donderdag 19 maart 2015

Heeft Netflix in België nood aan een fix?

Teleurstellend
Netflix startte in september 2014 op in België en telt op een half jaar tijd ongeveer 30 000 abonnees. Bij de komst van Netflix naar België werd er een verschuiving in het Vlaamse medialandschap aangekondigd en werd verwacht dat Belgacom, sorry Proximus, en Telenet zware klappen gingen krijgen. Dat valt dus nu nog heel erg goed mee. Bij Netflix is men nog niet ongerust en maakt men de vergelijking met Scandinavische landen waar de streamingdienst één procent marktaandeel had na één jaar. Doelstellingen die in België toch ook haalbaar moeten zijn.

 In Nederland is Netflix al langer beschikbaar en zijn er maar liefst 700 000 abonnees. Bovendien is het business model van Netflix gestoeld op recurrente inkomsten (een maandelijks abonnementsgeld), maar ook een long tail. Dit wil zeggen dat producten een lange levensduur hebben en daarom hoeven lage volumes nog geen ramp te betekenen. De bibliotheek van series en films groeit elke week gestaag verder en met eigen series verzekert Netflix de loyaliteit van z'n kijkers.

Aanbod
Je kan het aanbod van Netflix in België zowel goed als slecht bestempelen. Het aanbod van series kan je zonder meer goed noemen. Netflix heeft enkele eigen series zoals Orange is the new black, House of cards en Better call Saul, maar ook een heleboel andere bekende series zoals Family guy, Breaking bad, How I met your mother, enzovoort. HBO is momenteel de grootste concurrent van Netflix over de grote plas die we de Atlantische Oceaan noemen en daarom zullen HBO-series nooit op Netflix te zien zijn. Maar zelfs zonder deze series, is het aanbod van Netflix vrij uitgebreid en compleet op het gebied van series. 

Als we echter over films spreken, mag dit perspectief honderdtachtig graden worden gedraaid. Netflix heeft een respectabel aanbod van films, maar niet meteen de meest recente of grote namen. Het middelmatige Maleficent is de meest recente grote naam in het aanbod van Netflix en dan gaapt er een grote leegte van bekend bandwerk uit Hollywood. Ook voor filmklassiekers zal je Netflix niet moeten nemen. Er zijn wel enkele klassiekers te bekijken zoals The Shining maar het is te weinig om overtuigde cinefielen te kunnen bekoren. 

Foefelare
Het aanbod van Netflix is - onder andere omwille van legale redenen - afhankelijk van je land van herkomst. Het is daarom logisch dat het aanbod in de VS vele malen uitgebreider is dan het aanbod in België dat nog geen jaar oud is. Daar valt echter een mouw aan te passen. Netflix registreert je IP-adres, maar er zijn diensten zoals Getflix en UnblockUs die gebruik maken van eigen DNS-servers zodat je je land kan aanpassen. Zodoende kan je dus surfen naar bijvoorbeeld het Nederlandse aanbod, maar ook het Britse en Amerikaanse aanbod. En dan gaat er een wereld voor je open. Series die hier niet zo bekend zijn, maar wel in de VS zoals Mad Men, Freeks and geeks, Malcolm in the middle, Futurama, 30 Rock, enzovoort zijn dan beschikbaar. 

Ook voor het filmaanbod geldt dat het Amerikaanse aanbod veel uitgebreider en recenter is met films zoals Nimphomaniac, Nebraska, The wolf of Wall Street, The master en anderen. Het nadeel is dan natuurlijk wel dat deze series en films niet Nederlands ondertiteld zijn. Bovendien is het eigenlijk illegaal en heeft Netflix al enkele kijkers geblokkeerd die gebruik maakten van deze diensten.  

Acht euro
Je moet er echter wel rekening mee houden dat je voor het equivalent van drie biertjes op café een uitgebreid aanbod krijgt van series en een deftig - maar ook karig - aanbod van films. Als je weet dat je bijvoorbeeld tien euro per maand betaalt om alle Belgische voetbalwedstrijden live te kunnen volgen, mag je de prijs van Netflix gerust meer dan competitief noemen. De vraag is of Netflix ooit moeite zal doen om in België af te komen met een uitgebreid en recent aanbod van films. Het antwoord hierop is meer dan waarschijnlijk nee, want dat publiek zit momenteel bij Prime van Telenet en de kosten-batenanalyse stevent dan op een groot negatief cijfer af. 

woensdag 4 maart 2015

ISTQB Foundation Agile Tester Extension tips & tricks

Uitbreiding
Eén van mijn voornemens is om me op professioneel vlak meer toe te leggen op agile methodes en processen aangezien veel bedrijven aan het overstappen zijn, al overgestapt zijn of de intentie hebben om over te stappen. Ik zie echter dat diezelfde bedrijven worstelen met de grondbeginselen van agile aangezien dit een andere mentaliteit vraagt van zowel het bedrijf qua cultuur, maar ook de mensen die ermee werken. Een logische opstap is voor mij het ISTQB Foundation Agile Tester Extension certificaat gezien mijn achtergrond. Uiteindelijk behaalde ik een onverwachte 33 op 40 terwijl het examen toch moeilijker was dan ik dacht. 

Dit certificaat is ingericht door het International Software Testing Qualifications Board (ISTQB) als een zogenaamde extension van Foundation certificaat. Dit betekent dus dat je het Foundation certificaat moet hebben om het examen te mogen afleggen. Het veronderstelt ook dat je kennis hebt van de materie uit het Foundation examen zoals test design techniques. Hoewel de structuur van het Agile Tester examen min of meer hetzelfde is als het Foundation examen, is Agile Tester toch een stukje moeilijker dan het Foundation examen. Dit komt in de eerste plaats door de zogenaamde K-levels. Deze levels bepalen de moeilijkheid van een vraag. K1 test of je een definitie kan herinneren, bij K2 moet je vergelijken en bij K3 moet je iets toepassen. Bij het Foundation examen bestaat vijftig procent van de vragen uit K1. Bij het Agile Tester examen is de verdeling als volgt: 20% van de vragen zijn niveau K1, 55% van de vragen zijn niveau K2 en de overige 25% zijn vragen van het niveau K3. Het Agile Tester examen vraagt dus meer redeneringsvermogen dan het Foundation examen dat voornamelijk gestoeld is op herinneren. 

Tips & tricks
Het Agile Tester Extension bestaat sinds juni 2014 en inmiddels zijn er al enkele bedrijven die een opleiding aanbieden zoals Improve Quality Services en Polteq. Ik gaf echter de voorkeur aan zelfstudie en ik heb de syllabus genomen als studiemateriaal aangevuld met een oefenexamen dat je ook op de site van ISTQB kan terugvinden. Hoewel dit in principe voldoende is om te slagen, is het gemakkelijk om je te mispakken aan de soort vragen die worden gesteld. De syllabus bestaat namelijk uit ruim veertig pagina's droge tekst, terwijl de nadruk van het examen wordt gelegd op toepassing en vergelijking. Zaken die je dus niet in de syllabus terugvindt. 

Een mooi voorbeeld hiervan is de uitleg over een burndown chart. In de syllabus wordt de burndown chart gedefinieerd als: "A burndown chart represents amount of work to be done against time allocated to release or iteration". De vraag die ik echter op het examen kreeg ging over een RBC (release burndown chart) en IBC (Iterative Burndown Chart) waar de x-as wordt uitgedrukt in tijd en de y-as in werkvooruitgang (bv. storypoints). Je krijgt dan vier opties gepresenteerd die iets over de x-as en y-as zeggen en je hebt de neiging om de vraag over te slaan omdat die zo moeilijk lijkt. Er is echter één antwoord dat hier niks mee te maken heeft. Het zegt dat de IBC een opwaartse trend heeft als er meer werk bijkomt dan dat er werk wordt gerealiseerd. Een verrassend simpel juist antwoord op een vraag die zo moeilijk lijkt. Daarom volgt er een lijstje van tips & tricks dat het leven wat gemakkelijker maken als je het Agile Tester Extension certificaat wil behalen in zelfstudie. 

  • Tijdsuitbreiding: Je hebt de mogelijkheid om een kwartier extra tijd aan te vragen voor het examen (dus 75 in plaats van 60 minuten) als Engels niet je moedertaal is. Hoewel het examen zeker in een uur kan worden afgerond, geeft dit kwartier extra je meer tijd om antwoorden te reviewen waarvan je niet zeker bent en dat kunnen er meer zijn dan je denkt!
  • Herinner de test design techniques: In het examen staat er altijd één vraag over test design techniques zoals state transitioning, boundary value analysis, equivalence partitioning, enzovoort. Het is een kleine moeite om deze technieken te herhalen (herkennen is genoeg, je moet ze niet kunnen toepassen) en zo één gegarandeerd punt te behalen.
  • Leer enkele zaken van buiten: Wanneer je enkele dingen van buiten leert, is het gemakkelijk om enkele punten te pakken. Het gaat hier om concepten zoals het agile manifesto, welke testactiviteiten je doet in een release of iteration planning, test pyramid en testing quadrants. Je krijgt bijvoorbeeld één vraag over de definities van Scrum, XP en Kanban, terwijl een andere vraag gaat over welke testing quadrants je moet toepassen bij welke test (bv. usability bij Q3). 
  • Herinner de principes van het agile manifesto: Soms krijg je vragen voorgeschoteld waarbij meerdere opties of zelfs alle opties correct lijken te zijn. In dergelijke gevallen is het goed om terug te denken aan de agile principes zoals working software als middel om aan te tonen dat een product klaar is voor gebruik. 
  • Pak het meest herkenbare antwoord: Je krijgt een aantal vragen over welk antwoord is most likely of least likely. Dit zijn de moeilijkste vragen omdat alle antwoorden juist lijken te zijn. Meestal is er één antwoord dat min of meer overeenkomt met de tekst uit de syllabus en meer dan waarschijnlijk is dit het correcte antwoord. 
  • Herhaal, maar niet te veel. Wanneer ik aan m'n zelfstudie begon, heb ik in Excel een samenvatting gemaakt van de syllabus waarin alles staat. Dit is een goede eerste manier om te leerstof in te oefenen, maar dit lezen en blijven lezen heeft maar een beperkte toegevoegde waarde. Het is zinvol om enkele concepten (zie hierboven) van buiten te leren, maar nog meer zinvol is om het oefenexamen te doen en dit dan terug te koppelen naar de syllabus. Je gaat met andere ogen de leerstof bekijken en het is een goede indicator voor het echte examen. 
  • Houd de tijd in oog: Zelf heb ik het examen op één uur afgelegd. Ik had de veertig vragen op een kleine vijftig minuten tijd en de overige minuten heb ik gebruikt om een tiental antwoorden te reviewen. Als je 75 minuten hebt, mik je best op een bestek van 55 minuten om alle vragen te beantwoorden en dan heb je nog twintig minuten over om antwoorden te reviewen. 
  • Maak aantekeningen: Voor vragen die wat langer zijn (zoals de vraag over de burndown chart die ik eerder heb beschreven) is het nuttig om de vraag rustig te lezen en eventueel aantekeningen of een schema te maken. Voor de desbetreffende vraag heb ik dit gedaan en kwam ik zo op het verrassend simpele antwoord uit. 
  • Let op versterkende woorden: Bij de antwoorden ga je regelmatig versterkende woorden terugvinden die een kwantiteit, frequentie, ... uitdrukken zoals dialy of no en dikwijls is dit het verschil tussen een correct en foutief antwoord. Een mooi voorbeeld hiervan is vraag 35 uit het oefenexamen. Een mogelijk antwoord is C "Performance testing: The application is responding in a reasonable amount of time with 5000 users". Hoewel dit op het eerste gezicht plausibel lijkt, staat er nergens wat de responstijden moeten zijn. Let dus ook op zinssneden zoals "according to specifications" want dit duidt wel op een goed antwoord. Ik kreeg op m'n examen ook een soortgelijke vraag als deze vraag uit het oefenexamen, dus hiermee kan je ook zeker een punt winnen. 
  • Maak geen assumpties: Als een antwoord een uitleg bevat die je niet gezien hebt, moet er een alarmbel afgaan. Meestal - maar dus niet altijd - betekent dit dat deze uitleg misschien wel correct is, maar niet relevant. In een vraag over continuous integration was er één antwoord dat zei dat "developers have to integrate their code once every few hours and at least daily". Op het eerste gezicht lijkt dit een correct antwoord, maar de syllabus zegt "An automated build and test process takes place on a daily basis and detects integration errors early and quickly". Er wordt niks gezegd over once every few hours en het kan zelfs zijn dat een developer zijn code niet integreert omdat de unit tests aangeven dat er fouten in de code zitten. 
  • Maak een (beredeneerde) gok: Het gaat hier om een multiple choice examen waar je 65% of meer moet scoren zonder giscorrectie. Als je niet zeker bent over één of meerdere antwoorden bij één vraag kan het helpen om van de vier of vijf mogelijke antwoorden een aantal opties te elimineren (door bijvoorbeeld op de versterkende woorden te letten of antwoorden te elimineren waarvan je zeker bent dat ze niet kloppen) en bij de overgebleven opties kan je een gokje wagen. Als er twee antwoorden overblijven, heb je bij een gok vijftig procent kans dat het juist is. Niet meteen de beste examenstrategie, maar wel ééntje waar je een paar punten mee kan sprokkelen en geen enkele mee verliest. 

maandag 23 februari 2015

Oscars 2015: amper verrassingen

Voorspelbaar
Na het debacle van vorig jaar waar Twelve Years a Slave onverwacht - en ook onterecht - de Oscar voor beste film wegkaapte, is deze editie van de Oscaruitreikingen gespaard gebleven van grote verrassingen. Winnaar van de dag werd Birdman dat vier beeldjes verdiende waaronder de twee belangrijkste: beste film en beste regie. Verliezer van de dag werd het coming-of-age verhaal Boyhood dat één beeldje verzamelde: dat van beste vrouwelijke bijrol voor Patricia Arquette. Ook The Grand Budapest Hotel sleepte vier Oscars in de wacht, maar dan in de zogenaamde technische categorieën zoals beste make-up en beste kostuumontwerp.  



Een overzicht
De Academy Award voor beste film ging dus naar Birdman. Zelf twijfelde ik tussen Whiplash en Birdman als verdiende winnaar, maar uiteindelijk ging mijn voorkeur uit naar Whiplash. Toch is Birdman zeker en vast een verdiende winnaar. Van de genomineerde biopics was wellicht geen enkele film een serieuze kanshebber en is het vreemd te noemen dat Foxcatcher geen nominatie verdiende. Ook andere spraakmakende films zoals Nightcrawler of Interstellar mochten gerust genomineerd worden voor deze categorie, maar moesten de duimen leggen voor degelijke, maar geen bijzonder biopics zoals The Theory of Everything en Selma. 



Ook het beeldje voor bete regie ging naar Birdman waar regisseur Alejandro González Iñárritu zijn kenmerkend magisch realisme introduceerde aan het grote publiek. De film werd ook gedraaid alsof het in één continue opname op beeld werd vastgelegd en dat leverde Birdman ook de Oscar voor beste cinematografie op. 

De acteurs
Bij de acteerprestaties vielen er ook weinig verrassingen te noteren. Eddie Redmayne was mijn favoriet voor beste mannelijke hoofdrol en zo geschiedde, al zal Michael Keaton zeker en vast voor verdeeldheid hebben gezorgd bij de juryleden. De beste vrouwelijke hoofdrol was weggelegd voor Julianne Moore in Still Alice, een film die ik tot dusver nog niet heb gezien. Moore is geen high-profile actrice, maar trad wel al in enkele bekende klassiekers op zoals The Big Lebowski. 



J.K. Simmons stond met stip op één genoteerd voor beste mannelijke bijrol en het was niet meer dan logisch dat hij de prijs verdiende. Als psychopatische brulboei zette hij de prestatie van zijn leven neer in Whiplash. Patricia Arquette hield de eer hoog van Boyhood waar ze de Oscar van beste vrouwelijke bijrol in de wacht sleepte. Een acteerprestatie waar ze - letterlijk - jarenlang heeft aan gewerkt aangezien de film over twaalf jaren is opgenomen. 

De nevencategorieën
De prijs van beste animatiefilm was weggelegd voor Big Hero 6 van Disney. The Grand Budapest Hotel verzamelde zoals eerder gezegd maar liefst vier beeldjes in vier technische categorieën waaronder de grootste verrassing van het gehele evenement. De film kreeg namelijk de prijs van beste muziek en dat had ik niet verwacht. Ik zou namelijk al m'n geld inzetten op de muziek van Interstellar waar Hans Zimmer zichzelf heeft overtroffen en ook regisseur Christopher Nolan noemde de muziek van Zimmer in Interstellar zijn beste werk ooit. De Duitse componist krijgt daarmee niet de kritische erkenning die hij verdient. 

Er viel ook een kleine verrassing te noteren bij de inbreng van beste buitenlandse film. De Poolse film Ida werd verkozen en niet Timbuktu uit Mauritanië. Nochtans wist deze laatste enkele belangrijke prijzen weg te kapen bij de Césars, de Franse tegenhanger van de Oscars.










vrijdag 13 februari 2015

Agile testing: het boek

Wat is agile testing?
Hoewel het agile manifesto is geschreven in 2001 geniet het pas de laatste vijf jaar meer bekendheid. Midden jaren 2000 waren we al bekend met principes zoals timeboxing, extreme programming en iteratieve cycli. We noemden het iets anders, maar nu vallen al deze begrippen onder de paraplu van "agile". Veel bedrijven zijn recent overgetapt naar agile, maar stuiten niet geheel onverwacht op een heleboel problemen. Als je het agile manifesto leest, denk je te maken hebben met een nieuw wondermiddel in de IT-sector. Het belooft namelijk een product dat altijd werkt, betere requirements door snelle en veelvuldige communicatie en interactie, veel snellere feedback voor ontwikkelaars en testers en een time-to-market waar traditionele watervalprojecten alleen maar van kunnen dromen. De waarheid is echter een stuk genuanceerder. 



Agile is een paraplu waar veel methodes onder worden gecatalogeerd waaronder Scrum. Scrum is een ontwikkelingsmethodologie die is uitgegroeid tot de de facto manier van werken wanneer agile wordt toegepast. Scrum wordt in agile omschreven als een lightweigth approach wat zoveel wil zeggen dat het steunt op een aantal principes maar is geen methodologie hoe je voorschrijft hoe je moet ontwikkelen en testen. Bijkomend probleem is dat Scrum een ontwikkelingsmethodologie is die vooral bedoeld is voor ontwikkelaars. Het zegt bijna niks over testing behalve dat er acceptatiecriteria moeten worden geschreven voor user stories. Ook over project management zegt het weinig en vertelt enkel dat de scrum master naar de burndown chart moet kijken om de vooruitgang te beoordelen. 

Weer een boek?
Lisa Crispin en Janet Gregory zagen dat testing in agile projecten meestal stiefmoederlijk werd behandeld en niet de erkenning heeft dat het verdient. Daarom schreven beide dames in 2009 het boek Agile Testing: A Practical Guide for Testers and Agile Teams. Beide auteurs zijn afkomstig uit de discipline van software testing en staan met beide voeten in de grond. Het zijn dus geen managementgoeroes of academici die zeggen hoe je in theorie software testing toepast in een agile project. Het duo put veelvuldig uit hun ervaring om voorbeelden te geven uit de praktijk en elk hoofdstuk in het boek maakt gebruik van een mind map om alle mogelijke onderwerpen te dekken. Bovendien zijn de hoofdstukken beknopt, maar wel ter zake geschreven zodat je op een kwartier tot halfuur een hoofdstuk kan lezen en heb je het gevoel iets bijgeleerd te hebben.



Als je het boek leest, beschik je best over een basiskennis van agile ontwikkelingsmethoden zoals Scrum, maar dat is in een mum van tijd geleerd. Ook als je veel over agile ontwikkeling weet, is het boek de moeite aangezien het boek vooral bekeken wordt uit het perspectief van de tester en niet zozeer van de ontwikkelaar. Daarvoor bestaan namelijk duizenden andere boeken. De toegevoegde waarde van Agile Testing: A Practical Guide for Testers and Agile Teams is dat het concrete oplossingen aanreikt voor de transitie van software testing in traditionele watervalprojecten naar software testing in agile projecten. Het beoordelen van productrisico's en hun impact - zowat de hoeksteen van software testing - gebeurt in agile projecten op een totaal andere manier door gebruik te maken van testing quadrants. Daarom is dit boek eigenlijk verplichte literatuur voor al wie met agile projecten en software testing werken. 

vrijdag 6 februari 2015

Walchowskis descending

Origineel en intrigerend
Er zijn weinig films die kunnen zeggen dat ze een kaskraker zijn en tegelijk ook intrigerend en filosofisch. The Matrix uit 1999 is daar echter een uitzondering op. Deze actiefilm annex filosofieverhaal ontvouwt laag na laag op een intelligente manier een intrigerend plot dat de kijker van begin tot einde weet te boeien. The Matrix werd terecht geloofd om zijn spectaculaire special effects, hoewel de film enkele obligate stukken heeft zoals het altijd voorspelbare verraad en één of twee grote gaten in de plot. Het zette de Walchowskis (toen nog door het leven gaand als Walchowski Brothers) meteen op de regiekaart. De twee sequels waren echter een teleurstelling en sindsdien kan je het parcours van dit tweetal op z'n minst grillig noemen. 

One trick pony
In het Engels hebben ze een mooie uitdrukking voor dit fenomeen: one trick pony. Iemand die één kunstje kan en dit blijft herhalen. Voorbeeld bij uitstek is regisseur uit M. Night Shyamalan die met The Sixth Sense (ironisch genoeg ook uit 1999) een intelligente thriller neerzette, maar sindsdien van de ene mislukking naar de andere sukkelt met als voorlopig dieptepunt The Last Airbender, een mislukte adaptatie van de gelijknamige tekenfilmreeks. Het parcours van Andy en Lana Walchowski vertonen opvallende gelijkenissen met dat van Shyamalan. Ook zij zijn beroemd geworden met één film, maar zoeken sindsdien naar bevestiging die ze nergens kunnen terugvinden. 

Toch vertoont de loopbaan van beiden meer pieken dan de loopbaan van Shyamalan dat enkel over dalen gaat. De Walchowskis waren bijvoorbeeld drie jaar geleden verantwoordelijk voor het genietbare Cloud Atlas en traden ook op als producent voor de cultklassieker V for Vendetta. Dat zijn toch twee films die iedere big shot in Hollywood op zijn CV wil hebben staan. Met Jupiter Ascending bereikt het tweetal echter een dieptepunt in hun carrière.

Origineel?
Jupiter Ascending moest oorspronkelijk de zomer blockbuster van 2014 worden, maar werd ruim een half jaar uitgesteld, officieel omwille van post-productie waar er nog tijd en ruimte nodig was voor de special effects. Dat zal - gedeeltelijk - kloppen, want visueel ziet Jupiter Ascending er geweldig uit met prachtige buitenaardse decors en pijlsnelle actie waar scènes soms twee oogwenken duren. De andere reden is allicht dat de studio ook wel wist dat de kwaliteit van de film niet goed genoeg is. Sommigen noemen de film origineel en intelligent omdat het met een nieuw verhaal afkomt. De waarheid is echter dat de film enorm voorspelbaar is. Je kan de film met een checklist bekijken en elk voorspelbaar element in een klassieke actiefilm aanvinken. Verraad: check. Onbenullig personage wordt belangrijkste personage in het universum: check. Datzelfde personage wordt beschermd door held met duister verleden: check. Terug datzelfde personage wordt verliefd op held: check. Slechterik doet zich voor als vriend, maar blijkt toch slechterik te zijn: check. Je kan zo een bingoavond organiseren met deze film. 

Jupiter Ascending wordt eveneens intelligent genoemd omdat de Walchowskis goed hebben nagedacht over het verhaal, of toch tenminste de wereld wat in het verhaal opduikt. In het begin van de film wordt met de regelmaat van de klok verschillende partijen geïntroduceerd en kan je in een onoplettende bui de film zelfs niet eendimensionaal noemen. Vooral omwille van het feit dat er drie partijen zijn die als slechterik van dienst optreden met hun eigen manschappen en er een genoegen in scheppen om elkaar dwars te liggen. Wat je echter te zien krijgt is een plot waar het hoofdpersonage verhuist van slechterik één naar slechterik twee en vervolgens naar slechterik drie. Eendimensionaal met wat meer toeters en bellen dus. Intelligent is Jupiter Ascending dus ook zeker niet.

Popcorn
Jupiter Ascending wordt door veel critici in de pan gehakt, maar is het geesteskindje van de Wachowskis echt zo slecht? Als typische blockbusterfilm kan je de film gemiddeld noemen. De film is inderdaad voorspelbaar met een flutverhaal en matige acteerprestaties, maar tegelijk stoorde ik me nergens aan. Ik kan me inbeelden dat voor veel mensen dit soort films een soort van guilty pleasure is, een film die weinig hoogstaand is, maar wel genietbaar. Het mag gezegd worden dat een hese Eddie Redmayne als slechterik van dienst geweldig staat te overacten en het visuele spektakel zal allicht veel mensen kunnen bekoren. In een tijd waar Transformers: Age of Extinction meer dan één miljard dollar oplevert, is Jupiter Ascending zo slecht nog niet.

zondag 18 januari 2015

Oscars so white

De aankondiging
Voor filmliefhebbers zijn januari en februari interessante maanden want ze vormen de aanloop naar de uitreiking van de Oscars, de jaarlijkse hoogmis van de filmindustrie. Een paar dagen geleden zijn de genomineerden bekendgemaakt voor alle categorieën en voor filmkijkers is het dan extra aanlokkelijk om deze genomineerden te gaan bekijken. Het valt op dat - net zoals vorig jaar - de release van de genomineerde films recent in het geheugen liggen. Grote uitzondering hierop is The Grand Budapest Hotel dat in het begin van 2014 uitkwam. Een andere trend die onmiddellijk duidelijk werd, was de dominante aanwezigheid van blanke, mannelijke auteurs dat op Twitter snel werd verspreid onder de hashtag #oscarssowhite. Maar is die kritiek terecht?

De jury van de Oscars betichten van verdoken racisme gaat wellicht een stap te ver want vorig jaar won 12 Years A Slave de Oscar voor beste film. Het is een aangrijpend drama over de zwarte Solomon Northup die in het 18de eeuwse Amerika onterecht als slaaf wordt verkocht en zware thema's aankaart zoals racisme en slavernij. De film zelf liet me echter een lauwe indruk want de acteerprestaties van hoofdrolspelers Chiwetel Ejiofor en Lupita Nyong'o kan je niet meer dan als redelijk bestempelen, hoewel die laatste de Oscar voor beste vrouwelijke bijrol heeft gewonnen. Er waren in 2013 simpelweg betere films, maar toch won 12 Years A Slave de titel van beste film. Een vorm van politieke correctheid? Slechts weinigen zullen het weten, maar het is moeilijk om die indruk uit te wissen als je de film hebt bekeken.

Herhaling
We zijn nu een jaar later en met Selma - dat het leven vertelt van Marthin Luther King - is het publiek geschokt dat de prent slechts twee nominaties in de wacht heeft gesleept, die van beste film en beste lied. Men verwachtte dat de film ook nominaties zou krijgen voor beste regie en beste mannelijke hoofdrol, maar dat is dus niet gebeurd. Dat maakt het overzicht van de andere genomineerden des te pijnlijker aangezien die vooral bestaat uit blanken. Kiest de jury dus nu voor het andere spectrum van politieke correctheid?

De nominaties zijn voor een groot stuk de reflectie van films die in Hollywood uitkomen. We hebben een lange weg afgelegd, maar in de meeste films zijn de meeste hoofdrollen nog altijd weggelegd voor blanken. Er zullen hier allerlei redenen voor zijn, maar geld zal allicht het belangrijkste zijn. In Hollywood leeft er nog altijd de overtuiging dat blanke acteurs meer garant staan voor een kassucces dan acteurs met een andere huidskleur. Nochtans zijn er meer dan voldoende niet-blanke acteurs die tot de beste acteurs in de industrie mogen worden gerekend. Denk bijvoorbeeld aan de meesterlijke Michael Kenneth Williams die in tal van bijrollen opduikt, maar zelden de hoofdrol krijgt. De vraag of dit al dan niet racisme is, moet heel erg genuanceerd worden, maar het staat vast dat je je met deze discussie je op een dunne lijn begeeft waar het gemakkelijk is om te polariseren. De samenstelling van de maatschappij is geëvolueerd, maar dat geldt niet voor de samenstelling van beleidsmakers in de filmindustrie en zolang dat niet gebeurt, zullen we nog wellicht veel #oscarssowhite gaan krijgen.



































zaterdag 3 januari 2015

Film of kunst?

Gelijke zielen
Onlangs heb ik op het witte doek Interstellar bekeken en wat mij betreft, mag deze rolprent van Christopher Nolan zich onmiddellijk een klassieker noemen. De film kent wat (te) melancholische momenten met liefde als het drijvende thema dat alles en iedereen overwint, maar daartegenover staat een waslijst van goede elementen. De spanningsboog van Interstellar is perfect opgebouwd en het laat zich niet gemakkelijk categoriseren. Bij het begin zit je naar een drama te kijken, in het midden naar een thriller annex avonturenverhaal en op het einde naar een feel good movie. Interstellar laat zich bekijken als een best of van wat Hollywood te bieden heeft. De meeste bioscoopgangers zijn laaiend enthousiast over de film, maar meer dan ééns valt de kritische noot te horen dat het doet denken aan die andere bekende science fiction-klassieker, 2001: A Space Odyssey.



Stanley Kubrick's meesterwerk geldt als een mijlpaal in de filmgeschiedenis waar alle andere films zich aan meten. Het wordt door toonaangevende cineasten en magazines omschreven als één van de beste films ooit en wordt geloofd omwille van Kubrick's ziekelijke zin voor perfectie, visuele aanpak en minimalistische stijl. 2001: A Space Odyssey was enorm vooruitstrevend voor zijn tijd en dat was in 1968 goed te merken. De eerste recensies van de film waren namelijk gemengd en sommige zelfs vernietigend. Het element dat het meest werd neergesabeld was de plot waar veel mensen geen touw konden vastknopen aan wat er zich in de film afspeelde. Iets wat Kubrick opzettelijk heeft gedaan. Zoals goede wijn begon de appreciatie pas later nadat de film al wat ouder was en andere filmmakers Kubrick's stijl gingen nabootsen.

2015: een terugblik
Hoewel 2001: A Space Odyssey inmiddels 47 lentes telt, is de film allerminst gedateerd. De special effects waar er wordt gespeeld met de zwaartekracht is nog altijd indrukwekkend en de adembenemende decors zorgen voor een tijdloze atmosfeer in de film. Het tempo ligt echter een stuk trager dan het bandwerk dat nu uit de Hollywoodfabrieken komt uitgerold. De film is onderverdeeld in vier acts waarbij het begin en het einde enkel geleund wordt op een visuele stijl. Er wordt dus met andere woorden bijna de helft van de film niet gesproken in een film die 2,5 uur duurt. Het huidige cinemapubliek zou zoiets niet pikken. Bovendien neemt Kubrick rijkelijk de tijd om gebeurtenissen uit te beelden. Bij elke overgang tussen een act staar je meer dan één minuut op een zwart scherm of zie je hoe een ruimtetuig tergend langzaam naar beneden gaat op een platformlift.



Als we dit vergelijken met Interstellar kan de discrepantie bijna niet groter zijn. Interstellar barst bijna uit zijn voegen qua plot en alleen al het eerste uur is er veel meer verhaal aanwezig dan in de gehele duurtijd van Kubrick's meesterwerk. Daarna volgt er nog veel meer plot waar je gemakkelijk twee films mee kan vullen. 2001: A Space Odyssey drijft op een visuele stijl waar symboliek heel erg belangrijk is. Interstellar staat daar recht tegenover waar het 'show, don't tell-principe wordt verlaten voor uitvoerige conversaties die elke theorie haarfijn uitlegt. Dit resulteert in een duidelijk einde bij Interstellar, terwijl 2001: A Space Odyssey een ambigu einde heeft wat de kijker zelf mag invullen. De contrasten qua stijl, thematiek, opbouw en plot kunnen bijna niet groter zijn, maar toch worden deze twee prenten met elkaar vergeleken. De reden hiervoor is heel simpel: ze vertellen een prachtig verhaal over de mensheid in de ruimte waar het onbekende wordt geëxploreerd. Enkel vullen beide films dit totaal anders in.  

Het hangt ervan af
De hamvraag die dan wordt gesteld is: "Welke film is beter?". Het antwoord hierop is even simpel als complex: het hangt ervan af. Film wordt door Wikipedia gedefinieerd als "een verhaal dat wordt uitgebeeld door opeenvolgende stilstaande beelden". Het kernwoord is hier "verhaal". De uitbeelding van een verhaal is door de jaren heen geëvolueerd en gebeurt nu veel spectaculairder en sneller dan een halve eeuw geleden. Als we deze logica volgen is Interstellar de betere film en ik ben geneigd om dit bij te treden. Interstellar is niet alleen een stuk flitsender en sneller, maar vertelt een duidelijk verhaal met een duidelijk thema en bijhorende emoties. Dit wordt extra geaccentueerd door een geweldige soundtrack van Hans Zimmer die door Interstellarregisseur Christopher Nolan zijn beste werk ooit wordt genoemd. Dit niveau van emotie bereikt 2001: A Space Odyssey niet. De klassieke muziek is een beetje generiek als soundtrack en hoewel de visuele stijl aan de perfectie grenst, is het eveneens klinisch en onpersoonlijk. Op criteria zoals immerse en epiek scoort Interstellar een stuk hoger dan Kubrick's ruimtereis.



Interstellar mag dan (misschien) de betere film zijn, één ding is het niet: kunst. En dat is 2001: A Space Odyssey juist wel. Kubrick's opzet is niet om een spektakelfilm te tonen met tonnen emoties en epiek. Hij wil de kijker meenemen naar een ambigu mysterie door de tijden heen verteld door een minimalistische, visuele stijl. Het gevoel van verwondering is bij 2001: A Space Odyssey een constante factor voor de kijker. De eerste act beeldt de opkomst van de mensheid uit, maar je weet niet waartoe dit leidt. In de tweede en derde act wordt er gesproken over een groots mysterie, maar je weet niet wat er juist aan de gang is. In het slot zie je tien minuten van het meest psychedelische filmwerk dat je ooit zal zien en een einde dat enkel vragen doet rijzen. De film is niet alleen zinnenprikkelend, maar ook mysterieus en krtisch. Het volgt niet het recept van de perfect afgewerkte Hollywoodfilm zoals Interstellar. Binnen vijftig jaar zal Interstellar vergeten worden door andere films die nog spectaculairder en epischer zijn met betere plaatjes en meer bombastische muziek. 2001: A Space Odyssey zal dan echter nog altijd tijdloos zijn.