vrijdag 13 februari 2015

Agile testing: het boek

Wat is agile testing?
Hoewel het agile manifesto is geschreven in 2001 geniet het pas de laatste vijf jaar meer bekendheid. Midden jaren 2000 waren we al bekend met principes zoals timeboxing, extreme programming en iteratieve cycli. We noemden het iets anders, maar nu vallen al deze begrippen onder de paraplu van "agile". Veel bedrijven zijn recent overgetapt naar agile, maar stuiten niet geheel onverwacht op een heleboel problemen. Als je het agile manifesto leest, denk je te maken hebben met een nieuw wondermiddel in de IT-sector. Het belooft namelijk een product dat altijd werkt, betere requirements door snelle en veelvuldige communicatie en interactie, veel snellere feedback voor ontwikkelaars en testers en een time-to-market waar traditionele watervalprojecten alleen maar van kunnen dromen. De waarheid is echter een stuk genuanceerder. 



Agile is een paraplu waar veel methodes onder worden gecatalogeerd waaronder Scrum. Scrum is een ontwikkelingsmethodologie die is uitgegroeid tot de de facto manier van werken wanneer agile wordt toegepast. Scrum wordt in agile omschreven als een lightweigth approach wat zoveel wil zeggen dat het steunt op een aantal principes maar is geen methodologie hoe je voorschrijft hoe je moet ontwikkelen en testen. Bijkomend probleem is dat Scrum een ontwikkelingsmethodologie is die vooral bedoeld is voor ontwikkelaars. Het zegt bijna niks over testing behalve dat er acceptatiecriteria moeten worden geschreven voor user stories. Ook over project management zegt het weinig en vertelt enkel dat de scrum master naar de burndown chart moet kijken om de vooruitgang te beoordelen. 

Weer een boek?
Lisa Crispin en Janet Gregory zagen dat testing in agile projecten meestal stiefmoederlijk werd behandeld en niet de erkenning heeft dat het verdient. Daarom schreven beide dames in 2009 het boek Agile Testing: A Practical Guide for Testers and Agile Teams. Beide auteurs zijn afkomstig uit de discipline van software testing en staan met beide voeten in de grond. Het zijn dus geen managementgoeroes of academici die zeggen hoe je in theorie software testing toepast in een agile project. Het duo put veelvuldig uit hun ervaring om voorbeelden te geven uit de praktijk en elk hoofdstuk in het boek maakt gebruik van een mind map om alle mogelijke onderwerpen te dekken. Bovendien zijn de hoofdstukken beknopt, maar wel ter zake geschreven zodat je op een kwartier tot halfuur een hoofdstuk kan lezen en heb je het gevoel iets bijgeleerd te hebben.



Als je het boek leest, beschik je best over een basiskennis van agile ontwikkelingsmethoden zoals Scrum, maar dat is in een mum van tijd geleerd. Ook als je veel over agile ontwikkeling weet, is het boek de moeite aangezien het boek vooral bekeken wordt uit het perspectief van de tester en niet zozeer van de ontwikkelaar. Daarvoor bestaan namelijk duizenden andere boeken. De toegevoegde waarde van Agile Testing: A Practical Guide for Testers and Agile Teams is dat het concrete oplossingen aanreikt voor de transitie van software testing in traditionele watervalprojecten naar software testing in agile projecten. Het beoordelen van productrisico's en hun impact - zowat de hoeksteen van software testing - gebeurt in agile projecten op een totaal andere manier door gebruik te maken van testing quadrants. Daarom is dit boek eigenlijk verplichte literatuur voor al wie met agile projecten en software testing werken. 

vrijdag 6 februari 2015

Walchowskis descending

Origineel en intrigerend
Er zijn weinig films die kunnen zeggen dat ze een kaskraker zijn en tegelijk ook intrigerend en filosofisch. The Matrix uit 1999 is daar echter een uitzondering op. Deze actiefilm annex filosofieverhaal ontvouwt laag na laag op een intelligente manier een intrigerend plot dat de kijker van begin tot einde weet te boeien. The Matrix werd terecht geloofd om zijn spectaculaire special effects, hoewel de film enkele obligate stukken heeft zoals het altijd voorspelbare verraad en één of twee grote gaten in de plot. Het zette de Walchowskis (toen nog door het leven gaand als Walchowski Brothers) meteen op de regiekaart. De twee sequels waren echter een teleurstelling en sindsdien kan je het parcours van dit tweetal op z'n minst grillig noemen. 

One trick pony
In het Engels hebben ze een mooie uitdrukking voor dit fenomeen: one trick pony. Iemand die één kunstje kan en dit blijft herhalen. Voorbeeld bij uitstek is regisseur uit M. Night Shyamalan die met The Sixth Sense (ironisch genoeg ook uit 1999) een intelligente thriller neerzette, maar sindsdien van de ene mislukking naar de andere sukkelt met als voorlopig dieptepunt The Last Airbender, een mislukte adaptatie van de gelijknamige tekenfilmreeks. Het parcours van Andy en Lana Walchowski vertonen opvallende gelijkenissen met dat van Shyamalan. Ook zij zijn beroemd geworden met één film, maar zoeken sindsdien naar bevestiging die ze nergens kunnen terugvinden. 

Toch vertoont de loopbaan van beiden meer pieken dan de loopbaan van Shyamalan dat enkel over dalen gaat. De Walchowskis waren bijvoorbeeld drie jaar geleden verantwoordelijk voor het genietbare Cloud Atlas en traden ook op als producent voor de cultklassieker V for Vendetta. Dat zijn toch twee films die iedere big shot in Hollywood op zijn CV wil hebben staan. Met Jupiter Ascending bereikt het tweetal echter een dieptepunt in hun carrière.

Origineel?
Jupiter Ascending moest oorspronkelijk de zomer blockbuster van 2014 worden, maar werd ruim een half jaar uitgesteld, officieel omwille van post-productie waar er nog tijd en ruimte nodig was voor de special effects. Dat zal - gedeeltelijk - kloppen, want visueel ziet Jupiter Ascending er geweldig uit met prachtige buitenaardse decors en pijlsnelle actie waar scènes soms twee oogwenken duren. De andere reden is allicht dat de studio ook wel wist dat de kwaliteit van de film niet goed genoeg is. Sommigen noemen de film origineel en intelligent omdat het met een nieuw verhaal afkomt. De waarheid is echter dat de film enorm voorspelbaar is. Je kan de film met een checklist bekijken en elk voorspelbaar element in een klassieke actiefilm aanvinken. Verraad: check. Onbenullig personage wordt belangrijkste personage in het universum: check. Datzelfde personage wordt beschermd door held met duister verleden: check. Terug datzelfde personage wordt verliefd op held: check. Slechterik doet zich voor als vriend, maar blijkt toch slechterik te zijn: check. Je kan zo een bingoavond organiseren met deze film. 

Jupiter Ascending wordt eveneens intelligent genoemd omdat de Walchowskis goed hebben nagedacht over het verhaal, of toch tenminste de wereld wat in het verhaal opduikt. In het begin van de film wordt met de regelmaat van de klok verschillende partijen geïntroduceerd en kan je in een onoplettende bui de film zelfs niet eendimensionaal noemen. Vooral omwille van het feit dat er drie partijen zijn die als slechterik van dienst optreden met hun eigen manschappen en er een genoegen in scheppen om elkaar dwars te liggen. Wat je echter te zien krijgt is een plot waar het hoofdpersonage verhuist van slechterik één naar slechterik twee en vervolgens naar slechterik drie. Eendimensionaal met wat meer toeters en bellen dus. Intelligent is Jupiter Ascending dus ook zeker niet.

Popcorn
Jupiter Ascending wordt door veel critici in de pan gehakt, maar is het geesteskindje van de Wachowskis echt zo slecht? Als typische blockbusterfilm kan je de film gemiddeld noemen. De film is inderdaad voorspelbaar met een flutverhaal en matige acteerprestaties, maar tegelijk stoorde ik me nergens aan. Ik kan me inbeelden dat voor veel mensen dit soort films een soort van guilty pleasure is, een film die weinig hoogstaand is, maar wel genietbaar. Het mag gezegd worden dat een hese Eddie Redmayne als slechterik van dienst geweldig staat te overacten en het visuele spektakel zal allicht veel mensen kunnen bekoren. In een tijd waar Transformers: Age of Extinction meer dan één miljard dollar oplevert, is Jupiter Ascending zo slecht nog niet.

zondag 18 januari 2015

Oscars so white

De aankondiging
Voor filmliefhebbers zijn januari en februari interessante maanden want ze vormen de aanloop naar de uitreiking van de Oscars, de jaarlijkse hoogmis van de filmindustrie. Een paar dagen geleden zijn de genomineerden bekendgemaakt voor alle categorieën en voor filmkijkers is het dan extra aanlokkelijk om deze genomineerden te gaan bekijken. Het valt op dat - net zoals vorig jaar - de release van de genomineerde films recent in het geheugen liggen. Grote uitzondering hierop is The Grand Budapest Hotel dat in het begin van 2014 uitkwam. Een andere trend die onmiddellijk duidelijk werd, was de dominante aanwezigheid van blanke, mannelijke auteurs dat op Twitter snel werd verspreid onder de hashtag #oscarssowhite. Maar is die kritiek terecht?

De jury van de Oscars betichten van verdoken racisme gaat wellicht een stap te ver want vorig jaar won 12 Years A Slave de Oscar voor beste film. Het is een aangrijpend drama over de zwarte Solomon Northup die in het 18de eeuwse Amerika onterecht als slaaf wordt verkocht en zware thema's aankaart zoals racisme en slavernij. De film zelf liet me echter een lauwe indruk want de acteerprestaties van hoofdrolspelers Chiwetel Ejiofor en Lupita Nyong'o kan je niet meer dan als redelijk bestempelen, hoewel die laatste de Oscar voor beste vrouwelijke bijrol heeft gewonnen. Er waren in 2013 simpelweg betere films, maar toch won 12 Years A Slave de titel van beste film. Een vorm van politieke correctheid? Slechts weinigen zullen het weten, maar het is moeilijk om die indruk uit te wissen als je de film hebt bekeken.

Herhaling
We zijn nu een jaar later en met Selma - dat het leven vertelt van Marthin Luther King - is het publiek geschokt dat de prent slechts twee nominaties in de wacht heeft gesleept, die van beste film en beste lied. Men verwachtte dat de film ook nominaties zou krijgen voor beste regie en beste mannelijke hoofdrol, maar dat is dus niet gebeurd. Dat maakt het overzicht van de andere genomineerden des te pijnlijker aangezien die vooral bestaat uit blanken. Kiest de jury dus nu voor het andere spectrum van politieke correctheid?

De nominaties zijn voor een groot stuk de reflectie van films die in Hollywood uitkomen. We hebben een lange weg afgelegd, maar in de meeste films zijn de meeste hoofdrollen nog altijd weggelegd voor blanken. Er zullen hier allerlei redenen voor zijn, maar geld zal allicht het belangrijkste zijn. In Hollywood leeft er nog altijd de overtuiging dat blanke acteurs meer garant staan voor een kassucces dan acteurs met een andere huidskleur. Nochtans zijn er meer dan voldoende niet-blanke acteurs die tot de beste acteurs in de industrie mogen worden gerekend. Denk bijvoorbeeld aan de meesterlijke Michael Kenneth Williams die in tal van bijrollen opduikt, maar zelden de hoofdrol krijgt. De vraag of dit al dan niet racisme is, moet heel erg genuanceerd worden, maar het staat vast dat je je met deze discussie je op een dunne lijn begeeft waar het gemakkelijk is om te polariseren. De samenstelling van de maatschappij is geëvolueerd, maar dat geldt niet voor de samenstelling van beleidsmakers in de filmindustrie en zolang dat niet gebeurt, zullen we nog wellicht veel #oscarssowhite gaan krijgen.



































zaterdag 3 januari 2015

Film of kunst?

Gelijke zielen
Onlangs heb ik op het witte doek Interstellar bekeken en wat mij betreft, mag deze rolprent van Christopher Nolan zich onmiddellijk een klassieker noemen. De film kent wat (te) melancholische momenten met liefde als het drijvende thema dat alles en iedereen overwint, maar daartegenover staat een waslijst van goede elementen. De spanningsboog van Interstellar is perfect opgebouwd en het laat zich niet gemakkelijk categoriseren. Bij het begin zit je naar een drama te kijken, in het midden naar een thriller annex avonturenverhaal en op het einde naar een feel good movie. Interstellar laat zich bekijken als een best of van wat Hollywood te bieden heeft. De meeste bioscoopgangers zijn laaiend enthousiast over de film, maar meer dan ééns valt de kritische noot te horen dat het doet denken aan die andere bekende science fiction-klassieker, 2001: A Space Odyssey.



Stanley Kubrick's meesterwerk geldt als een mijlpaal in de filmgeschiedenis waar alle andere films zich aan meten. Het wordt door toonaangevende cineasten en magazines omschreven als één van de beste films ooit en wordt geloofd omwille van Kubrick's ziekelijke zin voor perfectie, visuele aanpak en minimalistische stijl. 2001: A Space Odyssey was enorm vooruitstrevend voor zijn tijd en dat was in 1968 goed te merken. De eerste recensies van de film waren namelijk gemengd en sommige zelfs vernietigend. Het element dat het meest werd neergesabeld was de plot waar veel mensen geen touw konden vastknopen aan wat er zich in de film afspeelde. Iets wat Kubrick opzettelijk heeft gedaan. Zoals goede wijn begon de appreciatie pas later nadat de film al wat ouder was en andere filmmakers Kubrick's stijl gingen nabootsen.

2015: een terugblik
Hoewel 2001: A Space Odyssey inmiddels 47 lentes telt, is de film allerminst gedateerd. De special effects waar er wordt gespeeld met de zwaartekracht is nog altijd indrukwekkend en de adembenemende decors zorgen voor een tijdloze atmosfeer in de film. Het tempo ligt echter een stuk trager dan het bandwerk dat nu uit de Hollywoodfabrieken komt uitgerold. De film is onderverdeeld in vier acts waarbij het begin en het einde enkel geleund wordt op een visuele stijl. Er wordt dus met andere woorden bijna de helft van de film niet gesproken in een film die 2,5 uur duurt. Het huidige cinemapubliek zou zoiets niet pikken. Bovendien neemt Kubrick rijkelijk de tijd om gebeurtenissen uit te beelden. Bij elke overgang tussen een act staar je meer dan één minuut op een zwart scherm of zie je hoe een ruimtetuig tergend langzaam naar beneden gaat op een platformlift.



Als we dit vergelijken met Interstellar kan de discrepantie bijna niet groter zijn. Interstellar barst bijna uit zijn voegen qua plot en alleen al het eerste uur is er veel meer verhaal aanwezig dan in de gehele duurtijd van Kubrick's meesterwerk. Daarna volgt er nog veel meer plot waar je gemakkelijk twee films mee kan vullen. 2001: A Space Odyssey drijft op een visuele stijl waar symboliek heel erg belangrijk is. Interstellar staat daar recht tegenover waar het 'show, don't tell-principe wordt verlaten voor uitvoerige conversaties die elke theorie haarfijn uitlegt. Dit resulteert in een duidelijk einde bij Interstellar, terwijl 2001: A Space Odyssey een ambigu einde heeft wat de kijker zelf mag invullen. De contrasten qua stijl, thematiek, opbouw en plot kunnen bijna niet groter zijn, maar toch worden deze twee prenten met elkaar vergeleken. De reden hiervoor is heel simpel: ze vertellen een prachtig verhaal over de mensheid in de ruimte waar het onbekende wordt geëxploreerd. Enkel vullen beide films dit totaal anders in.  

Het hangt ervan af
De hamvraag die dan wordt gesteld is: "Welke film is beter?". Het antwoord hierop is even simpel als complex: het hangt ervan af. Film wordt door Wikipedia gedefinieerd als "een verhaal dat wordt uitgebeeld door opeenvolgende stilstaande beelden". Het kernwoord is hier "verhaal". De uitbeelding van een verhaal is door de jaren heen geëvolueerd en gebeurt nu veel spectaculairder en sneller dan een halve eeuw geleden. Als we deze logica volgen is Interstellar de betere film en ik ben geneigd om dit bij te treden. Interstellar is niet alleen een stuk flitsender en sneller, maar vertelt een duidelijk verhaal met een duidelijk thema en bijhorende emoties. Dit wordt extra geaccentueerd door een geweldige soundtrack van Hans Zimmer die door Interstellarregisseur Christopher Nolan zijn beste werk ooit wordt genoemd. Dit niveau van emotie bereikt 2001: A Space Odyssey niet. De klassieke muziek is een beetje generiek als soundtrack en hoewel de visuele stijl aan de perfectie grenst, is het eveneens klinisch en onpersoonlijk. Op criteria zoals immerse en epiek scoort Interstellar een stuk hoger dan Kubrick's ruimtereis.



Interstellar mag dan (misschien) de betere film zijn, één ding is het niet: kunst. En dat is 2001: A Space Odyssey juist wel. Kubrick's opzet is niet om een spektakelfilm te tonen met tonnen emoties en epiek. Hij wil de kijker meenemen naar een ambigu mysterie door de tijden heen verteld door een minimalistische, visuele stijl. Het gevoel van verwondering is bij 2001: A Space Odyssey een constante factor voor de kijker. De eerste act beeldt de opkomst van de mensheid uit, maar je weet niet waartoe dit leidt. In de tweede en derde act wordt er gesproken over een groots mysterie, maar je weet niet wat er juist aan de gang is. In het slot zie je tien minuten van het meest psychedelische filmwerk dat je ooit zal zien en een einde dat enkel vragen doet rijzen. De film is niet alleen zinnenprikkelend, maar ook mysterieus en krtisch. Het volgt niet het recept van de perfect afgewerkte Hollywoodfilm zoals Interstellar. Binnen vijftig jaar zal Interstellar vergeten worden door andere films die nog spectaculairder en epischer zijn met betere plaatjes en meer bombastische muziek. 2001: A Space Odyssey zal dan echter nog altijd tijdloos zijn.


zondag 17 augustus 2014

People management and organizations

Voorstelling
Bij een MBA-opleiding krijgt een student veel leerstof te zien van de zogenaamde harde managementvakken zoals economie, bedrijfsfinanciering, marketing, boekhouden en strategisch management en zijn de zachte vakken in ondertal. De laatste twee decennia zien we een evolutie bij MBA-opleidingen waardoor deze zachte vakken toch meer naar boven komen. Een concept zoals social corporate responsibility wordt nu bij veel vakken belicht. Bij de MBA-opleiding van Manchester Business School lopen deze zachte vakken als een rode draad door de opleiding. Als student begin je je opleiding met leadership and global events waar de eigenschappen van grote leiders worden besproken om via introspectie na te gaan hoe je dit zelf kan toepassen. Daarna loopt twee jaar lang het vak professional development waar zaken zoals groepscohesie, innovatie en genereren van ideeën worden besproken en toegepast op verschillende taken. Tot slot is het op het einde nog het vak people management en organizations wat een verzameling is van organizational behavior en human resource management.

Bij organizational behavior staat het belang van de organisatie centraal en wordt de vraag gesteld hoe werknemers worden ingezet om de productiviteit van de organisatie te verhogen. Human resource management stelt de omgekeerde vraag en onderzoekt hoe een organisatie kan bijdragen aan de motivatie en productiviteit van de werknemer zelf. Dit heeft tot gevolg dat verschillende zaken twee keer worden belicht in deze cursus, maar uit twee verschillende oogpunten. Motivatie wordt dan onderzocht via formele methodologieën (organizational behavior) alsook via kwalitatieve, gevoelsmatige onderzoeken (human resource management). Dit leidt tot twee contrasterende perspectieven met een heleboel conflicterende informatie. De uitdaging bij uitstek is dus niet om de leerstof te kennen, maar vooral om je eigen mening te ontwikkelen aan de hand van je eigen ervaring en de geziene leerstof.

Professoren

  • Michael Bresnen, Manchester Business School professor
  • Anthony Rafferty, Manchester Business School professor

Boeken
Aangezien people management and organizations bestaat uit twee disciplines, bestaat het studiemateriaal uit drie boeken in plaats van twee:

  • Organizational behavior, geschreven door David Buchanon en Andrzej Huczynski
  • Human resource management at work, geschreven door Mick Marchington en Adrian Wilkinson
  • Werkboek dat alle belangrijke concepten samenvat, geschreven door Michael Bresnen en Mick Marchington


Het boek van organizational behavior is een schoolvoorbeeld van hoe een tekstboek moet worden opgebouwd, niet alleen qua structuur, maar ook in taalgebruik en academisch karakter. Het boek put zijn theorie uit talloze academische artikelen, maar dat merk je als lezer niet door de ogenschijnlijke simpele manier van schrijven. Met diagrammen en grafieken wordt de theorie op een simpele manier uit de doeken gedaan zonder terug te grijpen naar versimpeling van deze theorie. Het boek grossiert ook in (grappige) cartoons waardoor het soms de allure krijgt van een Dilbert strip waardoor het misschien net iets te licht opgevat kan worden. Het grote voordeel van dit boek is dat het niet vanuit een Amerikaans perspectief naar organizational behavior kijkt, maar gebruik maakt van een internationaal perspectief waardoor de toon (soms) licht verschilt met boeken uit dit vakgebied geschreven door Amerikaanse auteurs.

Het boek van human resource management is eerder uit een academisch perspectief geschreven en is daardoor minder gemakkelijk om te lezen. Het is meer droge tekst met om de paar regels wel een referentie naar een academisch artikel. Dat maakt het boek niet minder waardevol dan zijn confrater uit organizational behavior, maar spoort een student niet zo snel aan om het boek te lezen uit eigen beweging. Dit boekt diept een plethora van concepten uit human resource management uit met een bijzondere aandacht voor employee involvement and participation. Mick Marchington is een autoriteit op dit gebied en dat ervaar je zo ook als je het boek leest. Naar mijn mening is employee involvement and participation het belangrijkste concept uit human resource management en via dit boek steek je een heleboel zaken op.

Onderwerpen
People management and organizations bestaat dus uit organizational behavior en human resource management en elke discipline kent vier thema's.

Organizational behavior:

  1. Werkorganisatie en job design
  2. Organisatiestructuren
  3. Bedrijfsculturen
  4. Beheren van verandering bij organisaties
Human resource management:
  1. De betekenis van human resource management en de impact hiervan op organisaties
  2. Human resource management strategie en de toepassing hiervan in de praktijk
  3. Employee involvement and participation (EIP)
  4. Beheren van beloningen
Organizational behavior is één van de kerndisciplines uit een MBA-opleiding aangezien het aan de kern van een bedrijf zelf raakt. Het belicht immers de cultuur van een bedrijf, hoe verandering wordt geïnitialiseerd en beheerd en welke structuren een bedrijf kan hebben. Dit is voor veel studenten interessant omdat ze onmiddellijk de terugkoppeling kunnen maken met hun eigen ervaring en omgeving. Iedereen zal wel problemen hebben op de bedrijfsvloer omdat de hiërarchie niet loopt zoals gewenst of omdat er een botsing is qua cultuur tussen twee verschillende departementen. Human resource management onderstreept het belang van personeelsbeleid in een bedrijf. Zelfs met de beste processen en procedures kan je een bedrijf niet leiden aangezien dit bestaat uit mensen. Hier komt de kracht van human resource management naar boven en is het belangrijk om een werknemer thuis te laten voelen in een bedrijf. Vooral in het thema over employee involvement and participation komt dit tot uiting waar het belang van de lijnmanager wordt geaccentueerd bij HRM. 

Persoonlijke opinie
Initieel zag ik een beetje op tegen dit vak omdat ik de zachte aanpak van people management nogal wollig vond. Hiermee bedoel ik dat human resource management wel aanwezig is in een bedrijf, maar nooit zichtbaar is tenzij je het werkelijk nodig hebt en dan is het meestal te laat. Enerzijds beaamt het vak dit beeld omdat het geen pasklare antwoorden biedt (omdat die er simpelweg niet zijn) en meestal terugvalt op generieke theorie die bijna overal op toegepast kan worden. Dat maakt deze materie complex, maar in de workshop moet je de theorie toepassen op je eigen bedrijf en zie je wel de toegevoegde waarde van HRM. Het probleem bij HRM is dat de uitvoering ervan ligt bij de lijnmanager wat meestal competente technische managers zijn, maar van personeelsbeleid weinig kaas hebben gegeten. 

Organizational behavior vond ik dan weer erg interessant omdat de besproken zaken zoals bedrijfscultuur, hiërarchie en beheren van verandering erg tastbaar is in een bedrijf en waar iedereen wel al eens mee geconfronteerd is geweest. De verschillende theorieën worden belicht en gecontrasteerd, maar in tegenstelling tot human resource management schrijft de theorie soms wel pasklare antwoorden voor. Zo heeft Kottler voor change management een achtstappenplan ontwikkeld, maar de realiteit leert echter dat dergelijke plannen zich niet zo gemakkelijk laten implementeren in de harde realiteit. Ook hier geldt dus dat er zelden een pasklaar antwoord bestaat voor problemen wat de materie complex, maar ook uitdagend maakt.

Doe-het-zelf
Op sites zoals Coursera en EDX vind je een heleboel onderwerpen, maar van human resource management en organizational behavior is er momenteel nog niks terug te vinden. Het aanbod op deze sites wordt constant geüpdatet, dus het zal slechts een kwestie van tijd zijn vooraleer deze onderwerpen worden behandeld op deze sites. Dat wil niet zeggen dat je geen informatie op het net vindt. Bij Learnerstv vind je een lessenreeks over organization management alsook twee reeksen over human resource management. Op Youtube vind je bij Armin Trost een videoreeks over human resource management en ook bij Kalyan Chakravarti vind je een videoreeks. Ook over organizational behavior vind je een heleboel video's terug op Youtube.

zondag 29 juni 2014

International business strategy


Voorstelling
Er zijn vakken die zich niet gemakkelijk in een vakje laten plaatsen en International Business Strategy is daar zeker één van. Dit vak kan best beschreven worden als een amalgaam van onderwerpen die gaan over zaken doen op globale basis. Hoewel strategie een belangrijk onderdeel is van International Business Strategy zijn er een heleboel andere onderwerpen zoals entrepreneurship, het beheren van risico's en het betreden van nieuwe markten. Daardoor is het vak een amalgaam van macro-economie, bedrijfsfinanciering, psychologie en sociologie. Voor studenten die wel houden van variëteit is dit vak dus zeker een aanrader als ze geïnteresseerd zijn in de toenemende globalisering van de wereld.

Er wordt met name bijzondere aandacht gespendeerd aan de BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China aangezien deze landen spectaculair groeien en het doelwit zijn van veel multinationals uit het westen. Er wordt echter wel rekening gehouden met de nuances van elk land. Rusland mag net zoals India een enorm groeipotentieel hebben, de manier van zakendoen is totaal verschillend. Hierdoor kent International Business Strategy enkele raakvlakken met Managing Internationally across Business Systems, maar het eerste vak legt meer de nadruk op hoe je zaken doet in de emerging markets, terwijl het tweede vak meer het culturele en sociologische aspect van deze landen behandelt.
Professoren
  • Charles Schell, Manchester Business School gastprofessor 
  • Eva Alfoldi, Manchester Business School professor 
  • Stefan Zagelmeyer, Manchester Business School professor

Boeken
International Business Strategy maakt gebruik van de volgende twee boeken:

  • Werkboek dat alle belangrijke concepten samenvat, geschreven door Charles Schell, Axele Giroud, Rudolf Sinkovics en Mo Yamin. 
  • Een zelf samengesteld tekstboek dat bestaat uit verschillende artikels die gaan over internationaal zaken doen met onderwerpen zoals internationale financiering, corruptie, trade theory, markttoetredingsstrategieën en het beheersen van risico's voornamelijk afkomstig uit Harvard Business Review. 

Het vak kent dus geen begeleidend tekstboek maar die rol wordt overgenomen door het werkboek dat een boel tekst bevat. Werkboeken uit andere vakken bestaan meestal uit 100 à 150 pagina's, terwijl het werkboek van International Business Strategy maar liefst 210 pagina's kent die op de koop toe tjokvol zijn gevuld. Het werkboek is een prima mix van academisch perspectief en hoe dit in de praktijk werkt. Zo worden er enkele paragrafen besteed aan entrepreneurship an de kenmerken van een goede entrepreneur. Dit is echter geen exact gegeven want een entrepreneur in China heeft andere kenmerken dan een entrepreneur in de VS en daarom wordt in het werkboek veel belang gehecht aan het nuanceren van theorieën en hoe ze in de praktijk worden gezet.

De artikels uit het zelf samengestelde tekstboek zijn een goede aanvulling op het werkboek en gaan dieper in op onderwerpen die slechts lichtjes worden aangeraakt in het werkboek. Een mooi voorbeeld hiervan is een artikel over infrastructuurprojecten uitgevoerd door westerse firma's in het buitenland. Hier wordt geïllustreerd dat landen uit Azië, Zuid-Amerika en Afrika de voorkeur eraan geven om dergelijke projecten door binnenlandse firma's te laten uitvoeren in plaats van een buitenlandse firma nadat een buitenlandse firma een flinke som geld in het project heeft geïnvesteerd. Aangezien de meeste artikels komen uit Harvard Business Review zijn deze artikels meer gericht op pragmatisme dan academisch inhoud.

Onderwerpen
De volgende onderwerpen worden behandeld bij International Business Strategy:

  1. Markttoetredingsstrategieën en samenwerkingsvormen tussen firma's 
  2. Evalueren van buitenlandse markten en het inschatten van risico's 
  3. Globale strategieën 
  4. Evalueren en onderhandelen van projecten in het buitenland 

De workshop is een mix van praktijk waar case studies moeten worden gepresenteerd en besproken en het geven van theorie. De rode draad in deze case studies is het opstarten van het projecten in het buitenland en hoe deze worden gemanaged en onderhandeld. Dit is een goede leerschool voor studenten die zelf bezig zijn met projecten voor westerse firma's in emerging markets. De andere onderwerpen zijn heel divers en kwamen meestal al eens aan bod in andere vakken zoals risk management, managerial economics, marketing of managing internationally across business systems. Het verschil met International Business Strategy is dat deze onderwerpen worden besproken uit internationaal standpunt. Outsourcing is voor veel MBA-studenten een erg bekend onderwerp, maar door outsourcing te koppelen aan de product life cycle theorie is het mogelijk om te verklaren waarom landen zoals Japan gespecialiseerd zijn in het produceren van auto's en elektronica. Door het bespreken van verschillende theorieën is het aan de student om zelf te bepalen wat voor hem wel of niet werkt en hoe hij deze dingen kan gebruiken voor zichzelf.

Persoonlijke opinie
Ik had International Business Strategy in eerste instantie gekozen als keuzevak omdat mijn interessegebied voornamelijk bij strategie ligt. De naam van het vak is enigszins misleidend aangezien strategie één van de vele onderwerpen is van dit vak en bovendien niet erg diepgaand is. Dit vak zal bijvoorbeeld vertellen hoe bedrijven zich uitbreiden in het buitenland, maar verwacht niet dat je een gedetailleerde marketing strategie te zien krijgt om in China een joint-venture op te starten. Dit wordt enigszins gecompenseerd door de workshop waar er een aantal case studies worden gepresenteerd over bedrijven die willen internationaliseren en worden er zaken zoals markttoetredingsstrategieën beknopt besproken. De workshop maakt het vak een stuk praktischer met een heleboel voorbeelden uit de praktijk, inclusief veel input van de studenten en de docent zelf. Dit maakt het vak één van de meest interactieve vakken tussen studenten en docent uit het MBA curriculum en dat is zeker een groot pluspunt.


Doordat International Business Strategy zoveel onderwerpen behandelt, is het vak misschien nog best te omschrijven als een soort van naslagwerk over alle onderwerpen die met internationalisering te maken hebben. Het nadeel van naslagwerken is dat die niet altijd even interessant zijn om te lezen en de relevantie is soms zoek. International Business Strategy heeft in mindere mate ook last van deze kwaal en als je het vak hebt afgerond, besef je dat er nog een heleboel dingen zijn die je niet weet. Het vak is dus eerder generalistisch dan specialistisch van aard en als je graag een specifieke materie wil beheersen is dit vak niet meteen het beste keuzevak.

Doe het zelf
Op het internet vind je meestal wel ettelijke bronnen over de meeste vakken die op een universiteit worden gegeven, maar International Business Strategy is zowat de vreemde eend in de bijt. Op Coursera vind je wel een vak zoals International Organizations Management dat het vak benadert, maar toch wel vrij hard verschilt met International Business Strategy. Op Amazon vind je het boek "International Business Strategy: Rethinking the Foundations of Global Corporate Success" van de Belgische professor Alain Verbeke al vanaf een halve dollar wanneer je tevreden bent met een gebruikt exemplaar. Het gaat niet om de allerlaatste druk, maar het materiaal wat je hierin vindt is nog altijd even relevant. Ook Harvard Business Review is sowieso een aanrader - voor eigenlijk alle strategische vakken - om op de hoogte te blijven van zaken die betrekking hebben op globalisering en het effect hiervan op het bedrijfsleven. Voor de schappelijke prijs van een paar euro's per maand krijg je toegang tot de digitale versie van Harvard Business Review wat geldt als de meest vooraanstaande bron van nieuwe concepten in strategie, leadership, marketing en management in de wereld.

donderdag 1 mei 2014

Business simulation

Voorstelling
Het probleem bij het begin van een een MBA-opleiding is dat je een aantal aparte vakken krijgt, maar je niet het gevoel hebt dat je veel bijleert omdat de vakken ogenschijnlijk weinig met elkaar te maken hebben. Het eerste vak dat dit gevoel wegspoelt is Business Simulation dat - weinig verrassend - een simulatie is van de werking van een bedrijf. Je neemt in groep de leiding over van een fictief bedrijf dat een bepaald product produceert. Als nieuw management is het je taak om dit bedrijf winstgevend te maken en word je met alle mogelijke facetten geconfronteerd: de economie van een regio, marketinguitgaven, voorspellingen van verkopen, analyseren van data en het in oog houden van de prijselasticiteit van je product. Het belangrijkste aspect is wellicht de boekhouding en bedrijfsfinanciering want zonder de nodige centen is een bedrijf natuurlijk niet levensvatbaar.

In Business Simulation is het de bedoeling om het aandeel van je bedrijf in de hoogte te stuwen en dat doe je samen met andere groepen die hetzelfde objectief hebben. Dit competitieve element maakt deze simulatie realistischer en het is altijd leuk om te zien hoe goed of slecht je hebt gepresteerd ten opzichte van de concurrentie. De hoogte van het aandeel bepaalt op het einde voor een stuk de score die je voor dit vak hebt behaald.

Professor

  • Kevin Gaston, Manchester Business School professor
Boeken
Aangezien Business Simulation voornamelijk een doevak is, kent het eigenlijk geen begeleidende handboeken. Het enige document dat op een boek gelijkt is een briefing die de werking van het vak uitlegt en verklaart wat de begintoestand is voor elke deelnemende groep. Al de rest is voor de rekening van de groep zelf en dan komt het holistische perspectief van dit vak naar boven. Bij het zetten van de prijzen komt er een stukje game theory naar boven want bij de prijszetting zal de ene groep kijken naar de andere en vice versa. Er is ook snuifje managerial economics want de prijszetting kan overslaan naar tit for tat pricing en het is van levensbelang om de prijselasticiteit te kennen, net zoals de marginale kosten om te weten wat het optimale productieschema is en in welk type markt je opereert. Boekhouding en bedrijfsfinanciering zijn dan weer nuttig om op een winstgevende manier te groeien, want dat is toch uiteindelijk je doel. En op deze manier duik je met Business Simulation terug in de boeken die in de boekenkast staan geparkeerd. 


Onderwerpen
Specifieke onderwerpen kent Business Simulation niet omdat het een simulatie is van een geheel bedrijf. Het is echter wel een goede gelegenheid om bepaalde theoretische concepten aan de realiteit te toetsen. Een goed voorbeeld hiervan is sensitiviteitsanalyse. Dit is een onderwerp uit corporate finance waar je je winst en verkoopscijfers gaat analyseren aan de hand van het variëren van één onderwerp. Bij het analyseren van de data kan je op deze manier bepalen wat de winst is wanneer de verkoopsprijs met één euro daalt. Je kan dit concept verdertrekken en een volledige scenario analyse uitdokteren met scenario's waarin verkopen tegenvallen, er meer marketinguitgaven zijn en productiekosten de pan uitswingen.

Op het einde van het vak gebeurt er een debriefing met geleerde lessen die relevant zijn voor de werking van een bedrijf. Het belang van de productlevenscyclus wordt onderstreept net zoals het analyseren van financiële cijfers uit het verleden om zo naar de toekomst te kunnen kijken. Marketing is zowat het enige vak dat niet goed wordt behandeld. In de simulatie wordt het belang van marketinguitgaven geaccentueerd, maar je bepaalt niet hoe deze uitgaven gebeuren. Dat is een puntje van kritiek waar deze simulatie nog aan kan werken.

Persoonlijke mening
Business Simulation is voornamelijk een online vak waarmee ik bedoel dat de meerderheid van de tijd die je in groep spendeert online is. Er is één dag voorzien waar je als groep samenwerkt om de strategische doelstellingen van je bedrijf uit te stippelen en om de beslissingen te nemen voor de eerste twee periodes. Voor de overige acht periodes gebeurt dit via het internet waarbij Skype belangrijk is om samen te discussiëren. Dit vak heeft een hoge hands-on aanpak wat ik wel wist te waarderen. Wanneer de resultaten werden bekendgemaakt, zat ik niet veel later in Excel de implicaties te berekenen om te zien wat de beste beslissing is voor de volgende keer. Het maakt de theorie uit andere MBA-vakken interessanter omdat je hier de kans krijgt om dingen in een simulatie toe te passen en het is altijd leuk om te zien hoe goed of slecht je scoort in een minicompetitie met andere studenten.

Doe het zelf
Een business simulation is niet iets dat je snel op het internet zal tegenkomen en zeker niet gratis. De simulatie Ecoman van HUB komt nog het dichtst bij wat zo'n simulatie inhoudt. De kostprijs van 900 euro voor één dag is echter vrij duur.