Verandering van spijs doet eten, zegt het spreekwoord en dat is zeker bij mij van toepassing. Vorig jaar maakte ik een unieke culturele tocht door China, Tibet, Nepal en India. Een reis die me diep heeft geraakt door haar emotionele intensiteit. Het was een echte ontdekkingstocht van gebedshuizen, tempels, paleizen, de leefwijzen van mensen en broeierige metropolen. In 2026 maak ik de omgekeerde beweging: op zoek naar rust en contemplatie in de Canadese natuur. Iets wat in augustus niet zo eenvoudig blijkt te zijn.
Vrijdag 7 augustus
Voor alles is er een eerste keer. Na deze dag mag ik deze platitude eindelijk zelf gebruiken. Al tientallen keren heb ik probleemloos gevlogen. Tot nu. De vlucht van Brussel naar Calgary via Montreal heeft een slachtoffer geëist: mijn trekkingrugzak. Die is ergens achtergebleven in het vagevuur van luchthavenland en nu moet ik hopen dat mijn rugzak alsnog op de juiste plaats terechtkomt. Hoe heeft het zover kunnen komen?
Het begin van de dag heeft er wellicht iets mee te maken. Op vervelende wijze word ik 's ochtends geconfronteerd met de veiligheidsprocedures in de luchthaven van Zaventem die behoorlijk streng blijken te zijn. Een persoon is op de vlucht naar Montreal ingecheckt, maar daagt uiteindelijk niet op. Dan volgt de tamelijk draconische maatregel dat zijn bagage ook uit het ruim van het vliegtuig verwijderd moet worden. De beloofde tien minuten worden uiteindelijk twee ontzettend lange uren. Alle bagage wordt eerst vakkundig uitgeladen en daarna opnieuw in het vliegtuig geladen. Een perfect begin van een spelletje mens-erger-je-niet, want de overstap in Montreal duurt welgeteld twee uur. Alsof dat nog niet genoeg is, wordt de aansluitende vlucht voor het gemak met vijf minuten vervroegd.
Dat betekent dus dat we in een te kloppen recordtijd de douaneprocedures mogen doorworstelen. Dat verloopt verrassend vlot, want in een reiswereld die de digitalisering omhelst én passioneel kust, mogen we voortaan alles zelf invullen. En als je vliegtuig met twee uur is vertraagd, kan dat behoorlijk snel gaan dus. Tien hypernerveuze Belgen tokkelen op een informatiepaneel al hun informatie die ze inmiddels van buiten kennen. Deze keer zijn we als het Amerikaans leger: we laten niemand achter. Als beloning rolt er een stukje papier uit de printer dat als voedsel dient voor de bureaucratische molen. De ongeïnteresseerde douaneambtenaars helpen door met ontzettend veel onverschilligheid te vragen wat we hier komen doen. De toerist uithangen! Met wie. Samen met de groep. Twee magische stellingen die ons de toegang tot Canada bezorgen. Wie zegt dat bureaucratie altijd lastig moet zijn? De medewerkers bij het autoverhuurbedrijf klaarblijkelijk.
Want hier wordt ons geduld opnieuw op de proef gesteld. Elke komma, elk puntje en elke puntkomma moet op de juiste plaats staan om onze twee huurauto's af te halen. En dat duurt en duurt... De tijd is hier acht uur vroeger dan in België. Het zorgt ervoor dat we alsnog alles binnen één dag kunnen regelen. Soms heeft bureaucratie een dag van 32 uur nodig om alles gedaan te krijgen. Nou alles, bijna alles misschien. In de digitale papiermolen van de luchthaven van Calgary verneem ik dat mijn rugzak de transfer niet heeft gehaald. Op de app van Air Canada kan ik de lijdensweg van mijn rugzak - of beter gezegd mijn lijdensweg - volgen. Om 23 uur landt mijn bagage op de luchthaven, om één uur 's nachts wordt het naar mijn hotel verstuurd en om drie uur 's nachts hoor ik de verlossende deurbel. Het is de bureaucratie die aanbelt. Mét rugzak.
Zaterdag 8 augustus
Ik moet iets bekennen. Als tienjarige was ik een filatelist. Het klinkt net iets deftiger dan postzegelverzamelaar. Ik plakte toen gretig postzegels van heinde en verre in de daarvoor bestemde boeken en ééntje verwees naar de Olympische Winterspelen die in 1988 plaatsvonden in Calgary. Dat is het enige waarvan ik deze Canadese stad ken. Daar blijft het ook bij, want vandaag vertrekken we onmiddellijk naar Banff in de Canadese Rocky Mountains. We zijn in dit geval tien gelijkgestemde Belgische zielen die met de reisorganisatie Beyond Borders drie weken door Canada trekken. In de augustuseditie is er geen Stampede Festival voorzien en dat laat ik met veel plezier aan mij voorbijgaan. Ik heb geen behoefte aan Amerikaanse toestanden waar iedereen getooid is met cowboyhoed en in stampende countrymuziek naar wilde rodeo's kijkt. Die Amerikaanse toestanden maak ik overigens wel mee bij de plaatselijke bakker. Alleen zoetigheden gaan hier over de toonbank. En liefst in porties van zestien ounces. Enkel bij het ontvangen van deze suikerbommen blijkt hoeveel dit werkelijk is: 454 gram. Amerikaanse ongezondheid midden in Canada.
De eerste tien dagen of zo worden de nachten al kamperend doorgebracht en dat betekent ook je eigen potje koken. We stoppen bij Walmart om inkopen te doen: droge voeding, voeding in blik, droog brood en cornflakes zijn de voornaamste ingrediënten. Nee, culinair hoogstand is het niet. Wel verbindend. De dagelijkse kookavonden zijn een moment om samen gezellig te verbroederen. En om het eten te vervloeken. Het blijft gastronomisch de variant van astronautenvoeding. De laatste belangrijke stop is de liquor store. Want ook Belgen in het buitenland blijven bourgondisch.
In de namiddag arriveren we in het plaatsje Banff, de plaats bij uitstek om het gelijknamige nationale park te verkennen. Nadat de tent is opgezet, doen we dat in bescheiden formaat. Vlak naast de camping ligt namelijk Tunnel Mountain waar de top op ons wacht na een klim van ongeveer tweehonderd meters. Het is een korte wandeling. Of dat het mooi is, zijn de meningen verdeeld. De aarzelende gezichten verraden toch dat er meer spektakel wordt verwacht. Enkele dagen later geeft medereiziger Erwin toe dat hij het toch wat tegenvallend vond. Is dit nu Canada? Helaas wel, want Canada wordt geteisterd met een enorme rookontwikkeling door de talrijke bosbranden die hier plaatsvinden. Het geeft de lucht een heiig karakter, een soort van smog dat panorama's verft in een waas van onaantrekkelijkheid en kleurloosheid. En daar sta je dan aan de top: uitkijkend over een prachtige vallei, gedrenkt in walmen van rook en vuur.
Later brengen we een bezoekje aan het stadje en dat valt heel erg goed mee. De Bow River deelt het plaatsje in twee en zorgt voor enkele pittoreske momenten. Met name de bruggen die over de rivier liggen, zijn dankbare onderwerpen om gefotografeerd te worden. Het decor van een uitgestrekt groen park, kristalheldere rivier en elegante bruggen brengen toch al het eerste streepje ongerepte Canadese natuur. Al is het deze keer wel in eerder bescheiden formaat.
Canada heet één van de mooiste natuurbestemmingen ter wereld te zijn, maar weet het reisgezelschap inclusief mezelf nog niet helemaal te imponeren. Toch maken we er het beste van. We genieten van de kleine dingen. Brutale eekhoorns die nootjes eisen, worden op hun wenken bediend. Het bord dat zegt dat je geen wildlife mag voeren op boete van vijfhonderd Canadese dollar maakt weinig indruk. De kampeerplaats imponeert trouwens ook. We zitten middenin de prachtige natuur bij een Canadees dennenbos en stiekem is het hier eigenlijk mooier dan het nabijgelegen Tunnel Mountain. Natuur moet niet altijd wild of ongerept zijn.
Zondag 9 augustus
Misschien wel de mooiste dag van deze reis noemde ik deze derde dag. En nu de reis is afgelopen, blijf ik bij deze bewering. Nochtans is het een dag met contrasten, frustraties en drukte. Maar ook met ruimte voor spontaniteit, onverwachte ontmoetingen en een zee van rust. En dat maakt de beleving van deze dag wellicht zo speciaal. Zoals ik tegen anderen heb verteld op deze reis: "Soms moet je iets negatief ervaren om de goede dingen nog meer te appreciëren". En dat is op deze dag zeker gebeurd.
Op papier belooft het inderdaad alvast een mooie dag te worden. We bezoeken namelijk twee absolute parels van bergmeren: Lake Louise en Moraine Lake. Hun omschrijving leest als een boek in een fantasiewereld. Turquoiseblauwe meren die omringd zijn met scherpe bergtoppen die rijzen vanaf de oevers en bedekt zijn met een indrukwekkende sneeuwlaag. De achtergrond van Lake Louise wordt bovendien gedomineerd door de indrukwekkende ijsmassa van Victoria Glacier. Foto's doen geloven dat het afbeeldingen zijn van een sprookjesboek, maar het zijn toch echt wel foto's die ik zelf heb genomen. Het minder leuke nieuws is dat deze plaatsen zowat onder de voet worden gelopen door toeristen. Parkeren is bijna een onbegonnen zaak en daarom rijden we er met een busje ernaartoe. De limiterende factor is tijd. We krijgen 75 minuten per meer. Genoeg tijd om foto's te nemen, te weinig tijd om de omgeving deftig te verkennen met een hike.
Op dergelijke momenten is het gemakkelijk om de frustraties de vrije loop te laten. Ik kan klagen dat ik de legendarische wandeling van de Plain of Six Glaciers mis. Een hike die begint bij Lake Louise maar gestaag ruiger wordt en wandelaars brengt naar een buitenaards landschap van morenen en gletsjers. In plaats daarvan sta ik minutenlang aan de oever van Lake Louise dat ik moet delen met honderden anderen. Visueel behoort dit tot het allermooiste wat ik al gezien heb in mijn leven. Qua beleving is het echter bijzonder matig. Ik erger me aan het feit dat ik geen plaats heb, het geroezemoes zorgt voor een kabaal en de nervositeit van deze mierenhoop maakt mezelf nerveus. Er is echter hoop: een korte wandeling leidt naar een ogenschijnlijk mooi uitkijkpunt, Fairview Lookout. Na een kwartier stijgen, beland ik bij het uitkijkpunt. Het kijkt uit over de mensenzee waar ik daarnet nog was en over Fairmont Château Lake Louise, een bombastisch hotel dat in 1924 werd gebouwd om de welgestelde klasse aan te trekken. Het uitkijkpunt kijkt dus met andere woorden de verkeerde richting uit. Naar de massa, niet naar het meer.
In zeven haasten spoeden we ons naar beneden om op tijd bij de bus te zijn. Die brengt ons naar Moraine Lake. Alweer zo'n pareltje van absolute drukte. Hier is het nog erger omdat bijna alle mensen over de gelijknamige morenen - steenpuin dus - lopen. Het panorama heet hier nog indrukwekkender te zijn door de tien bergpieken die Moraine Lake omkransen. Stuk voor stuk bergreuzen die groter zijn dan drieduizend meter en gereflecteerd worden in het feeërieke water. Ja, het is adembenemend. Nee, het is geen topervaring. Het voelt aan als chique dineren in een sterrenrestaurant om vlak daarna het kleinste kamertje te bezoeken omdat je darmklachten hebt. Ik wil hier mijn ogen de kost geven, contempleren, genieten, me laten onderdompelen. In plaats daarvan erger ik me aan toeristen die vechten voor het mooiste plekje, de herrie en de onbeschoftheid van sommigen. Ook hier zijn de plaatjes mooi, maar de ervaring niet.
Gek genoeg vind ik mijn rust en contemplatie wel later die dag. Samen met reisgenote Gaëlle trekken we er alleen op uit bij een wandeling van tien kilometer naar de Sundance Canyon. Hier ontdek ik de andere kant van Banff. Reusachtige pieken die ik nu eens niet moet delen met honderden anderen, een pad dat slechts sporadisch wordt bevolkt met andere mensen, de Bow River waar het smaragdgroene water contrasteert met het meer turquoise-kleurende meertje dat er vlak naast ligt of een snelstromende beek die links van mij ligt. Het is een eenvoudig mozaïeklandschap. Niet dramatisch zoals Lake Louise of episch zoals Moraine Lake. Maar wel authentiek. En dat is beter dan drama en epiek. Zeker als je dat al in overvloedige kwantiteit hebt gehad in de voormiddag.
De Sundance Canyon stelt ook niet teleur. Het doet me wat denken aan de streek van Klein-Zwitserland in het Luxemburgse Müllerthal, maar dan wat groter uitgevallen. Langs de reusachtige rotswand stroomt de Sundance-kreek in hoog verval naar beneden. We wandelen langs bruggetjes, rotsen en kleine paadjes naar boven. Het is net wat avontuurlijker dan de klimmetjes die ik de voorbije dagen heb gedaan. Bij het verlaten van de kloof, wordt het laatste menselijke gezelschap vaarwel gezegd. Dolend door de singletracks van dit dennenbos keren we terug naar het beginpunt van de kloof. Het werkt verstillend. Iets wat ik bij het begin van de dag absoluut niet zou verwachten.
De absolute ster van de dag is misschien wel de meest onverwachte ontmoeting van de reis. We keren via dezelfde weg terug tot we plots iets zien bewegen. Wat ruist er daar in het struikgewas? Het blijkt een zwarte beer te zijn. Daar heb ik me bij de derde dag Canada niet aan verwacht... Ik voel me niet op mijn gemak en heb toch wat schrik. Gaëlle heeft minder schrik om te fungeren als lunchbox van de beer en zou het liefst van al dichterbij komen. Gelukkig beschikt ze over een telefoon met goede videofunctie waarbij ze de beer van dichtbij kan filmen. Een groepje van Franstalige Canadezen voor ons heeft minder geluk en bevindt zich op enkele meters van de beer. In twee tijden verjagen ze het dier. Als toemaatje krijgen we bij het einde van de wandeling nog een muildierhert te zien. Een dag vol verrassingen, waarin schoonheid plots erg relatief blijkt.









Geen opmerkingen:
Een reactie posten