zondag 5 januari 2025

Een weekje cultureel baden in Luxor

In de kerstperiode ben ik traditiegetrouw in het buitenland, maar dit keer geen rondreis voor mij. In plaats daarvan verbleef ik één week in het Egyptische Luxor voor een combinatie van ontspanning en cultuur. Een mooi zonnetje en een temperatuur van net boven de twintig graden is meer dan voldoende om de regendagen in België te vergeten, terwijl er in de onmiddellijke omgeving een heleboel tempels en tombes zijn die een achteruitkijkspiegel zijn van het rijke Egyptische verleden.  

Even voorstellen
Luxor wordt omschreven als 's werelds grootste openluchtmuseum en ik denk dat dit wel klopt. In de omgeving van Luxor zijn er namelijk talrijke tempels en tombes van de vroegere Egyptische farao's. In het tijdperk van het Nieuwe Koninkrijk (circa 1550 - 1070 voor Christus) werd er lustig gebouwd met als beroemdste tempels Karnak en Luxor die amper vier kilometer van elkaar verwijderd zijn. Luxor ligt aan de Nijl wat dan ook de levensader is van deze stad. De rest van de omgeving is namelijk woestijn, hoewel er toch relatief veel groen is dankzij de Nijl die diverse akkers en velden voedt dankzij slim aangelegde kanaaltjes. 

Een luilekkervakantie zal je niet snel in deze stad doen, want naast het culturele aspect is er niet gek veel te doen. Je kan bijvoorbeeld een mooie ballonvaart maken over de stad of een deugddoende cruise met een felucca doen, maar daar houdt het aantal opties wel ongeveer op. Je moet dus echt wel een beetje cultuurgek zijn om gedurende een week in deze stad te verblijven. 

Gek word je overigens ook in deze stad, maar dan wel van de taxichauffeurs en andere straatventers die je zo goed als altijd aanklampen om een taxibeurt te verkopen of iets anders aan te smeren. Ik ben al op elk continent van deze planeet geweest, maar zo erg als hier heb ik het nog nooit meegemaakt. Helaas doet het toch wel een (significante) afbreuk aan de ervaring, zeker als je op zoek bent naar ontspanning.  

Geld
De lokale munteenheid is het Egyptische pond waar 50 ponden nu (januari 2025) ongeveer overeenkomen met één euro. Wanneer je geld uit een automaat haalt, zijn dit wellicht briefjes van 200 pond en het is zwaar aanbevolen om zoveel mogelijk kleine briefjes te hebben. In Egypte vraagt men namelijk voor alles - en dan bedoel ik werkelijk alles - een fooi. Dat je betaalt om naar het toilet te gaan, is normaal aangezien dit ook in het westen van toepassing is. 

Erger is dat Egyptenaren ongevraagd dingen doen en dan achteraf geld vragen. Denk maar aan iemand die je tas neemt en ergens plaatst terwijl je hier niet om gevraagd hebt. Dit gebeurt slag om slinger en het bedelgedrag is echt enorm. Reken erop dat je gemakkelijk tien fooien per dag betaalt als je niet oplet. Dus zoals gezegd, zie dat je zoveel mogelijk kleine briefjes hebt in Amerikaanse dollar, euro of Egyptische ponden. Je zal het nodig hebben. 

Transport
Ik heb een vlucht genomen van Brussel die rechtstreeks vloog naar Luxor en daarna Sharm-El-Sheikh. De luchthaven van Luxor is echter klein, dus zijn er weinig rechtstreekse vluchten. Als je naar Luxor wil vliegen zal dit dus meestal via een tussenlanding gebeuren. Als je vanaf België of Nederland naar Luxor vliegt, zal dit met een tussenstop gebeuren waarvan ik vermoed dat Caïro en Sharm-El-Sheikh de meest logische tussenstops zijn. 

Het is ook mogelijk om met de (nacht)trein naar Luxor te komen. De rit tussen Caïro en Luxor duurt ongeveer elf uur, maar is met een prijs van ongeveer zestig euro niet erg goedkoop. Deze formule wordt veel gebruikt door toeristen die een rondreis door Egypte maken. Men begint in Caïro en trekt daarna naar Aswan of Luxor om vervolgens ergens aan de Rode Zee te eindigen.  

Overnachten
Aangezien ik deze vakantie boekte via TUI had ik weinig keus op het gebied van hotel en ik verbleef in het vijfsterrenhotel Steigenberger Nile Palace. Een mooi hotel om in te verblijven, maar het kan uiteraard een stuk goedkoper. Er zijn veel hotels in Luxor, maar belangrijk is om het onderscheid te maken tussen de oostelijke en westelijke oever van de Nijl in Luxor. De meeste hotels en het plat massatoerisme - waar ik dus mee deel van uitmaakte - bevinden zich op de oostelijke oever. Hier vind je immers de tempels van Luxor en Karnak. Verreweg de meeste straatventers vind je aan deze zijde. 

Voor een rustigere ervaring is het aangeraden om te verblijven op de westelijke oever waar het minder druk is. Ook hier zal je nog wel lastig gevallen worden door taxichauffeurs en straatventers allerhande, maar een heel stuk minder dan bij de oostelijke oever. De meeste restaurants bevinden zich op de oostelijke oever, maar met een beetje onderhandelen kan je voor één euro een bootje nemen om aan de andere kant van de Nijl te geraken. De enige brug ligt namelijk een stukje buiten het centrum en daarom zijn er meer dan genoeg felucca's om over de Nijl te varen.  

Beste periode
Onze wintermaanden zijn wellicht de beste periode om Luxor te bezoeken aangezien de thermometer net boven de twintig graden strandt. Dat klinkt niet bijzonder warm, maar geloof me dat dit meer dan voldoende is wanneer je in de blakende zon aan het wandelen bent. Herfst en lente zijn betere periodes in die zin dat je dan buiten het hoogseizoen gaat, maar de middagtemperaturen kunnen dan al aardig oplopen. Als je houdt van temperaturen rond de vijftig graden is de zomerperiode ideaal om naar Luxor te reizen. Indien niet, blijf je in deze periode best zo ver mogelijk van de verschroeiende hitte in Luxor. 

Reisgids
Bijna geen reis gaat aan mij voorbij zonder dat ik een Lonely Planet reisgids meeneem en dat is bij deze vakantie ook het geval. De Lonely Planet over Egypte handelt niet enkel over Luxor, maar biedt wel een heleboel informatie. Er is een aparte sectie gewijd aan deze stad: het vertelt over de tempels en tombes die je kan bezoeken, er staat een handig overzicht met plattegronden, er wordt kort verteld over de geschiedenis en er staan aanbevelingen in van welke tempels je zeker moet bezoeken. Het is wellicht niet het meest complete overzicht voor Luxor, maar als je ook andere plaatsen in Egypte wil bezoeken is deze Lonely Planet één van de beste reisgidsen die je kan hebben. 

Restaurants en uitgaan
Eten is wel een klein avontuur in Egypte, want de Arabische landen staat niet onmiddellijk hoog aangeschreven om hun hygiënische keukens en leidingwater. Daarom heb ik preventief één pilletje Enterol per dag genomen, een middel om de darmflora aan te zuiveren. In hotels wordt enkel flessenwater gebruikt in de keuken om te koken, maar bij de kleine restaurants kan het wel eens zijn dat ze leidingwater gebruiken wat dus niet helemaal zuiver is. Misschien is dat een vooroordeel, want officieel gezien kan het leidingwater in Egypte wel gedronken worden, maar ik heb het in ieder geval niet geprobeerd. Je kan dus op veilig spelen en enkel eten in hotels, maar dan ga je de typische oosterse of westerse menu's voorgeschoteld krijgen. 

Een tikkeltje exotischer zijn de vele Egyptische restaurantjes in Luxor waarvan Sofra wellicht de meest bekende is. Er zijn echter talloze andere restaurants die daarom niet minder van kwaliteit zijn. Verwacht van de Egyptische keuken veel rijst, gerechten die een tikkeltje pittiger zijn, uiteraard geen varkensvlees en ingrediënten die afkomstig zijn uit het Middellands Zeegebied. Dit is het absoluut waard om eens te proberen en voor de prijs moet je het ook niet laten. Voor een dikke tien euro heb je een hoofdgerecht, nagerecht en twee drankjes. Egypte is wel een islamitisch land, dus voor alcohol ben je veroordeeld tot een (westers) hotel of een drankwinkel. 

Tempels en tombes
Als ik even mijn licht op steek bij Wikipedia lees ik over het vroegere Thebe (Luxor dus) dat het gedurende enkele periodes de hoofdstad van Opper-Egypte was tussen 1500 en 1100 voor Christus. Daarom zijn er in de omgeving ontzettend veel tempels en graftombes te vinden. Deze tombes zijn van koningen, maar ook koninginnen en nobelen. Tijdens mijn reis heb ik volgende tempels en graftombes bezocht:

Tempel van Luxor
Deze tempel is samen met die van Karnak de beroemdste van Luxor. Wanneer ik hier voor de eerste keer kom, kijk ik nogal verdwaasd wanneer ik merk dat dit complex zich tussen twee drukke straten bevindt, een nogal bizarre locatie voor een voormalig heiligdom. Ik heb deze tempel bezocht bij valavond en dan is een bezoek aan deze tempel echt wel indrukwekkend. Het zachte gloed van de ondergaande zon zorgt voor een spektakelrijk zicht tussen de vele pylonen en zuilen. Persoonlijk vind ik de enorm grote zuilen bij valavond imponerend, terwijl de kamers misschien wat minder goed zichtbaar zijn in de avond. Minstens even imposant is de laan met meer dan tweeduizend sfinxbeelden die ligt tussen de tempel van Luxor en Karnak en ruim 2,7 kilometer lang is. Van alle tempels in de omgeving van Luxor is dit zeker niet de mooiste of best bewaarde, maar wel een goede introductie tot de rijke Egyptische geschiedenis.  

Tempel van Karnak
Op een (verre) steenworp afstand van de tempel van Luxor ligt de tempel van Karnak die net dat tikkeltje grootser is van opzet, maar ik heb de indruk dat het ook net wat minder goed bewaard is gebleven dan de tempel van Luxor. Het terrein is groter, dus valt er wel meer te verkennen maar het is wel mee ruïne-achtig dan Luxor dat naar mijn bescheiden mening beter bewaard is gebleven. Houd er ook rekening mee dat hier best wel veel toeristen komen, dus voor de rust moet je het ook niet doen. Maar als je in Luxor bent, is deze tempel bijna een morele verplichting om te bezoeken. Je kan deze tempel ook 's avonds bezoeken, maar dan in de vorm van een spectaculaire lichtshow. Naar verluidt wel mooi om te bezichtigen, maar dat heb ik niet gedaan omdat ik één bezoek wel genoeg vind.  

Vallei der Koningen
In deze vallei bevinden er zich tientallen graftombes van farao's, de ene al wat indrukwekkender dan de andere. Het toegangskaartje geeft toegang tot verscheidene tombes, maar niet allemaal. Gelukkig zijn er meer dan voldoende om zonder meerprijs te bezoeken. Het volstaat echter om een aantal graftombes te bezoeken om een goed idee te krijgen over de verscheidene bouwstijlen die zijn gebruikt bij het aanleggen van deze tombes door de eeuwen heen. Zelf heb ik de tombes van Ramses I en III bezocht en ook extra betaald voor Seti I wat de best bewaarde tombe is van de volledige vallei. Het kost wel een erg stevige veertig euro, maar je kan het geld beter hier aan spenderen en ergens anders op besparen. Deze tombe is namelijk zo mooi dat al de rest gelijk gaat vervelen. Daarom dus best als laatste bezoeken. Er bestaat ook de mogelijkheid om de tombe van Toetanchamon te bezoeken, maar dit kost opnieuw extra geld en je betaalt enkel de naamsbekendheid, de tombe zelf is namelijk niet mooier of anders dan andere graftombes.   

Tempel van Hatsjepsoet
Vrouwelijke farao's zijn er niet veel maar Hatsjepsoet was er wel eentje en voor haar werd deze indrukwekkende tempel opgericht rond 1500 voor Christus. Van alle gebouwen die ik in Egypte heb gezien, is dit wellicht de meest imposante door zijn grootsheid. Je ziet al vanaf de verte de drie terrassen waarop deze tempel is gebouwd en het decor van woestijn en de grote rotswand achter de tempel maken het allemaal nog meer schilderachtig. Deze tempel heeft goed bewaarde stukken zoals hiërogliefen en pylonen. Omdat de site enkel bestaat uit de tempel is het wel allemaal vrij snel gezien, maar als je op de westelijke oever van de Nijl bent in Luxor is dit wel een aanrader. 

Vallei der Nobelen
Naast de Vallei der Koningen bestaat er ook de Vallei der Nobelen wat een stuk minder indrukwekkend is. Verschil in stand moet er zijn en koningen zijn nu eenmaal van een hogere stand dan pakweg een architect of priester. De tombes zijn een stuk kleiner en soms is het bijna door een deur kruipen om toegang te krijgen tot een graftombe. Er zijn echter wel goed bewaarde tombes die het toch de moeite maken om tot hier te komen. De troef van deze vallei is echter dat er veel minder toeristen zijn hier. Nadeel is dan weer dat deze tombes bewaakt worden en elke bewaker wil toch graag een fooi van minstens één dollar omdat ze met een spiegeltje schijnen of een deur openen. Dat bedelgedrag is helaas toch wel een storende factor hier. Als je geen tijd hebt om deze site te bezoeken, is dat geen groot gemis, maar het kan wel een mooie aanvulling zijn op de Vallei der Koningen  

Medinet Haboe
Op mijn laatste dag in Egypte bezocht ik nog deze tempel aan de westelijke over van de Nijl in Luxor. Wat kan ik nog vertellen over deze tempel? Net zoals de andere tempels die ik heb bezocht, is dit complex vrij goed bewaard gebleven en is het de binnenkoer die de show steelt bij de grootste tempel op deze site. Bij mij was het echter meer van hetzelfde en dat is de voornaamste reden waarom ik relatief snel door dit complex ging. Mocht ik deze tempel als eerste bezoeken, zou ik er ongetwijfeld een stuk positiever over zijn, maar nu treedt er toch een zekere moeheid op. 

Tempel van Abydos
Het is maar liefst drie uur rijden tot de tempel van Abydos over wegen met vaak een twijfelachtige kwaliteit van het wegdek, maar dat is het absoluut waard als je deze tempel ziet. Dit is namelijk de best bewaarde tempel in heel Egypte en vooral de muurschilderingen hebben een ongeëvenaarde kwaliteit. Veel schilderingen beschikken nog over de originele kleuren en ik kan een kleine glimlach niet onderdrukken wanneer ik het rood zie van een menselijk figuur of een gele gloed bij één van de goden uit het oude Egypte. De tempel is vrij donker, maar dat verklaart allicht waarom deze schilderingen zo goed bewaard zijn gebleven. Deze tempel bevat ook heel wat hiërogliefen waaronder de koningslijst en daarnaast is er ook een andere tempel. De tempel van Abydos is immers die van Seti I, maar er is ook een tempel van Ramses II die de tand des tijds minder goed heeft doorstaan, maar wat mij betreft wel een leuk zijuitstapje vormt. Dé reden om deze tempel te bezoeken is het gebrek aan toeristen, want zeker 's ochtends was ik bijna de enige toerist die hier aanwezig was. 

Tempel van Dendara
Op de terugweg van Abydos naar Luxor ben ik ook gestopt bij de tempel van Dendara die vaak wordt gecombineerd met de tempel van Abydos. Waar de tempel van Abydos dateert rond 1300 voor Christus is de tempel van Dendara ruim een millennium jonger en werd die voltooid rond het begin van onze jaartelling. Desondanks is de tempel net iets minder goed bewaard gebleven en zijn schilderingen bijvoorbeeld al wat meer vervaagd. De architectuur van de tempel weet dan wel te imponeren, want de zuilen met bovenaan het hoofd van Hathor is een architectonisch pareltje. Jammer genoeg hebben later christenen het gezicht op deze zuilen weggevaagd omdat dit goddeloos zou zijn. Ook een sterrenhemel met daarop de dierenriem aan het plafond ziet er knap uit. De dertien meter hoge tempel heeft een tweede verdieping en ook een dak waarop je kan staan, maar daar moet je wel extra voor bijbetalen.      

Museum van Luxor
Veel stukken die tot de tempels in de omgeving van Luxor behoorden, worden tentoongesteld in het museum van Luxor. Dit archeologisch museum stelt een heel scala aan stukken voor, gaande van mummies tot werktuigen die in het oude Egypte werden gebruikt. Het museum bestaat uit twee gebouwen en is qua oppervlakte niet zo heel groot waardoor zelfs de trage bezoeker op anderhalf uur alles heeft gezien. De stukken die worden tentoongesteld zijn van goede tot uitstekende kwaliteit en geven een goed beeld over het oude Egypte. Als een bezoek tot het Egyptisch Museum in Caïro niet tot de mogelijkheden behoort, is dit een meer dan waardig alternatief. 

Mummificatiemuseum 
Museum is wellicht wat te veel eer voor een expo die bestaat uit slechts één kamer. Het museum is dus wel heel erg klein, maar legt wel op een duidelijke manier uit hoe het proces van mummificeren gebeurt. In het mummificatiemuseum zijn er goed bewaard gebleven mummies zoals die van Masaharta alsook gemummificeerde katten en zelfs een krokodil. Het museum bevindt zich vlakbij de tempel van Luxor en kan dus perfect gecombineerd worden met een bezoek aan deze tempel. Houd er echter rekening mee dat dit museum echt wel klein is en dat je een kwartier later er al terug uit bent.

Bij de tempels is het soms aanschuiven om een ticket te bemachtigen en dan is het aangeraden om via het internet kaartjes aan te schaffen. Dat doe je via de website Egymonuments waar je de locatie opgeeft en vervolgens kan kiezen welke monumenten je wil bezoeken. Het kopen doe je tenslotte via de website en meestal met kredietkaart. Dit doe je best in je hotel aangezien je daar wellicht wifi hebt. Tegenwoordig zijn er echter ook esims - elektronische simkaarten - waar je tijdelijk mee op internet kan. Ik doe dat via de applicatie Nomad en voor een pakket van vijf gigabyte data gedurende één maand betaalde ik 17,5 euro. Ik moet wel bekennen dat de kwaliteit van de verbinding niet altijd super is.    

Conclusie
De reputatie van Luxor als 's werelds grootste openluchtmuseum maakt het helemaal waar, want zowel aan de oostelijke als westelijke oever van de Nijl is er ontzettend veel te zien. De tempels van Luxor, Karnak en de Vallei der Koningen geven een erg goed beeld over het oude Egypte. Toch zijn de tempels van Abydos en Dendara die mijn hart hebben gestolen, want dit zijn de best bewaarde tempels van heel Egypte en bovendien ontvlucht je hier de mensenzee die je in de omgeving van Luxor wel aantreft. Al wie een groot cultureel hart heeft, zal met veel plezier enkele dagen in Luxor blijven. Zelf was ik er één week en dat is wellicht wat aan de lange kant als je enkel cultuur opzoekt. Voor mij was het echter een combinatie van ontspanning en cultuur en ik heb het enkele dagen rustig aan gedaan. Voor ontspanning is Luxor misschien niet de beste bestemming, want naast cultuur zijn er niet gek veel mogelijkheden. Dan is Harghuda wellicht een betere optie, maar voor een mix tussen veel cultuur en een beetje ontspanning is Luxor ideaal. 

Toch werpt de cultuur van bedelen en toeristen lastigvallen een grote schaduw op mijn ervaring, want de ervaring is veel erger dan ik ooit had durven denken. Wanneer ik in de stad ben, word ik quasi elke minuut wel aangesproken en dat is simpelweg niet leuk meer. In de minder bezochte steden zoals Aswan is dat veel minder het geval, maar dan ben je ook al een stuk verwijderd van alle bezienswaardigheden. Toch zou ik Luxor aanbevelen als vakantiebestemming, maar wees dan heel goed voorbereid op het feit dat je als toerist zal lastiggevallen worden en daarom is in je hotel blijven misschien geen slecht idee, iets wat ik anders nooit zou aanraden.

woensdag 1 januari 2025

De Helaasheid der Dingen - het verschil tussen boek en film

In de kerstperiode vertoefde ik in Egypte om enerzijds te genieten van de zon die in België opvalt in haar afwezigheid en anderzijds om me onder te laten dompelen in het cultuurbad van het oude Egypte. Tijdens mijn verblijf van één week in Luxor heb ik uitgebreid de tijd gehad om te lezen en dat deed ik dus met veel bravoure. Ik had een omnibus van Dimitri Verhulst bij waarin drie romans zijn gebundeld die vertellen over zijn jeugdige leven waarin hij opgroeide in een onthecht gezin: De Laatste Liefde van mijn Moeder, Kaddisj voor een Kut en uiteraard zijn grootste werk, De Helaasheid der Dingen

Die had ik al een keer gelezen, maar heb ik met veel plezier opnieuw gelezen. Zelfs in die mate dat ik benieuwd werd naar de verfilming van Felix Van Groeningen die drie jaar na het boek het levenslicht zag. Zowel boek als film hebben een plaatsje verworven aan de tafel der groten, elk op hun eigen manier. Maar wat is nu exact het verschil tussen deze twee? Dit is een (oppervlakkige) poging om het contrast tussen boek en film te illustreren met De Helaasheid der Dingen als studiemateriaal.   

1. Verhaal
De kern van elk boek is uiteraard het verhaal en De Helaasheid der Dingen is een autobiografische opgroeiroman dat doordrenkt is in sarcasme en cynisme waardoor het tragische lot van schrijver Dimitri Verhulst misschien wat ondergesneeuwd geraakt: als twaalfjarige jongen heeft zijn moeder hem verlaten en groeit hij op tussen zijn vader en drie nonkels die quasi-altijd dronken zijn in een huis dat net niet rijp is voor de sloophamer. Gelukkig is er nog zijn grootmoeder die fungeert als tandwiel van het huishouden zodat Verhulst in de verte nog iets waarneemt wat enigszins gelijkt op moederliefde. Zijn vader en nonkels zijn veel betrokken bij vechtpartijen en het is dus eerder regel dan uitzondering dat politie 's nachts aanbelt aan huis omdat er weer iets is gebeurd. Na het verschijnen van deze autobiografische roman heeft Verhulst lange tijd op voet van oorlog geleefd met zijn familie die verontwaardigd was dat ze werden neergezet als een soort van familie Flodder, terwijl in het boek vooral de liefde en samenhorigheid van dit zootje ongeregeld wordt onderstreept. 

In het boek wordt het verhaal uit de doeken gedaan in dertien hoofdstukken die een logische opbouw vormen van hoe hij opgroeit bij zijn grootmoeder tot zijn leven als auteur en vader van een kind. Het eerste hoofdstuk vertelt over hoe tante Rosie en haar dochter Sylvie tijdelijk logeren bij het gezin en dit is de perfecte voorzet om de rest van het dorp Reetveerdegem en haar inwoners te introduceren. Het tweede hoofdstuk gaat dan weer over hoe de Tour de France wordt nagespeeld als een uit de kluiten gewassen drinkspel dat wekenlang duurt, net zoals de echte Ronde van Frankrijk. Hoewel de roman eerder kort is, is er veel meer diepgang en detail in het boek waardoor het inlevingsvermogen bij het boek een stuk groter is dan in de film. 

De film behandelt niet alle hoofdstukken van het boek en dat is een goed besluit. Je kan namelijk geen volledig boek in een kleine twee uur vertellen. Door het montagewerk worden de hoofdstukken van het boek niet chronologisch gevolgd en het hoofdstuk met Rosie en Sylvie komt ongeveer halfweg de film aan bod. De montage vind ik persoonlijk nogal ongelukkig gekozen, want naar mijn bescheiden mening doet het afbreuk aan de keurig opgebouwde wereld waarin Verhulst leeft. De film schetst wel een realistischer beeld waarin gevechten tussen vader en zoon of broers meer aan bod komen, terwijl ik de indruk heb dat dit bij het boek toch wat meer wordt geromantiseerd. 

Zowel het boek als film hanteren het ik-perspectief van Verhulst wanneer hij volwassen is en met déjà-vus gaat hij terug naar zijn jeugd om zijn belevenissen te vertellen. De film concentreert meer op het feit dat Verhulst - in de film omgedoopt tot Gunther Strobbe - moeilijk aan de bak komt als auteur en tussendoor rotjobs moet vervullen om toch maar brood op de plank te brengen. Bij het boek zwijgt hij hierover en neigt de balans meer naar de memoires van zijn jeugdtijd dan zijn leven als volwassene. Bij de film heb je toch een iets beter beeld over Verhulst als volwassene waardoor de film als biografie wellicht een tikkeltje beter werkt. 

De algemene conclusie dat ik kan trekken is - zoals bij zoveel verfilmingen - dat sleutelscènes in de film vaak onderbelicht zijn. Er is namelijk veel minder diepgang en opbouw waardoor scènes minder tot hun recht komen. Zo is er een pakkend moment waar de vader van Verhulst samen met zijn zoon loopt wanneer hij voor het eerst in drie maanden terug buiten mag komen nadat hij is opgenomen in een ontwenningskliniek. In de film is dit ongetwijfeld een mooi moment, maar omdat ik eerder het boek al las, vind ik de scène nogal oppervlakkig. In het boek is dit echt een bindingsmoment tussen vader en zoon terwijl dat bij de film minder tot uiting komt. Dit is geen kritiek aan de film, het is een symptoom dat eigen is aan films gebaseerd op boeken.  

2. Thema en uitbeelding
Het grootste verschil tussen boek en film schuilt misschien wel in dit aspect, want het gevoel dat het boek bij mij oproept staat toch in scherp contrast met de film. In de film wordt er een filter gebruikt om de jeugdmomenten van de schrijver te tonen en de film is bijna letterlijk overspoeld met melancholie en grauwheid. De film wordt neergezet als een tragedie met soms komische elementen, dikwijls ontleend aan grappige citaten die in het boek voorkomen. Het is hier waar de familie van Verhulst is op afgeknapt. Als lezer van het boek lijkt het bijna alsof ik in een andere wereld stap wanneer ik de verfilming bekijk. Het is duidelijk dat de toon van bijtende spot die het boek zo kenmerkt hier op de achtergrond is verdreven. 

Elke auteur heeft een eigen stijl en die van Verhulst is zonder meer van spot in een vertelstijl waar het moeilijk uit te maken is waar sarcasme en cynisme eindigen en waar ironie begint. Marketeers promoten dit als een afrekening met zijn jeugd, maar het is een stijl waarin Verhulst zich het best thuis voelt en geen andere Nederlandstalige auteur kan dit zo goed doen als hij. Dit is ook waarom De Helaasheid der Dingen zo goed heeft gescoord als roman: er zit altijd wel een komische ondertoon ondanks de vaak penibele omstandigheden waarin Verhulst opgroeit in het boek. Ook de warmte van familie en caféleven komt naar boven in het boek waar dat in de film slechts sporadisch bij enkele momenten en/of personages beperkt blijft. Het grote verschil in toon tussen boek en film zorgt ervoor dat ik de film toch een stuk minder geslaagd vind dan het boek. Maar ik geloof best dat iemand die het boek niet gelezen heeft de film goed of zelfs geweldig kan vinden. 

3. Personages
In het boek maakt Dimitri Verhulst het erg duidelijk dat hij vertelt over zijn eigen jeugd en dat het boek om een autobiografische roman gaat. In de film heeft de schrijver - Verhulst dus - een andere naam gekregen en ook sommige personages zijn lichtjes gewijzigd. Onze zware wordt plots onze breeje en namen zijn aangepast. Ook gebeurt het dat gebeurtenissen die bij een bepaald personage gebeuren in het boek nu worden toegekend aan een ander personage in de film. Ik vermoed om een zekere balans te bewaren in de gebeurtenissen van de personages en zo elke acteur een evenwichtig stuk werk te geven. Dat zorgt er wel voor dat bepaalde personages niet helemaal overeenstemmen met hoe ze worden neergezet in het boek, maar ondanks het gebrek aan waarheidsgetrouwheid vind ik dat niet erg. Voor de film is dit misschien zelfs een verbetering, want een personage zoals onze zware komt in het boek relatief weinig voor.   

Waar ik het wel moeilijk mee heb - en dat is misschien wel mijn grootste persoonlijke kritiek - is de portrettering van de vader in de film. Als lezer werk je enkel met de kracht der woorden en bouw je zelf een beeld op van de personages. In het boek wordt de vader van Verhulst omschreven als een zware alcoholicus, gewelddadig, maar wel iemand die plichtsbewust zijn werk als postbode doet en op een bepaald punt zijn leven wil verbeteren. Deze elementen komen uiteraard ook voor in de film, maar de vertolking van Koen De Graeve als de vader klopt helemaal niet met wat ik voor ogen heb. Er is niks mis met de acteerprestatie van De Graeve - hij heeft er zelfs diverse prijzen mee gewonnen - maar bij komt het niet geloofwaardig over. Ik heb iemand voor ogen die getekend is door een zwaar leven, iets wat ik niet (helemaal) terugvind bij het personage in de film.

Anderzijds zijn er ook andere personages waarbij de vertolking wel werkt op het scherm. Dan denk ik in de eerste plaats aan het personage van Poutrel/Petrol dat als een grote broer opkomt voor onze kleine, Verhulst dus. De energie waarmee Wouter Hendrickx het personage neerzet komt overeen met hoe het personage in het boek wordt beschreven. Meer nog, in een scène met Rosie waarin ze zegt dat ze zich  distantieert van de familie bespuwt het personage van Wouter Hendrickx haar bijna letterlijk omdat ze neerkijkt op de familie. Dit komt zelfs in het boek zo niet aan het bod en dit is een duidelijk voorbeeld waar een goeie vertolking in de film beter een scène beter maakt. Helaas is dit de spreekwoordelijke uitzondering. 

4. Wereldbouw
Een aspect waarin boek en film nauwelijks met elkaar verschillen is de wereldbouw (om het Engelse woord seting maar niet te gebruiken). Het landelijke dorpje Reetveerdegem met al zijn volkse figuren komt in beide mediums goed aan bod en dat is vooral een compliment voor de filmcrew want het is niet altijd gemakkelijk om goede locaties te bedenken voor sommige scènes. Scènes worden op overtuigend aandoende locaties gefilmd: of het nu een volkscafé is waar de twee dochters van de caféuitbaatster te maken hebben met dwerggroei of een zorgcentrum voor bejaarden waarin de grootmoeder belandt, de locaties zijn met het grootste respect voor het boek uitgekozen. 

Meer nog, de stacaravan waar het drankspel van de Tour de France wordt gespeeld geeft me een duidelijker beeld dan wat ik inbeeldde bij het boek. Als ik dan toch een minimaal puntje van kritiek mag uiten, is er de locatie van een vijver waarin jongeren samenkomen en zwemmen dat totaal niet overeenstemt met het boek. Aangezien dit slechts een voetnoot is in de film, is dit het melden nauwelijks waard. Enkel het gevoel van zomer en seksuele ontwaking dat deze locatie oproept, ontbreekt in de film waardoor er toch wat charme van het opgroeien verloren gaat.     

5. Conclusie
Ik denk dat het wel duidelijk is dat ik het boek beter vind dan de film en is dat niet altijd zo? Een boek geeft nu eenmaal meer diepgang dan een film en vertelt een duidelijker verhaal dan een film. Dit is inherent aan de merite van beide mediums. Er zijn gevallen waarbij de film beter is dan het boek zoals sommige scènes met Poutrel/Petrel als personage, maar dat zijn slechts uitzonderingen. De sarcastische aard van het boek verschilt te hard met de tragedie die de film wil zijn om eigenlijk zelfs een directe vergelijking te maken. Daarom staat De Helaasheid der Dingen als film volledig op zijn eigen benen. 

Het bronwerk wordt met veel respect behandeld, maar een te grote saus van melancholie geeft het verhaal toch een te groot gevoel van ontreddering. Achteraf blijkt dit wel te stroken met de realiteit, maar dit stemt wel niet overeen met de geest van het boek. Daarvoor is de bijtende spot te weinig aanwezig. Waar de film misschien nog het meest breekt met het boek is de opbouw van de plot dat zorgvuldig het dorpsbeeld van Reetveerdegem opbouwt. Door uitvoerig montagewerk is dit helemaal omgedraaid en dat brengt met zich mee dat het ritme van de film als foutief wordt gepercipieerd door de lezer van het boek.   

zondag 22 december 2024

Boekenrecensie Kaddisj voor een kut door Dimitri Verhulst

Dimitri Verhulst put uit zijn rijke woordenschat om in een derde boek over zijn miserabele jeugd te schrijven, deze keer de horror die jeugdinstelling heet. Hier refereert hij naar de Kaddisj, een joods gebed dat veelal gebruikt wordt om de doden te herdenken. Nee, vrolijk is dit boek allesbehalve, zeker als je het helemaal hebt gelezen en weet dat (grote) stukken waargebeurd zijn. 

In de boeken van Dimitri Verhulst zit vaak een hoge dosis cynisme verschuild dat een humoristische toets geeft aan vaak schrijnende toestanden. De jeugd van Verhulst is een aaneenschakeling van teleurstellingen, trauma's en verdriet. Tijdens zijn introspecties etaleert Verhulst als auteur een onnavolgbare stijl die cynisme combineert met een rijke woordenschat wat resulteert in tragikomische situaties die typisch zijn voor z'n boeken en uniek is in de lage landen. Het gevaar bestaat echter dat deze stijl overheersend wordt, zeker als een thema ettelijke keren herhaald wordt zoals de boeken over zijn jeugd. 

In Kaddisj voor een Kut plaatst hij jeugdinstellingen in de schijnwerpers en wat voor een tranendal deze plekken zijn. In het eerste deel van dit boek staat de uitvaart van Gianna centraal, een meisje dat opgroeide in dezelfde jeugdinstelling als de protagonist, maar zelfmoord pleegt nog voor ze achttien is. Tijdens de mis haalt het hoofdpersonage memoires op over de jeugdinstelling waar hij verbleef. 

Dit boek is een kleine stijlbreuk met de vertelstijl van de vorige boeken en het eerste deel plaatst de lezer in de schoenen van een jongen die niet zo lang geleden de jeugdinstelling heeft verlaten. Wie tussen de lijnen leest, weet dat dit Dimitri Verhulst zelf is, maar dit wordt nooit expliciet in deze roman benoemd. Deze mise-en-place is vooral toe te schrijven aan het jij-perspectief dat wordt gebruikt bij Kaddisj voor een Kut, tenminste in het eerste deel. Er komen geen dialogen voor, maar enkel beschrijvingen van wat en hoe jij denkt en doet. "Jullie waren verweesden en weggesmetenen, jullie hadden zichzelf te wiegen. Ook jij stond al op de drempel naar het volwassendom en had er nog je lol in om doelloos, gedachteloos, vanallesloos, door de lucht te slingeren, onverdroten, kwartieren aan een stuk.

Zo gaat het tientallen pagina's door en dat leest toch net wat moeilijker en trager dan wat we van Verhulst gewoon zijn. De licht gecompliceerde vertelstijl maakt het boek wel gewichtiger, met name narratief is dit literair werk toch wel een klasse beter dan De Laatste Liefde van mijn Moeder. Dat levert minder grappen en grollen op, maar eerlijk, dat vind ik eigenlijk een goede zaak. Dit boek vergt dus meer aandacht om gelezen te worden, maar zorgt er ook wel voor dat de deprimerende gedachten en ervaringen van alles wat rond een jeugdinstelling hangt meer blijven hangen. 

De passage van hoe de kleine Willem als een overbodig huisdier in de jeugdinstelling wordt gedropt of hoe Gianna stiekem toch hoopt om tegen beter weten in bij een opvanggezin te kunnen wonen. De manier waarop dit is geschreven, is zonder meer sterk. De bombastische woordenbrij van Verhulst is nooit helemaal weg, maar het blijft over het algemeen sereen. Dat is maar goed ook, want cynisme en leedvermaak creëren zelden synergiën bij dergelijke droefnis. 

"Veel te lang, inderdaad. De opluchting spatte van de gezichten toen jullie gesommeerd werden weer te gaan zitten. Oef. Lof zij U, Christus! Naar de preek die volgens liturgische logica op het evangelie volgde, luisterde je niet. Auditief behangpapier, panfluitgezemel in een shoppingmall." Verhulsts fileermes wordt niet alleen bovengehaald om door het onderwerp jeugdinstelling te snijden, ook het instituut Kerk wordt in dit boek stevig gefileerd door de auteur. Met dergelijke zinnen maakt hij er geen geheim van dat hij een afkeer heeft van dit instituut en het theater wat hij ervaart bij de uitvaartmis. 

Hier komt de typisch bijtende spot van Verhulst toch wat meer naar boven drijven, maar al bij al blijft het boek vrij ingetogen qua cynisme, zeker in vergelijking met Verhulsts vorige werken. De kritiek op jeugdinstellingen en kerkceremonie hakt er stevig in en de overgang naar het tweede deel gebeurt vrij abrupt. 

Eigenlijk leest Kaddisj voor een Kut als een anthologie waarbij twee verhalen samenkomen in één boek met als gemeenschappelijk thema de jeugdinstelling waar alle personages zijn opgegroeid. In het tweede deel van het boek schakelt het perspectief over naar de personages Stefaan en Sarah, twee nevenpersonages die amper aan bod komen in het eerste deel. Samen vormen zij een koppel en ze denken er over om hun twee kinderen om te brengen. Reden: de kans is reëel dat hun baby van drie maanden oud en zoontje van zeven jaar ook in een jeugdinstelling geraken en dat willen ze koste wat het kost voorkomen. 

Nog liever dood dan in een jeugdinstelling? Dat is toch een vrij donker gegeven. De toon van het boek is al niet vrolijk, maar dit is wel erg luguber. Verrassend genoeg hanteert Verhulst hier een lichtere schrijfstijl met ludieke dialogen tussen Sarah en Stefaan terwijl de verteller - wellicht een advocaat in de rechtbank - de achtergrond schets van deze twee personages. Dit vloekt toch wel heel hard met het eerste deel van het boek dat toch veel meer stoelt op emotionaliteit en oprechtheid. 

Het tweede deel van Kaddisj voor een Kut bestaat uit zeven (korte) hoofdstukken die gepaard gaan met dialogen, witregels en korte uiteenzettingen van de verteller. Op een uurtje of twee heb ik dit gedeelte gelezen wat toch vrij snel is voor bijna de helft van het aantal pagina's. Daardoor mist dit deel toch wat impact, zeker na het sterke narratief van het eerste deel dat veel zwaarmoediger is terwijl het thema van moord in de dialogen tussen Stefaan en Sarah toch echt wel een stuk donkerder is. 

Soms heb ik het gevoel dat Verhulst de twee personages er erg lichtvoetig over laat handelen. Wanneer ik me realiseer dat Verhulst een beroep doet op zijn eigen ervaringen, is de kans bestaande dat dit meer werkelijkheid is dan fictie en dat maakt het lezen van het tweede deel extra zuur. Misschien had dit dus een andere stijlfiguur verdiend door de ernst van de feiten. Het zou het boek in ieder geval meer impact hebben gegeven.    

Bij het lezen van Kaddisj voor een Kut hink ik op twee gedachten. Het eerste deel van het boek is narratief het sterkste van wat ik ooit heb gelezen van Verhulst. Het neerslachtige thema en schrijfstijl met jij-perspectief dwingt de lezer om aandachtig te zijn waardoor de zwaarmoedigheid van alles dat rond een jeugdinstelling hangt een grotere lading emotionaliteit krijgt. Het bijtend cynisme van Verhulst maakt plaats voor bittere vaststellingen zonder de maatschappijkritische pen te vergeten en dat komt als lezer binnen. 

Het gemak waarmee Verhulst zich dan bedient om de moord op twee onschuldige kinderen te bespreken in het tweede deel, ervaar ik dan weer als een koude douche. De ludiciteit van de dialogen contrasteert te schril met de rest om dit als een verderzetting van hetzelfde boek te beschouwen. Het is een verlengde epiloog die qua stijl niet past bij het eerste deel, hoewel hetzelfde thema wordt behandeld. Toch is het narratief van het eerste deel zo sterk dat Kaddisj voor een Kut een aanbeveling verdient voor de leeslijst, de twee extra uurtjes erna is dan lectuur voor bij de toiletpot.         

zaterdag 21 december 2024

Boekenrecensie De Laatste Liefde van mijn Moeder door Dimitri Verhulst

Iedere lezer heeft zijn favoriete boeken en auteurs. Zelf heb ik een zwak voor auteurs die zich  niet al te serieus nemen en een flinke portie humor in hun woordenklei boetseren. Tom Lannoye is hier een grootmeester in, maar na het lezen van De  Helaasheid der Dingen werd Lannoye opgevolgd door kroonprins Dimitri Verhulst die op een ontzettend grappige manier de tragiek van een gezin vol dronkaards beschrijft. Verhulst rekent in De Laatste Liefde van mijn Moeder opnieuw af met zijn jeugd waarin hij graag put om autobiografische elementen in deze opgroeiroman te verweven. Het meeste vitriool was echter al gevloeid in zijn vorige meesterwerk waardoor deze afrekening milder is, maar ook flauwer aanvoelt. 

Ik kan niet genoeg benadrukken hoe geniaal ik Verhulst's doorbraakroman De Helaasheid der Dingen vind. Ik stond namelijk op het punt om incontinentieluiers te kopen omdat ik steeds dreigde in mijn broek te pissen van het lachen. De onnavolgbare stijl waarmee Verhulst zijn zwartgallige humor combineert met idioom taalgebruik kent zijn gelijke niet in het Nederlandstalige taalgebied. Tenminste in dit meesterwerk. Hetzelfde recept zien we terug in De Laatste Liefde van mijn Moeder, maar het is toch allemaal wat braver en minder origineel.  

De twee protagonisten van het boek zijn Jimmy, een elfjarige jongen die samen met zijn moeder Martine opgroeit in een weinig benijdenswaardige situatie. Martine komt uit een gewelddadige relatie en is niet zo lang geleden gescheiden van haar ex-man. Jimmy woont alleen bij zijn moeder, maar sinds kort heeft hij een nieuw vaderfiguur. Martine heeft namelijk opnieuw de liefde gevonden bij een iets jongere man, Wannes. Hij is de totale antipode van haar ex-man: niet gewelddadig, attent, maar toch ook wel een tikkeltje braaf (lees: saai). Die nieuwe situatie bevalt Jimmy allerminst en ook stiefvader-in-spe Wannes komt niet goed overeen met Martine's oogappel. Om de banden te smeden trekt het drietal een week lang op pad door het Zwarte Woud met een groepsreis. Voor het gezin een grote financiële opoffering: Martine en Wannes werken beiden, maar in weinig tot de verbeelding sprekende jobs met een al even weinig tot de verbeelding sprekende verloning. 

De Liefde van mijn Moeder is een tamelijk kort boek dat zich eind jaren zeventig afspeelt. Het telt ruim tweehonderd pagina's, maar veel passages beginnen op een nieuwe pagina waar een witparagraaf wordt opengelaten. De hoofdmoot van het verhaal is de reis door het Zwarte Woud en het is dus niet gek dat het boek niet zoveel inhoud heeft, zowel letterlijk als figuurlijk. Het grootste wijt dat deze roman toegedicht kan worden, is dat Verhulst er een nogal gezapig tempo op nahoudt om eigenlijk niet zoveel te vertellen. Het spanningsveld van dit boek bevindt zich in de conflictueuze relatie tussen Jimmy en Wannes, maar erg veel komt dit niet aan bod. Wel genoeg om de lezer te laten blijken dat de twee elkaar niet mogen. 

Verhulst maakt van de aangeboden ruimte graag gebruik om zijn humoristische stijl te etaleren: het culinair hoogstandje dat McDonald's heet - wat toen hip en trendy was - wordt door de mangel gehaald, de zeemzoete fictieve soap Home is where my Children Cry wordt te pas en te onpas geciteerd om de beerput van ellende wat het eigen bestaan van de protagonisten is, te ontlopen en geen enkel bezoek aan het Zwarte Woud is compleet zonder het koekoeksklokmuseum. Je moet al over een norse geest beschikken om op zijn minst niet te glimlachen bij deze stukken. Helaas gaat soms wel ten koste van het eigenlijke verhaal waar de immersie veelal ontbreekt.     

Het is geen publiek geheim dat auteur Dimitri Verhulst op gespannen voet leeft met zijn familie na de publicatie van het grotendeels autobiografische De Helaasheid der Dingen. Hij heeft geen gelukkige jeugd gekend en dat laat hij dus duidelijk blijken in zijn bestseller, maar ook in De Laatste Liefde van mijn Moeder. Dat voelt bij mij soms toch wat verkeerd aan, hoewel dit een fictief boek is dat (wellicht) is gebaseerd op autobiografische stukken. Martine wordt in het boek soms negatief afgeschilderd als een kamerplantje zonder wil, die in een uitzichtloze job is beland en zelfs soms over zelfmoord contempleert. 

Dit is een wel heel pejoratieve benadering van wat objectief gezien een bekommerde moeder is dat het welzijn van haar zoon op de eerste plaats stelt. De zwartgallige vertelstijl van Verhulst draagt bij aan de humor, maar gaat misschien wel te veel ten koste van de neerzetting van de personages, en moeder Martine in het bijzonder. De afrekening waarvan sprake is bij de marketingbabbel op de achterflap van het boek voelt daarom toch wel heel erg harteloos aan.   

Over het algemeen haalt Verhulst ook niet de vlotte pen die hij bij zijn vorige werken wel hanteert. Literair staat dit nog altijd op een erg degelijk niveau en het boek leest door de nog steeds vlotte vertelstijl als een trein. Toch heb ik me als lezer minder geamuseerd met de woordspelingen en dolkomische situatiebeschrijvingen die Verhulst heeft getoond bij sommige van zijn andere werken. De omlijsting van een familiereis door het Zwarte Woud leent zich daar wellicht ook minder toe. 

Mijn ongezouten mening is dat een meeslepend boek meer tijd en meer plaatsbeschrijving vergt dan een reis van zeven dagen door het Zwarte Woud.  Toch heeft Verhulst me kunnen beroeren met enkele grappige en aandoenlijke situaties. Een deltioloog zal voor mij nooit meer dezelfde betekenis hebben als voorheen! Als Jimmy een extrapolatie is van zijn eigen jeugd is Verhulst ook niet te beroerd om enige introspectie te doen. Door het verhaal heen wekt het jochie sympathie op, maar na tweederde van het boek blijkt Jimmy een onvervalste kleptomaan te zijn en beschikt misschien wel over negatievere karaktertrekken dan tegenspelers Martine en Wannes die weinig sympathiek worden omschreven in het boek. Wat zei men ooit, zelfkennis is het begin alle wijsheid?

Het boek roept door het reëel gebrek aan gebeurtenissen bij mij een gevoel op van onvolledigheid en nergens komt dit beter tot uiting dan bij de epiloog. Deze epiloog is het tweede gedeelte van het boek, maar is bijzonder kort. Jimmy is inmiddels 91 jaar oud en blikt terug op de verstandhouding tussen hem, zijn moeder en Wannes. Er komt verrassend bezoek aan zijn deur kloppen, iets waar hij al jaren heeft op gewacht. Hoe dit verder afloopt? We weten het niet. Hoe evolueerde de verstandhouding in deze driehoeksrelatie tussen Jimmy, Martine en Wannes. Weten we eveneens niet. Het is toch illustratief voor het gebrek aan emotionele lading in dit boek.    

Dimitri Verhulst duikt opnieuw naar zijn jeugd voor een tweede afrekening en weet opnieuw te scoren met dezelfde elementen die De Helaasheid der Dingen zo'n succes maakten: woordgrappen, zwartgallige humor en een pen die vlot schrijft. Hoewel De Laatste Liefde van mijn Moeder is geschreven na zijn grootste meesterwerk voelt deze roman aan als een soort van eerste probeersel. Het is allemaal net wat minder dan bij zijn eerste afrekening. Dat weerhield me er echter niet van om dit boek uit te lezen op twee dagen. Een grote blijk van waardering voor dit boek dus, hoewel ik toch met een vies gevoel terugblik op de neerzetting van Martine.   

vrijdag 20 december 2024

Boekenrecensie Joe Speedboot door Tommy Wieringa

Sambal gemengd met chiliflakes, cayennepeper, Spaanse pepers en mosterdpoeder is heel erg hot, bijna zo hot als het boek Joe Speedboot momenteel.  Een roman die het relaas vertelt over een jongen, Joe Speedboot – een zelf toegedichte naam – door de ogen verteld van Fransje, een jongen die na een ongeval gekluisterd is aan een rolstoel en amper kan spreken. Dit opgroeiverhaal van de destijds onbekende Tommy Wieringa kaapte enkele belangrijke boekenprijzen weg en sindsdien is Wieringa richting auteursfirmament in gekatapulteerd. Anno 2024 wordt het boek gratis weggegeven aan vijftien- tot achttienjarige scholieren om  hen te stimuleren meer te lezen, is er onlangs een film ingeblikt over het boek én werd het verkozen tot beste Nederlandstalig literair werk van de 21se eeuw in Knack. Bijna twintig jaar na uitgave is dit licht absurde boek van Wieringa populairder dan ooit en dus weldegelijk heel erg hot.

Eigenlijk was ik op zoek naar een boek van Dimitri Verhulst, maar in de Standaard Boekhandel zag ik geen enkel boek van deze nochtans populaire Vlaamse auteur. Wel aanwezig was dit boek en na de verkiezing van ‘Beste Nederlandstalige boek van deze eeuw’ had ik hoge literaire verwachtingen. Ik schafte het boek aan en in een recordtempo heb ik dit boek uitgelezen: dus ja, het is zeker en vast een goed boek, hoewel er wel wat aantekeningen te noteren zijn in de marge.

De grootste kwaliteit van dit boek is toch wel de taalvirtuositeit die Wieringa aan de dag legt om zijn roman te schrijven. Schrijven is misschien verkeerd uitgedrukt, want wat hij hier doet is het verhaal uitbeelden met woorden zodat je als lezer literair in vervoering wordt gebracht. Je leest niet over de belevenissen van Fransje en Joe, je beleeft ze! Een aantal recensenten plaatsen Wieringa onder de grootsten der Nederlandstalige auteurs – van de 21ste eeuw tenminste - en wat mij betreft, is dat volledig terecht. Hij slaagt erin om de lezer uit te dagen met knap geschreven zinsconstructies waar een tikkeltje elitarisme in schuilt door hoe gekunsteld het soms lijkt, maar wel erg vlot leest.

Zinnen zijn geen kluwen van negen regels tellende woorden zoals Jeroen Olyslaeghers dat wel eens durft te doen. Het zijn wel knappe beschrijvingen met een verhalend perspectief waar één of meerdere moeilijke woorden worden geplaatst. Dat behoort inherent tot de stijl die Wieringa hier hanteert, want de roman borduurt op stukken die niet tot de belevenissenwereld behoren van de gemiddelde lezer. Of je zou net die ene ingeweken Nubiër moeten zijn die weet hoe hij een felucca moet bouwen. Of dat het grammaticaal allemaal honderd procent correct, is interessante lesstof voor een eerstejaars Germanist. Dat ben ik echter niet, dus lees ik met veel plezier over de potentiële literaire minkukels heen.

Welbeschouwd kan Joe Speedboot in twee delen worden gekapt. Dat weet ik omdat het boek in twee delen is gekapt. En dat nagenoeg in de helft! Een aanhanger van logische deductie zou zomaar kunnen denken dat dit doelbewust is… De eerste helft van het boek gaat vooral over de kwajongensstreken van Joe, Fransje en andere scholieren uit het dorp waar Fransje is opgegroeid. Deze helft bestaat uit verscheidene subplots die aan elkaar worden gehecht door de vertelsels van Fransje. Als auteur klaagt Wieringa  de kleinburgerlijkheid van Lomark aan, het dorpje waar alle personages leven.

Tenminste dat lijkt tenminste zo, want het bekrompen denken en eeuwenoude tradities worden in de verf gezet bij de volkse figuren van dit aan Duitsland grenzende dorpje. Deze status quo wordt doorbroken wanneer Joe Speedboot zijn intrede maakt en zo het immer rustige dorpje op stelten zet totdat hij ook hij een gewone inwoner is van het dorp, net zoals iedereen. Anderzijds vertelt Wieringa met veel liefde over de betrokkenheid van de dorpsfiguren in Lomark’s sociale gebeuren en voelt het dorpje aan als een echte gemeenschap. Wieringa slaat en zalft dus wanneer het gaat over populistisch gedachtengoed.

Door de chronologische opbouw van het boek waar de auteur van het ene subplot naar de andere springt, voelt het ritme soms nogal episodisch aan en sommige passages konden met moeite mijn interesse vasthouden. Dan denk ik in de eerste plaats vooral aan de bouw van een vliegtuigje wat later in het boek een belangrijke rol vertolkt.

De tweede helft van het boek gaat meer over de liefde, hoewel het in de laatste 150 pagina’s voornamelijk gaat over het leven van Fransje die nu als armworstelaar aan de bak komt, terwijl Joe zijn manager is. De intense manier waarop Wieringa beschrijft hoe Fransje tegen zijn opponenten vecht in een armworsteltoernooi in Luik is zo reëel dat het bijna een verslaggeving kan zijn van een sportjournalist op radio. Hier gooit Wieringa alle registers open en wordt alles een tikkeltje grootser: de absurditeit, de subplots, de beleving. Het is hier waar ik me echt in de wereld van Fransje en Joe waan.

Dat is wellicht ook toe te schrijven aan het leergeld dat ik heb betaald bij de eerste helft van dit boek om alle personages beter te leren kennen. De beloning daarvan uit zich in de tweede helft van Joe Speedboot, hoewel sommige personages in de achtergrond verdwijnen. Het is dan ook hier waar het boek zijn voornaamste kritieken krijgt. Hoewel er een oeverloos aanbod bestaat van lofzangen over deze roman, wordt het ook niet gespaard door critici die het boek verouderd vinden. Er is namelijk een personage dat liefkozend Papa Afrika wordt genoemd en laat dit net een Nubiër zijn die weet hoe hij een felucca moet bouwen.

Ook wordt Wieringa misogynie verweten omdat hij vrouwen afschildert als lustobject. Een vrouw omschrijven als eeuwige hoer is inderdaad vrouwonvriendelijk, maar de gelaagdheid van deze roman maakt dat dergelijke simpele stellingen vooral overkomen als een kritiek op zichzelf als criticus. Het manifesteert zich als een kritiek dat men de verscheidene lagen van dit boek niet kan onderscheiden of tenminste weigert om deze gelaagdheid te erkennen. Dus vind ik de kritiek begrijpelijk? Absoluut. Vind ik ze te rechtvaardigen? Nou, niet echt.

Joe Speedboot neemt de lezer mee naar het allerminst mondaine Lomark waar de lotgevallen van Joe en Fransje op meesterlijke wijze in woord worden gebracht door Tommy  Wieringa waarmee hij zich onder de grootsten der Nederlandstalige auteurs schaart. De episodische aanpak kan in met name de eerste helft werken als een rem, maar de vlotte vertelstijl is zo levendig waardoor ik uiteindelijk uitkeek naar de ontwikkeling van elk nieuw subplot. Lichtjes absurd, soms pijnlijk realistisch, maar altijd met veel liefde voor de personages en de lezer geschreven. Dit is een opgroeiverhaal, maar vooral ook een liefdesbrief aan de letteren.

woensdag 11 december 2024

De dertig mooiste wandelroutes van 2024 (deel drie)

België boven! Of toch tenminste in dit lijstje, want maar liefst zes van mijn wandelingen in deze top tien zijn van vaderlandse bodem. Dat heeft niet alleen te maken met de kwaliteit van de wandelingen - die zijn zonder meer goed te noemen - maar ook met de periode waarin ik deze wandelingen deed. Deze wandelingen dateren uit de eerste helft van 2024 en ik had dan de wandelmicrobe goed te pakken! De ene mooie wandeling werd opgevolgd door een nog mooiere wandeling. De Ardennen zijn naar goede gewoonte mijn meest geliefde regio om mooie wandelingen te maken in België, maar ook nabij de Frans-Belgische kust is het erg mooi wandelen. De allereerste plaats is echter weggelegd voor een wandeling in Australië. Dat mag geen verrassing heten, want maar liefst tien wandelingen van deze top dertig zijn afkomstig van down under, waaronder dus het mooiste exemplaar van 2024. 

10. Stationsstapper Hamoir - Barvaux (GR57)
Sombere periodes of niet, een mooie wandeling kan je maken op elk moment van het jaar. Dat bewijst deze wandeling, want in een ietwat triestige periode begin februari waar het landschap is bedolven onder een gapende leegte van groen en kreunt onder een dikke speklaag van modder weet deze wandeling me te betoveren. De GR57 volgt lange tijd de Ourthe en deze route bezoekt misschien wel de mooiste plekjes van de Ourthevallei. Diep verscholen grotten worden even later opgevolgd door krappe paadjes langs de Ourthe en onverwachte momenten zoals een wel erg pittoreske beekvallei bezorgen deze route een gouden randje. Het mooiste stuk van deze wandeling is toch wel een bloemenpad waar erg veel bloemen en planten groeien. Of dat vermoed ik tenminste, want in februari groeit er uiteraard bijna niks. Maar zelfs dan is dit een heerlijk pad om door te stappen. De enige domper bij dit wandelfeest is een brug die is weggespoeld bij de overstromingen in 2021. Daarom duurt deze wandeling langer dan voorzien. Bewust overigens, want deze wandeling is zo goed dat ik er met plezier acht kilometer aan heb toegevoegd en dat zegt toch wel heel veel over hoe goed deze wandeling is!  

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/stationsstapper-hamoir-barvaux-gr57-160112319

9. Trolltunga
Iconischer dan dit wordt een wandeling niet. Trolltunga wordt samen met andere legendarische dagwandelingen zoals de Tongariro Crossing genoemd als één van de mooiste wandelingen op deze planeet. En de Trolltunga is inderdaad iets heel bijzonder. Het adembenemende uitzicht over het fjord is één van die dingen die je absoluut moet gezien hebben. Het is echter wel heel toeristisch, dus dat betekent dat ik een portie geduld moet uitoefenen wanneer ik op gevoelige plaat word vastgelegd bij dit uitzicht. Maar de weg er naartoe is de échte reden waarom je deze wandeling doet. Een landschap van gletsjermeertjes, sneeuw, ijs, rotsterrassen, alpijnse vegetatie en bossen vergezellen mij waarbij talloze uitkijkpunten over het fjord me tientallen keren doen stoppen. Het begin is overigens een goede fitnessoefening, want bij de eerste vier kilometer gaat het wel heel erg steil omhoog. Tussen de zweetbuien en uitrustbeurten door kan ik het bosrijke gebied bij het begin rustig in me opnemen en daarom vind ik dit misschien wel het mooiste stuk van deze wandeling. De reden waarom deze route niet nog hoger scoort, is toch wel omdat het op den duur toch wel erg veel van hetzelfde is.  

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/trolltunga-181744742

8. Roy's Peak (Wanaka)
Nieuw-Zeeland kent sinds het begin van dit millennium een gigantische hausse in toerisme en dat heeft het in niet geringe mate te danken aan de populariteit van Lord of the Rings filmtrilogie. De locaties van deze films spreken tot de verbeelding en alle scènes zijn opgenomen in Nieuw-Zeeland. Enkele van de mooiste locaties in LotR zijn opgenomen in de buurt van Wanaka en als je dan een piek kan beklimmen die een fantastisch 360 graden panorama biedt over deze omgeving dan weet je dat je met iets uniek te maken hebt. De wandeling naar de top en terug is overigens weinig bijzonder: over een goed onderhouden weg zigzagt het pad naar boven in een omgeving die eerder kaal oogt. Gaandeweg worden de vergezichten steeds spectaculairder met als opus magnum toch wel de top waar ik de mooiste panorama's zie die ik ooit op mijn netvlies heb mogen ontvangen. Samen met de ryolietbergen van Landmannalaugar is dit het mooiste decor dat ik ooit heb mogen ervaren. En ja, als je dan 1300 meter omhoog moet stappen over een eerder monotoon parcours is dat een kleine prijs om te betalen. Je wil overigens wel een beetje zon wanneer je aan de top bent, want met een bewolkte hemel gaat de charme van deze omgeving helaas grotendeels verloren. 

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/roys-peak-wanaka-157559173

7. Stationsstapper van Aywaille naar Spa (GR15) in de sneeuw
Wanneer het een beetje sneeuwt heeft wandelend Vlaanderen de neiging om - liefst totaal onvoorbereid - de Hoge Venen bijna letterlijk plat te lopen, terwijl er zoveel andere mooie plaatsen zijn om rustig door de sneeuw te wandelen. Het summum hiervan is misschien toch wel deze stationsstapper tussen Aywaille en Spa met de Ninglinspo als kroonjuweel. De Ninglinspo staat - onterecht - geboekstaafd als de enige bergrivier van België omdat het over een tweetal kilometer zo'n 250 meter naar beneden dendert in de meest kronkelige bochtjes die je kan bedenken. Normaal gezien wordt deze plek overrompeld door wandelaars, maar in de sneeuw zijn het slecht enkele durfals die geen schrik hebben om onderuit te gaan in de sneeuw. En onder een wit sneeuwtapijt is deze plek misschien net dat tikkeltje mysterieuzer dan anders. Serener sowieso door het acute gebrek aan mensen. Maar toch geniet ik stiekem meer van het eindstuk in Spa waarbij ik het beekje Géronstère volg en het sneeuwlandschap is hier net dat tikkeltje fraaier in mijn ogen. De hoge notering van deze wandeling heeft het dus in grote mate te danken aan het sneeuwlandschap, maar ook anders is deze wandeling een echte aanrader.  

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/stationsstapper-van-aywaille-naar-spa-gr15-in-de-sneeuw-158680299

6. Baraque Michel – Eupen
Het leuke van wandelen is toch om mooie, nieuwe plekjes te ontdekken en daar krijg ik volop de kans toe bij deze wandeling die wordt ingericht door Landschap VZW. Dit is een natuurorganisatie die allerlei uitstapjes regelt waaronder de Grote Oversteek, een reeks van wandelingen tussen 7 en 34 kilometer in de Hoge Venen. Ik ben al regelmatig in de Hoge Venen geweest, maar uiteraard ken ik niet alle paden. Dat wordt snel duidelijk bij deze wandeling waar de meeste paden onontgonnen wandelterrein zijn voor mij. En dan is het een ontembaar genoegen om nieuwe locaties te verkennen zoals de wilde natuur die zich bevindt bij het beekje Helle en het bos van Herzogenhügel. Hier stuit ik op drassig laagveengebied en een vlonderpad dat me naar de mooiste stukjes van de Helle brengt. Enkel dit stuk benoemen als het mooiste gedeelte van deze wandeling is andere locaties onrecht aandoen, want ook die zijn vaak van een onovertroffen schoonheid. Vergezichten, beekjes met dito beekvalleien, bergpaadjes, brede dreven in het bos, er is zoveel te zien en te doen op deze wandeling zodat het schier onmogelijk is om alles te benoemen. Een erg diverse wandeling dus en dat is ook de reden waarom deze route zo hoog scoort bij mij.   

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/baraque-michel-eupen-171550329

5. Stationsstapper De Panne - Nieuwpoort via GR5A
In Ierland heb ik ooit eens elf kilometer aan een stuk op strand gewandeld. Lekker ontspannend, maar eigenlijk is dat best wel saai want zo heel veel diversiteit is er niet te beleven op zo'n strand. Je hebt uiteraard de zee, maar het mulle zand maakt stappen lastig, de wind waait weelderig, zandkorrels vullen de schoenen en een oneindig ogend strand lijkt steeds verder te dijen. Dat het weldegelijk anders kan, bewijst dit parcours dat behoort tot de mooiste duinenlandschappen van België en misschien wel Europa. De duinen in de buurt van De Panne zijn namelijk gezegend met fraaie flora zoals duinvegetatie, bosbloemen zoals boshyacinten en graslanden gevuld met zeldzame planten. Toch zijn het de duinen - en in het bijzonder de duinpannen - die deze wandeling kleuren. Tussen De Panne en Nieuwpoort ga ik van het ene mooie duingebied naar het andere en - in tegenstelling tot in Ierland - krijgt saaiheid hier geen enkele kans. Integendeel, als je door alle Vlaamse verkavelingsdrang kijkt, ontdek je één van de meest diverse en pure kustgebieden van West-Europa.   

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/stationsstapper-de-panne-nieuwpoort-via-gr5a-168192885

4. De epiek van de Ardennen rondom Stavelot
Trailruns zijn eigenlijk ook een goede inspiratiebron voor wandelingen. Op de website van Extratrail vind ik deze zwarte route van ongeveer veertig kilometer die de omgeving van Stavelot verkent en wat ben ik toch weer een heleboel prachtige dingen tegengekomen op dit traject. Enkele dingen kende ik al zoals de naar Belgische begrippen vrij stevige klim in de buurt van Coo wat plaatselijk is omgedoopt tot vertical track en dat klopt toch wel. Het uitzicht dat me met een beetje zinsverbijstering in Canada doet wanen, maakt het er alleen maar mooier op. Maar het zijn toch wel de onbekende paadjes die warme herinneringen oproepen bij deze wandeling. Bij het verborgen bergbeekje Le Majiru loopt er een singletrack paadje dat sportiviteit combineert met natuurpracht. Ook een verborgen beekvallei met een vrij drassig paadje baadt in natuurschoon en het mooie is dat ik hier helemaal alleen ben omdat het zo verstopt is. Alleen, maar nooit eenzaam is eigenlijk een slagzin die geldt voor de gehele wandeling waar ik dikwijls alleen dwaal over enkele van Belgiës mooiste wandelpaden. Veertig kilometer lang en nagenoeg geen minpunten, dat gebeurt niet vaak! 

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/de-epiek-van-de-ardennen-rondom-stavelot-169246798

3. Discovering the Enchanting Rain-soaked Trails of the Blue Mountains
De Belgische hegemonie wordt even onderbroken voor een Australisch uitstapje en wat voor één! De Blue Mountains hebben hun naam te danken aan de vele eucalyptusbomen in dit tijdelijke regenwoud die een blauwe waas uitscheiden wanneer het warm is. Bij mijn bezoekje heeft dit gebergte echter een identiteitscrisis en gaan ze als Grey Mountains door het leven omdat het zo bewolkt is en hard regent. En wat ben ik daar toch blij om! Het geeft de Blue Mountains een mystieke atmosfeer die de stilte omarmt aangezien er geen andere wandelaars op pad zijn. Een mist dringt door het bos, druppels sijpelen van de bladeren, plassen reflecteren het bladerdak van de bomen, kleine waterlopen ontstaan langs de rotsen: het lijkt alsof een klein sprookje ontwaakt voor mijn ogen. Indrukwekkende vergezichten zijn er niet en ik begrijp dat meeste wandelaars liever een stralend zonnetje hebben met een blauwe hemel, maar geloof me als ik zeg dat de natuur misschien nog mooier is als je melancholie toelaat in je belevenissenwereld.  

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/turpentine-tree-vanaf-katoomba-186977845

2. Het allerbeste van de Hoge Venen in één wandeling: van Signal de Botrange naar Spa
Hoeveel hoogtepunten tellen de Hoge Venen? Letterlijk een heleboel, want al de hoogste toppen in België bevinden zich in deze regio. Figuurlijk ook een hele hoop en veel daarvan zijn te vinden op deze zelf ontworpen route. Met bijna 43 kilometer is het een echte mammoetstapper geworden, maar de wandelaar krijgt er dan ook bijzonder veel voor terug. Na amper twee kilometer ploeter ik langs boomwortels naast een wild stromende beek die nog niet zo lang geleden buiten haar oevers is getreden, een uur later zie ik de mooiste waterval van België (die van Bayehon) en opnieuw een uur later bevind ik me in een regelrechte canyon waar ik het spektakel van deze kloof alleen voor mij heb. En dan heb ik slechts vijftien kilometer gedaan! Daarna volgen er nog andere mooie stukken - zoals de veel te drukke Höeghne - elkaar in sneltempo op waardoor de dichtheid aan natuurmonumenten ongeëvenaard is voor een Belgische wandeling. Wel zit er een wat saaier stuk in bij een RAVeL-weg die lang rechtdoor gaat, maar dat wordt daarna ruimschoots gecompenseerd door een waarlijk prachtig vlonderpad bij de venen van Malchamps om vervolgens af te sluiten bij de Géronstère die ik vijf maanden na mijn eerste passage nu sneeuwvrij is. 

Link:https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/het-allerbeste-van-de-hoge-venen-in-een-wandeling-van-signal-de-botrange-naar-spa-170434201

1. King’s Canyon: A Symphony of Light and Stone
Woestijnen zijn zelden een decor voor prachtige wandelingen, maar de Rim Walk in King's Canyon bewijst dat het ook anders kan. Deze kloof in het midden van de Australische Outback onderscheidt zich door talloze facetten. Zaken zoals hemelse vergezichten, wellustig gevormde kliffen en avontuurlijke paadjes tref je wel meer aan in woestijnkloven. Wat deze wandeling anders doet, is een groene oase die als een levensader door deze kloof stroomt. Een totaal onverwachte oase van groene bomen, kabbelende beek en idyllische plas die omringd is door rotswanden wordt toepasselijk de Garden of Eden genoemd. Het groen van deze kleurrijke vegetatie staat in schril contrast met het toch ook wel aantrekkelijke rood van de rotsen. Wanneer ik 's ochtends aan deze wandeling begin en een verlegen ochtendzon haar rode, zachte gloed uitademt op de al even rode rotsen krijg ik een scharlaken spektakel te zien dat ik nog nooit eerder heb mogen aanschouwen. Het is echt een symfonie van licht en rots zoals ik deze wandeling heb gedoopt. Wanneer de zon inmiddels hoog aan de hemel staat, is het surrealistische rotslandschap dat doet denken aan honinggraten en bijenkorven de ster van deze wandeling. Die is met slechts zeven kilometer vrij kort, maar wel één van de mooiste die ik ooit heb gedaan!           

Link: https://nl.wikiloc.com/routes-wandelen/petermann-188454322

In 2024 heb ik geen trekkings gedaan, maar daartegenover staat dat ik enkele van mijn mooiste dagwandelingen tot dusver heb gedaan. Of het nu Nieuw-Zeeland, Noorwegen of Australië is, in alle landen heb ik genoten van het licht, natuur en wildlife dat daar te vinden is. Dan maak ik onmiddellijk voor mezelf de bedenking dat de beleving van zo'n wandeling erg subjectief is. Want wat is nu mooier: het rood van een woestijn of een  grijs gletsjermeer dat omringd is door blauwe fjorden? Zoveel hangt af van andere factoren dat het eigenlijk onzinnig is om zo'n lijstje te maken. Toch bestaat er het menselijk streven om alles in getallen te gieten en ook ik kan dit niet onderdrukken. Of een wandeling nu op plek twee, vijf of zeven staat, maakt eigenlijk weinig uit. Van elke route die hier staat vermeld, heb ik oprecht genoten. Met zes noteringen doet ons kleine landje het overigens best goed bij mij terwijl ik toch wel al veel wandelingen heb gemaakt in Vlaanderen en Wallonië. Het toont aan dat er nog veel te ontdekken valt in het land van Rubens en Sax en dat is maar goed ook!