zondag 30 augustus 2026

Reisverslag Canada deel twee: geveld door een houten trap

Maandag 10 augustus
Een ongeluk zit in een klein hoekje. Dat leer ik in hoogst eigen persoon wanneer ik bij de Johnston Canyon de trap afdaal. Nonchalant met mijn handen in de broekzak neem ik de treden. Links, rechts, links, rechts, *krak*. Op de perfect liggende houten trap slaag ik erin om mijn voet om te slaan in een mooie winkelhaak van negentig graden. Tegemoetkomende wandelaars zien het gebeuren en hun grimas is nog veelzeggender dan de mijne. "Are you alright?", luidt de retorische vraag. "No, I'm not alright", luidt het niet-retorische antwoord. Op deze reis wandel ik over sneeuwvelden, ijs, gletsjers, morenen, rotsblokken, boomwortels en geërodeerde bospaadjes. Maar het is een onnozele houten trap die me heeft geveld. 

Voor even. 

Ik ben dan wel een klungelachtige wandelaar, maar wel een geharde wandelaar. Het is niet de eerste keer dat me dit overkomt. Of de laatste keer. En hoe onhandig ik ook ben, er is me nog nooit iets ernstigs overkomen en ik laat zo'n fait divers als dit daar geen verandering in brengen. Enkele uren later spring ik onder zachte dwang vrolijk mee met de rest van de bende in Eagle Net Park, een soort trampolinepark bij de Golden Skybridge. Slim is het niet, maar ik heb ook nooit beweerd dat ik een slimme wandelaar ben. 

Deze ochtend vertrekken we uit Banff en de Johnston Canyon is een uurtje later onze bestemming. We krijgen onverwacht het gezelschap van een muildierhert dat in het struikgewas zijn ontbijt verorbert. Even later wordt dit beeld overtroffen door een absurd moment. Een grijze wolf jogt vrolijk mee met andere auto's op de autoweg. Het dier maakt geen aanstalten om te stoppen of in het naburige bos te verdwijnen. Dergelijke momenten zijn de reden waarom ik naar Canada ben gekomen. 

Om acht uur 's ochtends is de Johnston Canyon nog niet zo druk. Het begin stelt teleur, maar naarmate ik dichter bij de Lower Falls kom, word ik steeds enthousiaster over de kloof. De verschillende sedimentlagen, de ruigheid van de rotsen, de kleine cascades in de beek en de grote rotswanden van de kloof overtuigen bijna elke wandelaar. Dat merk ik ook aan het aantal bezoekers, want dat groeit elke minuut zienderogen. Het echte meesterwerk moet nog komen bij de Upper Falls. Een schilderij op rots met gele, oranje en roestbruine tinten dat het decor vormt van de dertig meter hoge waterval. Het ziet er miljoenen jaren oud uit. En dat is het ook. Toch enerveert de drukte me soms die ook hier weer de ervaring wat naar beneden haalt. Het echte zorgenkind is echter mijn rechtervoet die enkel op weerbarstige wijze naar de auto terugkeert.  

De lunchstop voor vandaag is bij Emerald Lake. Alweer zo'n prachtig turquoise gletsjermeer. Ik vraag me luidop af waarom we gisteren zoveel moeite hebben gedaan om Lake Louise en Moraine Lake te bezoeken als je dergelijke meren letterlijk rechts van de weg vindt. Parkeren is zoals altijd wel een hele opgave. De beproefde tactiek is eigenlijk verrassend simpel. De doorstroming is zo groot dat er voortdurend auto's vertrekken en aankomen. Wacht simpelweg op een vertrekkende auto en je kan zijn plek probleemloos innemen. Emerald Lake is qua epiek misschien niet het mooiste meer van de Rockies, maar nog altijd bijzonder prachtig. Uiteindelijk neem ik hier amper foto's. De turquoise bergmeren verslaan me in hun hoeveelheid. 

Op weg naar de volgende kampeerplaats in Golden is er nog even tijd voor een leuk intermezzo bij Lower Spiral Tunnel Viewpoint. Ik bespaar je de volledige uitleg, maar door knap ingenieurswerk, tunnels en hoogteverschillen kan je hier een Canadese goederentrein op verscheidene hoogtes zien en lijkt het alsof de trein zichzelf kruist. Zonder passerende trein is dit plaatje overigens weinig bijzonder. Mét trein is het wel behoorlijk interessant. Voor tien minuten althans, want de Canadese goederentreinen zijn zo lang en rijden hier zo traag dat het wel erg lang duurt vooraleer je alles ziet passeren. Tegen dan moeten we echter verder rijden. 

Canada is een westers land, maar de prijzen vallen hier behoorlijk goed mee. Toch zijn sommige dingen hier duur zoals de inkomprijs bij de Golden Skybridge. Ruim dertig euro om over twee hangbruggen te lopen, dat is wel vrij stevig. Het uitzicht is echter wel spectaculair. De hoogste hangbrug zweeft honderddertig meter boven de kloof en geldt daarmee als Canada's hoogste hangbrug. De tweede hangbrug ligt lager en is korter. Ondertussen heb ik mezelf nog even gepijnigd in het trampolinepark hier. Kwestie van toch iets of wat waarde voor mijn geld te krijgen. Ook al is het met een verstuikte voet. Ik ben trouwens ook een gierige wandelaar.   
 
Dinsdag 11 augustus
Twee jaar geleden heb ik een nieuw talent van mij ontdekt: ik kukel heel gemakkelijk het water in. Bij een reis naar Noorwegen is me dat namelijk twee keer gelukt. Eén keer bij het raften waar een stroomversnelling me aanmaande om even een frisse duik te nemen. En een paar dagen later opnieuw bij het varen met een tweepersoonskajak waarvan een kajak die eigenlijk niet kan kapseizen toch is gekapseisd. Het is nog altijd een mysterie hoe dit heeft kunnen gebeuren. Sindsdien ben ik toch wat voorzichtig met alles wat te maken heeft met water en daar valt rafting zeker onder. De activiteit voor vandaag: rafting op een ijskoude gletsjerrivier! 

Ik was toch wat beducht voor dit riviertochtje en daarom had ik op voorhand informatie opgezocht. Het blijkt dat de Kicking Horse River toch net iets kalmer en braver is dan de Dagali waar ik twee jaar geleden bijna in verdronk - want ja, zo erg was het eigenlijk. Na de verplichte formaliteiten zoals de briefing, instructies en het twee keer aantrekken van de wetsuit word ik samen met de rest van de groep met een aftandse Amerikaanse gele schoolbus naar de beginplaats gebracht. Hier wordt het reisgezelschap in twee groepen gesplitst: één van zes personen en een tweede van vier personen. Er kunnen namelijk maar acht personen op één raft. 

De ochtendsessie is een opwarmertje. Er is slechts één rapid van klasse twee. Dat is niet overdreven zwaar, maar de eerste kennismaking doet mijn zelfvertrouwen toch wel zakken. Dit was toch wel wat wilder dan wat ik verwachtte. Het is echter de enige noemenswaardige stroomversnelling van de ochtend. De rest van de tijd dient om de instructies te leren, te genieten van de omgeving en een waterveldslag uit te vechten met jongetjes van tien jaar. Eén exemplaar schept er een diabolisch genoegen in om met zijn peddel gletsjerwater naar onze raft te slaan. Enkele reisgenoten wensen hem een gewisse verdrinkingsdood en zijn niet te beroerd om daarbij eigenhandig te helpen. Stuurman Austin heeft dit in de gaten en piloteert onze raft naar kindervrije wateren. Leuk, maar het echte werk wacht in de namiddag wanneer zestien rapids op ons staan te wachten, variërend van klasse twee tot en met klasse vier. 

Eerst moet ik aan een persoonlijk dilemma werken. Ik heb op deze reis tot dusver veel te gezond gegeten en dat is uiteraard niet goed. Een goede vetkuur met hamburger, ketchup en een slaatje dat amper die naam waardig is mijn lunch voor vandaag. Het zit standaard bij deze excursie in. Negen mensen zijn niet komen opdagen en hun hamburgers liggen onaangeroerd op de barbecue. Het vlees is bestemd voor de ijverige medewerkers van deze raftingtocht, maar een tweede hamburger zou wel zeker binnen gaan. 

Tijdens de tweede helft van de tocht wordt de Kicking Horse River wat wilder. Austin toont zich echter een uitstekende stuurman én kapitein. Haarfijn legt hij uit welke rapid er komt en wat er gedaan moet worden. Iedereen is ingepakt met drie of vier lagen om zich te beschermen tegen het ijskoude gletsjerwater. Austin is getooid in open sandalen, een dunne broek en een shirtje. Hij hoort eerder thuis bij een beachparty dan bij een raftingtocht. Vakkundig loodst hij ons door de diverse stroomversnellingen. Three left, back, hold on! Zijn commando's worden onmiddellijk opgevolgd. Zelfs de meest dissidente types zijn hier volgzame kuddedieren. Niemand wil hier in het ijskoude water belanden. Uiteindelijk valt alles nog vrij goed mee. 

Het meest verraderlijke moment bevindt zich zelfs buiten de raft. Tijdens een pauze meren we kort aan bij een inham met een watervalletje. Het water transformeert hier echter tot een draaikolk en reisgenote Julie wordt ei zo na met het water meegesleurd. Gelukkig zijn de anderen waakzaam en bieden ze een reddende hand. Na deze korte pauze somt Austin een heel draaiboek op van wat we moeten doen en oefenen we dit gretig in. Deze passage zou naar verluidt vrij technisch en moeilijk zijn. Maar kijk, ook hier geraken we zonder kleerscheuren door. Wel niet met droge kleren, want ondertussen zijn we aardig nat geworden. Het gletsjerwater voelt inmiddels lauw aan na een paar uur raften. We zijn echter al bij het einde en met de gele schoolbus rijden we terug naar het hoofdkwartier waar we de foto's en filmpjes kunnen bekijken. 

Het is inmiddels een traditie geworden dat we onze dag afsluiten bij een meertje en deze keer is de eer weggelegd voor Cedar Lake. Voor één keer geen gletsjermeer, maar een gewoon zoetwatermeer inclusief aanlegsteiger. Het water is niet te koud en dit is dan ook de enige keer dat ik zwem in een meertje. Aan het einde van de avond worden we voor de eerste keer geconfronteerd met regen wanneer we tapas aan het eten zijn. Het weer was de voorbije dagen wel vaker grauw en grijs, maar het is de eerste keer dat het (zacht) regent. Het is dus in alle opzichten een natte dag geweest.   
  
Woensdag 12 augustus
Deze reis met Beyond Borders heb ik om een aantal redenen gekozen, maar één van de hoofdredenen is toch wel de wandeling van de Iceline Trail die als één van de meest betoverende routes van Yoho National Park én Canada wordt genoemd. Wij doen een aangepaste versie die ons naar de Iceline Summit brengt en terug. Deze route komt dus met andere woorden met hoge verwachtingen en het heeft alle verwachtingen waargemaakt. Want miljaar, wat is dit toch weer een pareltje van de zuiverste wandelsoort geworden. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik denk toch dat dit wel mijn mooiste wandeling van het jaar is. Een mooi predicaat, want ik heb al heel wat moois gezien dit jaar in eigen land, Zweden en Sri Lanka.

Voor de route echt begint, maken we nog een klein uitstapje naar de Takakkaw Fals. Voor een waterval van 360 meter hoog wil ik wel eens een omweg van negenhonderd meter maken. De waterval doet zijn naam - het betekent zoveel als "magnifiek" - alle eer aan, maar de waterval weet pas echt te imponeren als het in beeld gebracht kan worden met de bovenliggende Daly Glacier die de waterval met zijn smeltwater voedt. Het totale bergplaatje van gletsjer, dennenbossen, waterval en rotsen schreeuwt als geen ander Rockies uit. Yoho NP wordt vaak overgeslagen in een trip door Canada, maar wat mij betreft is dit één van de absolute kroonjuwelen van de Canadese Rocky Mountains. Ook omdat het begin van de Iceline Trail uitpakt met een al bijna even fabelachtig beeld van de Cathedral Mountain die met zijn tafelbergachtige vorm en vlakke rotsplateau als een reus boven het landschap uittorent. 

De trail dient wel met het nodige respect behandeld te worden, want met name de eerste helft gaat behoorlijk steil omhoog. Via zigzaggende bospaadjes gaat het telkens steiler omhoog en dat gedurende honderden meters. Niet iedereen is een geoefend wandelaar en dat vertaalt zich in stramme beenspieren en geslaakte noodkreten die verkondigen dat men helemaal kapot is. Het zegt meer over hoe steil de paden hier zijn dan over de conditie van de reisgenoten. En spoiler: iedereen heeft de top van de Iceline Summit gehaald en dat is zonder meer knap te noemen als je niet gewend bent om dergelijke bergwandelingen te doen. 

De pracht van de wandeling begint pas in de tweede helft. Het hoogste deel van de route loopt namelijk over een rotsige richel direct onder meerdere gletsjers en ijsvelden van de President Range. Je wandelt dus min of meer langs de lijn van het ijs. Gek genoeg verandert het landschap hier in kale rotsvlaktes, maar die zijn op hun beurt een stuk diverser dan je zou denken. In de subalpiene rotsvelden groeien pioniersbloemen en struiken. Subalpiene weiden duiken plots op tussen kale plekken waar je dat het minst verwacht. Onder de grens van ijs en gletsjers tref ik turquoise bergmeertjes aan die gevormd worden door smelt- en regenwater. Tussen de morenen zie ik kleine smeltstroompjes, sneeuwvelden, depressies, rotsplaten en smeltwatervlaktes. Bij elke nieuwe bocht stap ik in een andere wereld. Samen met Erwin loop ik vooruit op de groep. We zeggen amper iets. Deze beelden zeggen meer dan eender welke zin. 

We bereiken de top waar we moeten zijn, maar een snijdende wind overtuigt ons om na een kwartier terug te gaan. Na een tijdje wandelen, komen we de rest tegen. Ik ga terug mee met hen. Dat betekent alles opnieuw doen. Dat is de beloning die ik krijg voor het sneller wandelen dan de rest. Want dit twee keer zien, is zintuiglijk genot in de puurste zin van het woord. Samen met de groep keer ik daarna terug naar beneden. Ik doe het rustig aan. Ik kijk toch uit met mijn omgeslagen rechtervoet van twee dagen geleden. Bij het stijgen gaat dit vlot, maar ik heb toch wat schrik bij het dalen. De nonchalance van twee dagen is verdwenen. Ik doe alles traag, voorzichtig en secuur. Mijn rechtervoet is me dankbaar.

De daling verloopt wat sneller. Al het moois is inmiddels al bewonderd. Nu is het uitkijken bij de rotsachtige stukken. Een onheilspellend pad gaat wel heel hard naar beneden. Medereizigster Sarah vraagt of we hier zijn gepasseerd. Ik denk het wel, maar dat blijkt niet te kloppen. Bij de stijging hebben we een al even onheilspellende trap genomen. Terug bij de voet van de Takakkaw Falls is iedereen diep onder de indruk van deze route. Helemaal terecht overigens. De dag belooft alleen maar mooier te worden, want vandaag rijden we langs de Icefields Parkway die één van de mooiste autowegen ter wereld wordt genoemd. Deze autoweg is namelijk een langgerekt paradijs voor natuurliefhebbers met blauwe meren, taloze gletsjers, spectaculaire bergtoppen en vele watervallen en kloven. 

Bow Lake is één van de hemelsblauwe meren waar we stoppen. Hier merk ik dat de verzadigingsgraad steeds grotere proporties begint aan te nemen. "Het is zeker mooi, maar...", spookt er door mijn hoofd. De blauwtinten van het meer vallen in het niet bij al het andere blauw dat ik bij eerdere meren heb gezien. Dat betekent niet dat mijn grens is bereikt, want aan het einde van de dag word ik helemaal omvergeblazen door Peyto Lake. De intensiteit van het blauw concurreert met de mooiste kleuren die ik al in de natuur heb gezien en ook de vorm van het gigantische meer draagt bij aan de appreciatie van het meer. Via een uitgebreid uitkijkplatform krijg ik ruim de tijd om het langwerpige meer te bezichtigen. Het is moeilijk om het mooiste meer op deze reis te benoemen, maar Peyto Lake is in ieder geval een significante kanshebber. 

Bij Weeping Wall sta ik met de tranen in de ogen. Zijn we hier voor gestopt? Over de wand waar zich normaal een scherm van dunne watervallen bevindt, gaapt een grote leegte. De huilende bergwand zal er met watervallen beslist geweldig uitzien, maar nu is het een rotswand zoals duizenden andere. Het laatste uitkijkpunt van de dag is andermaal een meertje: Waterfowl Lake Viewpoint. Net zoals bij Bow Lake ben ik niet onder de indruk. Dat hoeft ook niet. Met de Iceline Summit en Peyto Lake heb ik al twee absolute kroonjuwelen van de Canadese Rockies gezien vandaag. En een kroon met te veel juwelen wordt te patserig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten