enige minpunt bij deze armband wat ik kan bedenken is de gesp. De gesp is van metaal en de ergonomie van de vlindersluiting maakt het soms zo dat een klein stukje huid van de pols komt vast te zitten. Dan is het een kwestie van het horloge terug te ontsluiten en een klein stukje lager rond de pols te dragen. 

Conclusie
Net zoals de Rado D-Star zal de Orient FFD0F001W niet misstaan op kantoor, maar kan je het ook evenzeer gebruiken om op stap te gaan met de kinderen in een speeltuin. Het is elegant in z'n eenvoud en daarom nooit een miskoop. Voor dit geld krijg je verrassend veel kwaliteit in huis al duiden de matte kast en de reflectie van het saffier glas er wel op dat dit geen topmodel is. Je kan dit horloge nog in verscheidene varianten krijgen qua kleur (parelmoer, zwart) en leren band waardoor je dit horloge kan personaliseren. 

zaterdag 20 augustus 2016

Rado D-Star Chronograph Grey Dial Two-Tone Ceramic

Eerste horloge
Op een herfstdag in 2015 begaf ik me op een zaterdag in Eindhoven waar ik de stad bezocht. Na zes uur ging ik de Bijenkorf binnen met het idee om een nieuwe geur te kopen. Ik stapte echter 2350 euro lichter buiten, maar wel met een nieuw Rado horloge om de pols. Om specifiek te zijn de Rado D-Star Chronograph Grey Dial Two-Tone Ceramic zoals je in de titel kan lezen. Aangezien ik op dat moment totaal niks van horloges kende, was het misschien onbezonnen om zoveel geld uit te geven aan een horloge. Anderzijds ben ik na bijna een jaar nog altijd meer dan tevreden over deze aankoop, hoewel ik allicht een tweehonderd euro te veel heb betaald. De adviesprijs van Rado is namelijk 2350 euro voor dit horloge, maar als je goed zoekt, kan je het (online) voor minder geld terugvinden.

Type horloge
De Rado die ik heb gekocht is een chronograaf. Een chronograaf is een horloge dat niet enkel de tijd bijhoudt, maar ook is uitgerust met extra wijzers om te chronometreren. Zo bestaat de grote wijzerplaat uit drie mini-wijzerplaatjes voor de seconden, de uren van de chronometer en de tienden van een seconde. Daarnaast is er ook een gigantische wijzer op de hoofdplaat wat het uur lezen soms kan vermoeilijken wanneer die niet in de loodrechte positie van 12 uur staat. 

Rado staat bekend omdat het gedurfde modellen uitbrengt, terwijl deze D-Star toch een vrij braaf uiterlijk heeft. Deze D-Star maakt deel uit van een familie van duikershorloges. Zo is er bijvoorbeeld ook de D-Star 200 die zo vernoemd is omdat je er mee tot tweehonderd meter diep mee kan duiken. Rado laat zich echter niet verleiden om de D-Star te bestempelen tot één categorie en omschrijft dit horloge eveneens als een dress watch style horloge. De D-Star is niet het toonbeeld van elegantie, maar heeft wel een universeel uiterlijk zodat het kan gedragen worden als een casual, sportief horloge, maar eveneens als een dress watch voor belangrijke vergaderingen op het werk. 

Dit is voor een groot gedeelte toe te schrijven aan het gebruikte materiaal van Ceramos. Dit is een door Rado gepatenteerd materiaal wat een legering is van metaal en keramiek. Daardoor ademt het horloge duurzaamheid uit. Zowel de armband als het horloge zelf bestaan uit dit materiaal waardoor alles één vlot geheel vormt. Het hoogwaardige materiaal laat weinig ruimte toe voor krassen en is erg stevig. Het nadeel is dan wel dat het horloge met zijn 150 gram aan de pols geen lichtgewicht is. Het materiaal zelf blinkt tamelijk fel, maar gelukkig heeft het (net) geen bling-bling effect. 



In het afgelopen jaar heb ik ook nog een aantal minder dure horloges aangeschaft en in vergelijking met deze horloges (die voor hun prijs een uitstekende kwaliteit bieden) begin ik meer en meer de duurzame afwerking en robuustheid van de Rado te appreciëren. Als je een Orient of Seiko van 300 euro in de hand houdt en daarna deze Rado, merk je meteen het verschil in kwaliteit op. Getuige hiervan is mijn recente trip naar Normandië waarbij ik bij de Mont Saint Michel met dit horloge onzacht in aanraking ben gekomen met een stenen muur. De stenen muur heeft meer schade opgelopen dan het horloge dat ongehavend uit dit duel der titanen kwam. 

Vormgeving
De vormgeving ziet er vrij klassiek uit op het eerste gezicht, maar als je wat meer de tijd neemt om de D-Star te analyseren, vallen de fijne kneepjes van het horloge op. Zo is er de bezel van het horloge (de rand rond de wijzerplaat) dat een elipsachtige vorm heeft. De randen links en rechts zijn afgeplat waardoor het uiterlijk van het horloge net iets anders is dan andere klassieke horloges. De bezel is ook vrij groot (met name boven- en onderaan) wat bijdraagt aan het duurzame karakter van het horloge. De nokken van de D-Star zitten verscholen achter de grote bezel waardoor de armband naadloos integreert met de wijzerplaat en bezel. Waarbij je bij andere horloges zo de verscheidene onderdelen kan aanduiden, ga je bij dit horloge meer moeite moeten doen.

De kleur van de wijzerplaats is (donker)grijs, hoewel de kleur op de foto's donkerder zijn dan wanneer je het horloge zelf in realiteit bekijkt. Er is een klein sunburst effect waardoor het horloge een iets meer gedistingeerd karakter krijgt wanneer je het uur afleest in de zon. Het horloge is visueel eerder klassiek, maar door dit soort toevoegingen vind ik de Rado D-Star een vleugje je ne sais quoi hebben. De armband zelf bestaat uit twee delen keramiek waarop de naam van het horloge alludeert. Het middelste stuk is iets donkerder en domineert het uiterlijk van de armband. Links en rechts is de keramiek iets lichter waardoor je een mooi patrooneffect krijgt op de armband. Bij deze horloges van Rado heb je het gevoel dat de armband even belangrijk is als de wijzerplaat en bezel en dat komt niet vaak voor! Dit zit in de kleine dingen zoals de titanium gesp dat een eenvoudige sluiting transformeert tot een ontzettend gemakkelijk te dragen horloge.

Swiss made quartz
Ik ben er nog niet goed uit of ik spijt moet hebben van mijn keuze voor een quartz horloge of niet. Deze Rado is dus geen automaat (dat zichzelf oplaadt via kinetische beweging), maar een horloge aangedreven op een quartz batterij. Een automaat is meer ambachtelijk door het aandrijfmechanisme dat met de hand is in elkaar gezet en daardoor ook meer waardevast. Een quartz horloge daarentegen kan op industriële schaal machinaal in elkaar worden gezet. Toch heeft een quartz horloge het voordeel dat het preciezer is dan een mechanische automaat en bovendien moet je het horloge niet opnieuw instellen als het horloge stil komt te staan als je het twee dagen niet draagt. Voorlopig ben ik nog altijd tevreden met mijn keuze.

Rado is een Zwitsers merk waardoor er onderaan het horloge het prestigieuze 'Swiss made' mag prijken. Dit horloge is echter niet gecertificeerd (qua accuratesse van de tijd) aangezien dit bij bitter weinig quartz horloges gebeurt. In dit geval is deze tekst dus weinig waardevol. Bij automaten kan dit wel meer waardevol zijn aangezien de movements van Zwitserse horloges een betere reputatie hebben dan die van andere landen (China, Japan). 

maandag 28 maart 2016

Musea in maart

Cultuur in maart
Hoewel we allerminst een strenge winter hebben gehad, is het toch leuk dat het wat zonniger wordt en de dagen langer worden. Wanneer de winter een ideale tijd is om gekluisterd voor de TV te zitten, dan is het begin van de lente een ideale tijd om terug de buitenwereld te verkennen. Eén van m'n voornemens vorig jaar was om meer musea te bezoeken. Zo heb ik onder meer in Oostende de Terracottabeelden bekeken, heb ik het Jenevermuseum in Hasselt bezocht, ben ik langs geweest in het Speelkaartmuseum in Turnhout en natuurlijk kon In Flanders Fieldmuseum in Ieper niet ontbreken. Na een museumloze winter, heb ik de afgelopen drie weken vier musea bezocht: Trainworld in Schaarbeek, Autoworld en Sarcophagi in het Brusselse Jubelpark en het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Hier volgt een klein overzicht van deze musea.

Trainworld
Aan het station van Schaarbeek vind je vier grote hallen waar Trainworld is gevestigd. Hier binnenkomen is een avontuur an sich, want door de slecht bewegwijzerde pijlen is het geen koud kunstje om de ingang te vinden. Als je de ingang toch hebt gevonden, word je - zoals de naam belooft - ondergedompeld in een wereld van treinen. Zo krijg je de allereerste stoomlocomotief te zien, maar neemt het museum je ook doorheen de tijd en krijg je futuristische kogeltreinen te zien uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Er is ook aandacht voor andere zaken: zo is er een kort traject dat uitlegt hoe een treinspoor wordt gemaakt en worden nevenzaken zoals postbedeling, goederentransport en zelfs klokken toegelicht. De audiogids kan je gratis van internet downloaden en je krijgt dan een heleboel extra uitleg erbij. De inkomprijs van tien euro is meer dan schappelijk voor hetgeen je allemaal te zien krijgt. 

Autoworld
Autoworld is het oudere broertje van Trainworld. Die laatste is opgericht in 2015 terwijl Autoworld nu zijn dertigjarig bestaan viert. Ook de inkomprijs is hetzelfde: tien euro. Ook hier kan je een audiogids van het internet downloaden wat wel meer voeten in de aarde heeft omdat het via Podcatcher werkt. De audiogids is bij Autoworld compacter en ook de opbouw in het museum is een stuk soberder. Er zijn verschillende thema's (sportauto's, auto's in België, ...) maar de gegeven informatie is eerder karig. Meer dan wat technische informatie zoals het aantal cc, maximum snelheid, ... krijg je niet te zien. De collectie van zo'n 250 wagens is nochtans indrukwekkend met vooral auto's uit de beginjaren van de industrie. Zo'n auto blijkt dan eigenlijk niet veel meer te zijn dan een gemotoriseerde koets. Daarnaast is er ook ruimte voor ander transport zoals koetsen en moto's, maar dit heb je snel bekeken. Trainworld is een blinde aanrader voor iedereen, terwijl je bij Autoworld toch een liefhebber van auto's moet zijn om er te kunnen van genieten. 

Sarcophagi
Ook in het Jubelpark bevindt zich de tijdelijke tentoonstelling Sarcophagi die loopt tot 20 april 2016. Zoals de naam doet vermoeden, gaat Sarcophagi over het begraven van doden in het oude Egypte. De inkomprijs is met z'n dertien euro wel aan de dure kant. Je krijgt er weliswaar ook toegang tot andere ruimtes waar opgravingen van archeologen van de KU Leuven te zien zijn, maar dat vond ik persoonlijk niet de moeite waard. Het paleis zelf is echter wel een pareltje en het loont de moeite om een paar keer te stoppen om de architectuur te bewonderen. De tentoonstelling bestaat voornamelijk uit beeldjes, muurfragmenten, sarcofagen en lijkkisten. Het begint sober met beeldjes en kleine lijkkisten, maar de levensgrote sarcofagen stelen de show. De collectie van het museum is zeker en vast de moeite waard, maar ook hier geldt - net zoals bij Autoworld - dat de omkadering beter ingericht kon zijn. Zo wordt er uitgeweid over de verschillende Egyptische goden, maar wordt er weinig verteld over de geschiedenis van Egypte wat toch vrij cruciaal is in zo'n tentoonstelling. Voor iedereen die enigszins interesse heeft in de oudheid is Sarcophagi toch wel een aanrader. 

Gallo-Romeins museum
Het Gallo-Romeins museum was in 2011 de laureaat van European Museum of the Year en dat schept natuurlijk verwachtingen met zich mee. Voor vijftien euro bezocht ik de tijdelijke tentoonstelling over gladiatoren (die loopt tot vier april 2016) en is er ook de permanente tentoonstelling over de bewoners in de streek van Tongeren door de geschiedenis heen. De tentoonstelling over de gladiatoren kan ik enkel met superlatieven toedichten. Je krijgt in het begin een audiogids waarmee je nummers kan scannen en zo meer informatie over de tentoongestelde stukken kan oproepen. In het begin is het door de duisternis (je zit namelijk in een kelder) en door de nauwe gangpaden over de koppen lopen. Daarna worden de ruimtes groter en is een stuk aangenamer om door de tentoonstelling te kuieren. Fresco's krijgen door de audiogids een totaal ander beeld. Wat anders een eeuwenoud fresco is met weinig verhaal krijgt door de (soms te) uitgebreide audiogids een totaal andere belevenis. Je wordt op een vlotte manier door de geschiedenis van gladiatoren geleid en je leert over de verschillende types van gladiatoren. Er is natuurlijk ook veel aandacht voor het Colosseum en op het einde mag je een koptelefoon opzetten zodat je zelf kan beleven hoe het is om in zo'n arena te staan. Van al m'n museumbezoeken is dit toch wel met afstand het meest geslaagde bezoek. De permanente tentoonstelling was dan weer een kleine anti-climax. Dit heeft meer te maken met persoonlijke interesse dan de tentoonstelling zelf die goed was opgebouwd.    

vrijdag 25 september 2015

Citytrip Londen

Kosmopolitisch
Begin juli ging ik op citytrip naar Londen. Wanneer ik op een vrijdagmiddag mijn hotelkamer binnenstap, word ik onmiddellijk verwelkomd met een spreuk die aan een muur hangt. "Alles wat je in de wereld vindt, vind je ook in London" titelt de (vrij vertaalde) spreuk. Dat is niet gelogen, want Londen is niet alleen de grootste stad van West-Europa,  het is wellicht ook de meest kosmopolitische stad van West-Europa. Zelf was mijn bezoek tot de Britse hoofdstad vroeger beperkt gebleven tot één dag: een bezoek aan de inmiddels ter ziele gegane ECTS-beurs. Ik verbleef drie dagen in Londen en dat is juist voldoende om de charmante sfeer van deze grootstad op te snuiven. 

Bereikbaarheid 
Als Belg heb je eigenlijk geen excuus om Londen niet te bezoeken. Met de Eurostar is Londen op amper twee uur rijden en er vliegen ook meer dan voldoende vliegtuigen over het Kanaal. De Eurostar is wellicht de meest praktische oplossing. Je stopt onmiddellijk in het St-Pancras station wat zich in het midden van de stad bevindt. De enige concessie die je moet doen is dat je minstens een half uur voor vertrektijd aanwezig bent om in te checken. Op de Eurostar is het hoogst raadzaam om de Oyster card aan te schaffen. Dit is een kaart waarmee je gebruik kan maken van het openbaar vervoer in Londen: de gekende rode dubbeldekkers, metro, maar ook rivierboten. Het openbaar vervoer in Londen is niet goedkoop, maar ook niet overdreven duur. Voor maximaal 7,6 pond per dag reis je door Londen. Een reis met de Eurostar kost ongeveer honderd euro heen en terug, maar dat kan variëren naar gelang het tijdstip van bestelling en hoe lang je op voorhand de reis boekt. 

Verblijf
Een hotel in Londen is - net zoals in elke andere grootstad - niet goedkoop. Reken op minstens honderd euro per dag voor de meest elementaire kamers. Als je een beetje luxe wil, gaat de prijs al gauw richting tweehonderd euro. In Londen zijn er echter ook een heleboel pubs die logementen aanbieden. Hier kan je goedkoper overnachten, maar veel luxe mag je natuurlijk niet verwachten. Zelf verbleef ik in het Tune Hotel in Westminster. Dit is een budgethotel zonder enige franjes dat gebruik maakt van erg compacte kamers maar wel goed gelegen is. Voor iets minder dan honderd pond per nacht is dit hotel de ideale uitvalsbasis om Londen te verkennen. 

Plannen
In Londen is er ontzettend veel te zien en te doen en het loont de moeite om te plannen wat je wil doen. Anders is de kans reëel dat je door de bomen het bos niet meer kan zien. Londen heeft een uitgebreid uitgaansleven, talloze pubs, talrijke musea, veel bezienswaardigheden en een heleboel attracties. De Londense musea behoren tot de bekendste ter wereld, maar zal niet iedereen bekoren. Mijn programma voor drie dagen bestond uit het volgende: 

- Het bijwonen van een festival (Calling Festival) en optreden (The Mentalists met Stephen Merchant)
- Een bezoek aan een Imax filmzaal
- Snuisteren in de vele standjes in Camden Town
- Een bezoek aan de beroemde pleinen van Leicester Square en Trafalgar Square en het aanpalende  China Town
- Kuieren door de winkelstraat van Oxford Street
- Een rondtocht door Westminster
- Een bezoek aan de site van Greenwich 
- Een boottocht op de Thames
- Een bezoek aan de London Dungeon
- Een bezoek aan het National History Museum aan Cromwell Road

Drie dagen is voldoende om Londen te leren kennen, hoewel er natuurlijk altijd plaats en ruimte is om nog meer van Londen te zien. Het is aangeraden om niet alleen de toeristische trekpleisters van Londen aan te doen, maar ook eens de moeite te nemen om de minder bekende plekjes van Londen aan te doen. Zelf vind ik het ook belangrijk om een beetje diversiteit in een citytrip te bouwen. Niemand gaat op citytrip om enkel te winkelen of musea aan te doen. Een combinatie van een avondje uit, een gezellig diner, een museumbezoek en een bezoek aan toeristische trekpleister is de ideale mix om Londen te leren kennen. 

maandag 13 juli 2015

Sayonara Iwata-san

Zakmonsters
Vandaag maakte Nintendo bekend dat CEO Satoru Iwata onverwacht is overleden aan kanker. Iwata was amper 55 jaar en was sinds 2002 het hoofd van de Japanse spelgigant. Hiermee verliest de gamesindustrie één van de meest invloedrijke figuren van de laatste decennia. 

Iwata maakte in 1983 zijn intrede in het wereldje van games en hielp bij het ontwikkelen van de allereerste NES-games zoals Balloon Fight en later Earthbound en Kirby. Iwata begon bij HAL Laboratories dat fungeerde als een second party developer van Nintendo, een studio die volledig in handen was van Nintendo. HAL Laboratories zat in financiële moeilijkheden en Iwata werd in 1993 aangesteld als het hoofd van de studio. Hij hielp de spelontwikkelaar te stabiliseren en verdiende zijn sporen als head honcho van een studio. Die positie leverde hem later de titel van CEO op van Nintendo. In 2000 werd hij het hoofd van de corporate planning afdeling en twee jaar later werd hij de grote baas van Nintendo. 

Toch was Iwata al die tijd meer ontwikkelaar en creatieveling dan manager. Zelfs toen hij de chef was van HAL Laboratories ontwikkelde hij games en heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan verschillende Pokémongames zoals Gold, Silver en Stadium. 

Stijlbreuk
Nintendo werd tientallen jaren bestuurd door Hiroshi Yamauchi die Nintendo transformeerde van speelkaartenfabrikant tot spelgigant. Met de opkomst van Sony's Playstation werd Nintendo naar een tweede plaats verdrongen en stond Microsoft klaar om zijn deel van de koek op te eisen. Iwata werd aangesteld als CEO om het bedrijf te moderniseren. Eerst met weinig succes. De Gamecube moest met de Xbox strijden voor de tweede plaats terwijl de Playstation 2 het gameslandschap domineerde. De omschakeling kwam er met de aanstelling van de eigenwijze en zelfbewuste Amerikaan Regis Fils-Aimé die het hoofd van marketing werd. Onder het bewind van Iwata en met de hulp van enkele briljante geesten zoals Shigeru Miyamoto en Regis Fils-Aimé kende Nintendo een periode van enorm succes met ongeëvenaarde verkopen voor de Nintendo DS en Nintendo Wii. Op een bepaald moment was Nintendo op de Japanse beurs zelfs groter dan elektronicareus en directe concurrent Sony. 

Na het succes van de Wii slaagde Iwata er echter niet in om het succes structureel te maken en mag de Nintendo Wii U (de opvolger van de Wii) als een flop worden beschouwd. Ook de Nintendo 3DS verkocht aanvankelijk niet zoals verhoopt, maar gaat nu wel als warme broodjes over de toonbank. Ook met Amiibo (speelgoedfiguurtjes zoals Skylanders) heeft Nintendo inmiddels een nieuwe geldbron gevonden. Hoewel Iwata ziek was, bleef hij toch verder werken. Een aantal maanden geleden presenteerde hij nog een Nintendo Direct waar hij wel erg mager was. 

De wereld zal hem zeker missen.






maandag 25 mei 2015

Een scherpe geest

Blondines en brunettes
Twee dagen geleden zijn John Forbes Nash junior en zijn vrouw Alicia Nash om het leven gekomen in een ongeval met een taxi. John Nash werd 86 jaar. Hiermee verliest de wereld één van de meest invloedrijke wiskundigen ter wereld hoewel zijn bijdrage ironisch genoeg het meeste impact had op micro-economie. Nash schreef in 1950 een proefschrift voor z'n doctoraat over niet-coöperatieve spellen wanneer twee of meer partijen met elkaar aan het concurreren zijn. In de film A Beatiful Mind werd dit concept even simpel als geniaal geïllustreerd. 



John (gespeeld door Russell Crowe) en twee vrienden willen hun geluk beproeven bij een groep dames, één blondine en drie brunettes. Als het drietal naar de meest gegeerde dame stapt - in dit geval de blondine - zal in het beste geval één gelukkige met de blondine wegstappen en blijven de andere twee met lege handen achter. Als het drietal echter naar de drie brunettes stapt - die normaal gezien minder aandacht krijgen dan blondines - zullen ze alle drie met hun doel wegstappen en blijft de blondine over. Het legt dus uit dat door samen te werken bedrijven meer kunnen bereiken dan tegen elkaar te concurreren.  

Excentriek
Deze theorie ligt aan de basis van speltheorie dat inmiddels een grote invloed heeft op verschillende vakgebieden zoals economie, biologie, politicologie en filosofie. Nash mag gerust één van de meest invloedrijkste economisten worden genoemd, hoewel hij eigenlijk een wiskundige is. Het leverde hem in 1994 de Nobelprijs voor Economie op. Daarnaast was hij ook bezig met het oplossen van wiskundige theorema's. 

Nash kampte echter met mentale problemen en er werd schizofrenie bij hem vastgesteld. Het maakte zijn leven er niet gemakkelijker op, maar sprak daardoor wel meer tot de verbeelding. Zijn leven werd vormgegeven in een biografie: A Beautiful Mind. Later vormde dit boek de voedingsbodem voor de gelijknamige film in 2001. Hoewel de film bij sommige onderwerpen de nodige creatieve vrijheden toepast - zoals zoveel films die uit Hollywood komen - geeft A Beautiful Mind wel een mooi overzicht van de prestaties van Nash. Bovendien is A Beatiful Mind ook een schitterend drama dat in 2001 vier Oscars in de wacht sleepte waaronder die van beste film.   

maandag 18 mei 2015

Citry trip Brugge

Openluchtmuseum
In de misdaadkomedie 'In Bruges' loopt het personage van Colin Farrell de hele tijd te sakkeren op Brugge omdat het zo'n saaie stad is. Toegegeven, Brugge is niet meteen de meest bruisende stad van West-Europa, maar heeft door z'n middeleeuwse charmes wel een aantrekkingskracht op veel toeristen. Brugge is eveneens een verplicht nummer op veel schoolreizen, maar aangezien tieners vaak andere besognes hebben dan het bezoeken van oude steden, geraakt deze trip snel in de vergetelheid. Dit was bij mij ook het geval en afgelopen vrijdag besloot ik om de schade te herstellen met een city trip naar de hoofdstad van West-Vlaanderen. 

Het was een mooie, zonnige dag in het verlengd weekend van Hemelvaart en dat zal ik geweten hebben. Ik ben met de trein naar Brugge gereden en daar zat niet zo gek veel volk op. Het meeste volk zal echter in de aanpalende hotelletjes hebben gelogeerd, want bij momenten was het op de koppen lopen in het centrum van Brugge. Het voordeel van met de trein reizen is dat het centrum van Brugge op amper tien minuten ligt van het station. Ook buiten het centrum van Brugge is er veel te zien, want eigenlijk is de oude stad van Brugge één gigantisch openluchtmuseum.  

Opsomming
Aangezien er in Brugge veel te zien en te doen is en er maar een beperkt aantal uren in een dag zitten, heb ik me beperkt tot een aantal musea en trekpleisters. De beknopte omschrijving vind je hieronder in lijstvorm terug:

  • Sint-Salvatorskathedraal: Als je van het station komt, is dit het eerste grote bouwwerk dat je tegenkomt. De kathedraal is één van de meer dan twintig kerken in het oude stadsgedeelte van Brugge. Het ziet eruit als een klassieke kerk en heeft achteraan nog enkele graftombes. Leuk om even te bezichtigen, maar na minder dan tien minuten ben je alweer buiten. 
  • Sint-Janshospitaal: Een eeuwenoud, maar pittoresk gebouwencomplex waar vroeger pelgrims werden verzorgd. Het ligt vlak aan de reien en is een mooie locatie om enkele foto's te trekken. Binnen is er ook een tentoonstelling, maar daar ben ik niet binnen geweest.
  • Onze-Lieve-Vrouwekerk: De hoogste bakstenen kerk in de Benelux waar je Madonna met Kind kan bezichtigen, één van de weinige werken van Michelangelo die je buiten Italië vindt. De toegangsprijs is normaal zes euro, maar omdat er renovaties bezig zijn, is dat nu slechts drie euro. Dat klinkt weinig, maar buiten Madonna met Kind en enkele andere schilderijen is er eigenlijk weinig te zien. 
  • Brugse stadhuis: Hier vind je de beroemde gotische kamer met aanpalend een kleinere kamer. De gotische kamer ziet er adembenemend uit en je ziet dat er ontzettend veel werk is gestoken om dit te bouwen. Maar ook hier geldt dat de toegangsprijs van vier euro aan de dure kant is, aangezien je hier maximaal een halfuurtje zal blijven. 
  • Basiliek van het Heilig Bloed: Deze dubbelkapel bestaat uit een onderkapel waar relatief weinig toeristen komen en de bovenkapel waar zich een ellenlange wachtrij vormt om langs het relikwie van het Heilig Bloed te passeren. Zelf heb ik dit niet gedaan, maar in de plaats daarvan ben ik naar de schatkamer gegaan. Dat mag je letterlijk nemen, want het is slechts één kamer, maar er staan hier wel enkele fraaie kunstwerken. Nogmaals is de prijs een hekel punt, hoewel het slechts twee euro is deze keer. 
  • Historium: Dit is een multimediaal museum waar het verhaal van Jacob, een leerling van Jan Van Eyck, à la Efteling wordt uitgebeeld. Je krijgt er ook beelden te zien van verloren gegane bouwstukken zoals de Waterhalle die in 1787 werd afgebroken. Achteraf kan je met behulp van de koptelefoons info oproepen over allerlei zaken zoals Madonna met kannunik Joris Van der Paele (het schilderij dat centraal staat in het interactieve verhaal), maar ook de ontwikkeling van de Brugse stadswallen. Ook hier is een museumbezoek aan de prijzige kant met een bedrag van 12,5 euro
  • Brugse rijen: Als je een bezoek brengt aan Brugge, mag een rondvaart op de Brugse reien eigenlijk niet ontbreken. Op een halfuur tijd word je door de mooiste plekjes van Brugge geloodst en krijg je in sneltempo een geschiedenisles over de verschillende Brugse gebouwen. Leuk om te doen, al moet je even geduld uitoefenen vooraleer je in een bootje mag stappen. Voor de prijs van acht euro moet je het ook zeker niet laten. 
  • Brugse markt: Dit is het kloppende toeristische hart van Brugge. Je ziet er eeuwenoude gebouwen, maar het uitzicht van de markt wordt vooral gedomineerd door tientallen horecaetablissementen. Het heeft wel een zekere charme om hier te dineren, maar de prijzen zijn wel navenant. 
  • Begijnenhof: Je vindt wel meer begijnenhoven in Vlaanderen, maar in Brugge kan je wel een woning van binnen bekijken. Ook hier is de toegangsprijs (twee euro) te veel voor de vijf à tien minuten die je er doorbrengt. Toch is het interessant om de eenvoud van zo'n woning te bezichtigen. Het begijnhof zelf ligt er rustig bij en hoewel het in een uithoek ligt van het Brugse stadscentrum, kan je hier op de koppen van de toeristen lopen. 
  • Godshuizen: Dit zijn kleine huisjes met een witte gevel die zich rond een centrale binnentuin bevinden. Deze huisjes werden door rijken gebouwd om arme bejaarden en weduwes te huisvesten. Ook nu nog wonen hier altijd mensen. Het heeft ongeveer dezelfde atmosfeer als het Begijnenhof, maar is wel een stuk kleinschaliger. 
  • Belfort: Wellicht publiekstrekker nummer één als ik de wachtrij bekeek. Om twaalf uur was er een ellenlange wachtrij, twee uur later was die er nog altijd en om vier uur 's middags werd doodleuk verkondigd dat je het Belfort niet meer kan bezoeken. Ik ben dus niet op het Belfort geweest, maar het panorama bovenaan zal zeker en vast de moeite zijn. Als je meer dan één dag tijd hebt in Brugge kan je wel enkele uurtjes vrijmaken om het Belfort te bezoeken. 
Algemene indruk
Er wordt wel eens gezegd dat de tijd is blijven stilstaan wanneer je Brugge bezoekt en na m'n bezoek kan ik dat zeker beamen. Het is één gigantisch openluchtmuseum, maar wel erg toeristisch. Om iets te bezoeken, betaal je al gauw enkele euro's en dat loopt op een dag snel op. Dat neemt niet weg dat je een heleboel mooie dingen kan bezoeken in Brugge. Er zijn natuurlijk de vele kerken en kapellen, maar er zijn ook andere interessante dingen zoals de vele musea (zoals het Groeningemuseum waar vele werken hangen van de Vlaamse primitieven), maar natuurlijk ook het Belfort en de indrukwekkende gotische kamer in het Brugse stadhuis. Als je een city trip plant van één dag kan je best alles afzonderlijk betalen. Mocht je twee of meer dagen in Brugge verblijven, is een city card toch wel aangeraden. Een city card kost 46 euro voor twee dagen en 49 euro voor drie dagen. Dit zijn vrij forse bedragen, maar het is wel goedkoper dan wanneer je alles afzonderlijk zou bezoeken. Bovendien krijg je er een stadsgids bij en een heleboel kortingen zoals op de bus.